<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR229131_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het onderzoeksrecht (enquête) van de raad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommer Nieuws, 30-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op het onderzoeksrecht (enquête) van de raad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 155</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-7497</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP HET ONDERZOEKSRECHT (ENQUETE) VAN DE RAAD</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid,
                                van de Gemeentewet; </al></li><li nr="b."><al>onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a,
                                derde lid, van de Gemeentewet. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>instellen van het onderzoek/onderzoekscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een
                            onderzoek in te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zo snel mogelijk na dit besluit stelt de raad een onderzoekscommissie in
                            van tenminste drie leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad wijst desgewenst een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden
                            aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt een raming vast van de kosten, welke naar zijn oordeel
                            voor het onderzoek in een bepaald jaar zijn vereist, en brengt deze ter
                            kennis van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>voorzitter/plaatsvervangend voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een
                            voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de beraadslaging en zitting;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde
                                    regels;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>beëindiging van het lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie;</al></li><li nr="b."><al>een lid ophoudt lid te zijn van de raad;</al></li><li nr="c."><al>de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te
                                    horen;</al></li><li nr="d."><al>een lid ontslag neemt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen.
                            Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie
                            zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid van de onderzoekscommissie slechts ontslaan indien
                            hiertoe een gemotiveerd voorstel door de onderzoekscommissie is
                            gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            plaatsvervangende leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>bevoegdheden van de onderzoekscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor
                            plaatsvindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van
                            de eed of belofte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de
                            Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking
                            aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt
                            slechts op vrijwillige basis. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het
                            uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht
                            en de uitoefening van haar taak nodig acht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in
                            beslotenheid met een ieder verkennende en informatieve gesprekken
                            voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken.
                        </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden, met
                            uitzondering van het houden van verkennende gesprekken, uitsluitend
                            uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De onderzoekscommissie stelt een protocol vast waarin is vastgelegd op
                            welke wijze contacten met personen als bedoeld in artikel 155b, eerste
                            lid, Gemeentewet, en derden plaatsvinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>ambtelijke bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt ter ondersteuning van de onderzoekscommissie een
                            commissiegriffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is bij iedere zitting aanwezig en kan zich laten
                            ondersteunen door andere medewerkers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door
                            een daartoe door de raad aangewezen vervanger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>zittingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                            en brengt die ter openbare kennis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, getuigen en
                            deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en
                            deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het
                            tijdstip van de zitting te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week
                            voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige
                            medegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De getuigen en deskundigen worden in een openbare zitting van de
                            onderzoekscommissie gehoord. De onderzoekscommissie kan om gewichtige
                            redenen besluiten een verhoor of een gedeelte daarvan niet in het
                            openbaar af te nemen. De leden van de commissie en de commissiegriffier,
                            alsmede de overige aanwezige medewerkers, bewaren geheimhouding over
                            hetgeen hun tijdens een besloten zitting ter kennis komt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>toehoorders en de pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van
                            de vergadering verstoren, te doen vertrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen
                        maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn
                        aanwijzingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>verslaglegging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de
                            zitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor
                            zover van belang.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag houdt tenminste een zakelijke vermelding in van wat over en
                            weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die
                            aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                            commissiegriffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>informatief gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een informatief gesprek zijn tenminste drie leden van de
                            onderzoekscommissie aanwezig, alsmede de commissiegriffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van informatieve
                            gesprekken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor
                            zover van belang. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag houdt tenminste een zakelijke vermelding in van wat over en
                            weer is gezegd en wat verder tijdens het gesprek is voorgevallen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar tijdens het gesprek overgelegde bescheiden,
                            die aan het verslag kunnen worden gehecht. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de
                            commissiegriffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>verkennend gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verkennend gesprek kan, behalve door één of meer leden van de
                            onderzoekscommissie, worden gevoerd door een derde die op grond van
                            artikel 5, derde lid, door de onderzoekscommissie is ingeschakeld voor
                            het uitvoeren van opdrachten in het kader van het onderzoek. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van verkennende gesprekken wordt een verslag gemaakt waarin in elk geval
                            wordt vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de aan- en afwezige leden;</al></li><li nr="b."><al>de namen en functies van eventuele andere aanwezigen; </al></li><li nr="c."><al>een zakelijke weergave van het besprokene. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>beraadslagingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De onderzoekscommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan achter gesloten deuren beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van beraadslagingen wordt een verslag gemaakt waarin in elk geval wordt
                            vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de aan- en afwezige leden;</al></li><li nr="b."><al>de namen en functies van eventuele andere aanwezigen;</al></li><li nr="c."><al>een weergave van gemaakte afspraken; </al></li><li nr="d."><al>een weergave van actiepunten die voortvloeien uit de
                                    vergadering. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De onderzoekscommissie kan besluiten om een woordelijk verslag van een
                            bijeenkomst of een deel daarvan op te stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>vertrouwelijkheid</titel></kop><al>De leden van de onderzoekscommissie gaan vertrouwelijk om met informatie die
                        niet nadrukkelijk openbaar is totdat de onderzoekscommissie in een
                        bijeenkomst waarbij tenminste drie leden aanwezig zijn heeft besloten de
                        informatie openbaar te maken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie doet verslag van haar bevindingen in een onderzoeksrapport
                            en biedt dit aan aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een lid van de commissie wordt in het onderzoeksrapport
                            of een onderdeel daarvan melding gemaakt van een afwijkend
                            gevoelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>verordening op de raadscommissies</titel></kop><al>De verordening op de raadscommissies is niet van toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het onderzoeksrecht
                        (enquête) van de raad. </al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ommen/i149514.pdf">Toelichting</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>