<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR228923_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening burgerinitiatief gemeente Ommen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-11-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommer Nieuws, 11-03-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening burgerinitiatief Ommen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-02-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-7494</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING BURGERINITIATIEF GEMEENTE OMMEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: de gemeenteraad van Ommen;</al></li><li nr="b."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Ommen;</al></li><li nr="c."><al>griffie: griffie van de gemeenteraad van Ommen;</al></li><li nr="d."><al>burgerinitiatief: een voorstel aan de raad om te beraadslagen en
                                    te besluiten over een door initiatiefgerechtigde geformuleerd
                                    initiatief;</al></li><li nr="e."><al>ingezetenen: personen ingeschreven in het bevolkingsregister van
                                    de gemeente Ommen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Initiatiefgerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Initiatiefgerechtigd zijn ingezetenen van 18 jaar en ouder.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigden
                                wordt voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het
                                burgerinitiatief bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderwerpen van het burgerinitiatief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een burgerinitiatief kan worden ingediend over onderwerpen waarin de
                                raad bevoegd is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen burgerinitiatief is mogelijk ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>onderwerpen die in strijd zijn met hogere wet- en
                                        regelgeving of de uitvoering van een besluit van een hoger
                                        bestuursorgaan betreffen waaromtrent de raad geen
                                        beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="b."><al>onderwerpen die niet behoren tot de bevoegdheid van de
                                        raad;</al></li><li nr="c."><al>onderwerpen betrekking hebbende op privé-belangen;</al></li><li nr="d."><al>vragen over het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="e."><al>gedragingen waartegen een klacht kan worden ingediend op
                                        basis van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="f."><al>een bezwaar- of (hoger) beroepschrift in de zin van de
                                        Algemene wet bestuursrecht tegen besluiten van het
                                        gemeentebestuur;</al></li><li nr="g."><al>onderwerpen met betrekking tot fiscale aangelegenheden;</al></li><li nr="h."><al>onderwerpen met betrekking tot interne bedrijfsvoering en
                                        gemeentelijke arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="i."><al>onderwerpen waarover korter dan twee jaar geleden voor
                                        indiening van het burgerinitiatief door het gemeentebestuur
                                        een besluit is genomen;</al></li><li nr="j."><al>benoeming van personen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Indieningsvereisten</titel></kop><al>Het burgerinitiatief dient te worden ondersteund door ten minste 50
                            ingezetenen die voldoen aan de eisen als bedoeld in artikel 2 van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vormvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het burgerinitiatief wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter
                                van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het burgerinitiatief bevat een voorstel aan de raad voor een door de
                                raad te nemen besluit, voorzien van een motivering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten
                                voortvloeien, wordt daarvan een globale raming gegeven;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het burgerinitiatief vermeldt de naam, het adres, de geboortedatum
                                en de handtekening van ten minste één en ten hoogste drie personen
                                die als vertegenwoordigers van het burgerinitiatief optreden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de indiening moet gebruik worden gemaakt van het bij deze
                                verordening vastgestelde en door initiatiefgerechtigden volledig in
                                te vullen en te ondertekenen formulieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ontvankelijkheidstoets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad bericht de raad en de indieners binnen
                                twee weken na ontvangst van een burgerinitiatief dat dit is
                                ontvangen en of dit voldoet aan de eisen bedoeld in de artikelen 4
                                en 5 en of sprake is van eventuele uitsluitingsgronden als bedoeld
                                in artikel 3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen bedoeld in
                                artikel 4 en 5 stelt de voorzitter van de raad de vertegenwoordigers
                                als bedoeld in artikel 5, vierde lid, schriftelijk en gemotiveerd
                                gedurende een termijn van ten hoogste vier weken in de gelegenheid
                                om de vastgestelde gebreken te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad doet van een besluit als bedoeld in het
                                vorige lid mededeling aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de raad stuurt een voorstel door naar het college
                                of naar de burgemeester indien het een onderwerp betreft dat niet
                                tot de bevoegdheid van de raad behoort maar wel valt onder de
                                bevoegdheid van deze bestuursorganen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter van de raad doet onmiddellijk mededeling aan de
                                vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 5, lid 4 van een
                                doorzending conform artikel 6, lid 4 onder vermelding van het
                                betreffende bestuursorgaan. Het betreffende bestuursorgaan hanteert
                                bij de behandeling van het voorstel de termijnen conform artikel 8,
                                lid 4.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanspreekpunt burgerinitiatief</titel></kop><al>De griffie is voor de initiatiefnemers en overige belangstellenden het
                            aanspreekpunt met betrekking tot het ingediende burgerinitiatief tijdens
                            de afhandelingsprocedure.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Procedure agenderen en horen van bestuursorganen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad beslist in zijn eerstvolgende vergadering na ontvangst van
                                het burgerinitiatief of na ontvangst van de aanvulling ingevolge
                                artikel 6, tweede lid, over het al dan niet in behandeling nemen en
                                de verdere procedure daarvan van het burgerinitiatief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad het burgerinitiatief in behandeling neemt, stelt hij
                                tegelijkertijd vast of dit raakt aan de bevoegdheden en taken van de
                                burgemeester of het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Is het vorenstaande het geval, dan worden deze bestuursorganen in de
                                gelegenheid gesteld hun visie kenbaar te maken. De raad kan
                                overigens ook in overige gevallen een burgerinitiatief voor
                                preadvies voorleggen aan het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vindt
                                plaats binnen acht weken nadat de raad heeft besloten om het
                                burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze termijn kan ten
                                hoogste vier weken worden verlengd. Verder uitstel is mogelijk voor
                                zover de indiener van het burgerinitiatief daarmee instemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Procedure behandeling in raadscommissie en/of
                                raadsvergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de raad stelt één of meer van de
                                vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 5, vierde lid, in de
                                gelegenheid het burgerinitiatief toe te lichten in de een
                                raadscommissie waarin de beraadslaging over het initiatief
                                plaatsvindt en om eventuele vragen uit de commissie te
                                beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter van de raad kan één of meer vertegenwoordigers als
                                bedoeld in het eerste lid toestemming geven om deel te nemen aan de
                                beraadslaging in de raad over het burgerinitiatief.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Publicatie en openbaarheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat de raad besloten heeft over het burgerinitiatief, draagt de
                                voorzitter van de raad er zorg voor dat het raadsbesluit:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen twee weken wordt meegedeeld aan de vertegenwoordigers
                                        bedoeld in artikel 5, vierde lid;</al></li><li nr="b."><al>binnen drie weken wordt gepubliceerd in het Ommer Nieuws op
                                        de gemeentelijke pagina.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de raad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het
                                burgerinitiatief besluit, deelt de voorzitter van de raad de in
                                artikel 5, vierde lid genoemde vertegenwoordigers in de onder lid 1
                                sub a genoemde brief tevens mee bij welke medewerker van de gemeente
                                Ommen de vertegenwoordiger nadere toelichting kan inwinnen over de
                                verdere uitvoering daarvan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Jaarlijks verslag</titel></kop><al>De burgemeester brengt over elk jaar, in het kader van het
                            burgerjaarverslag, mede verslag uit over de werking van het recht op
                            burgerinitiatief in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Evaluatie en bijstelling</titel></kop><al>De raad evalueert om de 2 jaar de werking van het burgerinitiatief en
                            besluit desgewenst tot bijstelling van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt zes weken na de dag van bekendmaking in
                            werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening burgerinitiatief
                            Ommen”</al></artikel></regeling-tekst><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Ommen/i148917.pdf">Formulieren Verordening burgerinitiatief Ommen</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting Verordening Burgerinitiatief</label></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>Met het burgerinitiatief krijgt de burger de mogelijkheid om rechtstreeks,
                    zonder tussenkomst of medewerking van raadsleden, een voorstel op de agenda van
                    de gemeenteraad te plaatsen. Binnen een gegarandeerde termijn wordt dit voorstel
                    besproken in de raadsvergadering en volgt besluitvorming. Het burgerinitiatief
                    kan niet zonder toestemming van de initiatiefnemers worden bijgesteld of
                    afgezwakt. De initiatiefnemers hebben daarbij een actieve inbreng doordat zij in
                    de vergadering van een raadscommissie een toelichting kunnen geven, vragen
                    kunnen beantwoorden en soms ook nog deelnemen aan de beraadslaging in de
                    raad.</al><al/><al>Van de initiatiefnemers wordt verwacht dat zij zich terdege verdiepen in de
                    materie om zodoende met een zo concreet mogelijk voorstel te komen. Zij zullen
                    moeten onderzoeken wat er allemaal nodig is om het plan te realiseren. Daardoor
                    zal het inzicht van de burger in het bestuurlijke besluitvormingsproces groter
                    worden. Daarnaast komt bij een burgerinitiatief helder naar voren hoe breed de
                    maatschappelijke steun is voor een bepaald plan.</al><al/><al>Met het burgerinitiatief wordt het democratische gehalte van de lokale overheid
                    vergroot en zal de kwaliteit van bestuur naar verwachting toenemen.</al><al/><al>In de verordening wordt de formele procedure voor het burgerinitiatief
                    vastgelegd. </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijving</vet></al><al>Hierin wordt onder meer een duidelijke definitie gegeven voor het begrip
                    burgerinitiatief. De nadere voorwaarden die gesteld worden aan een dergelijk
                    initiatief worden in de daarna volgende artikelen opgenomen. De overige
                    onderdelen spreken voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Initiatiefgerechtigden</vet></al><al>Burgerinitiatief is mogelijk voor ingezetenen van 18 jaar en ouder.
                    Jongerenparticipatie is in een apart voorstel opgenomen en is dan ook niet in
                    deze verordening meegenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Onderwerpen van het burgerinitiatief</vet></al><al>In dit artikel wordt bepaald waarover een burgerinitiatief moet gaan. Omdat de
                    gemeenteraad het besluit moet nemen op het voorstel, ligt het voor de hand dat
                    het moet gaan over onderwerpen waarin de raad ook bevoegd is.</al><al>Een aantal onderwerpen lenen zich niet voor het burgerinitiatief. Deze zijn dan
                    ook uitgesloten. Het gaat dan bijvoorbeeld om een voorstel dat in strijd is met
                    de wet, de interne bedrijfsvoering van de gemeente, de benoeming van personen,
                    een voorstel waaromtrent al diverse procedures lopen of voorstellen die
                    feitelijk moeten worden aangemerkt als een bezwaarschrift of een klacht.
                    Uitgesloten worden ook onderwerpen waarover korter dan twee jaar voor indiening
                    van het burgerinitiatief door het gemeentebestuur een besluit is genomen. Onder
                    gemeentebestuur wordt in dit verband niet enkel de raad bedoeld maar ook het
                    college of de burgemeester. Door deze uitsluiting wordt voorkomen dat er “oude
                    koeien uit de sloot worden gehaald”. Beoogd wordt dat er vooral frisse
                    vernieuwende ideeën komen van de burgers.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Indieningsvoorwaarden</vet></al><al>Het burgerinitiatief dient een zekere aantoonbare steun te hebben onder de
                    bevolking. Veel zaken die voor burgers belangrijk genoeg kunnen zijn voor een
                    burgerinitiatief spelen zich af in de directe woon- en leefomgeving en hebben
                    vaak geen, of slechts een beperkte bovenwijkse uitstraling. </al><al>Verder leert de ervaring die inmiddels in Nederland is opgedaan met het
                    burgerinitiatief, dat gemiddeld nog geen twee keer per jaar per gemeente een
                    dergelijk voorstel wordt ingediend. Daarom wordt een niet te hoog aantal
                    ondersteuners voor het burgerinitiatief geëist, te weten 50.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Vormvoorschriften</vet></al><al>Een burgerinitiatief moet een zo concreet mogelijk voorstel bevatten, voorzien
                    van een argumentatie. Daarbij moet men ingaan op de volgende punten:</al><lijst><li nr="·"><al>Doel: wat wil men bereiken?</al></li><li nr="·"><al>Middelen: wat moet worden gedaan of nagelaten om het doel te
                            bereiken?</al></li><li nr="·"><al>Uitvoering: wat is daarvoor nodig, welke stappen moeten worden
                            gezet?</al></li><li nr="·"><al>Globale raming van de kosten.</al></li></lijst><al/><al>Vooral het inschatten van de kosten is voor burgers lastig. Het is echter zinvol
                    deze laatstgenoemde eis te stellen. Dit bevordert dat initiatiefgerechtigden
                    zich beraden over de vraag of het belang van hun voorstel opweegt tegen de
                    kosten die daarmee gepaard gaan. Hiermee wordt voorkomen dat al te gemakkelijk
                    “verlanglijstjes” worden ingediend. Initiatiefnemers dienen gebruik te maken van
                    een formulier met daarbij een handtekeningenlijst. Het formulier moet volledig
                    worden ingevuld en ondertekend. Er mag niet worden gewerkt met losse lijsten van
                    ondersteuners. De lijst bevat handtekeningen met de daarbij behorende namen,
                    adressen en geboortedata. Dit bevordert dat een voorstel volledig is en dat de
                    lijst van ondersteuners inzichtelijk is.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Ontvankelijkheidstoets</vet></al><al>Ingekomen initiatieven worden getoetst aan de hierboven vermelde inhoudelijke en
                    formele criteria. De voorzitter van de raad verricht deze toetsing. Indien
                    gebreken worden geconstateerd, geeft de voorzitter van de raad de indieners
                    gedurende maximaal vier weken de gelegenheid om de gebreken te herstellen. Het
                    is immers niet gewenst dat burgerinitiatieven om louter formele redenen buiten
                    behandeling worden gelaten. </al><al>Een burgerinitiatief waarin de gemeenteraad niet bevoegd is en dat wordt
                    doorgestuurd aan het college of aan de burgemeester, is geen burgerinitiatief
                    als bedoeld in artikel 1 van de verordening. Het college of de burgemeester
                    behandelen deze voorstellen op de gebruikelijke wijze, waarbij wel de
                    behandelingstermijnen als bedoeld in artikel 8, lid 4 worden gehanteerd.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Aanspreekpunt burgerinitiatief</vet></al><al>De griffie van de raad is voor de initiatiefnemer en overige belangstellenden
                    het aanspreekpunt met betrekking tot het ingediende burgerinitiatief gedurende
                    de afhandelingsprocedure.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Procedure agenderen en horen van bestuursorganen</vet></al><al>De raad stelt vervolgens de procedure van de behandeling vast en kan kiezen uit
                    de volgende alternatieven:</al><lijst><li nr="·"><al>de raad neemt het voorstel niet in behandeling omdat het niet voldoet
                            aan artikel 4 (het aantal ondersteuners van het burgerinitiatief is te
                            laag) of omdat sprake is van een uitgesloten onderwerp als bedoeld in
                            artikel 3, tweede lid;</al></li><li nr="·"><al>de raad onderzoekt of de tekortkomingen in de vormvoorschriften als
                            bedoeld in artikel 5, ook na het geven van de hersteltermijn als bedoeld
                            in artikel 6, dermate ernstig zijn waardoor hij moet besluiten het
                            burgerinitiatief niet in behandeling te nemen;</al></li><li nr="·"><al>de raad neemt het voorstel direct zelf in behandeling;</al></li><li nr="·"><al>de raad neemt het voorstel in behandeling nadat de burgemeester of het
                            college hun visie kenbaar hebben gemaakt (dit in het geval het voorstel
                            ook de bevoegdheden van deze bestuursorganen raakt);</al></li><li nr="·"><al>de raad neemt het voorstel in behandeling na het ontvangen van een
                            preadvies van het college (dit in het geval de raad ervoor heeft gekozen
                            een preadvies te vragen aan het college).</al><al/></li></lijst><al>Ter bevordering van een spoedige besluitvorming zijn termijnen </al><al>pgenomen waarbinnen het besluit op het burgerinitiatief moet zijn genomen. De
                    gebruikelijke termijn te rekenen vanaf het moment waarop de raad heeft besloten
                    om het voorstel te behandelen, bedraagt acht weken. Er kan een verlenging worden
                    gedaan van vier weken. Daarna kan alleen met toestemming van de initiatiefnemer
                    verdere verlenging van de afhandelingstermijn plaatsvinden. Daarbij is
                    aangesloten bij de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. Uitgangspunt is
                    dat het niet aannemelijk is dat het gemeentebestuur via het burgerinitiatief met
                    wensen wordt geconfronteerd, die niet eerder bekend waren bij het ambtelijk
                    apparaat of bij het college. Daarnaast zullen burgerinitiatieven veelal gaan
                    over aangelegenheden van praktische aard (voorzieningen in de wijk,
                    leefomgeving). Daarom zal het over het algemeen geen onoverkomelijke opgave zijn
                    om de burgerinitiatieven binnen een korte periode af te handelen en hierop een
                    besluit te nemen.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Procedure behandeling in raadsvergaderingen</vet></al><al>De initiatiefnemer en zijn vertegenwoordigers worden in de gelegenheid gesteld
                    om het voorstel in een raadscommissie toe te lichten, vragen uit de commissie te
                    beantwoorden en soms ook nog deel te nemen aan de beraadslaging in de raad.
                    Indien een preadvies is gevraagd van het college wordt hiervoor de gebruikelijke
                    procedure gevolgd en wordt de desbetreffende portefeuillehouder in de
                    gelegenheid gesteld het standpunt toe te lichten en vragen uit de raad te
                    beantwoorden.</al><al/><al>Het introduceren van een instrument als onderhavige wekt verwachtingen bij de
                    burgers. De raad zal een burgerinitiatief dan ook uiterst serieus nemen en niet
                    lichtvaardig terzijde zetten. De raad blijft echter het bevoegde bestuursorgaan
                    dat de besluiten neemt en daarvoor de volle verantwoordelijkheid draagt. Tegen
                    besluiten van de raad op een burgerinitiatief is geen bezwaar of (hoger) beroep
                    mogelijk in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 6.3 Awb).</al><al/><al><vet>Artikel 10 Publicatie en openbaarheid</vet></al><al>Nadat het besluit is genomen, stelt de raad de vertegenwoordigers van het
                    burgerinitiatief schriftelijk hiervan op de hoogte. Indien hij geheel of
                    gedeeltelijk van het initiatief is afgeweken motiveert hij dit. Indien het
                    initiatief is overgenomen, worden de vertegenwoordigers geïnformeerd wanneer de
                    uitvoering wordt gestart en wie daarvoor de contactpersoon binnen de
                    gemeentelijke organisatie is.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Jaarlijks verslag</vet></al><al>Jaarlijks brengt de voorzitter van de raad in het kader van het
                    burgerjaarverslag mede verslag uit over de werking van het recht op
                    burgerinitiatief in de praktijk.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Evaluatie en bijstelling</vet></al><al>De ervaring leert dat gemiddeld in Nederland nog geen twee burgerinitiatieven
                    per jaar worden ingediend. Daarom is ervoor gekozen om de evaluatie door de
                    gemeenteraad van deze regeling om de twee jaar te laten plaatsvinden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>