<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR228691_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voor de raadscommissies</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Moerdijkse Bode week 45, 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voor de raadscommissies</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 82 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voor de raadscommissies</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de volgende regeling:</al><al/><al>VERORDENING VOOR DE RAADSCOMMISSIES VAN DE GEMEENTE MOERDIJK</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>beeldvormende commissievergadering: een bijeenkomst van de leden
                                    van de betreffende commissie waarin de voor een raadsvergadering
                                    te agenderen onderwerpen in het algemeen op informerende wijze
                                    worden besproken;</al></li><li nr="b."><al>meningsvormende commissievergadering: een bijeenkomst van de
                                    leden van de betreffende commissie, waarin over de voor een
                                    raadsvergadering te agenderen onderwerpen in het algemeen
                                    argumenten worden uitgewisseld en meningen worden gevormd.
                                    Hierin wordt gevraagd of deze voorstellen rijp zijn voor
                                    besluitvorming door de raad en of deze voorstellen tot sterstuk
                                    c.q. besluitstuk kunnen worden verklaard;</al></li><li nr="c."><al>sterstuk: voorstel waarover tijdens de raadsvergadering naar
                                    verwachting geen verdere discussie nodig zal zijn;</al></li><li nr="d."><al>lid: raadsleden en burgerleden die door de fractie zijn
                                    voorgedragen;</al></li><li nr="e."><al>voorzitter: voorzitter van de raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="f."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="g."><al>commissieagenda-overleg: bestaat uit de voorzitters van de
                                    raadscommissies en de griffier.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling en taken van raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij aanvang van elke nieuwe raadsperiode stelt de raad één of
                                meerdere raadscommissies in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beeldvormende raadscommissie bereidt de behandeling van een
                                onderwerp in de meningsvormende raadscommissie voor en richt zich op
                                het vergaren van informatie, tenzij het presidium bepaalt dat
                                behandeling in de beeldvormende vergadering niet noodzakelijk
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De meningsvormende raadscommissie bereidt de besluitvorming in de
                                raad voor en richt zich op het verkrijgen van een goed inzicht in de
                                meningen, ideeën, voor- en nadelen of argumenten pro en contra van
                                een onderwerp of voorstel zodat bij de raadsvergadering tot een
                                gewogen oordeel gekomen kan worden, tenzij het presidium bepaalt dat
                                behandeling in de meningsvormende vergadering niet noodzakelijk
                                is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De meningsvormende raadscommissie kan uit eigen beweging advies
                                uitbrengen aan de raad over zaken, die betrekking hebben op het
                                werkgebied van de commissie;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raadscommissie voert overleg met het college of de burgemeester
                                in zijn hoedanigheid als portefeuillehouder over in ieder geval door
                                het college of burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                                bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Regel is dat de commissies bestaan uit tenminste 1 lid van elke
                                raadsfractie. Elke fractie heeft de mogelijkheid om maximaal drie
                                leden, waarvan desgewenst een burgerlid als bedoeld in lid 4 ter
                                aanwijzing als lid van één van de commissies voor te dragen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op bindende
                                voordracht van de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een burgerlid aanvaardt zijn benoeming schriftelijk en verklaart
                                zich te houden aan de bepalingen zoals genoemd in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een eventuele plaatsvervanging van een commissielid, tevens zijnde
                                raadslid wordt vanuit de fractie geregeld. Bij een plaatsvervanging
                                wordt vooraf aan de vergadering melding gedaan aan de griffier.
                                Plaatsvervanging van een burgerlid is niet mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een burgerlid heeft toegang tot de leeskamer van de raad en heeft
                                inzage in stukken die de overige leden van de commissie waarin deze
                                is benoemd kunnen inzien en die aan hen worden toegezonden en heeft
                                het recht inzage te nemen van stukken die in een besloten
                                vergadering van de commissie waarin deze is benoemd aan de orde
                                kunnen komen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het burgerlid is verplicht tot geheimhouding indien en voor zover
                                voor de overige commissieleden deze verplichting geldt.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het burgerlid neemt met betrekking tot de in de leeskamer
                                gedeponeerde stukken dezelfde zorgvuldigheid in acht als van de
                                raadsleden wordt verwacht. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beeldvormende vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beeldvormende vergaderingen hebben als doel het verkrijgen van alle
                                informatie door de commissieleden die nodig is voor een goede
                                meningsvorming en voor de uiteindelijke beslissing in de
                                raadsvergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Informatie betreffende het aan de orde zijnde onderwerp kan worden
                                gegeven door de deelnemers aan een beeldvormende vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tijdens beeldvormende vergaderingen vergaren de commissieleden
                                informatie door in gesprek te gaan met alle deelnemers en onthouden
                                de commissieleden zich van het uitspreken over of het aanduiden van
                                een oordeel inzake het onderhavige onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgers, belanghebbenden en het college hebben het recht om aan een
                                beeldvormende vergadering deel te nemen. Zij onderwerpen zich
                                daarbij aan de vergaderorde en de overige regels die de voorzitter
                                hun op grond van artikel 6 oplegt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Beeldvormende vergaderingen worden door de voorzitter afgesloten met
                                een formulering van een advies aan het commissieagenda-overleg, dat
                                kan luiden:</al><lijst><li nr="a."><al>Er is voldoende informatie over het aan de orde zijnde
                                        onderwerp voorhanden en kan al dan niet na verdere
                                        uitwerking of voorbereiding door het college in de
                                        meningsvormende commissie besproken worden;</al></li><li nr="b."><al>Er is onvoldoende informatie over het aan de orde zijnde
                                        onderwerp en moet in een volgende beeldvormende
                                        commissievergadering opnieuw aan de orde komen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Meningsvormende vergaderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Meningsvormende vergaderingen hebben als doel het beraadslagen
                                    door de commissieleden over mogelijke standpunten ten aanzien
                                    van aan de orde zijnde onderwerpen.</al></li><li nr="2."><al>In beginsel nemen het college en de burgemeester geen deel aan
                                    de in het eerste lid bedoelde beraadslagingen bij onderwerpen,
                                    welke in een beeldvormende commissievergadering aan de orde zijn
                                    geweest. Het college en de burgemeester kunnen aan de in het
                                    eerste lid bedoelde beraadslagingen deelnemen indien het
                                    voorstel of onderwerp van het college afkomstig is en niet in
                                    een beeldvormende commissievergadering aan de orde is geweest.
                                    Op uitnodiging van de voorzitter kan het college of de
                                    burgemeester ook aan andere beraadslagingen deelnemen.</al></li><li nr="3."><al>Burgers en belanghebbenden hebben in meningsvormende
                                    vergaderingen in beginsel geen spreekrecht, tenzij de voorzitter
                                    hen het recht op spreekrecht, overeenkomstig artikel 20,
                                    verleent. Daarnaast kunnen burgers en belanghebbenden aan de
                                    beraadslagingen deelnemen indien de raadscommissie dat op grond
                                    van artikel 10 lid 2 toestaat.</al></li><li nr="4."><al>Meningsvormende vergaderingen worden door de voorzitter
                                    afgesloten met een formulering van een advies aan de raad, dat
                                    kan luiden:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan de orde zijnde onderwerp is voldoende besproken
                                            en rijp voor besluitvorming in de raad (sterstuk);</al></li><li nr="b."><al>het aan de orde zijnde onderwerp is voldoende besproken
                                            en rijp voor besluitvorming in de raad, doch vereist nog
                                            debat in de raadsvergadering;</al></li><li nr="c."><al>het aan de orde zijnde onderwerp is nog onvoldoende
                                            besproken en moet al dan niet na verdere uitwerking of
                                            voorbereiding door het college in een volgende
                                            meningsvormende vergadering opnieuw aan de orde
                                            komen.</al><al>De commissie brengt dit advies schriftelijk uit aan de
                                            raad, welke wordt meegestuurd met destukken voor de
                                            raadsvergadering, waarin het onderwerp van advies zal
                                            worden behandeld.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een commissievoorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd
                                voor de duur van de zittingsperiode van de raad. De plaatsvervanging
                                van de voorzitter vindt als regel plaats bij wijze van onderlinge
                                vervanging van de voorzitters. Indien onderlinge vervanging niet
                                mogelijk is, wijst de commissie op ad hoc basis een voorzitter uit
                                zijn midden aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de bijeenkomst;</al></li><li nr="b."><al>het uitnodigen van aanwezigen deel te nemen aan de
                                        beraadslagingen;</al></li><li nr="c."><al>het verlenen van het woord aan de deelnemers;</al></li><li nr="d."><al>het formuleren van nog openstaande vragen;</al></li><li nr="e."><al>het formuleren en vastleggen van de toezeggingen;</al></li><li nr="f."><al>het concluderen dat het onderwerp:</al><lijst><li nr="-"><al>is afgedaan;</al></li><li nr="-"><al>nogmaals wordt geagendeerd voor een volgende
                                                bijeenkomst;</al></li><li nr="-"><al>kan worden geagendeerd voor de meningsvormende
                                                commissievergadering;</al></li><li nr="-"><al>rijp is voor besluitvorming door de raad en kan
                                                worden geagendeerd voor de raadsvergadering als
                                                sterstuk c.q. als bespreekstuk;</al></li><li nr="-"><al>in handen wordt gesteld van het college.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="h."><al>het doen naleven van deze verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid en de voorzitter eindigt in ieder
                                geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet
                                meer voldoen aan in artikel 3, derde en vierde lid gestelde
                                eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid of de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij
                                doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat
                                een maand na schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun
                                opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 3 en 6.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Griffier</titel></kop><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie zijn de griffier en
                            eventueel een door de griffier aan te</al><al>wijzen griffiemedewerker in iedere vergadering aanwezig.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanwezigheid overige deelnemers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester, de wethouders, de secretaris en eventueel de
                                ambtelijke vertegenwoordigers zijn aanwezig bij een beeldvormende
                                commissievergadering indien de aan de orde zijnde onderwerpen
                                respectievelijk voorstellen betrekking hebben op zijn of haar
                                portefeuille.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de
                                secretaris, al dan niet op hun verzoek, uitnodigen bij de
                                behandeling van een bepaald onderwerp in de meningsvormende
                                commissievergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel
                                te nemen als bedoeld in artikel 5 lid 2.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de portefeuillehouder door de voorzitter niet uitgenodigd is
                                voor de behandeling van een bepaald onderwerp in een meningsvormende
                                commissievergadering, dan hebben de leden het recht om tot 24 uur
                                voor de vergadering de griffier te verzoeken de portefeuillehouder
                                voor de vergadering uit te nodigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overige deelnemers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de beeldvormende commissie kunnen burgers en belanghebbenden aan
                                de bespreking deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De meningsvormende commissie kan bepalen dat anderen dan de in de
                                vergaderingen aanwezige leden van de raadscommissie, voorzitter,
                                burgemeester, wethouders en secretaris aan de beraadslagingen
                                deelnemen. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de
                                voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten
                                aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een begin wordt
                                gemaakt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Plaats en tijdstip vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beeldvormende commissievergaderingen vinden plaats volgens
                                    een door het presidium vastgesteld schema, beginnen om 19.30 uur
                                    en vinden plaats in het gemeentehuis of op locatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De meningsvormende commissievergaderingen vinden in de regel
                                    plaats eenmaal in de 6 weken volgens een door het presidium
                                    vastgesteld schema, beginnen om 19.30 uur en vinden in het
                                    algemeen plaats in het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien er een tweede bijeenkomst van dezelfde vergadering wordt
                                    gehouden, wijst de voorzitter na overleg met de leden voor
                                    sluiting van de eerste bijeenkomst een dag en aanvangsuur voor
                                    de tweede bijeenkomst aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of twee fracties schriftelijk met opgaaf van
                                    reden daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Commissieagenda-overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het commissieagenda-overleg heeft tot taak het voorlopig
                                    vaststellen van de agenda’s van de raadscommissies en het
                                    zorgdragen voor een goede onderlinge afstemming tussen de
                                    commissies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van het commissieagenda-overleg overleggen via de
                                    e-mail, tenzij een van de voorzitters of de griffier het
                                    beleggen van een vergadering nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van het commissieagenda-overleg hebben elk één stem in
                                    het commissieagenda-overleg.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de raad kan de vergaderingen van het
                                    commissieagenda-overleg bijwonen. De griffier is in elke
                                    vergadering van het commissieagenda-overleg aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                    onderwerp behandeld in de raadscommissie, die het onderwerp het
                                    meest aangaat, tenzij het commissieagenda-overleg besluit tot
                                    behandeling in een gezamenlijke vergadering van de betreffende
                                    raadscommissies.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                    belegd als bedoeld in lid 5, bepalen de voorzitters van de
                                    betreffende raadscommissies in onderling overleg wie de taken
                                    van de voorzitter zal vervullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, c.q. de griffier namens de voorzitter, roept alle
                                    leden en anderen, ten minste elf dagen voor het houden van de
                                    bijeenkomst op. Voorafgaande aan de beeldvormende
                                    commissievergadering zal de griffier in overleg met de
                                    voorzitter mede op advies van de vakafdeling nagaan welke
                                    overige deelnemers worden uitgenodigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken en stukken welke vertrouwelijk ter
                                    inzage zijn gelegd, worden tegelijkertijd met de schriftelijke
                                    oproep aan de leden toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep een aanvullende voorlopige agenda
                                    opstellen. Deze wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur
                                    voor aanvang van de vergadering aan de leden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stellen de leden de agenda vast.
                                    Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    bij vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of voorzitter kan de raadscommissie de
                                    volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De stukken, welke ter toelichting van de onderwerpen of
                                    voorstellen op de agenda dienen, worden tenminste elf dagen
                                    voorafgaand aan de dag van de vergadering ter inzage gelegd in
                                    het gemeentehuis en voor zover het aanvullende voorstellen
                                    betreft zo spoedig mogelijk. Indien na het verzenden van de
                                    schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt
                                    hiervan mededeling gedaan aan de leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd blijven de
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in één of meer huis-aan-huisbladen, op de voor
                                    afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                    plaatsing op de gemeentelijke website bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaatsen waar een ieder de agenda
                                            en de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het deelnemen aan de beraadslagingen
                                            in beeldvormende commissies als bedoeld in artikel 4 en
                                            het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in
                                            artikel 20.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                    indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Zitplaatsen bij raadscommissievergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij beeldvormende commissievergaderingen nemen aan de
                                    vergadertafel in ieder geval plaats de voorzitter, de griffier,
                                    de portefeuillehouder(s) en (ambtelijke) adviseur(s).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij meningsvormende commissievergaderingen nemen aan de
                                    vergadertafel plaats de voorzitter, de leden en de
                                    griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor een zitplaats voor wethouders, de
                                    gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering
                                    zijn uitgenodigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                                    raadsfracties aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal raadsfracties aanwezig is, kan de voorzitter met
                                    een tussenperiode van tenminste 48 uur een nieuwe vergadering
                                    beleggen, waarin de dan aanwezige raadsfracties beraadslagen en
                                    besluiten over de geagendeerde onderwerpen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter alleen over
                                    niet geagendeerde aangelegenheden beraadslagen of besluiten,
                                    indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het
                                    aantal zitting hebbende raadsfracties aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Spreekrecht burgers bij meningvormende commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke aanwezige burger of belanghebbende kan bij het betreffende
                                    agendapunt gedurende maximaal vijf minuten het woord voeren,
                                    mits de voorzitter van de meningsvormende commissievergadering
                                    de burger respectievelijk belanghebbende vooraf toestemming
                                    heeft verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een besluit dan wel voorgenomen besluit van het gemeentebestuur
                                    waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan,
                                    tenzij er sprake is van ruimtelijke plannen, waarbij geen
                                    toepassing wordt gegeven aan het gestelde in artikel 20a van
                                    deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in die gevallen waarin er een hoorzitting als bedoeld in artikel
                                    20a van deze verordening wordt gehouden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                    personen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene
                                    wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    voor 12 uur op de dag waarop de vergadering wordt gehouden aan
                                    de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                    voeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    maximale lengte van de spreektijd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                    commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                    verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                    tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                                    van de inbreng van de burger of belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De spreker krijgt, nadat de beraadslaging in de eerste termijn
                                    heeft plaatsgevonden, nog eenmaal de gelegenheid hierop te
                                    reageren. Het eerste en vijfde lid zijn overeenkomstig van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>a Hoorzitting bij ruimtelijke plannen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Uitgangspunt is dat voorafgaande aan de behandeling van
                                    ruimtelijke plannen in de meningsvormende vergadering van de
                                    commissie Fysieke Infrastructuur een hoorzitting door de
                                    commissie Fysieke Infrastructuur gehouden wordt waar indieners
                                    van een zienswijze in de gelegenheid worden gesteld de
                                    zienswijzen mondeling toe te lichten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zodra het betreffende collegevoorstel ter behandeling in de
                                    gemeenteraad is aangeboden, belegt de voorzitter van de
                                    commissie Fysieke Infrastructuur voorafgaande aan de
                                    meningsvormende vergadering een hoorzitting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan de voorzitter van de commissie
                                    Fysieke Infrastructuur besluiten om de hoorzitting als bedoeld
                                    in lid 1 niet te houden. In dat geval wordt de indiener van een
                                    zienswijze daarvan schriftelijk in kennis gesteld en wordt hij
                                    geïnformeerd over de mogelijkheid om in te spreken in de
                                    meningsvormende commissievergadering waarin het betreffende
                                    ruimtelijke plan aan de orde komt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoorzitting als bedoeld in lid 1 wordt ingepland op een
                                    tijdstip dat is gelegen tenminste 5 werkdagen voordat de
                                    behandeling in de meningsvormende vergadering plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoorzitting is gericht op het nader toelichten en verbeteren
                                    van de informatie door indieners van een zienswijze, waarbij
                                    commissieleden om een nadere toelichting kunnen vragen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het horen van indieners van een zienswijze vindt plaats ten
                                    overstaan van de voorzitter en de leden van de commissie Fysieke
                                    Infrastructuur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Ter ondersteuning van de hoorcommissie is de griffier of een
                                    door de griffier aan te wijzen griffiemedewerker bij deze
                                    hoorzitting aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie Fysieke Infrastructuur kan
                                    bepalen dat de behandelend ambtenaar de hoorzitting
                                    bijwoont.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De hoorzitting is openbaar, tenzij de voorzitter anders
                                    besluit.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Van de hoorzitting wordt een zakelijke weergave opgesteld, welke
                                    wordt toegezonden aan degenen die een zienswijze hebben
                                    ingediend en aan de overige leden van de commissie Fysieke
                                    Infrastructuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Besluitenlijst en audioverslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier draagt zorg voor een besluitenlijst van de
                                    meningsvormende commissievergadering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De concept besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt,
                                    zo mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep voor de raadsvergadering. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden, de voorzitter en de overige deelnemers aan de
                                    beraadslagingen hebben het recht een voorstel tot wijziging aan
                                    de raadscommissie te doen, indien de concept besluitenlijst
                                    onjuistheden bevat. Een voorstel tot wijziging dient 48 uur voor
                                    de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de griffier te
                                    worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de namen van de voorzitter, de ter vergadering aanwezige leden,
                                    de griffier, de aanwezige portefeuillehouders, alsmede van de
                                    leden die afwezig waren;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het door de commissie uitgebrachte advies;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de door de portefeuillehouder(s) gedane toezeggingen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van
                                    die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 10
                                    lid 2 door de commissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                    beraadslagingen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De concept besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering
                                    vastgesteld, waarna deze door de voorzitter en de griffier wordt
                                    ondertekend. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich
                                    daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig
                                    mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt door plaatsing op de
                                    gemeentelijke website. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Elke meningsvormende commissievergadering wordt rechtstreeks via
                                    het internet uitgezonden. Het audioverslag blijft na de
                                    meningsvormende commissievergadering via internet beschikbaar
                                    voor een periode van vier jaar. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Van een beeldvormende commissievergadering wordt door de griffie
                                    geen schriftelijk of audioverslag gemaakt. De betrokken
                                    vakafdeling maakt een beknopt en zakelijk verslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aantal spreektermijnen meningsvormende commissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging in een meningsvormende commissie over een
                                    onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen,
                                    tenzij de raadscommissie of de voorzitter anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving van orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                    geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                    dit is gebeurd, over het aan de orde zijnde onderwerp het woord
                                    ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Over het voorstel als bedoeld in lid 4 wordt niet beraadslaagd.
                                    Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering
                                    onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij
                                    herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste
                                    drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Vragen van inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan het begin van elke meningsvormende commissievergadering is er
                                een vragenhalfuur voor het stellen van vragen aan leden van het
                                college van burgemeester en wethouders, tenzij er bij de griffier
                                geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan de voorzitter
                                in overleg met de raadscommissie bepalen dat het vragenhalfuur op
                                een ander tijdstip wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen meldt dit
                                48 uur voor aanvang van de vergadering onder aanduiding van het
                                onderwerp en de naam van de portefeuillehouder aan de griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur
                                aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende
                                nauwkeurig aangegeven acht of indien het onderwerp in de
                                commissievergadering van die dag aan de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vragen worden tijdens de commissievergadering door of namens het
                                college of het lid van het college aan wie de vragen zijn gesteld
                                mondeling beantwoord.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin de aangemelde onderwerpen
                                tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                                of meer vragen aan het lid van het college of het college te stellen
                                en een toelichting daarop te geven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Na de beantwoording door het lid van het college of het college
                                krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen
                                te stellen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Vervolgens kan de voorzitter aan de andere leden het woord verlenen
                                om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te
                                stellen over hetzelfde onderwerp.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                worden geen interrupties toegelaten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Besloten vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten
                            karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Toegang besloten vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besloten vergaderingen blijven te allen tijde toegankelijk voor
                                leden van de gemeenteraad, die geen deel uitmaken van de betreffende
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op uitnodiging van de voorzitter kunnen besloten vergaderingen ook
                                bijgewoond worden door leden van het college van burgemeester en
                                wethouders, alsmede door de gemeentesecretaris en de daartoe
                                aangewezen ambtenaren of andere externe adviseurs.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Verslaglegging besloten vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet
                                rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de commissieleden bij de
                                griffier ter inzage..</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering
                                neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar
                                maken van deze besluitenlijst. De vastgestelde besluitenlijst wordt
                                door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van een besloten vergadering welke alleen tot doel heeft de
                                besluitenlijst van de vorige besloten vergadering vast te stellen,
                                wordt geen besluitenlijst gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het
                            verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de
                            geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op een andere
                                wijze verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van
                            de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Aanhalingstitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Verordening voor de
                                    raadscommissies”.</al></li><li nr="2."><al>De verordening treedt in werking op <sup/>de dag na bekendmaking
                                    ervan.</al></li><li nr="3."><al>Op dat tijdstip vervalt de Verordening voor de raadscommissie
                                    van de gemeente Moerdijk, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van
                                    3 november 2011.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Moerdijk van 25 oktober 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raadsgriffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.D. Tiekstra J.P.M. Klijs</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> TOELICHTING OP DE VERORDENING VOOR DE RAADSCOMMISIES GEMEENTE
                        MOERDIJK</titel></kop><tussenkop>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al/><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moet worden</al><al>herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en samenstelling</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2 Instelling raadscommissies</tussenkop><al>Aan het begin van elke raadsperiode stelt de raad een of meerdere
                    raadscommissies in. De raad bepaalt daarbij ook over welke onderwerpen een
                    raadscommissie overlegt en adviseert aan de raad. De taken van de
                    raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet.
                    De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met
                    het college of de burgemeester. In Moerdijk wordt een onderscheid gemaakt in de
                    beeld- en de meningsvorming, hetgeen tot uitdrukking komt in twee verschillende
                    soorten commissies voorafgaand aan de besluitvorming in de raad. De
                    beeldvormende commissie bereidt de meningsvorming voor en de meningsvormende
                    commissie de besluitvorming in de raad. Het presidium bepaalt in een vroeg
                    stadium welke fasen van het besluitvormingsproces doorlopen moeten worden. Niet
                    alle onderwerpen zullen alle drie de fases van besluitvorming doorlopen. Een
                    technische aanpassing van een verordening kan bijvoorbeeld in de
                    raadsvergadering behandeld worden zonder voorafgaande commissiebehandeling.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigen beweging advies aan de raad uitbrengen. Ook dit
                    advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van een de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van een
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie na afstemming met
                    presidium over welke fasen van besluitvorming een voorstel doorloopt, bepaalt of
                    een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad
                    wordt besproken. Hierover vindt overleg plaats in het
                    commissieagenda-overleg.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling</tussenkop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 6 voor dat
                    een raadscommissie bestaat uit ten minste een lid per fractie. De verhoudingen
                    in de raadscommissies hoeven blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen
                    met de verhoudingen in de raad. Omdat raadscommissies niet gericht zijn op
                    besluitvorming is een getalsmatige inbreng, welke overeenkomt met de omvang van
                    de in de raad vertegenwoordigde fracties, niet relevant. Een evenwichtige
                    verdeling van het aantal leden per fractie over de commissies wordt voorop
                    gestaan. Om de omvang van de commissie beperkt te houden is geregeld dat
                    fracties maximaal 3 leden, waarvan desgewenst een burgerlid ter benoeming kunnen
                    voordragen. Zoals ook uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een
                    raadscommissie geen raadslid te zijn. Wel is er in deze bepaling vanuit gegaan
                    dat de fracties de in het eerste lid bedoelde leden voordragen. Op grond van het
                    vierde lid moeten raadsleden en burgerleden voldoen aan hetgeen is bepaald in de
                    artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat
                    zij achttien jaar moeten zijn, over een geldig verblijfstitel moeten beschikken,
                    hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13
                    mogen vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15.</al><al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in
                    staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt
                    het vijfde lid dat iedere fractie zorgdraagt voor een eventuele
                    plaatsvervanging. Voor de plaatsvervangende leden gelden dezelfde eisen als voor
                    het lid van een raadscommissie. Vervanging van burgerleden is niet
                    mogelijk.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Beeldvormende commissievergadering</tussenkop><al>Een goede beeldvorming is essentieel om tot zorgvuldige besluiten te komen. In
                    een beeldvormende vergadering spreken de leden met de deelnemers over hun
                    ideeën. Deelnemers aan een beeldvormende commissievergadering kunnen zijn: de
                    voorzitter, de griffier, het college inclusief ambtelijke ondersteuning, burgers
                    en belanghebbenden. Deze groep geeft informatie aan de commissieleden.</al><al>Met name voor het college is een actieve rol in deze vergadering weggelegd. Het
                    college zorgt er namelijk samen met de medewerkers voor dat alle relevantie
                    informatie tijdig en volledig aanwezig is. Om de bespreking van een onderwerp in
                    te leiden kan een portefeuillehouder of een medewerker een presentatie geven
                    over het onderwerp, waarop vervolgens door deelnemers kan worden
                    gereageerd.</al><al>Burgers en belanghebbenden hebben een laagdrempelige mogelijkheid om hun inbreng
                    te geven, want zij kunnen deelnemen aan de vergadering, mits zij zich houden aan
                    de aanwijzingen van de voorzitter. De fracties mogen in dit stadium nog geen
                    oordeel geven, maar kunnen wel vragen stellen.</al><al>Aan het einde van de discussie over een bepaald onderwerp geven de
                    commissieleden aan of de beeldvorming volledig is. Het advies van beeldvormende
                    vergaderingen is gelimiteerd tot twee opties.</al><al>Voor de voorzitter is een belangrijke rol in deze vergadering weggelegd. De
                    voorzitter formuleert de vervolgopdracht voor het college en bepaalt in overleg
                    met de commissie hoe een onderwerp verder moet worden uitgewerkt. Zo kan uit de
                    beeldvorming blijken dat sommige alternatieven nader uitgewerkt moeten worden of
                    dat er andere alternatieven zijn, die een uitwerking verdienen. De voorzitter
                    kan echter ook de opdrachtformulering beperken.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 meningsvormende commissievergadering</tussenkop><al>Het doel van een meningsvormende vergadering is, dat de fracties - zoals de term
                    zegt - een mening vormen over het onderwerp en dit met de andere fracties
                    uitwisselen om op basis van argumenten te proberen elkaars mening te beïnvloeden
                    of consensus te bereiken. Wanneer voorafgaand aan de meningsvorming de
                    beeldvormende fase over een onderwerp goed is verlopen, zouden de fracties over
                    alle relevante informatie moeten beschikken zodat het vragen van nadere
                    informatie tot de uitzondering zou moeten behoren. De inbreng van het college is
                    in deze vergadering beperkt. De fracties overleggen voornamelijk met
                    elkaar.</al><al>Voor zover er geen beeldvorming over een onderwerp heeft plaatsgevonden,
                    verdient het de voorkeur om nadere informatie zoveel mogelijk van te voren
                    tijdig schriftelijk op te vragen zodat die informatie bij de meningsvorming over
                    het betreffende onderwerp kan worden betrokken.</al><al>Tenslotte verdient het de voorkeur om moties (korte en gemotiveerde verklaringen
                    over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken)
                    over inhoudelijke onderwerpen eerst in de meningsvormende commissievergadering
                    te bespreken voor deze in een raadsvergadering in te brengen.</al><al>De inspraak van burgers kan alleen plaatsvinden na toestemming van de voorzitter
                    en wordt geregeld in artikel 20. In bijzondere gevallen kunnen burgers en
                    belanghebbenden na toestemming van de raadscommissie deelnemen aan de discussie
                    (zie ook artikel 10 lid 2).</al><al>Het advies dat de meningsvormende vergadering kan uitbrengen is gelimiteerd tot
                    de drie genoemde mogelijkheden. De voorzitter formuleert in overleg met de
                    commissie het commissieadvies aan de raad. Het presidium neemt een besluit over
                    de voorlopige agenda van de raadsvergadering, waarbij rekening met de
                    commissieadviezen wordt gehouden. Indien het onderwerp waarover een commissie de
                    raad heeft geadviseerd voor een raadsvergadering wordt geagendeerd, dan worden
                    de commissieadviezen aan de raadsleden met de stukken voor de raadsvergadering
                    meegestuurd.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Voorzitter</tussenkop><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie een raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 6,
                    eerste lid, dat de raad de voorzitters "uit zijn midden" benoemt. In deze
                    bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de raadscommissies door de
                    raad te laten benoemen.</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter geen lid van de raadscommissie.
                    Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op
                    zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie.</al><al>Het ligt voor de hand dat de voorzitter en de leden van de raadscommissie in de
                    eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling worden benoemd, aangezien
                    de zittingsperiode van de voorzitter en de leden aan het einde van de
                    zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 7, eerste lid). Aangezien het
                    echter niet altijd mogelijk zal zijn om de voorzitters direct na de verkiezingen
                    te benoemen, is er voor gekozen om geen termijn in artikel 6, eerste lid, op te
                    nemen. Hetzelfde geldt overigens voor artikel 3, tweede lid.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Zittingsduur en vacatures</tussenkop><al>De zittingsperiode van de raadsleden en fractieassistenten en de voorzitter is
                    even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege. De raad hoeft hen niet te
                    ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het (buitengewoon) lidmaatschap van een
                    raadscommissie eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de
                    in artikel 3, derde en vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd
                    op voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                    voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende
                    lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 3, eerste lid, recht op een eigen lid. De raad kan de
                    voorzitter van een raadscommissie ook zonder voorstel van een fractie ontslaan,
                    bijvoorbeeld indien deze voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid
                    van de raad bezit. Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van een
                    tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Griffier</tussenkop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door de griffier. De griffier is altijd
                    bij de vergaderingen van de raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen
                    deel aan de beraadslagingen, zij het dat een raadscommissie op grond van artikel
                    4 en 10 van deze verordening altijd de mogelijkheid heeft om hem aan de
                    beraadslagingen deel te laten nemen.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid overige deelnemers</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 9 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</tussenkop><al>Bij beeldvormende commissievergaderingen is het gewenst dat de collegeleden, de
                    burgemeester en secretaris bij het overleg aanwezig zijn om de raadsleden te
                    voorzien van informatie over een aan de orde zijnde onderwerp.</al><al>In principe nemen collegeleden en de burgemeester geen deel aan de
                    beraadslagingen in een meningsvormende commissievergadering indien een onderwerp
                    of voorstel in de beeldvormende commissievergadering behandeld is. Uitsluitend
                    op uitnodiging van de voorzitter kunnen zij deelnemen aan de beraadslagingen.
                    Bij andere onderwerpen kan het gewenst zijn dat een lid van het college, de
                    burgemeester of de secretaris wel deelneemt aan de meningsvormende
                    commissievergadering. De commissie kan per vergadering beslissen of de
                    aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de genodigde aan de beraadslagingen
                    mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat artikel 21, tweede lid, van
                    overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de grondslag. Dit geldt zowel
                    voor besloten als voor openbare vergaderingen. In openbare vergaderingen kunnen
                    collegeleden, de burgemeester en de secretaris uiteraard altijd aanwezig zijn.
                    Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de raadscommissie
                    hiermee instemt. In de regel zal de portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn
                    ten behoeve van het voeren van overleg en het uitoefenen van controle door de
                    raadscommissie.</al><al>Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling voor gekozen dat
                    de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing neemt omtrent de
                    aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de deelname aan de
                    beraadslagingen. De leden kunnen tot 24 uur voor aanvang van de vergadering via
                    de griffier om de aanwezigheid van de portefeuillehouder verzoeken wanneer de
                    voorzitter de portefeuillehouder niet voor een onderwerp heeft uitgenodigd. Als
                    de raadscommissie het niet met deze voorlopige beslissing van de voorzitter eens
                    is, kan zij bij aanvang van de vergadering anders beslissen. Een expliciete
                    beslissing bij iedere vergadering is niet nodig.</al><al>Als de raadscommissie niet aangeeft dat de aanwezigheid van het college niet
                    gewenst is, volstaat de beslissing van de commissievoorzitter.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Overige deelnemers</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op de leden van raadscommissies
                    en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen . Het gaat in deze
                    bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders
                    en de secretaris.</al><al>De burgemeester, de wethouders en de secretaris hebben op grond van de artikel 9
                    van deze verordening reeds het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen.
                    Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een
                    andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen tot wijziging
                    van het verslag, een voorstel te doen over de spreektijd of over de orde van de
                    vergadering.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</tussenkop><al/><tussenkop>Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 11 Plaats en tijdstip vergadering</tussenkop><al>Veelal zullen de vergaderingen van een raadscommissie plaatsvinden op een vaste
                    dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                    vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee
                    fracties hierom vragen. Indien een raadscommissie een hoorzitting wil houden,
                    kan de voorzitter gebruik maken van het vijfde lid en een andere dag,
                    aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg
                    voert met de griffier.</al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aangezien artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet hierin voorziet. In deze
                    bepaling wordt artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing
                    verklaard op raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van de
                    raadscommissies in de regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een
                    vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de voorzitter kan de
                    raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te vergaderen. Van een
                    besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar
                    is tenzij de raadscommissie anders beslist.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Commissieagenda-overleg</tussenkop><al>Het commissieagenda-overleg vervult een coördinerende rol bij de agendering van
                    zaken in de commissies en stelt de agenda’s van de raadscommissies voorlopig
                    vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie geschiedt
                    door de betreffende commissie bij aanvang van de vergadering. De voorzitters van
                    de raadscommissies adviseren het presidium door tussenkomst van de griffier over
                    de voorlopige agenda van de raad. Dit is bepaald in het reglement van orde voor
                    de raad. In het kader van de coördinerende rol van de voorzitter kan het in
                    verband met de afstemming van zaken wenselijk zijn dat hij een vergadering van
                    het commissieagenda-overleg bijwoont.</al><al>Het vijfde en zesde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere
                    commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke raadscommissie het
                    onderwerp besproken zal worden. Er is voor gekozen om de voorzitters van de
                    betrokken raadscommissies hierover zeggenschap te geven. In geval van een
                    gezamenlijke vergadering wordt door de commissievoorzitters in gezamenlijk
                    overleg bepaald wie de rol van voorzitter zal vervullen.. Afstemmingsoverleg en
                    het maken van praktische werkafspraken kunnen in het commissieagenda-overleg
                    plaatsvinden.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Oproep</tussenkop><al>De leden van een raadscommissie ontvangen tenminste elf dagen voor de
                    vergadering een oproep inclusief de agenda voor een vergadering en de
                    bijbehorende stukken tenminste zes dagen voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken waarop geheimhouding is
                    opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier worden ingezien
                    (artikel 15, derde lid). Vertrouwelijke stukken worden in de leeskamer
                    vertrouwelijk ter inzage gelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 De agenda</tussenkop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt het commissieagenda-overleg de agenda
                    voorlopig vast (artikel 12). Het versturen van de agenda is geregeld in artikel
                    13. In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld.
                    Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende rol
                    van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid.
                    Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp
                    of voorstel onvoldoende is voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het
                    college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het
                    college of de secretaris.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Binnen de gemeente Moerdijk
                    liggen de stukken op meerdere plaatsen ter inzage. In de openbare kennisgeving
                    wordt vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken blijven op het
                    gemeentehuis. De stukken waarop geheimhouding is opgelegd worden niet
                    toegezonden, maar kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel 15, derde
                    lid). Vertrouwelijke stukken worden in de leeskamer vertrouwelijk ter inzage
                    gelegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering bekend maken. De voorlopige agenda en
                    de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                    op de bij openbare kennisgeving aan te geven plaatsen ter inzage gelegd. Deze
                    bepaling geeft hier een regeling voor. Bij de herziening van deze verordening is
                    de verplichting opgenomen de agenda en bijhorende stukken voor zover digitaal
                    beschikbaar ook op internet te plaatsen. Dit is echter niet verplicht op grond
                    van de Gemeentewet.</al><al/><tussenkop>Paragraaf 2 Orde der vergaderingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 17 Presentielijst</tussenkop><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de griffier zijn
                    bedoeld om formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Zitplaatsen bij raadscommissievergaderingen</tussenkop><al>De griffier is overeenkomstig artikel 8 in elke vergadering aanwezig en heeft
                    daarom een eigen zitplaats. Bij beeldvormende commissievergaderingen zijn
                    commissieleden herkenbaar. Bij meningsvormende commissievergaderingen nemen de
                    commissieleden plaats achter de vergadertafel op vaste plekken en het publiek op
                    de publieke tribune. De voorzitter kan na overleg in het presidium de indeling
                    herzien, indien daartoe aanleiding bestaat. Op grond van artikel 9 kunnen
                    wethouders, de burgemeester en de gemeentesecretaris worden uitgenodigd om in de
                    vergadering aanwezig te zijn. Ook andere personen kunnen uitgenodigd worden om
                    in de vergadering aanwezig te</al><al>zijn. De griffier is de aangewezen persoon om voor een zitplaats voor hen te
                    zorgen.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Opening vergadering en quorum</tussenkop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 20
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                    raadsfracties aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan er worden
                    vergaderd.</al><al>Het tweede lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van de raadsfracties van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Overigens ligt
                    het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum
                    van een nieuwe vergadering.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 Spreekrecht burgers bij meningsvormende commissies</tussenkop><al>Voor beeldvormende commissievergaderingen is artikel 10 van kracht. Burgers
                    kunnen bij beeldvormende commissievergaderingen altijd zonder voorafgaande
                    aanmelding met de commissieleden discussiëren. Voor meningsvormende commissies
                    geldt het spreekrecht na toestemming van de voorzitter van de
                    raadscommissie.</al><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot de geagendeerde onderwerpen, mits
                    burgers en belanghebbenden toestemming hebben gekregen van de voorzitter om in
                    te spreken. Doordat het spreekrecht betrekking heeft op geagendeerde
                    onderwerpen, kan een burger alleen inspreken over onderwerpen die een
                    raadscommissie aangaan. Als een burger zich meldt voor een onderwerp dat een
                    andere raadscommissie aangaat, ligt het voor de hand dat de griffier de
                    betreffende persoon naar de juiste raadscommissie verwijst. De griffier overlegt
                    met de voorzitter of burgers dan wel belanghebbenden het recht van spreekrecht
                    wordt verleend.</al><al>Het burgerinitiatief is een instrument voor burgers om een niet-geagendeerd
                    onderwerp op de agenda van de raad- of commissie te plaatsen.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kunnen schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich voor 12.00 uur op de dag van de
                    vergadering melden bij de griffier.</al><al>In de verordening is er voor gekozen om burgers die inspreken een tweede termijn
                    te geven. Op basis van artikel 21, tweede lid, wordt het verslag toegezonden aan
                    de burgers die hebben ingesproken.</al><al/><tussenkop>Artikel 20a Hoorzitting bij ruimtelijke plannen</tussenkop><al>Hoewel wettelijk niet meer verplicht is er de behoefte om indieners van
                    zienswijzen op ontwerpbestemmingsplannen de gelegenheid te geven hun zienswijzen
                    ten overstaan van een hoorcommissie nader toe te lichten. </al><al>De indiener van een zienswijze krijgt de gelegenheid zijn zienswijze toe te
                    lichten, waarna ieder commissielid de gelegenheid krijgt verduidelijkende vragen
                    te stellen. Er wordt geen discussie gevoerd. De hoorzitting heeft als doel de
                    leden van de commissie extra informatie te verschaffen.</al><al>Er is voor gekozen de commissie fysieke infrastructuur aan te wijzen als
                    hoorcommissie </al><al>De beslissing om een hoorzitting <vet>niet</vet> plaats te laten vinden is in
                    handen van de voorzitter van de commissie Fysieke Infrastructuur gelegd. Dit zal
                    slechts in bijzondere gevallen gebeuren. Om commissieleden voldoende gelegenheid
                    te geven de aanvullende informatie te beoordelen wordt de hoorzitting tenminste
                    vijf werkdagen voorafgaand aan de meningvormende commissievergadering waarin het
                    betreffende bestemmingsplan wordt behandeld, gehouden. </al><al>Van de hoorzitting wordt een beknopt verslag gemaakt. </al><al/><tussenkop>Artikel 21 Besluitenlijst en audioverslag </tussenkop><al>Van de meningsvormende vergaderingen wordt onder zorg van de griffier een
                    besluitenlijst en een audioverslag gemaakt. De concept besluitenlijst wordt
                    tegelijkertijd met de schriftelijke oproep voor de raadsvergadering aan de leden
                    toegezonden. De voorzitter, de leden, en de overige deelnemers aan de
                    beraadslagingen hebben het recht een voorstel tot wijziging te doen. Een
                    voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de vergadering schriftelijk bij de
                    griffier ingediend. Het is aan de raadscommissie om te beslissen of een
                    voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de
                    raadscommissie de besluitenlijst vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk
                    voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad
                    van State). De griffier is verantwoordelijk voor de besluitenlijst. Na
                    vaststelling van de besluitenlijst ondertekenen de voorzitter en de griffier
                    deze. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar
                    gemaakt door plaatsing op de gemeentelijke website.</al><al>Meningvormende commissievergaderingen worden via internet uitgezonden. De opname
                    van deze uitzending blijft gedurende de in de verordening vastgestelde periode
                    via internet te beluisteren. Van beeldvormende vergaderingen wordt door de
                    griffie geen schriftelijk of audioverslag gemaakt. De betrokken afdeling maakt
                    een beknopt en zakelijk verslag.</al><al/><tussenkop>Artikel 22 Aantal spreektermijnen bij meningsvormende
                    commissies</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de raadsleden in de eerste en tweede termijn. </al><al>Een verzoek van een raadslid om na afloop van de tweede termijn nog een korte
                    reactie te geven, hoeft de voorzitter niet te honoreren. Indien de commissie van
                    mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij
                    daartoe uitdrukkelijk besluiten.</al><al/><tussenkop>Artikel 23 Voorstellen van orde</tussenkop><al>Ieder lid heeft altijd het recht om een voorstel van orde te doen. De beslissing
                    of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de betreffende
                    raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging,
                    besloten door een raadscommissie. Bij staken van de stemmen is het voorstel niet
                    aangenomen, (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van toepassing).
                    Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor
                    een (overleg) pauze.</al><al/><tussenkop>Artikel 24 Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Uiteraard zijn interrupties toegestaan voor zover de voorzitter bij een
                    overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van de raadscommissies zich
                    niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van
                    de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                    toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn de leden van
                    raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht
                    getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of
                    schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als
                    niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aan de orde
                    zijnde onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. Onder
                    interruptie wordt overigens niet verstaan: het geven van tekenen van goed- of
                    afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat
                    betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 33 van deze verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 25 Beraadslaging</tussenkop><al>Om de duur van vergaderingen te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en
                    kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 22).</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 5 Rechten van leden</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 26 Vragen van inlichtingen</tussenkop><al>Deze bepaling vormt een invulling van artikel 155, eerste lid, van de
                    Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Bewust is er gekozen voor een
                    algemene regeling van het vragenuur. In een dualistisch stelsel is het echter
                    niet meer vanzelfsprekend dat de ter zake kundige wethouder of de burgemeester
                    aanwezig is. Om die reden en omdat het de herkenbaarheid van de controlerende
                    taak van de raad ten goede komt, kan hiervoor een aparte gelegenheid gecreëerd
                    worden. De drempel om vragen te stellen wordt verlaagd en de media-aandacht voor
                    de lokale politiek kan worden vergroot. In het vragenuur krijgt de raad de
                    mogelijkheid om over vooraf ingebrachte onderwerpen (leden van) het college aan
                    de tand te voelen.</al><al>Het karakter van het vragenuur verschilt dan ook met die van het recht van
                    interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder
                    politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen
                    over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde
                    onderwerpen aan de orde komt.</al><al>Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het
                    door hen gevoerde bestuur. Er is voor gekozen om het vragenuur tijdens de
                    meningsvormende commissievergadering te houden omdat burgers en belanghebbenden
                    dan uitgesloten van de discussie zijn </al><al>In het tweede lid is een aanmeldingstermijn van 48 uur voor vragen opgenomen
                    vanwege het feit dat wethouders moeten worden uitgenodigd om antwoord te kunnen
                    geven op de vragen van raadsleden. </al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 6 Besloten vergadering</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 27 Algemeen</tussenkop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><tussenkop>Artikel 28 Toegang besloten vergaderingen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 29 Verslaglegging</tussenkop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijke besluitenlijst
                    wordt opgemaakt, die niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu een
                    raadscommissie anders beslist. Deze besluitenlijst ligt ter inzage bij de
                    griffier.</al><al/><tussenkop>Artikel 30 Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht.</al><al>Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet
                    nodig. Niet alleen een raadscommissie kan geheimhouding opleggen, maar ook de
                    voorzitter van een raadscommissie, het college en de burgemeester kunnen
                    geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens kan een raadscommissie
                    ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten aanzien van stukken
                    die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel
                    55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een
                    ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van
                    stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat
                    het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar opheft.</al><al/><tussenkop>Artikel 31 Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 30 blijkt kan de raad de geheimhouding die
                    een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze verordening is een
                    overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van
                    hoor en wederhoor.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 7 Toehoorders en pers</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 32 Toehoorders en pers</tussenkop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><al/><tussenkop>Artikel 33 Geluid- en beeldregistraties</tussenkop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al/><tussenkop>Artikel 34 Verbod gebruik mobiele telefoons</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel stand-by te laten
                    staan.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 8 Slotbepalingen</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 35 Uitleg verordening en artikel 36 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al><al/><al>Behoort bij besluit van de raad van Moerdijk</al><al>d.d. 25 oktober 2012,</al><al>mij bekend,</al><al>de raadsgriffier van Moerdijk</al></bijlage></regeling></body></cvdr>