<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR228371_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Participatiefonds</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Boekel &amp; Venhorst 17-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Participatiefonds</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, artikel 8.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, 149.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/016226 AB/009166</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Participatiefonds</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Raadsbesluit</al><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 21 augustus
                        2012</al><al>gelet op:</al><al>artikel 8 van de Wet werk en bijstand en artikel 149 van de Gemeentewet</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al>vast te stellen de</al><al>Verordening Participatiefond</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Belanghebbende</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>a.De inwoner van de gemeente Boekel van 18 jaar en
                                                ouder, niet zijnde een student, die een
                                                bijstandsuitkering ontvangt;</al><al>b.De inwoner van de gemeente Boekel van 18 jaar en
                                                ouder, niet zijnde een student, die een netto
                                                inkomen heeft dat gelijk is aan of minder dan 110%
                                                van de voor hem geldende bijstandsnorm;</al><al>c.Ouders/verzorgers met een bijstandsuitkering en/of
                                                een netto inkomen dat gelijk is aan of minder dan
                                                110% van de voor hen geldende bijstandsnorm met
                                                kinderen tot 18 jaar, voor wie kinderbijslag wordt
                                                ontvangen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Bijstandsuitkering</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Een uitkering op grond van de WWB, IOAW of
                                                IOAZ;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>College</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het college van burgemeester en wethouders van
                                                Boekel;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>IOAW</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>IOAZ</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>: </al></entry><entry colname="col3"><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Minimum inkomen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitkering op grond van de WWB, IOAW of IOAZ en/of
                                                een netto inkomen dat gelijk is aan of minder dan
                                                110% van de voor hem geldende bijstandsnorm;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Schoolgaande kinderen</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Kinderen van 12 tot 18 jaar die voltijd dagonderwijs
                                                volgen (voortgezet onderwijs als ook middelbaar
                                                beroepsonderwijs);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Student</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Studerende van 18 jaar en ouder die recht heeft op
                                                studiefinanciering op grond van de WSF2000;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Subsidiejaar</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Tijdvak van één jaar lopend van 1 januari tot 1
                                                januari van het jaar daarop volgend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Subsidieschooljaar</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Tijdvak van één schooljaar lopend van 1 juli tot 1
                                                juli van het jaar daarop volgend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>WWB</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet werk en bijstand.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doel</titel></kop><al>Het doel van het Participatiefonds is om inwoners van gemeente Boekel met
                        een minimum inkomen in staat te stellen deel te (blijven) nemen aan
                        sportieve, culturele en sociale activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><al>De in artikel 1 genoemde belanghebbende komt slechts voor een vergoeding
                            in aanmerking als:</al><lijst><li nr="1."><al>Het netto inkomen vanaf datum aanvraag, lager dan of gelijk is
                                    aan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm.</al></li><li nr="2."><al>Het vermogen niet meer bedraagt dan het vrij te laten vermogen
                                    zoals vermeld in artikel 34 lid 3 van de WWB. Behoudens vermogen
                                    in een in eigendom zelfbewoonde woning met bijbehorend erf. Dit
                                    laatste is niet van toepassing als belanghebbende
                                    vermogensrendementsheffing betaalt.</al></li><li nr="3."><al>Niet op een andere wijze subsidie of vergoeding voor de
                                    gedeclareerde activiteiten worden ontvangen of verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgrond</titel></kop><al>Geen recht op een vergoeding van de in deze verordening genoemde
                        voorzieningen heeft de belanghebbende die op het moment van aanvraag in
                        detentie verblijft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>De volgende voorzieningen komen voor vergoeding in aanmerking:</al><al/><al>a. sportieve, culturele en sociale activiteiten;</al><al>b. studiekosten voor schoolgaande kinderen;</al><al>c. zwemlessen voor kinderen in de leeftijd van 5 tot en met 7 jaar, die niet
                        in het bezit zijn van zwemdiploma A, exclusief borgbetalingen;</al><al>d. reiskosten in relatie tot de vergoeding van bovengenoemd onderdeel
                        c.;aanschaf computer voor schoolgaande kinderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Extra voorwaarden computerregeling</titel></kop><al>Voor de in artikel 5 onder e. genoemde voorziening gelden de volgende extra
                        voorwaarden:</al><al/><al>a. het netto inkomen is al minimaal twee jaar niet hoger dan 110% van de
                        voor hem geldende bijstandsnorm;</al><al>b. belanghebbende moet een offerte op laten maken en deze bij de aanvraag
                        indienen;</al><al>c. als belanghebbende nog geen gebruik maakt van het Participatiefonds moet
                        hij eerst hiervoor een aanvraag indienen;</al><al>d. eventuele meerkosten moet belanghebbende zelf aan de leverancier
                        betalen;</al><al>e. per gezin wordt maximaal 1 computer vergoed;</al><al>een aanvraag voor een computer kan eens per vijf jaar ingediend worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vergoeding kosten 65-plussers</titel></kop><al>Alleen personen van 65 jaar en ouder komen, naast de in artikel 5 genoemde
                        voorzieningen, ook voor vergoeding van de volgende voorzieningen in
                        aanmerking:</al><al>a. abonnement voor de telefoon;</al><al>b. abonnement voor krant of tijdschrift.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Automatische verlenging 65-plussers</titel></kop><al>Na een positief besluit op een aanvraag komt de categorie 65-plussers
                        jaarlijks automatisch in aanmerking voor een vergoeding welke in één bedrag
                        forfaitair wordt uitbetaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoogte van de maximale vergoedingen</titel></kop><al>De vergoeding uit het Participatiefonds bedraagt voor de in artikel 5 onder
                        a. en b. genoemde voorziening maximaal:</al><al/><al>Voor onderdeel a.: € 155,- per persoon, per subsidiejaar;</al><al>Voor onderdeel b.: € 205,- per schoolgaand kind, per
                        subsidieschooljaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hoogte van de eenmalige vergoedingen</titel></kop><al/><al>De vergoeding uit het Participatiefonds bedraagt voor de in artikel 5 onder
                        c., d. en e. genoemde voorziening maximaal:</al><al/><al>a. Voor onderdeel c.: alle kosten die verband houden met het behalen van
                        zwemdiploma A met uitzondering van borgbetalingen;</al><al>b. Voor onderdeel d.: € 0,18 per kilometer of de kosten van het openbaar
                        vervoer;</al><al>c. Voor onderdeel e.: € 700,- eenmalig per gezin gedurende 5 jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De vergoedingen bij sportieve, culturele en sociale
                            activiteiten</titel></kop><al>De volgende kosten komen, voor de in artikel 5 onder a. genoemde voorziening
                        voor vergoeding in aanmerking:</al><al/><al>a. abonnementen en seizoenskaarten;</al><al>b. contributies en sportattributen;</al><al>c. ouderbijdragen;</al><al>d. cursusgelden;eenmalige activiteiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De vergoedingen bij studiekosten voor schoolgaande kinderen</titel></kop><al>De volgende kosten komen, voor de in artikel 5 onder b. genoemde </al><al>voorziening voor vergoeding in aanmerking:</al><al/><al>a. excursies, schoolreis en schoolkamp:</al><al>b. verplichte sportkleding;</al><al>c. ouderbijdrage;</al><al>d. lesgeld en schoolgeld;</al><al>e. fiets en onderhoud van de fiets;</al><al>f. regenkleding;</al><al>g. schooltas;</al><al>h. kosten voor schoolmateriaal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De vergoedingen bij de aanschaf van een computer voor schoolgaande
                            kinderen</titel></kop><al>De volgende kosten komen, voor de in artikel 5 onder e. genoemde voorziening
                        voor vergoeding in aanmerking:</al><al>a. computer met standaardsoftware en besturingssysteem;</al><al>b. standaard beeldscherm;</al><al>c. printer;</al><al>d. muis en toetsenbord.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag van het Participatiefonds moet bij het college schriftelijk
                        worden ingediend met behulp van het daartoe bestemde aanvraag- en
                        inlichtingenformulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Indienen en vergoeding kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belanghebbende moet betalingsbewijzen overleggen waaruit blijkt dat hij
                            daadwerkelijk kosten maakt of heeft gemaakt voor de voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Declaraties worden na controle uitbetaald aan belanghebbende of op diens
                            verzoek rechtstreeks aan de vereniging/stichting/organisatie waarop de
                            declaratie betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Op de aanvraag wordt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken
                        beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de
                        verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergoeding is verstrekt, is
                        verplicht aan het college onverwijld mededeling te doen van feiten en
                        omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van
                        invloed kunnen zijn op het recht van de vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Betaalde vergoedingen worden teruggevorderd als het niet nakomen van de
                        inlichtingenplicht heeft geleid tot onterechte vergoedingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad inzake de
                        uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Aanpassing bedragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan jaarlijks met ingang van 1 januari het bedrag van de
                            vergoedingen indexeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde indexering vindt plaats aan de hand van de
                            Consumenten Prijs Index van het Centraal Plan Bureau, waarbij afronding
                            op halve euro’s naar boven plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening
                        Participatiefonds.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking
                            en werkt terug tot 1 juli 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening Declaratiefonds 2011 wordt per 1 juli 2012
                            ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 4 oktober 2012 </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening> M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>Deze verordening regelt diverse voorzieningen die de gemeente Boekel voor minima
                    kent. Er is voor gekozen om de naam van de verordening te wijzigen van
                    Declaratiefonds naar Participatiefonds. Dit is gedaan om aansluiting te vinden
                    bij de verordeningsplicht die sinds 1 januari 2012 opgenomen is in de Wet werk
                    en bijstand ten aanzien van de maatschappelijke participatie van schoolgaande
                    kinderen.</al><al/><al>Met ingang van 1 januari 2012 is de Wet tot wijziging van de Wet werk en
                    bijstand (WWB) en samenvoeging met de Wet investeren in jongeren gericht op
                    bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen
                    verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (verder Wet aanscherping WWB) in
                    werking getreden. Deze wet heeft een aantal uitgangspunten waaronder dat de WWB
                    nog enkel wordt gericht op de doelgroep die het echt nodig heeft. Om dit te
                    bereiken wordt de inkomensgrens van de categoriale bijstand genormeerd tot 110%.
                    Hieronder valt, sinds 1 januari 2012, ook de maatschappelijke participatie van
                    schoolgaande kinderen. Dit is de reden waarom de bestaande verordening
                    Declaratiefonds is aangepast. </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 1 – Begripsbepalingen</onderstreept></vet></al><al/><al>Lid 1: In aanwijzing 20 voor de decentrale regelgeving is bepaald dat voor
                    lagere overheden met betrekking tot de terminologie in een regelgeving de
                    Algemene wet bestuursrecht of Gemeentewet en zo nodig de Europese en
                    internationale regelgeving, wordt gevolgd. Daarbij geldt tevens dat regels uit
                    een hogere wettelijke regeling niet worden herhaald in een gemeentelijke
                    regeling. Om hieraan tegemoet te komen is in het eerste lid bepaald dat alle
                    begrippen die niet nader worden omschreven in de verordening dezelfde
                    omschrijving hebben als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Wet werk en
                    bijstand (WWB) of de van toepassing zijnde wet. Deze systematiek zorgt in de
                    uitvoeringspraktijk voor een uniforme hantering van de diverse begrippen.</al><al/><al>Lid 2: Minima met een bijstandsuitkering of netto inkomen dat gelijk is aan of
                    minder dan 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm kunnen in aanmerking
                    komen voor een voorziening. In artikel 35 WWB is opgenomen dat voor categoriale
                    bijstand een maximaal inkomen geldt van 110% van de van toepassing zijnde
                    bijstandsnorm. Hieronder valt ook de maatschappelijke participatie van een kind
                    van de belanghebbende met een ten laste komend kind dat onderwijs of een
                    beroepsopleiding volgt. Het Declaratiefonds van de gemeente Boekel bereikt een
                    grotere doelgroep dan wettelijk voorgeschreven. Naast schoolgaande kinderen
                    kunnen ook volwassenen voor vergoeding van kosten in relatie tot
                    maatschappelijke participatie in aanmerking komen. In de huidige situatie ligt
                    er een wettelijk maximum van 110% van het inkomen in de situaties van
                    belanghebbenden met schoolgaande kinderen en voor belanghebbenden zonder
                    schoolgaande kinderen 120%. Dit is een onderscheid dat niet wenselijk is. Daarom
                    wordt voor iedere belanghebbende een inkomensgrens gesteld van maximaal 110% van
                    de bijstandsnorm.</al><al/><al>Studenten vallen niet onder het begrip belanghebbende. Zij kunnen vaak gebruik
                    maken van diverse kortingen voor sportieve, culturele en sociale activiteiten.
                    Daarnaast wordt op deze manier de student gestimuleerd om creatief te denken en
                    de eigen verantwoordelijkheid te nemen voor wat betreft maatschappelijke
                    participatie.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 2 – Doel</onderstreept></vet></al><al/><al/><al>Uit onderzoek blijkt dat het eerst bezuinigd wordt op de kosten van sportieve,
                    culturele en sociale activiteiten als men rond moet komen van een minimum
                    inkomen. Het doel van het Participatiefonds is het voorkomen van sociale
                    uitsluiting.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 3 – Voorwaarden</onderstreept></vet></al><al/><al>Om in aanmerking te komen voor het Participatiefonds wordt aansluiting gezocht
                    bij de inkomens- en vermogens regels van de WWB. Een uitzondering daarop is de
                    vrijstelling van het vermogen in een in eigendom zelfbewoonde woning. Mits er
                    geen vermogensrendementsheffing betaald wordt. Deze regel is er omdat de
                    ervaring leert dat vooral de doelgroep 65-plus zich in deze situatie bevindt en
                    daardoor uitgesloten zou zijn van deelname aan het Participatiefonds terwijl de
                    inkomenssituatie vergelijkbaar is met die van andere minima.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 4 – Weigeringsgrond</onderstreept></vet></al><al/><al>Om te voorkomen dat belanghebbenden in detentie een beroep op het
                    Participatiefonds kunnen doen is deze weigeringsgrond expliciet opgenomen.</al><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 5 – De voorzieningen</onderstreept></vet></al><al/><al>Ad a. Er kan een bijdrage verstrekt worden voor de kosten van sportieve,
                    culturele en sociale activiteiten. Bij voorkeur vinden deze activiteiten in
                    georganiseerd verband plaats. De bijdrage kan voor meerdere activiteiten
                    verstrekt worden.</al><al>Ad b. Kinderen die voortgezet onderwijs volgen kosten de ouders veel geld.
                    Ouders kunnen een bijdrage voor een tegemoetkoming in de schoolkosten
                    krijgen.</al><al>Ad c. Sinds het afschaffen van het schoolzwemmen is er een vergoeding opgenomen
                    voor het behalen van zwemdiploma A. Ouders willen graag de verantwoordelijkheid
                    nemen om hun kind een zwemdiploma te laten behalen maar missen de financiële
                    middelen om dit aan te bieden. De kosten verbonden aan het behalen van
                    zwemdiploma A worden volledig vergoed. In sommige situaties moet er borg betaald
                    worden voor bijvoorbeeld een polsband. Aangezien betrokkene, bij inlevering van
                    het artikel, de borg weer terug krijgt komen deze kosten niet voor vergoeding in
                    aanmerking.</al><al>Ad d. Omdat Boekel geen zwembad heeft hebben de ouders reiskosten om hun kind
                    deel te laten nemen aan zwemlessen voor het behalen van zwemdiploma A. </al><al>Ad e. Er is voor gekozen een computer te verstrekken aan kinderen op het
                    voortgezet- of middelbaar beroepsonderwijs omdat zij voor het schoolwerk
                    intensief gebruik maken van een computer. Dit in tegenstelling tot kinderen op
                    het basisonderwijs waar dit wenselijk maar niet noodzakelijk is.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 6 – Extra voorwaarden
                        Computerregeling</onderstreept></vet></al><al/><al>Ad a. Gezinnen die minder dan twee jaar een inkomen op of onder de norm van 110%
                    van de voor hen geldende bijstandsnorm hebben, hadden in de voorliggende periode
                    zelf kunnen voorzien in de aanschaf van een computer of hier voor kunnen
                    reserveren.</al><al>Ad b. Er wordt een offerte gevraagd om te controleren of alle vereiste
                    onderdelen in de aanschaf meegenomen zijn.</al><al>Ad c. De gezinnen die voor een computerregeling in aanmerking komen zullen ook
                    gebruik kunnen maken van de overige vergoedingen van het Participatiefonds
                    (sportieve, culturele en sociale activiteiten). Om het aanvraagformulier voor de
                    computerregeling zo beknopt mogelijk te houden is er voor gekozen om voor de
                    aanvullende informatie gebruik te maken van het inlichtingen- en
                    aanvraagformulier van het Participatiefonds.</al><al>Ad d. Belanghebbende kan bijvoorbeeld kiezen voor een groter scherm dan het
                    standaard scherm. De kosten van die boven de maximale vergoeding uitkomen moet
                    belanghebbende zelf betalen. Hij moet deze ook zelf aan de leverancier
                    voldoen.</al><al>Ad e. Als er meerdere (schoolgaande) kinderen in het gezin zijn dan kunnen die
                    gezamenlijk gebruik maken van de computer. Het wordt als niet noodzakelijk
                    geacht dat ieder kind een eigen computer heeft.</al><al>Ad f. Een computer is een duurzaam gebruiksgoed. Dit houdt in dat men mag
                    verwachten dat een computer minimaal 5 jaar mee gaat.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 7 – Vergoeding kosten
                        65-plussers</onderstreept></vet></al><al/><al>Voor de doelgroep 65-plus is een uitzondering gemaakt op de standaard
                    vergoedingen genoemd in artikel 5. De abonnementskosten voor telefoon, krant of
                    tijdschrift komen voor deze doelgroep ook voor vergoeding in aanmerking. Deze
                    keuze is gemaakt omdat van deze doelgroep bekend is dat zij minder deelnemen aan
                    het sociaal maatschappelijk verkeer. Om te voorkomen dat zij geheel in een
                    isolement geraken kan er een tegemoetkoming in bovengenoemde kosten verstrekt
                    worden.</al><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 8 – Automatische verlening
                        65-plussers</onderstreept></vet></al><al/><al>De doelgroep 65-plus krijgt in principe na een eerste aanvraag ieder jaar
                    automatisch verlenging van het Participatiefonds. De situatie van 65-plussers is
                    veelal stabiel, zeker wat het inkomen betreft. Na een eerste toets hoeft
                    belanghebbende niet jaarlijks opnieuw zijn gegevens te overleggen. Middels een
                    controle van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) wordt de woonsituatie
                    gecontroleerd. Als daar niets in gewijzigd is krijgt belanghebbende automatisch
                    een toekenningsbesluit. In dit besluit is wel opgenomen dat als er zich
                    wijzigingen in de persoonlijke of financiële situatie van belanghebbende voor
                    doen zij dit verplicht zijn bij de gemeente te melden. Het bedrag wordt
                    forfaitair uitbetaald in het eerste kwartaal van het betreffende jaar.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 9 – Hoogte van de maximale
                            vergoedingen</onderstreept></vet></al><al/><al>Uit ervaring blijkt dat genoemde bedragen toereikend zijn om ondersteuning te
                    bieden om te (blijven) participeren in het maatschappelijk leven.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 10 – Hoogte van de eenmalige
                            vergoedingen</onderstreept></vet></al><al/><al>Genoemde bedragen blijken toereikend te zijn om ondersteuning te bieden om te
                    participeren in het maatschappelijk leven. Voor de computers is informatie
                    ingewonnen bij een computerbedrijf om tot een reële vergoeding te komen waarmee
                    een adequate computer aangeschaft kan worden.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 11 – De vergoeding bij sportieve, culturele en
                            sociale activiteiten</onderstreept></vet></al><al/><al>Het betreft hier een opsomming van de meest gangbare kosten die in relatie staan
                    met sportieve, culturele en sociale activiteiten. Onder eenmalige activiteiten
                    worden onder andere verstaan: bezoek pretpark, museum, bioscoop of theater.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 12 – De vergoedingen bij studiekosten voor
                            schoolgaande kinderen</onderstreept></vet></al><al/><al>Het betreft hier een opsomming van de meest gangbare kosten die in relatie staan
                    met schoolkosten.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 13 – De vergoedingen bij de aanschaf van een computer
                            voor schoolgaande kinderen</onderstreept></vet></al><al/><al>Om voor het schoolwerk adequaat gebruik te kunnen maken van een computer zijn de
                    genoemde onderdelen een vereiste.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 14 – Aanvraag</onderstreept></vet></al><al/><al>Het opvragen van bewijsstukken moet in het belang van de aanvraag zijn. Het
                    college mag geen gegeven (doen) opvragen waarin zij uit andere hoofde in
                    geïnteresseerd is.</al><al/><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 15 – Indienen en vergoeding
                        kosten</onderstreept></vet></al><al/><al>In dit artikel is geregeld dat belanghebbende de kosten bij de gemeente kan
                    declareren door het indienen van betaalbewijzen. De kosten worden in principe
                    uitbetaald aan belanghebbende maar daar kan op verzoek van af worden geweken.
                    Kosten kunnen ook rechtstreeks aan de vereniging/stichting betaald worden. Denk
                    hierbij bijvoorbeeld aan de contributie van de sportvereniging.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 16 – Beslistermijn</onderstreept></vet></al><al/><al>In afwijking van de Algemene wet bestuursrecht is voor een zo kort mogelijke
                    beslistermijn gekozen. Hier is voor gekozen omdat de belanghebbende de kosten
                    zelf voor moet financieren.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 17 – Uitvoering</onderstreept></vet></al><al/><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 18 – Onvoorziene
                    omstandigheden</onderstreept></vet></al><al/><al>Deze clausule biedt het college de mogelijkheid om in niet-voorzienbare
                    situaties te handelen na onderzoek van het verzoek. Omdat deze beslissingen
                    onderwerpen zijn aan de voorgeschreven bezwaar- en beroepsprocedures, moet in
                    deze situaties een goed gemotiveerd besluit genomen worden.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 19 – Inlichtingenplicht</onderstreept></vet></al><al/><al>Het spreekt voor zich dat wijzigingen in de situatie gemeld moeten worden in al
                    die gevallen dat zij van invloed kunnen zijn op de toekenning.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 20 – Terugvordering</onderstreept></vet></al><al/><al>Een onterechte vergoeding komt over het algemeen voor uit het niet nakomen van
                    de inlichtingenplicht. Belanghebbende heeft de verplichting alle wijzigingen,
                    die zich in zijn of haar situatie voordoen en die van invloed kunnen zijn op de
                    toekenning en vergoedingen van het Participatiefonds, direct te melden bij het
                    college. Dit is vooral belangrijk bij de doelgroep 65-plus waarbij na een eerste
                    toegangscontrole, behalve een GBA-check geen controle meer plaatsvindt op het
                    inkomen dan wel vermogen. Met dit artikel is er een juridische grondslag om de
                    verstrekte vergoedingen terug te vorderen.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 21 – Verantwoording</onderstreept></vet></al><al/><al>Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad over:</al><lijst><li nr=""><al>- het aantal binnen gekomen en afgehandelde aanvragen;</al></li><li nr=""><al>- een overzicht van de uitgaven in relatie tot de begroting;</al></li><li nr=""><al>- het aantal en de gronden van de toepassing van artikel 18.</al></li></lijst><al/><al>Op grond van dit artikel kan het gemeentelijk beleid geëvalueerd worden. Als de
                    evaluatie daartoe aanleiding geeft, bijvoorbeeld omdat het voorzieningenniveau
                    te hoog of te laag blijkt te zijn, kan de evaluatie leiden tot aanpassing van
                    deze verordening.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 22 – Aanpassing bedragen</onderstreept></vet></al><al/><al>Er is gekozen voor een <cursief>kan</cursief> bepaling. Het afgelopen jaar is
                    namelijk, in de lijn van het gemeentelijk beleid gekozen om ook voor deze
                    regeling de nullijn te hanteren en geen indexering toe te passen.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 23 – Citeertitel</onderstreept></vet></al><al/><al>De citeertitel is aangepast van Declaratiefonds naar Participatiefonds. Dit is
                    gedaan om aansluiting te vinden bij de verordeningsplicht die sinds 1 januari
                    2012 opgenomen is in de Wet werk en bijstand ten aanzien van de maatschappelijke
                    participatie van schoolgaande kinderen.</al><al/><al/><al><vet><onderstreept>Artikel 24 – Inwerkingtreding</onderstreept></vet></al><al/><al>De verordening werkt terug tot 1 juli 2012 om aansluiting te vinden bij de Wet
                    aanscherping WWB die vanaf 1 juli 2012 voor de gehele doelgroep WWB geldt.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>