<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR228169_2</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING DUURZAAMHEIDSLENINGEN LIMBURGS ENERGIE FONDS</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2015, 6961</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening duurzaamheidsleningen Limburgs Energie Fonds</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 143</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-10-09</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-10-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-16</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3, derde lid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Milieu, energievoorziening, financieel kader, subsidies</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING DUURZAAMHEIDSLENINGEN LIMBURGS ENERGIE FONDS</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begrippen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a. "><al>bestaande woning: een voor 1 januari 2008 gebouwde woning of gebouwd
                                appartement geschikt en bestemd voor permanente bewoning met
                                inbegrip van de bijgebouwen bij die woning of dat appartement;</al></li><li nr="b. "><al>nieuwbouw woning: een vanaf 1 januari 2008 gebouwde woning of
                                gebouwd appartement geschikt en bestemd voor permanente bewoning met
                                inbegrip van de bijgebouwen bij die woning of dat appartement;</al></li><li nr="c."><al> eigenaar-bewoner: de natuurlijke persoon die als particulier
                                eigenaar is van de bestaande woning of nieuwbouw woning of een
                                appartementsrecht heeft en die deze bestaande woning of nieuwbouw
                                woning bewoont;</al></li><li nr="d. "><al>huurder: de natuurlijke persoon die als particulier een woning of
                                appartement in zijn geheel huurt en die deze woning of dit
                                appartement bewoont;</al></li><li nr="e. "><al>duurzaamheidslening: stimuleringslening ten behoeve van de
                                financiering van maatregelen die worden getroffen in of aan de
                                bestaande woning of nieuwbouw woning waarvan de aanvrager
                                eigenaar-bewoner of huurder is;</al></li><li nr="f. "><al>duurzaamheidsmaatregelen: energiebesparende maatregelen of
                                maatregelen waarmee duurzame energie wordt opgewekt, inhoudend de
                                aanschaf en installatie van de maatregelen genoemd in de artikelen 6
                                en 7;</al></li><li nr="g."><al> werkelijke kosten: de kosten van materialen en werkzaamheden voor
                                zover noodzakelijk voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen,
                                vermeerderd met de kosten van een eventueel EPA-advies, de kosten
                                van een energieprestatiecertificaat, legeskosten, bijkomende kosten
                                voor het verkrijgen van de duurzaamheidsleningen en de kosten van
                                door een deskundig vakbedrijf terzake van deze
                                duurzaamheidsmaatregelen in rekening gebrachte arbeidsuren en
                                verminderd met de van derden ontvangen of nog te ontvangen subsidies
                                of andere tegemoetkomingen in deze kosten;</al></li><li nr="h."><al> SVn: Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse
                                Gemeenten te Hoevelaken;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Duurzaamheidsleningen en doelgroepen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag ten behoeve van
                                duurzaamheidsmaatregelen aan of in een bestaande woning of nieuwbouw
                                woning een duurzaamheidslening toekennen.</al></li><li nr="2. "><al>Voor een duurzaamheidslening komen in aanmerking eigenaren-bewoners
                                en huurders van de betreffende bestaande woningen of nieuwbouw
                                woningen.</al></li><li nr="3."><al> Gedeputeerde Staten kennen slechts een duurzaamheidslening toe als
                                uit de bij de aanvraag ingediende bescheiden blijkt dat met het
                                treffen van de duurzaamheidsmaatregelen aantoonbaar wordt
                                bijgedragen aan een of meer van de volgende doelen:</al></li><li nr="a. "><al>een beperking van de energievraag, dan wel een vermindering van CO2
                                -uitstoot;</al></li><li nr="b."><al> het verhogen van het aandeel duurzame energiebronnen in de
                                energievoorziening van de bestaande woning of nieuwbouw woning.</al></li><li nr="4."><al> Het toekennen van een duurzaamheidslening als bedoeld in het eerste
                                lid aan een eigenaar-bewoner of huurder houdt in dat Gedeputeerde
                                Staten de aanvrager bij SVn voordragen voor het verstrekken van een
                                duurzaamheidslening.</al></li><li nr="5. "><al>Het toekennen van een duurzaamheidslening aan een eigenaar-bewoner
                                of huurder geschiedt onder het voorbehoud van een positieve uitkomst
                                van een krediettoets door SVn.</al></li><li nr="6. "><al>Het toekennen van een duurzaamheidslening aan een huurder geschiedt
                                onder het voorbehoud van een verklaring door de verhuurder als
                                bedoeld in artikel 4.</al></li><li nr="7."><al> Per bestaande woning of nieuwbouw woning wordt slecht één
                                duurzaamheidslening toegekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Kenmerken van de duurzaamheidslening </titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De duurzaamheidslening bedraagt ten minste € 2.500,-- en ten hoogste €
                            25.000,-- (inclusief. BTW). De hoogte van het bedrag wordt bepaald aan
                            de hand van de werkelijke kosten op basis van de offertes als bedoeld in
                            artikel 9.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De looptijd van de duurzaamheidslening bedraagt maximaal 10 jaar voor
                            leningen tot € 7.500,-- en maximaal 15 jaar voor grotere bedragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het rentepercentage is gebaseerd op het 10-jaars, respectievelijk
                            15-jaars vaste rentetarief van SVn, met daarop een korting van 3%, met
                            dien verstande dat het rentepercentage wordt vastgesteld gebaseerd op
                            minimaal het door het CBS, bij het afsluiten van de lening gepubliceerde
                            inflatiepercentage, met een door Gedeputeerde Staten vast te stellen
                            ondergrens.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij verkoop of tenietgaan van de bestaande woning of nieuwbouw woning
                            waaraan de duurzaamheidsmaatregelen zijn getroffen, dient de restschuld
                            van de duurzaamheidslening door de eigenaar-bewoner direct en volledig
                            te worden afgelost.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Bij beëindiging van de huur van de bestaande woning of nieuwbouw woning
                            waaraan de duurzaamheidsmaatregelen zijn getroffen, dient de restschuld
                            van de huurder direct en volledig door de verhuurder aan SVn te worden
                            afgelost.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De duurzaamheidslening wordt door SVn verstrekt via een onderhandse
                            akte.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>Voor het deel van de kosten van de duurzaamheidsmaatregelen waarvoor
                            reeds een lening van de gemeente waarin de bestaande woning of nieuwbouw
                            woning is gelegen, is ontvangen wordt geen duurzaamheidslening
                            toegekend.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> In afwijking van hetgeen is aangegeven in de SVn-informatiemap als
                            bedoeld in artikel 12, derde lid, is de duurzaamheidslening de eerste
                            drie jaren niet aflossingsvrij. Er dient dus direct na verstrekking van
                            de duurzaamheidslening met aflossing te worden gestart.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Aanvullende voorwaarden huurders</titel></kop><al>Vóór het verstrekken van een lening door SVn aan een huurder verklaart de
                        verhuurder schriftelijk aan SVn:</al><lijst><li nr="a. "><al>dat hij instemt met het treffen van de duurzaamheidsmaatregelen
                                waarvoor de duurzaamheidslening wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al> dat hij de verplichting als bedoeld in artikel 3, vijfde lid,
                                aanvaardt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Samenloop met Limburgse Energie Subsidie</titel></kop><al>Na toekenning van een duurzaamheidslening kan tevens voor dezelfde of voor
                        andere duurzaamheidsmaatregelen subsidie worden aangevraagd op grond van de
                        Nadere subsidieregels Limburgse energie subsidie 2012-2014.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Duurzaamheidsmaatregelen bestaande woningen</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Voor een duurzaamheidslening komen in aanmerking de werkelijke
                                kosten van de volgende duurzaamheidsmaatregelen in of aan bestaande
                                woningen:</al></li><li nr="a. "><al>zonnepanelen;</al></li><li nr="b."><al> zonneboiler met een opbrengst van ten minste 1,5 GJ per jaar, zoals
                                blijkt uit het zonne-keur-certificaat, opbrengstverklaring of
                                gelijkwaardigheidsverklaring;</al></li><li nr="c. "><al>vloerisolatie/bodemisolatie met een warmteweerstand (R) van ten
                                minste 3,5 m2K/W;</al></li><li nr="d. "><al>dakisolatie met een warmteweerstand (R) van ten minste 3,5
                                m2K/W;</al></li><li nr="e. "><al>dakisolatie ‘groen’; het dakoppervlak dat beplant wordt bedraagt
                                minimaal 8 m2; de helling van het dak is niet meer dan 45 graden;
                                het groene dak bestaat uit minimaal 5 lagen, zijnde de wortelwerende
                                laag, drainagelaag, filtervlies, substraatlaag, vegetatielaag
                                (grassen, vetplanten en soms kruiden);</al></li><li nr="f."><al> spouwmuurisolatie met een warmteweerstand (R) van ten minste 1,6
                                m2K/W ;</al></li><li nr="g."><al> gevelisolatie met een warmteweerstand (R) van ten minste 3,5
                                m2K/W;</al></li><li nr="h. "><al>HR++ glas met een warmtegeleiding van minder dan U =1,2 W/m2 K;</al></li><li nr="i. "><al>micro-wkk met een thermisch vermogen van ten minste 100% en een
                                elektrisch rendement van ten minste 15%;</al></li><li nr="j. "><al>warmtepomp-boiler;</al></li><li nr="k."><al> warmtepomp (grondgebonden of lucht/water);</al></li><li nr="l. "><al>verbetering van de Energie Index (EI) met ten minste 0,75,
                                vastgesteld door een gecertificeerd EPA-adviseur.</al></li><li nr="2. "><al>Gedeputeerde Staten kunnen de lijst van maatregelen opgenomen in het
                                eerste lid uitbreiden of wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Duurzaamheidsmaatregelen nieuwbouw woningen</titel></kop><lijst><li nr="1. "><al>Voor een duurzaamheidslening komen in aanmerking de werkelijke
                                kosten van de volgende duurzaamheidsmaatregelen in of aan nieuwbouw
                                woningen:</al></li><li nr="a."><al> zonnepanelen;</al></li><li nr="b."><al> zonneboiler met een opbrengst van ten minste 1,5 GJ per jaar, zoals
                                blijkt uit het zonnekeur-certificaat, opbrengstverklaring of
                                gelijkwaardigheidsverklaring;</al></li><li nr="c."><al> micro-wkk met een thermisch vermogen van ten minste 100% en een
                                elektrisch rendement van ten minste 15%;</al></li><li nr="d."><al> warmtepomp-boiler;</al></li><li nr="e. "><al>warmtepomp (grondgebonden of lucht/water).</al></li><li nr="2. "><al>Gedeputeerde Staten kunnen de lijst van maatregelen opgenomen in het
                                eerste lid uitbreiden of wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Openstelling, budget en verdeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten besluiten over de openstelling en sluiting van deze
                            verordening voor het indienen van aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen het budget vast dat beschikbaar is voor
                            duurzaamheidsleningen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor de verdeling van het binnen het budget beschikbare bedrag is de
                            datum waarop de aanvraag volledig door de Provincie Limburg is ontvangen
                            beslissend.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien er meerdere volledige aanvragen op dezelfde datum zijn ontvangen
                            en deze binnen het budget niet allemaal kunnen worden gehonoreerd, zal
                            het binnen het budget resterende bedrag naar rato worden verdeeld over
                            deze aanvragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Indiening aanvraag</titel></kop><al>Een aanvraag voor een duurzaamheidslening wordt schriftelijk bij
                        Gedeputeerde Staten ingediend op een door de Provincie beschikbaar gesteld
                        formulier en gaat vergezeld van:</al><lijst><li nr="a."><al> een opgave van de te treffen duurzaamheidsmaatregelen;</al></li><li nr="b. "><al>een opgave van de werkelijke kosten van de te treffen
                                duurzaamheidsmaatregelen en een financiële onderbouwing van deze
                                opgave op basis van offertes;</al></li><li nr="c."><al> een planning van de uitvoering van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d. "><al>afschriften van de offertes bedoeld onder b.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Behandeling aanvraag</titel></kop><al>Aanvragen voor een duurzaamheidslening worden behandeld in volgorde van
                        binnenkomst:</al><lijst><li nr="a."><al> De datum van het poststempel is bepalend. Bij persoonlijk
                                aangeleverde aanvragen is het ontvangststempel van de Provincie
                                Limburg dan wel de datum van het verkregen bewijs van ontvangst
                                bepalend.</al></li><li nr="b. "><al>Bij onvolledig ingediende aanvragen geldt de datum waarop de
                                aanvraag volledig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Afwijzing aanvraag</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten wijzen een aanvraag af indien:</al><lijst><li nr="a."><al> het budget bedoeld in artikel 8, tweede lid, niet toereikend is om
                                de aanvraag te honoreren;</al></li><li nr="b. "><al>de werkelijke kosten naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet
                                in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;</al></li><li nr="c. "><al>de werkelijke kosten van de maatregelen minder bedragen dan €
                                2.500,--;</al></li><li nr="d."><al> de aanvraag bij Gedeputeerde Staten wordt ingediend ná het treffen
                                van de duurzaamheidsmaatregelen;</al></li><li nr="e. "><al>naar hun oordeel gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de
                                duurzaamheidsmaatregelen niet zullen worden getroffen of dat niet
                                aan de voorwaarden en bepalingen van deze verordening zal worden
                                voldaan;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Verstrekking door SVn</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> SVn verstrekt en beheert een door Gedeputeerde Staten toegekende
                            duurzaamheidslening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Duurzaamheidsleningen komen via een bouwkrediet van SVn tot uitbetaling
                            op basis van facturen van door derden uitgevoerde werkzaamheden, dan wel
                            facturen van de aanschaf van zelf uitgevoerde maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Op duurzaamheidsleningen zijn van toepassing de volgende onderdelen van
                            de SVn-informatiemap welke deel uitmaakt van de tussen de Provincie
                            Limburg en SVn gesloten deelnemingsovereenkomst, voorzover daarvan niet
                            in deze verordening wordt afgeweken: Paragraaf 4.9,
                            Productspecificaties Duurzaamheidslening;  Hoofdstuk 10, Algemene
                            bepalingen voor geldleningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Nadere regels</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten kunnen voor de uitvoering van deze verordening nadere
                        regels vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Hardheidsclausule</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen Gedeputeerde
                        Staten. Indien toepassing van het bepaalde in deze regeling, naar het
                        oordeel van Gedeputeerde Staten tot kennelijke onbillijkheden leidt, kunnen
                        Gedeputeerde Staten van enige bepaling afwijken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Inwerkingtreding, beëindiging en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in
                            het Provinciaal Blad.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze regeling kan worden aangehaald als Verordening
                            duurzaamheidsleningen Limburgs Energie Fonds.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Maastricht, 9 oktober 2015</ondertekening><ondertekening>Provinciale Staten voornoemd</ondertekening><ondertekening>drs. Th.J.F.M. Bovens, voorzitter</ondertekening><ondertekening>drs. J.J. Braam, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting.</titel></kop><al>Doel van de verordening duurzaamheidsleningen Limburgs Energie Fonds is om
                    particuliere woningeigenaren en huurders te stimuleren om zelf energiebesparende
                    of duurzame energieopwekkende maatregelen te treffen in hun woning. Het treffen
                    van deze duurzaamheidsmaatregelen zal leiden tot een vermindering van de
                    CO2-uitstoot. De maatregelen die worden gestimuleerd zijn geselecteerd op basis
                    van kostenefficiëntie en werkelijk gerealiseerde verlaging van de CO2 uitstoot.
                    Hierbij is onderscheid gemaakt in maatregelen voor bestaande en
                    nieuwbouwwoningen (respectievelijk artikel 7 en 8 van de verordening).</al><al>De duurzaamheidslening zorgt ervoor dat de doelgroep deze investering
                    makkelijker kan doen, doordat zij geld kan lenen tegen een lage rente. Door het
                    treffen van energiebesparende of duurzame energieopwekkende maatregelen zal de
                    energienota in het algemeen aanzienlijk omlaag gaan. Het idee achter de
                    duurzaamheidslening is om met dit bespaarde geld de lening af te lossen. Naar
                    verwachting zal de energieprijs de komende jaren alleen maar oplopen. Dit
                    betekent dat de besparing op de energiekosten de komende jaren groter wordt.
                    Vanaf het moment dat aflossing van de lening vervalt (in de regel is dit na 10
                    of 15 jaar) profiteert de particuliere woningeigenaar of huurder volledig van de
                    verlaging van zijn energienota.</al><al>Bij het verstrekken van de duurzaamheidsleningen werkt de Provincie samen met
                    Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). De
                    Provincie toetst de aanvragen aan de criteria van deze verordening. Bij een
                    positieve toets draagt de Provincie de aanvrager voor bij SVn voor het afsluiten
                    van een lening. Na een positieve uitkomst van de krediettoets die SVn vervolgens
                    uitvoert wordt de lening door SVn verstrekt en financieel beheerd.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al>Artikel 1 Begripsomschrijvingen Duurzaamheidsleningen voor het treffen van
                    energiebesparende en duurzame energieopwekkende maatregelen aan woningen en
                    appartementen wordt uitsluitend verstrekt aan de particulier die eigenaar is van
                    de woning of huurder is en zelf die woning bewoont. Per woning wordt slechts één
                    duurzaamheidslening toegekend. Deze kan meerdere maatregelen betreffen.</al><al>Zoals aangegeven wordt onderscheid gemaakt in duurzaamheidsmaatregelen voor
                    bestaande woningen en nieuwbouwwoningen. Een bestaande woning is een woning of
                    appartement die voor 1 januari 2008 is gebouwd. Een nieuwbouwwoning is een
                    woning die gebouwd is vanaf genoemde datum.</al><al>Artikel 2 Duurzaamheidsleningen en doelgroepen De krediettoets die SVn uitvoert
                    gebeurt op basis van de normen voor kredietverlening die de Autoriteit
                    Financiele Markten hanteert. Die normen zijn verschillend voor woningeigenaren
                    en –huurders.</al><al/><al>Artikel 3 Kenmerken van de duurzaamheidslening De duurzaamheidslening heeft een
                    looptijd van 10 jaar tot bedragen van € 7.500,-- en een looptijd van 15 jaar
                    voor grotere bedragen. De lening bedraagt minimaal € 2.500,-- en maximaal €
                    25.000,--. De rente is gebaseerd op het 10 of 15 jaar vast rentetarief van SVn,
                    met daarop een korting van 3%. De duurzaamheidslening kent geen aflossingsvrije
                    periode. Immers de duurzaamheidsmaatregelen zullen zich direct gaan uitbetalen
                    en een besparing op de energierekening opleveren.</al><al>Bij verkoop van de woning waaraan de duurzaamheidsmaatregelen zijn getroffen
                    dient de restschuld door de eigenaar-bewoner direct en volledig te worden
                    afgelost. Bij beëindiging van de huur dient de verhuurder de restschuld direct
                    en volledig af te lossen (zie toelichting bij artikel 4)</al><al>Artikel 4 Aanvullende voorwaarden huurders Ook huurders kunnen voor een
                    duurzaamheidslening in aanmerking komen. Bij beëindiging van de huur moet de
                    woningcorporatie de verplichting van de huurder overnemen, voor zover de
                    duurzaamheidslening nog niet volledig is afgelost. De provincie maakt hierover
                    met een groot aantal woningcorporaties in Limburg principe-afspraken in het
                    kader van het project Zonnig-Limburg. Dat project heeft alleen betrekking op
                    zonnepanelen in niet-gestapelde bouw. Voor andere duurzaamheidsmaatregelen of
                    als de verhuurder een niet-deelnemende woningcorporatie of een particuliere
                    verhuurder is, moet de huurder een aparte verklaring overleggen waaruit blijkt
                    dat de verhuurder instemt met de maatregel en hij bereid is de lening direct af
                    te lossen bij beëindiging van de huur.</al><al>Artikel 5 Samenloop met Limburgse Energie subsidie Het is mogelijk om voor
                    dezelfde duurzaamheidsmaatregel zowel subsidie in het kader van de Nadere
                    subsidieregels Limburgse Energie Subsidie 2012-2014 (LES-3) aan te vragen als
                    een duurzaamheidslening. Subsidie bedraagt maximaal € 1.000,-- per woning. De
                    lening moet dan eerst worden aangevraagd, omdat deze alleen kan worden
                    aangevraagd vóórdat de maatregel is getroffen. In de LES-3 is bepaald dat de
                    subsidie pas kan worden aangevraagd nádat de maatregel is getroffen. Als voor
                    dezelfde maatregel ook reeds een duurzaamheidslening is ontvangen, zal het
                    subsidiebedrag niet rechtstreeks aan de subsidieontvanger worden overgemaakt,
                    maar zal daarmee een deel van de lening worden afgelost. Uiteraard kunnen de
                    lening en de subsidie ook voor verschillende duurzaamheidsmaatregelen worden
                    aangevraagd.</al><al> Artikelen 6 en 7 Duurzaamheidsmaatregelen die in aanmerking komen voor een
                    duurzaamheidslening</al><al>Algemeen De onderstaande omschrijvingen van maatregelen en voorzieningen dienen
                    ter verduidelijking van wat beknopt is omschreven in de artikelen 6 en 7 van de
                    verordening.</al><al>Zonnepanelen (PV) Een ‘zonnepaneel’ of ‘PV-paneel’ (van het Engelse
                    ‘Photo-Voltaic’) is een paneel dat stralingsenergie van de zon omzet in
                    elektriciteit. Hiertoe wordt een groot aantal fotovoltaïsche cellen op een
                    paneel gemonteerd. De zonne-energie die zo wordt geproduceerd is een vorm van
                    duurzame energie. Door zonnepanelen aan elkaar te koppelen wordt de opbrengst
                    groter. De maximale opbrengst van een zonnepaneel of gekoppelde zonnepanelen
                    wordt uitgedrukt in Wattpiek (WP).</al><al>Het zonnepaneel dient te zijn gemonteerd op of aan de eigen woning - of
                    bijgebouw - en te zijn aangesloten op het elektriciteitsnet.</al><al>Zonneboiler Een zonneboiler is een installatie waarmee met behulp van
                    zonne-energie warm water wordt geproduceerd voor de warmwatervoorziening van een
                    woning of gebouw. Een zonneboiler bestaat uit een zonnecollector die is
                    aangesloten op een voorraadvat. De installatie is aangesloten op een
                    naverwarmer, die ervoor zorgt dat er altijd warm water beschikbaar is, ook als
                    de zon niet schijnt. Dit kan een (tweede) boiler, een modulerende geiser of een
                    combiketel zijn. Een zonneboiler levert zo’n 50% van de energie die nodig is
                    voor warm tapwater.</al><al>De zonnecollector zet het zonlicht om in warmte via een absorber. Dit is meestal
                    een donkere metalen plaat met daarin geïntegreerde buizen of kanalen. De warmte
                    wordt met een vloeistof naar het voorraadvat gepompt en opgeslagen en kan
                    vervolgens gebruikt worden voor het verwarmen van ruimtes of (tap)water. Om
                    zoveel mogelijk zonlicht om te zetten in nuttige warmte zijn de absorber en het
                    voorraadvat goed geïsoleerd. De absorber is afdekt met een lichtdoorlatende
                    plaat of een vacuümbuis.</al><al>De opbrengst van een zonneboiler wordt uitgedrukt in GJ (per jaar). Leveranciers
                    van zonneboilers geven in een opbrengstverklaring of –garantie aan hoeveel GJ de
                    installatie oplevert in een gemiddeld jaar.</al><al>Aanvullende voorwaarden: Een opbrengst van de zonneboiler moet ten minste 1,5 GJ
                    bedragen, zoals blijkt uit het zonnekeur-certificaat, opbrengstverklaring,
                    gelijkwaardigheidsverklaring of bij een collectoroppervlak van ten minste 2,5
                    m2. De zonnecollector is gemonteerd op of aan de eigen woning of gebouw en is
                    via het voorraadvat aangesloten op een naverwarmer, zodat altijd warm tapwater
                    beschikbaar is.</al><al>Vloerisolatie/bodemisolatie Het isoleren van de vloerconstructie om
                    warmteverliezen van binnen naar buiten of bodem te beperken. De isolatie dient
                    aangebracht te worden tussen de vloer en de bodem, kruipruimte, onverwarmde
                    kelder of onderliggende garage. De thermische waarde of warmteweerstand van de
                    isolatie (R-waarde) wordt uitgedrukt in m2K/W. De thermische waarde van de hele
                    vloerconstructie noemen we Rc-waarde. Het isoleren van de vloer kan op veel
                    verschillende manieren en met allerlei materialen. Het principe van de isolatie
                    is altijd gebaseerd op de uitstekende isolerende eigenschappen van stilstaande
                    lucht eventueel aangevuld met de warmtereflecterende eigenschappen van
                    metaalfolie(s). De lucht bevindt zich in of tussen het isolatiemateriaal dat
                    meestal een cel- of een vezelstructuur heeft. Hierdoor worden luchtstromingen
                    voorkomen. De isolatiewaarde hangt af van de dikte van het
                    isolatiemateriaal.</al><al>Benodigde informatie: Dikte en materiaal (van belang voor de inschatting van de
                    R-waarde). Aantal m2 (van belang voor de hoogte van het te lenen bedrag).</al><al>Aanvullende voorwaarden: R is ten minste 3,5 m2 K/W.</al><al>Dakisolatie Het isoleren van de dakconstructie om warmteverliezen van binnen
                    naar buiten te verlagen. De isolatie dient aangebracht te worden tussen de
                    zolder of bovenste verdieping en de buitenlucht. In het geval van een
                    onverwarmde zolder is het ook mogelijk om de zoldervloer te isoleren. De
                    isolatie bevindt zich dan tussen de bovenste verdieping en de onverwarmde
                    zolder. De thermische waarde of warmteweerstand van de isolatie (R-waarde) wordt
                    uitgedrukt in m2K/W. De thermische waarde van de hele dakconstructie noemen we
                    Rc-waarde.</al><al>Het isoleren van zolder of dak kan op veel verschillende manieren en met
                    allerlei materialen. Het principe van de isolatie is altijd gebaseerd op de
                    uitstekende isolerende eigenschappen van stilstaande lucht eventueel aangevuld
                    met de warmtereflecterende eigenschappen van metaalfolie(s). De lucht bevindt
                    zich in of tussen het isolatiemateriaal dat meestal een cel- of een
                    vezelstructuur heeft. Hierdoor worden luchtstromingen voorkomen. De
                    isolatiewaarde hangt af van de dikte van het isolatiemateriaal.</al><al>Benodigde informatie: Dikte en materiaal (van belang voor de inschatting van de
                    R-waarde). Aantal m2 (van belang voor de hoogte van het te lenen bedrag).</al><al>Aanvullende voorwaarden: R is ten minste 3,5 m2 K/W.</al><al>Dakisolatie ‘groen’ Een groen dak is een dak waarop een levende, groene laag
                    wordt aangebracht. De begroeiing bestaat uit sedums, mossen, vetplanten of
                    kruiden. Het onderhoud is minimaal. Een groen dak isoleert extra en zorgt voor
                    een koeler huis in de zomer. Daarnaast kan een groen dak tijdens/direct na
                    (intensieve) regenbuien water vasthouden, waarmee voorkomen kan worden dat
                    rioleringssystemen overbelast raken. We zien dit als een positief
                    neveneffect.</al><al>Als gewerkt wordt met lichtgewicht groene daken is meestal geen aangepaste
                    constructie van het dak nodig.</al><al>De helling van het dak is bepalend voor de mogelijkheden. Een dak met een
                    helling groter dan 5 graden biedt alleen de mogelijkheid voor extensieve
                    begroeiing ofwel lichte begroeiing. Vlakke daken zijn daken met een helling
                    kleiner dan 5 graden. Deze zijn ook geschikt voor intensieve begroeiing.</al><al>De volgende aandachtspunten zijn van belang :  het groene dak moet aangelegd
                    worden volgens de bouwregels;  heeft het dak een hellingshoek tussen de 35
                    graden en 45 graden dan moet u maatregelen nemen zodat de groene daklaag niet
                    wegglijdt of uitdroogt.</al><al>Vraag bij de gemeente na of u voor de aanpassingen een bouwvergunning nodig
                    heeft en of er sprake is van een beschermd stadsgezicht.</al><al>Benodigde informatie: Aantal m2 (van belang voor de hoogte van het te lenen
                    bedrag). Een foto van het dak zonder begroeiing.</al><al>Spouwmuurisolatie Een spouwmuur is een muur die is opgebouwd uit twee muren
                    (spouwbladen) gescheiden door een luchtlaag, de spouw. Een spouwmuur heeft een
                    lage warmteweerstand. Door de ruimte tussen de twee muren te vullen met isolatie
                    wordt de warmteweerstand verhoogd en dus het warmteverlies verlaagd. De
                    thermische waarde of warmteweerstand (Rc-waarde) van een spouwmuur wordt
                    uitgedrukt in m2K/W. De warmteweerstand van een normale spouwmuurconstructie
                    varieert in het algemeen van 0,36 tot 0,43 m2 K/W of zelfs lager al naar gelang
                    de klimatologische omstandigheden. Het aanbrengen van spouwmuurisolatie is
                    specialistisch werk. Niet iedere spouwmuur is geschikt voor spouwmuurisolatie.
                    Als de spouw te smal is of als deze is vervuild met metselspecie (valspecie) of
                    bouwafval is de kans groot op vochtproblemen. De oppervlaktetemperatuur aan de
                    binnenkant is dan niet gelijkmatig. Laat daarom uw spouw altijd eerst
                    inspecteren en schakel daarvoor een gespecialiseerd bedrijf in.</al><al>Aanvullende voorwaarden: R is ten minste 1,6 m2 K/W.</al><al>Gevelisolatie aan de binnen- of buitenzijde Het aan de binnen- of buitenzijde
                    van een gevel aanbrengen van isolatie om daarmee de warmteweerstand te verhogen
                    en het energieverlies te verlagen. Deze vorm van isolatie wordt meestal
                    toegepast bij massieve buitenmuren of spouwmuren die niet geschikt zijn
                    spouwisolatie. Met isolatie aan de binnen- of buitenzijde van een gevel kan een
                    veel grotere isolatiewaarde worden bereikt dan bij spouwmuurisolatie.</al><al>Benodigde informatie: Dikte en materiaal (van belang voor de inschatting van de
                    R-waarde). Aantal m2 (van belang voor de hoogte van het te lenen bedrag).
                    Afwerking.</al><al>Aanvullende voorwaarden: R is ten minste 3,5 m2 K/W.</al><al>HR++ glas HR++ glas is warmtereflecterend isolatieglas met een warmtegeleiding
                    (U) van minder dan 1,2 W/ m2K. Een lage warmtegeleiding is hetzelfde als een
                    hoge warmteweerstand. De hoge warmteweerstand van HR++ glas wordt gerealiseerd
                    door twee of meer glasplaten, waarbinnen een isolerend gas zit ingesloten. Dit
                    gas heeft betere isolerende eigenschappen dan lucht.</al><al>Daarnaast zit op het glas ook een warmtereflecterende coating. HR++ glas
                    isoleert meer dan twee beter dan de gewoon dubbelglas (U = 2,8 W/ m2K) en bijna
                    5 keer beter dan enkel glas (U = 5,7 W/ m2K).</al><al>Benodigde informatie: Fabrikant en type glas inclusief informatie over dikte
                    glasbladen en spouw. Aantal m2 (van belang voor de hoogte van het te lenen
                    bedrag). Type kozijn (hout, aluminium of kunststof).</al><al>Warmtepompboiler Een warmtepompboiler onttrekt warmte aan de ventilatielucht van
                    een woning, bodem, grondwater of de buitenlucht en verhoogt de temperatuur ervan
                    met behulp van een compressor. De warmte wordt gebruikt om water in een
                    voorraadvat op te warmen. Het rendement van een warmtepomp wordt uitgedrukt in
                    de Coefficient Of Performance (COP) .</al><al>Aanvullende voorwaarden: Technische gegevens van de warmtepompboiler (merk en
                    type, boilerinhoud, vermogen, COP).</al><al> Warmtepomp (grondgebonden of lucht/water) 1. een warmtepomp, niet zijnde een
                    lucht/waterwarmtepomp: een warmtepomp die is bestemd als hoofd- of
                    basisverwarming van een woning en die niet primair gericht is op actieve koeling
                    of verwarming van tapwater, waarbij warmte wordt onttrokken aan de bodem, het
                    grondwater, het oppervlaktewater of, voor zover het gasgedreven warmtepompen
                    betreft, de buitenlucht, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:  een
                    elektrisch aangedreven warmtepomp met voor water/water systemen een COP _ 4,0
                    bij een conditie van W10/W45 bepaald conform NEN-EN 14511 en, voor het geval de
                    warmtepomp ook een bijdrage levert aan de verwarming van tapwater, ten behoeve
                    van de verwarming van tapwater een COP _ 2,4;  een gasgedreven warmtepomp met
                    een minimum thermisch vermogen van 25 kWth, en een PER _ 1,4 ten behoeve van
                    ruimteverwarming, bepaald conform NEN-EN 12309, bij de testcondities die
                    overeenkomen met het systeemontwerp en die warmte onttrekt aan (buiten)lucht,
                    bodem, grondwater of oppervlaktewater; 2. een lucht/waterwarmtepomp: een
                    installatie die bestemd is voor ruimteverwarming, waarbij de warmtepomp warmte
                    onttrekt aan de buitenlucht of aan de ventilatielucht van de woning en warmte
                    afgeeft met behulp van een warmte-afgiftesysteem met water als
                    distributiemedium. De warmtepomp dient als hoofd- of basisverwarming van een
                    woning en mag niet primair gericht zijn op actieve koeling of verwarming van
                    tapwater. De warmtepomp is elektrisch gedreven, met een COP _ 3,6 bepaald
                    conform NEN-EN 14511, bij de testconditie A7/W35 voor warmtepompen op
                    buitenlucht of A20/W45 voor warmtepompen op ventilatielucht;</al><al>In sommige delen van Limburg is het niet toegestaan of is er een vergunning of
                    vrijstelling van de Provincie noodzakelijk om een warmtepomp toe te passen die
                    warmte en/of koude uit de bodem haalt of opslaat. Informeer vooraf bij de
                    Provincie Limburg of u een melding moet doen dan wel een vergunning moet
                    aanvragen.</al><al>Micro-wkk Een micro-wkk wekt gelijktijdig warmte en elektriciteit op voor
                    gebruik in een gebouw. Het toestel bestaat uit een hoogrendementsketel waaraan
                    een stroomgenerator is toegevoegd. Bij een micro-wkk wordt de warmte gebruikt
                    voor verwarming van een gebouw en voor warm tapwater. De opgewekte elektriciteit
                    wordt geleverd aan het elektriciteitsnet van het gebouw. Indien er meer
                    elektriciteit gemaakt wordt dan voor eigengebruik nodig is, wordt het overschot
                    terug geleverd aan het elektriciteitsnet. Het totale rendement van een micro-wkk
                    ligt veel hoger dan de combinatie van een HR-verwarmingsketel en de gemiddelde
                    elektriciteitsopwekking in Nederland. Het is dus een energiebesparend
                    alternatief voor de huidige CV-ketels. Het thermisch vermogen van de micro- wkk
                    is ten minste 100% en het elektrisch rendement ten minste 15%.</al><al>Verbetering van de Energie Index (EI) De Energie-Index staat aangegeven op het
                    energielabel van uw woning of gebouw. Het energielabel geeft informatie over de
                    hoeveelheid energie die een gebouw onder normale omstandigheden verbruikt. Vanaf
                    1 januari 2008 moet bij de verkoop en verhuur van een gebouw een energielabel
                    aanwezig zijn.</al><al>Dit energielabel kunt u laten opstellen door een gecertificeerd EPA-adviseur.
                    Deze kan zorgen voor een energiebesparingsadvies op maat gemaakt voor uw woning
                    of gebouw, regelt eventueel de uitvoering van de maatregelen en zal na het nemen
                    van de maatregelen de Energie-Index van uw huis berekenen.</al><al>Door een duurzaamheidslening aan te vragen op de verbetering van de
                    Energie-Index komen eventueel ook maatregelen in aanmerking die niet in de lijst
                    van subsidiabele maatregelen bij deze regeling is opgenomen, maar die wel
                    bijdragen aan de verbetering van de Energie-Index. Voorwaarden:  u dient een
                    energielabel te laten bepalen vóór en na de uitvoering van de maatregelen, zodat
                    de verbetering van de Energie-Index bepaald kan worden;  het startlabel dient
                    te zijn bepaald door een gecertificeerd EPA-adviseur. Dit label hoeft niet
                    geregistreerd te worden;  het eindlabel dient een geldig energielabel te
                    zijn.</al><al>Houtgestookte centrale verwarmingsinstallatie en houtgestookt warmwatertoestel
                    Voorbeelden van houtgestookte centrale verwarmingsinstallaties zijn
                    pelletkachels en pelletketels. De volgende eisen worden gesteld aan een
                    houtgestookte centrale verwarmingsinstallatie of houtgestookt warmwatertoestel:
                     Het opwekkingsrendement moet zowel in vollast als deellast minimaal 85%
                    bedragen. Dit betreft het rendement van het toestel zonder (nageschakelde)
                    rookgascondensatie. Het opwekkingspercentages van 85% is in overeenstemming met
                    het gestelde opwekkingspercentage in de gelijkwaardigheidsverklaring ‘waardering
                    van vaste biobrandstof in toestellen voor warmteopwekking voor verwarming of
                    warmtapwater ten behoeve van NEN 7120. Het opwekkingsrendement dient bepaald te
                    worden op basis van de onderwaarde van met biobrandstof gestookte toestellen
                    volgens NEN-EN 303-5:1999;  De emissies van de houtgestookte centrale
                    verwarmingsinstallatie of houtgestookt warmwatertoestel moeten voldoen aan de
                    van kracht zijnde Nederlandse emissie Richtlijn (NeR).</al><al/><al> Artikel 9, 10, 11 Indiening, behandeling en afwijzing aanvraag</al><al>De aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij Gedeputeerde Staten van Limburg
                    (Postbus 5700, 6202 MA Maastricht) op een door de Provincie beschikbaar gesteld
                    formulier. Dit formulier gaat vergezeld met een opgave van:  de te treffen
                    duurzaamheidsmaatregelen;  de kosten van de te treffen maatregelen en een
                    financiële onderbouwing van deze opgave op basis van offertes;  een planning
                    van de uitvoering van de werkzaamheden.</al><al>Aanvragen voor een duurzaamheidslening worden behandeld in volgorde van
                    binnenkomst. De datum van de poststempel is daarbij bepalend. Bij een
                    onvolledige ingediende aanvraag geldt de datum waarop de aanvraag volledig
                    is.</al><al>De Provincie beoordeelt de aanvraag op basis van de volledigheid / voorwaarden
                    en bepalingen van de verordening en besluit tot een voordracht voor een lening
                    of niet. De aanvrager wordt hiervan binnen acht weken (na indiening van de
                    aanvraag) op de hoogte gesteld middels een toewijzings- of afwijzigingsbrief. De
                    Provincie stuurt SVn een afschrift van de toewijzingsbrief, zodat SVn weet dat
                    een lening mag worden aangevraagd. In de toewijzingsbrief wordt het voorbehoud
                    van een positieve krediettoets opgenomen. Bij het verzenden van een
                    toewijzingsbrief wordt ook informatie over de vervolgprocedure verzonden,
                    waaronder een SVn- aanvraagformulier voor de duurzaamheidslening. Artikel 12
                    Verstrekking door SVn De leningvrager stuurt het SVn-aanvraagformulier, met de
                    benodigde bijlagen (zoals een werkgeversverklaring en een kopie van de
                    loonstrook), op naar SVn. SVn voert vervolgens een krediettoets uit. Hiervoor
                    worden gegevens over de aanvrager opgevraagd bij Bureau Krediet Registratie
                    (BKR). . Bij een positieve krediettoets brengt SVn offerte uit aan de aanvrager
                    van de lening. Na acceptatie van de offerte verstuurt SVn een onderhandse akte
                    naar de aanvrager. Wanneer SVn de ondertekende onderhandse akte ontvangen heeft
                    is de lening beschikbaar en opent SVn een bouwkrediet. Zo’n bouwkrediet omvat
                    alle geldbedragen die voor financiering van de duurzaamheidsmaatregelen nodig
                    zijn. Declaratieformulieren en nota’s dienen door de aanvrager van de lening
                    voor goedkeuring naar de Provincie te worden opgestuurd. Na akkoord stuurt de
                    Provincie de rekeningen door naar SVn die ze rechtstreeks uitbetaalt aan de
                    bedrijven die het project uitvoeren. Ook is het mogelijk dat de aanvrager van de
                    lening de rekeningen zelf voldoet aan de bedrijven en dat SVn de vergoedingen
                    aan hem terugbetaalt. Na afronding van de werkzaamheden meldt de aanvrager bij
                    de Provincie dat het project gereed is. SVn verrekent met de aanvrager daarna
                    eventuele tegoeden of tekorten.</al><al>Bij een negatieve krediettoets stuurt SVn een negatief advies naar de Provincie.
                    Toekenningen van een duurzaamheidslening door de Provincie worden verstrekt
                    onder het voorbehoud van een positieve uitkomst van de krediettoets door SVn
                    (artikel 2, vijfde lid). Als de krediettoets een negatief advies oplevert, zal
                    de Provincie de aanvrager schriftelijk op de hoogte stellen dat met hem geen
                    lening zal worden afgesloten.</al><al>Paragraaf 4.9, Productspecificaties Duurzaamheidslening en hoofdstuk 10,
                    Algemene bepalingen voor geldleningen. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>