<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22813_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Landsmeer 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landsmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Kompas Regiokrant, 21-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Landsmeer 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>advies van de commissie samenleving d.d. 9 december 2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Landsmeer 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Landsmeer, gelezen het voorstel van het college van
                        10 november 2009; </al><al/><al>gezien het advies van de commissie samenleving d.d. 9 december 2009;</al><al>gelet op <onderstreept>artikel 149 van de Gemeentewet</onderstreept>;</al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de
                        kwaliteit van peuterspeelzalen;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk</vet></al><al><vet>gemeente Landsmeer 2010</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><al>peuterspeelzaalwerk: het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van
                            twee tot vier jaar gedurende een of meer dagdelen per week van maximaal
                            3,5 uur met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en
                            hen samen te laten spelen;</al><al/><al>peuterspeelzaal: een voorziening waar peuterspeelzaalwerk
                            plaatsvindt;</al><al/><al>houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert;</al><al/><al>beroepskracht: degene die in een peuterspeelzaal werkzaamheden verricht
                            die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en
                            die beschikt over een voor deze werkzaamheden passende
                            beroepskwalificaties;</al><al/><al>begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast met de
                            begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen
                                binnen de gemeente doet daarvan melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding vindt plaats met behulp van een door het college
                                vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel></kop><al>De houder geeft in de melding aan het college aan voor welk
                            ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest, waarbij de volgende
                            ambitieniveaus worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>ambitieniveau 0: ‘spelen en ontmoeten’;</al></li><li nr="b."><al>ambitieniveau 1: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen en
                                    signaleren’;</al></li><li nr="c."><al>ambitieniveau 2: ‘spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en
                                    ondersteunen’.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn van in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen binnen acht
                                weken na het tijdstip van de melding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel
                                18, eerste lid, eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs
                                zal plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen in hoofdstuk 3
                                van deze verordening, kan de exploitatie vanaf dat moment
                                plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verbod op het in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal</titel></kop><al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit
                            het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 18, eerste lid,
                            blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt voldaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Register</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen. In
                                dit register worden na een melding onmiddellijk de gegevens
                                opgenomen die ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel 3 zijn
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de
                                peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het register wordt op de gemeentelijke website geplaatst en tevens
                                kan éénieder deze op verzoek bij de publieksbalie inzien.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding
                                zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijzigingen in
                                het register zijn aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Verplichtingen van de houder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder is verplicht aan het college gegevens te verstrekken met
                                betrekking tot de huisvesting en begeleiding van de kinderen, die
                                door of namens het college in verband met de verantwoording met
                                betrekking tot peuterspeelzaalwerk van belang worden geacht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder is verplicht gelijktijdig met het melden van de
                                exploitatie van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste lid
                                van artikel 2 een gebruiksvergunning aan te vragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder is verplicht om ten behoeve van de in de peuterspeelzaal
                                aanwezige beroepskrachten, begeleiders en kinderen een passende
                                aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering af te sluiten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>De kwaliteitseisen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemene kwaliteitseisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan dat
                                bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een
                                veilige en gezonde omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder draagt zorg voor een hygiënische en veilige
                                peuterspeelzaal en een deugdelijke inrichting van de peuterspeelzaal
                                volgens de richtlijnen in de methode ‘Veiligheidsmanagement, een
                                methode voor peuterspeelzalen’ van de Stichting Consument en
                                Veiligheid en de ‘Risico-inventarisatie Gezondheid voor
                                peuterspeelzalen’ van het Landelijk Centrum Hygiene en
                                Veiligheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Oppervlakte speelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor ieder kind is minimaal 3,5 vierkante meter bruto-oppervlakte
                                aan binnenspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor ieder kind is aangrenzende buitenspeelruimte beschikbaar,
                                waarvan de bruto-oppervlakte minimaal 4 vierkante meter per kind
                                bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een peuterspeelzaal over een beperkte buitenspeelruimte
                                beschikt en derhalve niet kan voldoen aan het gestelde in het tweede
                                lid, kan de houder, uitsluitend na overleg met en instemming van de
                                toezichthouder, een buitenspeelschema opstellen waarbij 4 vierkante
                                meter per buitenspelend kind beschikbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Groepen en groepsgrootte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in passend
                                ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een groep zijn ten hoogste vijftien kinderen gelijktijdig
                                aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal beroepskrachten of begeleiders per groep is afhankelijk
                                van het door de houder gekozen ambitieniveau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 0: ‘spelen en
                                ontmoeten’ zijn er in elke groep ten minste één beroepskracht en één
                                begeleider aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 1: ‘spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen en signaleren’ zijn er in elke groep ten
                                minste één beroepskracht en één begeleider aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 2: ‘spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen’ zijn er in elke
                                groep ten minste twee beroepskrachten aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Signalering opvoedproblemen, kindermishandeling en risico’s voor
                                de ontwikkeling van een kind</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij
                                een peuterspeelzaal dienen aan de hand van het Protocol
                                kindermishandeling -9 maanden tot 19 jaar regio Zaanstreek Waterland
                                en de daaraan verbonden meldcode ernstige opvoedproblemen en
                                kindermishandeling te signaleren en bij signalering hiernaar te
                                handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij
                                een peuterspeelzaal dienen risico’s voor de ontwikkeling van een
                                kind vroegtijdig te signaleren, te beoordelen en door te verwijzen
                                naar een Centrum Jong.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overeenkomst tussen houder en ouder(s)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een
                                schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder(s).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand
                                aan het aangaan van de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in het
                                eerste lid in ieder geval over:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="c."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid
                                        en gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit
                                        de visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de
                                        omgang met kinderen is beschreven;</al></li><li nr="d."><al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na
                                        plaatsing van het kind bij de peuterspeelzaal;</al></li><li nr="e."><al>de werkwijze met betrekking tot de overdracht van gegevens
                                        naar het primair onderwijs;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop wordt samengewerkt met de Centra Jong en de
                                        consultatiebureaus;</al></li><li nr="g."><al>de wijze waarop de inspraak is geregeld en klachten worden
                                        behandeld.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De personen die als beroepskracht of begeleider werkzaam zijn bij
                                een peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent het
                                gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke
                                gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verklaring wordt aan de houder overgelegd voordat een persoon
                                zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij
                                wordt overgelegd niet ouder dan twee maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat
                                een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van
                                een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die
                                persoon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die niet
                                ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon overlegt de
                                verklaring binnen een door de houder vast te stellen termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overdracht gegevens naar het primair onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer een kind de vierjarige leeftijd heeft bereikt en de
                                peuterspeelzaal verlaat, vult de beroepskracht een door het college
                                goedgekeurde signaleringslijst in ten behoeve van de overdracht van
                                de voorschoolse voorziening naar het primair onderwijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van de peuterspeelzaal bewaart een kopie van de
                                signaleringslijst als bedoeld in het eerste lid gedurende tenminste
                                één jaar na het vertrek van het betreffende kind.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De signaleringslijst als bedoeld in het eerste lid wordt door de
                                ouder(s) overgedragen aan de school waar het kind staat
                                ingeschreven. Bij verlies kan de school toestemming aan de ouder(s)
                                vragen om de lijst nogmaals op te vragen bij de betreffende
                                peuterspeelzaal.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen waaraan de
                            peuterspeelzaal, de houder en de in de peuterspeelzaal werkzame
                            beroepskrachten en begeleiders moeten voldoen. Deze regels kunnen
                            betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de
                                    kinderen;</al></li><li nr="b."><al>het signaleren van ontwikkelings- en opvoedingsrisico’s bij
                                    kinderen;</al></li><li nr="c."><al>het pedagogisch beleid en het daaraan verbonden pedagogisch
                                    plan;</al></li><li nr="d."><al>de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van de
                                    peuterspeelzaal voorzover deze eisen noodzakelijk zijn voor het
                                    peuterspeelzaalwerk en hierin niet wordt voorzien bij of
                                    krachtens de Woningwet;</al></li><li nr="e."><al>de aan beroepskrachten en begeleiders te stellen
                                    gezondheidseisen en</al></li><li nr="f."><al>de aanwezigheid van gegevens in de
                                        peuterspeelzaal<cursief>.</cursief></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Het gemeentelijk toezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanwijzing van toezichthouders</titel></kop><al>Het college wijst toezichthouders aan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in artikel
                                2, eerste lid, binnen acht weken of de exploitatie redelijkerwijs
                                zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften in
                                hoofdstuk 3 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks
                                of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in
                                overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan de
                                toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving
                                door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Het inspectierapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
                                voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden
                                nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder van de peuterspeelzaal wordt in de gelegenheid gesteld van
                                het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze
                                kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de
                                houder in een bijlage bij het rapport.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aanwijzing en bevel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien
                                op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de voorschriften
                                in deze verordening niet of in onvoldoende mate naleeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke
                                punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
                                nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij
                                een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van
                                maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de
                                toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een
                                geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden
                                verlengd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
                                onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de artikelen 2, eerste lid, artikel 5 en de artikelen in
                            hoofdstuk 3 van deze verordeningen wordt gestraft met hechtenis van ten
                            hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan
                            bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                            uitspraak.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beroepskrachten en begeleiders die op het tijdstip van
                                inwerkingtreding van deze verordening werkzaam zijn bij een
                                peuterspeelzaal, leggen binnen twee maanden na de inwerkingtreding
                                een verklaring omtrent het gedrag over aan de houder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van een peuterspeelzaal die voor de inwerkingtreding van
                                deze verordening reeds in exploitatie was, dient voor 1 april 2010
                                alsnog een melding als bedoeld in het eerste lid van artikel 2 te
                                doen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan houders van peuterspeelzalen die op het moment van het van
                                kracht worden van deze verordening werken met een groep met een
                                maximale grootte groter dan vijftien peuters wordt toegestaan deze
                                groep voort te zetten tot uiterlijk 1 juli 2010, mits tenminste twee
                                beroepskrachten en één begeleider ingezet worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Harheidsclausule</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen
                            hetbepaalde in deze verordening buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken, voorzover toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van
                            overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Evaluatiebepaling</titel></kop><al>Deze verordening wordt in ieder geval drie jaar na het inwerking treden
                            geevalueerd</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inwerkingtreding; bekendmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2010.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bekendmaking geschiedt via de gemeentepagina in het plaatselijke
                                weekblad ‘Kompas’.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verordening wordt gepubliceerd via de gemeentelijke website.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzaalwerk gemeente Landsmeer 2010’.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Landsmeer op 14 december 2009</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Formulier ‘melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal’</titel></kop><tussenkop>Gegevens van de houder (indien houder natuurlijk persoon is)</tussenkop><al>naam:</al><al>contactpersoon:</al><al>postcode:</al><al>woonplaats:</al><al>telefoon:</al><al>e-mail:</al><al/><al>Gegevens van de houder (indien houder rechtspersoon is)</al><al>rechtsvorm:</al><al>plaats van vestiging:</al><al>inschrijfnummer Kamer van Koophandel:</al><al>naam:</al><al>contactpersoon:</al><al>postcode:</al><al>woonplaats:</al><al>telefoon:</al><al>e-mail:</al><al/><al>Gegevens van de peuterspeelzaal</al><al>naam:</al><al>postcode:</al><al>woonplaats:</al><al>telefoon:</al><al>e-mail:</al><al/><al>Gegevens register</al><al>Worden door houder meerdere peuterspeelzalen geëxploiteerd?</al><al>O nee</al><al>O ja</al><al>namen van overige peuterspeelzalen en datum opname in register:</al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="93*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="4*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Kwaliteitseisen</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>1 Accommodatie</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Is in een risico-inventarisatie schriftelijk vastgelegd
                                        welke risico’s de opvang van kinderen met zich
                                        meebrengt</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De accommodatie is hygiënisch en veilig</al></entry><entry colname="col2"><al> Ja</al></entry><entry colname="col3"><al> Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De inrichting van de accommodatie is deugdelijk en voldoet
                                        aan de wettelijke eisen</al></entry><entry colname="col2"><al> Ja</al></entry><entry colname="col3"><al> Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>2 Oppervlakte speelruimte </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elk kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan
                                        binnenspeelruimte beschikbaar</al></entry><entry colname="col2"><al> Ja</al></entry><entry colname="col3"><al> Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke kind is een buitenspeelruimte beschikbaar die voor
                                        kinderen bereikbaar is en waarvan de bruto-oppervlakte
                                        minimaal 4 m2 bedraagt</al></entry><entry colname="col2"><al> Ja</al></entry><entry colname="col3"><al> Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>3 Groepsgrootte </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in
                                        passend ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al> Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>In een groep zijn ten hoogste vijftien kinderen gelijktijdig
                                        aanwezig</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al> Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>4 Ambitieniveau </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Het volgende ambitieniveau is gekozen: </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>O spelen en ontmoeten </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>O spelen, ontmoeten, ontwikkelen en signaleren </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>O spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Aantal beroepskrachten aanwezig (aantal invullen): </al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Aantal begeleiders aanwezig (aantal invullen): </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Verklaring omtrent gedrag in het kader van Wet Justitiële
                                        gegevens afgegeven</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>5 Plaatsing van kinderen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Opvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst
                                        tussen houder en ouder</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ouders worden geïnformeerd over de plaatsingsprocedure en
                                        leveringsvoorwaarden</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ouders worden, voorafgaand aan plaatsing, geïnformeerd over
                                        het te voeren beleid, inclusief het pedagogisch beleid en de
                                        voor de peuterspeelzaal kenmerkende visie op de omgang met
                                        kinderen</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja </al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ouders worden geïnformeerd over de wijze en frequentie van
                                        informatie-uitwisseling na plaatsing</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>Nee</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Voorwaarden melding in exploitatie nemen van een
                    peuterspeelzaal</tussenkop><al/><al>Houder is voornemens een peuterspeelzaal te exploiteren, acht weken na het
                    tijdstip van deze melding aan het college van burgemeester en wethouders en
                    indien uit het onderzoek van de toezichthouder (bedoeld in artikel 4.2) is
                    gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming
                    met de bepalingen in hoofdstuk 3 van de verordening kwaliteitsregels
                    peuterspeelzalen.</al><al/><al>Houder doet onmiddellijk mededeling aan het college van wijziging in gegevens
                    die in deze melding zijn verstrekt.</al><al/><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de peuterspeelzaal
                    in het register heeft plaatsgevonden.</al><lijst><li nr="1."><al>De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan dat
                            bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een
                            veilige en gezonde omgeving.</al></li><li nr="2."><al>De houder draagt zorg voor een hygiënische en veilige peuterspeelzaal en
                            een deugdelijke inrichting van de peuterspeelzaal volgens de richtlijnen
                            in de methode ‘Veiligheidsmanagement, een methode voor peuterspeelzalen’
                            van de Stichting Consument en Veiligheid en de ‘Risico-inventarisatie
                            Gezondheid voor peuterspeelzalen’ van het Landelijk Centrum Hygiene en
                            Veiligheid.</al></li><li nr="3."><al>De houder verklaart dit formulier naar waarheid te hebben ingevuld.</al><al/></li></lijst><al>Naam houder:</al><al>Naam peuterspeelzaal:</al><al>Datum:</al><al>Plaats:</al><al>Handtekening houder</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al/><al>Gemeenten zijn niet verplicht kwaliteitsregels te stellen voor het
                    peuterspeelzaalwerk. Het peuterspeelzaalwerk valt niet onder de Wet kinderopvang
                    ( artikel 1, tweede lid, onderdeel b). Dit betekent dat de grondslag voor deze
                    verordening de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeenten vormt die is
                    neergelegd in artikel 149 van de Gemeentewet. Dit is ook in de aanhef van de
                    verordening aangegeven.</al><al>De verordening sluit zoveel mogelijk aan bij de Wet Collectieve Preventie
                    Volksgezondheid (WCPV) en de kwaliteitseisen die de Wet kinderopvang (Wk) stelt
                    ten aanzien van kinderopvang. Voor dit laatste zijn twee redenen: allereerst is
                    het peuterspeelzaalwerk ook een vorm van kinderopvang in een daarvoor geschikte
                    ruimtelijke voorziening. Het ligt dan voor de hand om zoveel mogelijk dezelfde
                    kwaliteitseisen te stellen, uiteraard voor zover die eisen aansluiten bij het
                    specifieke doel van het peuterspeelzaalwerk. </al><al>Dit hangt samen met de tweede reden: het toezicht op de instellingen voor
                    kinderopvang en op peuterspeelzalen zal door dezelfde toezichthouders worden
                    gedaan. Het uitoefenen van toezicht wordt vergemakkelijkt als de toezichthouders
                    zoveel mogelijk met dezelfde regels te maken hebben.</al><al>Evenals in de Wk is in de verordening gekozen voor algemene kwaliteitsregels die
                    voor alle peuterspeelzalen in de gemeente gelden, gekoppeld aan een stelsel van
                    melding en registratie.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>De beroepskracht in opleiding (stagiaire) is niet apart gedefinieerd. Hiermee
                    vallen beroepskrachten in opleiding automatisch onder de begripsomschrijving van
                    een begeleider, te weten: ‘degene die anders dan als beroepskracht is belast met
                    de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal’ (onderdeel e).</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Melding in exploitatie nemen van een
                    peuterspeelzaal</tussenkop><al>Dit artikel regelt de meldingsplicht voor degenen die een peuterspeelzaal willen
                    gaan exploiteren. De melding moet plaatsvinden met behulp van een door het
                    college goedgekeurd formulier.</al><al>Het stelsel van melding en registratie maakt aan iedereen duidelijk welke
                    instellingen actief zijn op het terrein van het peuterspeelzaalwerk. De melding
                    biedt aan de gemeente de mogelijkheid om voorafgaande aan de start van de
                    exploitatie te toetsen of een nieuw initiatief aan de kwaliteitseisen voldoet. </al><al>De gemeente moet een gemelde peuterspeelzaal opnemen in een register dat voor
                    een ieder toegankelijk is. Opneming in het register geeft ouders de zekerheid
                    dat het peuterspeelzaalwerk bij de aanvang van de exploitatie van voldoende
                    kwaliteit is en dat er van gemeentewege zal worden toegezien dat de kwaliteit
                    van voldoende niveau blijft.</al><al>Tussen een vergunningenstelsel en een meldingsstelsel zijn een aantal
                    verschillen. Zo kunnen in een vergunning nadere eisen worden opgenomen die
                    specifiek gelden voor de instelling die de vergunning krijgt. Bij een
                    meldingsstelsel kunnen geen specifieke voorschriften worden gesteld, maar moet
                    worden volstaan met algemene, voor alle instellingen geldende regels. </al><al>Ook wat betreft het toepassen van sancties is er een verschil. In een
                    vergunningenstelsel vormt het intrekken van de vergunning een sanctie. Deze
                    sanctie is er niet in een meldingsstelsel. Wanneer de gemeente wil dat de
                    exploitatie van een peuterspeelzaal wordt stopgezet, zal ze er voor moeten
                    zorgen dat betreffende inrichting wordt gesloten.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de houder in de melding aan het college aangeeft voor
                    welk ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest. Het gekozen
                    ambitieniveau bepaalt de kwalificatie-eisen die aan de leidinggevenden worden
                    gesteld <cursief>(zie artikel 11).</cursief> Het ambitieniveau 0 (‘spelen en
                    ontmoeten’) is het minimumkwaliteitsniveau. Aan dit kwaliteitsniveau dienen alle
                    peuterspeelzalen in ieder geval te voldoen.</al><al>Door de melding en registratie worden de ouders op de hoogte gesteld van het
                    ambitieniveau. De toezichthouder kan controleren of een peuterspeelzaal zich
                    houdt aan het gestelde ambitieniveau.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Termijn van in exploitatie nemen van een
                    peuterspeelzaal</tussenkop><al>Dit artikel bevat de termijn die de gemeente (i.c. de toezichthouder) nodig
                    heeft om te beoordelen of een nieuwe peuterspeelzaal zal voldoen aan de eisen
                    van de verordening. Elke gemeente zal in overleg met de toezichthouder moeten
                    bepalen welke termijn haalbaar is. Het moet gaan om een termijn die enerzijds de
                    toezichthouder de mogelijkheid biedt een deugdelijk onderzoek te doen naar de
                    wijze waarop de nieuwe peuterspeelzaal zal worden geëxploiteerd en die
                    anderzijds degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen
                    niet onnodig lang laat wachten op het moment dat met de exploitatie kan worden
                    gestart.</al><al>Het tweede lid biedt de mogelijkheid voor de houder om vóór het verstrijken van
                    de termijn in het eerste lid met de exploitatie van de peuterspeelzaal te
                    beginnen.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Verbod op het in exploitatie nemen van een
                    peuterspeelzaal</tussenkop><al>Dit artikel bevat het expliciete verbod om een peuterspeelzaal in exploitatie te
                    nemen, indien blijkt dat de initiatiefnemer niet aan de eisen van de verordening
                    voldoet. Op grond van deze verbodsbepaling kan het college tot bestuursdwang
                    (sluiting) overgaan of een dwangsom opleggen, indien de peuterspeelzaal toch in
                    gebruik wordt genomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Register</tussenkop><al>De gemeente moet een gemelde peuterspeelzaal opnemen in een register dat voor
                    eenieder toegankelijk is. Dit artikel regelt het instellen van het register.
                    Opneming in het register geeft ouders de zekerheid dat het peuterspeelzaalwerk
                    bij de aanvang van de exploitatie van voldoende kwaliteit is en dat er van
                    gemeentewege zal worden toegezien dat de kwaliteit van voldoende niveau
                    blijft.</al><al>Om het register actueel te houden, bepaalt het vierde lid dat de houder
                    onmiddellijk melding doet aan het college van wijzigingen van gegevens die bij
                    de melding zijn verstrekt. Het derde lid bepaalt dat het register openbaar
                    is.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Verplichtingen van de houder</tussenkop><al>In dit artikel staan de verplichtingen die de houder heeft met betrekking tot
                    het exploiteren van een peuterspeelzaal.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Algemene kwaliteitseisen</tussenkop><al>Het eerste lid bevat een algemene kwaliteitsnorm die ontleend is aan artikel 48
                    Wk. Het gaat om een globale norm waaraan de houders zelf, met inachtneming van
                    de verordening, invulling moeten geven. In deze bepaling wordt vastgelegd dat
                    het welbevinden van de kinderen richtsnoer moet zijn het uitvoeren van het
                    peuterspeelzaalwerk.</al><al>Het tweede lid stelt dat de houders van peuterspeelzalen een
                    risico-inventarisatie moeten uitvoeren ten aanzien van de domeinen veiligheid en
                    gezondheid. De risico-inventarisatie heeft tot doel het in kaart brengen van
                    veiligheids- en gezondheidsrisico’s die kinderen in peuterspeelzalen lopen.
                    Daarbij wordt uitgegaan van het gedrag van kinderen. De risico-inventarisatie
                    dient als basis om de omstandigheden voor kinderen te verbeteren en om te
                    stimuleren dat personeel en de kinderen adequaat met risico’s omgaan. Deze
                    risico-inventarisatie vervangt niet de risico-inventarisaties die op grond van
                    andere wetgeving verplicht is (artikel 5 Arbeidsomstandighedenwet en artikel 7
                    Infectieziektewet). Ook vervangt een risico-inventarisatie niet de
                    veiligheidsnormen waaraan de peuterspeelzalen op grond van andere wetgeving zijn
                    gebonden, zoals de brandveiligheidseisen in het Bouwbesluit en de
                    bouwverordening. Ook laat de risico-inventarisatie toepassing van de WPG
                    onverlet.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Oppervlakte speelruimte</tussenkop><al>Het Nederlands Normalisatie-instituut (NNI) heeft middels NEN 2580 normen
                    opgesteld voor de oppervlakte en inhoud van gebouwen. </al><al>Deze minimale kwaliteitsregels houden in dat:</al><lijst><li nr="-"><al>per groep een ruimte beschikbaar is per kind van 3,5 vierkante meter
                            bruto speel/werkoppervlak;</al></li><li nr="-"><al>er buitenspeelruimte beschikbaar is, waarvan de oppervlakte minimaal 4
                            vierkante meter per spelend kind bedraagt.</al></li></lijst><al>Gekozen is voor minimum bruto-oppervlaktematen (in plaats van
                    netto-oppervlaktematen) omdat deze eenvoudiger door de toezichthouder zijn vast
                    te stellen.</al><al/><tussenkop>Artikel 10 Groepen en groepsgrootte</tussenkop><al>Het tweede lid bepaalt dat de maximum groepsgrootte vijftien kinderen bedraagt.
                    Dit maximum geldt voor alle drie ambitieniveaus.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</tussenkop><al>Het gekozen ambitieniveau bepaalt het aantal beroepskrachten of begeleiders dat
                    in elke groep aanwezig moet zijn.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Signalering opvoedproblemen, kindermishandeling en risico’s
                    voor de ontwikkeling van een kind</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen omdat peuterspeelzalen een belangrijke vindplaats zijn
                    voor het signaleren van opvoedproblemen, kindermishandeling en risico’s voor de
                    ontwikkeling van een kind.</al><al>Dit artikel bepaalt dat in het geval dat een beroepskracht en/of begeleider
                    kindermishandeling signaleren, zij handelen volgens het Protocol
                    kindermishandeling – 9 maanden tot 19 jaar regio Zaanstreek Waterland en de
                    daaraan verbonden meldcode ernstige opvoedproblemen en kindermishandeling.</al><al>Het tweede lid stelt dat indien sprake is van ontwikkelingsrisico’s bij een
                    kind, de beroepskracht en/of begeleider deze risico’s vroegtijdig signaleren en
                    contact opnemen met een <cursief>Centrum Jong </cursief>in het kader van de
                    doorverwijzing.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Overeenkomst tussen houder en ouder(s)</tussenkop><al>Voor houders van peuterspeelzalen en ouders is het van belang om in een
                    overeenkomst te expliciteren wat wederzijds de rechten en verplichtingen zijn.
                    Vandaar dat in dit artikel wordt bepaald dat het peuterspeelzaalwerk plaatsvindt
                    op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.</al><al>Het tweede lid stelt dat de houders van peuterspeelzalen verplicht zijn ouders
                    te informeren over een aantal essentiële onderwerpen voordat ze een contract
                    tekenen. Deze informatie biedt ouders de mogelijkheid om zich een oordeel te
                    vormen over de kwaliteit van een peuterspeelzaal en eventueel op basis van een
                    onderlinge vergelijking een keuze voor een bepaalde peuterspeelzaal te
                    maken.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Verklaring omtrent het gedrag</tussenkop><al>Dit artikel draagt de houder van een peuterspeelzaal op er voor te zorgen dat
                    alle beroepskrachten en begeleiders die zijn peuterspeelzaal werkzaam zijn, op
                    hun gedrag zijn getoetst. Dit gebeurt in de vorm van een recente verklaring
                    omtrent het gedrag die aan de houder moet worden overlegd voordat een persoon
                    zijn werkzaamheden aanvangt.</al><al>Omdat een verklaring omtrent het gedrag niet meer dan een momentopname is,
                    voorziet het derde lid in de eis dat een nieuwe verklaring omtrent het gedrag
                    aan de houder wordt overlegd, in het geval de houder of toezichthouder
                    redelijkerwijs het vermoeden heeft, bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten of
                    tips, dat een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een
                    verklaring omtrent het gedrag.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Overdracht gegevens naar het primair onderwijs</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen omdat er veel kennis over de kinderen aanwezig is bij
                    de beroepskrachten en begeleiders van de peuterspeelzalen. Zodoende is het
                    belangrijk om deze kennis te delen, via de ouders of verzorgers, met de school
                    voor primair onderwijs waar het kind is ingeschreven. </al><al>Wanneer een kind de vierjarige leeftijd heeft bereikt en de peuterspeelzaal
                    verlaat, vult de beroepskracht een signaleringslijst in ten behoeve van de
                    overdracht van de peuterspeelzaal naar de school voor primair onderwijs. De
                    houder van de peuterspeelzaal bewaart een kopie van deze signaleringslijst tot
                    tenminste één jaar na het vertrek van het betreffende kind. De signaleringslijst
                    wordt door de ouder(s)/verzorger(s) overgedragen aan de school waar het kind
                    staat ingeschreven. Bij verlies kan de school toestemming aan de ouders vragen
                    om de lijst alsnog op te vragen bij de betreffende peuterspeelzaal.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Nadere regels</tussenkop><al>In dit artikel wordt aangegeven dat het college nadere regels kan stellen
                    waaraan de peuterspeelzaal, de houder en de in de peuterspeelzaal werkzame
                    beroepskrachten en begeleiders moeten voldoen.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Aanwijzing van toezichthouders</tussenkop><al>Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om toezichthouders aan te wijzen.
                    Afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat een algemene regeling
                    van de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het recht op het betreden van
                    plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke
                    stukken.</al><al/><tussenkop>Artikel 18 Onderzoek door de toezichthouder</tussenkop><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek door de toezichthouders
                    onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>het onderzoek naar aanleiding van een melding van het voornemen een
                            peuterspeelzaal te gaan exploiteren;</al></li><li nr="2."><al>het reguliere onderzoek bij bestaande peuterspeelzalen in de
                            gemeente;</al></li><li nr="3."><al>het incidentele onderzoek bij een peuterspeelzaal, bijvoorbeeld naar
                            aanleiding van klachten of tips.</al></li></lijst><al>Wat betreft de termijn in het eerste lid wordt verwezen naar de opmerking bij
                    artikel 4. </al><al>Het tweede lid bevat de opdracht aan het college om ervoor zorg te dragen dat
                    tenminste één keer per jaar een controle wordt uitgevoerd.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Het inspectierapport</tussenkop><al>De resultaten van een onderzoek worden door de toezichthouder vastgelegd in een
                    inspectierapport. Het inspectierapport vormt de basis voor het handhavend
                    optreden door het college. Deze werkwijze is identiek aan de manier waarop
                    handhaving op grond van de Wk plaatsvindt.</al><al>Het derde lid bepaalt dat het college (en niet de toezichthouder) de houder in
                    de gelegenheid stelt van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn
                    zienswijze kenbaar te maken. Het bieden van gelegenheid om een zienswijze
                    kenbaar te maken is op te vatten als het uitoefenen van een publiekrechtelijke
                    bevoegdheid. Op grond van de Awb ( artikel 10:14) is delegatie van bevoegdheden
                    aan ambtenaren niet toegestaan. Het is wel mogelijk dat deze bevoegdheid in
                    mandaat wordt overgedragen. In dat geval handelt de toezichthouder namens het
                    college.De overige taken die in dit artikel worden genoemd zijn van
                    feitelijke aard. Deze kunnen wel aan een toezichthoudend ambtenaar worden
                    overgedragen.</al><al/><tussenkop>Artikel 20 Aanwijzing en bevel</tussenkop><al>Indien de houder de aanwijzing of het bevel niet opvolgt, kan het college
                    overgaan tot het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom.
                    Het gaat om algemene bevoegdheden van het college die zijn neergelegd in de
                    Gemeentewet en de Awb. Deze worden dan ook niet nader in de verordening
                    geregeld.</al><al>Bestuursdwang houdt een waarschuwing in dat wanneer niet binnen een bepaalde
                    termijn maatregelen worden getroffen, het college deze op kosten van de houder
                    kan laten uitvoeren. Is bestuursdwang niet goed mogelijk, dan kan een dwangsom
                    worden opgelegd. Zijn er zoveel tekortkomingen, dan kan het college in de
                    aanwijzing of bevel gelasten de exploitatie van de peuterspeelzaal te staken.
                    Geeft de exploitant daaraan geen gehoor, dan gaat het college hiertoe over. Ook
                    dit is een vorm van bestuursdwang.</al><al/><tussenkop>Artikel 21 Strafbepaling</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Hoofdstuk 5 Slot- en overgangsbepalingen</tussenkop><al>Deze bepalingen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>