<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR228086_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening winkeltijden gemeente Diemen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Diemen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Diemernieuws 25 oktober 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening winkeltijden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Winkeltijdenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>winkeltijden</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening winkeltijden gemeente Diemen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al><vet><onderstreept>Onderwerp: </onderstreept></vet></al><al/><al>Vaststelling van de "Verordening winkeltijden gemeente Diemen 2012” </al><al/><al/><al>De gemeenteraad van Diemen in vergadering bijeen,</al><al>Gelezen</al><al>de voordracht van het college d.d. 23 augustus 2012;</al><al>het door de fracties van D66, PvdA en VVD ingediende en aangenomen
                        amendement.</al><al><vet>Gelet op</vet></al><lijst><li nr="-"><al>de informatie in de “Notitie winkeltijdenverordening/koopzondagen;
                            </al></li><li nr="-"><al>de onderzoeksresultaten van het onderzoek van bureau DTNP naar de
                                economische effecten van de algehele zondagopenstelling voor winkels
                                in de gemeente Amsterdam en de mogelijke effecten van een algehele
                                zondagopenstelling voor winkels in de gemeente Diemen;</al></li><li nr="-"><al>de resultaten van de gehouden enquête aangaande dit onderwerp onder
                                ondernemers in Diemen;</al></li><li nr="-"><al>de overwegingen zoals die zijn opgenomen in de afzonderlijk
                                vastgestelde Toelichting op artikel 10 van de Verordening
                                winkeltijden Diemen 2012;</al></li></lijst><al><vet>Besluit</vet></al><al>Vast te stellen de: </al><al><vet>Verordening winkeltijden Diemen 2012</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>winkel: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de wet;</al></li><li nr="c."><al>feestdag: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag;</al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een ontheffing binnen 8
                            weken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de beslissing voor ten hoogste 4 weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Overdracht van de ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontheffing op grond van deze verordening is overdraagbaar na
                            verkregen toestemming van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van een voorgenomen overdracht doet de houder van de ontheffing
                            hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college onder
                            vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde
                            rechtverkrijgende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Intrekken of wijzigen van de ontheffing</titel></kop><al>Het college kan een ontheffingintrekken of wijzigen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten dit noodzakelijk
                                maken in verband met het belang of de belangen ter bescherming
                                waarvan de ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf anders
                                dan in een winkel gevaar oplevert voor de openbare orde, de
                                veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;</al></li><li nr="d."><al>de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet
                                zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="e."><al>van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen
                                een redelijke termijn;</al></li><li nr="f."><al>de houder dit aanvraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verboden genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van
                            de wet, gelden niet op ten hoogste twaalf, door het college aan te
                            wijzen, zondagen of feestdagen per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bevoegdheid geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Openstelling van levensmiddelenwinkels op de avonden van zon- en
                            feestdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2,
                            eerste lid, aanhef en onder a en b van de wet genoemde verboden aan
                            winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen te
                            worden verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel
                            1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de ontheffing voor ten hoogste 1 winkel verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de ontheffing worden in elk geval de volgende voorschriften
                            verbonden:</al><lijst><li nr="a."><al>de winkel dient op de zondagen en de feestdagen vóór 16.00 uur
                                    gesloten te zijn,</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd indien de woonsituatie of de
                            leefsituatie, de veiligheid of de openbare orde in de omgeving van de
                            winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de
                            openstelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere
                            situaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voor wat betreft zondagen of feestdagen ontheffing
                            verlenen van de in artikel 2 van de wet genoemde verboden, ten behoeve
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard;</al></li><li nr="b."><al>het uitstallen van goederen;</al></li><li nr="c."><al>tentoonstellingen in kunstateliers en galeries</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontheffing kan worden verleend in geval van feestelijkheden,
                            bijeenkomsten, veilingen of beurzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verbod straatverkoop bepaalde goederen op zon- en feestdagen</titel></kop><al><vet>Vervallen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Openstelling op werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur
                            (nachtwinkels)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op aanvraag ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld
                            in artikel 2, eerste lid, onder c, van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd indien de woonsituatie of de
                            leefsituatie, de veiligheid of de openbare orde in de omgeving van de
                            winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de
                            openstelling van de winkel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Toerisme</titel></kop><al>De verboden, bedoeld in artikel 2, eerste lid van de wet, gelden, om reden
                        van op de gemeente gericht toerisme, voor zover zij betrekking hebben op de
                        zondagen en de feestdagen, niet</al><lijst><li nr="a."><al>voor de gehele gemeente Diemen</al></li><li nr="b."><al>gedurende het gehele jaar</al></li><li nr="c."><al>op alle zondagen en feestdagen van 12.00 tot 18.00;</al></li><li nr="d."><al>voor de verkoop van de artikelen die de betreffende winkel ook op de
                                overige dagen verkoopt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling</titel></kop><al>De Verordening winkeltijden Diemen, vastgesteld op 27 juni 1996, wordt
                        ingetrokken met ingang van de dag waarop deze verordening, krachtens artikel
                        12, eerste lid, in werking treedt </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening, met uitzondering van artikel 10 van deze verordening,
                            treedt in werking, met ingang van de achtste dag na de bekendmaking van
                            deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 10 van deze verordening treedt in werking op 1 januari
                            2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening winkeltijden gemeente
                        Diemen 2012.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten tijdens de gemeenteraadsvergadering van 27 september
                        2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><divisie><kop><titel>De Winkeltijdenwet</titel></kop><al>Op 1 juni 1996 is de Winkeltijdenwet tezamen met het Vrijstellingenbesluit
                        Winkeltijdenwet in werking getreden. Deze wet stelt ruimere regels voor de
                        openingstijden van winkels dan zijn voorganger, de Winkelsluitingswet
                        1976.</al><al>De tekst van de Winkeltijdenwet en het bijbehorende Vrijstellingenbesluit
                        zijn gepubliceerd in het Staatsblad van 28 maart 1996, onder nummer 182 en
                        183. Op1 januari 2011 is de Winkeltijdenwet gewijzigd. Deze wijziging heeft
                        tot doel een inkadering te geven van de bevoegdheid om toeristische gebieden
                        aan te wijzen, waar de winkels op alle zon- en feestdagen open mogen zijn.
                        Het gaat om een aantal extra eisen aan de besluitvorming en een aanscherping
                        van de bevoegdheid op grond van artikel 3, derde lid, onder a, van de wet.
                        Verder zijn door deze wetswijziging de vrijstellingen die de raad op basis
                        van dit artikel bij verordening kan geven, vatbaar voor bezwaar en beroep
                        bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.</al></divisie><divisie><kop><titel>Uitgangspunten Winkeltijdenwet </titel></kop><al>In concreto komen deze uitgangspunten neer op het volgende.</al><lijst><li nr="a."><al>Op maandag t/m zaterdag, de werkdagen, is openstelling van winkels
                                toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen tijdens deze
                                uren geen beperkingen opleggen aan de openstelling van winkels.</al></li><li nr="b."><al>Aan het aantal openingsuren per winkel per week is geen maximum
                                verbonden.</al></li><li nr="c."><al>Tijdens de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op
                                werkdagen niet toegestaan. Gemeenten kunnen echter vrijstellingen of
                                ontheffingen van deze verplichte winkelsluiting verlenen. Op Goede
                                Vrijdag, Kerstavond (24 december) en. Dodenherdenking (4 mei) moeten
                                de winkels vanaf 19.00 uur dicht zijn.</al></li><li nr="d."><al>Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. Voor
                                maximaal 12 zon- en feestdagen per kalenderjaar kan de gemeente
                                vrijstelling of ontheffing van deze verplichte sluiting verlenen. De
                                Winkeltijdenwet merkt in dit verband als feestdagen aan:
                                Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en
                                eerste en tweede Kerstdag.</al></li><li nr="e."><al>Winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk levensmiddelen worden
                                verkocht (in de praktijk gaat het vaak om supermarkten) kunnen
                                ontheffing krijgen om op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur open te
                                zijn. Ze moeten dan wel op alle zon- en feestdagen voor 16.00 uur
                                dicht zijn, ook als die als koopzondag zijn aangewezen. Belangrijk
                                is ook dat er in een gemeente maar één ontheffing per 15.000
                                inwoners mag worden verleend.</al></li><li nr="f."><al>De raden kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de
                                verplichte winkelsluiting op zon- en feestdagen in verband met op de
                                gemeente of een deel daarvan gericht autonoom toerisme. Deze
                                bevoegdheid is nader ingekaderd bij de wetwijziging van 1 januari
                                2011</al></li></lijst><al>De Winkeltijdenwet is niet alleen van toepassing op winkels: het is op de in
                        artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde dagen en tijden ook verboden om
                        in de uitoefening van een bedrijf (anders dan in een winkel) goederen te
                        koop aan te bieden of te verkopen aan particulieren. Dit volgt uit artikel
                        2, tweede lid.</al></divisie><divisie><kop><titel>Gemeentelijke bevoegdheden</titel></kop><al>Als algemene regel geldt dat op zon- en feestdagen de winkels gesloten zijn.
                        Hierop bestaat een aantal uitzonderingen in de vorm van vrijstellings- en
                        ontheffingsmogelijkheden. Hiermee kan het gemeentebestuur ook buiten de
                        wettelijk geregelde sluitingstijden winkelopening toestaan. Deze
                        bevoegdheden kunnen worden ingedeeld in de volgende vier categorieën. </al><al>1.Bevoegdheden op werkdagen</al><al>De gemeentelijke bevoegdheden op werkdagen behelzen feitelijk de
                        mogelijkheid om ook na 22.00 uur winkelopening toe te staan (art. 7 van de
                        Winkeltijdenwet). De winkeltijdenverordening moet in een grondslag voorzien
                        om de detailhandelsactiviteiten mogelijk te maken die na 22.00 uur op
                        werkdagen plaatsvinden. Dat is gebeurd in artikel 9 van de verordening.</al><al>2.Bevoegdheden op zon- en feestdagen en 19-uurdagen</al><al>De gemeenteraad heeft op grond van artikel 3, eerste lid, Winkeltijdenwet de
                        bevoegdheid om per kalenderjaar maximaal twaalf zondagen of feestdagen als
                            <vet>koopzondag</vet> aan te wijzen. Deze bevoegdheid geldt per deel van
                        de gemeente afzonderlijk en kan worden overgedragen aan het college van
                        burgemeester en wethouders. Ook kan de raad het college van burgemeester en
                        wethouders een ontheffingsbevoegdheid toekennen.</al><al>Artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, Winkeltijdenwet bepaalt dat de
                        winkels op zondag gesloten moeten zijn. In het eerste lid, onder b, wordt
                        een aantal andere dagen genoemd waarop de winkels gesloten moeten zijn,
                        namelijk Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag
                        en eerste en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de
                        modelverordening gedefinieerd als <vet>feestdagen</vet>. Daarnaast noemt
                        artikel 2, eerste lid onder b, van de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop
                        de winkels gesloten moeten zijn <vet>vanaf 19.00 uur</vet>: Goede Vrijdag, 4
                        mei en 24 december. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip feestdagen.
                        In deze toelichting worden ze verder aangeduid als
                        <vet>“19-uurdagen”.</vet></al><al>Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste
                        en tweede Kerstdag zijn ook in artikel 1 van het Vrijstellingenbesluit
                        Winkeltijdenwet gedefinieerd als feestdagen.</al><al>Artikel 3, eerste lid, van de Winkeltijdenwet noemt als dagen die als
                        koopzondag kunnen worden aangewezen naast de zondagen alleen de hiervoor
                        vermelde feestdagen Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                        Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Daaruit volgt dat de 19-uurdagen
                        niet als koopzondag kunnen worden aangewezen indien zij op een zondag
                        vallen.</al><al>3.Bevoegdheden voor specifieke situaties</al><al>De gemeente heeft de bevoegdheid om bij verordening een vrijstelling te
                        verlenen van het verbod om op zon- en feestdagen open te zijn vanwege op de
                        gemeente of een deel daarvan gericht autonoom toerisme (artikel 3, derde
                        lid, onder a). Deze vrijstelling kan worden verleend voor de gehele gemeente
                        of een deel daarvan. Hierbij geldt de wettelijke voorwaarde dat de lokale
                        aantrekkingskracht voor toeristen niet wordt bepaald door de (vrijgestelde)
                        winkelopening. </al><al>De wet voorziet in artikel 3, vierde lid, in een bevoegdheid van de
                        gemeenteraad om in een verordening een bevoegdheid aan het college van
                        burgemeester en wethouders toe te kennen om aan winkels die uitsluitend of
                        hoofdzakelijk eet- en drinkwaren verkopen een ontheffing te verlenen voor
                            <vet>opening op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur</vet>. Per 15.000
                        inwoners van de gemeente mag slechts één winkel worden aangewezen. In
                        gemeenten met minder dan 15.000 inwoners mag aan één winkel een dergelijke
                        ontheffing worden verleend. Deze bepaling komt in plaats van de
                        avondwinkelbepaling in de Winkelsluitingswet 1976. Net als onder de
                        Winkelsluitingswet 1976 moeten deze winkels zich uitsluitend of
                        hoofdzakelijk richten op de verkoop van eet- en drinkwaren, met uitzondering
                        van sterke drank in de zin van artikel 1 van de Drank en Horecawet. Het gaat
                        in de praktijk vaak om supermarkten. Doordat artikel 3, vierde lid van de
                        Winkeltijdenwet verwijst naar artikel 2, tweede lid onder a en b, kan een
                        dergelijke supermarkt dus op zondagen, feestdagen en op 19-uur dagen geopend
                        zijn. Zie verder de toelichting bij artikel 6 van deze verordening.</al><al>Winkels die een ontheffing op grond van artikel 3, vierde lid, hebben mogen
                        op werkdagen ook op de reguliere winkeltijden, dus tussen 06.00 uur en 22.00
                        uur, onbeperkt geopend zijn. Daarnaast kan nog vrijstelling of ontheffing
                        worden verleend voor de uren tussen 22.00 uur en 06.00 uur (artikel 7
                        Winkeltijdenwet). De betrokken winkels moeten echter wel op alle zon- en
                        feestdagen gesloten zijn tot 16.00 uur. Dit geldt dus ook voor die zon- en
                        feestdagen die als koopzondag zijn aangewezen.</al><al>Het college heeft op grond van artikel 4, eerste lid, van de wet de
                        bevoegdheid om bij <vet>plotseling opkomende bijzondere omstandigheden</vet>
                        een vrijstelling van de verplichte winkelsluiting te verlenen. Daarnaast kan
                        de raad het college in bij de verordening aangewezen gevallen de bevoegdheid
                        toe kennen op verzoek een ontheffing verlenen bij <vet>bijzondere
                            gelegenheden van tijdelijke aard en voor het uitstallen van
                            goederen</vet>. Zie daarover ook de toelichting bij artikel 7.</al><al>Het college kan op grond van artikel 6 van de Winkeltijdenwet op verzoek een
                        ontheffing verlenen voor de openstelling van de winkel op zondag aan
                        winkeliers die tot een kerkgenootschap behoren dat de <vet>wekelijkse
                            religieuze rustdag</vet> op een andere dag dan de zondag houdt. Deze
                        winkeliers moeten dan wel op hun eigen religieuze rustdag hun winkel
                        gesloten houden</al><al>4.Algemeen</al><al>Alle op grond van de wet en de verordening te verlenen vrijstellingen en
                        ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend; ook kunnen er
                        voorschriften aan worden gebonden. Aan de ontheffingen op grond van artikel
                        3, vierde lid, en op grond van artikel 7 van de Winkeltijdenwet
                        (avondopenstelling op zondag respectievelijk op werkdagen) kan bijvoorbeeld
                        de beperking worden verbonden dat er na een bepaald tijdstip geen
                        alcoholhoudende drank mag worden verkocht (CBB 18-03-2009, AWB 08/802 S2,
                        Zaanstad)</al></divisie><divisie><kop><titel>Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet</titel></kop><al>In het Vrijstellingenbesluit worden aan enkele vormen van detailhandel
                        landelijke vrijstellingen verleend van de openingsverboden uit de
                        Winkeltijdenwet. Hierbij worden landelijke vrijstellingen voor de gehele
                        week en landelijke vrijstellingen voor de zondagen en de feestdagen
                        onderscheiden. Voor de detailhandelsactiviteiten van de laatste categorie
                        kunnen voor de werkdagen op lokaal niveau vrijstellingen en ontheffingen
                        worden verleend. De twee categorieën zijn hieronder nader uitgewerkt.</al><al>Aan dit onderscheid ligt de keuze ten grondslag om het zwaartepunt bij de
                        mogelijkheid voor het verlenen van vrijstellingen bij de gemeenten te
                        leggen. Voor een beperkt aantal detailhandelsactiviteiten wordt de
                        vrijstelling gedurende de gehele week echter van zo groot landelijk belang
                        geacht, dat hiervoor landelijke vrijstellingen zijn opgenomen. Het gaat om
                        de detailhandel in instellingen voor de volksgezondheid, verkeer en vervoer
                        en de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften. Omdat de bevoegdheid van
                        gemeenten om detailhandel op zon- en feestdagen toe te staan beperkt blijft
                        tot twaalf dagen per jaar, geeft het besluit ook landelijke vrijstellingen
                        voor enkele soorten detailhandel die van oudsher op zon- en feestdagen
                        plaatsvindt. Het gaat deels om winkels die gewoonlijk ook op werkdagen na
                        22.00 uur geopend zijn. Om de openstelling van deze winkels dan mogelijk te
                        maken, kan in de verordening een vrijstelling of mogelijkheid voor het
                        verlenen van een ontheffing worden opgenomen.</al><al>1.Vrijstellingen voor zon- en feestdagen en werkdagen</al><al>De vrijstellingen die voor de hele week gelden zijn alleen van toepassing
                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>Instellingen van volksgezondheid (apotheken en winkels in en op het
                                terrein van ziekenhuizen en verpleeghuizen). Het college krijgt
                                daarbij de bevoegdheid om op verzoek een ontheffing te verlenen voor
                                verkooppunten van uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren,
                                prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften, alsmede bloemen en
                                planten, op ten hoogste 250 meter afstand van de publieksingang van
                                een ziekenhuis of verpleeghuis. Deze ontheffing mag gelden vanaf een
                                half uur voor de aanvang van de bezoektijden tot het einde
                                daarvan.</al></li><li nr="b."><al>Instellingen van verkeer en vervoer (winkels in NS-stationsgebouwen,
                                luchtvaartterreinen voor intercontinentaal verkeer, shops in
                                benzinestations en wegrestaurants en verkoop ten behoeve van de
                                beroepsscheepvaart). Het college krijgt daarbij de bevoegdheid op
                                verzoek een ontheffing te verlenen aan winkels gericht op reizigers
                                in een gebouw voor een knooppunt van openbaar vervoer of voor het
                                verkopen van bloemen en planten op een afstand van ten hoogste 100
                                meter daarvan.</al></li><li nr="c."><al>Instellingen voor de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften.</al><lijst><li nr="2."><al>Vrijstellingen uitsluitend voor zon- en feestdagen</al></li></lijst></li></lijst><al>Vrijstellingen voor uitsluitend de zon- en feestdagen worden in dit besluit
                        verleend voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Bepaalde winkels (musea; winkels waar uitsluitend maaltijden, voor
                                directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, via
                                een automaat, tabak en tabaksproducten, middelen ter voorkoming van
                                zwangerschap en damesverband worden verkocht; videotheken, mits geen
                                andere goederen te koop worden aangeboden of verkocht dan
                                videobanden en andere beelddragers, alsmede tijdschriften en
                                catalogi, die betrekking hebben op het te huur aangeboden
                                assortiment).</al></li><li nr="b."><al>Openstelling van winkels anders dan voor verkoop, indien
                                noodzakelijk voor het betreden van een restaurant of lunchroom en
                                voor fietsenwinkels voor zover noodzakelijk voor het huren van
                                fietsen en bromfietsen.</al></li><li nr="c."><al>Straatverkoop van eetwaren voor directe consumptie en alcoholvrije
                                dranken. Indien de plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding
                                geven, kan de raad bij verordening bepalen dat deze vrijstelling
                                niet geldt voor de betrokken gemeente of een of meer delen daarvan.
                                Daarin is voorzien in artikel 8 van de modelverordening.</al></li><li nr="d."><al>Verkoop van bloemen en planten gedurende de openingstijden op een
                                afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang van een
                                begraafplaats.</al></li><li nr="e."><al>Verkoop van rechtstreeks verband houdende goederen bij
                                voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard vanaf
                                een uur voor aanvang tot een uur na afloop.</al></li><li nr="f."><al>Verkoop van rechtstreeks verband houdende goederen in of op het
                                terrein van sportcomplexen gedurende de openingstijden van die
                                sportcomplexen.</al></li><li nr="g."><al>Winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar uitsluitend
                                of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen
                                en tijdschriften, alsmede bloemen en planten worden verkocht.</al></li><li nr="h."><al>Winkels in fotoartikelen, indien betreden noodzakelijk is voor het
                                maken van portretfoto's ter gelegenheid van de Eerste Heilige
                                Communie.</al></li><li nr="i."><al>Verkoop van bloemen en planten op dagen waarop Allerheiligen en
                                Allerzielen worden gevierd.</al></li><li nr="j."><al>Verkoop van brood en gebak dat in het bijzonder is bestemd voor hen
                                die zich aan de Ramadan houden, en wel tussen twee uur vóór
                                zonsondergang tot zonsondergang gedurende de Ramadan, mits in die
                                winkel dat brood en gebak ook pleegt te worden verkocht buiten de
                                periode van de Ramadan.</al></li><li nr="k."><al>Verkoop van eetwaren voor directe consumptie en alcoholvrije
                                dranken, religieuze artikelen en souvenirs, alsmede bloemen en
                                planten, in de directe omgeving van een bedevaartplaats, gedurende
                                de tijd dat deze plaats als zodanig wordt bezocht.</al></li><li nr="l."><al>Verkoop van feestartikelen op zondag waarop carnaval wordt gevierd,
                                vanaf 12.00 uur en op zon- en feestdagen waarop in de gemeente een
                                kermis wordt gehouden, gedurende de openingstijden van die
                                kermis.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Handhaving</titel></kop><al>De controle op de naleving van de regels is in eerste instantie een taak van
                        de plaatselijk bevoegde politie in overleg met de gemeente. De
                        Belastingdienst/FIOD-ECD wordt daarbij ingeschakeld als er een landelijke
                        coördinatie vereist is.</al><al>Het handhavingsbeleid van de gemeente Diemen is op 9 december 2011 in
                        werking getreden. In het handhavingsbeleid zijn regels opgenomen ten aanzien
                        van de handhaving in het algemeen en wordt aangegeven hoe de gemeente omgaat
                        met de handhaving van overtredingen. Specifiek zijn de overtredingen
                        gecategoriseerd en geprioriteerd. Aan de hand van deze prioritering wordt
                        bepaald op welke wijze wordt gehandhaafd. Overtreding van de Winkeltijdenwet
                        (en verordening) heeft een gemiddelde prioriteit. Volgens het
                        handhavingsbeleid betekent dit dat bij constatering van een overtreding
                        altijd een reactie volgt.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de definitie van winkel wordt verwezen naar artikel 1 van de
                        Winkeltijdenwet. Daarin is een winkel gedefinieerd als: een voor het publiek
                        toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te
                        worden verkocht.</al><al>Voor de omschrijving van het begrip feestdag is aansluiting gezocht bij
                        artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet. In de wet is geen
                        definitie opgenomen van feestdag, maar worden de volgende dagen genoemd als
                        dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn (naast de zondag):
                        Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste
                        en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de modelverordening
                        gedefinieerd als feestdag. Daarnaast noemt artikel 2, eerste lid onder b van
                        de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn
                        vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december. Deze dagen vallen dus
                        niet onder het begrip feestdag in de modelverordening.</al><al>Door in de verordening het begrip feestdag te definiëren, kan waar nodig
                        worden volstaan met het woord “feestdag” of “feestdagen” en hoeven niet
                        steeds alle dagen bij naam genoemd te worden. Koninginnedag en
                        Bevrijdingsdag (5 mei) zijn, voor zover deze dagen niet op zondag vallen, in
                        de wet niet aangemerkt als een dag waarop de winkels gesloten moeten
                        zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Overdracht van de ontheffing</titel></kop><al>De bepaling bindt de overdracht van de ontheffing aan de toestemming van het
                        college. De ontheffing kan aan een (rechts)persoon worden verleend als het
                        gaat om straatverkoop als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de
                        Winkeltijdenwet. Als het om een winkel gaat, heeft de ontheffing naar zijn
                        aard betrekking op het pand waarin het winkelbedrijf wordt uitgeoefend. Als
                        het om een ontheffing voor straatverkoop gaat biedt de tussenkomst het
                        college de gelegenheid om inzicht te krijgen in de handel en wandel van de
                        opvolger. Als het gaat om overdracht van het winkelpand aan een ander
                        rechthebbende, moet het college kunnen toetsen of de ontheffing in stand kan
                        blijven of dat er eventueel andere voorschriften aan moeten worden
                        verbonden. Er kan immers sprake zijn van een heel ander soort winkel dan
                        voorheen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)</titel></kop><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 3, tweede lid, Winkeltijdenwet,
                        dat de raad de mogelijkheid geeft de bevoegdheid die in het eerste lid aan
                        de raad wordt gegeven, te delegeren aan het college. Dit is wel een beperkte
                        delegatie: de raad zelf verleent vrijstelling, B&amp;W bepalen wanneer die
                        precies geldt door het aanwijzen van maximaal 12 koopzondagen per jaar. De
                        eerste twee leden van artikel 3 Winkeltijdenwet luiden:</al><al><cursief>1.</cursief><cursief> De gemeenteraad kan voor ten hoogste twaalf
                            door hem aan te wijzen dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen van
                            de in </cursief><cursief>artikel 2</cursief><cursief> vervatte verboden,
                            voor zover deze betrekking hebben op de zondag, Nieuwjaarsdag, tweede
                            Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste of tweede
                            Kerstdag. De beperking tot twaalf dagen per kalenderjaar geldt voor elk
                            deel van de gemeente afzonderlijk.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> De gemeenteraad kan, al dan niet onder het
                            stellen van regels, de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid delegeren
                            aan burgemeester en wethouders.</cursief></al><al>De gemeenteraad kan ook zelf de twaalf koopzondagen/feestdagen aanwijzen. In
                        dat geval hoeft dit artikel niet in de verordening te worden opgenomen. De
                        vrijstelling wordt dan in de verordening zelf opgenomen, terwijl de
                        aangewezen dagen bijvoorbeeld in een bijlage bij de verordening worden
                        opgenomen. Deze bijlage kan desgewenst jaarlijks door de raad worden
                        vastgesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Openstelling van levensmiddelenwinkels op zon- en feestdagen</titel></kop><al>Dit artikel van de modelverordening steunt op artikel 3, vierde lid, van de
                        Winkeltijdenwet, dat luidt:</al><al><cursief>4.</cursief><cursief> Voorts kan de gemeenteraad bij verordening
                            aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen op een daartoe
                            strekkende aanvraag en met inachtneming van de in die verordening
                            gestelde regels ontheffing te verlenen van de in
                            </cursief><cursief>artikel 2, eerste lid, onder a en
                            b</cursief><cursief>, vervatte verboden, voor zover het winkels betreft
                            die gesloten zijn op de in die verboden bedoelde dagen tussen 0 uur en
                            16 uur, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen
                            te worden verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in
                            </cursief><cursief>artikel 1, eerste lid, van de Drank- en
                            Horecawet</cursief><cursief>. De verordening bepaalt in ieder geval het
                            aantal winkels waarvoor in de gemeente ontheffing kan worden verleend.
                            Dit aantal kan ten hoogste één winkel per 15 000 inwoners van de
                            gemeente zijn of, indien het inwonertal lager is dan 15 000, één
                            winkel.</cursief></al><al>De vereisten uit de Winkeltijdenwet zijn dus:</al><al> de ontheffing kan alleen worden verleend aan winkels:</al><lijst><li nr="-"><al>die gesloten zijn op zon- en feestdagen vóór 16 uur, ook als die als
                                koopzondag zijn aangewezen (verwerkt in onderdeel a van derde lid),
                                en</al></li><li nr="-"><al>waar hoofdzakelijk eet- en drinkwaren worden verkocht met
                                uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                van de Drank- en Horecawet (verwerkt in het eerste lid van artikel 6
                                van deze verordening);</al><al> er mag maar 1 ontheffing verleend worden per 15.000 inwoners
                                (verwerkt in het tweede lid van artikel 6 van deze Verordening). Dit
                                aantal moet strikt worden toegepast, er mag dus niet naar boven
                                worden afgerond. Een gemeente die minder dan 15.000 inwoners heeft
                                mag aan één winkel de ontheffing ex artikel 3, vierde lid
                                verlenen.</al></li></lijst><al>Het zal vaak voorkomen dat er – na toetsing aan de weigeringsgronden - meer
                        aanvragen liggen dan dat er ontheffingen kunnen worden verleend. Het
                        verdient aanbeveling dat het college beleid ontwikkelt over de manier waarop
                        in dat geval wordt geselecteerd tussen de aanvragers. Dit kan bijvoorbeeld
                        door een systeem van loting. Ook zou een rouleersysteem in het leven kunnen
                        worden geroepen, waarbij diverse supermarkten tijdelijk ontheffing krijgen,
                        elk voor een afzonderlijke periode. Ontheffing voor een bepaalde periode
                        heeft ook los daarvan het voordeel dat er na verloop van tijd kan worden
                        geëvalueerd. Dit speelt echter pas als van de bestaande verleende ontheffing
                        geen gebruik meer wordt gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere
                            situaties</titel></kop><al>Dit artikel steunt op artikel 4, tweede lid, Winkeltijdenwet. Artikel 4
                        luidt:</al><al><cursief>1.</cursief><cursief> Burgemeester en wethouders kunnen
                            vrijstelling van de in </cursief><cursief>artikel 2</cursief><cursief>
                            vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de zondag,
                            Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en
                            eerste of tweede Kerstdag, verlenen op grond van plotseling opkomende
                            bijzondere omstandigheden.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> Zij kunnen in door de gemeenteraad bij
                            verordening aangewezen gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste
                            lid bedoelde verboden ten behoeve van bijzondere gelegenheden van
                            tijdelijke aard en ten behoeve van het uitstallen van
                            goederen.</cursief></al><al><cursief>3.</cursief><cursief> De vrijstellingen en ontheffingen kunnen
                            onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen
                            kunnen voorschriften worden verbonden.</cursief></al><al>Aangezien de Winkeltijdenwet in artikel 7, eerste lid een directe
                        bevoegdheid verleent aan het college om vrijstelling te verlenen op grond
                        van plotseling opkomende bijzondere omstandigheden hoeft deze mogelijkheid
                        niet afzonderlijk te worden genoemd in de verordening. Wel worden hier op
                        grond van het tweede lid van artikel 7 van de Winkeltijdenwet de gevallen
                        aangewezen waarin ontheffing kan worden verleend ten behoeve van bijzondere
                        gelegenheden van tijdelijke aard.</al><al>Uit de bewoordingen van artikel 4, eerste lid, van de Winkeltijdenwet in
                        relatie tot die van 3, vierde lid volgt dat deze ontheffing zowel op
                        aanvraag als ambtshalve kan worden verleend.</al><al>In artikel 7, eerste lid onder c worden tentoonstellingen in kunstateliers
                        en galeries genoemd. De reden daarvan is het volgende. Kunstateliers en
                        galeries zijn winkels, maar hebben in de Winkeltijdenwet een speciale
                        status, die voortkomt uit de oude Winkelsluitingswet en het daarop
                        berustende Besluit gemeentelijke ontheffingen Winkelsluitingswet. In artikel
                        4 van dat landelijk geldende besluit was een afzonderlijke regeling
                        opgenomen voor kunstateliers en galeries. Deze bepaling hield in dat
                        burgemeester en wethouders ontheffing konden verlenen ten behoeve van het
                        uitstallen van niet fabrieksmatig vervaardigde kunstvoorwerpen door of voor
                        rekening van de vervaardiger daarvan, voor de zon- en feestdagen en de
                        sluitingsuren op werkdagen. Bij het opstellen van de Winkeltijdenwet in 1996
                        is deze ontheffingsmogelijkheid niet meer expliciet overgenomen in het
                        Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Daar kwamen direct veel vragen over.
                        In overleg met het ministerie van Economische Zaken zijn de kunstateliers en
                        de galeries in artikel 7, tweede lid, van de toenmalige en nu het eerste lid
                        van de huidige modelverordening Winkeltijdenwet opgenomen. Op grond van
                        artikel 4, tweede lid, van de wet, zoals uitgewerkt in artikel 7, eerste lid
                        van de modelverordening, kunnen burgemeester en wethouders ontheffing
                        verlenen voor de zon- en feestdagen voor bijzondere situaties. De wet laat
                        hierin de gemeenten beleidsvrijheid. Met gebruikmaking van deze
                        beleidsvrijheid kan de ontheffing verleend worden voor tentoonstellingen in
                        kunstateliers en galeries. De achtergrond van deze bijzondere status voor
                        kunstateliers en galeries is dat de mogelijkheden voor kunstenaars aan hun
                        werk bekendheid te geven door middel van (verkoop)tentoonstellingen niet te
                        zeer aan banden gelegd mag worden. Bovendien spelen concurrentieoverwegingen
                        hier nauwelijks een rol, gezien het individuele karakter van de betrokken
                        voorwerpen. </al><al>Onder bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard kunnen feestelijkheden
                        worden verstaan. In een uitspraak van 28 oktober 2008, LJN: BG2147
                        (Amsterdam Noord), heeft het CBB het begrip “feestelijkheden” ingevuld. Het
                        ging in deze zaak onder meer om de vraag of allerlei buitenlandse en nogal
                        buitenissige feestdagen zoals de Chinese dag van het kind, de Amerikaanse
                        "doe vriendelijk dag" en dergelijke konden worden aangemerkt als
                        "feestelijkheden" zoals bedoeld in de Winkeltijdenverordening van het
                        desbetreffende stadsdeel. Uit de uitspraak blijkt "….dat het moet gaan om
                        feestelijkheden die bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard zijn. Bij
                        het hanteren van het begrip "bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard"
                        moet er een verband kunnen worden aangewezen met een gebeurtenis dan wel met
                        het beleven of uiten van opvattingen of gevoelens, waaraan blijkens een
                        breed gedragen mening van de bevolking of een bevolkingsgroep op landelijk
                        dan wel op lokaal niveau, een feestelijke, gedenkwaardige betekenis moet
                        worden gehecht."</al><al>In een uitspraak van 18 december 2009 bepaalde de voorzieningenrechter dat
                        het verlenen van ontheffing om op zondag 20 december open te zijn in verband
                        met het plaatsvinden van een feestelijkheid (de laatste zondag voor
                        Kerstmis), niet mogelijk was. In deze mondelinge uitspraak overwoog de
                        rechter: “Er is echter niet gebleken welke feestelijkheid op die dag plaats
                        zal vinden en tevens niet of de genoemde feestelijke activiteiten ten tijde
                        van het verlenen van de ontheffing reeds gepland waren. Doordat de
                        ontheffing is verleend aan alle winkeliers in de gemeente Lisse, komt de
                        ontheffing eigenlijk overeen met het aanwijzen van een extra algemene
                        koopzondag. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat de gemeenteraad de
                        mogelijkheid heeft om burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven
                        twaalf koopzondagen aan te wijzen. De gemeenteraad heeft deze bevoegdheid
                        echter beperkt tot zes zon- en feestdagen, van welke bevoegdheid ook gebruik
                        is gemaakt. Door het aanwijzen van deze extra koopzondag, hebben
                        burgemeester en wethouders in strijd met de verordening gehandeld.” (LJN BK
                        7097, Lisse).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Verbod straatverkoop van bepaalde goederen op zon- en
                            feestdagen</titel></kop><al><vet>Vervallen.</vet></al><al>De vrijstelling die hier wordt bedoeld betreft het te koop aanbieden en
                        verkopen van voor directe consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije
                        dranken. In de vorige versie van de modelverordening was deze bevoegdheid
                        gedelegeerd aan het college. De bevoegdheidgrondslag ontbreekt hiervoor
                        echter in het Vrijstellingenbesluit en ook in de Winkeltijdenwet. Op grond
                        van art 10.15 van de Algemene wet bestuursrecht is delegatie alleen mogelijk
                        als daartoe bij wettelijk voorschrift is voorzien. De raad zal dus, indien
                        gewenst, zelf gebieden moeten aanwijzen waar straatverkoop op zon- en
                        feestdagen niet is toegestaan. Wij zien hiertoe echter geen aanleiding. </al><al>Artikel 9. Openstelling op werkdagen tussen 22.00 en 06.00 uur </al><al>Dit artikel steunt op artikel 7, tweede lid, van de Winkeltijdenwet. Artikel
                        7 luidt:</al><al><cursief>1.</cursief><cursief> De gemeenteraad kan bij verordening
                            vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op werkdagen.</cursief></al><al><cursief>2.</cursief><cursief> De gemeenteraad kan bij verordening aan
                            burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om, met inachtneming
                            van de in die verordening te stellen regels, vrijstelling en op een
                            daartoe strekkende aanvraag ontheffing van de in het eerste lid bedoelde
                            verboden te verlenen.</cursief></al><al><cursief>3.</cursief><cursief> De vrijstellingen en ontheffingen kunnen
                            onder beperkingen worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen
                            kunnen voorschriften worden verbonden.</cursief></al><al>Het verbod van artikel 2 van de wet voor de werkdagen staat in het eerste
                        lid, onder c en houdt in dat de winkels niet tussen 22 en 6 uur open mogen
                        zijn. Hetzelfde geldt voor straatverkoop (art 2, tweede lid van de
                        Winkeltijdenwet). Er kunnen dus gebieden worden aangewezen waar de winkels
                        door de week wel tussen 22 en 6 uur open mogen zijn en waar straatverkoop
                        mag plaatsvinden. Artikel 7 van de wet geeft de mogelijkheid gebieden of
                        vormen van detailhandel aan te wijzen waarvoor het verbod niet geldt. De
                        gemeenteraad kan dit rechtstreeks in de verordening doen. Ook kan in
                        afzonderlijke gevallen ontheffing worden verleend.</al><al>De modelverordening gaat ervan uit dat voor de nachtelijke openstelling de
                        ontheffing het belangrijkste instrument is. Per geval is dan een afweging te
                        maken of de gewenste openstelling zich verhoudt met belangen van de woon- en
                        leefomgeving, de veiligheid en de openbare orde.</al><al>De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen en voorschriften
                        worden verleend. Aan de ontheffing kan bijvoorbeeld de beperking worden
                        verbonden dat er na een bepaald tijdstip geen alcoholhoudende drank mag
                        worden verkocht (CBB 18-03-2009, AWB 08/802 S2, Zaanstad) .</al><al>In het Vrijstellingenbesluit is voor een aantal overige vormen van
                        detailhandel alleen de openstelling op zon- en feestdagen geregeld. De
                        openstelling van deze vormen van detailhandel op de uren tussen 22.00 en
                        06.00 uur op werkdagen wordt door de verordening geregeld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Toerisme</titel></kop><al>De grondslag van het artikel in de modelverordening is artikel 3, derde lid,
                        onder a van de Winkeltijdenwet. De wet laat de keuze tussen het verlenen van
                        vrijstelling door de raad of het op basis van de verordening verlenen van
                        ontheffing door burgemeester en wethouders. Artikel 3, derde lid, aanhef en
                        onder a van de wet luidt:</al><al><cursief>3.</cursief><cursief> De gemeenteraad kan bij verordening
                            vrijstelling verlenen van de in het eerste lid bedoelde verboden of aan
                            burgemeester en wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in
                            die verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin
                            gestelde regels op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing van die
                            verboden te verlenen ten behoeve van:</cursief></al><al><cursief>a.</cursief><cursief> op de betrokken gemeente of een deel daarvan
                            gericht toerisme, mits de aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of
                            nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de
                            vrijstelling of ontheffing mogelijk worden gemaakt;
                        (…....)</cursief></al><al>Door het wetsvoorstel 31728 wordt dit artikellid uit de Winkeltijdenwet
                        aangescherpt in die zin dat er sprake moet zijn van substantieel toerisme in
                        de gemeente en dat de raad dan wel het college bij zijn besluit nadrukkelijk
                        de volgende belangen moet meewegen:</al><lijst><li nr="a."><al>werkgelegenheid en economische bedrijvigheid in de gemeente,
                                waaronder mede wordt begrepen het belang van winkeliers met weinig
                                of geen personeel en van winkelpersoneel,</al></li><li nr="b."><al>de zondagsrust in de gemeente, en</al></li><li nr="c."><al>de leefbaarheid, veiligheid en de openbare orde in de gemeente.</al></li></lijst><al>Verder bepaalt het wetsvoorstel dat bij de verordening een toelichting moet
                        worden gevoegd waarin wordt gemotiveerd dat er sprake is van toeristische
                        aantrekkingskracht van de gemeente of het gebied in kwestie. De toelichting
                        moet verder expliciet de belangen beschrijven die bij de besluitvorming zijn
                        betrokken, in elk geval die belangen die hiervoor onder a, b en c zijn
                        genoemd.</al><al>In de Memorie van Toelichting wordt nog met nadruk op de volgende aspecten
                        gewezen. Van belang is allereerst dat de bepaling alleen mag worden
                        toegepast als er sprake is van toerisme van een substantiële omvang in de
                        gemeente of een deel daarvan. Daarnaast moet het gemeentebestuur aangeven
                        dat de aantrekkingskracht van de gemeente of het desbetreffende deel ervan
                        geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door
                        de vrijstelling of de bevoegdheid om ontheffing te verlenen mogelijk worden
                        gemaakt. De toeristische aantrekkingskracht van de gemeente moet met andere
                        woorden autonoom zijn. Verder is van belang dat de winkelopening moet dienen
                        ter ondersteuning van het toerisme. De raad heeft bij dat alles een zekere
                        beoordelingsvrijheid. (TK 2009-2009, 31728, nr. 3, pag. 4-5 en pag.11).</al><al>In alternatief 1 van artikel 10 van de modelverordening blijft de
                        bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling in verband met toerisme bij de
                        raad zelf. In dat geval moet er op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet
                        een toelichting bij de verordening worden gevoegd, waarin de belangen zijn
                        beschreven die bij de besluitvorming zijn betrokken. Het verdient
                        aanbeveling deze toelichting tegelijk met de verordening als bijlage te
                        publiceren. Via een wijziging van artikel 10 van de Winkeltijdenwet zal na
                        inwerkingtreding van de wetswijziging bezwaar en beroep bij het College van
                        Beroep voor het bedrijfsleven openstaan tegen het verlenen van de
                        vrijstelling bij de verordening.</al><al>In het tweede alternatief voor artikel 10 van de verordening wordt de
                        bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing geattribueerd aan het college.
                        In dat geval wordt de beschrijving van de belangen die bij de besluitvorming
                        zijn betrokken uiteraard bij het collegebesluit gevoegd. </al><al>Hier is gekozen voor alternatief 1 waarbij uw raad de vrijstelling verleend
                        met een afzonderlijk vastgestelde toelichting.</al><al>Een verschil met de vorige modelverordening is dat het vierde lid van het
                        alternatieve artikel 10 niet meer is opgenomen. Daarin stond dat de
                        ontheffing wordt geweigerd als er, kort gezegd, geen sprake is van
                        toeristische doeleinden. Wij menen thans, ook met het oog op de
                        jurisprudentie, dat deze bepaling overbodig is omdat de raad bij verordening
                        moet aanwijzen in welke gebieden er sprake is van toeristische
                        aantrekkingskracht. Dit is verwerkt in het eerste lid van beide
                        alternatieven.</al><al>Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel krijgen de gemeentebesturen nog één
                        jaar om hun eerder genomen besluiten tot aanwijzing van toeristisch gebied
                        opnieuw te overwegen, te onderbouwen en in overeenstemming te brengen met
                        het gewijzigde artikel 3, derde lid, onder a van de Winkeltijdenwet. Zie
                        hiervoor art II van het wetsvoorstel.</al><al>Over de uitleg van het begrip “toerisme” overwoog de voorzieningenrechter
                        CBB op 11 maart 2009 (stadsdeel Amsterdam-Noord, LJN: BH5474): “…….dat de
                        woorden "toerisme" en "aantrekkingskracht voor dat toerisme" strikt dienen
                        te worden geïnterpreteerd, aangezien bij een andere benadering het verbod
                        tot zondagsopenstelling zoals vervat in artikel 2, eerste lid, van de Wet,
                        feitelijk illusoir zou worden gemaakt. Dat betekent dat wanneer natuur- of
                        stedeschoon, toeristische recreatiecentra en toeristische evenementen zich
                        niet in betekenende mate onderscheiden van datgene wat ter zake bij vele
                        andere gemeenten voorhanden is, deze omstandigheden op zichzelf noch tezamen
                        de toeristische aantrekkingskracht kunnen vormen waarop artikel 3, derdelid,
                        aanhef en onder a, van de Wet (….) het oog heeft, zulks omdat bij een andere
                        interpretatie het uitzonderingskarakter van de desbetreffende bepaling
                        teloor zou gaan. Het zal, zoals van regeringswege bij de behandeling van de
                        Winkelsluitingswet 1976 en de Wet ook is aangegeven, moeten gaan om
                        toeristische trekpleisters die, los van de gelegenheid tot winkelen, zelf in
                        een in aanmerking te nemen mate ("publieksstroom"; memorie van toelichting
                        bij de wijziging van de Winkelsluitingswet 1976, p.8) toeristen naar de
                        desbetreffende gemeente of de(e)l(en) van de gemeente trekken. “</al><al><vet>Extra toelichting bij artikel 10 i.v.m. aangescherpte motiveringsplicht
                            toerismebepaling</vet></al><al><vet> (artikel 3 lid 3 onder a Wtw)</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Een besluit van de raad tot verlenen van vrijstelling van de verplichte
                        winkelsluiting op zon- en feestdagen vanwege toerisme moet vergezeld gaan
                        van een toelichting (artikel 3, zevende lid van de Winkeltijdenwet (Wtw).
                        Wanneer de raad al vóór 1 januari 2011 gebruik had gemaakt van de
                        toerismebepaling van artikel 3, derde lid onder a van de Wtw, dan moet deze
                        toelichting daar dus alsnog aan worden toegevoegd. </al><al>Het desbetreffende artikel in de Winkeltijdenverordening hoeft daarvoor niet
                        te worden gewijzigd, tenzij de raad besluit de toerismebepaling aan te
                        passen, bijvoorbeeld door deze te beperken tot een bepaald deel van de
                        gemeente, of door (andere) sluitingstijden op te nemen. </al><al>Uit de bewoordingen van het zesde en zevende lid van artikel 3 Wtw volgt dat
                        de raad de toelichting vaststelt. Dat geldt ook als de raad aan het college
                        de bevoegdheid toekent om op aanvraag ontheffing te verlenen vanwege
                        toerisme. In dat laatste geval moet het college bij iedere ontheffing nog
                        een toelichting voegen die op het concrete geval van die ontheffing is
                        toegespitst (zie lid 8 van artikel 3 Wtw). </al><al><cursief><onderstreept>Toelichting motivering toerismebepaling
                            </onderstreept></cursief>.</al><al>Uit de Aanwijzingen voor de regelgeving (zowel rijks- als decentraal) en de
                        Algemene wet bestuursrecht (Awb) blijkt dat een toelichting, ofwel de uitleg
                        van een wettelijk voorschrift, als onderdeel van dat algemeen verbindend
                        voorschrift wordt beschouwd. Tegen een toelichting staat dus in het algemeen
                        geen bezwaar of beroep mogelijk, evenmin als tegen dat algemeen verbindend
                        voorschrift zelf (artikel 8:2 Awb). </al><al>Voor de Winkeltijdenwet geldt sinds 1 januari 2011 echter een uitzondering
                        op deze algemene regel uit de Awb. Artikel 10, lid 2 van de Winkeltijdenwet
                        maakt een besluit tot verlenen van vrijstelling vanwege toeristische
                        aantrekkingskracht appellabel. In bezwaar en beroep komt de (wettelijk
                        voorgeschreven) toelichting uiteraard ook aan de orde.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij het model</titel></kop><al>Het model dat de VNG heeft opgesteld als Toelichting voor de motivering van de
                    toerismebepaling, biedt houvast bij het opstellen van die toelichting die
                    artikel 3, zesde en zevende lid van de Winkeltijdenwet voorschrijft. Het is
                    gebaseerd op de meest uitgebreide variant, waaruit naar believen kan worden
                    geput. Die Toelichting is als afzonderlijk raadsbesluit hierbij opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 12. Inwerkingtreding</tussenkop><al>In deze verordening is gekozen om de datum van inwerkingtreding vast te stellen
                    overeenkomstig de Gemeentewet. Er is gekozen voor een gefaseerde
                    inwerkingtreding. De nieuwe verordening treedt, met uitzondering van artikel 10,
                    in werking met ingang van de achtste dag na de bekendmaking van deze
                    verordening. Artikel 10 van de verordening wordt wel vastgesteld, doch treedt
                    pas in werking per 1 januari 2014. </al><tussenkop>Artikel 13. Citeertitel</tussenkop><al>Om te voorkomen dat de nieuwe verordening dezelfde naam heeft als de voorganger
                    – die via artikel 11 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van
                    deze nieuwe – wordt voorgesteld een gewijzigde naam te hanteren en achter de
                    gemeentenaam het jaartal van vaststelling te plaatsen.</al><al>Aldus besloten tijdens de gemeenteraadsvergadering van 27 september 2012,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>De voorzitter,</al></entry><entry colname="col2"><al>De griffier,</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Raadsbesluit</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="23*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="77*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet><onderstreept>Onderwerp: </onderstreept></vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Vaststelling van de “Toelichting bij artikel 10 van de
                                        Verordening winkeltijden gemeente Diemen 2012” </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De gemeenteraad van Diemen in vergadering bijeen,</al><al>Gelezen</al><al>de voordracht van het college d.d. 23 augustus 2012;</al><al>het door de fracties van D66, PvdA en VVD ingediende en aangenomen
                    amendement.</al><tussenkop>Gelet op</tussenkop><lijst><li nr="-"><al>de informatie in de “Notitie winkeltijdenverordening/koopzondagen; </al></li><li nr="-"><al>de onderzoeksresultaten van het onderzoek van bureau DTNP naar de
                            economische effecten van de algehele zondagopenstelling voor winkels in
                            de gemeente Amsterdam en de mogelijke effecten van een algehele
                            zondagopenstelling voor winkels in de gemeente Diemen;</al></li><li nr="-"><al>de resultaten van de gehouden enquête aangaande dit onderwerp onder
                            ondernemers in Diemen;</al></li><li nr="-"><al>artikel 3, zesde en zevende lid, juncto artikel 3, derde lid aanhef en
                            onder a van de Winkeltijdenwet</al></li></lijst><tussenkop>Besluit</tussenkop><al>Vast te stellen de:</al><tussenkop>“Toelichting bij artikel 10 van de Verordening winkeltijden gemeente
                    Diemen 2012”</tussenkop><al>Met deze toelichting bij het toerismeartikel uit de Winkeltijdenverordening
                    geven wij gevolg aan de motiveringsplicht als bedoeld in artikel 3 lid 7
                    Winkeltijdenwet (Wtw). Deze motivering dient in ieder geval twee onderdelen te
                    bevatten. In de eerste plaats moeten wij motiveren dat is voldaan aan de
                    voorwaarden voor toepassing van artikel 3, derde lid, onder a. In de tweede
                    plaats dient de motivering van het besluit een grondig inzicht te geven in de
                    belangenafweging die aan het besluit ten grondslag ligt (artikel 3, lid 6).</al><al>De hierna gegeven motivering voldoet aan deze wettelijke eisen.</al><tussenkop>Toepassingsvoorwaarden</tussenkop><al>Wij hebben op grond van artikel 3 lid 3 Wtw de bevoegdheid om bij verordening
                    als de onderhavige vrijstelling te verlenen van het verbod om winkels op zon- en
                    feestdagen geopend te hebben. Deze bevoegdheid is aan voorwaarden gebonden. Deze
                    voorwaarden zijn gesteld in artikel 3 lid 3 onder a van de Wtw. </al><al>Er dient binnen de gemeente sprake te zijn van 1) op de gemeente of een deel
                    daarvan gericht toerisme met een substantiële omvang, 2) mits de
                    aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten
                    de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling mogelijk worden gemaakt (het
                    toerisme dient autonoom te zijn). </al><al>De vaststelling of aan deze voorwaarden is voldaan, vergt een beoordeling van
                    alle feiten en omstandigheden van het geval, die nauw verweven is met de
                    specifieke situatie van deze gemeente. Wij hebben daarom een zekere
                    beoordelingsvrijheid, die de rechter bij zijn toetsing behoort te
                    respecteren.</al><al>Wij stellen vast dat, om de hiernavolgende redenen, aan deze
                    toepassingsvoorwaarden is voldaan.</al><tussenkop>1. Autonoom toerisme met een substantiële omvang</tussenkop><al>In deze gemeente is sprake van autonoom toerisme met een substantiële omvang. In
                    deze gemeente is namelijk een aantal unieke toeristische trekpleisters c.q.
                    voorzieningen aanwezig, op grond waarvan deze gemeente zich onderscheidt van
                    andere gemeenten.</al><tussenkop>Toerisme</tussenkop><lijst><li nr="·"><al>Diemen beschikt over uitgebreide natuurgebieden zoals het Diemerbos, het
                            Penbos, de Diemer Vijfhoek en de ecologische verbindingzone langs De
                            Diem.</al></li><li nr="·"><al>Diemen beschikt over enkele monumentale panden alsmede historische
                            locaties Oud Diemen en de Ouddiemerlaan</al></li><li nr="·"><al>Per juli 2012 beschikt Diemen over 3 “bed and breakfast”</al></li><li nr="·"><al>In Diemen worden per jaar meerdere activiteiten gehouden die ook uit
                            omliggende gemeenten bezoekers trekken, zoals het Diemer Festijn en het
                            Loswalfestival.</al></li></lijst><tussenkop>Financieel</tussenkop><al>Voor 2012 is op een begroting € 42.120,- aan inkomsten geraamd uit
                    toeristenbelasting, dit is 0,06 % van de jaarlijkse begroting. </al><tussenkop>a. Autonoom toerisme</tussenkop><al>Deze toeristische trekpleisters maken al sinds enkele jaren onderdeel uit van
                    deze gemeente en trekken sindsdien in toenemende mate toeristen. Derhalve is
                    gebleken dat deze een autonome aantrekkingskracht hebben op toeristen. Een
                    algehele zondagopenstelling is niet bedoeld om meer toeristen in Diemen aan te
                    trekken.</al><tussenkop>b. Substantiële omvang</tussenkop><al>Uit cijfers van Staatsbosbeheer en Groengebied Amstelland blijkt dat met name de
                    in Diemen gelegen natuurgebieden, flinke hoeveelheden bezoekers, ook buiten
                    Diemen, aantrekken. </al><tussenkop>2. Winkelopenstelling ten behoeve van het toerisme</tussenkop><al>De toeristische trekpleisters zijn gelegen in de diverse delen van de gemeente
                    Diemen.</al><al>De openstelling van winkels is nodig ten behoeve van het bezoek van toeristen
                    aan de toeristische trekpleisters omdat deze toeristen anders moeten uitwijken
                    naar de gemeente Amsterdam, hetgeen wordt gezien als oneerlijke concurrentie ten
                    opzichte van de in Diemen gelegen winkels.</al><al>Nu aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 3, derde lid, onder a,Wtw is
                    voldaan is de raad bevoegd van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 3 lid 3
                    onder a gebruik te maken. In artikel 10 van deze verordening maakt de raad van
                    deze bevoegdheid gebruik .</al><tussenkop>3. Inventarisatie van de belangen</tussenkop><al>De raad heeft in ieder geval de volgende belangen in de afweging te
                    betrekken:</al><lijst><li nr="a."><al>Werkgelegenheid en economische bedrijvigheid in de gemeente, waaronder
                            mede wordt begrepen het belang van winkeliers met weinig of geen
                            personeel en van winkelpersoneel;</al></li><li nr="b."><al>De zondagsrust;</al></li><li nr="c."><al>De leefbaarheid, de veiligheid en de openbare orde in de gemeente.</al></li></lijst><tussenkop>4. Omschrijving van de belangen</tussenkop><al>a.Economische belangen</al><al>In deze gemeente is sprake van veel economische bedrijvigheid. Er zijn drie
                    winkelcentra en diverse verspreid liggende winkels/winkelgebieden. </al><al>De ondernemers (groot en klein) zijn geconsulteerd over het voornemen
                    vrijstelling te verlenen. Zie daarvoor de uitkomsten van het onderzoek van DTNP
                    van juni 2012 dat wordt geacht onderdeel uit te maken van deze motivering.</al><al>Een meerderheid van de winkeliers en winkeliersverenigingen is (thans nog) geen
                    voorstander van een algehele zondagopenstelling. Voor een deel heeft dat te
                    maken met de aanstaande openstelling van het vernieuwde winkelcentrum
                    Diemerplein en de uitwerking die de verdubbeling van dat winkelcentrum heeft op
                    de detailhandelsstructuur in de gehele gemeente. Voor veel winkeliers komt een
                    algehele zondagopenstelling in 2013 te vroeg. Gelet daarop is de afweging
                    gemaakt om de winkeliers de gelegenheid te geven zich uitgebreid voor te
                    bereiden op een algehele zondagopenstelling door deze eerste per 1 januari 2014
                    in te laten gaan.</al><al>b.Zondagsrust</al><al>Uit onderzoek dat is verricht in Amsterdam is gebleken dat Zondagsrust geen
                    belangrijk issue is voor de inwoners van deze gemeente om zich tegen een
                    algehele zondagopenstelling te verzetten. De raad is van mening dat dit
                    onderzoek ook als representatief voor de gemeente Diemen kan worden
                    beschouwd.</al><al>c.Leefbaarheid, veiligheid en openbare orde</al><al>De leefbaarheid, veiligheid en openbare orde in de gemeente is als volgt te
                    omschrijven. De problematiek die er op dit vlak is heeft met name te maken met
                    een gevoel van sociale onveiligheid doordat sommige gebieden, met name ’s nachts
                    en avonds, erg rustig zijn. Door algehele zondagopenstelling is er sprake van
                    meer inwonersactiviteit op zondagmiddag waardoor het gevoel van sociale
                    veiligheid kan verbeteren.</al><tussenkop>5. Afweging van de belangen</tussenkop><al>Het doel van de Wtw is onder meer het borgen van de zondagsrust door
                    zondagopenstelling van winkels te verbieden. Dit is de hoofdregel. Dit belang
                    heeft de raad betrokken en gewogen. Echter, dit belang is van onvoldoende
                    gewicht gebleken, na afweging van andere betrokken belangen en door het stellen
                    van voorwaarden en beperkingen.</al><al>Aldus vastgesteld tijdens de gemeenteraadsvergadering van 27 september
                    2012,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>De voorzitter,</al></entry><entry colname="col2"><al>De griffier,</al></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>