<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR227409_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening 2012 Beuningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-10-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beuningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.overheid.nl">Overheid.nl &gt; Gemeenteblad, 8 december 2014; website Beuningen, 8 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening 2012 Beuningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-12-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BW12.01030</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De bij deze verordening behorende Groene Kaart is vastgesteld bij besluit BW14.00892 d.d. 2 december 2014.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-32655</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-32656</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>BOMENVERORDENING 2012 BEUNINGEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met
                                    een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 30 centimeter
                                    (omtrek 95 cm) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval
                                    van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
                                    In afwijking van deze minimale dwarsdoorsnede van 30 centimeter
                                    geldt geen minimale dwarsdoorsnede bij toepasbaarheid van
                                    artikelen 10, 12, 13 en 14 van deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere
                                    houtachtige gewassen.</al></li><li nr="c."><al>Groene Kaart: topografische kaart met daarop aangegeven
                                    monumentale en waardevolle groenelementen, met bijbehorend
                                    register.</al></li><li nr="d."><al>monumentaalgroenelement: houtopstand die landelijk bij de
                                    Bomenstichting geregistreerd staat als monumentale boom. </al></li><li nr="e."><al>waardevol groenelement: houtopstand die door de gemeente is
                                    aangewezen als waardevol.</al></li><li nr="f."><al>vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20
                                    procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van
                                    kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als
                                    ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige
                                    ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li><li nr="g."><al>dunning: een velling uitsluitend bedoeld als
                                    verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van overblijvende
                                    houtopstand.</al></li><li nr="h."><al>boomwaarde: de monetaire waarde van een houtopstand zoals
                                    getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse
                                    Vereniging van Taxateurs van Bomen.</al></li><li nr="i."><al>Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen
                                    van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand, op basis
                                    van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li><li nr="j."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2:</nr><titel>Groene Kaart</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Beuningen/i245233.pdf">Groene Kaart, administratieve lijst december 2014</extref></al><al>1.</al><al>Burgemeester en wethouders stellen een Groene Kaart met houtopstand
                            vast. De kaart met bijbehorend register wordt indien daartoe aanleiding
                            is herzien. De kaart en het bijbehorend register bevatten een
                            samenhangend geheel van de volgende houtopstanden:</al><lijst><li nr="·"><al>monumentale groenelementen </al></li><li nr="·"><al>waardevolle groenelementen </al></li></lijst><al>2.</al><al>De eigenaar van een op de Groene Kaart staande houtopstand is verplicht
                            het bevoegd gezag onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="a."><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand, anders
                                    dan door velling op grond van een verleende ontheffing;</al></li><li nr="b."><al>de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan
                                    gaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3:</nr><titel>Kapverbod Groene Kaart</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden houtopstand die staat aangegeven op de Groene Kaart
                                te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het
                                        bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in de
                                        artikelen 9 en 10 van deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud.</al></li><li nr="c."><al>het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als
                                        noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering
                                        van het reguliere onderhoud.</al></li><li nr="d."><al>het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan houtopstand met
                                        achterstallig onderhoud.</al></li><li nr="e."><al>dunning van de houtopstand ter uitvoering van het reguliere
                                        onderhoud.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand
                                als bedoeld in artikel 15 tweede en derde lid Boswet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan indien een houtopstand direct gevaar oplevert
                                die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning
                                voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo
                                spoedig mogelijk bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4:</nr><titel>Criteria ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan ontheffing om te vellen als bedoeld in artikel
                                3 tweede lid weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ontheffing voor het vellen van houtopstanden die vermeld staan op de
                                Groene Kaart kan, mits alternatieven voor behoud uitputtend zijn
                                onderzocht, slechts bij uitzondering worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al>een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt
                                        tegen duurzaam behoud van de houtopstand of;</al></li><li nr="b."><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer
                                        verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5:</nr><titel>Kapverbod overige gemeentelijke bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen die
                                eigendom zijn van de gemeente te vellen, onverminderd het gestelde
                                in artikel 3 eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bomen die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of
                                krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere
                                onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere
                                onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig
                                onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>dunning van de bomen ter uitvoering van het reguliere
                                onderhoud.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>bomen als bedoeld in artikel 15 tweede en derde lid Boswet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan indien een boom direct gevaar oplevert die
                                noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning
                                voor het vellen, direct in werking treedt. Het besluit wordt zo
                                spoedig mogelijk bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6:</nr><titel>Criteria vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bevoegd gezag kan vergunning om te vellen als bedoeld in artikel 5
                                eerste lid weigeren dan wel onder voorschriften of beperkingen
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunning voor het vellen van een boom als bedoeld in artikel 5
                                eerste lid, wordt geweigerd indien de belangen van verlening niet
                                opwegen tegen de belangen van behoud van de boom op basis van één of
                                meer van de volgende waarden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>waarden van beeldkwaliteit</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>cultuurhistorische waarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>waarden van vervangbaarheid</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>natuurwaarde</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>bijzondere waarde</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>waarden van toekomstverwachting</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>landschappelijke waarde</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7:</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De ontheffing of vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd worden
                            aangevraagd, door of namens dan wel met toestemming van degene, die
                            krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke
                            bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken, onder
                            overlegging van een overzicht van de overige vergunningen, ontheffingen
                            of toestemmingen die nodig zijn voor de realisatie van een project.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8:</nr><titel>Beperking geldigheidsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ontheffing of vergunning tot vellen als bedoeld in deze
                                verordening vervalt indien daarvan niet binnen maximaal drie jaar na
                                het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning gebruik is
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval het een ontheffing of vergunning voor het vellen van
                                meer dan één houtopstand betreft, is de omgevingsvergunning voor
                                alle houtopstand slechts drie jaar geldig, ook als in fasen geveld
                                wordt of één of enkele houtopstand al geveld zijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9:</nr><titel>Bijzondere voorschriften</titel></kop><al>1.Tot de aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden
                            voorschriften, kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de
                            houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke
                            herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere
                            ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke
                            ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en
                            financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
                                is, zonder ontheffing of vergunning van het bevoegd gezag is geveld,
                                dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan
                                de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
                                bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten
                                overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen
                                te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse kan worden herplant wordt gezocht naar een
                                geschikte locatie in de directe omgeving. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
                                en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
                                is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag
                                aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
                                bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen
                                te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging
                                wordt weggenomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het
                                bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene aan wie de verplichting als bedoeld in het eerste tot het
                                vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding
                            bij weigering van een ontheffing tot vellen op grond van artikel 17 van
                            de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld
                            op nihil voor bomen, heesters en heggen die staan op openbaar
                            terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr/><al>1.Indien zich op een terrein één of meer houtopstanden bevinden die
                                naar het oordeel van Burgemeester en wethouders gevaar opleveren van
                                verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de
                                ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij
                                daartoe door Burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht
                                binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de houtopstand te vellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct
                                zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt
                                voorkomen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en
                                        wethouders gevelde houtopstand of delen daarvan voorhanden
                                        of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een
                                        boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan
                                        verspreiden.</al></li><li nr="3."><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde
                                        aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van
                                        bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor
                                        risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens
                                        de gemeente kunnen worden verricht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14:</nr><titel>Bescherming gemeentebomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstand in eigendom van de gemeente:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente
                                opgedragen of toegestane boomverzorgende taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester of wethouders om
                                één of meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke houtopstand aan
                                te brengen, te doen aanbrengen of anderszins te bevestigen of te
                                doen bevestigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 13 eerste lid
                                is gegeven, is gehouden dienovereenkomstig te handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 13 tweede
                                lid, artikel 14 eerste en tweede lid bepaalde wordt gestraft met
                                hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede
                                categorie. Tevens kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit
                                artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan
                                rekening worden gehouden met de boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16:</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van Burgemeester en wethouders of
                            Burgemeester aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17:</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de datum waarop de
                                door het college van Burgemeester en Wethouder vast te stellen
                                Groene Kaart onherroepelijk is geworden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op datzelfde tijdstip vervalt afdeling 3, Algemene Plaatselijke
                                Verordening Beuningen: ‘Het beschermen van houtopstanden’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>18:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunningen of ontheffingen die verleend zijn krachtens de in
                                het vorige artikel tweede lid genoemde verordening, blijven van
                                kracht tot de tijd waarvoor zij verleend werden, verstreken is, of
                                totdat zij worden ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning of ontheffing die zijn ingediend voor de
                                in het vorige artikel eerste lid genoemd tijdstip van
                                inwerkingtreding, vallen onder de verordening die van kracht was
                                voor de inwerkingtreding van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen om een vergunning of ontheffing die zijn ingediend vóór de
                                inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld volgens het
                                recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop deze verordening in
                                werking is getreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>19:</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Bomenverordening 2012
                            Beuningen”.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van Beuningen op 6 november 2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel>Groene Kaart</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Beuningen/i245488.pdf">Groene Kaart, administratieve lijst december 2014</extref></al><al/></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING ARTIKELSGEWIJS </titel></kop><tussenkop>ARTIKEL 1: Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>a.boom</al><al>Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de
                    ondergrens van de bescherming. Het betreft zowel vitaal als afgestorven
                    houtachtig gewas.Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende
                    boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´
                    een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren
                    vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde
                    diersoorten in nestelen. </al><al>Door de minimale doorsnede en de meerstammigheid kunnen zeer oude struiken ook
                    juridisch beschermd zijn. Beeldbepalende heesters of klimplanten, alsook pas
                    geplante herdenkings- of toekomstbomen, die niet de minimale doorsnede hebben,
                    kunnen via de Groene kaart aangewezen worden als beschermde houtopstand.</al><tussenkop>b. houtopstand</tussenkop><al>Het kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de
                    ontheffingsplicht van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te
                    stellen wordt duidelijk dat de bescherming dan betrekking heeft op meer dan
                    bomen alleen. Houtopstand kan de onderstaande groenvormen betreffen.</al><al><onderstreept>Boomvormers.</onderstreept>Een boomvormer is een houtig,
                    opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan
                    uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het
                    alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de
                    natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik -
                    struikachtige boom - (meerstammige) boom. </al><al><onderstreept>Hakhout.</onderstreept>Eén of meer bomen of boomvormers, die
                    na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.</al><al><onderstreept>Houtwal.</onderstreept>Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk
                    bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers.</al><al><onderstreept>(Lint)begroeiing.</onderstreept>Vanwege de grote ecologische
                    waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of sleedoornhaag) is
                    bescherming hiervan een noodzaak. Er staat "begroeiing" in plaats van beplanting
                    om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden.</al><al><onderstreept>Bosplantsoen.</onderstreept>Aanplant van landschappelijke
                    beplanting, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en boomvormers. </al><al><onderstreept>Struweel.</onderstreept>Een begroeiing van hoofdzakelijk
                    inheemse soorten heesters en struiken.</al><al><onderstreept>Heg.</onderstreept>Een lintvormige aanplant van heesters of
                    struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3
                    meter.</al><al><onderstreept>Klimplant.</onderstreept>Verhoutend, overblijvend gewas dat
                    zich hecht aan een dragend element, zoals een wand of muur. Bedoeld zijn
                    beeldbepalende verticale begroeiingen van één of meer klimplanten van meer dan
                    twee verdiepingen hoog. </al><tussenkop>d. monumentaal groenelement</tussenkop><al>Dit betreft het landelijk register van de Bomenstichting te Amsterdam. Mocht de
                    Bomenstichting ophouden te bestaan en het landelijk register komt bij een andere
                    organisatie in beheer dan dient het woord Bomenstichting gelezen te worden als
                    ‘de andere organisatie’. </al><al><cursief>f.vellen</cursief></al><al>Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit
                    gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien
                    (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging
                    betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het
                    kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren
                    van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het in stand houden door periodieke
                    snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet ontheffing-
                    of vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel ontheffing-
                    of vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden
                    aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens
                    onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op
                    het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen,
                    worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens ontheffing of
                    vergunningplichtig. </al><tussenkop>g. dunning</tussenkop><al>Dunning van de houtopstand mag slechts zo ver gaan dat hiermee de conditie van
                    de overblijvende delen van de houtopstand zal verbeteren. Dunning mag nooit tot
                    gevolg hebben dat hierdoor de houtopstand blijvend schade oploopt.</al><al>i.Bomen Effect Analyse</al><al>Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd
                    door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak
                    gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen
                    voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De
                    Bomen Effect Analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor
                    een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen
                    bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en
                    garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven.
                    Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of
                    boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens
                    worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.</al><tussenkop>ARTIKEL 3: Kapverbod</tussenkop><al><vet>Lid </vet><vet>2</vet>. Er is bewust gekozen voor een ontheffingenstelsel
                    voor toestemmingverlening tot vellen van op de Groene Kaart staande
                    houtopstanden in plaats van een vergunningenstelsel, om aan te geven dat in
                    beginsel toestemming slechts bij zeer hoge uitzondering wordt verleend. </al><al><vet>Lid </vet><vet>4</vet><vet>.</vet> De bevoegdheid tot het instellen van een
                    verbod tot vellen bij gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de
                    Boswet beperkt. Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15
                    tweede lid Boswet genoemde houtopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of
                            langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om
                            te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder
                            bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                            geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een
                            bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt
                            die:</al></li><li nr="-"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend
                            over het totale aantal rijen.</al></li></lijst><al><vet>Lid 5. </vet>Indien een houtopstand direct gevaar oplevert kan het bevoegd
                    gezag besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking
                    treedt. Dit houdt in dat dan direct tot kap overgegaan kan worden.
                    Belanghebbenden hebben dan wel nog steeds de mogelijkheid tot het indienen van
                    bezwaar. Dit is van belang omdat aan de verleende omgevingsvergunning
                    voorschriften kunnen zijn verbonden.</al><tussenkop>ARTIKEL 4: Criteria ontheffing</tussenkop><al>Indien bouw of aanleg ter plaatse van de beschermde houtopstand de reden tot de
                    ontheffingsaanvraag is, moet allereerst duidelijk zijn dat met de realisatie van
                    bouw of aanleg een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang gemoeid is.
                    Individuele particuliere belangen of kleine maatschappelijke belangen kunnen dus
                    niet tot velling van een monumentaal groenelement leiden. Vervolgens moeten
                    voorafgaand aan een eventuele ontheffing de alternatieven voor (her)inrichting
                    of aanpassing van de plannen voldoende onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer
                    onwenselijk zijn aangemerkt. </al><al>Indien gevaarzetting (voorkomen van letsel of schade) reden tot de
                    ontheffingsaanvraag is, moeten voorafgaand aan een eventuele ontheffing de
                    alternatieven voor kap voldoende onderzocht zijn en als onmogelijk of zeer
                    onwenselijk zijn aangemerkt.</al><tussenkop>ARTIKEL 5: Kapverbod overige gemeentelijke
                    bomen</tussenkop><al><vet>Lid </vet><vet>3</vet><vet>. </vet>Indien een houtopstand direct gevaar
                    oplevert kan het bevoegd gezag besluiten dat de omgevingsvergunning voor het
                    vellen direct in werking treedt. Dit houdt in dat dan direct tot kap overgegaan
                    kan worden. Belanghebbenden hebben dan wel nog steeds de mogelijkheid tot het
                    indienen van bezwaar. Dit is van belang omdat aan de verleende
                    omgevingsvergunning voorschriften kunnen zijn verbonden.</al><tussenkop>ARTIKEL 10: Herplant-/instandhoudingsplicht</tussenkop><al>Herplantvoorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen zeer gedetailleerd
                    soort, locatie en plantwijze voorschrijven mits dit in het gangbare beleid past.
                    De wijze waarop de zelfstandige herplant- en instandhoudingsplicht wordt
                    uitgevoerd, gebeurt op beleidsmatige wijze. De uitwerking kan deel uitmaken van
                    een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn
                    de ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de
                    overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering
                    van een herplant. </al><al>Artikel 5:18 Wabo biedt de mogelijkheid, indien sprake is van een herstel, - of
                    instandhoudingssanctie van het velverbod, onder oplegging van last onder
                    bestuursdwang of dwangsom bij het besluit tot herplantverplichting, tevens te
                    bepalen dat de uitvoering van het besluit tevens geldt voor de
                    rechtsopvolger.</al><tussenkop>ARTIKEL 12: Afstand tot de erfgrenslijn</tussenkop><al>Om te voorkomen dat van bomen die op openbaar terrein staan, de verwijdering op
                    grond van artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek gevorderd kan worden, is de afstand
                    van de standplaats van deze bomen, heesters en heggen tot de erfgrens, op nihil
                    gesteld. De reden hiervoor is dat deze bomen een groot algemeen belang dienen en
                    dat hun standplaats gerechtvaardigd is. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>