<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR227255_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening gemeente Harlingen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-10-31</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Harlinger Courant van 30-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening gemeente Harlingen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening gemeente Harlingen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE HARLINGEN; </al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 augustus
                        2012</al><al/><al>Besluit:</al><al>1. De referendumverordening gemeente Harlingen 2012 vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>verzoeker: degene die op de dag van het indienen van het inleidende
                            verzoek de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, ingezetene is van
                            de gemeente Harlingen en niet uitgesloten is van het kiesrecht;</al></li><li nr="b."><al>ondertekenaar: degene die op de dag van het indienen van het
                            inleidende of definitieve verzoek de leeftijd van achttien jaar heeft
                            bereikt, ingezetene is van de gemeente Harlingen en niet uitgesloten is
                            van het kiesrecht;</al></li><li nr="c."><al>kiesgerechtigde: degene die op de datum waarop het referendum wordt
                            gehouden kiesgerechtigd is;</al></li><li nr="d."><al>raadgevend referendum: een volksstemming op initiatief van de
                            bevolking van Harlingen;</al></li><li nr="e."><al>raadplegend referendum: een volksstemming op initiatief van de
                            raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Referendabele besluiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onderwerp van een raadplegend of raadgevend referendum kan,
                            onverminderd het in lid 2 bepaalde, zijn een voorgenomen besluit van de
                            raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendum wordt niet gehouden over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten waarvan de raad van mening is dat er andere dringende dan
                            onderstaande redenen zijn om geen referendum te houden;</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de
                            raad geen beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke procedures;</al></li><li nr="d."><al>de inrichting van de gemeentelijke organisatie als bedoeld in artikel
                            160, eerste lid, onder c, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting en
                            rekening;</al></li><li nr="f."><al>gemeentelijke belastingen en tarieven;</al></li><li nr="g."><al>geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan
                            wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;</al></li><li nr="h."><al>handelingen en gedragingen van collegeleden, raadsleden of ambtenaren
                            waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van de Algemene wet
                            bestuursrecht of een door de raad of het college vastgestelde
                            klachtenregeling;</al></li><li nr="i."><al>benoemingen of functioneren van personen;</al></li><li nr="j."><al>beschikkingen;</al></li><li nr="k."><al>verordeningen;</al></li><li nr="i."><al>besluiten op grond van een gehouden referendum of in het kader van
                            deze verordening;</al></li><li nr="m."><al>besluiten met een spoedeisend karakter;</al></li><li nr="n."><al>besluiten over een ingediend burgerinitiatief.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het raadgevend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inleidend verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoeker kan schriftelijk een inleidend verzoek voor het houden
                            van een raadgevend referendum indienen bij de voorzitter van de
                            raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het inleidend verzoek geeft aan om welk te nemen besluit het gaat en
                            wordt ten minste drie werkdagen vóór de commissievergadering, waarvoor
                            het besluit dat onderwerp is van het inleidende verzoek is geagendeerd,
                            ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het inleidend verzoek dient door ten minste 100 ondertekenaars te
                            worden ondersteund.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ondertekenaars geven op lijsten aan hun:</al><lijst><li nr="a."><al>naam;</al></li><li nr="b."><al>adres;</al></li><li nr="c."><al>woonplaats;</al></li><li nr="d."><al>geboortedatum en ondertekenen het inleidend verzoek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het inleidend verzoek wordt door de voorzitter van de raad aan de in
                            deze verordening bepaalde vereisten getoetst en vervolgens legt de
                            voorzitter zijn bevindingen voor aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het inleidend verzoek voldoet aan de in deze verordening
                            bepaalde vereisten, besluit de raad in zijn vergadering, volgend op de
                            in het tweede lid bedoelde vergadering de besluitvorming over het
                            voorgenomen besluit met ten minste twee maanden te verdagen, zodat een
                            definitief verzoek tot het houden van een referendum kan worden
                            ingediend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende
                            verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente gebruikelijke
                            wijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Definitief verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Binnen zes weken na de dag waarop het besluit bedoeld in artikel 3,
                            zevende lid, is bekend gemaakt wordt door verzoekers een definitief
                            verzoek tot het houden van een raadgevend referendum bij de voorzitter
                            van de raad ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een definitief verzoek dient ten minste door 500 ondertekenaars te
                            worden ondersteund. De ondertekenaars die het inleidende verzoek hebben
                            ondersteund, worden tevens geacht het definitief verzoek te
                            ondersteunen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Artikel 3, lid 4, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De lijsten worden:</al><lijst><li nr="a."><al>op bij openbare bekendmaking gemaakte plaatsen neergelegd; of</al></li><li nr="b."><al>aan kiesgerechtigden beschikbaar gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Binnen vier weken na de dag van ontvangst van het definitief verzoek
                            wordt het verzoek door de raad in zijn vergadering aan de in deze
                            verordening bepaalde vereisten getoetst.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het definitief verzoek voldoet aan de in deze verordening
                            bepaalde vereisten, besluit de raad of een raadgevend referendum wordt
                            gehouden.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van een
                            raadgevend referendum zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente
                            gebruikelijke wijze.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Bijzondere bepalingen over het raadplegend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het raadplegend referendum, initiatief van de raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eén of meer leden van de raad kunnen een voorstel doen tot het houden
                            van een raadplegend referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorstel wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de
                            raad en bevat een probleemstelling met daarbij een toelichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad toetst het voorstel aan de in artikel 2 lid 2 gestelde
                            uitzonderingen en besluit aansluitend of een raadplegend referendum kan
                            worden gehouden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van een
                            raadplegend referendum zo spoedig mogelijk openbaar op de in de gemeente
                            gebruikelijke wijze. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Aanvullende bepalingen over het raadgevend en raadplegend referendum</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanhouden beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de raad heeft bepaald dat over een te nemen besluit een
                            raadgevend of raadplegend referendum kan worden gehouden dan wordt het
                            betreffende raadsvoorstel op de gangbare wijze behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De stemming over het door de raad te nemen besluit zoals dat luidt na
                            verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de
                            eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum
                            bekend is, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het
                            inleidende of het definitieve verzoek wordt beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de eerstvolgende vergadering na de uitslag van het referendum
                            niet binnen vier weken valt, wordt binnen die termijn voor de stemming
                            een extra vergadering bijeengeroepen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Verdere procedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Datum referendum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met
                            dien verstande dat het referendum niet later plaats vindt dan uiterlijk
                            vier maanden na de bekendmaking bedoeld in artikel 4, zevende lid of
                            artikel 5, vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval de in het eerste lid genoemde termijn van vier maanden
                            afloopt binnen twee maanden voor een algemene verkiezing kan de termijn
                            worden overschreden opdat de stemmingen kunnen worden gecombineerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een referendum vindt niet plaats in de voor de regio aangewezen
                            schoolvakanties voor het basis- en voortgezet onderwijs, alsmede niet op
                            zon- en feestdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het
                            referendum vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de vaststelling van de vraagstelling wordt elk raadslid in de
                            gelegenheid gesteld uit te spreken welke binding de uitslag van het
                            referendum voor het raadslid heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Organisatie en uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van de Kieswet voor wat betreft de raadsverkiezingen
                            zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, tenzij deze
                            verordening anders bepaalt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het
                            gehele grondgebied van de gemeente Harlingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad doet openbare kennisgeving van een besluit
                            tot het houden van een referendum.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De stukken met betrekking tot de te nemen beslissing worden op de
                            daartoe gebruikelijke wijze beschikbaar gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een kiesgerechtigde voor een referendum ontvangt een oproepingskaart
                            waarop de vraagstelling staat vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de kiesgerechtigden voor een referendum wordt in het stemlokaal
                            een afzonderlijk stembiljet voor elk referendum uitgereikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Geldigheid referendum en inhoud uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een referendum is geldig, indien ten minste 30% van de
                            kiesgerechtigden opkomt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De keuzemogelijkheid welke de meeste stemmen heeft gekregen wordt ais
                            referendumuitspraak vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad is niet gebonden aan een referendum uitspraak.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>De referendumcommissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Samenstelling referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt per referendum een onafhankelijke ad hoc
                            referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar
                            midden een voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden. Bij het
                            staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een
                            door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van een referendumcommissie kunnen geen
                            deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het
                            bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Taken referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een referendumcommissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad een voorste! te doen voor de vraagstelling van een
                            referendum;</al></li><li nr="b."><al>toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de
                            organisatie van het referendum;</al></li><li nr="c."><al>toezicht te houden op de objectiviteit van de door de gemeente te
                            verstrekken voorlichting;</al></li><li nr="d."><al>de raad te adviseren over de evaluatie van gehouden referenda en van
                            voorstellen en verzoeken die niet tot een referendum hebben geleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De referendumcommissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over
                            aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en
                            referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die
                            het referendum betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Budget</titel></kop><al>De raad neemt een bedrag op in de begroting voor het houden van een
                            referendum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad is belast met de uitvoering van de evaluatie van het
                            referendum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan het college opdragen de evaluatie uit te voeren.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van de
                            bekendmaking van dit besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ”Referendumverordening gemeente
                            Harlingen 2012”.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld door de raad in zijn vergadering van 3 oktober 2012</al></slotformulering><ondertekening>
          , de voorzitter
        </ondertekening><ondertekening>
          , de raadsgriffier
        </ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al><onderstreept>Algemene toelichting</onderstreept></al><al>Op grond van de huidige bepalingen in de Grondwet en de Gemeentewet hebben
                    gemeenten de mogelijkheid tot het houden van een raadgevend of raadplegend
                    referendum over een nog te nemen besluit. Corrigerende referenda, die dus een
                    raadsbesluit zouden terugdraaien, zijn in strijd met de grondwet.</al><al>De gemeenteraad heeft altijd het laatste woord, zowel over de vraag of een
                    referendum wordt toegelaten als over de vraag of de gemeenteraad rekening houdt
                    met de uitslag van het referendum.</al><al/><al>Het kabinet is van mening dat de vraag of en zo ja, hoe op lokaal niveau
                    raadgevende of raadplegende referenda worden gehouden, een zaak is die door
                    gemeenten zelf moet worden beslist binnen de randvoorwaarden die de Grondwet en
                    Gemeentewet stellen. Bij de vernietiging van de referendumverordening van de
                    gemeente Amsterdam zijn deze randvoorwaarden nog eens onderstreept: </al><al>- het is de gemeenteraad die per geval beslist of een raadplegend (of
                    raadgevend) referendum wordt gehouden; </al><al>- ieder raadslid beslist individueel in hoeverre hij zich aan de uitslag van het
                    referendum gebonden zal achten; de gemeenteraad neemt een definitief besluit
                    over het onderwerp van het referendum, nadat het referendum is gehouden.</al><al/><al><onderstreept>Bevoegdheid</onderstreept></al><al>De bevoegdheid van de raad om een referendumverordening vast te stellen vloeit
                    voort uit de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet. Deze bepalingen geven de
                    raad een algemene verordenende bevoegdheid.</al><al/><al><onderstreept>Samenloop met inspraak</onderstreept></al><al>De onderwerpen waarover in de afgelopen jaren referenda zijn gehouden, zijn vaak
                    reeds via wettelijke bepaalde inspraakmogelijkheden aan de bevolking voorgelegd.
                    De vraag rijst of een referendum in de plaats kan treden van voorgeschreven
                    inspraakmogelijkheden. Het antwoord hierop luidt ontkennend. Het wel of niet
                    houden van een referendum heeft geen invloed op de voorgeschreven
                    inspraakprocedures. Het is echter raadzaam om een referendum in een vroegtijdig
                    stadium van een procedure te houden. Voorlichting over het referendumonderwerp
                    kan dan bijvoorbeeld in praktische zin gekoppeld worden aan voorlichting over
                    hetzelfde onderwerp in het kader van de voorgeschreven inspraak.</al><al/><al><onderstreept>Artikelsgewiize toelichting</onderstreept></al><al/><al><vet>Artikel 1 Definities</vet></al><al>a. Behoeft geen toelichting.</al><al>b. Behoeft geen toelichting.</al><al>c. Wat de kiesgerechtigden betreft is aangesloten bij degenen gerechtigd zijn
                    deel te nemen aan de raadsverkiezingen. Dit is geregeld in artikel B3 en artikel
                    J1 van de Kieswet. Een referendum is alleen mogelijk binnen het grondgebied van
                    de eigen gemeente.</al><al>d. Een raadgevend referendum is een referendum dat niet bij voorbaat bindend is
                    voor de raad en plaatsvindt voordat door de raad een definitief besluit over het
                    onderhavige onderwerp wordt genomen en dat voorts niet op initiatief van de raad
                    wordt gehouden. Een (anders dan adviserend) correctief referendum, waarbij de
                    bevolking een besluit dat de raad ai heeft genomen achteraf bindend kan
                    verwerpen, is wettelijk niet mogelijk. De raad beslist uiteindelijk over het
                    houden van een raadgevend referendum.</al><al>e. Behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 2 referendabele besluiten</vet></al><al>Alleen concept besluiten van de raad kunnen onderwerp van een referendum zijn.
                    Het gaat dus nadrukkelijk om een onderwerp waarover de raad bevoegd is. Er moet
                    sprake zijn van een concreet voorgenomen besluit. De besluiten genomen door het
                    college of door de burgemeester zijn niet referendabel (op grond van deze
                    verordening, deze bestuursorganen kunnen desgewenst zelf een referendumregeling
                    opstellen).</al><al/><al>Een aantal onderwerpen waarover de raad een besluit kan nemen, lenen zich minder
                    goed voor een referendum. In deze verordening is een lijst met uitzonderingen
                    opgenomen, gebaseerd op de ervaringen van onder meer de Tijdelijke referendumwet
                    en autonome gemeentelijke verordeningen. Enerzijds dient voorkomen te worden dat
                    de verordening een leeg instrument wordt waarbij het praktisch onmogelijk wordt
                    een referendum te organiseren. Anderzijds is het voor de burger belangrijk dat
                    duidelijk is over welke besluiten geen referendum kan worden gehouden.</al><al>De lijst met uitzonderingen is niet limitatief. Omdat het de raad is die de
                    uiteindelijke beslissing over het al dan niet houden van een referendum neemt,
                    vormt een vrij beperkte lijst met uitzonderingen geen probleem. Daarbij geeft
                    hetgeen onder punt a. is gesteld de raad alle ruimte voor het nemen van de
                    beslissing een referendum te houden in de niet specifiek benoemde gevallen onder
                    de overige punten. Een zorgvuldige afweging is daarbij altijd een
                    voorwaarde.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Inleidend verzoek</vet></al><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Definitief verzoek</vet></al><al>Voor het definitieve verzoek tellen dus de handtekeningen mee van het inleidend
                    verzoek. Het definitieve verzoek moet vijfhonderd ondertekenaars vermelden minus
                    de ondertekenaars van het inleidend verzoek. Van het definitieve verzoek wordt
                    dus met het oog het draagvlak onder de bevolking gevraagd dat het gedragen wordt
                    door ongeveer 4% procent van de kiesgerechtigden in Harlingen (ongeveer
                    12.700).</al><al>Als het definitieve verzoek wordt gedaan door het vereiste aantal burgers,
                    beslist de raad of een referendum zal worden gehouden, waarbij de raad toetst
                    aan de uitzonderingsbepalingen in artikel 2. Het besluit van de raad op het
                    definitieve verzoek is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen staat bezwaar
                    en beroep open.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Het raadplegend referendum, initiatief van de raad</vet></al><al>Behoeft geen toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Aanhouden beslissing</vet></al><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Datum referendum</vet></al><al>Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden, is
                    voorbehouden aan de raad. Deze datum kan vallen op een dag waarop tevens andere
                    verkiezingen worden gehouden, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Het
                    combineren van verkiezingen kan in sommige gevallen praktisch zijn, omdat de
                    kiesgerechtigden niet twee maal naar de stembus hoeven te komen. Ook kan een
                    combinatie zorgen voor een reductie in de kosten van een referendum. Ook kunnen
                    er meerdere referenda op dezelfde dag plaatsvinden.</al><al>Er zal dan wei een afzonderlijk kiesregister voor ieder referendum moeten worden
                    bijgehouden en tevens dienen de kiesgerechtigden voor ieder onderwerp een aparte
                    oproepingskaart te krijgen.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Vraagstelling</vet></al><al>De raad beslist of, hoe en wanneer een referendum wordt gehouden en stelt ook de
                    vraagstelling, inclusief de antwoordmogelijkheden vast. Daarbij kan hij zich
                    laten adviseren door een commissie. De eindverantwoordelijkheid blijft echter
                    bij de raad berusten. Bij de antwoordmogelijkheden kan het gaan om:</al><al>- 'ja' of'nee';</al><al>- een keuze uit alternatieven;</al><al>- en combinatie van deze twee mogelijkheden.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Organisatie en uitvoering</vet></al><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Oproep</vet></al><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Geldigheid van de uitslag</vet></al><al>Wanneer minimaal 30 procent van de kiesgerechtigden zijn stem heeft uitgebracht,
                    wordt de uitslag van het referendum geacht geldig te zijn. Op deze wijze komen
                    alleen onderwerpen aan bod die door een redelijk deel van de bevolking als van
                    belang worden beschouwd, zonder dat het praktisch onmogelijk zal worden een
                    geldige uitslag te krijgen.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Samenstelling referendumcommissie</vet></al><al>De raad moet volgens dit artikel, in geval van een referendum, zich laten
                    adviseren door een onafhankelijke referendumcommissie. Die kan ad hoc of
                    blijvend worden ingesteld. Hier is gekozen voor een ad hoc commissie. Om de
                    onafhankelijkheid van de commissie te benadrukken, is er voorts voor gekozen dat
                    er geen raadsleden, raadscommissieleden, collegeleden of ambtenaren van de
                    gemeente Harlingen in deze</al><al>commissie kunnen worden benoemd.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Taken referendumcommissie</vet></al><al>Behoeft geen toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 14 Budget</vet></al><al>Het budget moet voorzien in de organisatiekosten voor minimaal één referendum
                    per jaar. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met het
                    beschikbaarstellen van middelen aan de verzoekers van een referendum en aan
                    maatschappelijke organisaties voor het organiseren van debat en publiciteit over
                    het onderwerp waarop het referendum betrekking heeft. De referendumcommissie
                    heeft hierbij een adviserende rol. De raad kan er voor kiezen het beschikbaar
                    stellen van deze middelen in handen te stellen van het college van burgemeester
                    en wethouders.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Evaluatie</vet></al><al>Behoeft geen toelichting</al><al/><al><vet>Artikel 16 Inwerkingtreding</vet></al><al>Behoeft geen toelichting</al><al/><al><vet>Artikel 17 Citeertitel</vet></al><al>Behoeft geen toelichting</al></bijlage></regeling></body></cvdr>