<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22675_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Destructieverordening Vlissingen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, VII.03</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Destructieverordening Vlissingen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, art. 81</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-06-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Destructieverordening 2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Destructieverordening Vlissingen 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>DESTRUCTIEVERORDENING VLISSINGEN 2010</titel></kop><al>GEMEENTEBLAD nr. VII.03</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="73*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>aangifteplichtige:</al></entry><entry colname="col3"><al>degene die als houder of eigenaar van
                                            destructiemateriaal ingevolge de wet verplicht is
                                            daarvan aangifte te doen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>destructiemateriaal: </al></entry><entry colname="col3"><al>categorie 1 materiaal als bedoeld in artikel 4 van de
                                            Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees
                                            parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling
                                            van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke
                                            consumptie bestemde dierlijke bijproducten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>houder:</al></entry><entry colname="col3"><al>eigenaar, houder of hoeder;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>gezelschapsdieren:</al></entry><entry colname="col3"><al>alle dieren van soorten die gewoonlijk door de mens
                                            worden gevoed en gehouden, doch niet gegeten, en die
                                            niet voor veeteelt worden gehouden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>college:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van
                                            Vlissingen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzen verzamelplaats</titel></kop><al>Het college wijst één of meer verzamelplaatsen aan, waar het
                        destructiemateriaal in ontvangst wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vervoer</titel></kop><al>De aangifteplichtige is gehouden uiterlijk op de eerste werkdag, die volgt
                        op de dag waarop het destructiemateriaal is ontstaan, het materiaal te
                        vervoeren naar de verzamelplaats en het daar aan te geven en af te
                        staan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bewaren destructiemateriaal</titel></kop><al>Tot het tijdstip van afgifte is de aangifteplichtige gehouden het
                        destructiemateriaal zodanig te bewaren dat vermenging met ander materiaal
                        wordt voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Destructieverordening
                                Vlissingen 2010’.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op de dag na bekendmaking met terugwerkende
                                kracht tot 1 januari 2008.</al></li><li nr="3."><al>Per gelijke datum vervalt de Destructieverordening 2005.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Vlissingen, gehouden op 15 februari 2010.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. F. Vermeulen drs. W.J.A. Dijkstra</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Op grond van artikel 4 ‘Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees
                    parlement en de Raad van 3 oktober 2002 tot vaststelling van
                    gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde
                    dierlijke bijproducten’ wordt onder categorie 1-materiaal het volgende
                    verstaan:</al><lijst><li nr="1."><al>Onder categorie 1-materiaal wordt verstaan dierlijke bijproducten die
                            aan de onderstaande beschrijving beantwoorden of materiaal dat
                            dergelijke bijproducten bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>alle delen, met inbegrip van de huid, van de volgende
                                    dieren:</al><lijst><li nr="i."><al> dieren die vermoedelijk met een TSE zijn besmet
                                            overeenkomstig Verordening (EG) nr. 999/2001 of waarbij
                                            de aanwezigheid van een TSE officieel is bevestigd;</al></li><li nr="ii."><al> dieren die in het kader van TSE-uitroeiingsmaatregelen
                                            zijn gedood;</al></li><li nr="iii."><al> andere dieren dan vee en wilde dieren, met name
                                            gezelschapsdieren, dieren in dierentuinen en
                                            circusdieren;</al></li><li nr="iv."><al> proefdieren als gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn
                                            86/609/EEG van de Raad van 24 november 1986 inzake de
                                            onderlinge aanpassing van de wettelijke en
                                            bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten
                                            betreffende de bescherming van dieren die voor
                                            experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden
                                            worden gebruikt (1);</al></li><li nr="v."><al> wilde dieren waarvan wordt vermoed dat zij met op mens
                                            of dier overdraagbare ziekten zijn besmet;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>i. gespecificeerd risicomateriaal, en</al></li></lijst><lijst><li nr="ii."><al>indien op het tijdstip van de verwijdering het gespecificeerd
                                    risicomateriaal nog niet is weggenomen, hele kadavers die
                                    gespecificeerd risicomateriaal bevatten;</al><lijst><li nr="c."><al>producten afkomstig van dieren die stoffen toegediend
                                            hebben gekregen die op grond van Richtlijn 96/22/EG
                                            verboden zijn, en producten van dierlijke oorsprong die
                                            residuen bevatten van de contaminanten en andere in het
                                            milieu aanwezige stoffen zoals bedoeld in groep B, punt
                                            3, van bijlage I van Richtlijn 96/23/EG van de Raad van
                                            29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van
                                            bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren
                                            en in producten daarvan en tot intrekking van de
                                            Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen
                                            89/187/EEG en 91/664/EEG (1), indien dergelijke residuen
                                            het in de communautaire wetgeving of, bij gebreke
                                            daarvan, in de nationale wetgeving toegestane niveau
                                            overschrijden; </al></li><li nr="d."><al>al het dierlijke materiaal dat wordt opgevangen bij de
                                            behandeling van afvalwater van categorie
                                            1-verwerkingsbedrijven en andere bedrijfsruimten waar
                                            gespecificeerd risicomateriaal wordt verwijderd, met
                                            inbegrip van zeefresten, materialen afkomstig van
                                            ontzanding, mengsels van olie en vet, slib en materialen
                                            verwijderd uit de afvoerleidingen van deze bedrijven,
                                            tenzij zulk materiaal geen gespecificeerd
                                            risicomateriaal of delen daarvan bevat;</al></li><li nr="e."><al>keukenafval en etensresten afkomstig van internationaal
                                            opererende middelen van vervoer;</al></li><li nr="f."><al>mengsels van categorie 1-materiaal met categorie
                                            2-materiaal of met categorie 3-materiaal dan wel met
                                            materiaal van beide categorieën, daaronder begrepen
                                            materiaal dat bestemd is om in een categorie
                                            1-verwerkingsbedrijf te worden verwerkt.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Categorie 1-materiaal wordt zo spoedig mogelijk overeenkomstig artikel 7
                            verzameld, vervoerd en geïdentificeerd en, tenzij in de artikelen 23 en
                            24 iets anders is voorgeschreven,</al><lijst><li nr="a."><al>wordt rechtstreeks als afval verwijderd door verbranding in een
                                    verbrandingsinstallatie die overeenkomstig artikel 12 is
                                    erkend;</al></li><li nr="b."><al>wordt verwerkt in een overeenkomstig artikel 13 erkend
                                    verwerkingsbedrijf volgens een van de verwerkingsmethodes 1 tot
                                    en met 5 of, indien de bevoegde autoriteit zulks verlangt,
                                    volgens verwerkingsmethode 1, in welk geval het daaruit
                                    resulterende materiaal blijvend wordt gemerkt, indien technisch
                                    mogelijk met een geur, overeenkomstig bijlage VI, hoofdstuk I,
                                    en definitief als afval wordt verwijderd door verbranding of
                                    meeverbranding in een verbrandingsof meeverbrandingsinstallatie
                                    die overeenkomstig artikel 12 is erkend;</al></li><li nr="c."><al>wordt, met uitzondering van materiaal dat wordt bedoeld in lid
                                    1, onder a), punt i) en punt ii), volgens verwerkingsmethode 1
                                    verwerkt in een verwerkingsbedrijf dat overeenkomstig artikel 13
                                    is erkend, in welk geval het daaruit resulterende materiaal
                                    blijvend wordt gemerkt, indien technisch mogelijk met een geur,
                                    overeenkomstig Bijlage VI, hoofdstuk I en definitief als afval
                                    wordt verwijderd door begraving op een stortplaats die
                                    overeenkomstig Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april
                                    1999 betreffende het storten van de afvalstoffen (2) is
                                    erkend;</al></li><li nr="d."><al>wordt, in het geval van keukenafval en etensresten zoals bedoeld
                                    in lid 1, punt e), door begraving als afval verwijderd op een
                                    stortplaats die overeenkomstig Richtlijn 1999/31/EG erkend is;
                                    of</al></li><li nr="e."><al>wordt, in het licht van de ontwikkelingen van de
                                    wetenschappelijke kennis, verwijderd volgens een andere methode
                                    die, na raadpleging van het betrokken wetenschappelijke comité,
                                    volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde procedure is
                                    goedgekeurd. Die methode kan een aanvulling vormen op, dan wel
                                    in de plaats komen van, de in de punten a) tot en met d)
                                    bedoelde methodes.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Tussentijds hanteren of tijdelijk opslaan van categorie 1-materiaal
                            geschiedt uitsluitend in intermediaire categorie 1-bedrijven die
                            overeenkomstig artikel 10 zijn erkend.</al></li><li nr="4."><al>Categorie 1-materiaal mag alleen in overeenstemming met deze verordening
                            of de volgens de procedure van artikel 33, lid 2, vastgestelde
                            voorschriften worden ingevoerd of uitgevoerd. De invoer of uitvoer van
                            gespecificeerd risicomateriaal vindt evenwel uitsluitend plaats in
                            overeenstemming met artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr.
                            999/2001.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 2 en 3 </tussenkop><al>De wet bevat geen bepalingen over het verzamelen van dode honden en dode katten.
                    Het gemeentebestuur kan derhalve een verzamelplaats (of meerdere
                    verzamelplaatsen) aanwijzen. Dit kan zijn een gemeentelijke verzamelplaats, waar
                    zich een ton met koeling bevindt voor het verzamelen van dode honden en dode
                    katten. Het college kan ook de vaak bestaande praktijk handhaven om dierenartsen
                    of dierenambulance-organisaties aan te wijzen als bevoegde personen of
                    instanties voor het inzamelen. </al><al>In Vlissingen is gekozen voor de eerste optie. Dode honden en dode katten kunnen
                    worden afgeleverd bij de milieustraat. Op dit moment worden daar alle dode
                    dieren verzameld die door de medewerkers van de afdeling Beheer Leefomgeving op
                    het grondgebied van de gemeente worden aangetroffen. Deze voorziening wordt
                    aangepast aan de wettelijke eisen terwijl voor de afvoer van het
                    destructiemateriaal een overeenkomst is gesloten met een door het rijk erkende
                    destructor. </al><tussenkop>Jurisprudentie</tussenkop><al>·LJN: BI9644,Voorzieningenrechter College van Beroep voor het bedrijfsleven ,
                    AWB 09/812 AWB 09/813 AWB 09/814</al><al/><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>Met deze bepaling wordt bedoeld dat dode honden en dode katten niet samen met
                    ander materiaal dan van dierlijke herkomst mogen worden bewaard, bijvoorbeeld
                    halsbanden, kleden enz.. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>