<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR226641_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang gemeente Dongen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dongen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeentelijke informatiekrant, d.d. 01-11-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang gemeente Dongen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Kinderopvang</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>ter vervanging van de verordening Wet kinderopvang, vastgesteld op 1 november 2004</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang gemeente Dongen
            2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dongen maakt bekend, dat hij in zijn vergadering van
                        13 september 2012 heeft vastgesteld;</al><al/><al>VERORDENING TEGEMOETKOMING IN DE KOSTEN KINDEROPVANG GEMEENTE DONGEN 2012
                    </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en daarop berustende regelingen wordt verstaan
                            onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>berekeningsjaar: het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming
                                    betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>BSN: Burgerservicenummer; </al></li><li nr="d."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Dongen; </al></li><li nr="e."><al>Sociaal medisch de ouder die:geïndiceerde: - een lichamelijke,
                                    zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking heeft en
                                    voor wie is vastgesteld dat een of meer van deze beperkingen
                                    kinderopvang noodzakelijk maken; ofeen kind heeft waarbij is
                                    vastgesteld dat er kinderopvang noodzakelijk is voor een goede
                                    en gezonde ontwikkeling van het kind;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>tegemoetkoming: de tegemoetkoming in de kosten van
                                    kinderopvang;</al></li><li nr="g."><al>de wet: de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen </al><al> (Wkkp);</al></li><li nr="h."><al>wettelijke doelgroep: doelgroep zoals omschreven in artikel 1.22
                                    van de wet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>RECHT OP TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht op tegemoetkoming</titel></kop><al>Recht op tegemoetkoming heeft de ouder die:</al><lijst><li nr="1."><al>onder de wettelijke doelgroep valt;</al></li><li nr="2."><al>een sociaal-medische indicatie heeft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>HOOGTE VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de tegemoetkoming op grond van de wettelijke
                                doelgroepbepaling wordt toegekend conform de bepalingen in de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de tegemoetkoming op grond van een sociaal medische
                                indicatie wordt verleend op basis van de kosten van de noodzakelijk
                                geachte kinderopvang.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERLENING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
                                bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam, adres en burgerservicenummer van de ouder; </al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing : naam en burgerservicenummer van de
                                        partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van
                                        de ouder: het adres van de partner; </al></li><li nr="c."><al>naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen
                                        waarop de aangevraagde tegemoetkoming betrekking heeft;
                                    </al></li><li nr="d."><al>een offerte of contract van het kindercentrum of
                                        gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, waarin
                                        in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren
                                        kinderopvang per kind per maand, de kostprijs per uur en de
                                        aanvangsdatum van de opvang; </al></li><li nr="e."><al>gegevens of een verwijzing naar gegevens waaruit blijkt dat
                                        de ouder behoort tot de groep personen als bedoeld in
                                        artikel 2 en/of 3 van deze Verordening en artikel 1.22 van
                                        de wet; </al></li><li nr="f."><al>gegevens waaruit blijkt dat de ouder tot de doelgroep van de
                                        sociaal medisch geïndiceerde behoort;</al></li><li nr="g."><al>overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen
                                        besluiten over de aanvraag van de tegemoetkoming. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een
                                door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld
                                aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouder een partner heeft, wordt de aanvraag mede
                                ondertekend door de partner. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste twee weken verdagen. Het
                                college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van een tegemoetkoming in de kosten van
                            kinderopvang bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de vaststelling tot welke doelgroep de ouder behoort;</al></li><li nr="b."><al>de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen, waarop de
                                    tegemoetkoming betrekking heeft;</al></li><li nr="c."><al>de naam en adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar
                                    de kinderopvang plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>de periode en de omvang van de kinderopvang per tijdvak waarvoor
                                    de tegemoetkoming wordt verleend;</al></li><li nr="e."><al>de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald
                                    en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald;</al></li><li nr="g."><al>de verplichtingen van de ouder(s).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringgrond</titel></kop><al>Het college kent geen tegemoetkoming toe op grond van een sociaal
                            medische indicatie, indien de ouder of de partner aanspraak kan maken op
                            een tegemoetkoming op grond van de wet of een andere voorliggende
                            voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de
                                aanvraag voor de tegemoetkoming door het college in ontvangst is
                                genomen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de
                                tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de
                                kinderopvang zal plaatsvinden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt verleend voor de periode van een
                                berekeningsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan het college de tegemoetkoming
                                voor een andere periode verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><al>Het college verstrekt de tegemoetkoming voor het aantal uren
                            kinderopvang dat naar het oordeel van het college voor de ouder
                            redelijkerwijs noodzakelijk is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse
                                termijnen uitbetaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van
                                bevoorschotting. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>DEFINITIEVE VASTSTELLING VAN DE TEGEMOETKOMING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder verstrekt binnen vier weken na afloop van de periode
                                waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht
                                van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend afwijkt van
                                het berekeningsjaar, verstrekt de ouder binnen 2 maanden na afloop
                                van het berekeningsjaar een overzicht van de feitelijke kosten van
                                kinderopvang over deze periode.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt de definitieve tegemoetkoming binnen acht weken na
                                ontvangst van het overzicht van de kosten vast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>De tegemoetkoming wordt overeenkomstig de vaststelling binnen 1 maand
                            betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten; </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Invordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bedragen door een ouder of diens partner in het kader van deze wet
                                verschuldigd aan de</al><al> gemeente worden ingevorderd door het college van burgemeester en
                                wethouders op </al><al> grond van artikel 1.38 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een bedrag is invorderbaar vanaf een maand na dag van dagtekening
                                van de beschikking waarbij de vordering is ontstaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE OUDER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouder(s) of partner doet het college onmiddellijk na het bekend
                                worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van alle
                                inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van
                                een lagere tegemoetkoming. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ouder of partner verstrekt desgevraagd het college, binnen een
                                door het college te stellen redelijke termijn, alle gegevens en
                                inlichtingen van hem en zijn partner die voor de aanspraak op en de
                                hoogte van de tegemoetkoming van de gemeente van belang zijn. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze
                            verordening niet voorziet, beslist het college. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Wet kinderopvang (Wk), vastgesteld bij raadsbesluit d.d.
                            11 november 2004, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking één dag na publicatie en werkt terug
                            tot 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegemoetkoming
                            kinderopvang gemeente Dongen 2012.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label/><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al><vet>Inleiding</vet></al><al>Op 1 januari 2005 is de Wet kinderopvang (verder Wk) in werking getreden. Niet
                    alleen mensen die werken kunnen een beroep doen op de Wk. Een aantal in de wet
                    benoemde doelgroepen kan een beroep doen op de gemeente voor het betalen van een
                    deel van de kosten die zij maken voor kinderopvang. De vergoeding door de
                    gemeente van een deel van de kosten voor kinderopvang wordt aangeduid met de
                    term “tegemoetkoming kosten kinderopvang (gemeente)”. Het kindercentrum of
                    gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet ingeschreven staan in
                    een landelijk register. Een gemeentelijke tegemoetkoming is mogelijk naast een
                    kinderopvangtoeslag van de belastingdienst. Per 1 augustus 2010 is de wet
                    gewijzigd in Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp). Per 1
                    januari 2012 is de Wkkp verder aangescherpt. Deze verordening betreft alleen de
                    tegemoetkoming kosten kinderopvang. Artikel 1.25 Wkkp bepaalt dat de gemeente
                    raad bij verordening regels vaststelt omtrent de </al><al>Deze regels hebben betrekking op de verlening, de voorschotverlening en de
                    vaststelling omtrent de tegemoetkoming van de gemeente. Deze regels hebben
                    betrekking op de verlening, de voorschotverlening en de vaststelling van de
                    tegemoetkoming. Deze verordening geeft uitvoering aan deze wettelijke
                    opdracht.</al><al/><al><vet>Karakter van de tegemoetkoming</vet></al><al>De tegemoetkoming is een subsidie in de zin van artikel 4:21 van de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb), te weten: een aanspraak op financiële middelen door een
                    bestuursorgaan verstrekt met het oog op een bepaalde activiteit van de
                    aanvrager. Titel 4.2 van de Awb die regels stelt over subsidies is van
                    toepassing op deze tegemoetkomingen. Dit betekent dat op de verstrekking van
                    tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang drie regelingen van toepassing
                    zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>de gemeentelijke verordening Wet kinderopvang;</al></li><li nr="2."><al>de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp);</al></li><li nr="3."><al>de subsidieregels in titel 4.2. van de Awb.</al><al/></li></lijst><al>De gemeente Dongen beschikt over een algemene subsidieverordening, genaamd
                    Verordening Subsidieverstrekking gemeente Dongen 2007. De Verordening
                    tegemoetkoming kinderopvang 2012 staat los van deze Algemene subsidieverordening
                    omdat het hier een wettelijke verplichting betreft. Derhalve is de Verordening
                    Subsidieverstrekking gemeente Dongen 2007 niet van toepassing op de verstrekking
                    van tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang.</al><al/><al><vet>De gemeentelijk doelgroepen</vet></al><al>In artikel 1.22 van de Wkkp zijn de gemeentelijke doelgroepen opgenomen. In dit
                    artikel worden de doelgroepen aangeduid die aanspraak kunnen maken op een
                    tegemoetkoming van de gemeente om arbeid en zorg te kunnen combineren. Daarbij
                    moet het begrip ‘arbeid’ ruim worden opgevat. Ook het volgen van een traject in
                    het kader van arbeidsinschakeling of het volgen van een scholing of cursus valt
                    er onder. Naast deze wettelijke gemeentelijke doelgroepen kan de gemeente in de
                    verordening doelgroepen benoemen, die niet in de wet als zodanig zijn opgenomen.
                    Deels waren deze wel in het oorspronkelijke wetsvoorstel opgenomen, maar deze
                    bepalingen zijn nooit in werking getreden (sociaal medische indicatie). </al><al/><al><vet>Hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de tegemoetkomingen</vet></al><al>In deze verordening zijn de hoofdlijnen van het proces van verstrekking van de
                    tegemoetkomingen door de gemeente vastgelegd. Daarbij zijn twee uitgangspunten
                    gehanteerd. Het eerste uitgangspunt is dat de uitvoeringslasten voor zowel de
                    gemeente als de aanvragers van de tegemoetkoming zo beperkt mogelijk moeten
                    zijn. Het tweede uitgangspunt is dat de gemeentelijke uitgaven die gemoeid zijn
                    met de verstrekking van de tegemoetkomingen zo goed mogelijk beheersbaar
                    zijn.</al><al/><al><vet>Tegemoetkomingen voor de duur van een tegemoetkomingjaar (meestal
                        kalenderjaar)</vet></al><al>Een tegemoetkoming wordt in principe verstrekt voor de duur van één
                    kalenderjaar. Daarmee wordt aangesloten bij de wijze waarop de betalingen door
                    de Belastingsdienst worden verstrekt. Dit betekent dat een tegemoetkoming elk
                    jaar opnieuw moet worden aangevraagd. Uitzondering wordt gemaakt voor de
                    situaties waarin bij de aanvraag reeds duidelijk is dat de aanspraak op de
                    tegemoetkoming beperkt is tot een bepaalde periode binnen een kalenderjaar
                    (bijvoorbeeld de duur van een re-integratietraject die in het trajectplan is
                    vastgelegd of de datum waarop het kind naar de basisschool gaat of de
                    basisschool verlaat). M.a.w. hierbij kan niet langer worden verstrekt dan de
                    periode van een kalenderjaar. Daarna dient een nieuwe aanvraag ingediend te
                    worden.</al><al/><al><vet>De verstrekking van de tegemoetkoming vindt plaats in twee stappen.</vet></al><al>De verstrekking van de tegemoetkoming vindt plaats in twee stappen. Hiermee
                    wordt aangesloten bij de Awb. De eerste stap is de beschikking tot het verlenen
                    van de tegemoetkoming. Deze beschikking geeft de ontvanger van de tegemoetkoming
                    een voorwaardelijke aanspraak op de tegemoetkoming tot een vastgesteld
                    maximumbedrag. De aanspraak is voorwaardelijk omdat op het moment dat de
                    beschikking wordt gegeven nog niet zeker is dat de aanvrager daadwerkelijk
                    gebruik zal maken van kinderopvang en zich aan de opgelegde verplichtingen
                    houdt. Ondanks het voorwaardelijke karakter schept de subsidieverlening wel een
                    rechtens afdwingbare aanspraak. </al><al>De tweede stap is de beschikking tot het vaststellen van de tegemoetkoming. In
                    deze beschikking wordt, achteraf, vastgesteld in hoeverre de ontvanger aan de
                    gestelde voorwaarden heeft voldaan en hoeveel het uiteindelijke bedrag van de
                    tegemoetkoming is. Met het vaststellen van de tegemoetkoming wordt de
                    tegemoetkoming definitief. Voordat de tegemoetkoming wordt vastgesteld zal de
                    gemeente onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de tegemoetkoming door
                    gegevens van de ouders te controleren en eventueel inlichtingen bij de ouders
                    van een kindcentrum of gastouderbureau op te vragen.</al><al/><al><vet>Bepalingen om de beheersbaarheid van de gemeentelijke uitgaven te
                        bevorderen </vet></al><al>De gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang is een
                    zogeheten"open-einde regeling". Dit betekent dat iedereen die op grond van de
                    wet behoort tot de gemeentelijke doelgroep aanspraak heeft op een tegemoetkoming
                    van de gemeente. Om gemeenten in staat te stellen de kosten die gepaard gaan met
                    de verstrekking van de tegemoetkomingen beheersbaar te houden, zijn in de
                    verordening de volgende bepalingen opgenomen.</al><lijst><li nr="*"><al>De omvang van de aanspraak van ouders op een tegemoetkoming van de
                            gemeente wordt aan beperkingen gebonden. In de Verordening is bepaald
                            dat de tegemoetkoming wordt verstrekt voor het aantal uren kinderopvang
                            per week dat naar het oordeel van het college voor de ouder
                            redelijkerwijs noodzakelijk is om de combinatie van arbeid en zorg
                            mogelijk te maken. De wens van de ouder is hier dus niet bepalend. </al></li></lijst><lijst><li nr="*"><al>Er worden geen tegemoetkomingen met terugwerkende kracht verstrekt. Een
                            gemeentelijke tegemoetkoming wordt op zijn vroegst verstrekt met ingang
                            van datum waarop de aanvraag is ingediend. </al></li><li nr="*"><al>De tegemoetkoming wordt alleen verstrekt als er ook feitelijk
                            kinderopvang plaats vindt.Voor de gemeentelijke doelgroepen geldt
                            hierbij aanvullend de bepaling, dat er eerst een beroep wordt gedaan op
                            de zelfredzaamheid van de aanvrager. De gemeente compenseert alleen als
                            de aanvrager aantoonbaar zelf geen regelingen kan treffen voor de opvang
                            van de kinderen.</al></li><li nr="*"><al>De tegemoetkoming wordt bepaald in maandelijkse voorschotten. Hierdoor
                            blijft de omvang van eventuele onverschuldigde betalingen die de
                            gemeente van ouders moet terugvorderen, beperkt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Aanwijzen van eigen doelgroepen</vet></al><al>De gemeente kan er voor kiezen om naast de doelgroepen die in de wet zijn
                    benoemd eigen doelgroepen aan te wijzen die aanspraak kunnen maken op een
                    tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. Dit is gebeurd in artikel 2 van de
                    verordening, te weten voor de ouders met een sociaal medische indicatie.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De begripsbepalingen in de artikelen 1 en 1a van de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) zijn ook van toepassing op deze
                        verordening. Alleen de in deze artikelen niet gedefinieerde begrippen zijn
                        aangevuld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht op de tegemoetkoming</titel></kop><al>Het eerste lid behoeft geen toelichting.</al><al>Op grond van het tweede lid kan de ouder(s) of partner die een sociale
                        medische indicatie heeft in aanmerking voor de vergoeding van de kosten
                        kinderopvang. In de Wkkp heeft een aantal artikelen betrekking op de
                        doelgroep met een sociaal-medische indicatie (art 1.23 Wkkp, artikel 1.6 lid
                        1 onderdeel k Wkkp en artikel 1.6 lid 1 onderdeel l Wkkp). </al><al>Artikel 1.23 Wkkp is vooralsnog niet inwerking getreden vanwege het
                        ontbreken van een landelijk indicatieorgaan. Er is momenteel nog geen zicht
                        op de komst van zo’n indicatieorgaan in de toekomst. Sinds 2005 is er via
                        het gemeentefonds geld beschikbaar om deze <cursief>buitenwettelijke
                        </cursief>doelgroep te financieren.</al><al>Bij dit beleid wordt zo nauw mogelijk aangesloten op de wettelijke
                        bepalingen. Ten eerste omdat in beide gevallen sprake is van een vergoeding
                        in de vorm van een subsidie, ten tweede omdat op deze wijze een efficiënte
                        manier van uitvoering mogelijk wordt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte van de tegemoetkoming</titel></kop><al>Lid 1 behandelt de hoogte van de tegemoetkoming voor de wettelijke
                        doelgroepen. Deze is geregeld in de Wkkp. Dit betekent dat de hoogte van de
                        tegemoetkoming afhankelijk is van de kosten van de kinderopvang per kind.
                        Naast kinderopvangtoeslag van het Rijk en de tegemoetkoming van de gemeente,
                        bestaat er een eigen bijdrage voor de ouder. Voor bepaalde doelgroepen heeft
                        de gemeente de wettelijke plicht om deze eigen bijdrage te vergoeden. De
                        hoogte van de vergoeding is door het Rijk vastgelegd in artikel 1.29 lid 3
                        Regeling Wkkp.</al><al/><al>Lid 2 regelt de hoogte van de tegemoetkoming voor de doelgroep sociaal
                        medisch geïndiceerden. De doelgroep sociaal medisch geïndiceerden heeft geen
                        recht op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. De gemeente draagt zorg
                        voor de tegemoetkoming voor zover deze tegemoetkoming redelijkerwijs
                        noodzakelijk is. De hoogte wordt vastgesteld a.d.h.v. door het rijk
                        jaarlijks vastgestelde inkomenstabellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Te verstrekken gegevens bij de aanvraag</titel></kop><al>De tegemoetkoming van de gemeente wordt door de ouder aangevraagd bij het
                        college (artikel 1.26 Wkkp). Het moet dan gaan om het college van de
                        gemeente waar de ouder woont (artikel 1.22, derde lid, Wkkp). De aanvraag
                        moet schriftelijk worden ingediend (artikel 4:1 Awb). </al><al>Omdat een tegemoetkoming voor de duur van een berekeningsjaar wordt
                        verstrekt moet deze elk jaar opnieuw worden aangevraagd. </al><al>De aanvrager moet aantonen dat hij/zij behoort tot één van de 2 doelgroepen
                        (zie artikel 2). Voor de wettelijke doelgroep heeft de gemeente meestal alle
                        gegevens in bezit.</al><al>Om aan te kunnen tonen dat de aanvrager behoort de groep sociaal medisch
                        geïndiceerde dient hij/zij een objectiveerbare verklaring van het
                        consultatiebureau, bureau Jeugdzorg of van een indicatiestelling voor
                        AWBZ-zorg te overleggen waaruit de sociaal medische noodzaak blijkt. Indien
                        een dergelijke verklaring ontbreekt of alsnog vragen oproept kan het college
                        ook een onafhankelijke externs adviesorganisatie vragen de noodzaak re
                        onderzoeken.</al><al/><al>Onderdeel d van het eerste lid bepaalt dat bij de aanvraag een offerte of
                        contract van het kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat
                        verzorgen, moet worden gevoegd. Dit betekent dat de aanvraag voor een
                        tegemoetkoming pas bij de gemeente kan worden ingediend als de ouder over
                        een offerte of contract beschikt. Op basis van de offerte of het contract
                        kan de gemeente de hoogte van de tegemoetkoming vaststellen. Het
                        kindercentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, moet
                        ingeschreven staan in het kinderopvangregister (artikel 1.5, eerst lid,
                        Wkkp). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beslistermijn verlening tegemoetkoming</titel></kop><al>De termijn waarbinnen het college een besluit moet nemen over de aanvraag
                        bedraagt 8 weken. </al><al>In uitzonderingsgevallen waarin een beslissing binnen 8 weken niet mogelijk
                        is maakt het college gebruik van de in artikel 4:14 lid 3 van de Awb
                        neergelegde mogelijkheid om de afhandelingtermijn te verlengen met te
                        hoogste twee weken. Indien het college gebruik maakt van de
                        verlengingstermijn van de afhandelingtermijn wordt de ouder hiervan
                        schriftelijk op de hoogte gebracht</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit is een beschikking in de zin van artikel 1:3 Awb. Dit betekent
                        dat tegen het besluit bezwaar kan worden gemaakt en beroep kan worden
                        ingesteld.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringgrond</titel></kop><al>De tegemoetkoming op grond van een sociaal medische indicatie is een
                        vangnetvoorziening. Dit betekent dat alleen de ouder en/ of de partner die
                        niet op grond van een wettelijke bepaling (Wkkp) of een andere voorliggende
                        voorziening aanspraak kan maken op kinderopvang wegens een sociaal-medische
                        noodzaak. Tot een voorliggende voorziening wordt in ieder geval
                        gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>De Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ);</al></li><li nr="2."><al>Medisch kinderdagverblijf (MKD);</al></li><li nr="3."><al>Persoonsgebondenbudget (pgb);</al></li><li nr="4."><al>Peuterspeelzaal;</al></li><li nr="5."><al>Wet op de jeugdzorg.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ingangsdatum van de tegemoetkoming</titel></kop><al>Bij een tegemoetkoming op grond van een sociaal-medische indicatie wordt de
                        tegemoetkoming verleend met ingang van datum aanvraag. De reden hiervoor is
                        dat er een onderzoek moet plaatsvinden of de ouder of het kind
                        sociaal-medische geïndiceerd is. In de meeste gevallen is het niet mogelijk
                        om een sociaal-medische indicatie met terugwerkende kracht vast te stellen.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend</titel></kop><al>De tegemoetkoming voor beide doelgroepen worden in principe voor een heel
                        kalenderjaar verleend, het berekeningsjaar. Hier wordt aansluiting gezocht
                        met het berekeningsjaar van de belastingdienst. Voor aanvragen die in de
                        loop van een jaar worden toegekend, geldt dat de tegemoetkoming wordt
                        verstrekt tot 31 december van het betreffende jaar. Het college kan de
                        tegemoetkoming voor een andere periode vaststellen. Dit is bijvoorbeeld het
                        geval als de aanvrager voor een bepaalde periode recht heeft op de
                        tegemoetkoming, bijvoorbeeld als deze een re-integratietraject voor een
                        bepaalde periode volgt minder dan een kalenderjaar</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Omvang van de kinderopvang</titel></kop><al>Het college verleent de tegemoetkoming voor de uren dat naar zijn oordeel
                        redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie arbeid en zorg (artikel2
                        lid 1) of nodig zijn vanwege de sociaal medische indicatie van de ouder of
                        het kind (artikel 2 lid 2)</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De bevoorschotting van de tegemoetkoming</titel></kop><al>De subsidieverstrekking vindt plaats van in de vorm van maandelijkse
                        voorschotten. Dit betekent dat het totale bedrag van de tegemoetkoming
                        waarop de aanvrager recht heeft, wordt gedeeld in twaalf gelijke delen
                        (indien de aanvraag het gehele berekeningsjaar betreft). </al><al>De gemeente betaalt de tegemoetkoming in principe uit aan de ouder. De ouder
                        kan, al dan niet op verzoek van het kindercentrum of het gastouderbureau, de
                        gemeente machtigen om de betalingen rechtstreeks aan dat kindercentrum of
                        gastouderbureau te doen. Deze machtiging verandert juridisch gezien niets
                        aan de verhouding tussen de gemeente en de ouder. Ook al wordt het bedrag
                        gestort op de rekening van het kindercentrum of gastouderbureau, blijft er
                        sprake van een betaling van de tegemoetkoming van gemeente aan de ouder. </al><al/><al>Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om nadere voorschriften te
                        stellen over de wijze van bevoorschotting van de tegemoetkoming. Deze zullen
                        er op gericht zijn om een zo eenvoudig mogelijke administratie te
                        verkrijgen. Een mogelijk kan zijn om te streven naar rechtstreekse
                        betalingen aan de kindercentra waardoor achteraf geen verrekeningen meer
                        nodig zijn. Is dit laatste niet mogelijk, dan wordt een voorschot alleen
                        betaald op basis van een factuur van het kindercentrum of gastouderbureau.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming</titel></kop><al>In lid 1 is geregeld dat uiterlijk binnen 2 maanden volgend op het
                        berekeningsjaar de ouder (eventueel door tussenkomst van het kindercentrum
                        of gastouderbureau) een overzicht van de feitelijke kosten dient in te
                        leveren.</al><al>Op grond van artikel 4:47, onderdeel a, Awb kan het college een subsidie
                        (dus ook een tegemoetkoming) ambtshalve vaststellen. Ambtshalve vaststellen
                        houdt in dat het college op eigen initiatief de tegemoetkomingen vaststelt.
                        De ouders hoeven geen aanvraag tot het vaststellen van de tegemoetkoming bij
                        het college in te dienen. De ouders zijn wel verplicht om binnen vier weken
                        na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het
                        college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze
                        periode te verstrekken. Als een tegemoetkoming voor een kalenderjaar is
                        verleend, moet het overzicht van de kosten uiterlijk vier weken na 31
                        december bij het college te worden ingediend. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al>Dit artikel regelt de uitbetaling door de gemeente van het nog te betalen
                        deel van de tegemoetkoming. Als de gemeente een ouder een hoger bedrag heeft
                        uitgekeerd dan waarop deze recht heeft, kan de gemeente het te veel betaalde
                        bedrag terugvorderen. Terugvordering is geregeld in artikel 1:38 Wkkp (zie
                        ook de toelichting bij artikel 14). </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Invordering</titel></kop><al>In artikel 1.38 lid 1 Wkkp is de verplichting neergelegd om onverschuldigde
                        bedragen in het kader van de wet in te vorderen. Een bedrag is invorderbaar
                        vanaf een maand na de dag van dagtekening van de beschikking waarbij de
                        vordering is ontstaan. In artikel 1.38 Wkkp is vervolgens bepaald dat de
                        artikelen 58 tot en met 60 van de WWB van overeenkomstige toepassing zijn.
                        In deze artikelen betreft het een bevoegdheid tot terugvorderen. Omdat deze
                        WWB artikelen “van overeenkomstige“ toepassing zijn, is de stelling
                        verdedigbaar dat je de kan -bepaling kunt lezen als”verplichtingen”. Voorts
                        spreekt de memorie van toelichting over verplichte terugvordering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inlichtingenplicht</titel></kop><al>Deze verplichtingen staan in ongeveer dezelfde bewoordingen ook in artikel
                        1.28 van de Wkkp. Volledigheidshalve worden deze verplichtingen hier
                        herhaald.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikelen</label><nr>16</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>De hardheidsclausule maakt het mogelijk om in gevallen dat toepassing van de
                        verordening tot een onbillijke uitkomst zou leiden af te wijken van deze
                        regelingen. Dit betekent tevens dat bij ieder negatief besluit onderzocht
                        zal moeten worden of de individuele omstandigheden toepassing van de
                        hardheidsclausule noodzakelijk maken. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikelen</label><nr>17/18/19</nr><titel>Intrekking oude regeling, inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>