<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22659_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-01-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning
                        Achtkarspelen</vet></al><al/><al> De raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>gelezen het voorstel van de voorzitter d.d. 22 september 2005,
                        agendapunt 14</al><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al> b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de volgende </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                            zijn.</al></li><li nr="c."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen
                                            en moties of andere bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b,
                                    wordt door de griffier, een medewerker van de griffie of op
                                    verzoek van de griffier door een ambtenaar gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt
                                    hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist in
                                    overleg met de griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt
                                    verleend door de griffier. Indien de gevraagde bijstand niet
                                    door de griffier kan worden verleend kan de griffier de
                                    secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die
                                    de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
                                    secretaris ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                            bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                            raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden.</al></li><li nr="c."><al>het de bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid,
                                            onderdeel c betreft en het raadslid reeds volledig
                                            gebruik heeft gemaakt van het hem op grond van artikel
                                            5, eerste lid, beschikbaar gestelde aantal uren
                                            ambtelijke bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verlenen van de ambtelijke bijstand werkt de betrokken
                                    ambtenaar onder de inhoudelijke verantwoordelijkheid van de
                                    griffier en volgt diens anwijzingen op.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt in overleg met de griffier of
                                    ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd
                                    wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                    deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
                                    en het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                                is geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                                voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                                mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                    verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling
                                    aan de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                    partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                    burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over
                                    de zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk raadslid heeft per jaar recht op 30 uur ambtelijke
                                bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, te
                                vermeerderen met 15 uur per jaar per fractielid.</al></li><li nr="2."><al>De griffier houdt een register van de verleende ambtelijke
                                        bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c
                                        bij, waarin per verzoek om bijstand aan de reguliere
                                        ambtelijke organisatie wordt opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid om bijstand heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft
                                                gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot het
                                        recht op bijstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De griffier verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het
                                college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand
                                    of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen
                                    over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het
                                    gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het
                                    betrokken raadslid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het Reglement van
                                    orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad
                                    van de gemeente Achtkarspelen, ontvangen jaarlijks een
                                    financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het
                                    functioneren van de fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage bestaat voor het kalenderjaar 2005 uit een vast deel
                                    van € 761,25voor elke fractie en een bedrag
                                    € 101,50per raadszetel. Jaarlijks worden
                                    deze bedragen in de begroting gecorrigeerd voor inflatie op
                                    basis van de door de raad vastgestelde uitgangspunten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                    kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                            overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                            partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen
                                            anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of
                                            goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis
                                            van een gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit
                                            vergoedingen die de leden ingevolge het
                                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                            toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt verstrekt nadat de
                                    verantwoording door de fractie over het voorgaande kalenderjaar
                                    is ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                                    verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de
                                    verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin
                                    de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt
                                    wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat
                                    jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                    verandert, wijzigt de bijdrage</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de
                                            nieuw gekozen raad plaatsvindt.</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van
                                            de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                            gekozen raad plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt aan de afgesplitste fractie
                                    een zelfde bijdrage als aan de oorspronkelijke fractie verstrekt
                                    op grond van artikel 8, tweede lid.,</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt het deel van het voorschot
                                    aan de oorspronkelijke fractie dat gebaseerd is op het aantal
                                    raadszetels evenredig verdeeld over de bij de splitsing
                                    betrokken leden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt aan de raad schriftelijk verantwoording af
                                    over de besteding van de bijdrage voor
                                    fractieondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Controle van de verantwoording vindt plaats door de griffier. De
                                    griffier brengt advies uit aan het presidium.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium stelt na de ontvangst van het advies van de
                                    griffier de bedragen vast van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het voorgaande
                                            kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>het terug te betalen bedrag wanneer de verstrekte
                                            bijdrage hoger was dan de werkelijke uitgaven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het presidium stelt de raad in kennis van het advies genoemd
                                    onder lid 2 en de vaststelling van de bedragen genoemd onder lid
                                    3.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 6 oktober
                                2005.</al><al>Alsdan vervalt de Verordening op de ambtelijke bijstand en de
                                fractieondersteuning Achtkarspelen, vastgesteld bij raadbesluit van
                                27 maart 2003</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de</ondertekening><ondertekening>raad der gemeente Achtkarspelen van 6 oktober 2005. </ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw. I.R. Zwart L.J. Lyklema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting Verordening ambtelijke bijstand en
                    fractieondersteuning</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                    verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijken. Indien het gaat om het
                    verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van
                    openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier die het
                    verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis
                    die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld
                    openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare
                    documenten wordt een regeling gegeven in de artikelen 25, 55 en 86 van de
                    Gemeentewet. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het reglement van orde voor
                    de raad, het reglement van orde voor het college en de verordening op de
                    raadscommissies. </al><al>Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan
                    van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het
                    college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de
                    ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de griffier geen
                    zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de
                    ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van
                    posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering
                    van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces. </al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                    tussen ambtenaren, de griffier en medewerkers van de griffie. Als er over
                    ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke
                    organisatie bedoeld die onder gezag van het college staan. Dit neemt niet weg
                    dat ook medewerkers van de griffie en de griffier ambtenaren zijn in de zin van
                    de Ambtenarenwet.</al><al>Op grond van het derde lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris
                    weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het
                    eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><tussenkop>Artikelen 2 en 3</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat de ambtelijke bijstand door de griffier wordt verleend. Als
                    deze na overleg met de secretaris een beroep dot op een ambtenaar, werkt deze
                    ambtenaar onder inhoudelijke verantwoordelijkheid van de griffier en volgt de
                    ambtenaar diens aanwijzingen op.</al><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. In artikel 3 is aangegeven dat de
                    uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is
                    voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg
                    voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken
                    raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de
                    burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet). </al><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel dient het
                    betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de
                    secretaris. </al><tussenkop>Artikel 5 </tussenkop><al>Er is voor gekozen om aan iedere fractie een vaste hoeveelheid uren op
                    ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie toe te kennen. Door
                    aan iedere raadsfractie een vaste hoeveelheid uren op de ambtelijke bijstand toe
                    te kennen wordt extra garantie geboden dat dit recht ook geëffectueerd kan
                    worden. Het biedt de ambtelijke organisatie </al><al>bovendien de mogelijkheid enigszins grip te houden op de omvang van de
                    werkzaamheden.</al><al>De begrenzing geldt niet voor eenvoudige informatieverschaffing als bedoeld in
                    artikel 1, eerste lid, onderdeel a en b. Deze hulp kan onbeperkt verleend
                    worden.</al><al>Het register dat door de griffier kan worden bijgehouden maakt het mogelijk na
                    te gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan
                    een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte van deze
                    voorzieningen. </al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>In dit artikel is aangegeven dat het van belang is dat de betrokken
                    portefeuillehouder op de hoogte is van het feit dat bijstand is verleend door
                    onder zijn verantwoordelijkheid functionerende ambtenaren. Gezien de vergroting
                    van de afstand russen raad en college die met de dualisering is gecreëerd, is
                    het logisch dat desgewenst melding wordt gemaakt van het verschaffen van
                    ambtelijke bijstand. Het college en de secretaris kunnen afspreken in welke
                    gevallen hiervan melding wordt gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 7 </tussenkop><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit kunnen
                    gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden onafhankelijk
                    opereert van het college. Dit is een gevolg van de door de dualisering tot stand
                    gebrachte ontvlechting van posities. De mogelijkheid wordt dan ook geopend dat
                    een raadslid aangeeft dat een verzoek om ambtelijke bijstand en de inhoud van de
                    verleende bijstand geheim wordt gehouden. Om te verzekeren dat een ambtenaar
                    niet door collegeleden onder druk wordt gezet om toch inlichtingen te
                    verschaffen over het verzoek van een raadslid is in het tweede lid bepaald dat
                    collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken raadslid wenden en
                    niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een extra waarborg voor
                    de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke bijstand. </al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent blijft echter wel onderdeel van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort tot
                    de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak niet
                    goed uitoefent behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar hierop
                    aan te spreken. </al><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De
                    fractieondersteuning bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel
                    garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten
                    ondersteunen. Omdat grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair
                    gebied is het logisch dat zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding
                    krijgen. </al><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>De fracties wordt grotendeels de vrijheid gelaten wat betreft de inhoudelijke
                    besteding van de fractieondersteuning. Minimumvoorwaarde is wel dat de bijdrage
                    besteed wordt aan raadswerkzaamheden. Verder is een aantal doelen genoemd
                    waarvoor de bijdrage niet gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere
                    voorkomen dat met de bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat
                    raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het
                    rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de
                    artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor
                    fractieondersteuning. Opleidingen voor raads- en commissieleden dienen bekostigd
                    te worden uit het daarvoor beschikbare individuele budget en dientengevolge ook
                    niet uit de bijdrage voor fractieondersteuning. Omdat het bij uitstek om
                    politieke ondersteuning gaat kan deze inhoudelijk niet te zeer gedetailleerd
                    geregeld worden. Fractieondersteuning in de vorm van het beschikbaar stellen van
                    gemeenteambtenaren voor de fracties wordt niet wenselijk geacht, aangezien het
                    vaak politiek getinte ondersteuning betreft. Fracties moeten daarom vrij zijn in
                    de keuze van de personen die de fracties eventueel ondersteunen. </al><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                    voorschot in twee gedeelten gesplitst. Het is logisch dat het aangepast wordt
                    aan de nieuwe verhoudingen in de raad. </al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast zal moeten worden aan veranderende
                    verhoudingen In de raad, de regeling heeft tot gevolg dat fracties die kleiner
                    worden (of geheel verdwijnen) nog over de gehele maand waarin de nieuwe raad
                    voor het eerst vergaderd de bijdrage ontvangen. Voor fracties die groter worden
                    (of nieuwe fracties) gaat de bijdrage per diezelfde maand in, Dat betekent dat
                    de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een verkiezingsjaar - hoger
                    uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te vermijden. Bij splitsing van een
                    fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct verrekend moeten worden.
                    Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een
                    te groot voorschot beschikken en zou het andere deel juist helemaal geen
                    voorschot krijgen. Na het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden.
                    Het is billijker de verrekening in deze gevallen direct te laten
                    plaatsvinden.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>De controle van de verantwoording wordt door de griffier gedaan. De griffier
                    brengt hierover advies uit aan het presidium. Er wordt een modelformulier
                    ontwikkeld voor de verantwoording zodat de verantwoordingen vergelijkbaar zijn. </al><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>