<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR226482_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant, 10 oktober 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Toeslagenverordening WWB 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand,art.8, lid 1 onder c;art. 30 lid 1.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-44484</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van 4 september 2012;</al><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al>Vast te stellen:</al><al>de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012;</al><al>De raad van de gemeente Delft:</al><lijst><li nr="-"><al>Heeft het voorstel gelezen van het college van burgemeester en
                                    wethouders van dd. 11 september 2012; </al></li><li nr="-"><al>Houdt rekening met artikel 8, eerste lid onder c, samen met
                                    artikel 30, eerste lid van de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="-"><al>Overweegt dat moet worden vastgesteld voor welke groepen
                                    bijstandsgerechtigden de bijstandsnorm wordt verhoogd of
                                    verlaagd, en welke criteria de mate van de verhoging of
                                    verlaging bepalen.</al></li></lijst><al>Op basis hiervan besluit de raad:</al><lijst><li nr="1."><al>De verordening verhoging en verlaging van de norm voor bepaalde
                                    categorieën van belanghebbenden aan wie bijstand kan worden
                                    verleend, hierna te noemen de Toeslagenverordening WWB 2012 vast
                                    te stellen,</al></li><li nr="2."><al>En tegelijk in te trekken:</al><lijst><li nr="o"><al>De Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2011, ook
                                            wel genoemd de bijstandsverordening, vastgesteld door de
                                            Raad, onder nummer 1155352 op 30 juni 2011;</al></li><li nr="o"><al>De Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren,
                                            vastgesteld door de Raad onder nummer 1011270, op 24
                                            september 2009.</al></li></lijst></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bepalingen van deze verordeningen zijn van toepassing op
                                belanghebbenden van 21 tot 65 jaar. Voor gehuwden gelden de
                                bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten
                                ouder zijn dan 21 jaar en jonger zijn dan 65 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bepalingen in deze verordening staan de toepassing van artikel
                                18, eerste lid van de Wet werk en bijstand niet in de weg.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                Delft;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>belanghebbende: de persoon van 21 tot en met 64 jaar die
                                rechtstreeks in zijn belang is getroffen door het besluit;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>woning: de woning die is bedoeld in artikel 1, onderdeel j van de
                                Wet op de huurtoeslag, of een woonwagen of woonschip;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>woonkosten:</al><lijst><li nr="o"><al>woont de belanghebbende in een huurwoning dan bestaan de
                                        woonkosten uit de maandelijkse huurprijs die bedoeld is in
                                        artikel 1, onderdeel d van de Wet op de huurtoeslag;</al></li><li nr="o"><al>woont de belanghebbende in een koopwoning, dan bestaan de
                                        woonkosten uit de verschuldigde hypotheekrente, premies voor
                                        de financiering van de woning en/of de zakelijke lasten die
                                        behoren bij de woning die in eigendom is, zoals de
                                        rioolrechten, heffingen voor het verzamelen van afval,
                                        onroerende zaakbelasting, opstalverzekering en het
                                        eigenaarsdeel van de waterschapslasten;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>zorgbehoefte: er is sprake van zorgbehoefte als zonder hulp van
                                inwonende alleenstaanden of gezinnen een opname in een inrichting
                                ter verpleging of verzorging noodzakelijk zou zijn;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>hoofdverblijf: een woning of wooneenheid waar de belanghebbende zijn
                                woonstede heeft, of bij gebreke aan een woonstede zijn werkelijke
                                verblijfplaats, zoals bedoeld in boek 1, titel 3 van het Burgerlijk
                                Wetboek;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>hoofdbewoner: de eigenaar van een woning die tevens zijn
                                hoofdverblijf heeft in die woning, dan wel degene die als enige een
                                huurovereenkomst heeft met de niet in de woning wonende eigenaar van
                                die woning;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>norm voor gehuwden: de hoogte van de uitkering zoals bedoeld in
                                artikel 21 onder c van de wet.</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>de overige begrippen die in deze verordening staan hebben dezelfde
                                betekenis als in de Wet werk en bijstand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder ongehuwd wordt ook verstaan degene die 18 jaar of ouder is en
                                die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij getrouwd
                                is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er is sprake van een gezamenlijke huishouding als twee personen
                                woonachtig zijn in dezelfde woning en zorg dragen voor elkaar (zoals
                                bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet), en zoals omschreven in
                                artikel 3, vierde lid van de wet, de belanghebbenden hun
                                hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zij met elkaar getrouwd zijn geweest of dat zij de twee jaar die
                                voorafgingen aan de aanvraag van bijstand, voor het verlenen daarvan
                                als getrouwd zijn aangemerkt; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zij samen een kind hebben gekregen of een kind van de één door de
                                ander is erkend; of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zij elkaar verplicht hebben een bijdrage te leveren in de
                                huishouding op basis van een samenlevingscontract dat nog geldig is,
                                of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>zij op grond van een registratie als genoemd in het Besluit
                                aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding worden aangemerkt
                                als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking
                                overeenkomt met de gezamenlijke huishouding in artikel 3, derde lid
                                van de wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Groepen (categorieën)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Groepen</titel></kop><al>Belanghebbenden aan wie bijstand wordt verleend, worden ingedeeld in
                            drie groepen (categorieën):</al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>gehuwden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Criteria voor het verhogen van de norm</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Als de alleenstaande van 21 jaar of ouder, of de alleenstaande ouder van
                            21 jaar of ouder, hogere algemeen noodzakelijke kosten van bestaan heeft
                            dan waarin de bijstandsnorm voorziet die van toepassing is, en als dit
                            wordt veroorzaakt door het niet of niet geheel kunnen delen van de
                            kosten van bestaan met een ander, dan wordt de norm verhoogd met een
                            toeslag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>De norm verhogen met een toeslag voor alleenstaanden en alleenstaande
                            ouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Toeslag voor alleenstaanden van 21 en 22 jaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De maximale toeslag die is bedoeld in artikel 25 van de wet, is
                                    voor een alleenstaande van 21 jaar een bedrag dat gelijk is aan
                                    5 procent van de norm voor gehuwden. </al></li><li nr="2."><al>De maximale toeslag die is bedoeld in artikel 25 van de wet is
                                    voor een alleenstaande van 22 jaar een bedrag dat gelijk is aan
                                    10 procent van de norm voor gehuwden. </al></li><li nr="3."><al>De alleenstaande van 21 en 22 jaar hebben recht op deze voor hun
                                    geldende maximale toeslag als:</al><lijst><li nr="o"><al>zij hoofdbewoner zijn van een door hen bewoonde woning
                                            en in die woning woont geen andere persoon of een ander
                                            gezin;</al></li><li nr="o"><al>zij thuiswonend zijn in de woning van de
                                            (stief-)ouder(-s);</al></li></lijst></li></lijst><al>en er op grond va deze verordening geen andere redenen zijn de toeslag
                            te verlagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Toeslag alleenstaande van 23 jaar of ouder en alleenstaande
                                ouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toeslag die bedoeld is in artikel 4 is voor een alleenstaande van
                                23 jaar of ouder, en voor de alleenstaande ouder van 21 jaar of
                                ouder (met zijn ten laste komende kinderen), bij wie niemand anders
                                woont 20 procent van de norm voor gehuwden (maximale toeslag).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze maximale toeslag wordt ook verstrekt als de alleenstaande of de
                                alleenstaande ouder één of meer thuiswonende kinderen van 18 jaar en
                                ouder heeft, en elk kind afzonderlijk een inkomen heeft dat niet
                                hoger is dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud in
                                hoger onderwijs zoals genoemd in artikel 3:18 van de Wet
                                studiefinanciering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toeslag voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met één
                                of meer thuiswonende kinderen van 18 jaar of ouder die een inkomen
                                hebben dat hoger is dat het in het tweede lid genoemde normbedrag
                                bedraagt 15 procent van de norm voor gehuwden. Bij de toepassing van
                                deze bepaling geldt dat deze verlaging van de toeslag slechts
                                eenmalig plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gezamenlijk hoofdverblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De alleenstaande van 21 jaar die hoofdbewoner is, ontvangt een
                                toeslag van 5 procent van de norm voor gehuwden, als in zijn woning
                                één andere alleenstaande of één ander gezin het hoofdverblijf
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De alleenstaande van 22 jaar of ouder of de alleenstaande ouder die
                                hoofdbewoner is ontvangt een toeslag van 10 procent van de norm voor
                                gehuwden, als in zijn woning één andere alleenstaande of één ander
                                gezin het hoofdverblijf heeft. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De alleenstaande van 21 jaar of ouder of de alleenstaande ouder die
                                hoofdbewoner is en bij wie twee of meer andere alleenstaanden of
                                gezinnen het hoofdverblijf hebben, krijgt geen toeslag, tenzij het
                                een thuiswonende kind(-eren) betreft in welk geval artikel 6, tweede
                                of derde lid van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De alleenstaande van 21 jaar of ouder of de alleenstaande ouder die
                                woonachtig is (hoofdverblijf) in de woning van een ander persoon of
                                gezin (hoofdbewoner), niet zijnde een familielid in de eerste graad
                                ontvangt de maximale toeslag, (zoals bedoeld in artikel 5 of artikel
                                6, eerste lid) ook als meerdere andere personen in dezelfde woning
                                hun hoofdverblijf hebben.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De alleenstaande van 21 jaar of ouder of de alleenstaande ouder die
                                zorgbehoevend is en hoofdbewoner is van de door hem bewoonde woning,
                                bij wie een ander persoon of een ander gezin het hoofdverblijf
                                heeft, niet zijnde een familielid in de eerste graad ontvangt de
                                maximale toeslag. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De alleenstaande van 21 jaar of ouder of de alleenstaande ouder die
                                hoofdbewoner is en bij wie een of meer zorgbehoevenden hun
                                hoofdverblijf hebben, anders dan een zorgbehoevend familielid in de
                                eerste graad, ontvangt de maximale toeslag. Voor 21 en 22 jarige
                                alleenstaanden is dat de toeslag zoals bedoeld in artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De alleenstaande van 22 jaar of ouder, of de alleenstaande ouder die
                                hoofdbewoner is van de door hem bewoonde woning in wiens woning ook
                                zijn (stief-)ouder(-s) woonachtig zijn, ontvangt een toeslag van 10
                                procent van de norm voor gehuwden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De alleenstaande van 21 jaar die hoofdbewoner is van de door hem
                                bewoonde woning in wiens woning ook zijn (stief)ouder(-s) woonachtig
                                zijn, ontvangt een toeslag van 5% van de norm voor gehuwden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De alleenstaande van 23 jaar en ouder of de alleenstaande ouder die
                                woonachtig is de woning van de (stief-)ouder(-s) krijgt een toeslag
                                van 10 procent van de norm voor gehuwden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Criteria voor het verlagen van de norm bij echtparen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De norm voor een echtpaar (norm voor gehuwden) wordt verlaagd als
                                het echtpaar lagere algemene kosten heeft dan waarin de norm
                                voorziet, doordat men de kosten kan delen met een ander die niet tot
                                het gezin behoort, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid onder c
                                van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De norm voor een echtpaar wordt niet verlaagd als het echtpaar één
                                of meer thuiswonenden kinderen van 18 jaar of ouder heeft, en als
                                elk kind afzonderlijk een inkomen heeft dat lager is dan het
                                normbedrag levensonderhoud in het hoger onderwijs, zoals genoemd in
                                artikel 3:18 van de Wet studiefinanciering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De norm voor een echtpaar wordt verlaagd met 5 procent als het
                                echtpaar één of meer thuiswonende kinderen van 18 jaar of ouder
                                heeft, en ten minste één kind een inkomen heeft dat hoger is dan de
                                norm voor levensonderhoud in het hoger onderwijs, zoals genoemd is
                                artikel 3:18 van de wet studiefinanciering. Bij de toepassing van
                                deze bepaling geldt dat deze verlaging van de norm slechts eenmalig
                                plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gezamenlijk hoofdverblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De norm voor gehuwden wordt verlaagd met 10 procent, als het gezin
                                hoofdbewoner is van de door hen bewoonde woning waarin één andere
                                alleenstaande of één ander gezin, niet zijnde een gezinslid in de
                                eerste graad, zijn hoofdverblijf heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De norm voor gehuwden wordt verlaagd met 20 procent als het gezin
                                hoofdbewoner is van de door hen bewoonde woning waarin twee andere
                                alleenstaanden of gezinnen, niet zijnde gezinsleden in de eerste
                                graad van de hoofdbewoner, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid
                                onder c van de wet, hun hoofdverblijf hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De norm voor gehuwden wordt niet verlaagd als het gezin zijn
                                hoofdverblijf heeft in de woning van een ander persoon of gezin,
                                maar niet zijnde een familielid in de eerste graad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De norm voor gehuwden wordt niet verlaagd, als het gezin
                                hoofdbewoner is van de door hen bewoonde woning waarin één of meer
                                andere alleenstaanden of gezinnen hun hoofdverblijf hebben, die
                                aangemerkt kunnen worden als zorgbehoevend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De norm voor gehuwden wordt niet verlaagd als het gezin hoofdbewoner
                                is van de door hen bewoonde woning en ten minste een van de
                                gezinsleden zorgbehoevend is, en bij wie een andere persoon of een
                                ander gezin woont.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De norm voor een echtpaar, dat hoofdbewoner is van de door hen
                                bewoonde woning, in wiens woning ook de (stief-)ouder(-s) van een
                                van hen het hoofdverblijf heeft, wordt verlaagd met 10 procent.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De norm voor een echtpaar wordt verlaagd met 10 procent, als het
                                gezin het hoofdverblijf heeft in de woning van één of beide
                                (stief-)ouder(-s).</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Ontbrekende woonlasten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ongeacht wat in de artikelen 4 tot en met 9 staat, wordt de norm of
                                de toeslag lager vastgesteld als de alleenstaande, de alleenstaande
                                ouder of het gezin lagere algemene kosten van bestaan heeft dan
                                waarin de bijstandsnorm en de toeslag voorziet door zijn
                                woonsituatie. Daaronder wordt ook begrepen het niet bewonen van een
                                woonruimte of het bewonen van een woonruimte waaraan geen woonkosten
                                zijn verbonden, zoals omschreven in artikel 2, eerste lid, onder e.
                                Daaronder wordt ook begrepen de medebewoner( zoals een onderhuurder,
                                kamerbewoner of kostganger) die niet of onvoldoende kan aantonen dat
                                voor het medegebruik van de woonruimte een vergoeding betaald
                                wordt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verlaging die is bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld op een
                                bedrag dat gelijk is aan 15 procent van de norm voor gehuwden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Anticumulatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Anticumulatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een combinatie van (toepassingen van) een toeslag of één of meer
                                verlagingen, zoals bedoeld in de artikelen 4 tot en met 10 van deze
                                verordening, geldt dat de totale verlaging niet meer bedraagt dan
                                een bedrag dat gelijk is aan 20 procent van de norm voor
                                echtparen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de verlaging zoals bedoeld in het eerste lid, valt ook het
                                verschil tussen de in artikel 25 van de wet genoemde maximale
                                toeslag en de toeslag zoals deze wordt verstrekt op basis van deze
                                verordening. Onder de verlaging wordt niet verstaan de aanpassing
                                van de uitkering door een verrekening van inkomsten, zoals inkomsten
                                uit of in verband met arbeid, uitkering en/of alimentatie. Ook wordt
                                daaronder niet verstaan het toepassen van maatregelen en/of
                                opgelegde boetes zoals bedoeld in de maatregelverordening WWB, of
                                het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18 lid 2 van de
                                wet en de uitvoering van terugvorderingsbesluiten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bijzondere omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, gebruikmakend van artikel 18, eerste lid van de
                                wet, in bijzondere gevallen afwijken van een strikte toepassing van
                                deze verordening als zij meent dat dit onrechtvaardig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist in gevallen waarin deze verordening niet
                                voorziet, maar die wel onder de werking ervan vallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Toeslagenverordening WWB
                            2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><al>Deze verordening gaat in op 1 oktober 2012, terwijl tegelijk wordt
                            ingetrokken:</al><lijst><li nr="-"><al>De Toeslagenverordening Wet werk en bijstand, zoals vastgesteld
                                    in de raadsvergadering van 30 juni 2011;</al></li><li nr="-"><al>De Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren, zoals
                                    vastgesteld in de raadsvergadering van 24 september 2009.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 september
                            2012.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>drs. M.R. Fabbricotti ,plv.griffier.</ondertekening><ondertekening>Bekendgemaakt: 10 oktober 2012.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Delft/i145394.pdf">Toelichting Toeslagenverordening WWB 2012</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>