<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22631_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Stad Nijkerk, 21-12-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-11-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Rvs. 2011-070/10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
            2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nijkerk;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        september 2009;</al><al>gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN
                            TOERISTENBELASTING2010</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde
                                mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor
                                en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve
                                doeleinden;</al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s,
                                toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke
                                voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf
                                voor vakantie en andere recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="c."><al>niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven,
                                of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of
                                stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor
                                vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde
                                perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te
                                huur aangeboden;</al></li><li nr="d."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
                                voor het gedurende een jaar plaatsen van een zelfde mobiel
                                kampeeronderkomen of stacaravan;</al></li><li nr="e."><al>seizoen standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is
                                voor het gedurende een seizoen plaatsen van een zelfde mobiel
                                kampeeronderkomen of stacaravan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit.</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in
                        hotels, pensions, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens,
                        niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, op vaste standplaatsen en op een
                        seizoen standplaats, tegen vergoeding, in welke vorm dan ook, door personen
                        die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie
                        persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam
                        ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op
                            hem ter beschikking staande terreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd
                            wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan
                            te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde
                            in artikel 2 verblijf houdt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vrijstellingen.</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degene, die:</al><lijst><li nr="a."><al>als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging
                                        of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
                                        hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft;</al></li><li nr="b."><al>verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij ter
                                        zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van
                                        die woning forensenbelasting is verschuldigd; </al></li><li nr="c."><al>tijdelijk als minderjarige in de gemeente verblijft als
                                        deelnemer aan een zogenaamde schoolwerkweek e.d. onder
                                        leiding van een of meer meerderjarige begeleiders;</al></li><li nr="d."><al>tijdelijk in de gemeente verblijft als begeleider van
                                        minderjarigen als bedoeld in lid 1, onderdeel c. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
                                voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld
                                in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het
                                Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing.</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantie-onderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten
                                    bepaald op het aantal slaapplaatsen; </al></li><li nr="b."><al>mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen
                                    en seizoen standplaatsen bepaald op: twee personen indien het
                                    aantal slaapplaatsen drie of minder bedraagt; drie personen
                                    indien het aantal slaapplaatsen meer dan drie bedraagt; </al></li><li nr="c."><al>mobiele kampeeronderkomens op niet-vaste standplaatsen en niet
                                    seizoen standplaatsen bepaald op de som van het aantal
                                    kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van maximaal drie
                                    personen, vermenigvuldigd met twee en het aantal
                                    kampeeronderkomens bestemd voor verblijf van meer dan drie
                                    personen, vermenigvuldigd met drie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is
                            overnacht wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens,
                                    niet-beroepsmatig verhuurde ruimten dan wel op vaste
                                    standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts
                                    gebruikt mogen worden gedurende een periode van: meer dan zes
                                    doch ten hoogste negen maanden bepaald op vijfentachtig; meer
                                    dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op
                                    vijfennegentig; </al></li><li nr="b."><al>ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens op
                                    niet-vaste standplaatsen en seizoen standplaatsen bepaald op
                                    365. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het aantal mobiele kampeeronderkomens als bedoeld in het eerste lid,
                            letter c, wordt vastgesteld op een totaal van een zestal tellingen
                            gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling valt binnen een
                            afzonderlijke periode van twee maanden, gedeeld door de factor zes.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing.</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Belastingtarief.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het tarief bedraagt per overnachting € 1,50.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor het houden van
                            verblijf met overnachten op campings binnen de gemeente op vaste en
                            seizoen standplaatsen, in mobiele kampeeronderkomens en
                            vakantie-onderkomens per overnachting € 0,85. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Belastingjaar.</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Wijze van heffing.</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Aanslaggrens.</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen,
                        waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder
                        dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Termijnen van betaling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders.</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 233a
                        Gemeentewet nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de
                        invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Aanmeldingsplicht.</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d,
                        van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening toeristenbelasting 2009’ van 4 november 2008, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.
                            </al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening
                                toeristenbelasting 2010’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Nijkerk op</ondertekening><ondertekening>3 november 2009,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. F.E. CONTANT mr. drs. G.D. RENKEMA</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>