<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR226308_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Beemster 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beemster</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beemster</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-141557.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAfgelopenMaand%26spd%3d20161023%26epd%3d20161023%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dPurmerend!Beemster%26orgt%3dgemeente!gemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=4&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 2016, 141557</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Beemster 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=149&amp;g=2016-10-24">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=151c&amp;g=2016-10-24">Gemeentewet, art. 151c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>artt. 1.3, 1.8, 2.39 en 2.77</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1318679</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-38655</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-38656</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-38657</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-38658</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-38659</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Beemster 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Beemster:</vet></al><al/><al>gezien artikel 147 en artikel 149 van de Gemeentewet</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 18
                        september 2012;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de navolgende:</al><al/><al><vet>Algemene Plaatselijke Verordening Beemster 2012</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen weergegeven op de kaart
                                    in bijlage 1 bij deze verordening ;</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="-"><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Beemster
                                    daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="-"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="-"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="-"><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn bedoeld in het eerste lid voor ten
                                hoogste acht weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor een vergunning als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, wordt de
                                in het eerste en tweede lid bedoelde termijn gesteld op 12
                                weken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn genoemd in het derde lid met ten
                                hoogste 12 weken verlengen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel
                                4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>(vervallen)</titel></kop><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd: </al><lijst><li nr="a."><al> indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt; </al></li><li nr="b."><al> indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; </al></li><li nr="c."><al> indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
                                </al></li><li nr="d."><al> indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; </al></li><li nr="e."><al> indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in
                            het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot wanordelijkheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die op een openbare plaats </al><lijst><li nr="a."><al> aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan; </al></li><li nr="b."><al> aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                            tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al> zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
                                        </al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd gezag in het belang van
                                    de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden
                                    zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis geven aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al> naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></li><li nr="b."><al> het doel van de betoging; </al></li><li nr="c."><al> de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging; </al></li><li nr="d."><al> de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging; </al></li><li nr="e."><al> voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                        </al></li><li nr="f."><al> maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                            treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag, van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>[Vervallen; opgenomen in artikel 2:3]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>V<cursief>erspreiden van gedrukte stukken</cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden, aan te bevelen of bekend te maken op of aan door het
                                    college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids
                                    op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen openbare
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel><cursief>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college
                                    de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                                    de publieke functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al> indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg; </al></li><li nr="b."><al> indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij
                                            in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke
                                            eisen van welstand; </al></li><li nr="c."><al> in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al> evenementen als bedoeld in artikel 2:24; </al></li><li nr="b."><al> standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt tevens niet voor voorwerpen
                                    of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard of
                                    voor zover in het daarin geregelde wordt voorzien door de Wet
                                    beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor
                                    het verbod in het eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>(Omgevingsvergunning) voor het aanleggen,
                                    beschadigen en veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking vergunning van het
                                    bevoegd gezag een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te
                                    breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van
                                    de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                    brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al><lijst><li nr="a."><al> als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of </al></li><li nr="b."><al> door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt is niet van toepassing indien in opdracht van
                                    een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden
                                    verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement,
                                    de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                    gebaseerde Telecommunicatieverordening zoals vastgesteld bij
                                    besluit van 14 december 2000, of zoals later is gewijzigd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                    uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al> daardoor gevaar of hinder ontstaat of dreigt te
                                            ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse; </al></li><li nr="b."><al> dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats; </al></li><li nr="c."><al> het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                            wordt aangetast.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    gestelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel><cursief>Veiligheid op de weg</cursief></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar</al><al>ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.Kelderingangen
                                    e.d.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 427,
                                    aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grote afstand dan 0,25
                                    meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af
                                    gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Het is verboden aan de weg of enig deel van een bouwwerk een
                                voorwerp te hebben dat niet deugdelijk beveiligd is tegen neervallen
                                op de weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
                                    aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
                                    voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer, de openbare
                                    verlichting of de aanduiding van openbare brandkranen worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al> voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen; </al></li><li nr="b."><al> bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                    Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen; </al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5.22 van deze verordening;
                                        </al></li><li nr="c."><al> kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
                                        </al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen; </al></li><li nr="e."><al> betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld
                                            in de Wet openbare manifestaties; </al></li><li nr="f."><al> activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                            verordening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></li><li nr="b."><al>een braderie; </al></li><li nr="c."><al> een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3, op de weg; </al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg. </al></li><li nr="e."><al> een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein
                                            evenement)</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al> het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 50
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al> het evenement tussen 08.00 en 24.00 uur
                                            plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al> geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of
                                            na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al> het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al> slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;</al></li><li nr="f."><al> er een organisator is; en</al></li><li nr="g."><al> de organisator ten minste 14 werkdagen voorafgaand aan
                                            het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 10 dagen na ontvangst van de melding
                                    besluiten een klein evenement te verbieden, indien er aanleiding
                                    is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare
                                    veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt
                                    door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De organisator c.q. vergunningaanvraaer van door de burgemeester
                                    aan te wijzen categorieën vergunningplichtige
                                    vechtsportwedstrijden of - gala's, is niet van slecht
                                    levensgedrag.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De burgemeester weigert een vergunning als de organisator c.q.
                                    vergunningsaanvrager van een evenement als bedoeld in lid 5 van
                                    slecht levensgedrag is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al> openbare inrichting: </al><al>i. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                            snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; </al><al>ii. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                            worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                            consumptie worden verstrekt of bereid; </al></li><li nr="b."><al> terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar staof
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met
                                    vrijdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op zaterdag en zondag
                                    tussen 02.00 uur en 07.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al/><al>Het is verboden in een horecabedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al> de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al> zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand of
                                bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                treedt niet de burgemeester, maar het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan ten behoeve van artikel 2:28 tot en met 2:30.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Toezicht op grow-, smart- en headshops</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34A</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> growshop, smartshop of headshop: een inrichting, waarin of
                                        via welke de eigenaar of exploitant in ieder geval
                                        substanties, voorwerpen of gegevens bereidt, verwerkt, te
                                        koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert,
                                        vervaardigt of voorhanden heeft, waarvan hij weet of
                                        ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn
                                        tot het plegen van een van de in artikel 11, derde tot en
                                        met vijfde lid, van de Opiumwet strfbaar gestelde
                                        feiten;</al></li><li nr="b."><al> exploitant: de natuurlijke persoon of vertegenwoordiger van
                                        een rechts persoon die een inrichting exploiteert.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34B</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning
                                    van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant en
                                    kan niet worden overgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34C</nr><titel>Maximum</titel></kop><al>Vergunning kan worden verleend voor maximaal één inrichting zoals
                                bedoeld in artikel 2.34A onder a, binnen de gemeente Beemster.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34D</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Onverminderd de bepalingen van de Wet bevordering
                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wordt de
                                vergunning geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al> het in artikel 2.34C bedoelde maximum aantal inrichtingen
                                        is bereikt;</al></li><li nr="b."><al> de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het
                                        geldende bestemmingsplan en/of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al> de exploitant binnen vijf jaar voor de aanvraag een
                                        inrichting dan wel een horeca-inrichting heeft geëxploiteerd
                                        die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de
                                        openbare orde gesloten is geweest;</al></li><li nr="d."><al> de exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
                                        bereikt;</al></li><li nr="e."><al> de exploitant niet voldoet aan de bij of krachtens artikel
                                        8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid, van de
                                        Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen;</al></li><li nr="f."><al> naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen
                                        dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                        inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                        nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de
                                        inrichting;</al></li><li nr="g."><al> redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de feitelijke
                                        toestand niet met het in de aanvraag vermelde in
                                        overeenstemming zal zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34E</nr><titel>Intrekking vergunning</titel></kop><al>Onverminderd de bepalingen van de Wet bevordering
                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur wordt de
                                vergunning al dan niet voor een bepaalde termijn ingetrokken indien: </al><lijst><li nr="a."><al> de exploitant van de inrichting handelt in strijd met het
                                        bepaalde in deze afdeling; </al></li><li nr="b."><al> de exploitant van de inrichting handelt in strijd met de
                                        aan de vergunning verbonden voorschriften; </al></li><li nr="c."><al> de exploitant niet of niet langer voldoet aan de eisen
                                        gesteld in deze paragraaf; </al></li><li nr="d."><al> naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen
                                        dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                        inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                        nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de
                                        inrichting;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34F</nr><titel>Openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de openingstijden van de inrichting is het bij of krachtens
                                    de Winkeltijdenwet bepaalde vantoepassing.</al><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner
                                    beoordeling, voor één of meer inrichtingen, tijdelijk andere dan
                                    de krachtens de Winkeltijdenwet geldende openingstijden
                                    vaststellen of al dan</al><al>niet tijdelijke sluiting bevelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34G</nr><titel>Sluiting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.34F en in artikel 13b van de
                                Opiumwet sluit de burgemeester een inrichting al dan niet voor een
                                bepaalde termijn indien de exploitant niet beschikt over een geldige
                                exploitatievergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34H</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting ingevolge
                                    artikel 2.34F eerste lid, of krachtens een op grond van artikel
                                    2.34F tweede lid dan wel artikel 2.34G genomen besluit voor
                                    bezoekers gesloten dient te zijn, een inrichting voor bezoekers
                                    geopend te hebben of daarin een of</al><al>meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven, of zich als
                                    bezoeker daarin te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder bezoeker wordt niet verstaan: de personen wier
                                    aanwezigheid in de inrichting om bedrijfstechnische redenen
                                    dringend noodzakelijk is.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8B</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder paracommerciële
                                    inrichtingen: een inrichting waarin een paracommerciële
                                    rechtspersoon, als bedoeld in de Drank- en Horecawet, in eigen
                                    beheer het horecabedrijf exploteert.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder de overige
                                    begrippen verstaan hetgeen de Drank- en Horecawet daaronder
                                    verstaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34J</nr><titel>Schenktijden paracommerciële inrichtingen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken in een paracommerciële
                                inrichting uitsluitend alcoholhoudende drank gedurende de periode
                                beginnende met twee uur voor de aanvang en eindigende met twee uur
                                na de beëindiging van activiteiten die passen binnen de statutaire
                                doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële
                                rechtspersoon.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34K</nr><titel>Bijeenkomsten in paracommerciële inrichtingen</titel></kop><al>Het is paracommerciële rechtspersonen verboden bijeenkomsten te
                                organiseren:</al><lijst><li nr="a."><al> van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen,
                                        of</al></li><li nr="b."><al> die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks
                                        bij de activiteiten van de beherende paracommerciële
                                        rechtspersoon betrokken zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34L</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                toepassing om ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de
                                Drank- en Horecawet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34F</nr><titel>Openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34G</nr><titel>Sluiting</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.34H</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al/></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.38</nr><titel>Verschaffen gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder
                                is, verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dan van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al> speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend; </al></li><li nr="b."><al> speelgelegenheden waarvoor de raad van bestuur van
                                            kansspelautoriteit bevoegd is vergunning te verlenen; en
                                        </al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al> indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid.</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al> Wet: de Wet op de kansspelen; </al></li><li nr="b."><al> kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet; </al></li><li nr="c."><al> hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet; </al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor publiek
                                    toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of op dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al> een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof enige
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 en 06.00 uur op een openbare plaats
                                    of openbaar water te vervoeren of bij zich te hebben enig
                                    aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of
                                    verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d. </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al> op een openbare plaats te klimmen of zich te bevinden
                                            op een beeld, monument, overkapping, constructie,
                                            openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of
                                            andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet
                                            bestemd straatmeubilair; </al></li><li nr="b."><al> zich op een openbare plaats zodanig op te houden dat
                                            aan andere gebruikers of bewoners van nabij de weg
                                            gelegen woningen onnodig overlast of hinder wordt
                                            veroorzaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het
                                    Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.48</nr><titel>Hinderlijk drank- of softdrugsgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg, die deel uitmaakt van een door het
                                    college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te nuttigen of
                                    aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende
                                    drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al> een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; </al></li><li nr="b."><al> de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.49</nr><titel>Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al> zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al> zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien: </al><lijst><li nr="a."><al> dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; </al></li><li nr="b."><al> daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                    woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te
                                    bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of
                                    woonschip bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al> op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al> binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; of </al></li><li nr="c."><al> op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al> die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al> die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond </al><lijst><li nr="a."><al> die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li><li nr="b."><al> die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor</al><al>zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="a."><al> vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer
                                            of van beide stoffen; </al></li><li nr="b."><al> door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en </al></li><li nr="c."><al> zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat
                                            de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening
                                            van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de
                                            korf aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben; </al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels; </al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of </al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.60a</nr><titel>Verontreiniging door paarden en pony's</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een paard of pony is verplicht ervoor
                                    te zorgen dat het paard zich niet van uitwerpselen ontdoet op
                                    een openbare plaats:</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet op door het college aangewezen
                                    plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                    het paard of de pony er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op vee dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="a."><al> binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven; </al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes
                                    meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht
                                    van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het
                                    laag uit en invliegen van de bijen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door de Provinciale Wegenverordening Noord-Holland. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere zaken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester</al><al>gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li><li nr="d."><al> de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al> de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><al>1. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging;</al><al>2. van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                        adressen;</al><al>3. dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                        uitoefent;</al><al>4. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van
                                        een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren
                                        is gegaan;</al></li><li nr="b."><al> de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al> aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te
                                        hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming
                                        duidelijk zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al> een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Het is de handelaar of een voor hem handelend persoon verboden enig
                                door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen dat het
                                onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging
                                aan te brengen tenzij deze wijziging van geen invloed is op de
                                herkenbaarheid van het goed.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32].</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op of aan de weg of op een
                                    voor publiek toegankelijke plaats te bezigen indien zulks
                                    gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:47, 2:48,
                                2:49, 2:50, 3:9</al><al>of 5:24 van deze Verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 151b van
                                de Gemeentewet, bij verstoring van de openbare orde door de
                                aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                ontstaan daarvan, een veiligheidsrisicogebied aanwijzen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een
                                bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                plaats.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al> prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="2."><al> prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="3."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="4."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="5."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="6."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="7."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="8."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>de prostituee;</al></li><li nr="d."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="e."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel
                                        6.2;</al></li><li nr="f."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid genoemde belangen, kan
                                het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in
                                dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en </al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beschikken) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
                                            en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, inclusief de drie
                                            openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius,
                                            Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door een andere
                                            rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                            recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge
                                            artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                            Strafvordering is toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of
                                            tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9,
                                            eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht,
                                            wegens dan wel mede wegens overtreding van:</al></li></lijst><lijst><li nr="-"><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                            Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet
                                            arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 137c tot en met 137g , 140 , 240b , 242 tot
                                            en met 249 , 252 , 250a (oud), 273a , 300 tot en met 303
                                            , 416 , 417 , 417bis , 426 , 429quater en 453 van het
                                            Wetboek van Strafrecht ;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 8 en 162, derde lid , alsmede artikel 6
                                            juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de
                                            Wegenverkeerswet 1994 ;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d , 13 , 14 , 27 en 30b
                                            van de Wet op de Kansspelen ;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom
                                            minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al><lijst><li nr="a."><al> bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="b."><al> bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                            vanaf de datum van de intrekking van deze
                                            vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is</al><al>ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt
                                    treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven: </al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 en 07:00 uur;
                                        </al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 02:00 en 07:00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1.4 van deze Verordening voor een
                                    afzonderlijke seksinrichting andere sluitingstijden
                                    vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de in artikel 3.3.1, tweede lid, genoemde
                                    belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit
                                    hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al> tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.6, eerste
                                            of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen;</al></li><li nr="b."><al> van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4, tweede lid onder a
                                    of b op de vergunning vermelde exploitant of beheerder in de
                                    seksinrichting aanwezig is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting: </al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; </al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen
                                            of gebieden; </al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                            tijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste
                                    lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie
                                    ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende bepaalde termijn, anders dan in
                                    een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen
                                    of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid onder
                                    b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotischpornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te
                                    bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegd
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslissingstermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.12</nr><titel>Beslissingstermijn</titel></kop><al>[gereserveerd. De beslistermijn is opgenomen in artikel 1:2 van deze
                                Verordening.]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al> de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al> de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan,
                                            voorbereidingsbesluit, stadsvernieuwingsplan of
                                            leefmilieuverordening; of</al></li><li nr="c."><al> er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al> het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al> het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al> de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al> de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al> de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li><li nr="f."><al> de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13, eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het netuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: een inrichting type A of type B, als bedoeld in
                                        het besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        leidinggevende of anderszins een inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden.</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit de
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen.</al></li><li nr="f."><al>Geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al> Geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting.</al></li><li nr="h."><al> Onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit zijn niet van toepassing op door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                    van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                    4.113, eerste lid, van het besluit gelden niet voor door het
                                    college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen</al><al>dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer kernen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing voor het begin van het nieuwe
                                    kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het college kan, wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Het bevoegd bestuursorgaan kan, ten aanzien van de
                                    geluidsnormen tijdens collectieve festiviteiten, nadere regels
                                    stellen ter voorkoming of beperking van geluidsoverlast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 4 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de
                                    inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de
                                    festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Een kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het eerste lid van artikel 4.113 van het Besluit is niet van
                                    toepassing in de gevallen genoemd in het eerste en tweede lid
                                    van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het bevoegd bestuursorgaan kan, ten aanzien van de
                                    geluidsnormen tijdens incidentele festiviteiten, nadere regels
                                    stellen ter voorkoming of beperking van geluidsoverlast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voor het gebruik van knalapparaten ter
                                    bescherming van gewassen tegen faunaschade, indien wordt voldaan
                                    aan de Beleidsregels voor het gebruik van knalapparaten in de
                                    gemeente Beemster. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Provinciale
                                    milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7.</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten</al><al>staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7a</nr><titel>Gevelreiniging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslag, verf, conserveerlagen of enige andere
                                            dergelijke stof van gevels, muren, puien, bruggen of
                                            andere voorwerpen te verwijderen;</al></li><li nr="b."><al>voegen van gevels, muren, puien, bruggen of andere
                                            voorwerpen met behulp van pneumatisch en/of elektrisch
                                            gereedschap te bewerken;</al></li><li nr="c."><al>stoffen aan te brengen ter voorbereiding van de onder a.
                                            bedoelde verwijdering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Dit verbod geldt niet voor het schoonmaken van glasoppervlakken
                                    en niet van verf of conserveerlagen voorziene gladde
                                    natuurstenen, aluminium of kunststof oppervlakken met water en
                                    huishoudzepen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9a</nr><titel>Verontreiniging door distels, brandnetels en
                                    Jacobskruiskruid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende van gronden is verplicht deze te zuiveren van
                                    akkerdistels (cirsiumsoorten), akkermelkdistel (sonchussoorten),
                                    distel (cardiussoorten), maradistel (silybiumsoorten), wegdistel
                                    (onopordonsoorten), ridderzuring (rumex obtusifolius), grote
                                    brandnetel (urtica dioica) en Jacobskruiskruid (Jacobaea
                                        vulgaris<cursief>), </cursief>voordat de distels tot
                                    knopvorming en de brandnetels en het Jacobskruiskruid tot bloei
                                    komen, indien deze distels, brandnetels of Jacobskruiskruid
                                    overlast voor de aangrenzende gronden kunnen veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder rechthebbende wordt in dit artikel verstaan: de gebruiker
                                    of bij het ontbreken daarvan, de eigenaar van de grond, met dien
                                    verstande dat voor de eigenaar de zakelijk gerechtigde in de
                                    plaats treedt wanneer de grond in vruchtgebruik of in erfpacht
                                    zijn uitgegeven. In geval van inscharing geldt als
                                    rechthebbende: degene bij wie het</al><al>vee in de weide is of wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de bij
                                    het eerste lid opgelegde verplichting niet of onvoldoende wordt
                                    nagekomen, kunnen zij de rechthebbende van de betreffende grond
                                    gelasten de grond te zuiveren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college stelt bij de in het derde lid bedoelde lastgeving
                                    de</al><al>termijn vast waarbinnen de grond van distels, brandnetels of
                                    Jacobskruiskruid dient te zijn gezuiverd. Deze termijn is
                                    zodanig, dat de zuivering voltooid dient te zijn voordat de
                                    distels tot knopvorming en/of de brandnetels en/of het
                                    Jacobskruiskruid tot bloei komen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Alvorens de in het derde lid bedoelde lastgeving uitgaat, wint
                                    het college het advies in van een door hen aan te wijzen
                                    deskundige. In dit advies wordt mede betrokken de te volgen
                                    bestrijdingsmethode indien het college op grond van de artikelen
                                    125 en 131 van de Gemeentewet, bij nalatigheid van de
                                    rechthebbende om binnen de krachtens het vierde lid gestelde
                                    termijn gevolg te geven aan de verstrekte last, besluit op
                                    kosten van de rechthebbende de grond van distels, brandnetels of
                                    Jacobskruiskruid te doen zuiveren.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder houtopstand: hakhout, een
                                    houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de houtopstanden te vellen of te doen vellen
                                    welke staan vermeld op de bomenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden houtopstanden in de openbare buitenruimte te
                                    vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het gestelde
                                    verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Ontheffing voor het vellen van publieke houtopstanden of
                                    houtopstanden welke staan vermeld op de bomenlijst kan, indien
                                    alternatieven voor behoud uitputtend zijn onderzocht, slechts
                                    bij</al><al>uitzondering worden verleend indien:</al><lijst><li nr="a."><al> een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang opweegt
                                            tegen duurzaam behoud van de boom; of</al></li><li nr="b."><al> naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet
                                            langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of
                                            schade.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader
                                    te stellen voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12a</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar
                                    het oordeel van het college gevaar opleveren voor verspreiding
                                    van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers, is
                                    de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is
                                    aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te
                                    stellen termijn:</al><lijst><li nr="a."><al> indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al> de iepen te ontschorsen en de schors te
                                            vernietigen;</al></li><li nr="c."><al> of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te
                                            vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding
                                            van de iepziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                                    voorraad te hebben of te vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede
                                    kleiner dan 4 centimeter.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer , in de</al><al>openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op
                                    te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al> onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al> bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al> kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al> mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Provinciale Verordening Noord-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of
                                afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                hinder ontstaat voor de omgeving.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                    voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al> de bescherming van natuur en landschap</al></li><li nr="b."><al> de bescherming van een stadsgezicht</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Op de ontheffing is paragraf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen en rolstoelen;
                                    </al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac,van
                                        het RVV 1990.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al> het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al> het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al> voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al> voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al> drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van ... meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al> de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                            gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                    weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg te plaatsen of te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al> langer dan vijf achtereenvolgende dagen te plaatsen of
                                            te hebben op een door het college aangewezen weg, waar
                                            dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de
                                            verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is
                                            voor het uiterlijk aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al> op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op
                                    werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00
                                    tot 18.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de</al><al>weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar
                                    te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.11</nr><titel>Aantasting groevoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door dan wel deze te
                                    doen of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>a. op de weg</al></li><li nr="b."><al>b. op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li><li nr="c."><al>c. op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor dit
                                            doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of</al><al>plaatsen te laten staan.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al> het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                            exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Winkeltijdenwet ;</al></li><li nr="b."><al> het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel
                                            5:22;</al></li><li nr="c."><al> het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 18.00 en 08.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                    artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het venten
                                    van gedrukte en geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens
                                    worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van
                                    de</al><al>Grondwet verboden:</al><lijst><li nr="a."><al> op door het college aangewezen openbare plaatsen;
                                            of</al></li><li nr="b."><al> op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                    tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder standplaats: het vanaf
                                    een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het
                                    publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats te koop
                                    aanbieden,</al><al>verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden
                                    van goederen of diensten, al dan niet gebruikmakend van fysieke
                                    middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>vaste plaatsen op jaarmarkten of markten als bedoeld in
                                            artikel 160, eerste lid onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>a. indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand; </al></li><li nr="b."><al>b. indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.19</nr><titel>Toestemming rechthebbende </titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.22</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor publiek toegankelijk gebouw of plaats waar
                                    hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                    verhandeld of</al><al>diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al> een markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                            aanhef en onder h, Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al> een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren:</al><lijst><li nr="a."><al> vanwege strijd met het bestemmingsplan;</al></li><li nr="b."><al> indien de burgemeester het organiseren van de
                                            snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de
                                            openbare orde, de openbare veiligheid, de
                                            volksgezondheid of het milieu;</al></li><li nr="c."><al>indien degene die voornemens is een snuffelmarkt te
                                            organiseren daarvan niet tevoren melding heeft
                                            gemaakt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid
                                    onder c, acht weken voorafgaand aan de snuffelmarkt onder
                                    vermelding van: </al><lijst><li nr="a."><al> naam en adres van de organisator; </al></li><li nr="b."><al> adres van het gebouw waar de snuffelmarkt wordt
                                            gehouden; </al></li><li nr="c."><al> de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt
                                            gehouden; </al></li><li nr="d."><al> het soort van goederen en diensten dat wordt aangeboden
                                            en verhandeld; </al></li><li nr="e."><al> het aantal standplaatsen; </al></li><li nr="f."><al> het te verwachten aantal bezoekers;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De snuffelmarkt kan worden gehouden indien de burgemeester niet
                                    binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat
                                    het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden. De
                                    burgemeester geeft van een verbod aan de organisator met opgaaf
                                    van redenen bericht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water: </al><lijst><li nr="a."><al> nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente; </al></li><li nr="b."><al> beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, of de Landschapsverordening
                                    Noord-Holland 2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5.25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Landschapsverordening Noord-Holland
                                    2005.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbaar water, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels
                                    stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al> in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast; </al></li><li nr="b."><al> in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden; </al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder, is het
                                    verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al> verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke; </al></li><li nr="b."><al> sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand; </al></li><li nr="c."><al> vuur voor koken, bakken en braden</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al> verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al> het speel - en sportgedeelte van speel - en
                                            sportterreinen; </al></li><li nr="c."><al> waterpartijen, zoals vijvers, sloten, beken en kanalen;
                                        </al></li><li nr="d."><al> plaatsen met een aaneengesloten oppervlakte van minder
                                            dan 25 m</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid behoudens
                                    begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Gemeentewapen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.37a</nr><titel>Gemeentewapen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder toestemming van het gemeentebestuur het
                                    gemeentewapen voor commerciële of andere doeleinden te voeren,
                                    aan te wenden of te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften
                                    worden verbonden.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikel
                                2:1, 2:22, 2:32, 2:39, 2:44, 2:46, 2:59, 3:4, 3:6, 3:8, 3:9, 3:10,
                                3:11, 3:14, 3:15, 4:13, 5:3 en 5:4.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                categorie: artikel 2:6, 2:9, 2:10, 2:11, 2:12, 2:15, 2:16, 2:17,
                                2:19, 2:20, 2:23, 2:25, 2:29, 2:31, 2:32, 2:33, 2:36, 2:41, 2:42,
                                2:43, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:51, 2:52, 2:53, 2:58, 2:60, 2:60a,
                                2:62, 2:67, 2:68, 2:69, 2:73, 4:3, 4:6, 4:7a, 4:8, 4:9, 4:9a, 4:11,
                                5:2, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:10, 5:11, 5:18, 5:19, 5:23 en
                                5:32.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn belast: a. de functionarissen van de Politie
                                Regio Zaanstreek-Waterland; b. de toezichthouders van de gemeente
                                Beemster.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan
                                wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene Plaatselijke Verordening Beemster 2010 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4 die
                            golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij
                            is bekend gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Beemster 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad d.d. 9 oktober
                        2012</ondertekening><ondertekening>H.N.G. Brinkman, voorzitter</ondertekening><ondertekening>C.J. Jonges, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Beemster/i149747.pdf">
                    [Klik hier om het document te downloaden]
                  </extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Beemster/i149745.pdf">Kernen Beemster - Middenbeemster</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Beemster/i149746.pdf">Kernen Beemster - Noordbeemster</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Beemster/i149748.pdf">Kernen Beemster - Westbeemster</extref></al><al><extref doc="/cvdr/images/Beemster/i149749.pdf">Kernen Beemster - Zuidoostbeemster</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen </al><al>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn </al><al>Artikel 1.3 (vervallen) </al><al>Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen </al><al>Artikel 1.5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
                            </al><al>Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
                            </al><al>Artikel 1.7 Termijnen </al><al>Artikel 1.8 Weigeringsgronden </al><al>Hoofdstuk 2 Openbare orde </al><al>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden </al><al>Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden </al><al>Afdeling 2 Betoging </al><al>Artikel 2.2 Optochten </al><al>Artikel 2.3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
                                </al><al>Artikel 2.4 Afwijking termijn </al><al>Artikel 2.5 Te verstrekken gegevens </al><al>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken </al><al>Artikel 2.6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of
                                    gedrukte stukken of afbeeldingen </al><al>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg </al><al>Artikel 2.7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. </al><al>Artikel 2.8 Dienstverlening </al><al>Artikel 2.9 Straatartiest e.d. </al><al>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg </al><al>Artikel 2.10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in
                                    strijd met de publieke functie ervan </al><al>Artikel 2.11 (Omgevingsvergunning) voor het aanleggen,
                                    beschadigen en veranderen van een weg </al><al>Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg </al><al>Afdeling 6 Veiligheid op de weg </al><al>Artikel 2.13 Veroorzaken van gladheid </al><al>Artikel 2.14 Winkelwagentjes </al><al>Artikel 2.15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
                                </al><al>Artikel 2.16 Openen straatkolken e.d. </al><al>Artikel 2.17 Kelderingangen e.d. </al><al>Artikel 2.18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen </al><al>Artikel 2.19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp </al><al>Artikel 2.20 Vallende voorwerpen </al><al>Artikel 2.21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
                                </al><al>Artikel 2.22 Objecten onder hoogspanningslijn </al><al>Artikel 2.23 Veiligheid op het ijs </al><al>Afdeling 7 Evenementen </al><al>Artikel 2.24 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.25 Evenement </al><al>Artikel 2.26 Ordeverstoring </al><al>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen </al><al>Artikel 2.27 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting </al><al>Artikel 2.29 Sluitingstijd </al><al>Artikel 2.30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
                                </al><al>Artikel 2.31 Verboden gedragingen </al><al>Artikel 2.32 Handel binnen openbare inrichtingen </al><al>Artikel 2.33 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 2.34 Het college als bevoegd bestuursorgaan </al><al>Afdeling 8A Toezicht op grow-, smart- en headshops </al><al>Artikel 2.34A Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2.34B Vergunningplicht </al><al>Artikel 2.34C Maximum </al><al>Artikel 2.34D Weigeringsgronden </al><al>Artikel 2.34E Intrekking vergunning </al><al>Artikel 2.34F Openingstijden </al><al>Artikel 2.34G Sluiting </al><al>Artikel 2.34H </al><al>Afdeling 8B Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
                                bedoeld in de Drank- en Horecawet </al><al>Artikel 2.34I Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 2.34J Schenktijden paracommerciële inrichtingen
                                </al><al>Artikel 2.34K Bijeenkomsten in paracommerciële inrichtingen
                                </al><al>Artikel 2.34L Ontheffing </al><al>Artikel 2.34F Openingstijden </al><al>Artikel 2.34G Sluiting </al><al>Artikel 2.34H Aanwezigheid in gesloten inrichting </al><al>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf </al><al>Artikel 2.35 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.36 Kennisgeving exploitatie </al><al>Artikel 2.37 Nachtregister </al><al>Artikel 2.38 Verschaffen gegevens nachtregister </al><al>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden </al><al>Artikel 2.39 Speelgelegenheden </al><al>Artikel 2.40 Kansspelautomaten </al><al>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en baldadigheid </al><al>Artikel 2.41 Betreden gesloten woning of lokaal </al><al>Artikel 2.42 Plakken en kladden </al><al>Artikel 2.43 Vervoer plakgereedschap e.d. </al><al>Artikel 2.44 Vervoer inbrekerswerktuigen </al><al>Artikel 2.45 Betreden van plantsoenen e.d. </al><al>Artikel 2.46 Rijden over bermen e.d. </al><al>Artikel 2.47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2.48 Hinderlijk drank- of softdrugsgebruik </al><al>Artikel 2.49 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen </al><al>Artikel 2.50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek
                                    toegankelijke ruimten </al><al>Artikel 2.51 Neerzetten van fietsen e.d. </al><al>Artikel 2.52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                    kermisterrein e.d. </al><al>Artikel 2.53 Bespieden van personen </al><al>Artikel 2.54 Bewakingsapparatuur </al><al>Artikel 2.55 Nodeloos alarmeren </al><al>Artikel 2.56 Alarminstallaties </al><al>Artikel 2.57 Loslopende honden </al><al>Artikel 2.58 Verontreiniging door honden </al><al>Artikel 2.59 Gevaarlijke honden </al><al>Artikel 2.60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
                                </al><al>Artikel 2.60a Verontreiniging door paarden en pony's </al><al>Artikel 2.61 Wilde dieren </al><al>Artikel 2.62 Loslopend vee </al><al>Artikel 2.63 Duiven </al><al>Artikel 2.64 Bijen </al><al>Artikel 2.65 Bedelarij </al><al>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
                            </al><al>Artikel 2.66 Begripsbepaling </al><al>Artikel 2.67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister </al><al>Artikel 2.68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van
                                    het Wetboek van Strafrecht </al><al>Artikel 2.69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                </al><al>Artikel 2.70 Handel in horecabedrijven </al><al>Afdeling 13 Vuurwerk </al><al>Artikel 2.71 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 2.72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                    tijdens de verkoopdagen </al><al>Artikel 2.73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling </al><al>Afdeling 14 Drugsoverlast </al><al>Artikel 2.74 Drugshandel op straat </al><al>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen </al><al>Artikel 2.75 Bestuurlijke ophouding </al><al>Artikel 2.76 Veiligheidsrisicogebieden </al><al>Artikel 2.77 Cameratoezicht op openbare plaatsen </al><al>Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
                        </al><al>Afdeling 1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 3.1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 3.2 Bevoegd bestuursorgaan </al><al>Artikel 3.3 Nadere regels </al><al>Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke </al><al>Artikel 3.4 Seksinrichtingen </al><al>Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder </al><al>Artikel 3.6 Sluitingstijden </al><al>Artikel 3.7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden;
                                    (tijdelijke) sluiting </al><al>Artikel 3.8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder </al><al>Artikel 3.9 Straatprostitutie </al><al>Artikel 3.10 Sekswinkels </al><al>Artikel 3.11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
                                </al><al>Afdeling 3 Beslissingstermijn: weigeringsgronden </al><al>Artikel 3.12 Beslissingstermijn </al><al>Artikel 3.13 Weigeringsgronden </al><al>Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer </al><al>Artikel 3.14 Beëindiging exploitatie </al><al>Artikel 3.15 Wijziging beheer </al><al>Afdeling 5 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 3.16 Overgangsbepaling </al><al>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het netuurschoon en zorg
                            voor het uiterlijk aanzien van de gemeente </al><al>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting </al><al>Artikel 4.1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten </al><al>Artikel 4.3 Kennisgeving incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4.4 Verboden incidentele festiviteiten </al><al>Artikel 4.5 Onversterkte muziek </al><al>Artikel 4.6 Geluidhinder </al><al>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging </al><al>Artikel 4.7. Straatvegen </al><al>Artikel 4.7a Gevelreiniging </al><al>Artikel 4.8 Natuurlijke behoefte doen </al><al>Artikel 4.9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                    openbare riolen en putten buiten gebouwen </al><al>Artikel 4.9a Verontreiniging door distels, brandnetels en
                                    Jacobskruiskruid </al><al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden </al><al>Artikel 4.10 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 4.11 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden </al><al>Artikel 4.12 Vergunning van rechtswege </al><al>Artikel 4.12a Bestrijding iepziekte </al><al>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast </al><al>Artikel 4.13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                    afvalstoffen enz. </al><al>Artikel 4.14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                </al><al>Artikel 4.15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
                                </al><al>Artikel 4.16 Vergunningsplicht lichtreclame </al><al>Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen </al><al>Artikel 4.17 Begripsbepaling </al><al>Artikel 4.18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
                                </al><al>Artikel 4.19 Aanwijzing kampeerplaatsen </al><al>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                            gemeente </al><al>Afdeling 1 Parkeerexcessen </al><al>Artikel 5.1 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 5.2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
                                </al><al>Artikel 5.3 Te koop aanbieden van voertuigen </al><al>Artikel 5.4 Defecte voertuigen </al><al>Artikel 5.5 Voertuigwrakken </al><al>Artikel 5.6 Kampeermiddelen e.a. </al><al>Artikel 5.7 Parkeren van reclamevoertuigen </al><al>Artikel 5.8 Parkeren van grote voertuigen </al><al>Artikel 5.9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
                                </al><al>Artikel 5.10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen </al><al>Artikel 5.11 Aantasting groevoorzieningen door voertuigen
                                </al><al>Artikel 5.12 Overlast van fiets of bromfiets </al><al>Afdeling 2 Collecteren </al><al>Artikel 5.13 Inzameling van geld of goederen </al><al>Afdeling 3 Venten </al><al>Artikel 5.14 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5.15 Ventverbod </al><al>Artikel 5.16 Vrijheid van meningsuiting </al><al>Afdeling 4 Standplaatsen </al><al>Artikel 5.17 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5.18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
                                </al><al>Artikel 5.19 Toestemming rechthebbende </al><al>Artikel 5.20 Afbakeningsbepalingen </al><al>Artikel 5.21 Aanhoudingsplicht </al><al>Afdeling 5 Snuffelmarkten </al><al>Artikel 5.22 Begripsbepalingen </al><al>Artikel 5.23 Organiseren van een snuffelmarkt </al><al>Afdeling 6 Openbaar water </al><al>Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
                                </al><al>Artikel 5.25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen
                                </al><al>Artikel 5.26 Aanwijzingen ligplaats </al><al>Artikel 5.27 Verbod innemen ligplaats </al><al>Artikel 5.28 Beschadigen van waterstaatswerken </al><al>Artikel 5.29 Reddingsmiddelen </al><al>Artikel 5.30 Veiligheid op het water </al><al>Artikel 5.31 Overlast aan vaartuigen </al><al>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden </al><al>Artikel 5.32 Crossterreinen </al><al>Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden </al><al>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken </al><al>Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                    inrichtingen of anderszins vuur te stoken </al><al>Afdeling 9 Verstrooiing van as </al><al>Artikel 5.35 Begripsbepaling </al><al>Artikel 5.36 Verboden plaatsen </al><al>Artikel 5.37 Hinder of overlast </al><al>Afdeling 10 Gemeentewapen </al><al>Artikel 5.37a Gemeentewapen </al><al>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen </al><al>Artikel 6.1 Strafbepaling </al><al>Artikel 6.2 Toezichthouders </al><al>Artikel 6.3 Binnentreden woningen </al><al>Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                verordening </al><al>Artikel 6.5 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 6.6 Inwerkingtreding </al><al>Artikel 6.7 Citeertitel </al></bijlage></regeling></body></cvdr>