<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22629_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Stad Nijkerk, 17-11-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Rvs. 2010-083/6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
            2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Nijkerk;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15
                        september 2009; </al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al> b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING
                        2010</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een onrerende of onroerende zaak of een zelfstandig
                                gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft, of in geval van grondwater de periode
                                tussen twee opnamen van de watermeter of bedrijfsurenteller van de
                                pomp van ongeveer 12 maanden;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aard van de belasting.</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing worden een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater, verder te noemen: rioolheffing afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken, verder te noemen: rioolheffing hemel- en grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>Van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                        heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een
                                        perceel dat direct of indirect is aangesloten op de
                                        gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel;
                                        en</al></li><li nr="b."><al>Van de gebruiker van een perceel van waaruit direct of
                                        indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd,
                                        verder te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel van de belastingen wordt,
                                ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt rechtaangemerkt degene die bij
                                het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel van de belastingen wordt als
                                gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>Degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>Ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Zelfstandige gedeelten.</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 van deze verordening bedoeld perceel
                        blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden
                        gebruikt, worden de belastingen geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                        gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten
                        tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                        aangemerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing rioolheffing afvalwater.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel van de rioolheffing afvalwater wordt geheven naar
                                het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt
                                afgevoerd. </al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
                                is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
                                door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
                                een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
                            </al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen. </al></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                                hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
                                wettelijke bepaling.</al></li><li nr="5."><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtarieven.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel bedraagt € 171,00.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle eenheid van 100 kubieke
                            meters water € 22,13, voor zover dit uitgaat boven 250 kubieke meters
                            water. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingjaar.</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing.</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingen zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of
                            voor het gebruikersdeel van de belastingen, zo dit later is, bij de
                            aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel van de belastingen in de loop van het belastingjaar
                            aanvangt, is het gebruikersdeel verschuldigd voor zoveel twaalfde
                            gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in
                            dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
                            gebruikersdeel van de belastingen in de loop van het belastingjaar
                            eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                            van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar,
                            na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                            overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan €
                            15,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Belastingtarieven van minder dan € 15,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Termijnen van betaling.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen die worden opgelegd in het belastingjaar waarop
                                zij betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede twee maanden later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen
                                gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen
                                telkens een maand later.</al><al>Waarbij op de laatste dag van de maand automatisch wordt
                                geïncasseerd. </al></li><li nr="3."><al>Andere aanslagen dan die genoemd in het eerste lid, moeten worden
                                betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders.</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 233a
                        Gemeentewet nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering
                        van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening rioolrecht 2009" van 4 november 2008, wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1 januari
                                2010.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening rioolheffing
                                2010".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Nijkerk op</ondertekening><ondertekening>3 november 2009</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. F.E. CONTANT mr. drs. G.D. RENKEMA</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>