<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22581_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening Vlissingen 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2010, I.26</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening inrichting antidiscriminatievoorziening Vlissingen 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen, art. 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-01-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-02-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-02-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING INRICHTING ANTIDISCRIMINATIEVOORZIENING VLISSINGEN
            2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>besluit:</al></entry><entry colname="col3"><al>het Besluit gemeentelijke
                                            antidiscriminatievoorzieningen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>de antidiscriminatie-</al><al>voorziening:</al></entry><entry colname="col3"><al>antidiscriminatievoorziening als bedoeld in artikel 1
                                            van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>klacht:</al></entry><entry colname="col3"><al>klacht bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de
                                            wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>klachtbehandelaar:</al></entry><entry colname="col3"><al>klachtbehandelaar als bedoeld in artikel 1 van het
                                            besluit;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>klager:</al></entry><entry colname="col3"><al>klager als bedoeld in artikel 1 van het besluit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>ingezetene:</al></entry><entry colname="col3"><al>ingezetene als bedoeld in artikel 2 van de
                                            Gemeentewet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>college:</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van
                                            Vlissingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Zorgplicht van het college</titel></kop><al>Het college biedt de ingezetenen toegang tot een
                        antidiscriminatievoorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting antidiscriminatievoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet er op toe, dat bij de inrichting van de
                            antidiscriminatievoorziening in ieder geval de deskundigheid van
                            klachtbehandelaars en de toegankelijkheid van de voorziening worden
                            gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De antidiscriminatievoorziening is er voor verantwoordelijk dat de
                            klachtbehandelaars voldoen aan de voor klachtenbehandeling vereiste
                            deskundigheid en biedt de klachtbehandelaars de mogelijkheid hun
                            deskundigheid te onderhouden en verder te ontwikkelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De klager heeft in ieder geval de mogelijkheid om een klacht te
                            melden:</al><lijst><li nr="-"><al>per post</al></li><li nr="-"><al>per e-mail</al></li><li nr="-"><al>telefonisch</al></li><li nr="-"><al>op een door het college beschikbaar gestelde locatie als bedoeld
                                    in artikel 5 van deze verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Protocol klachtenbehandeling</titel></kop><al>Het protocol voor de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 6 van
                        de wet regelt in ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>de afdoeningstermijn van klachten;</al></li><li nr="-"><al>de wijze van afdoening van klachten;</al></li><li nr="-"><al>de registratie van klachten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Laagdrempeligheid antidiscriminatievoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college sluit zich aan bij een lokaal of regionaal werkzaam
                            antidiscriminatiebureau. Dit bureau verzorgt vanaf de aansluiting de
                            antidiscriminatievoorziening. Het college maakt deze aansluiting
                            onmiddellijk openbaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingezetenen kunnen een klacht bij het college melden, dan wel
                            rechtstreeks bij het antidiscriminatiebureau als bedoeld in lid 1 van
                            dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien klager de klacht meldt bij het college, dan leidt het college de
                            klacht onmiddellijk door naar de antidiscriminatievoorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2010.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inrichting
                        antidiscriminatievoorziening Vlissingen 2010.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Vlissingen op 28
                        januari 2010. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. F. Vermeulen drs. W.J.A. Dijkstra</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al>De verordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Artikel 1 van de
                    Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen draagt burgemeester en
                    wethouders op om toegang te bieden tot een antidiscriminatievoorziening. Zie ook
                    de toelichting bij artikel 2 van deze verordening. Artikel 2, tweede lid, van de
                    wet bepaalt dat de gemeenteraad met inachtneming van het bepaalde bij of op
                    grond van deze wet bij verordening regels vaststelt over de inrichting van de
                    antidiscriminatievoorziening, bedoeld in artikel 1, en de uitvoering van de
                    taak, bedoeld in het eerste lid, onder a. </al><al>De wet is nader ingevuld in een algemene maatregel van bestuur, het Besluit
                    gemeentelijke antidiscriminatievoorziening van 16 september 2009. Nu veel van de
                    nadere invulling van de wet is geregeld in het besluit, kan deze verordening
                    beknopt blijven. De "Handreiking Iedereen=Gelijk: lokale aanpak discriminatie"
                    van de VNG, kan als ondersteuning dienen bij de uitvoering van de algemene
                    maatregel van bestuur en deze verordening.</al><al/><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1 </tussenkop><al>Deze bepaling heeft geen nadere toelichting nodig</al><al/><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><al>Zoals in het algemene deel van deze toelichting al is aangegeven, is de
                    wettelijke zorgplicht opgenomen in artikel 1 van de wet. In wetstechnische zin
                    is het niet noodzakelijk om deze zorgplicht hier te herhalen. In de tekst van de
                    verordening is deze zorgplicht wel opgenomen omdat deze zorgplicht zozeer de
                    kern van deze regelgeving vormt dat het opnemen ervan sterk bijdraagt aan de
                    begrijpelijkheid van deze verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 </tussenkop><al>Met deze bepaling wordt nader invulling gegeven aan artikel 3 van het besluit,
                    dat luidt: “Bij de inrichting van de antidiscriminatievoorziening worden in
                    ieder geval de deskundigheid van de klachtbehandelaars en de toegankelijkheid
                    van de antidiscriminatievoorziening gewaarborgd”. Ook op de verantwoordelijkheid
                    met de omgang met gegevens zal worden toegezien. Er is gekozen voor een minimale
                    invulling om gemeenten en antidiscriminatievoorziening alle ruimte te geven voor
                    maatwerk.</al><al>De antidiscriminatievoorziening dient aan te geven of ze beschikt over een
                    opleidingprotocol waar klachtbehandelaars gebruik van kunnen maken. Ook moet
                    worden aangegeven hoe vaak van behandelaars wordt verwacht aan een opleiding
                    deel te nemen. Het landelijke expertisebureau van "Art.1" kan de opleidingen en
                    cursussen verzorgen.</al><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat een klager zich zowel fysiek
                    als niet- fysiek kan melden. De mogelijkheid om zich fysiek op locatie te kunnen
                    melden betekent tevens dat een klager redelijkerwijs op de hoogte kan zijn waar
                    hij of zij terecht kan om te melden. </al><al>Bij niet-fysiek wordt bedoeld dat de mogelijkheid bestaat voor de klager om via
                    sms, telefoon, brief of email de klacht te melden of in te dienen. Ook hier
                    geldt dat het college ervoor zorgt dat klagers kennis kunnen nemen van deze
                    mogelijkheden.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 </tussenkop><al>Met deze bepaling wordt invulling gegeven aan artikel 6 van het besluit dat
                    luidt: “De antidiscriminatievoorziening heeft een protocol voor de behandeling
                    van klachten”. Deze tekst biedt de gemeentenen en de
                    antidiscriminatievoorziening alle ruimte voor maatwerk.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 </tussenkop><al>De wet vermeldt dat de antidiscriminatievoorziening zich in de leefomgeving van
                    ingezeten moet bevinden. De memorie van toelichting geeft aan dat het gemeenten
                    vrij staat om daar op een praktische wijze invulling aan te geven. De
                    voorziening hoeft dan ook niet in de gemeente zelf aanwezig te zijn. </al><al>Voor de nodige laagdrempeligheid kan dan worden gezorgd door een
                    doorverwijsfunctie of meldpunt te creëren bij bestaande gemeentelijke
                    voorzieningen. In de wet is uitdrukkelijk aangegeven dat de
                    antidiscriminatievoorziening onafhankelijk is en op geen enkele wijze onder het
                    gezag van de [gemeentelijke] overheid kan vallen. Het gemeentelijk loket kan dan
                    ook op geen enkele manier in de plaats treden van de
                    antidiscriminatievoorziening.</al><al>Vereisten voor een front-office zijn: een loket gefaciliteerd door de gemeente
                    dan wel een gemeenteloket waar klager een klacht kan melden, luisterend oor kan
                    vinden en professioneel kan worden doorverwezen naar de
                    antidiscriminatievoorziening.</al><al>Vereisten voor een back-office: deze worden opgenomen in de instellingsafspraken
                    tussen de gemeente en antidiscriminatievoorzieningen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 </tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting </al><al/><tussenkop>Artikel 7 </tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>