<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR225695_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Commissie bezwaarschriften Terneuzen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-10-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terneuzen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeeuws Vlaams Advertentieblad, 17 oktober 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Commissie bezwaarschriften Terneuzen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=7:13">Algemene wet bestuursrecht (Awb), art. 7:13</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-11-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>19735</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Commissie bezwaarschriften Terneuzen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Terneuzen;</al><al/><al>ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;</al><al/><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is de bestaande verordening, vastgesteld op
                        16 december 2004, aan te passen aan veranderde regelgeving en de
                        praktijk;</al><al/><al>gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);</al><al/><al>besluiten:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Verordening Commissie bezwaarschriften Terneuzen 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft
                                genomen;</al></li><li nr="2."><al>commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;</al></li><li nr="3."><al>secretaris: de secretaris als bedoeld in artikel 4 en diens
                                plaatsvervangers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Inleidende bepaling commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren
                                tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die
                                zijn ingediend tegen besluiten op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet
                                        waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>een wettelijk voorschrift inzake rechtspositionele
                                        aangelegenheden;</al></li><li nr="c."><al>wetgeving waaraan een advies als bedoeld in artikel 3 van de
                                        Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                        bestuur (BIBOB) ten grondslag ligt.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling van de commissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie bestaat uit een externe voorzitter en ten minste twee
                                externe leden.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst
                                en ontslagen.</al></li><li nr="3."><al>Het college benoemt een of meer plaatsvervangende leden.</al></li><li nr="4."><al>De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen
                                ambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de
                                secretaris aan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zittingsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een
                                periode van 7 jaar.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter en de leden kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij
                                doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie
                                blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is
                                voorzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ingediend bezwaarschrift</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></li><li nr="2."><al>Het bezwaarschrift met de daarbij behorende stukken wordt zo spoedig
                                mogelijk in handen van de commissie gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden,
                        voor zover noodzakelijk voor de toepassing van deze verordening, uitgeoefend
                        door de voorzitter van de commissie:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1, tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een
                                termijn;</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
                                tijdens de behandeling door de commissie;</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4, tweede lid;</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6, vierde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vooronderzoek, bemiddeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                                inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo
                                nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien
                                daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college
                                vereist.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris kan, in overleg met de voorzitter en na overleg met
                                het verwerend orgaan, onderzoeken of het bezwaar in der minne kan
                                worden bijgelegd en daartoe de nodige handelingen verrichten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                hoorzitting.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de
                                Awb.</al></li><li nr="3."><al>Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien
                                van het horen, wordt daarvan mededeling gedaan aan de
                                belanghebbenden en het verwerend orgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de commissie nodigt de belanghebbenden en het
                                verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk
                                uit.</al></li><li nr="2."><al>Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het
                                verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken
                                het tijdstip van de zitting te wijzigen. </al></li><li nr="3."><al>De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één
                                week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het
                                verwerend orgaan meegedeeld.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken
                                of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het
                                eerste tot en met derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal
                        leden, onder wie in elk geval de voorzitter of diens plaatsvervanger,
                        aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet-deelneming aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                        behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het
                        geding kan zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbaarheid zitting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zitting van de commissie is openbaar.</al></li><li nr="2."><al>De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de
                                commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien
                                een belanghebbende daartoe een verzoek doet.</al></li><li nr="3."><al>Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen
                                aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten,
                                vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Schriftelijke verslaglegging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen
                                van de aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer
                                is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren
                                plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun
                                gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt
                                het verslag hiervan melding.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden,
                                die aan het verslag kunnen worden gehecht.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris
                                van de commissie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt
                                opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere
                                commissieleden dit onderzoek houden.</al></li><li nr="2."><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                belanghebbenden toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de
                                belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere
                                informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten
                                tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist
                                op zo’n verzoek.</al></li><li nr="4."><al>Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                                betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van
                                overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                door haar uit te brengen advies.</al></li><li nr="2."><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te
                                brengen advies.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de
                                voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt
                                indien die minderheid dat verlangt.</al></li><li nr="5."><al>Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen
                                beslissing op het bezwaarschrift.</al></li><li nr="6."><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                commissie ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in
                                artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere
                                informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het
                                bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.</al></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van de secretaris van de commissie de
                                termijn van 12 weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, van de
                                Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een
                                advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend
                                orgaan tijdig de beslissing te verdagen.</al></li><li nr="3."><al>Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de
                                belanghebbenden een afschrift.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Intrekking oude regeling.</titel></kop><al>De Verordening Commissie bezwaarschriften Terneuzen, vastgesteld op 16
                        december 2004 en laatstelijk gewijzigd op 1 oktober 2009, wordt ingetrokken
                        met ingang van 22 oktober 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 22 oktober 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Commissie
                        bezwaarschriften Terneuzen 2012.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de raad van gemeente Terneuzen
                        op</ondertekening><ondertekening>20 september 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. T.A.M. Leeraert, J.A.H. Lonink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Burgemeester en Wethouders van Terneuzen,</ondertekening><ondertekening>secretaris, burgemeester,</ondertekening><ondertekening>F.M.L. Lauret RA, J.A.H. Lonink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester van Terneuzen,</ondertekening><ondertekening>J.A.H. Lonink</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Algemeen</al><al>De raad, het college en de burgemeester, ieder voor zover het hun bevoegdheden
                    betreft, besluiten tot vaststelling van de verordening. De raad heeft de
                    verordenende bevoegdheid. Het college en de burgemeester hebben deze bevoegdheid
                    niet, maar nemen hiermee het besluit tot het instellen van de commissie
                    bezwaarschriften. Op deze manier is het mogelijk dat de bestuursorganen samen
                    een en dezelfde commissie instellen om te adviseren op bezwaren tegen besluiten
                    van de raad, het college en de burgemeester. De ondertekening gebeurt eveneens
                    door de drie bestuursorganen.</al><al/><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepaling</tussenkop><al>Alleen de begripsbepalingen die niet in de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                    voorkomen, zijn hier opgenomen.</al><al>Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen wordt in de
                    verordening aangeduid als ‘verwerend orgaan’. Dit kan de raad, het college, de
                    burgemeester of een commissie waaraan bepaalde bevoegdheden zijn gedelegeerd,
                    betreffen.</al><al>Lid c is toegevoegd aan de begripsbepalingen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2 Inleidende bepaling commissie</tussenkop><al>In het tweede lid van dit artikel is opgenomen voor welke bezwaarschriften de
                    commissie niet bevoegd is. Het gaat om bezwaarschriften die betrekking hebben op
                    een specifieke materie en/of voor onderwerpen waarover zulke grote aantallen
                    bezwaarschriften te verwachten zijn dat het gewenst is daarvoor een andere
                    methodiek te hanteren. De bezwaarschriften op grond van de Wet Bibob zijn
                    uitgezonderd omdat de commissie, gezien het bepaalde in de wet, geen kennis mag
                    nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het advies.</al><al>De uitzondering met betrekking tot huishoudelijke hulp, die voorheen was
                    opgenomen, is vervallen omdat dit soort zaken weer door de gemeente wordt
                    geregeld.</al><al/><tussenkop>Artikel 3 Samenstelling commissie </tussenkop><al>Het eerste lid verwijst naar de adviescommissie zoals bedoeld in artikel 7:13
                    Awb. Het artikel spreekt verder voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 3A Vervallen</tussenkop><al>In de vorige verordening was dit artikel over het eventueel instellen van kamers
                    door de commissie nog opgenomen. Deze bepaling is echter niet noodzakelijk. Het
                    aantal leden dat de commissie telt maakt het daarnaast ook niet mogelijk aparte
                    kamers in te stellen. Mocht er in de toekomst toch behoefte hieraan ontstaan dan
                    kan beter overgegaan worden tot het instellen van een aparte commissie.</al><al/><tussenkop>Artikel 4 Secretaris</tussenkop><al>In de Awb wordt nergens over een secretaris gesproken, het is echter
                    noodzakelijk dat een commissie beschikt over een secretaris ter ondersteuning
                    van de werkzaamheden.</al><al/><tussenkop>Artikel 5 Zittingsduur</tussenkop><al>De zittingsduur is bepaald op 7 jaar.</al><al>Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. De
                    bepaling van het derde lid is een bepaling van orde. Een lid dat ontslag neemt,
                    kan niet worden gedwongen ook feitelijk de functie te blijven vervullen.</al><al/><tussenkop>Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift</tussenkop><al>De datum van ontvangst is belangrijk voor de ontvankelijkheid van een
                    bezwaarschrift. Tevens is het noodzakelijk dat de commissie zo spoedig mogelijk
                    beschikt over de stukken, zodat tijdig beslist kan worden op het bezwaarschrift.
                    Hoofdstuk 6 van de Awb geeft regels over het indienen en behandelen van
                    bezwaarschriften.</al><al/><tussenkop>Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden</tussenkop><al>De in dit artikel genoemde bevoegdheden liggen bij de voorzitter.</al><al>Sommige werkzaamheden worden door de vakafdeling verzorgd, zodat in de aanhef de
                    woorden ‘voor zover noodzakelijk’ zijn toegevoegd.</al><al/><tussenkop>Artikel 8 Vooronderzoek, bemiddeling</tussenkop><al>Voor een goede voorbereiding en behandeling van een bezwaarschrift kan het nodig
                    zijn dat inlichtingen kunnen worden gevraagd, zowel intern als extern. Als er
                    externe deskundigen ingeschakeld worden zal dit kosten met zich meebrengen. In
                    dat geval is vooraf een machtiging van het college nodig.</al><al>In het derde lid is geregeld dat de secretaris kan onderzoeken of het bezwaar in
                    der minne kan worden geschikt. Hiermee wordt voorkomen dat zaken die zeer
                    duidelijk zijn in de commissie behandeld moeten worden. Bemiddeling is in dit
                    soort zaken minder tijdrovend en klantvriendelijker.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 Hoorzitting</tussenkop><al>Het tweede lid bepaalt dat de voorzitter beslist of artikel 7:3 van de Awb wordt
                    toegepast. Dit artikel geeft aan in welke gevallen een hoorzitting achterwege
                    kan blijven. Dit kan wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is;</al></li><li nr="b."><al>het bezwaar kennelijk ongegrond is;</al></li><li nr="c."><al>de belanghebbenden verklaard hebben geen gebruik te willen maken van het
                            recht te worden gehoord of</al></li><li nr="d."><al>aan het bezwaar volledig is tegemoet gekomen en andere belanghebbenden
                            daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad.</al></li></lijst><al/><tussenkop>Artikel 10 Uitnodiging zitting</tussenkop><al>De bezwaarmaker en het bestuursorgaan krijgen een uitnodiging voor de
                    hoorzitting. Het is van groot belang dat ook het bestuursorgaan aanwezig is.
                    Daarmee kan worden voorkomen dat er een eenzijdig beeld ontstaat. </al><al>Er is een regeling opgenomen voor wijziging van het tijdstip van de zitting als
                    daar goede redenen voor zijn. Uitstel wordt over het algemeen maar één maal
                    verleend, omdat anders de afhandeling van een bezwaarschrift teveel vertraging
                    oploopt. Alleen in bijzondere gevallen kan van deze regel worden afgeweken.</al><al/><tussenkop>Artikel 11 Quorum</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling</tussenkop><al>Dit artikel hoeft geen nadere toelichting.</al><al/><tussenkop>Artikel 13 Openbaarheid zitting</tussenkop><al>Een hoorzitting is openbaar, tenzij er redenen zijn om de zitting achter
                    gesloten deuren te houden.</al><al>De zitting moet overigens wel onderscheiden worden van de beraadslaging van de
                    commissie over het bezwaarschrift. De beraadslaging is niet openbaar.</al><al/><tussenkop>Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging</tussenkop><al>Artikel 7:7 Awb regelt dat van een zitting een verslag moet worden gemaakt. Hoe
                    dit moet gebeuren is niet opgenomen. Daarom is in deze verordening aangegeven
                    wat er in ieder geval in het verslag moet worden opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 15 Nader onderzoek</tussenkop><al>Een nader onderzoek kan feiten of omstandigheden aan het licht brengen die op
                    het moment van de zitting nog niet bekend waren. Dat kan aanleiding zijn de
                    betrokken partijen opnieuw te horen. Dit artikel geeft hiervoor nadere
                    regels.</al><al/><tussenkop>Artikel 16 Raadkamer en advies</tussenkop><al>Uit dit artikel blijkt dat, in tegenstelling tot de hoorzitting, de
                    beraadslaging van de commissie niet in het openbaar plaatsvindt.</al><al>Het tweede lid en derde lid zijn opgenomen voor die gevallen waarin het
                    vergaderquorum wel aanwezig is, maar de commissie door afwezigheid van één van
                    de leden tijdens de besluitvorming uit een even aantal personen bestaat.</al><al/><al>Advisering door de voorzitter en één lid van de commissie is in strijd met
                    artikel 7:13, eerste lid van de Awb (Raad van State, Afdeling
                    bestuursrechtspraak 19-10-98, JB 1998/257). Het is wel mogelijk de hoorzitting
                    te laten houden door één of meer leden.</al><al/><tussenkop>Artikel 17 Uitbrengen advies en verdaging</tussenkop><al>In feite betreft dit artikel een afronding van de procedure. De behandeling van
                    een bezwaarschrift door de commissie eindigt met het uitbrengen van een
                    schriftelijk advies aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift moet
                    beslissen. </al><al>Door wijziging van de termijn in de Awb is in lid 2 de termijn ook gewijzigd. </al><al/><tussenkop>Artikel 18 Intrekking oude regeling</tussenkop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><tussenkop>Artikel 19 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel hoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>