<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22569_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatieverordening gemeente Vlissingen 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, IV.13</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Vlissingen 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Telecommunicatiewet, art. 5.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>TELECOMMUNICATIEVERORDENING VLISSINGEN 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="28*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>wet:</al></entry><entry colname="col3"><al>Telecommunicatiewet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>openbaar elektronisch communicatienetwerk:</al></entry><entry colname="col3"><al>Telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1,
                                            onder h, van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>kabels:</al></entry><entry colname="col3"><al>kabels als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de wet;
                                        </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>voorzieningen:</al></entry><entry colname="col3"><al>ondergrondse ondersteuningswerken als bedoeld in artikel
                                            5.15, van de wet, en kabels;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>openbare gronden:</al></entry><entry colname="col3"><al>openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel 1.1,
                                            onder aa, van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>aanbieder:</al></entry><entry colname="col3"><al>aanbieder van een openbaar elektronisch </al><al>communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1, eerste
                                            lid, van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>werkzaamheden</al></entry><entry colname="col3"><al>werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding
                                            en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                                            elektronisch communicatienetwerk in of op openbare
                                            gronden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>gedoogplichtige:</al></entry><entry colname="col3"><al>degene op wie een gedoogplicht rust als</al><al>bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>college:</al></entry><entry colname="col3"><al>college van burgemeester en wethouders van
                                            Vlissingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>melding:</al></entry><entry colname="col3"><al>melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a,
                                            van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>Instemmingsbesluit:</al></entry><entry colname="col3"><al>besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4
                                            eerste lid, onder b, van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>huisaansluiting:</al></entry><entry colname="col3"><al>het gedeelte van een kabel van minder dan 10 m in
                                            openbare gronden dat een openbaar elektronisch
                                            communicatienetwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt
                                            als bedoeld onder artikel 1.1, onder k, van de wet;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</al></entry><entry colname="col3"><al>-het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds
                                            aangebrachte voorzieningen;</al><al>-reparaties aan het openbare elektronische
                                            communicatienetwerk met een lengte van minder dan 25 m
                                            en niet vallend onder artikel 3 eerste lid;</al><al>-het maken van huisaansluitingen of lasgaten van
                                            maximaal 4 m².</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen ten
                            minste acht weken voor de aanvang aan het college met een door het
                            college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg
                            voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in het eerste lid
                            van dit artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere
                            gedoogplichtige dan de gemeente, wordt het college uiterlijk vier weken
                            na ontvangst van de melding in het eerste lid schriftelijk in kennis
                            gesteld van de resultaten van het overleg tussen de aanbieder en de
                            andere gedoogplichtige.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het verrichten van werkzaamheden van niet ingrijpende aard kan de
                            aanbieder volstaan met een melding aan het college minimaal twee dagen
                            voorafgaande aan de werkzaamheden met een daarvoor door het college
                            vastgesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige
                            belemmering of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6,
                            tweede lid, van de wet volstaat de aanbieder met een melding voorafgaand
                            aan de start van de werkzaamheden. De aanbieder maakt achteraf,
                            uiterlijk binnen 48 uur, melding van de werkzaamheden via een door de
                            burgemeester vast te stellen formulier aan de burgemeester of een
                            daartoe gemachtigde ambtenaar</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op het Naereboutplein gelegen tussen
                            de Boulevards Evertsen en Bankert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Gegevensverstrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze
                            verordening verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                            gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>naam, (e-mail)adres en telefoon- en faxnummer van degene die de
                                    kabel of het netwerk in eigendom heeft, beheert of
                                    exploiteert.</al></li><li nr="b."><al>een opgave van het aantal kabels en/of buizen dat direct met
                                    kabels wordt gevuld of ingeblazen en een opgave van het aantal
                                    buizen dat leeg wordt aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van belanghebbenden en instanties die vooraf in
                                    kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang,
                                    beëindiging en de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:</al><al> 1<sup>e</sup> een opgave van het gewenste tracé met daarbij
                                    duidelijke (digitale) tekeningen en daarop aangegeven wat de te
                                    verbinden locaties zijn;</al><al> 2<sup>e</sup> een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                    werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de gewenste
                                    situering daarvan;</al><al> 3<sup>e</sup> een omschrijving van de opbrekingen van de
                                    verharding;</al><al> 4<sup>e</sup>de doorsnede van de kabel en indien van toepassing
                                    de kabelgoot;</al><al> 5<sup>e</sup> de opgave van ondergrondse (handholes en
                                    dergelijke) of bovengrondse kasten waarvoor geen bouwvergunning
                                    noodzakelijk is, alsmede de situering en afmetingen
                                    daarvan;</al><al> 6<sup>e</sup> naam, (e-mail)adres, telefoon- en faxnummer van
                                    de contactpersoon, aannemers of onderaannemers die belast zijn
                                    met de werkzaamheden en van een door hen aangewezen
                                    contactpersoon die ten tijde van de uitvoering van de
                                    werkzaamheden vierentwintig uur per dag bereikbaar is in verband
                                    met mogelijke calamiteiten;</al><al> 7<sup>e</sup> de maatregelen die de bereikbaarheid van de in de
                                    openbare grond aanwezige kabels en leidingen waarborgen;</al><al> 8<sup>e</sup> de bereikbaarheid van percelen en opstallen in de
                                    nabijheid van de uit te voeren werkzaamheden;</al><al> 9<sup>e</sup> alle overige van belang zijnde feiten en
                                    omstandigheden gelet op de in artikel 5.4 leden 2 en 3 van de
                                    wet genoemde belangen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen aan de gegevens die bij de melding
                            worden verstrekt alsook over de wijze waarop deze gegevens worden
                            verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Aanvullende verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanbieder is verplicht omwonenden en bedrijven ter plaatse van de uit
                            te voeren werkzaamheden minimaal 3 werkdagen voor de start van de
                            werkzaamheden schriftelijk te informeren over de aanvang, duur, aard en
                            plaats van de werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment van de oplevering van de werkzaamheden is de aanbieder op
                            verzoek van het college verplicht gegevens omtrent de ligging van zijn
                            kabels te verstrekken en een overzicht te geven van de niet in gebruik
                            zijnde kabels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beslistermijn en aanhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van
                            deze verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na ontvangst van de
                            melding. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden
                            gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het
                            daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan
                            worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel houdt
                            het college de beslissing aan, indien er in verband met werkzaamheden
                            ten behoeve van het openbare elektronisch communicatienetwerk een
                            vergunning als bedoeld in de Woningwet, de Wet milieubeheer of een
                            kapvergunning is vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het instemmingsbesluit heeft een maximale werkingsduur van zes maanden.
                            De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang van
                            de werkzaamheden, tenzij in het instemmingsbesluit anders is
                            bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de plaats en
                            de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming
                            van kabels, het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het
                            afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in
                            de grond aanwezige werken, alsook over de afmetingen van kasten,
                            handholes en andere toebehoren, behorende bij een openbaar elektronisch
                            communicatienetwerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                            openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het
                            college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee
                            gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de aanbieder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden
                            stellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare
                            gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij
                            door andere aanbieders dan wel door of in opdracht van het college
                            aangelegde voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wel een door
                            het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding als
                            bedoeld in artikel 2, eerste lid, is er mede op gericht te bepalen of en
                            zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van
                            bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken
                            van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of
                            kabel- en leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om voor de aanleg
                            of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te
                            maken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe
                            kabels, dient de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of aan
                            andere aanbieders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels te
                            doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Overdracht voorzieningen</titel></kop><al>Indien kabels en beschermingswerken worden overgedragen aan een nieuwe
                        aanbieder draagt deze zorg voor een voldoende, algemene registratie van zijn
                        kabels; melding bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) wordt
                        als voldoende aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Melding wijziging voorzieningen</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis van het
                        feit dat de eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel verandert of
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch
                        telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Telecommunicatieverordening gemeente Vlissingen, vastgesteld op 19
                        december 2002, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Telecommunicatieverordening gemeente Vlissingen, vastgesteld op 19
                            december 2002, blijft van kracht op meldingen waarop reeds krachtens
                            diezelfde verordening is beslist, maar waarvan de uitvoering op het
                            moment van inwerkingtreding van deze verordening nog niet is
                            gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een
                            melding is gedaan op grond van de Telecommunicatieverordening gemeente
                            Vlissingen, vastgesteld op 19 december 2002, maar waarop nog niet is
                            beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Telecommunicatieverordening gemeente
                        Vlissingen 2008’. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Vlissingen op 29 mei
                        2008. de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. F. Vermeulen drs. W.J.A. Dijkstra</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>Op 1 februari 2007 is in werking getreden een wijziging van de
                    Telecommunicatiewet (Stb. 2007,17). De wijzingen betreffen met name hoofdstuk 5
                    van de wet: De aanleg, instandhouding en opruiming van kabels.In dit
                    hoofdstuk is onder meer geregeld de gedoogplicht van de gemeente voor
                    telecommunicatiekabels in de openbare gronden met het adagium ‘leggen om niet,
                    verleggen om niet’. De wetswijziging is er mede op gericht de belangen van
                    gemeenten als beheerder van de openbare gronden en de telecombedrijven meer in
                    evenwicht te brengen. De belangrijkste wijzigingen betreffen kort de volgende
                    onderwerpen:</al><al/><tussenkop>Lege buizen</tussenkop><al>In de eerste plaats is met het wetsontwerp een technisch-juridische fout
                    goedgemaakt. </al><al>Daardoor vallen lege buizen die bestemd zijn voor telecomkabels, alsnog onder
                    hetzelfde juridische regime als 'gevulde' buizen. Dit betekent dat ook het
                    verplaatsen van de lege buizen bij de uitvoering van werken of de oprichting van
                    gebouwen op kosten van het telecommunicatiebedrijf (hierna: telecombedrijf) moet
                    gebeuren. </al><al/><tussenkop>Gedoogplicht openbare gronden </tussenkop><al>Artikel 5.2, eerste lid, bepaalt dat de gedoogplicht geldt voor openbare gronden
                    in de gemeente. Als door een bestemmingswijziging de grond zijn openbaarheid
                    verliest vervalt de gedoogplicht, ook al blijft de grond daarbij in eigendom van
                    de gedoogplichtige. Een voorbeeld: een woonwijk wordt helemaal opnieuw
                    ingericht, waardoor de telecomkabels in tuinen van nieuw te bouwen woningen
                    komen te liggen. Geldt dan nog de gedoogplicht? Nee, de gedoogplicht vervalt
                    puur op basis van het feit dat de grond niet meer openbaar is. Op basis van lid
                    1 van artikel 5.2 doet het er niet toe of er sprake is van uitvoering van werken
                    of de oprichting van gebouwen op die locatie. Hoe dit in de praktijk gaat werken
                    is nog onduidelijk. Zo is het de vraag of de kabel echt verwijderd moet worden
                    als deze geen hinder oplevert. </al><al/><tussenkop>Aanbieder netwerk </tussenkop><al>Artikel 5.1 breidt het begrip 'aanbieder netwerk' uit tot een aanlegger van een
                    netwerk die dit niet zelf gaat exploiteren. Dat is bijvoorbeeld een aannemer die
                    voor eigen rekening en risico een telecommunicatienetwerk (hierna:
                    telecomnetwerk) aanlegt om het te verkopen of te verhuren. Het netwerk dient wel
                    binnen 10 jaar in gebruik te zijn genomen als ‘openbaar elektronisch
                    communicatienetwerk’. </al><al/><tussenkop>Medegebruik </tussenkop><al>Volgens artikel 5.2, zevende lid, dient het telecombedrijf op verzoek van de
                    gedoogplichtige gebruik te maken van reeds aanwezige mantelbuizen indien deze
                    tegen een marktconforme prijs ter beschikking worden gesteld. Die mantelbuizen
                    kunnen zijn aangelegd door de gemeente zelf of door een ander telecombedrijf.
                    Doel hiervan is te voorkomen dat er overbodig wordt gegraven in gemeentegrond.
                    De minister van EZ kan in verband met het medegebruik aanvullende voorwaarden
                    stellen bij de aanleg van netwerken. De verplichting totmede gebruik wordt
                    opgelegd in het instemmingsbesluit.</al><al/><tussenkop>Gedoogplicht lege buizen 10 jaar </tussenkop><al>Op grond van artikel 5.2, lid 8, dienen lege buizen binnen 10 jaar in gebruik te
                    zijn genomen voor openbare telecommunicatiediensten. Het telecombedrijf moet het
                    in gebruik nemen schriftelijk melden aan de gemeente. Heeft deze dit binnen
                    genoemde periode niet gedaan, dan is de gedoogplicht vervallen en kan de
                    gemeente de verwijdering van de lege buizen op kosten van het telecombedrijf
                    vorderen of precario heffen. </al><al>Voor reeds liggende lege buizen geldt op basis van het tweede lid van artikel
                    20.5 van de wet, een overgangsmaatregel. Tot 1 januari 2018 moeten deze worden
                    gedoogd, tenzij deze gevaar of ernstige hinder opleveren. De telecombedrijven
                    zijn verplicht na inwerkingtreding van het wetsontwerp de lege buizen
                    schriftelijk aan de gemeente te melden. </al><al/><tussenkop>Publiekrechtelijke instemming versus privaatrechtelijk
                    toestemming </tussenkop><al>Voor het aanleggen van een netwerk heeft het telecombedrijf in principe zowel
                    een publiekrechtelijke instemming van de gemeente nodig op grond van de
                    Telecommunicatiewet, als een privaatrechtelijke toestemming van de gemeente als
                    eigenaar/beheerder van de openbare grond. Om "dubbel werk" te voorkomen is in de
                    wet bepaald dat het instemmingsbesluit van de gemeente tevens de
                    privaatrechtelijke toestemming inhoudt. Dit is geregeld in artikel 5.4, zevende
                    lid, van de Telecommunicatiewet.</al><al/><tussenkop>Instemmingsbesluit telecommunicatieverordening </tussenkop><al>Artikel 5.4 van de wet gaat gedetailleerd in op de instemmingsprocedure. Hierbij
                    is meer rekening gehouden met de belangen van de gedoogplichtige gemeente. Zo
                    moet het tijdstip van start van de werkzaamheden aan de kabel(s) liggen binnen
                    12 maanden na datum van het instemmingsbesluit, tenzij er zwaarwichtige redenen
                    zijn van publiek belang om de werkzaamheden later te starten.</al><al/><tussenkop>Herstraten </tussenkop><al>Artikel 5.7 geeft antwoord op de vraag wie herstraat na beëindiging van de
                    werkzaamheden. Dit is de aanlegger, tenzij de gemeente heeft aangegeven dit zelf
                    te willen doen. De gemeente dient hiervoor marktconforme tarieven in rekening te
                    brengen. </al><al/><tussenkop>Verplaatsen van kabels </tussenkop><al>Artikel 5.8 van de wet geeft een uitbreiding van de plicht tot het nemen van
                    maatregelen dan wel het verplaatsen op kosten van het telecombedrijf bij de
                    uitvoering van werken of de oprichting van gebouwen. Deze verplichting geldt ook
                    als de gemeente (op basis van bijvoorbeeld een overeenkomst met een
                    projectontwikkelaar) de plicht heeft de grond te leveren zonder concrete
                    problemen vanwege telecomkabels in verband met de oprichting van gebouwen door
                    deze projectontwikkelaar. Indien echter de gebouwen niet worden gerealiseerd
                    dient de gemeente de verplaatsingskosten te vergoeden. </al><al>Indien een verzoek tot het nemen van maatregelen of het verplaatsing van kabels
                    door de gemeente wordt gedaan binnen vijf jaar nadat op basis van een
                    instemmingsbesluit deze kabels zijn gelegd, dan komen de kosten daarvan voor
                    rekening van de verzoekende gemeente.</al><al>Het telecombedrijf dient binnen 16 weken na ontvangst van het verzoek tot het
                    nemen van maatregelen over te gaan. Betreft het een verzoek tot verplaatsen van
                    de kabels dan dient telecombedrijf binnen 12 weken na het beschikbaar komen van
                    een plaats </al><al>waarheen de kabels verlegd kunnen worden, te starten met de werkzaamheden. </al><al>Indien de gemeente en een telecombedrijf het niets eens zijn over de vraag wie
                    de verplaatsingskosten moet betalen, kan dit geschil zowel door de gemeente als
                    het telecombedrijf worden voorgelegd aan de OPTA, die binnen acht weken
                    uitspraak doet. </al><al/><tussenkop>Telecomkabels versus andere nutsleidingen </tussenkop><al>Artikel 5.9 van de wet bepaalt dat de aanleg, instandhouding of opruiming van
                    telecomkabels de aanwezige andere (nuts)leidingen of andere telecomkabels zo min
                    mogelijk mag hinderen of in gevaar brengen. Het telecombedrijf is verplicht op
                    zijn kosten aan deze hinder of gevaar een einde te maken. Geschillen hierover
                    kunnen worden voorgelegd aan de OPTA. Voor telecomkabels die reeds zijn
                    aangelegd op het tijdstip van ingang van het wetsontwerp, blijft gelden dat -
                    indien deze hinder of gevaar opleveren - dit moet worden opgelost via de
                    privaatrechtelijke weg van de onrechtmatige daad. </al><al/><tussenkop>Exploitatie van openbare elektronische
                    communicatienetwerken </tussenkop><al>Het is gemeenten verboden openbare elektronische communicatienetwerken te
                    exploiteren. Echter, wanneer een gemeente kan aantonen dat een breedbandig
                    openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk niet tot stand komt door de markt,
                    dan mag zij onder strikte voorwaarden genoemd in artikel 5.14 van de
                    Telecommunicatiewet, een belang hebben in een dergelijke onderneming.</al><al/><tussenkop>Eigendom netwerken </tussenkop><al>De Telecommunicatiewet bepaalt dat het telecombedrijf eigenaar is van zijn
                    netwerk. Voor andere netwerken van nutsleidingen als water, elektriciteit, etc.
                    bestond de vraag of de grondeigenaar door zogenaamde verticale natrekking
                    eigenaar is, of het nutsbedrijf door horizontale natrekking. In het wetsontwerp
                    is een wijziging van het Burgerlijk Wetboek opgenomen waardoor het nu vaststaat
                    dat netwerken eigendom zijn van de bevoegde aanlegger. Dit geldt ook voor reeds
                    aangelegde netwerken. </al><al>Voor een uitgebreide toelichting kan worden verwezen naar de website van de VNG,
                    www.vng.nl en die van het Gemeentelijke Platform Kabels en Leidingen (GPKL),
                    www.gpkl.nl.</al><al>Evenals de oude wet heeft het telecombedrijf op basis van artikel 5.4, lid 1,
                    voorafgaand aan de start van de werkzaamheden voor het leggen, instandhouding of
                    verwijderen van kabels in de openbare grond een instemmingsbesluit van het
                    college. De leden 2 en 3 bepalen welke voorschriften het college aan het
                    instemmingsbesluit kunnen verbinden. </al><al>De leden 4 en 5 leggen de verplichting op aan de gemeenteraad tot het bij
                    verordening regels vast te stellen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden,
                            waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;</al></li><li nr="b."><al>de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het
                            uitvoeringsplan;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding
                            en opruiming;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van
                            overige in de grond aanwezige werken;</al></li><li nr="f."><al>de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in
                            verband met ernstige belemmeringen of storing van de communicatie;</al></li></lijst><al>In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan niet
                    ingrijpende aard. Dit artikel noodzaakt tot een herzien van de
                    Telecommunicatieverordening gemeente Vlissingen van 19 december 2002.</al><al/><tussenkop>Wet informatie-uitwisseling ondergrondse
                    netten</tussenkop><al>Op dit moment is in behandelingde Wet informatie-uitwisseling ondergrondse
                    netten, ook wel genoemd de grondroerdersregeling. Deze wet voorziet in een
                    verplichte registratie van kabels en buizen en een verplichte
                    informatie-uitwisseling bij graafwerkzaamheden om op deze wijze schade aan
                    kabels en buizen te voorkomen bij de uitvoering van deze werkzaamheden. De wet
                    vervangt de (vrijwillige) registratie van ondergrondse netten door het
                    deelnemerschap aan KLIC. Bij het van kracht worden van de artikelen in de
                    grondroerdersregeling die registratie bij het Kadaster voorschrijven kan artikel
                    9 van de telecommunicatieverordening
                    vervallen.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting:</vet></al><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>De begripsomschrijvingen zijn voor zover nodig aan de nieuwe nummering van de
                    Telecommunicatiewet aangepast.</al><tussenkop>Kanttekeningen:</tussenkop><al>·Openbaar telecommunicatie elektronisch communicatienetwerk</al><al>De gedoogplicht van de gemeente geldt slechts voor <cursief>openbare</cursief>
                    elektronische communicatienetwerken, in artikel 1.1 h van de Telecommunicatiewet
                    gedefinieerd als een ‘elektronisch communicatienetwerk dat geheel of
                    hoofdzakelijk wordt gebruikt om openbare elektronische communicatiediensten aan
                    te bieden, waaronder mede begrepen een netwerk, bestemd voor het verspreiden van
                    programma’s voor zover dit aan het publiek geschiedt.</al><al>·Kabels en ondersteuningswerken</al><al>Onder kabels verstaat de Telecommunicatiewet het geheel van voorzieningen ten
                    behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, dus de
                    ondersteuningswerken (buizen), maar ook de benodigde kasten en dergelijke.</al><al>In de begripsomschrijving zijn de voorzieningen apart genoemd. Voorzieningen,
                    niet in gebruik voor een openbaar elektronisch communicatienetwerk, vallen
                    volgens artikel 5.15 van de wet ook onder de gedoogplicht met dien verstande dat
                    de gedoogplicht eindigt, indien niet na 10 jaar de ondersteuningswerken deel
                    zijn gaan uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk (artikel
                    5.2, lid 8 van de wet).</al><al>·Werkzaamheden van niet-ingrijpende aard</al><al>Met het apart definiëren van dergelijke werkzaamheden wordt gevolg gegeven aan
                    artikel 5.4, lid 5, van de Telecommunicatiewet. Binnen de begripsbepaling zijn
                    enige voorbeelden opgenomen van niet ingrijpende werkzaamheden. Het staat de
                    gemeente vrij de omschrijving van werkzaamheden van niet ingrijpende aard zelf
                    anders in te vullen. Het is immers een uitzondering op de standaard meldplicht
                    van artikel 4 van de lverordening en daarom een limitatieve opsomming.</al><tussenkop>Optionele uitbreiding begripsomschrijvingen:</tussenkop><al>Het verdient aanbeveling voor de gemeente de algemene regels voor de uitvoering
                    van de werkzaamheden in de openbare ruimte algemene beleidsregels vast te
                    stellen, bijvoorbeeld op te nemen in een handboek. In dit handboek staan dan de
                    algemene regels, als de wegafzettingen tijdens de uitvoering, het informeren van
                    omwonenden, technische voorschriften over het herstel van de straat etc. Het
                    voordeel is dat deze voorschriften dan niet in iedere af te geven
                    instemmingsbesluit behoeven te worden opgenomen. Verder kan het handboek
                    betrekking hebben op alle kabels en leidingen in gemeentegrond, dus niet allen
                    telecommunicatiekabels. In het algemeen zullen dergelijke voorschriften door het
                    college worden vastgesteld, die daarvoor bijvoorbeeld een ambtenaar kan
                    mandateren. Op deze wijze kan flexibel op de ontwikkelingen worden ingespeeld.
                    Een gemeente kan er voor kiezen deze voorschriften door de raad te doen
                    vaststellen.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Wijze van melding van voorgenomen
                    werkzaamheden</tussenkop><al>De algemene melding voor de uitvoering van werkzaamheden dient, in samenhang met
                    artikel 6, eerste lid, van de verordening, te geschieden acht weken voor de
                    aanvang van de werkzaamheden.</al><al>In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de melding
                    overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde komen het mogelijk
                    medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de werkzaamheden bij
                    omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd dat de termijn van acht
                    weken ook werkelijk kan worden gehaald.</al><al>Het vierde lid geeft de mogelijkheid van een eenvoudige melding van twee dagen
                    voor de aanvang van de werkzaamheden aan de hand van een nader vast te stellen
                    formulier.</al><al/><tussenkop>Artikel 3. Ernstige belemmeringen en storingen </tussenkop><al>In dit artikel wordt aan artikel 5.4, vierde lid, sub f en artikel 5.6 van de
                    Telecommunicatiewet voldaan. In dit geval kan worden volstaan aan een melding
                    aan de burgemeester of een door hem of haar aan te stellen ambtenaar. Ernstige
                    belemmeringen of storingen in de communicatie zijn niet nader omschreven, wel
                    wordt in de toelichting op de wet als voorbeeld gegeven de situatie van een
                    kabelbreuk. Het gemeentebestuur zal moeten beoordelen of een ernstige
                    belemmering of storing in de communicatie voor één individuele aansluiting
                    voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt. Om onduidelijkheid
                    te voorkomen is het raadzaam om deze overweging kenbaar te maken aan de in de
                    gemeente opererende telecombedrijven.</al><al>Artikel 5.6, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet geeft de mogelijkheid in de
                    verordening gebieden aan te wijzen waar om redenen van veiligheid dit artikel
                    niet van toepassing is. Hierbij is gedacht aan bijvoorbeeld industriegebieden
                    met daarin liggende buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen. In
                    dergelijke gebieden is het niet aanvaardbaar dat daar zonder toezicht van de
                    gemeente wordt gegraven.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. Gegevensverstrekking</tussenkop><al>Dit artikel is een invulling van artikel 5.4, vierde lid van de
                    Telecommunicatiewet.</al><al/><tussenkop>Artikel 5. Aanvullende verplichtingen</tussenkop><al>In het eerste lid wijst dit artikel er wellicht ten overvloede op, indien een
                    dergelijke verplichting onderdeel is van gemeentelijk beleid, dat de aanbieder
                    verplicht is omwonenden en bedrijven ter plaatse van de werkzaamheden te
                    informeren. Heeft de gemeente geen beleidsregels of iets dergelijks waarin deze
                    verplichting is opgenomen, dan dient het tweede gedeelte van de bepaling te
                    worden geschrapt.</al><al>In het tweede lid wordt de aanbieder verplicht de ligginggegevens van de kabel
                    te verstrekken. Indien gewenst kan hieraan worden toegevoegd op welke wijze deze
                    gegevens verstrekt dienen te worden, bijvoorbeeld digitaal. Er zijn gemeenten
                    die zelf opmeten, in dat geval dient het tweede lid te worden aangepast.</al><al/><tussenkop>Artikel 6. Beslistermijn en samenloop</tussenkop><al>Aansluitend op artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht dient het college
                    uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding de beslissing te nemen en
                    indien dit niet mogelijk is een redelijke termijn te noemen waar binnen de
                    beslissing tegemoet kan worden voorzien.</al><al>Het tweede lid regelt dat het college de beslissing aanhoudt indien er een
                    andere vergunning van een al dan niet ander bestuursorgaan nodig is, zoals een
                    vergunning op basis van de Woningwet (bouwvergunning) en/of Wet milieubeheer.
                    Deze vergunningen kunnen noodzakelijk zijn indien bijvoorbeeld “kasten” een
                    dergelijke omvang hebben dat een bouwvergunning is vereist en/of een
                    milieuvergunning nodig is vanwege het geluid van de ventilatieapparatuur in de
                    kast. Ook kunnen vergunningen noodzakelijk zijn op grond van een plaatselijke
                    verordening bijvoorbeeld een kapvergunning. Artikel 5.5 van de
                    Telecommunicatiewet bepaalt dat het college zorgdraagt voor inhoudelijke
                    afstemming tussen de betrokken bestuursorganen.</al><al/><tussenkop>Artikel 7. Voorschriften en beperkingen bij
                    instemming</tussenkop><al>In de oude verordening was opgenomen, welke voorschriften het college aan het
                    instemmingsbesluit kon verbinden. In aansluiting hierop heeft de wetgever deze
                    voorschriften nu in de wet opgenomen, zodat deze niet nogmaals in de verordening
                    zijn opgenomen. Het gaat om de volgende bepalingen: </al><al>Artikel 5.4, tweede en derde lid, van de Telecommunicatiewet: </al><lijst><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen om redenen van openbare orde,
                            veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid
                            van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het
                            instemmingsbesluit voorschriften opnemen.</al></li><li nr="3."><al>De voorschriften kunnen slecht betrekking hebben op</al></li><li nr="a."><al>De plaats van de werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane
                            tijdstip van aanvang van aanvang, behoudens zeer zwaarwichtige redenen
                            van publiek belang als genoemd in het tweede lid, niet later mag
                            plaatsvinden dan 12 maanden na de datum van afgifte van het
                            instemmingsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van medegebruik van de voorzieningen;</al></li><li nr="e."><al>het afstemmen van overig in de grond aanwezige werken.</al></li></lijst><al>Deze bepalingen dient het college in acht te nemen bij het geven van
                    voorschriften bij het instemmingbesluit. Hierbij moet worden bedacht dat het
                    instemmingsbesluit een beschikking is in het kader van de Algemene wet
                    bestuursrecht en de aanbieder, indien deze het niet eens is met de gegeven
                    voorschriften bij het instemmingsbesluit, in bezwaar en beroep kan gaan resp.
                    bij de OPTA en vervolgens bij de Rechtbank en het College van Beroep voor het
                    bedrijfsleven. (Artikelen 12.2 en 17.1 Telecommunicatiewet). Het derde lid van
                    artikel 7 van de verordening geeft invulling aan artikel 5.4, tweede en derde
                    lid van de wet.</al><al>Het eerste lid van artikel 7 beperkt de werkingsduur van het instemmingsbesluit
                    om te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk besluit
                    geruime tijd na afgifte. Immers het intussen gewijzigde gebruik van de openbare
                    gronden kan het aanleggen van een telecomkabel onwenselijk maken. Een suggestie
                    is om de werkingsduur van een instemmingsbesluit te stellen op 6 maanden en dat
                    de werkzaamheden moeten zijn voltooid 6 maanden na aanvang.</al><al>Het tweede lid geeft als aanvulling dat het college naast voorschriften over
                    tijdstip plaats en dergelijke met betrekking tot de uitvoering ook voorschriften
                    opstellen over de uitstraling, vormgeving, kleur, situering en afmetingen van
                    voorzieningen als kasten handholes en dergelijke behorende bij het netwerk.</al><al>Het derde lid heeft betrekking op de situatie dat er een kabel dient te worden
                    gelegd in openbare gronden die recent zijn geherstructureerd, bijvoorbeeld
                    herstraat. In dat geval heeft het college de mogelijkheid extra voorschriften te
                    stellen boven de gebruikelijk gehanteerde voorschriften (natuurlijk wel binnen
                    het kader van artikel 5.4, tweede en derde lid, van de wet).</al><al>Het vierde lid heeft betrekking op het geval dat kabels dienen te worden gelegd
                    in bijvoorbeeld een winkelgebied met sierbestrating.</al><al/><tussenkop>Artikel 8. (Mede)gebruik van voorzieningen en
                    vooroverleg</tussenkop><al>Zoals aangeven kunnen de voorschriften bij het instemmingsbesluit het
                    medegebruik van voorzieningen bevorderen. Het medegebruik beperkt het graven in
                    de openbare gronden en strekt daarmee tot voordeel van de gemeente. Het
                    medegebruik kan aan de orde komen in het vooroverleg over het af te geven
                    instemmingsbesluit. In lid 3 is de verplichting voor de aanbieder opgenomen van
                    vooraangelegde voorzieningen, indien daartoe een redelijk aanbod wordt gedaan.
                    De vraag wat een redelijk aanbod is kan worden beantwoord als volgt: de
                    aanwezige voorziening is zowel in kwaliteit als in kosten een volwaardig
                    alternatief voor het eigen graafrecht van de aanbieder. </al><al>Het vierde lid behandelt de situatie indien de gemeentelijke leidingprofielen
                    geen ruimte bieden voor de aanleg van kabels.</al><al/><tussenkop>Artikel 9 en 10. Overdracht voorzieningen en Melding
                    wijziging voorzieningen</tussenkop><al>De rechter heeft uitgesproken dat de werking van het instemmingsbesluit eindigt
                    zodra de werkzaamheden waarvoor instemming is gevraagd zijn, beëindigd. Dit
                    betekent dat het college geen verplichtingen op basis van het instemmingsbesluit
                    aan de aanbieder kan opleggen nadat deze zijn werkzaamheden heeft beëindigd.
                    Echter het instemmingsbesluit dient voor de gemeente ook om een registratie
                    up-to-date te houden van de in het openbaar gebied liggende kabels en de
                    beheerders/eigenaren daarvan. Om deze reden zijn de artikelen 9 en 10 in de
                    verordening opgenomen.</al><al>Artikel 5 lid 2b van het wetsontwerp Wet informatie-uitwisseling ondergrondse
                    netten verstrekt de dienst (het Kadaster) op verzoek aan bestuursorganen
                    gebiedsinformatie voorzover deze noodzakelijk is voor de uitvoering van hun
                    taak. Dan voorziet deze wet in de informatiebehoefte van de gemeente over de in
                    het openbaar gebied liggende telecomkabels. Artikel 9 van de verordening kan bij
                    inwerkingtreding van de artikelen die de verplichte registratie bij het Kadaster
                    voorschrijven vervallen.</al><al/><tussenkop>Artikel 11. Intrekking oude verordening</tussenkop><al>De oude verordening moet worden ingetrokken zodat de nieuwe verordening in
                    werking kan treden. De voorgaande verordening dateert van 19 december 2002,
                    laatst gewijzigd op 26 januari 2006.</al><al/><tussenkop>Artikel 12. Overgangsrecht</tussenkop><al>Het moment van afgeven van het instemmingsbesluit bepaalt of de oude of nieuwe
                    verordening van kracht is op de (voorgenomen) graafwerkzaamheden. </al><al/><tussenkop>Artikel 13. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Tenzij de gemeenteraad anders besluit treedt de verordening geheel
                    overeenkomstig de Gemeentewet in werking met ingang van de achtste dag na
                    publicatie. Op hetzelfde tijdstip dient de oude telecommunicatieverordening te
                    worden ingetrokken. De nog lopende instemmingbesluiten voor kabel(s) die nog
                    niet of niet volledig zijn gelegd blijven van kracht met dien verstande dat
                    vallen onder de nieuwe verordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 14. Citeerartikel</tussenkop><al>Door toevoeging van de naam van de gemeente aan de citeertitel is het voor
                    eenieder die de verordening opvraagt duidelijk dat dit de verordening betreft
                    van de gemeente Vlissingen. Het jaartal ‘2008’ onderscheidt de verordening van
                    de vorige, ingetrokken Telecommunicatieverordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>