<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22551_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening baatbelasting riolering, cluster SV2</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Olst-Wijhe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-Huis, datum onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering, cluster SV2</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      VERORDENING BAATBELASTING RIOLERING, CLUSTER SV2
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <al>
            <cursief>Een onroerende zaak:</cursief>
          </al>
          <al/>
          <al>1. een gebouwd eigendom;</al>
          <al>2. een ongebouwd eigendom;</al>
          <al>3. een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is
                        bestemd om als afzonderlijke geheel te worden gebruikt;</al>
          <al>4. een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of onder
                        3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar
                        horen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Onder de naam “Baatbelasting riolering, cluster SV 2” wordt in de vorm van een
                                heffing ineens een directe belasting geheven van de onroerende zaken gelegen in de
                                gemeente binnen de streeparcering op de bij deze verordening behorende en als
                                zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 december 2004 zijn gebaat door de in het
                                tweede lid genoemde voorzieningen die tot stand zijn gebracht door of met
                                medewerking van het gemeentebestuur;</al></li>
            <li nr="2."><al>de in het eerste lid bedoelde voorziening omvat:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>de aanleg van riolering.</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 3. Belastingplicht</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak, als bedoeld
                                in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                recht;</al></li>
            <li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang
                                van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                jaarlijkse belasting bij de aanvang van het belastingjaar als zodanig in de
                                kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li>
            <li nr="3."><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel 2,
                                tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden
                                voldaan, wordt de belasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 4. Maatstaf van heffing</label>
          </kop>
          <al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 5. Tarief</label>
          </kop>
          <al>De belasting bedraagt per onroerende zaak € 3.850,00.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 6. Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting</label>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
                                belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting
                                gedurende dertig jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient binnen zes
                                weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij in artikel 231, tweede
                                lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
                                ingediend;</al></li>
            <li nr="2."><al>het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar;</al></li>
            <li nr="3."><al>de jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde,
                                berekend op basis van een periode van dertig jaren en een rentevoet van 4,5%;</al></li>
            <li nr="4."><al>de belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar worden
                                afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari
                                van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen
                                belastingbedragen berekend naar een rentevoet van 4,5%;</al></li>
            <li nr="5a."><al>ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en de
                                belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak, als bedoeld in het eerste
                                lid, eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of
                                beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd
                                voor de resterende belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend
                                overeenkomstig het vierde lid van dit artikel;</al></li>
            <li nr="5b."><al>in afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat
                                onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het
                                eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de
                                dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel
                                231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te
                                worden ingediend.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 7. Wijze van belastingheffing</label>
          </kop>
          <al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 8. Kwijtschelding</label>
          </kop>
          <al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 9. Termijnen van betaling</label>
          </kop>
          <al>De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste
                        termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                        dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden
                        later.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</label>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking
                        tot de heffing en invordering van de baatbelasting.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel</label>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de
                            bekendmaking;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>de datum van ingang van de heffing is 1 januari 2005;</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>deze verordening wordt aangehaald als “Verordening baatbelasting riolering,
                            cluster SV2”.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      
      <bijlage>
        <kop>
          <label>Inhoudsopgave</label>
        </kop>
        <al>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </al>
        <al>Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit </al>
        <al>Artikel 3. Belastingplicht </al>
        <al>Artikel 4. Maatstaf van heffing </al>
        <al>Artikel 5. Tarief </al>
        <al>Artikel 6. Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting</al>
        <al>Artikel 7. Wijze van belastingheffing </al>
        <al>Artikel 8. Kwijtschelding </al>
        <al>Artikel 9. Termijnen van betaling </al>
        <al>Artikel 10. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</al>
        <al>Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel </al>
      </bijlage>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>