<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22533_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie Leeuwarden 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis aan Huis; 26 augustus 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels aanwijzing belastingplichtige in een keuzesituatie Leeuwarden 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">-</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemandateerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-07-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-08-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-03-11</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>-</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een
                            keuzesituatie Leeuwarden 2009
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het sectorhoofd Financiële Dienstverlening van de dienst Algemene Zaken
                            van de gemeente Leeuwarden;</al>
          <al>Gelet op het bepaalde in;</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>artikel 12 van de “Verordening onroerende-zaakbelastingen
                                    Leeuwarden 2009”; </al></li>
            <li nr="-"><al>artikel 11 van de “Verordening hondenbelasting Leeuwarden
                                    2009”;</al></li>
            <li nr="-"><al>artikel 18 van de “Verordening reinigingsheffingen Leeuwarden
                                    2009”; </al></li>
            <li nr="-"><al>artikel 13 van de Verordening rioolheffingen Leeuwarden
                                    2009;</al></li>
            <li nr="-"><al>artikel 10 van de Legesverordening Leeuwarden 2009;</al></li>
          </lijst>
          <al>Besluit:</al>
          <al>vast te stellen de volgende:</al>
          <al>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een
                            keuzesituatie</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Algemeen</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer
                            personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject
                            (onroerende zaak, hond).</al>
            <al>In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag ten name
                            van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de
                            gemeente Leeuwarden een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de
                            belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt.</al>
            <al>Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde
                            betalingscapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en
                            invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te
                            achterhalen zijn.</al>
            <al>De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen
                            limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor
                            de meest voorkomende gevallen.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Voorkeursvolgorde</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <lijst>
              <li nr="1"><al>Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden
                                    geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                    recht wordt, indien er met betrekking tot één onroerende zaak
                                    verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in
                                    onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><lijst>
                  <li nr="1.1."><al>de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende
                                            voorkeursvolgorde geldt:</al><lijst>
                      <li nr="1.1.1"><al>de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens
                                                  recht van gebruik en bewoning;</al></li>
                      <li nr="1.1.2"><al>de opstaller, met uitzondering van degene die
                                                  een afhankelijk opstalrecht, dan wel een
                                                  opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het
                                                  onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen
                                                  heeft;</al></li>
                      <li nr="1.1.3"><al>de erfpachter dan wel de beklemde meier;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="1.2"><al>de eigenaar of de appartementsgerechtigde;</al></li>
                  <li nr="1.3"><al>degene die op andere wijze als genothebber naar voren
                                            komt, daaronder begrepen de bezitter.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2"><al>Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden
                                    geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt
                                    recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld te name
                                    van;</al><lijst>
                  <li nr="2.1"><al>de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster
                                            wordt aangehouden;</al><lijst>
                      <li nr="2.1.1"><al>indien er sprake is van een gerechtigde die
                                                  volgens het GBA (eerder) ingeschreven is op het
                                                  desbetreffende adres, zal deze gerechtigde in
                                                  afwijking van 2.1 als belastingplichtige worden
                                                  aangewezen (in afwijking van het bepaalde in 2.1
                                                  wordt als belastingplichtige aangemerkt de
                                                  gerechtigde die volgens het GBA als eerste op het
                                                  desbetreffende adres is ingeschreven);</al></li>
                      <li nr="2.1.2"><al>degene die het grootste aandeel in het
                                                  genotsrecht heeft;</al></li>
                      <li nr="2.1.3"><al>bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;</al></li>
                      <li nr="2.1.4"><al>degene die bij het team Belastingen als
                                                  genothebbende of gebruiker bekend is;</al></li>
                    </lijst></li>
                  <li nr="3.1"><al>Indien in het heffingensysteem de optie “koppeling
                                            volgens bewonersprincipe” is geactiveerd, wordt met
                                            betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen die worden
                                            geheven van gebruikers van een woning (woonruimte) de
                                            aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name
                                            van:</al></li>
                </lijst><lijst>
                  <li nr="a."><al>de actuele gebruiker indien deze één van de bewoners
                                            is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de actuele eigenaar indien deze één van de bewoners
                                            is;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de bewoner die het langst op het betreffende adres staat
                                            ingeschreven;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de oudste bewoner in leeftijd.</al><lijst>
                      <li nr="3.2"><al>Indien de optie als bedoeld in 3.1 niet
                                                  geactiveerd is wordt de aanslag gesteld ten name
                                                  van degene die, naar omstandigheden beoordeeld
                                                  door het team Belastingen als gebruiker wordt
                                                  aangewezen.</al><lijst>
                          <li nr="3.2.1"><al>In afwijking van 3.2 wordt bij kamerbewoning
                                                  de aanslag gesteld ten name van degene die in
                                                  artikel 220 b, eerste lid, letter b, van de
                                                  Gemeentewet, wordt genoemd als degene die een deel
                                                  van een onroerende zaak in gebruik heeft
                                                  gegeven.</al></li>
                          <li nr="3.2.2"><al>Wanneer met betrekking tot de woning terzake
                                                  waarvan belasting verschuldigd is meerdere
                                                  huurders zijn aan te wijzen, en de eigenaar de
                                                  woning slechts aan één van hen heeft verhuurd,
                                                  wordt deze persoon als gebruiker aangemerkt.</al></li>
                          <li nr="3.2.3"><al>Wanneer sprake is van onderhuur waarvan de
                                                  eigenaar van de onroerende zaak niet op de hoogte
                                                  is, wordt de aanslag voor het gebruik van de
                                                  betreffende onroerende zaak opgelegd aan degene
                                                  die de onroerende zaak onderverhuurt. De eigenaar
                                                  dient hiertoe het huurcontract met de
                                                  onderverhuurder te overleggen.</al></li>
                        </lijst></li>
                      <li nr="3.3"><al>Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen
                                                  die worden geheven van de gebruiker van een
                                                  niet-woning wordt de aanslag in onderstaande
                                                  volgorde gesteld ten name van:</al><lijst>
                          <li nr="3.3.1"><al>degene die blijkens de registers van de Kamer
                                                  van Koophandel als gebruiker naar voren komt;</al></li>
                          <li nr="3.3.2"><al>degene die op het inlichtingenformulier
                                                  (ver)huurgegevens niet-woningen als gebruiker
                                                  wordt vermeld;</al></li>
                          <li nr="3.3.3"><al>degene die op andere wijze als gebruiker naar
                                                  voren komt (taxatie, leegstandscontrole).</al></li>
                          <li nr="3.3.4"><al>Indien er niet volgens 3.3.1, 3.3.2, of 3.3.3
                                                  een gebruiker kan worden aangewezen: de door het
                                                  team Belastingen aangewezen gebruiker, naar
                                                  omstandigheden beoordeeld.</al></li>
                        </lijst></li>
                    </lijst></li>
                </lijst></li>
              <li nr="4"><al>Met betrekking tot de hondenbelasting wordt de aanslag in
                                    onderstaande volgorde gesteld ten name van:</al><lijst>
                  <li nr="4.1"><al>indien aangifte is gedaan: degene die de aangifte heeft
                                            gedaan, tenzij het een minderjarig persoon betreft;</al></li>
                  <li nr="4.2"><al>indien de aangifte door een minderjarig persoon is
                                            gedaan: de ouder of verzorger van de minderjarige
                                            persoon;</al><al>4.2.1degene die op grond van het bepaalde in 3.1 en 3.2
                                            kan worden aangewezen als gebruiker van de onroerende
                                            zaak waar de hond wordt gehouden;</al></li>
                  <li nr="4.3"><al>degene die op andere wijze als houder van de hond naar
                                            voren komt.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="5"><al>Met betrekking tot de afvalstoffenheffing wordt de aanslag in
                                    onderstaande volgorde gesteld ten name van de feitelijke
                                    gebruiker van het perceel waarvoor krachtens artikel 10.11 van
                                    de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                    huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al><lijst>
                  <li nr="5.1"><al>degene die op grond van onderdeel 2.1 van deze
                                            beleidsregel als genothebbende krachtens eigendom, bezit
                                            of beperkt recht van het belastingobject naar voren
                                            komt;</al></li>
                  <li nr="5.2"><al>degene die de nutsvoorziening van het belastingobject op
                                            zijn naam heeft staan;</al></li>
                  <li nr="5.3"><al>degene die als gebruiker wordt aangewezen op grond van
                                            onderdeel 3.2.2 van deze beleidsregel;</al></li>
                  <li nr="5.4"><al>degene die als gebruiker wordt aangewezen op grond van
                                            onderdeel 3.2.3 van deze beleidsregel;</al></li>
                  <li nr="5.5"><al>degene die, naar omstandigheden beoordeeld door het team
                                            Belastingen als gebruiker wordt aangewezen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="6"><al>Met betrekking tot de leges wordt de aanslag voor het in
                                    behandeling nemen van de aanvraag van een bouwvergunning,
                                    onderdeel 4.5 van de tarieventabel behorende bij de
                                    Legesverordening Leeuwarden 2009, uitsluitend opgelegd aan
                                    degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt gedaan.</al></li>
              <li nr="7"><al>Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke
                                    belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in
                                    onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige
                                    die:</al><lijst>
                  <li nr="7.1"><al>ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden
                                            aangewezen;</al></li>
                  <li nr="7.2"><al>ingevolge onderdeel 3 kan worden aangewezen;</al></li>
                  <li nr="7.3"><al>ingevolge onderdeel 4 kan worden aangewezen;</al></li>
                  <li nr="7.4"><al>ingevolge onderdeel 5 kan worden aangewezen.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="8"><al>De onderdelen 1 tot en met 7 vinden geen toepassing indien:</al><lijst>
                  <li nr="8.1"><al>de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met
                                            betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of
                                            kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft
                                            dat de aanslag is betaald en nog steeds
                                            belastingplichtig is.</al></li>
                  <li nr="8.2"><al>bij het team Belastingen bekend is dat één van de
                                            potentiële belastingplichtigen de desbetreffende aanslag
                                            op zijn/haar naam wil hebben, althans voorzover dit niet
                                            leidt tot een mogelijke situatie dat de belasting niet
                                            kan worden betaald dan wel ingevorderd.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="9"><al>Voor zover de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak,
                                    is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de
                                    situatie bij aanvang van het tijdvak of, zo dit later is, bij
                                    aanvang van de belastingplicht.</al></li>
              <li nr="10"><al>Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te
                                    leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden
                                    om de belasting te betalen, kan ook tot een andere keuze gekomen
                                    worden dan uit de voorkeursvolgorde zou volgen.</al></li>
              <li nr="11"><al>Wijzigingen kunnen – indien reeds een aanslag aan een
                                    belastingplichtige is opgelegd - pas plaatsvinden met ingang van
                                    het volgende belastingtijdvak.</al></li>
              <li nr="12"><al>Indien in uitzonderingsgevallen, door welke oorzaak dan ook, een
                                    aanslag wordt opgelegd in afwijking van het in de voorgaande
                                    onderdelen bepaalde, is die aanslag alleen ongeldig indien
                                    sprake is van willekeur.</al></li>
              <li nr="13"><al>Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag,
                                    maar op andere wijze, is het bepaalde in de onderdelen 1 tot en
                                    met 12 van overeenkomstige toepassing.</al></li>
            </lijst>
            <al>
              <vet>
                <cursief>Citeertitel</cursief>
              </vet>
            </al>
            <al>14Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Beleidsregels
                            aanwijzing belastingplichtige in een keuzesituatie Leeuwarden
                            2009’.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Intrekking</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>15De op 18 maart 2005 vastgestelde beleidsregels inzake dit onderwerp
                            worden met ingang van de inwerkingtreding van deze beleidsregels
                            ingetrokken.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>16Inwerkingtreding van deze beleidsregels is één dag na die van de
                            bekendmaking.</al>
          </structuurtekst>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Leeuwarden, 31 juli 2009</ondertekening>
        <ondertekening>sectormanager Financiële Dienstverlening,</ondertekening>
        <ondertekening>drs. R.W.J. Westerveld.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>