<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR225328_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag WWB Zaanstad 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013, nummer 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag WWB Zaanstad 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=36">WWB, art. 36 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">WWB, art. 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Aanpassingen wetgeving.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/15786</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met de herziening van de definities van gezin en middelen (Wet afschaffing huishoudinkomenstoets) is de huishoudinkomenstoets met ingang van 18 juli 2012 ingetrokken met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012. Vanwege deze wetswijziging is in deze verordening met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 de definitie gezin gewijzigd in die van gehuwden.</al><al>Daarnaast is ingaande 1 januari 2013 voor alleenstaande ouders een aparte toeslag ingevoerd.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Zaanstad 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Bijstandsnorm: De norm bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=5" struct="BWB">artikel 5</extref> onderdeel c van de wet;</al></li><li nr="b."><al>Belanghebbende: De alleenstaande, de alleenstaande ouder en
                                        de gehuwden of samenwonenden;</al></li><li nr="c."><al>Gehuwdennorm: De norm bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=21" struct="BWB">artikel 21</extref>, onderdeel c van de
                                        wet;</al></li><li nr="d."><al>Inkomen: Het inkomen als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=32" struct="BWB">artikel 32</extref> van de wet, met dien
                                        verstande dat voor onderdeel b 'een periode waarover een
                                        beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de
                                        referteperiode’;</al><al>Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=32" struct="BWB">artikel 32</extref> van de wet, voor de
                                        beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als
                                        inkomen gezien;</al></li><li nr="e."><al>Peildatum: De datum waarop in enig jaar het recht op
                                        langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="f."><al>Referteperiode: Een onafgebroken periode van 60 maanden
                                        voorafgaand aan de peildatum;</al></li><li nr="g."><al>Wet: <extref doc="1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">De
                                            Wet werk en bijstand</extref> (WWB);</al></li><li nr="h."><al>WSF 2000: <extref doc="1.0:v:BWBR0011453" struct="BWB">Wet Studiefinanciering 2000</extref>;</al></li><li nr="i."><al>Wtos: <extref doc="1.0:v:BWBR0012438" struct="BWB">Wet
                                            tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                            schoolkosten</extref>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet
                                werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorwaarden en uitsluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverlet het bepaalde in artikel <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=36" struct="BWB">36 van
                                    de wet</extref> komt in aanmerking voor de langdurigheidtoeslag
                                de belanghebbende, die gedurende de referteperiode aangewezen is
                                geweest op een inkomen dat niet hoger was dan 110% van de voor hem
                                geldende bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er bestaat geen recht op langdurigheidstoeslag als de belanghebbende
                                op de peildatum of tijdens de referteperiode een opleiding volgt of
                                heeft gevolgd als bedoeld in de <extref doc="1.0:v:BWBR0012438" struct="BWB">Wtos</extref>, dan
                                wel een studie volgt of heeft gevolgd als genoemd in de
                                    <extref doc="1.0:v:BWBR0011453" struct="BWB">WSF
                                    2000</extref>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig, laag inkomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder een langdurig, laag inkomen wordt verstaan een inkomen,
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>gedurende de referteperiode per kalenderjaar niet meer
                                        bedroeg dan maximaal 110% van de voor belanghebbende van
                                        toepassing zijnde bijstandsnorm;</al></li><li nr="b."><al>als een deel van de referteperiode een gedeelte van een
                                        kalenderjaar betreft, mag het gemiddelde inkomen over deze
                                        periode niet meer bedragen dan maximaal 110% van de voor
                                        belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm over die
                                        periode.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van perioden, waarin een belanghebbende is uitgesloten
                                van het recht op bijstand, wordt een belanghebbende voor de
                                toepassing van het eerste lid geacht minimaal een inkomen te hebben
                                gehad van 100% van de voor belanghebbende van toepassing
                                zijnde bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van perioden, waarin bij gehuwden één echtgenoot is
                                uitgesloten van het recht op bijstand, worden zij voor de toepassing
                                van het eerste lid geacht minimaal een inkomen te hebben ter hoogte
                                van 100% van de gezinsnorm.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per 12 maanden:</al><lijst><li nr="1."><al>voor gehuwden € 605,00;</al></li><li nr="2."><al>voor een alleenstaande ouder € 545;</al></li><li nr="3."><al>voor een alleenstaande € 385,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht
                                op langdurigheidstoeslag ingevolge <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=11" struct="BWB">artikel 11</extref> of <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=13" struct="BWB">artikel 13</extref> lid 1 van de wet, komt de rechthebbende
                                echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de
                                hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou
                                gelden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college kan met betrekking tot de uitvoering van deze
                                verordening nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en
                                waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            langdurigheidstoeslag WWB Zaanstad 2013</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na de datum van
                                uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en werkt
                                terug tot 1 januari 2012.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid treedt artikel 4, eerste lid in
                                werking met ingang van 1 januari 2013.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de inwerkintreding van deze verordening wordt de Verordening
                                langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand Zaanstad 2009,
                                vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 22 januari 2009, ingetrokken</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 24 januari 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>voorzittter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>raadsgriffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begrippen</vet></al><al>Voor zover in dit artikel niet anders geformuleerd, hebben de begrippen in deze
                    verordening dezelfde betekenis als in de <extref doc="1.0:v:BWBR0015703" struct="BWB">Wet werk en bijstand</extref> en de <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">Algemene wet
                        bestuursrecht</extref>. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Recht op langdurigheidstoeslag</vet></al><al><vet>Artikel 2 Voorwaarden en uitsluiting</vet></al><al>De langdurigheidstoeslag richt zich op personen, die langdurig een laag inkomen
                    hebben en daardoor geen financiële ruimte hebben om te reserveren voor
                    onverwachte uitgaven </al><al>Studerenden hebben tijdelijk een laag inkomen. Zodra zij hun studie hebben
                    afgerond worden zij in staat geacht zich een inkomen te verwerven dat uit komt
                    boven het sociaal minimum. Zij worden daarom niet gerekend tot de doelgroep van
                    deze regeling.</al><al/><al><vet>Artikel 3, Langdurig, laag inkomen</vet></al><al>Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat
                    gemiddeld per kalenderjaar niet hoger is dan 110% van de bijstandsnorm die voor
                    belanghebbende van toepassing was, gerekend over een periode van vijf jaar.</al><al>Na vijf jaar op een inkomen aangewezen te zijn geweest dat niet meer bedroeg dan
                    110% van de bijstandsnorm, is er over het algemeen weinig reserveringsruimte
                    over.</al><al/><al>De methode van het kijken naar het gemiddelde loon per kalenderjaar maakt dat
                    iemand, die wegens werkaanvaarding een korte periode een inkomen boven het
                    sociaal minimum heeft gehad, niet zonder meer zijn recht op
                    langdurigheidstoeslag verliest. </al><al>Een dergelijk gevolg zou namelijk een negatieve prikkel zijn bij het aanvaarden
                    van (tijdelijk) werk. Dat geldt temeer als een belanghebbende geen of maar
                    weinig zekerheid heeft over de duur van dit werk. </al><al/><al>Het is echter niet de bedoeling dat een belanghebbende perioden waarin hij een
                    inkomen boven de bijstandsnorm heeft kan middelen met perioden waarin hij
                    vanwege de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond, zoals bijvoorbeeld detentie,
                    geen recht op bijstand had. </al><al>Dit geldt overeenkomstig voor gehuwden van wie de partner is uitgesloten van het
                    recht op langdurigheidstoeslag. Daarom wordt in het derde lid bepaald dat
                    dergelijke perioden voor het berekenen van het gemiddelde inkomen meetellen als
                    perioden waarin tenminste 100% van de bijstandsnorm is ontvangen. Het woord
                    “minimaal” in deze leden maakt, dat als er in bedoelde perioden in werkelijkheid
                    meer inkomen dan de bijstandsnorm is geweest, dit hogere werkelijke inkomen moet
                    meetellen.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Hoogte van de langdurigheidstoeslag</vet></al><al>In het eerste lid wordt de hoogte van de toeslag gegeven. Er wordt onderscheid
                    gemaakt tussen de gehuwden en de alleenstaande ouder. In 2012 heeft de gemeente
                    uitgebreid het minimabeleid onderzocht. Daarbij is naar voren gekomen dat de
                    financiële positie gehuwden in de bijstand slechter is dan die van alleenstaande
                    ouders. Om die reden is er een verschil aangebracht in de hoogte van de toeslag
                    voor gezinnen en alleenstaande ouders.</al><al>In het derde lid wordt een regeling overeenkomstig artikel <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=24" struct="BWB">24 WWB</extref>
                    gegeven voor situaties waarin bij gehuwden één van beide partners is uitgesloten
                    van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=11" struct="BWB">artikel
                        11</extref> of <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=13" struct="BWB">artikel 13 lid 1</extref> WWB. De WWB voorziet immers niet in
                    een afwijzingsgrond voor de rechthebbende echtgenoot, terwijl daarentegen het
                    toekennen van het bedrag voor gehuwden in dergelijke situaties ook niet
                    opportuun is.</al><al/><al>Dit derde lid ziet enkel op de situatie dat er bij een echtgenoot sprake is van
                    een uitsluitingsgrond op grond van <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=11" struct="BWB">artikel
                        11</extref> of <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=13" struct="BWB">artikel 13 lid 1</extref> WWB. </al><al/><al>Als echter één van beide gehuwden niet in aanmerking komt voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag wegens het niet voldoen aan de voorwaarden zoals genoemd
                    in <extref doc="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=36" struct="BWB">artikel
                        36</extref> WWB of in deze verordening, hebben beide echtgenoten geen recht
                    op langdurigheidstoeslag. Het recht op langdurigheidstoeslag komt de gehuwden
                    immers gezamenlijk toe. Zij moeten daarom ook allen, zowel afzonderlijk als
                    gezamenlijk aan de voorwaarden voldoen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>