<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR225217_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Leegstandverordening Tilburg 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-03-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2012, 05</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Leegstandverordening Tilburg 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Leegstandwet, art. 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/275nieuw</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage resourceIdentifier="exb-2018-26999">afbakening leegstandverordening</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Leegstandverordening Tilburg 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><lijst><li nr=""><al>- gezien het voorstel van het college van burgemeester en
                                wethouders;</al></li><li nr=""><al>- gelet op de Wet Kraken en Leegstand;</al></li><li nr=""><al>- gelet op de Leegstandwet;</al></li><li nr=""><al>- gelet op de gemeentewet;</al></li></lijst><al/><al>Besluit vast te stellen:</al><al>De leegstandsverordening Tilburg 2012 waarin een
                            <onderstreept>meldingsplicht</onderstreept> is opgenomen voor
                            <onderstreept>niet-woningen</onderstreept> in:</al><al><cursief>a. </cursief><cursief>de gebieden aangewezen als
                            herstructureringsgebied bedrijventerreinen: Loven, Kanaalzone en
                            Kraaiven;</cursief></al><al><cursief>b. </cursief><cursief>de gebieden waar het lintenmanagement van
                            toepassing is: Korvelseweg en Besterd..</cursief></al><al><cursief>c. </cursief><cursief>het gebied waar Wonen boven winkels van
                            toepassing is.</cursief></al><al>d. <cursief>de leegstandverordening 3 jaar na in werking treden te evalueren
                            en na 2 jaar een tussenevaluatie uit te voeren.</cursief></al><al><cursief>De gebieden onder 1. tot en met 3. zijn opgenomen in de bijlage bij
                            artikel 2 van de verordening.</cursief></al><al/><al><vet>Tekst van de regeling</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Tilburg, gelezen het voorstel van het college van
                        burgemeester en wethouders van…, nr…; gelet op artikel 149 van de
                        Gemeentewet en artikel 2 van de Leegstandwet; overwegende dat het gewenst is
                        met gebruikmaking van de Wet kraken en leegstand nadere regels vast te
                        stellen ter bestrijding van ongerechtvaardigde leegstand van gebouwen niet
                        zijnde woningen; besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al><vet>Leegstandverordening Tilburg 2012 </vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>College: burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg;
                                </al></li><li nr="b."><al>Eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een
                                    woning of een gebouw; </al></li><li nr="c."><al>Gebouw: gebouw of een deel van een gebouw, niet zijnde
                                    woonruimte, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de
                                    Woningwet. </al></li><li nr="d."><al>Gebruiker: een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen,
                                    voorgedragen door het college als gebruiker van een daartoe
                                    aangewezen gebouw; </al></li><li nr="e."><al>Leegstand: het niet of niet krachtens een zakelijk of
                                    persoonlijk recht in gebruik zijn alsmede een gebruik dat de
                                    kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van
                                    deze verordening; </al></li><li nr="f."><al>Leegstandlijst: de lijst, bedoeld in artikel 4; </al></li><li nr="g."><al>Werkingsgebied: een door de raad aangewezen gebied of delen
                                    daarvan, binnen de gemeente, met per categorie aangegeven
                                    gebouwen waarvan leegstand moet worden gemeld overeenkomstig de
                                    regels van deze verordening. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzing werkingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening geldt voor de door de raad aangewezen delen van de
                            gemeente en de daarbinnen gelegen door de raad aangewezen categorieën
                            van gebouwen zoals opgenomen in de bijlage bij deze verordening. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Leegmelding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Plicht tot leegmelding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar van een gebouw gelegen in het werkingsgebied binnen de
                                gemeente Tilburg is verplicht de leegstand van het gebouw te melden
                                aan het college, zodra die leegstand langer duurt dan zes maanden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het melden van leegstand wordt gebruik gemaakt van een door het
                                college vastgesteld (elektronisch) formulier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding moet vergezeld gaan van de volgende gegevens en
                                bescheiden: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres eigenaar; </al></li><li nr="b."><al>adres van het gebouw; </al></li><li nr="c."><al>kadastrale aanduiding van het gebouw; </al></li><li nr="d."><al>aantal te verhuren vierkante meters van het gebouw; </al></li><li nr="e."><al>gevraagde huurprijs per m²</al></li><li nr="f."><al>gevraagde koopprijs</al></li><li nr="g."><al>aantal leegstaande vierkante meters van het gebouw; </al></li><li nr="h."><al>bouwjaar; </al></li><li nr="i."><al>laatste gebruiksbestemming; </al></li><li nr="j."><al>ingangsdatum leegstand; </al></li><li nr="k."><al>reden leegstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan andere gegevens en bescheiden vragen onverminderd
                                het derde lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, is de eigenaar verplicht de
                                leegstand van het gebouw binnen vier weken te melden, wanneer het
                                gebouw na een verplichtende voordracht als bedoeld in artikel 8,
                                binnen één jaar weer leeg komt te staan. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Registratie leegstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Leegstandlijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een lijst bij waarin de volgende gebouwen worden
                                opgenomen: </al><lijst><li nr="a."><al>overeenkomstig artikel 3, eerste lid gemelde gebouwen; </al></li><li nr="b."><al>gebouwen waarvan ambtshalve geconstateerd is dat deze
                                        leegstaan en waarvan de leegstand overeenkomstig artikel 3,
                                        eerste lid gemeld had moeten worden door de eigenaar. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leegstandlijst bevat de gegevens als genoemd in artikel 3, eerste
                                lid, voor zover deze beschikbaar zijn en in ieder geval de datum van
                                inschrijving van het gebouw in de lijst. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beslist binnen zes weken na de (ambtshalve) melding als
                                bedoeld in artikel 3 over opname van een gebouw in de
                                leegstandlijst. De eigenaar ontvangt van dit besluit een afschrift.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Criteria voor plaatsing op de leegstandlijst</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het betreft gebouwen gelegen in gebieden conform de bijlage bij deze
                                verordening;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Actueel houden lijst en beëindiging inschrijving.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, ambtshalve en op aanvraag van de eigenaar, de
                                inschrijving wijzigen. Artikel 4, derde lid is van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De inhoud en de datum van de wijziging worden in de leegstandlijst
                                aangetekend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de inschrijving van een gebouw intrekken. Artikel 4,
                                derde lid is van overeenkomstige toepassing. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inschrijving wordt geacht ingetrokken te zijn indien het gebouw
                                sinds de leegmelding meer dan een jaar in gebruik is geweest. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beëindiging van de inschrijving wordt in de leegstandlijst
                                geregistreerd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Overleg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Overleg met eigenaren</titel></kop><al>Het college voert binnen drie maanden na ontvangst van de leegmelding,
                            bedoeld in artikel 3, eerste lid, overleg met de eigenaar over het
                            gebruik van dat gebouw. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Leegstandbeschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan na het overleg bedoeld in artikel 6 een
                                leegstandbeschikking vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, indien de eigenaar geen medewerking verleent aan
                                het overleg bedoeld in het eerste lid, een leegstandbeschikking
                                vaststellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de leegstandbeschikking wordt bepaald of het gebouw geschikt of
                                ongeschikt is voor gebruik. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leegstandbeschikking kan voor de eigenaar de verplichting
                                bevatten om door het college aangegeven voorzieningen aan het gebouw
                                te treffen, binnen de daarvoor aangegeven termijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan andere voorwaarden stellen aan de uitvoering van het
                                bepaalde in de leegstandbeschikking. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Voordracht en leegstandbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Voordracht gebruiker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een gebruiker voordragen aan de eigenaar van een
                                leegstaand gebouw, zodra die leegstand langer duurt dan twaalf
                                maanden, indien het gebouw in een leegstandbeschikking is aangewezen
                                als geschikt voor gebruik. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar is verplicht de in het eerste lid voorgedragen gebruiker
                                binnen drie maanden na de voordracht, een overeenkomst aan te bieden
                                tot ingebruikname van het gebouw. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het tweede lid is niet van toepassing indien de eigenaar binnen drie
                                maanden na de voordracht, bedoeld in het eerste lid, een
                                overeenkomst is aangegaan met een andere gebruiker, die het gebouw
                                binnen een redelijke termijn in gebruik neemt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Leegstandbeheer</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen kwalitatieve eisen stellen aan een
                            leegstandbeheerder, waar de eigenaar als bedoeld in artikel 1 onder b
                            een gebouw als bedoeld in artikel 2 door laat beheren.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Sancties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Handhaving / Bestuurlijke boete</titel></kop><al>Het college kan een bestuurlijke boete opleggen voor overtreding van
                            artikel 3, eerste lid en vijfde lid van deze verordening overeenkomstig
                            de in bijlage 2 opgenomen tabel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Toezicht</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening
                            zijn belast de door het college aangewezen personen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding en publicatie</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 MAART 2012. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Leegstandverordening Tilburg 2012.
                        </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><divisie><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting Leegstandverordening</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Artikel 1 Begripsbepalingen </al><al>Eerste lid sub b Eigenaar </al><al>In deze regeling is de strikt juridische definitie van eigenaar, namelijk
                        degene die als zakelijk gerechtigde in de kadastrale legger en aan de
                        hypothecaire schuldeisers bekend staat, verbreedt tot degene die bevoegd is
                        over het pand te beschikken. </al><al>Eerste lid sub c Gebouw </al><al>Gebouw volgens artikel 1 onder c Woningwet: elk bouwwerk, dat een voor
                        mensen toegankelijk overdekt geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten
                        ruimte vormt. Onder gebouw krachtens deze verordening wordt verstaan: bij
                        categorie aangewezen gebouwen, of deel daarvan, niet gebouwd als woonruimte,
                        aangezien de meldingsplicht van leegstand van woningen reeds voorzien is in
                        de Huisvestingswet. Volgens de wetgeschiedenis wordt bij gebouwen gedacht
                        aan kantoor-, bedrijfs- en winkelruimte. Gedeeltelijk leegstaande gebouwen
                        kunnen onder de meldingsplicht worden gebracht. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Artikel 2 Aanwijzing werkingsgebied </al><al>In dit artikel wordt geregeld dat de raad categorieën gebouwen aanwijst,
                        gelegen in bepaalde aangewezen gedeelten van de gemeente waarvoor deze
                        verordening van toepassing is. De reikwijdte van de verordening kan hiermee
                        worden afgestemd op de lokale behoefte om leegstand in kaart te brengen. </al><al>De aanwijzing van categorieën gebouwen en gebieden van de verordening worden
                        opgenomen in een bijlage bij de verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Leegmelding</titel></kop><al>Artikel 3 Plicht tot leegmelding </al><al>Dit artikel regelt dat de eigenaar van gebouwen die onder de meldingplicht
                        vallen (zie de reikwijdte van artikel 2), verplicht is de leegstand van dat
                        gebouw te melden bij het college zodra het gebouw langer leeg staat dan in
                        de leegstandverordening vastgestelde termijn. Volgens de Leegstandwet is die
                        termijn tenminste zes maanden. In deze verordening is bij deze minimale
                        termijn van zes maanden aangesloten. </al><al>De eigenaar doet de melding op een door het college vastgesteld
                        aanvraagformulier. Bij voorkeur stelt de gemeente dit formulier elektronisch
                        beschikbaar. Het derde lid geeft aan welke gegevens de eigenaar in ieder
                        geval moet aanleveren bij een melding. Op grond van het vierde lid kan het
                        college meer informatie vragen als zij dit nodig hebben om de melding te
                        kunnen beoordelen. </al><al>Indien het gebouw na een verplichtende voordracht binnen één jaar weer leeg
                        komt te staan, is de eigenaar opnieuw verplicht om dit te melden. Hier geldt
                        achter een termijn van vier weken in plaats van 6 maanden. De termijn van
                        vier weken geldt niet als de eigenaar zelf een gebruiker vindt voor het
                        gebouw nog voordat er een verplichtende voordracht heeft plaatsgevonden. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Registratie leegstandlijst</titel></kop><al>Artikel 5 Actueel houden lijst en beëdiging inschrijving. </al><al>Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college om de leegstandlijst
                        actueel te houden. Voorts wordt hierin geregeld op welke wijze de eigenaar
                        van wijzingen van inschrijvingen op de hoogte wordt gehouden,
                        respectievelijk hoe de eigenaar daar zelf aan kan bijdragen. Bijvoorbeeld
                        als er onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt. Of als er een
                        wijziging is in de gebruikersstatus van het gebouw. </al><al>In lid 5 van dit artikel is geregeld dat een inschrijving geacht wordt
                        ingetrokken te zijn indien het gebouw meer dan één jaar in gebruik is sinds
                        de leegstandmelding. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Overleg</titel></kop><al>Artikel 6 Overleg met eigenaren </al><al>Op grond van de leegmelding treedt het college binnen drie maanden met de
                        eigenaar in overleg om te kunnen beoordelen of zij het gebouw of een
                        gedeelte daarvan geschikt voor gebruik kunnen verklaren. In het
                        leegstandoverleg bespreken partijen alle omstandigheden van de leegstand.
                        Aan de hand van dit overleg zal het college moeten beoordelen of in
                        redelijkheid van de eigenaar gevergd kan worden dat hij het gebouw
                        respectievelijk een gedeelte daarvan, in gebruik geeft. Overigens zal het
                        leegstandoverleg in de praktijk vaak bestaan uit meerdere gesprekken. </al><al>In dit overleg kan ook aan de orde komen of in redelijkheid van de eigenaar
                        gevergd kan worden dat hij met het oog op het in gebruik geven van het
                        gebouw, aanpassingen verricht aan het gebouw. </al><al>Volgens de wetsgeschiedenis staat daarbij het principe van
                        kostenneutraliteit centraal. Het betreft hier uitsluitend investeringen die
                        binnen het redelijke noodzakelijk zijn om het gebouw in overeenstemming met
                        de bestemming te kunnen gebruiken. </al><al>Artikel 7 Leegstandbeschikking </al><al>De uitkomst van het leegstandoverleg tussen het college en de eigenaar wordt
                        neergelegd in een leegstandbeschikking. </al><al>In die beschikking verklaart het college of een gebouw geschikt of
                        ongeschikt is voor gebruik. Tegen deze beschikking door het college staat
                        bezwaar en beroep open. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Voordracht</titel></kop><al>Artikel 8 Voordracht gebruiker </al><al>Als uiterste middel bij het tegengaan van leegstand, krijgt de gemeente de
                        bevoegdheid om een gebruiker voor te dragen voor het leegstaande pand. Dit
                        artikel regelt de bevoegdheid van het college om verplichtend een gebruiker
                        aan te wijzen aan wie de eigenaar binnen drie maanden een overeenkomst
                        omtrent gebruik moet aanbieden. Voor de eigenaar geldt dat deze de
                        mogelijkheid heeft om gedurende de termijn waarbinnen aan de voordracht moet
                        worden voldaan, zelf in een andere gebruiker te voorzien. De eigenaar
                        bepaalt zelf de vorm en inhoud van het contract. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Sancties</titel></kop><al>Artikel 9 Handhaving </al><al>De verordening geeft het college de mogelijkheid om bij overtredingen van
                        artikel 3, eerste en vijfde lid van de verordening, i.c. niet tijdige
                        meldingen (artikel 3, eerste lid en artikel 7, derde lid van de </al><al>Leegstandwet) een bestuurlijke boete op te leggen. De boetes kunnen worden
                        opgelegd voor het niet melden van een (gedeelte) van een gebouw dat meer dan
                        zes maanden leegstaat, evenals voor het niet melden van de beëindiging van
                        het gebruik van een gebouw na een verplichtende voordracht. </al><al>Het college kan slechts wegens bijzondere omstandigheden afwijken van de
                        genoemde bedragen in </al><al>Bijlage 2. De overtreder zal daar in beginsel een voldoende onderbouwd
                        beroep op moeten doen. </al><al>(artikel 5.46, derde lid, Algemene wet bestuursrecht). </al><al>Artikel 10 Toezicht </al><al>Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening zijn
                        de door het college aangewezen personen belast. Bij het opleggen van een
                        bestuurlijke boete is op grond van titel 5.4 van de Algemene wet
                        bestuursrecht (artikel 5:40 -5:54 Awb), ter zake van deze overtredingen de
                        zogenoemde zware procedure van toepassing. Dat betekent dat de overtreder in
                        de gelegenheid moet worden gesteld, zijn zienswijze te geven en dat altijd
                        een rapport moet worden opgemaakt. </al><al>Voor het vaststellen van overtredingen zijn waarnemingen en andere
                        handelingen door of vanwege het college nodig. De door het college
                        aangewezen toezichthouder heeft daartoe de beschikking over de
                        bestuursrechtelijke toezichtbevoegdheden van titel 5.2 Algemene wet
                        bestuursrecht. </al><al>De verplichting om een rapport op te stellen ten aanzien van het niet melden
                        van leegstand (nadat het gebouw meer dan zes maanden heeft leeggestaan),
                        volgt uit artikel 5:48 juncto 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht.
                        Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het opmaken van een
                        rapport verplicht indien de bestuurlijke boete meer dan € 340 bedraagt. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><al>Artikel 11 Inwerkingtreding en publicatie </al><al>Deze verordening treedt in werking op 1 MAART 2012</al><al>In artikel 3 derde lid van de Leegstandwet is bepaald dat de termijnen,
                        bedoeld in artikel 3, eerste lid en artikel 8, eerste lid van deze
                        verordening aanvangen op de dag na de datum van inwerkingtreding van deze
                        leegstandverordening. </al><al>De meldingsplicht voor eigenaren gaat derhalve pas in, nadat de termijn
                        genoemd in artikel 3 eerste lid is verstreken, ook al stond een gebouw op
                        het moment van inwerkingtreding van de verordening leeg. Hiermee wordt
                        voorkomen dat de meldingsplicht feitelijk met terugwerkende kracht wordt
                        ingevoerd. Een voordracht kan niet eerder worden gedaan nadat de leegstand
                        van een gebouw dat is als geschikt voor gebruik is aangewezen langer duurt
                        dan 12 maanden, na de inwerkingtreding van de verordening, </al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Bijlage 1 Werkingsgebied </titel></kop><al>De meldingsplicht voor leegstand is van kracht voor alle niet-woningen gelegen
                    in de nader aangeduide gebieden binnen de gemeente Tilburg. Voor het voeren van
                    het verplichte leegstandgesprek wordt prioriteit gegeven aan panden die in zijn
                    geheel leegstaan. Ook de anti-kraak bewoonde panden vallen hieronder. Zie
                    tekening.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Tilburg/i143558.pdf">afbakening leegstandverordening</extref></al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Bijlage 2 </titel></kop><al>Tabel bestuurlijke boete, behorend bij artikel 9 </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Overtreding</al></entry><entry colname="col2"><al>overschrijding termijn</al></entry><entry colname="col3"><al>te melden oppervlakte &lt; 250 m2 </al></entry><entry colname="col4"><al>te melden oppervlakte &gt; 250 m2 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 eerste lid </al><al>Het niet melden van de leegstand van een gebouw dat langer
                                        leeg staat dan zes maanden </al></entry><entry colname="col2"><al>één maand </al><al>drie maanden </al><al>zes maanden </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 500 </al><al>€ 2.000 </al><al>€ 3.750 </al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.000 </al><al>€ 4.000 </al><al>€ 7.500 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3, vijfde lid </al><al>Het niet binnen vier weken melden van de beëindiging van het
                                        gebruik van een gebouw binnen één jaar na een voordracht
                                    </al></entry><entry colname="col2"><al>één maand </al><al>drie maanden </al><al>zes maanden </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 500 </al><al>€ 2.000 </al><al>€ 3.750 </al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.000 </al><al>€ 4.000 </al><al>€ 7.500 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 februari 2012.</al><al>de griffier, </al><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>