<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22494_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Privacyreglement e-mail en internetgebruik gemeente Vlissingen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2008, X.04</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Privacyreglement e-mail en internetgebruik gemeente Vlissingen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet bescherming persoonsgegevens</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 160, lid 1, sub c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-07-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>PRIVACYREGLEMENT E-MAIL EN INTERNETGEBRUIK VLISSINGEN
            2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In dit privacyreglement wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>WBP</al></entry><entry colname="col3"><al>Wet bescherming persoonsgegevens;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>gemeente</al></entry><entry colname="col3"><al>de gemeente Vlissingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Cpb</al></entry><entry colname="col3"><al>College bescherming persoonsgegevens;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>medewerker</al></entry><entry colname="col3"><al>a.persoon in dienst van de gemeente;</al><al>b.persoon die betaalde of niet-betaalde werkzaamheden
                                            voor de gemeente verricht, anders dan in ambtelijk
                                            dienstverband;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>e-mailfaciliteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>de door of namens de gemeente aan medewerkers ter
                                            beschikking gestelde e-mailfaciliteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>internetfaciliteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>de door of namens de gemeente aan medewerkers ter
                                            beschikking gestelde internetfaciliteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>elektronische communicatiemiddelen</al></entry><entry colname="col3"><al>e-mail- en internetfaciliteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>persoonsgegeven</al></entry><entry colname="col3"><al>elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of
                                            identificeerbare natuurlijke persoon in de zin van de
                                            WBP;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al>verwerken van persoonsgegevens</al></entry><entry colname="col3"><al>elke handeling of elk geheel van handelingen met
                                            betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder
                                            geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren,
                                            bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken,
                                            verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of
                                            enige andere vorm van terbeschikkingstelling,
                                            samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het
                                            afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.</al></entry><entry colname="col2"><al>verantwoordelijke</al></entry><entry colname="col3"><al>het college, zijnde het bestuursorgaan dat het doel van
                                            en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens
                                            vaststelt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.</al></entry><entry colname="col2"><al>onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de
                                            elektronische communicatiemiddelen</al></entry><entry colname="col3"><al>een doen of nalaten in strijd met dit privacyreglement
                                            of andere wet- en regelgeving of een inbreuk op een
                                            recht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.</al></entry><entry colname="col2"><al>college</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van
                                            Vlissingen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit privacyreglement is van toepassing op het verwerken van
                            persoonsgegevens inzake het gebruik van elektronische
                            communicatiemiddelen. Dit privacyreglement geeft de wijze aan waarop in
                            de gemeente wordt omgegaan met elektronische communicatiemiddelen en
                            omvat regels ten aanzien van verantwoord gebruik hiervan en regels over
                            de wijze waarop controle hiervan plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit privacyreglement geldt voor elke medewerker. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doeleinden</titel></kop><al>De verwerking van persoonsgegevens inzake het gebruik van de
                        elektronische communicatiemiddelen heeft de volgende doeleinden:</al><lijst><li nr="a."><al>het verkrijgen van inzicht in de mate van gebruik van de
                                elektronische communicatiemiddelen;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de
                                elektronische communicatiemiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het beveiligen van het systeem en het netwerk;</al></li><li nr="d."><al>de begeleiding en individuele beoordeling van medewerkers;</al></li><li nr="e."><al>bewijs en archivering;</al></li><li nr="f."><al>bescherming van onder geheimhouding vallende of niet-openbare
                                informatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verantwoordelijkheden en beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verantwoordelijke treft de nodige maatregelen opdat persoonsgegevens,
                            gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, juist en nauwkeurig
                            zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verantwoordelijke legt passende technische en organisatorische
                            maatregelen ten uitvoer om persoonsgegevens te beveiligen tegen verlies
                            of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verantwoordelijke wijst één of meerdere systeembeheerders aan die
                            belast zijn met het beheer van de bestanden. Deze systeembeheerders
                            zijn, op grond van artikel 125a, derde lid, Ambtenarenwet, verplicht tot
                            geheimhouding van de persoonsgegevens waarvan zij kennisnemen, behoudens
                            voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of
                            uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gebruik elektronische communicatiemiddelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Medewerkers gebruiken de elektronische communicatiemiddelen voor het
                            uitvoeren van de aan hen door de gemeente opgedragen taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Incidenteel privé-gebruik van de elektronische communicatiemiddelen door
                            medewerkers is toegestaan, mits dit gebruik in overeenstemming is met
                            dit privacyreglement en dit gebruik in geen geval storend is voor dan
                            wel ten koste gaat van het uitvoeren van de aan medewerkers door de
                            gemeente opgedragen taken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is medewerkers niet toegestaan met behulp van de e-mailfaciliteiten
                            kettingbrieven te versturen of pornografisch materiaal te versturen of
                            op te vragen, dan wel aanstootgevende, dreigende, lasterlijke, seksueel
                            intimiderende, onzedelijke, racistische of discriminerende opmerkingen
                            te maken. Evenmin is het medewerkers toegestaan met behulp van de
                            e-mailfaciliteiten illegale software te verzenden of op te vragen dan
                            wel bestanden zonder voorafgaand overleg met de systeembeheerder(s) te
                            verzenden of op te vragen waarvan medewerker redelijkerwijs moet
                            aannemen dat deze te omvangrijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is medewerkers niet toegestaan met behulp van de
                            internetfaciliteiten bewust internetsites te bezoeken die pornografisch,
                            dan wel racistisch materiaal bevatten of die naar algemeen
                            maatschappelijke maatstaven als lasterlijk, beledigend, aanstootgevend,
                            onzedelijk of oneervol worden beschouwd, mee te doen in chat-sessies, on
                            line te gokken, illegale software te downloaden dan wel zonder
                            voorafgaand overleg met de systeembeheerder(s) bestanden te downloaden
                            waarvan medewerker redelijkerwijs moet aannemen dat deze te omvangrijk
                            zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zonder voorafgaande toestemming van de systeembeheerder(s) is het
                            medewerkers niet toegestaan met behulp van de e-mailfaciliteiten een
                            elektronisch bericht aan alle of vrijwel alle medewerkers van de
                            gemeente tegelijkertijd te versturen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien medewerkers met gebruik van de internetfaciliteiten handelingen
                            verrichten die als e-mailtoepassingen zijn te kwalificeren, dan zijn de
                            bepalingen van artikel 5, derde en vijfde lid, van overeenkomstige
                            toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Medewerkers betrachten bij het gebruik van de elektronische
                            communicatiemiddelen de nodige zorgvuldigheid en zij waarborgen de
                            integriteit en goede naam van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Controle door verantwoordelijke op het gebruik van de elektronische
                            communicatiemiddelen vindt slechts plaats voor de in artikel 3 genoemde
                            doeleinden. Deze doeleinden stellen beperkingen aan de omvang en wijze
                            van controle.</al><lijst><li nr="a."><al>Controle ter verkrijging van inzicht in de mate van gebruik van
                                    de elektronische communicatiemiddelen wordt beperkt tot de
                                    verkeersgegevens (tijd, hoeveelheid, omvang).</al></li><li nr="b."><al>Controle ter voorkoming van onrechtmatig gebruik dan wel
                                    misbruik van de elektronische communicatiemiddelen wordt zo
                                    beperkt mogelijk gehouden, in die zin dat deze in redelijke
                                    verhouding staat tot het doel waarvoor deze wordt aangewend.
                                    Bovendien vindt de controle in beginsel geanonimiseerd en
                                    slechts steekproefsgewijs plaats.</al></li><li nr="c."><al>Controle in het kader van het beveiligen van het systeem en het
                                    netwerk voor het tegengaan van virussen en andere schadelijke
                                    programma’s vindt op geautomatiseerde wijze plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Controle vindt plaats op het niveau van getotaliseerde gegevens die niet
                            herleidbaar zijn tot individuele personen. Indien een medewerker of een
                            groep medewerkers wordt verdacht van het overtreden van regels, kan
                            gedurende een vastgestelde (korte) periode gerichte controle
                            plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Controle beperkt zich tot verkeersgegevens van het gebruik van de
                            elektronische communicatiemiddelen. Alleen bij zwaarwegende redenen
                            vindt controle op de inhoud plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de elektronische
                            communicatiemiddelen wordt zo veel mogelijk softwarematig onmogelijk
                            gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien geconstateerd wordt dat een medewerker dit privacyreglement
                            overtreedt, wordt hij daarop zo spoedig mogelijk ter verantwoording
                            geroepen door de verantwoordelijke.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen door leden van de
                            ondernemingsraad, leden van het georganiseerd overleg in
                            ambtenarenzaken, bedrijfsartsen en andere medewerkers met een
                            vertrouwensfunctie zijn in beginsel uitgesloten van controle als bedoeld
                            in het eerste lid, aanhef en onder a en b. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bewaring en verwijdering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Persoonsgegevens, gerelateerd aan de elektronische communicatiemiddelen,
                            worden maximaal zes maanden bewaard ten behoeve van de verantwoordelijke
                            zijn beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gegevens die ouder zijn dan zes maanden worden automatisch verwijderd,
                            tenzij er bijzondere redenen zijn, bijvoorbeeld een zwaarwegend
                            vermoeden van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de elektronische
                            communicatiemiddelen, om de gegevens langer te bewaren. Dat moet dan
                            expliciet kunnen worden gemaakt en worden gemeld aan het Cbp.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de systeembeheerder om technische redenen persoonsgegevens,
                            gerelateerd aan de elektronische communicatiemiddelen, niet kan
                            verwijderen, wordt onder verwijderen verstaan het niet meer verstrekken
                            van deze gegevens voor de in artikel 3 geformuleerde doeleinden en
                            indien mogelijk afdoende afschermen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Rechten van de medewerker</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de medewerker die daarom aan verantwoordelijke verzoekt wordt een
                            overzicht verschaft van de hem betreffende persoonsgegevens die worden
                            verwerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker kan de verantwoordelijke verzoeken zijn persoonsgegevens
                            te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien
                            deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de
                            verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins
                            in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek
                            bevat de aan te brengen wijzigingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verantwoordelijke bericht de verzoeker binnen vier weken na ontvangst
                            van het in het tweede lid genoemde verzoek schriftelijk of, dan wel in
                            hoeverre, hij daaraan voldoet. Een weigering is met redenen omkleed. Een
                            beslissing op een verzoek geldt als een besluit in de zin van artikel
                            1:3 Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verantwoordelijke draagt er zorg voor dat een beslissing tot
                            verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk
                            wordt uitgevoerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Sancties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van dit privacyreglement kan voor werknemers in dienst van
                            de gemeente resulteren in disciplinaire maatregelen of ontslag als
                            disciplinaire straf als bedoeld in de Collectieve
                            arbeidsvoorwaardenregeling voor de sector gemeenten (CAR) en de
                            Uitwerkingsovereenkomst (UWO).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van dit privacyreglement kan voor personen die betaalde of
                            niet-betaalde werkzaamheden voor de gemeente verrichten, anders dan in
                            ambtelijk dienstverband, resulteren in maatregelen waardoor deze
                            personen, al dan niet tijdelijk, geen beschikking meer hebben over (een
                            deel van) de elektronische communicatiemiddelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In gevallen waarin dit privacyreglement niet voorziet of bij twijfel
                            omtrent de toepassing van dit privacyreglement, beslist de
                            verantwoordelijke.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verantwoordelijke kan artikel 9 buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken, voor zover toepassing, gelet op het belang van de doelstelling
                            van dit reglement, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement wordt aangehaald als “Privacyreglement e-mail en
                                internetgebruik gemeente Vlissingen”</al></li><li nr="2."><al>De verantwoordelijke stelt dit privacyreglement vooraf ter
                                beschikking aan alle medewerkers die, direct of indirect, de
                                beschikking krijgen over elektronische communicatiemiddelen.</al></li><li nr="3."><al>Dit privacyreglement treedt in werking op 1 januari 2009.</al></li><li nr="4."><al>De verantwoordelijke en de ondernemingsraad evalueren dit
                                privacyreglement tweejaarlijks en wel voor de eerste keer per 1
                                januari 2011.</al></li></lijst><al/><al>Aldus vastgesteld op 22 juli 2008.</al><al>Burgemeester en wethouders van Vlissingen,</al><al>de secretaris, de burgemeester, </al><al>mr. C.M.de Graaf, l.s. drs. W.J.A. Dijkstra</al><al/><al><vet>Algemene t</vet><vet>oelichting</vet></al><al>Binnen de gemeente Vlissingen wordt veel gebruikgemaakt van e-mail en
                        internet. Om het gebruik van e-mail en internet in goede banen te leiden,
                        kunnen gedragscodes en gebruiksregels worden opgesteld die door middel van
                        controle worden gehandhaafd. Uit recent onderzoek naar vijf jaar rechtspraak
                        over e-mail- of internetmisbruik blijkt dat de aanwezigheid van een
                        gedragscode zeer relevant is. Het is voor de gemeente dan ook zaak daarover
                        een duidelijk beleid te voeren. Elektronische controle van computergebruik
                        raakt echter het terrein van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
                        van de medewerker. Op het controleren van het gebruik van e-mail en internet
                        op de werkplek is daarom de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) van
                        toepassing die op 1 september 2001 in werking is getreden. Het controleren
                        van e-mail- en internetgebruik is een zogenaamd personeelvolgsysteem. Voor
                        de invoering van een personeelvolgsysteem en een privacyreglement is op
                        grond van artikel 27, eerste lid, onder k en l, van de Wet op de
                        ondernemingsraden, de instemming van de ondernemingsraad (OR) vereist. Dit
                        geldt ook voor een eventuele latere wijziging of bij intrekking van het
                        reglement. Na instemming van de OR kan het reglement op de voor gemeenten
                        gebruikelijke wijze worden vastgesteld en ingevoerd. Een verantwoordelijke
                        is verplicht om de verwerking van persoonsgegevens te melden bij het College
                        bescherming persoonsgegevens (Cbp) voordat hij begint met de verwerking. In
                        het zogenaamde Vrijstellingsbesluit staan eisen geformuleerd waaraan de
                        verwerkingen moeten voldoen, wil de vrijstelling van de meldingsverplichting
                        daadwerkelijk gelden. Op basis van het Vrijstellingsbesluit valt controle op
                        het gebruik van e-mail en internet onder de vrijstelling mits voldaan wordt
                        aan de vereisten van het Vrijstellingsbesluit. </al><al>Deze vereisten houden in dat geen andere persoonsgegevens worden verwerkt
                        dan: </al><lijst><li nr="1."><al>gegevens ten behoeve van identificatie van en communicatie (username
                                en toegangscode) met de gebruikers binnen het netwerk;</al></li><li nr="2."><al>gegevens met betrekking tot bevoegdheden van de gebruikers en de
                                netwerkbeheerders met het oog op de aangeboden faciliteiten en
                                diensten van het netwerk;</al></li><li nr="3."><al>gegevens met betrekking tot de verrichtingen van de gebruikers en
                                netwerkbeheerders en</al></li><li nr="4."><al>gegevens met betrekking tot elektronische berichten van of voor de
                                gebruikers. </al></li></lijst><al>Daarnaast geldt dat de persoonsgegevens slechts worden verstrekt aan degenen
                        die belast zijn met de interne controle en beveiliging (de doeleinden van de
                        verwerking), met dien verstande dat verstrekking aan derden slechts
                        geschiedt met het oog op het behandelen van geschillen. Bovendien dienen de
                        persoonsgegevens uiterlijk zes maanden nadat ze zijn verkregen te worden
                        verwijderd. Ten slotte geldt dat de OR aan de controle instemming heeft
                        verleend. Het privacyreglement is qua opzet conform de Raamregeling van het
                        Cbp. Tevens is het aangepast aan de actuele ontwikkelingen en relevante
                        jurisprudentie. Het Cbp heeft aangegeven dat naar zijn oordeel het
                        privacyreglement in overeenstemming is met het rapport Goed werken in
                        netwerken van het Cbp en de daarin opgenomen vuistregels voor controle op
                        het gebruik van e-mail en internet van werknemers en daarom niet strijdig is
                        met de huidige privacywetgeving. </al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 1 </onderstreept><onderstreept>
                    Definities</onderstreept></al><al>De begrippen zoals die in het privacyreglement voorkomen worden hier
                    gedefinieerd. Voor de omschrijving van begrippen is waar mogelijk aangesloten
                    bij de bewoording die wordt gebruikt in de WBP. De WBP is van toepassing als er
                    sprake is van verwerking van persoonsgegevens. Gegevens met betrekking tot het
                    e-mail- en internetgebruik van medewerkers zijn in het algemeen te kwalificeren
                    als persoonsgegevens. IP-adressen zijn in combinatie met de username en het
                    password te herleiden tot een bepaalde gebruiker. De daaraan verbonden bestanden
                    zijn aldus herleidbaar tot een medewerker. De verkeersgegevens geven inzicht in
                    de afzender, de bestemming, de datum en de tijd van het bericht of van het
                    internetgebruik. Ook de inhoud van het e-mailbericht is een persoonsgegeven als
                    de werkgever dit tot zijn beschikking heeft om bijvoorbeeld te controleren of
                    een medewerker de regels in het privacyreglement nakomt. De WBP hanteert een
                    ruime definitie voor het begrip ‘verwerking’: het gehele proces van verzamelen
                    tot aan vernietigen van gegevens. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 2 </onderstreept><onderstreept>
                    Reikwijdte</onderstreept></al><al>Het privacyreglement is van toepassing op het verwerken van persoonsgegevens
                    inzake het gebruik van e-mail en internetfaciliteiten. Het privacyreglement
                    geldt voor alle medewerkers van de gemeente: ambtenaren en personen die (betaald
                    of niet-betaald) werkzaamheden voor de gemeente verrichten, anders dan in
                    ambtelijk dienstverband. Het privacyreglement is (in deze vorm) niet van
                    toepassing op politieke ambtsdragers. </al><al><cursief>Telewerken</cursief></al><al>Indien de werknemer vanuit zijn eigen huis inlogt op het computersysteem van het
                    werk (telewerken), dan vormt de controle door de werkgever op het gebruik door
                    de werknemer van de elektronische communicatiemiddelen een extra probleem. Voor
                    zover de werknemer uitsluitend ten behoeve van het werk inlogt, zijn de regels
                    in dit privacyreglement van overeenkomstige toepassing. De computer van de
                    werknemer thuis maakt dan immers logisch gezien deel uit van het computernetwerk
                    van de werkgever en de werknemer bevindt zich in een situatie waarin ook de
                    gezagsbevoegdheid van de werkgever geldt. Dit ligt anders als de werknemer het
                    bedrijfsaccount voor privé-doeleinden kan en mag gebruiken (om privé-e-mail te
                    versturen of in zijn eigen tijd internetsites te bezoeken). Voor het vastleggen
                    van gegevens van hetgeen de werknemer privé doet, is geen grond. Indien ook zijn
                    gezinsleden van de faciliteiten gebruik mogen maken, geldt dit helemaal. De
                    werkgever heeft met hen immers geen arbeidsrelatie waarin hij zijn gezag kan
                    uitoefenen. Zijn positie is in deze situatie vergelijkbaar met een Internet
                    Service Provider. De werkgever dient hiermee rekening te houden bij het opzetten
                    en de uitvoering van het telewerkbeleid. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 3 </onderstreept><onderstreept>
                    Doeleinden</onderstreept></al><al>De WBP bepaalt dat gegevens in overeenstemming met de wet en op een behoorlijke
                    en zorgvuldige wijze moeten worden verwerkt (artikel 6 WBP). Dit voorschrift
                    geldt in zoverre als de privacyrechtelijke evenknie van de arbeidsrechtelijke
                    norm van goed werkgeverschap. Persoonsgegevens mogen voorts slechts voor
                    welbepaalde, duidelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verwerkt
                    (artikel 7 WBP). Deze doelomschrijving moet nauwkeurig en zo volledig mogelijk
                    zijn (zie ook artikel 4, eerste lid privacyreglement). In overleg moet worden
                    vastgesteld welke doeleinden voor controle van e-mail- en internetgebruik
                    noodzakelijk zijn voor de eigen organisatie. Controle via volgsystemen is dus
                    alleen toegestaan indien het doel van de controle vooraf is bepaald. </al><al>Als grondslag van de controle wordt gerechtvaardigd belang van de organisatie
                    aangewezen (artikel 8, onder sub f WBP). De privacybelangen van de medewerkers
                    worden hierbij meegewogen. De aard, omvang en vorm van de controlemaatregelen
                    dienen in een redelijke verhouding tot het doel van de controle te staan
                    (proportionaliteit), (zie ook artikel 6, eerste lid, onder sub b en de
                    toelichting). Tevens geldt dat de gebruikte controlemiddelen niet meer inbreuk
                    mogen maken op de belangen van de medewerker dan strikt noodzakelijk is
                    (subsidiariteit). In het privacyreglement zijn drie doeleinden geformuleerd.
                    Controle van e-mail en controle op het internetgebruik is niet verboden. De
                    werkgever is bevoegd om op basis van zijn gezagsbevoegdheid voorwaarden te
                    stellen aan het gebruik van e-mail- en internetfaciliteiten of bepaalde soorten
                    gebruik te verbieden. De werkgever heeft de doeleinden bepaald waarvoor hij
                    controle noodzakelijk acht (doelbinding). </al><al>Wanneer de verwerking van persoonsgegevens inzake het gebruik van de
                    elektronische communicatiemiddelen plaatsvindt met het oog op de begeleiding en
                    individuele beoordeling van medewerkers zal dat vooraf worden afgesproken met en
                    bekend worden gemaakt aan de betreffende medewerker.</al><al><onderstreept>Artikel 4 </onderstreept><onderstreept> Verantwoordelijkheden en
                        beheer</onderstreept></al><al><cursief>Artikel 4, eerste lid</cursief></al><al>Op de werkgever wordt geen absolute verplichting gelegd. Een garantie voor de
                    juistheid van gegevens kan van de werkgever niet worden gevergd. De juistheid
                    van de gegevens wordt mede bepaald door de context waarin ze worden gebruikt.
                    Met ‘nodige’ maatregelen wordt uitgedrukt dat alle maatregelen moeten worden
                    getroffen die in redelijkheid kunnen worden gevergd. De redelijkheid stelt
                    daarbij, afhankelijk van bijvoorbeeld de soort gegevens die onderwerp van
                    verwerking zijn, de stand van de techniek en de kosten die met de maatregelen
                    gepaard gaan, grenzen aan de te nemen maatregelen. </al><al><cursief>Artikel 4, tweede lid</cursief></al><al>Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de
                    kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau gelet op de
                    risico’s die de verwerking en de aard van te beschermen gegevens met zich
                    meebrengen. De maatregelen zijn er mede op gericht onnodige verzameling en
                    verdere verwerking van persoonsgegevens te voorkomen. <cursief>Artikel 4, derde
                        lid</cursief>Een of meer systeembeheerders zijn met het beheer van
                    de bestanden belast. De systeembeheerder heeft uit hoofde van zijn functie
                    toegang tot alle gegevens in het computernetwerk. De functie van
                    systeembeheerder dient met de nodige waarborgen te worden omgeven. De
                    systeembeheerder moet zich ervan bewust zijn dat hij gegevens die hij tijdens
                    zijn werk tegenkomt, geheim dient te houden. Die verplichting lijdt uitzondering
                    indien enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak
                    de noodzaak tot mededeling voortvloeit. De systeembeheerder is uiteraard in
                    beginsel niet bevoegd tot het lezen van documenten of e-mail of het meekijken
                    met het internetgebruik van de medewerkers zonder dat daar een bijzondere
                    aanleiding voor is. De systeembeheerder dient tegenover het management een
                    zekere onafhankelijkheid te hebben. Er moet dus een heldere procedure te bestaan
                    over wie in welke gevallen de systeembeheerder opdracht kan geven om bepaalde
                    zaken op het netwerk nader te controleren of daarover informatie te verschaffen.
                        <cursief>Back-ups</cursief> In het kader van zorgvuldigheid worden
                    regelmatig back-ups van de systemen gemaakt die in geval van calamiteiten
                    eenvoudig kunnen worden teruggezet. Dit betekent dat van logbestanden en andere
                    gegevens over het e-mail- en internetgedrag van medewerkers een back-up wordt
                    gemaakt. De werkgever moet zich ervan bewust zijn dat onzorgvuldig of onbevoegd
                    gebruik van deze back-ups even schadelijk kan zijn voor de persoonlijke
                    levenssfeer van de medewerker als onzorgvuldig of onbevoegd gebruik van het
                    actuele systeem. Back-ups worden daarom op een veilige plaats bewaard. Nadat
                    gegevens zijn aangepast moet zo snel mogelijk een nieuwe back-up gemaakt worden
                    en moeten oude versies worden vernietigd, zodat de gegevens niet na een
                    eventuele terugplaatsing van een back-up nogmaals moeten worden aangepast.
                    </al><al/><al><onderstreept>Artikel 5 </onderstreept><onderstreept> Gebruik elektronische
                        communicatiemiddelen</onderstreept></al><al>In het privacyreglement worden gedragsregels opgenomen over wat er in de
                    organisatie onder verantwoord e-mail- en internetgebruik wordt verstaan: </al><lijst><li nr="·"><al>Medewerkers zijn verantwoordelijk voor een zorgvuldige afhandeling van
                            elektronische berichten. </al></li><li nr="·"><al>Medewerkers moeten minimaal twee keer per dag hun postbus met
                            elektronische berichten controleren.</al></li><li nr="·"><al>Medewerkers dienen bij afwezigheid in GroupWise een afwezigheidbericht
                            te activeren. In geval van ziekte of langdurige afwezigheid wordt aan de
                            systeembeheerder opdracht gegeven het afwezigheidbericht te
                            activeren.</al></li><li nr="·"><al>Het doen van financiële transacties zoals aankopen of bestellingen op
                            ‘internetwinkelsites’ is verboden.</al></li><li nr="·"><al>Het verzenden of opvragen dan wel downloaden van videobanden,
                            audiobestanden of filmbanden zonder voorafgaand overleg met de
                            systeembeheerder(s) is verboden.</al></li><li nr="·"><al>Streaming van audio- of videobestanden zonder voorafgaand overleg met de
                            systeembeheerder(s) is verboden. (N.B. streaming is een techniek,
                            waarbij een audio- of videobestand via een netwerk beluisterd of bekeken
                            kan worden, terwijl het bestand wordt geladen. Bij streaming worden de
                            data van het bestand in gecomprimeerde vorm als een continue stroom
                            verstuurd en afgespeeld).</al></li><li nr="·"><al>Het installeren van programmatuur is verboden. </al></li></lijst><al>Een totaal verbod van privé-gebruik van de elektronische communicatiemiddelen is
                    niet mogelijk. Er is een duidelijke uitspraak gedaan over de huidige
                    ‘privétisering’ van de werkplek. Dat houdt in dat een bepaalde mate van
                    niet-zakelijk e-mail- en internetgebruik onder werktijd niet kan worden
                    verboden. (Kantonrechter Haarlem, 16 juni 2000, Jurisprudentie Arbeidsrecht
                    2000, 170). De werkgever kan wel beperkende voorwaarden opstellen aan het
                    persoonlijk gebruik van de elektronische communicatiemiddelen. </al><tussenkop>Artikel 5, derde lid</tussenkop><al> Het is medewerkers niet toegestaan met behulp van de e-mailfaciliteiten
                    illegale software te verzenden of op te vragen dan wel bestanden zonder
                    voorafgaand overleg met de systeembeheerder(s) te verzenden of op te vragen
                    waarvan medewerker redelijkerwijs moet aannemen dat deze te omvangrijk zijn.
                    Onder het laatste moet een zodanig omvang worden verstaan dat de postbus van de
                    medewerker als gevolg daarvan de grens van de maximale capaciteit bereikt of
                    overschrijdt. </al><al><onderstreept>Artikel 6 </onderstreept><onderstreept>
                    Controle</onderstreept></al><al><cursief>Artikel 6, eerste lid, onder sub a</cursief></al><al>De bepalingen over ‘vastlegging’ en ‘persoonsgegevens’ zijn - voor zover
                    noodzakelijk - opgenomen in artikel 6. In de toelichting bij artikel 6 is
                    opgenomen aan wie binnen de organisatie overzichten worden verstrekt in verband
                    met de diverse doeleinden van de gegevensverwerking. In verband met het
                    doeleinde in artikel 3, onder a, worden vastgelegde gegevens (na bewerking)
                    verstrekt aan de coördinator I&amp;A voor het verkrijgen van inzicht in de mate
                    van gebruik van de elektronische communicatiemiddelen. Voor het verkrijgen van
                    inzicht in de mate van gebruik van de elektronische communicatiemiddelen zal in
                    het kader van kosten- en capaciteitsbeheersing de controle beperkt kunnen
                    blijven tot verkeersgegevens. Kennisneming van de inhoud is dan niet
                    noodzakelijk. Het is echter ook mogelijk dat de verantwoordelijke inzicht wil
                    hebben in de meest bezochte internetsites, bijvoorbeeld in de vorm van een top
                    tien. Daarvoor zal wel kennis moeten worden genomen van inhoudelijke gegevens.
                    Indien uit een evaluatie van de regeling blijkt dat dit wenselijk is zal het
                    eerste lid, onder sub a, worden aangepast. </al><al><cursief>Artikel 6, eerste lid, onder sub b</cursief></al><al>De genomen maatregelen dienen in redelijke verhouding te staan tot de belangen
                    van de medewerker en de gebruikte middelen mogen niet een verdergaande inbreuk
                    maken op die belangen dan strikt noodzakelijk is (proportionaliteit en
                    subsidiariteit). Steeds zal hiertoe een belangenafweging moeten plaatsvinden.
                    Het doel rechtvaardigt dus niet een continue controle en de daarmee gepaard
                    gaande verregaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de werknemer.
                    Controle op naleving zal daarom steekproefsgewijs geschieden. Indien de
                    verantwoordelijke gebruik gaat maken van content filtering, zal dit expliciet in
                    het privacyreglement of in de toelichting worden opgenomen. </al><al><cursief>Artikel 6, eerste lid, onder sub c</cursief></al><al>Vanuit beveiligingsoogpunt is het noodzakelijk om e-mail- en internetgebruik te
                    controleren. Het kan dan gaan om het tegengaan van systeemaanvallen door
                    virussen, trojans of andere schadelijke programma’s. Dat gebeurt door middel van
                    een geheel geautomatiseerde controle van de inkomende berichten (inclusief
                    bijlagen). Indien een besmet bericht gevonden wordt, wordt dit op een aparte
                    locatie bewaard voor nader onderzoek en eventuele herstelwerkzaamheden.
                    Uiteraard wordt hierbij geen onderscheid gemaakt in zakelijke en privé-mail. Ook
                    vindt een geautomatiseerde controle van de inkomende internetcontent plaats.
                    Indien het voor de inhoud van de functie van de medewerkers niet noodzakelijk is
                    dat zij steeds toegang hebben tot internet, kan dit doel eenvoudig bereikt
                    worden door de toegang aan te bieden op aparte computers die niet aan het
                    interne netwerk zijn verbonden. </al><al><cursief>Artikel 6, eerste lid, onder sub d</cursief></al><al>De controle bij de doeleinden wordt als volgt beschreven.</al><al>begeleiding en/of individuele beoordelingen: in het kader van begeleiding en/of
                    individuele beoordelingen vindt er steekproefsgewijs controle plaats van
                    zakelijke e-mailberichten zoals overeengekomen met de individuele
                    medewerker;</al><al>bewijs en archivering: conform de regels draagt de verantwoordelijke zorg voor
                    het maken van een kopie van de zakelijke e-mailberichten met als doel bewijs
                    en/of archivering;</al><al>bescherming van onder geheimhouding vallende of niet-openbare informatie:
                    controle op het openbaar maken c.q. laten uitlekken van deze informatie vindt
                    steekproefsgewijs plaats. Een verdacht bericht wordt apart gezet voor nader
                    onderzoek. Onderscheid tussen privé- en zakelijk e-mail is niet van belang. </al><al/><al><cursief>Artikel 6, tweede lid</cursief></al><al>Het is in het algemeen niet noodzakelijk om aan de verantwoordelijke rapportages
                    en gebruiksstatistieken van het e-mail- en internetgebruik van de medewerkers op
                    persoonsniveau te verstrekken. De gegevens in de rapportages en statistieken
                    zullen dus meestal ontdaan kunnen worden van hun identificerende kenmerken.
                    Alleen als er concrete verdenkingen bestaan tegen een bepaalde medewerker, is
                    rapportage op persoonsniveau noodzakelijk en dan ook toegestaan. Individueel
                    volgen van een medewerker wordt na afloop aan de medewerker gemeld met
                    vermelding van de redenen daartoe en de resultaten van het volgen.
                    </al><al><cursief>Artikel 6, derde lid</cursief></al><al>De controle van de elektronische communicatiemiddelen is beperkt tot de
                    verkeersgegevens. Dit zijn gegevens met betrekking tot datum, tijd, hoeveelheid
                    en omvang. Slechts bij zwaarwegende redenen wordt inhoudelijk gecontroleerd.
                    Individueel volgen van een medewerker wordt na afloop aan de medewerker gemeld
                    met vermelding van de redenen daartoe en de resultaten van het volgen.
                    </al><al><cursief>Artikel 6, vierde lid</cursief></al><al>Onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de elektronische communicatiemiddelen
                    kan worden ingebouwd in de software die wordt gebruikt om te e-mailen of te
                    internetten. Wanneer daartoe wordt overgegaan kan dat door content filtering
                    (scannen van berichten of bestanden op verboden woorden, extensies,
                    beeldmateriaal), door het afsluiten van websites of nieuwsgroepen, het stoppen
                    van de doorgifte, etc. Overtreding van het privacyreglement wordt dan feitelijk
                    vrijwel onmogelijk gemaakt en er is geen grond meer voor actieve controle en
                    logging op het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen. Ook is het
                    mogelijk om toepassingen volledig af te sluiten door de daarvoor benodigde
                    software zelf niet aan te bieden. </al><al><cursief>Artikel 6, vijfde lid</cursief></al><al>Een bepaalde tijd voor opbouw van het dossier is toegestaan, indien de
                    omstandigheden daartoe aanleiding geven. Een medewerker die in strijd handelt
                    met het privacyreglement wordt eerst schriftelijk door de verantwoordelijke
                    gewaarschuwd. Continuering van dit gedrag heeft rechtspositionele gevolgen. Dit
                    gedrag wordt beschouwd als plichtsverzuim.</al><al><cursief>Artikel 6, zesde lid</cursief></al><al>Deze bepaling betreft de communicatie per e-mail van leden van de OR ten behoeve
                    van hun OR-werkzaamheden. Op grond van artikel 17 Wet Ondernemingsraden (WOR)
                    hebben zij het recht om onderling te overleggen met gebruik van voorzieningen
                    waarover het OR-lid als zodanig kan beschikken. De wetsgeschiedenis van artikel
                    17 WOR maakt helder dat tussen de OR en de werkgever geen gezagsrelatie bestaat.
                    De werkgever kan zijn gezagsbevoegdheid dus niet aanwenden om het e-mailgebruik
                    van OR-leden in functie te controleren. Dit betekent dat op e-mail van, aan en
                    tussen OR-leden in functie de algemene wettelijke regels omtrent vertrouwelijke
                    communicatie van toepassing zijn. In het LOGA d.d. 23 december 2004 is
                    geconcludeerd dat GO-leden (GO: Georganiseerd Overleg) zich in een soortgelijke
                    positie bevinden. Om die reden is besloten de gedragslijn voor OR-leden ook te
                    hanteren voor GO-leden. Daarmee is dit soort e-mail geprivilegieerd en mag de
                    werkgever er in beginsel geen kennis van nemen. Het betreft hier echter geen
                    absoluut verbod. Er kan van worden afgeweken in bepaalde situaties van
                    plichtsverzuim, zoals geregeld in artikel 16:1:1, tweede lid van de
                    Uitwerkingsovereenkomst (UWO), waarbij men bijvoorbeeld kan denken aan het
                    lekken van geheime c.q. vertrouwelijke stukken. Daarnaast ziet deze bepaling ook
                    toe op het gebruik van internet. Het Cbp heeft de VNG in een brief d.d. 22
                    september 2004 laten weten dat artikel 6, zesde lid niet alleen geldt voor het
                    gebruik van e-mailfaciliteiten, maar ook voor internetgebruik. Dit standpunt van
                    het Cbp heeft de VNG in haar privacyreglement verwerkt, maar is nog niet
                    opgenomen in de ‘Raamregeling voor het gebruik van e-mail en internet’ van het
                    Cbp. </al><tussenkop>Jurisprudentie</tussenkop><al>·Privacy en het opnemen van telefoongesprekken. De Centrale Raad van Beroep is
                    onlangs ingegaan op de privacy van telefoongesprekken die zijn gevoerd vanaf de
                    werkplek. Het betrof een medewerker van een telefooncentrale tegen wie een
                    disciplinair onderzoek was opgestart over de gesprekken die hij vanuit de
                    centrale had gevoerd met medewerkers in de surveillancedienst. De
                    surveillancemedewerkers hebben moedwillig het rayon verlaten en het onderzoek
                    was er onder andere op gericht na te gaan of de centralist hen hierin had
                    aangemoedigd. Ook waren er badinerende opmerkingen gemaakt over collega’s en
                    discriminerende opmerkingen over allochtonen. De werkgever wilde de rol van
                    betrokkene hierin vaststellen. De Centrale Raad wijst erop dat de geluidsopnamen
                    van de betreffende gesprekken zijn aan te merken als persoonsgegevens in de zin
                    van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het bevoegd gezag mocht voor het
                    disciplinair onderzoek gebruik maken van deze opnamen. De centralisten waren er
                    immers mee bekend dat alle door hen vanaf de meldkamer gevoerde gesprekken
                    werden opgenomen en dat deze konden worden uitgeluisterd onder meer om bij
                    vragen of klachten te kunnen nagaan of zij juist hebben gehandeld. In dit geval
                    was sprake van een serieus vermoeden van ernstig plichtsverzuim, hetgeen
                    kwalificeert als een “niet onverenigbaar gebruik” als bedoeld in artikel 9 van
                    de Wbp. Uitluisteren van de opnamen was noodzakelijk om de omvang en de ernst
                    van het plichtsverzuim en het aandeel van ieder van de centralisten daarin vast
                    te stellen. Bovendien was het uitluisteren in dit geval beperkt tot de uren
                    waarin de uitstapjes buiten het rayon hadden plaatsgevonden. Tenslotte overweegt
                    de Centrale Raad dat het beluisteren van de opnamen niet alleen belastend
                    materiaal voor de in deze zaak betrokken centralist heeft opgeleverd, maar
                    tevens op onderdelen ontlastend. CRvB 15 januari 2009,
                        <onderstreept>www.rechtspraak.nl</onderstreept> : LJN: BH1794</al><al><onderstreept>Artikel 7 </onderstreept><onderstreept> Bewaring en
                        verwijdering</onderstreept></al><al><cursief>Artikel 7, eerste lid</cursief></al><al>Het is in het algemeen niet nodig om de persoonsgegevens lang te bewaren. De
                    standaardtermijn is daarom zes maanden. In het geval van een zwaarwegend
                    vermoeden van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van elektronische
                    communicatiemiddelen, worden de gegevens uit die zes maanden bewaard, zolang dit
                    in het kader van nader onderzoek en eventueel te treffen maatregelen jegens een
                    medewerker noodzakelijk is. Zodra een nader onderzoek is afgerond en dit niet
                    leidt tot maatregelen jegens een medewerker worden de gegevens verwijderd. </al><al> In relatie tot de termijn gedurende welke persoonsgegevens mogen worden
                    bewaard, kan het volgende worden opgemerkt. De termijn gedurende welke de in
                    archiefbescheiden opgenomen persoonsgegevens mogen worden bewaard, is in
                    beginsel onbepaald. Deze onbepaalde termijn houdt direct verband met het
                    doeleinde waarvoor de gegevens worden bewaard: behoud van (een deel van) het
                    Nederlandse culturele erfgoed. </al><al><cursief>Artikel 7, tweede lid</cursief></al><al>Bepaalde gegevens kunnen soms om technische redenen niet worden verwijderd. Van
                    het e-mailsysteem worden bijvoorbeeld back-ups gemaakt die in geval van nood
                    teruggezet kunnen worden. Deze back-ups kunnen niet zonder meer gewist worden.
                    Het is ook niet mogelijk om binnen een dergelijke back-up een individueel
                    e-mailbericht te verwijderen. De bedoelde gegevens mogen in deze gevallen niet
                    meer worden verstrekt (verwerkt).</al><al/><al><onderstreept>Artikel 8 </onderstreept><onderstreept> Rechten van de
                        medewerker</onderstreept></al><al>In artikel 8 worden de rechten van de medewerkers bij het verwerken van
                    persoonsgegevens behandeld. Transparantie is een belangrijk beginsel voor
                    privacybescherming. De informatieplicht is gebaseerd op de artikelen 33 en 34
                    WBP. </al><tussenkop>Artikel 9 Sancties</tussenkop><al> De toevoeging is voor alle zekerheid opgenomen, zie ook uitspraak d.d. 8 juni
                    2004 van de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep over
                    internetmisbruik door een ambtenaar van een gemeente (Zie LJN-nummer: AP9387).
                    De rechtbank oordeelde in eerdere instantie dat het strafontslag niet evenredig
                    was aan de aard en ernst van het plichtsverzuim. Bovendien was de ambtenaar van
                    tevoren niet gewaarschuwd dat dergelijk gedrag tot de zwaarst mogelijke
                    disciplinaire maatregel zou kunnen leiden. De gemeente tekende hoger beroep aan
                    en diende tevens een schorsingsverzoek in bij de voorzieningenrechter van de
                    Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde: ‘met de gemeente is de
                    voorzieningenrechter van oordeel dat het feit dat in het e-mail- en
                    internetprotocol van de gemeente niet is opgenomen dat gedragingen als de
                    onderhavige voor de betrokken ambtenaar tot de zwaarst mogelijke disciplinaire
                    maatregel kunnen leiden, niet met zich brengt dat gemeente niet bevoegd is een
                    dergelijke straf op te leggen. De gemeente is immers op grond van het ARG
                    bevoegd een ambtenaar disciplinair te straffen wanneer deze iets doet wat een
                    goed ambtenaar behoort na te laten.’ Tegen het opleggen van disciplinaire
                    maatregelen/straffen kan op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                    bezwaar en beroep worden aangetekend. Het tweede lid kan eventueel nader worden
                    ingevuld. Als voorbeeld kan worden genoemd het ontbinden van de overeenkomst en
                    het geven van een waarschuwing. </al><tussenkop><onderstreept>Artikel 10 Onvoorziene omstandigheden
                    </onderstreept></tussenkop><al>Het eerste lid bepaalt dat de verantwoordelijke beslist bij onvoorziene
                    omstandigheden. Dit behoeft geen nadere uitleg. </al><al>Het tweede lid bevat de zogeheten hardheidsclausule. Een hardheidsclausule
                    regelt, dat wanneer de toepassing van de regeling zou leiden tot
                        <cursief>‘onbillijkheden van overwegende aard’</cursief>, mag worden
                    afgeweken van de regeling of van onderdelen ervan. Een dergelijke bepaling moet
                    terughoudend worden toegepast. Wanneer zich regelmatig situaties voordoen
                    waarbij toepassing van deze clausule in de rede ligt, verdient het aanbeveling
                    de regeling zelf te wijzigen en zodoende op deze situaties toe te snijden. De
                    hardheidsclausule is opgenomen omdat er aanleiding is te verwachten dat, gelet
                    op het doel en de strekking van het privacyreglement , de toepassing ervan kan
                    leiden tot onbillijkheden van overwegende aard in niet precies te voorziene
                    gevallen of groepen van gevallen. In de hardheidsclausule is zo concreet en
                    nauwkeurig mogelijk aangegeven op welke onderdelen het privacyreglement deze van
                    toepassing is. </al><tussenkop>Artikel 11 Slotbepalingen</tussenkop><al>Het privacyreglement moet helder naar de medewerkers worden gecommuniceerd. De
                    medewerkers moeten weten wat verboden is en wat is toegestaan, dat controle
                    mogelijk is, op welke manier die controle geschiedt en wat de consequenties zijn
                    bij overtreding van het privacyreglement. Het reglement kan bijvoorbeeld naast
                    verstrekking op papier, tevens op het beeldscherm van medewerkers worden
                    gepresenteerd tijdens het opstarten van het systeem of van het programma. Op die
                    manier is verzekerd dat de medewerkers zich bewust zijn van het
                    privacyreglement. De wijze waarop de evaluatie plaatsvindt geschiedt in overleg
                    met de ondernemingsraad (onder meer wat wordt geëvalueerd, criteria enz).
                    Elektronische controle van computergebruik raakt het terrein van de bescherming
                    van de persoonlijke levenssfeer van de medewerker. Op het controleren van het
                    gebruik van e-mail en internet op de werkplek is daarom de Wet bescherming
                    persoonsgegevens van toepassing, die op 1 september 2001 in werking is getreden. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>