<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22491_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Vlissingen 1992</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-02-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, VI.02</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Vlissingen 1992</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, artikel 2a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, art. 87</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-11-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-04-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1,3,4,9,11</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>(Aanwijzings)besluit met betrekking tot het betaald- en vergunningen parkeren 2010 tot en met 2014.</al><al>Kaart geldingsgebied zoals bedoeld in art. 2</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Het overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen is mogelijk niet compleet. Er kunnen wijzigingen ontbreken tussen het ontstaan van de regeling en de eerst opgenomen wijziging daarvan.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Vlissingen 1992</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990, Stb.459;</al></li><li nr="b."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990
                                    inclusief brommobielen;</al></li><li nr="c."><al>voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het
                                    Wegenverkeersreglement (Stb. 1950, K377), met dien verstande dat
                                    fietsers en bromfietsen niet als voertuigen worden
                                    beschouwd;</al></li><li nr="d."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Vlissingen;</al></li><li nr="e."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="f."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (Stb.1935,554) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeerders en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="h."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="i."><al>belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990,
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="j."><al>vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al><al> dagkraskaarten en kraskaarten met een beperkte parkeerduur
                                    worden gelijkgesteld met een vergunning.</al></li><li nr="k."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend.</al></li><li nr="l."><al>het gereguleerd</al><al> parkeergebied: het gebied zoals is aangegeven op de bij deze
                                    verordening behorende bijlage 1.</al></li><li nr="m."><al>bedrijven: rechtspersonen, ondernemingen of daarmee gelijk te
                                    stellen beroepsactiviteiten, waaronder dienstverlening en
                                    vrijgestelde beroepen</al></li></lijst><al>(gewijz. rdsb. 25-05-2000 nr. 2-2; 22-10-2009, nr. 8.1)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten of
                                terreinen aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkend verzoek een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2a.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al><al>I. de eigenaar of houder van een motorvoertuig, die woont binnen het
                                gereguleerde parkeergebied.</al><al>II. een bedrijf dat is gevestigd binnen het gereguleerde
                                parkeergebied.</al><al>III. de houders van een hotel of pension, dat is gevestigd binnen
                                een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn, ten behoeve van hun gasten.</al><al>IV. marktkooplieden waaraan een standplaats op de weekmarkt is
                                verleend of een wekelijkse standplaats binnen het gereguleerde
                                parkeergebied is toegewezen op zaterdag als bedoeld in de
                                Marktverordening Vlissingen 2005.</al></lid><lid><lidnr>2b.</lidnr><al>Per huishouden kan maximaal per kalenderjaar over vijf sets
                                dagkraskaarten en drie sets kraskaarten met beperkte parkeerduur
                                worden beschikt, welke kraskaarten het mogelijk maken om te parkeren
                                op belanghebbendenplaatsen, zonder te voldoen aan de onder I en II
                                van onderdeel a gestelde voorwaarden.</al><al>(gewijz. rdbs. 22-10-2009, nr. 8.1)</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan de in
                                het tweede lid, onderdeel a, onder I en II gestelde voorwaarden
                                wordt, voor wat betreft de eerste aangevraagde vergunning, geacht te
                                beantwoorden aan de in onderdeel a onder I genoemde
                                voorwaarde.(gewijz. rdbs. 22-10-2009, nr. 8.1)</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan:</al><lijst><li nr="a."><al>eigenaren of houders van motorvoertuigen die niet voldoen
                                        aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.</al></li><li nr="b."><al>bewoners van belanghebbendengebieden, geen eigenaar of
                                        houder van een motorvoertuig.</al></li><li nr="c."><al>een bedrijf dat is gevestigd binnen het gereguleerde
                                        parkeergebied ten behoeve van het woon-werkverkeer van haar
                                        directie of personeelsleden.</al><al>(gewijz. rdsb. 25/5/2000; 2-2(55); 22-10-2009, nr. 8.1)</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning ook andere voorschriften en
                                beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen
                                alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al><al>(gewijz. rb. 23/7/98;2-1(113)</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende
                                leden van dit artikel, regels geven voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen negen weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                hoogste acht weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
                                    is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
                                    of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                    vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te
                                plaatsen of te laten staan op een:</al><lijst><li nr="a."><al>parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                    belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is
                                    toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te
                                    houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is
                                            voorzien van een vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden
                                            voorwaarden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een belanghebbendenplaats een motorvoertuig
                                    te parkeren of geparkeerd te houden in strijd met de bepalingen
                                    op een onderbord bij borg E9 van bijlage 1 van het RVV
                                    1990.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste en tweede lid van dit artikel.</al></li></lijst><al>(gewijz. rdbs. 22-10-2009, nr. 8.1)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen personen
                            belast.</al><al>(gewijz. rdbs. 22-10-2009, nr. 8.1) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Parkeerverordening Vlissingen
                            1992'.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college bij
                                    openbaar besluit bekend te maken datum.</al></li><li nr="2."><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens de Verordening
                                    Parkeerbelastingen 1992 worden geacht te zijn verleend krachtens
                                    deze verordening.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vlissingen, 28 november 1991.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad van de gemeente Vlissingen,</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. J.M.A. van Nassau J.C.Th. van der Doef</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>