<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR224902_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 27-09-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/036</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant; </al><al>Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Aalburg,
                        Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen,
                        Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge,
                        Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal,
                        Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem
                        en Zundert;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke
                        regelingen, de verkregen toestemming van de Provinciale Staten van de
                        provincie Noord-Brabant en van de Raad van de gemeenten Aalburg,
                        Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Drimmelen,
                        Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge,
                        Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal,
                        Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem
                        en Zundert;</al><al>Etc. </al><al>B E S L U I T </al><al>vast te stellen de navolgende gemeenschappelijke regeling voor de regionale
                        Omgevingsdienst van de deelnemende gemeenten en de provincie. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>Waar in de regeling met betrekking tot personen, een mannelijk
                            voornaamwoord of een mannelijk functionarisbegrip wordt gebruikt, worden
                            zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld. </al><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept> Begripsbepaling</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>in deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De regeling: deze gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="b."><al>Het openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld
                                            in artikel 2 van deze regeling;</al></li><li nr="c."><al>Deelnemers: alle aan de regeling deelnemende
                                            publiekrechtelijke lichamen en rechtspersonen;</al></li><li nr="d."><al>Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de
                                            provincie Noord-Brabant;</al></li><li nr="e."><al>De Colleges: De Colleges van Burgemeester &amp;
                                            Wethouders van de aan deze regeling deelnemende
                                            gemeenten;</al></li><li nr="f."><al>Regionale Uitvoeringsdienst (RUD): Het openbaar lichaam
                                            als bedoeld in artikel 2 van deze regeling, ook wel
                                            aangeduid als Omgevingsdienst Midden- en West
                                            Brabant;</al></li><li nr="g."><al>De Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;</al></li><li nr="h."><al>Boekjaar: Het boekjaar valt samen met het
                                            kalenderjaar;</al></li><li nr="i."><al>Het werkgebied: het totale grondgebied van de aan deze
                                            Gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten,
                                            alsmede het daarmee overeenkomende grondgebied van de
                                            provincie Noord-Brabant.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Waar in deze regeling artikelen van de Provinciewet of
                                    Gemeentewet, dan wel andere wettelijke regelingen van
                                    overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij
                                    anders vermeld, in die artikelen voor de provincie, Provinciale
                                    Staten, Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koningin,
                                    respectievelijk de gemeente, de raad, burgemeester en
                                    wethouders, de burgemeester, gelezen: het openbaar lichaam, het
                                    algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept> Instelling, doel en beleid</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Er is een openbaar lichaam dat rechtspersoonlijkheid bezit als
                                    bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd
                                    Omgevingsdienst Midden- en West Brabant.</al></li><li nr="2."><al>Het openbaar lichaam is gevestigd te (...)</al></li><li nr="3."><al>Het openbaar lichaam is ingesteld om ten behoeve van de
                                    deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het
                                    omgevingsrecht en om als verlengstuk van het lokaal en
                                    provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en
                                    veilige werk- en leefomgeving van de regio Midden- en West
                                    Brabant.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 2a</onderstreept><onderstreept>Openbaar lichaam</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het openbaar lichaam heeft geen verordenende bevoegdheid
                                    overgedragen gekregen van de deelnemers.</al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur heeft een eigen verordenende bevoegdheid
                                    met betrekking tot de vaststelling van de verordeningen ex
                                    artikel 212 en 213 Gemeentewet juncto artikel 216 en 217
                                    Provinciewet, de vaststelling van de organisatieverordening en
                                    de vaststelling van de arbeidsvoorwaardenverordening als bedoeld
                                    in artikel 125 Ambtenarenwet.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur hebben voorts
                                    regelgevende bevoegdheid met betrekking tot de aangelegenheden
                                    die de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam betreffen.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept><onderstreept>Landelijke </onderstreept><onderstreept>Basistaken</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De Omgevingsdienst is belast met het ten behoeve van de
                                    deelnemers uitvoeren van het verplichte Landelijk
                                    Basistakenpakket zoals dat is vermeld in bijlage 1 bij deze
                                    regeling. (bijlage 1: Beschrijving Landelijk Basistakenpakket
                                    gemeenten en Landelijk Basistakenpakket provincie)</al></li><li nr="2."><al>Bij wijziging door landelijke wetgeving of anderszins van het
                                    Landelijk Basistakenpakket geldt het Landelijk Basistakenpakket
                                    na die wijziging en wordt de omschrijving daarvan zoals vermeld
                                    in bijlage 1 aangepast door het algemeen bestuur.</al></li><li nr="3."><al>Tot het Landelijk Basistakenpakket wordt ook gerekend het in dit
                                    kader vervullen van adviserende taken op het terrein van de
                                    vergunningverlening, toezicht en handhaving ten behoeve van de
                                    deelnemers, alsmede coördinerende en afstemmende taken die voor
                                    de deelnemers tezamen worden verricht.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>4</onderstreept><onderstreept>Verzoektaken</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>In aanvulling op de taken uit het Landelijk Basistakenpakket kan
                                    de Omgevingsdienst, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt
                                    in de uitvoering van de taken uit het Landelijk
                                    Basistakenpakket, op verzoek van een of meer deelnemers ook
                                    andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden
                                    inzake de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op
                                    het gebied van de fysieke leefomgeving verrichten. </al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een of meer deelnemers kan de Omgevingsdienst
                                    naast de in lid 1 van dit artikel vermelde taken, ook andere
                                    adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het
                                    gebied van de fysieke leefomgeving verrichten.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 5</onderstreept><onderstreept> Dienstverleningsovereenkomsten</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in
                                    artikel 3 en 4 genoemde taken worden door of namens het
                                    dagelijks bestuur enerzijds en elk van de deelnemers
                                    afzonderlijk anderzijds, schriftelijke werkafspraken gemaakt in
                                    de vorm van contracten, waarin in ieder geval is vastgelegd
                                    welke producten en diensten de Omgevingsdienst aan de deelnemers
                                    zal leveren en wat de vergoeding daarvoor zal zijn.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot de beëindiging van de in artikel 4 genoemde
                                    taken worden door of namens het dagelijks bestuur enerzijds en
                                    de deelnemer die het aangaat anderzijds, in deze contracten
                                    eveneens schriftelijke afspraken gemaakt met betrekking tot in
                                    ieder geval de afwikkeling van de financiële gevolgen daarvan,
                                    alsmede compensatie voor de overige rechten en
                                    verplichtingen.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>6</onderstreept><onderstreept> Werkzaamheden voor derden</onderstreept></al><al>Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in artikel 3 en 4
                            bedoelde taken, kan de Omgevingsdienst op verzoek van derden, indien dit
                            geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de in beide artikelen
                            aangeduide taken, adviserende, ondersteunende en uitvoerende
                            werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving verrichten.
                            Onder derden wordt verstaan: andere overheden dan de deelnemers.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Bestuursorganen</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>7</onderstreept><onderstreept> Bestuursorganen</onderstreept></al><al>Het openbaar lichaam kent, onverminderd de mogelijkheid tot het
                            instellen van bestuurscommissies als bedoeld in artikel 20 van deze
                            regeling de volgende bestuursorganen: </al><lijst><li nr="a."><al>het algemeen bestuur;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="c."><al>de voorzitter.</al></li></lijst><al><vet><cursief>§1.</cursief></vet><vet><cursief> Het algemeen bestuur</cursief></vet></al><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>8</onderstreept><onderstreept> Het Algemeen bestuur</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het openbaar lichaam heeft een algemeen bestuur. Gedeputeerde
                                    Staten en de colleges wijzen uit hun midden ieder één lid van
                                    het algemeen bestuur aan. Ook wijzen zij uit hun midden ieder
                                    tenminste één lid aan die het door hen benoemde lid bij
                                    ontstentenis vervangt. </al></li><li nr="2."><al>De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een
                                    zittingsduur van in principe 4 jaar en treden af op de dag
                                    waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode van de
                                    gemeenteraad respectievelijk provinciale staten een nieuw
                                    geïnstalleerd college een besluit neemt tot aanwijzing van een
                                    lid en plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur. Aftredende
                                    leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door en uit het
                                    algemeen bestuur gekozen. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer het lidmaatschap van het college van gedeputeerde staten
                                    of van het college van burgemeester en wethouders eindigt,
                                    eindigt ook het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen
                                    bestuur.</al></li><li nr="5."><al>Een (plaatsvervangend) lid van het algemeen bestuur kan te allen
                                    tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door schriftelijke mededeling
                                    aan het algemeen bestuur. </al></li><li nr="6."><al>Indien tussentijds de plaats van een (plaatsvervangend) lid
                                    vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college zo spoedig
                                    mogelijk een nieuw (plaatsvervangend) lid aan.</al></li><li nr="7."><al>Een lid van het algemeen bestuur dat op basis van het vijfde lid
                                    van dit artikel zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld,
                                    blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen. </al></li><li nr="8."><al>Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende
                                    bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. </al></li><li nr="9."><al>Wanneer iemand wordt aangesteld om een vacante plaats in het
                                    algemeen bestuur te vervullen, treedt hij af op het moment
                                    waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou aftreden.
                                </al></li><li nr="10."><al>Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met
                                    de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één
                                    der deelnemers dan wel door of vanwege het bestuur van het
                                    openbaar lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met
                                    ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld
                                    zij die in dienst van één der deelnemers dan wel van het lichaam
                                    op arbeidsovereenkomst naar burgerlijke recht werkzaam zijn.
                                </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>9</onderstreept><onderstreept> Werkwijze</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement
                                    van orde vast. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur vergadert minimaal twee maal per jaar.
                                    Meerdere vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de
                                    voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, wanneer ter
                                    voldoening aan het bepaalde in artikel 15, tweede lid van deze
                                    regeling een of meer leden van het dagelijks bestuur moeten
                                    worden benoemd of wanneer tenminste 1/5<sup>e</sup> van de leden
                                    van het algemeen bestuur, onder opgave van redenen, dit
                                    schriftelijk verzoekt. </al></li><li nr="3."><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De
                                    deuren zijn gesloten wanneer 1/5<sup>e</sup> van het aantal
                                    leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht. </al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur kan zich in de vergaderingen laten bijstaan
                                    door adviseurs.</al></li><li nr="5."><al>Artikel 15, eerste lid Gemeentewet en artikel 15, eerste lid
                                    Provinciewet en artikel X8 Kieswet zijn van overeenkomstige
                                    toepassing op de leden van het algemeen bestuur. </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>10</onderstreept><onderstreept> Geheimhouding</onderstreept></al><al>Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de
                            belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur,
                            omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent
                            de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden
                            overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de
                            behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken
                            kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar
                            opheft.</al><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>11</onderstreept><onderstreept> Vergaderquorum </onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan slechts vergaderen en besluiten nemen
                                    indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen
                                    bestuur aanwezig is. </al></li><li nr="2."><al>Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data
                                    waarop begroting en rekening worden behandeld.</al></li><li nr="3."><al>Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in lid 1 niet
                                    aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe
                                    vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te
                                    vinden. </al></li><li nr="4."><al>Op vergaderingen als bedoeld in lid 3 is het bepaalde van lid 1
                                    niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan in dat geval over
                                    alle onderwerpen, waaronder de begroting, een
                                    begrotingswijziging en de jaarstukken, beraadslagen en besluiten
                                    nemen ongeacht het aanwezige quorum. </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept> Besluitvorming</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één
                                    stem. </al></li><li nr="2."><al>Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen van de
                                    aanwezige leden, tenzij in de regeling anders is bepaald. </al></li><li nr="3."><al>Besluiten betreffende vaststelling van de begroting,
                                    begrotingswijzigingen en jaarrekening worden genomen met een
                                    meerderheid van stemmen, met dien verstande dat de meerderheid
                                    van stemmen eveneens tenminste de helft van de omzet
                                    vertegenwoordigt welke de omgevingsdienst in het voorafgaande
                                    jaar heeft gegenereerd.</al></li><li nr="4."><al>De omzet als bedoeld in het derde lid wordt bepaald op basis van
                                    de basistaken en verzoektaken als bedoeld in artikel 3 en
                                    4.</al></li><li nr="5."><al>Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel
                                    staken, wordt het betrokken onderwerp aangehouden tot de
                                    eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Indien de
                                    stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn
                                    verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met
                                    betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen
                                    staken, beslist de voorzitter.</al></li><li nr="6."><al>Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en
                                    aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd,
                                    in de overige gevallen mondeling.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>3</onderstreept><onderstreept> Inlichtingen- en verantwoordingsplicht</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur geeft aan de raden van de deelnemers de
                                    door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. Het
                                    reglement van orde van het algemeen bestuur regelt de wijze
                                    waarop uitvoering wordt gegeven aan deze bepaling. </al></li><li nr="2."><al>Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college van de
                                    gemeente of aan Gedeputeerde Staten die dit lid heeft aangewezen
                                    de door één of meerdere leden van deze raad of Provinciale
                                    Staten gevraagde of ongevraagde inlichtingen voor het door hem
                                    in dat bestuur gevoerde beleid, op de wijze die door dit
                                    bestuursorgaan is bepaald. </al></li><li nr="3."><al>Een lid van het algemeen bestuur kan door het college van de
                                    gemeente of door Gedeputeerde Staten die dit lid heeft
                                    aangewezen ter verantwoording worden geroepen voor het door hem
                                    gevoerde beleid, op de wijze die door dat bestuursorgaan is
                                    bepaald. </al></li></lijst><al><vet>§2. </vet><vet>Het dagelijks bestuur</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>4</onderstreept><onderstreept> Samenstelling</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur bestaat uit 5 leden waaronder de
                                    voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter van het algemeen bestuur is eveneens voorzitter
                                    van het dagelijks bestuur</al></li><li nr="3."><al>De leden en plaatsvervangende leden worden uit en door het
                                    algemeen bestuur gekozen in de eerste vergadering, waarin het
                                    algemeen bestuur in een nieuwe samenstelling bijeen komt, dan
                                    wel in de eerst volgende vergadering van het algemeen bestuur,
                                    volgend op de beëindiging van het lidmaatschap van één of meer
                                    van de leden van het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur bewaakt bij de aanwijzing van leden van het
                                    dagelijks bestuur een evenwichtige spreiding in locatie over het
                                    werkgebied van het openbaar lichaam en in omvang deelnemer. In
                                    het reglement van orde van het algemeen bestuur kunnen daarover
                                    afspraken worden gemaakt.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>5</onderstreept><onderstreept> Zittingsduur</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het dagelijks bestuur
                                    eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt
                                    of wanneer het lid van het dagelijks bestuur als zodanig ontslag
                                    neemt. </al></li><li nr="2."><al>De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling
                                    van plaatsen die door overlijden, ontslag of om een andere reden
                                    tussentijds zijn opengevallen vindt plaats binnen twee maanden
                                    na het tijdstip waarop de vacature is ontstaan. Een tussentijds
                                    tot lid van het dagelijks bestuur benoemd lid treedt af op het
                                    moment waarop degene in wiens plaats hij is benoemd zou
                                    aftreden.</al></li><li nr="3."><al>Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag
                                    nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen
                                    bestuur. </al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur kan één of meer leden van het dagelijks
                                    bestuur ontslag verlenen, indien dezen het vertrouwen van het
                                    algemeen bestuur niet meer bezitten. </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>6</onderstreept><onderstreept> Werkwijze</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten
                                    minste twee leden dit nodig oordelen. </al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor
                                    zijn vergaderingen. Dit reglement wordt medegedeeld aan het
                                    algemeen bestuur. </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter en elk lid hebben één stem. In het geval de
                                    stemmen staken, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.
                                </al></li><li nr="4."><al>De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten
                                    deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders
                                    heeft bepaald. </al></li><li nr="5."><al>In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden
                                    beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het
                                    aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. </al></li><li nr="6."><al>Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de
                                    voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, binnen twee weken
                                    opnieuw een vergadering. </al></li><li nr="7."><al>Op de vergadering, bedoeld in het zesde lid, is het vijfde lid
                                    niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over
                                    andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering
                                    was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de
                                    helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.
                                </al></li><li nr="8."><al>Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en
                                    aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd,
                                    in de overige gevallen mondeling.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>7</onderstreept><onderstreept> Geheimhouding</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in
                                    artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in
                                    een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de
                                    stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd,
                                    geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een
                                    besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering
                                    opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling
                                    aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken
                                    kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar
                                    opheft. </al></li><li nr="2."><al>Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
                                    openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden
                                    opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de
                                    stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen. Daarvan
                                    wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in
                                    acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft
                                    opgelegd, dan wel het algemeen bestuur haar opheft. </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>8</onderstreept><onderstreept> Inlichtingen- en verantwoordingsplicht</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en
                                    afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig
                                    voor het door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. </al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur geeft, ieder tezamen en afzonderlijk, uit
                                    eigen beweging dan wel op verzoek van het algemeen bestuur of
                                    een of meer leden daarvan, aan het algemeen bestuur alle
                                    inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het
                                    door het dagelijks bestuur gevoerde beleid. </al></li><li nr="3."><al>De aflegging van verantwoording als bedoeld in het eerste lid,
                                    alsmede het na voorafgaand verzoek verstrekken van inlichtingen
                                    als bedoeld in het tweede lid, geschieden op de wijze zoals is
                                    aangegeven in het reglement van orde voor de vergaderingen van
                                    het algemeen bestuur. </al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur is bevoegd in het reglement van orde voor
                                    zijn vergadering nadere regels te stellen ten aanzien van de
                                    wijze waarop door het dagelijks bestuur dan wel de leden ervan
                                    inlichtingen dienen te worden verschaft respectievelijk
                                    verantwoording dient te worden afgelegd. </al></li><li nr="5."><al>Het algemeen bestuur kan regelen van welke besluiten van het
                                    dagelijks bestuur kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het
                                    algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen
                                    bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan. </al></li><li nr="6."><al>De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing ten
                                    aanzien van de voorzitter. </al></li></lijst><al><vet>§3</vet><vet>D</vet><vet>e voorzitter</vet></al><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>9</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen.
                                </al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen bestuur en
                                    voorzitter van het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="3."><al>Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij
                                    vervangen door de plaatsvervangende voorzitter. Deze wordt
                                    benoemd tijdens de eerste vergadering van het algemeen bestuur.
                                </al></li><li nr="4."><al>De stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur
                                    uitgaan worden, naast de secretaris, meeondertekend door de
                                    voorzitter. </al></li><li nr="5."><al>De voorzitter vertegenwoordigt het lichaam in en buiten rechte.
                                    Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen
                                    gemachtigde opdragen. </al></li></lijst><al><vet>§ 4</vet><vet> Commissies</vet></al><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>20</onderstreept><onderstreept> Commissies</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan adviescommissies als bedoel in artikel
                                    24 van de Wet en bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25
                                    van de Wet instellen. </al></li><li nr="2."><al>Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: </al><lijst><li nr="a."><al>De samenstelling;</al></li><li nr="b."><al>De bevoegdheid /bevoegdheden;</al></li><li nr="c."><al>De werkwijze;</al></li><li nr="d."><al>De openbaarheid van vergaderingen;</al></li><li nr="e."><al>Het toezicht van het algemeen bestuur en het dagelijks
                                            bestuur;</al></li><li nr="f."><al>De verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van
                                            het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur;</al></li><li nr="g."><al>De verantwoording aan het algemeen bestuur;</al></li><li nr="h."><al>Wanneer de commissie is ingesteld voor bepaalde tijd,
                                            wordt tevens de einddatum van de commissie
                                            geregeld;</al></li><li nr="i."><al>De benoeming van de voorzitter van de commissie.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>21</onderstreept><onderstreept> Bevoegdheden Algemeen Bestuur</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Aan het algemeen bestuur behoren, binnen het kader van deze
                                    regeling, alle bevoegdheden, die niet bij of krachtens de wet
                                    aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn opgedragen.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur is bevoegd de toegekende bevoegdheden over
                                    te dragen aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter.
                                    Daarbij kan niet worden overgedragen de bevoegdheid tot: </al><lijst><li nr="a."><al>het doen van voorstellen aan de deelnemers omtrent
                                            toetreding tot, uittreding uit, wijziging van of
                                            opheffing van de regeling;</al></li><li nr="b."><al>het vaststellen of wijzigen van de begroting;</al></li><li nr="c."><al>het vaststellen van de jaarrekening.</al></li></lijst></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept> Bevoegdheden Dagelijks Bestuur</onderstreept></al><al>1 Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders
                            in deze regeling bepaalde is het dagelijks bestuur belast met en bevoegd
                            tot:</al><lijst><li nr="a."><al>Het algemeen beheer van het openbaar lichaam;</al></li><li nr="b."><al>De voorbereiding van alles waarover in de vergadering van het
                                    algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten;</al></li><li nr="c."><al>De uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur;</al></li><li nr="d."><al>Het toezicht op het beheren van de financiën van het openbaar
                                    lichaam;</al></li><li nr="e."><al>Het toezicht op en het beheren van de eigendommen van het
                                    openbaar lichaam;</al></li><li nr="f."><al>Het nemen van conservatoire maatregelen, voordat wordt besloten
                                    tot het voeren van rechtsgedingen, het instellen van bezwaar en
                                    beroep alsmede het vragen om een voorlopige voorziening.</al></li></lijst><al>2 Het dagelijks bestuur oefent de aan het algemeen bestuur toekomende
                            bevoegdheden uit, indien en voor zover het algemeen bestuur daartoe
                            besluit en naar de door deze te stellen regels. </al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Organisatiebepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept>3</onderstreept><onderstreept>Bestuurlijk </onderstreept><onderstreept>Brabantbreed RUD-platform</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Separaat aan deze regeling wordt tevens een Bestuurlijk
                                    Brabantbreed RUD-platform ingesteld.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter van het algemeen bestuur van deze regeling neemt
                                    deel aan het RUD-platform, dan wel wijst een ander lid uit het
                                    algemeen bestuur hiervoor aan.</al></li><li nr="3."><al>Het Bestuurlijk RUD-platform heeft tot doel om gezamenlijk de
                                    aanpak van Brabantbrede en regio-overstijgende zaken te bepalen
                                    en provinciebreed afstemming te regelen. </al></li><li nr="4."><al>De instelling en werkwijze van het RUD-platform wordt geregeld
                                    in een bestuursconvenant zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding
                                    van de regeling.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>24</onderstreept><onderstreept> De directeur</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De Omgevingsdienst heeft een directeur die onder
                                    verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur belast is met de
                                    leiding van de Omgevingsdienst en met de zorg voor een juiste
                                    taakvervulling door de Omgevingsdienst. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat op voordracht
                                    van het dagelijks bestuur de directeur. </al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur legt de instructie van de directeur vast in
                                    een Directiestatuut.</al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur stelt de hoofdstructuur van de organisatie,
                                    de directie, de taken, de bevoegdheden en de werkwijze van de
                                    ambtelijke organisatie vast. </al></li><li nr="5."><al>Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging van de
                                    directeur.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept>5</onderstreept><onderstreept> De </onderstreept><onderstreept>secretaris</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De directeur van het lichaam fungeert als secretaris van het
                                    algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. </al></li><li nr="2."><al>De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur
                                    uitgaan worden, naast de voorzitter, meeondertekend door de
                                    secretaris. </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept>6</onderstreept><onderstreept>Personeel</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de Omgevingsdienst is personeel werkzaam. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur stelt voor het personeel van de
                                    Omgevingsdienst de arbeidsvoorwaardenverordening vast conform de
                                    collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het
                                    gemeentepersoneel (CAR/UWO), dan wel de (gewijzigde) collectieve
                                    arbeidsvoorwaardenregeling die daarvoor in de plaats komt.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur beslist over de toepassing van overige
                                    arbeidsvoorwaarden. </al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur kan de bevoegdheid tot het vaststellen van
                                    overige arbeidsvoorwaarden zowel geheel als gedeeltelijk
                                    mandateren aan het dagelijks bestuur.</al></li><li nr="5."><al>Aanstelling, schorsing en ontslag van personeel geschieden door
                                    het dagelijks bestuur, behoudens het benoemen, schorsen en
                                    ontslaan van de directeur.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Financiën</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept>7</onderstreept><onderstreept>Begroting</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast inzake het
                                    financieel- en administratieve beheer van het lichaam. De
                                    artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet en de artikelen 216 en
                                    217 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 1 april een
                                    ontwerpbegroting van het lichaam voor het komende kalenderjaar,
                                    met bijbehorende toelichting, toe naar de raden van de gemeenten
                                    en Provinciale Staten. </al></li><li nr="3."><al>In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage
                                    elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken
                                    van het openbaar lichaam. </al></li><li nr="4."><al>De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor
                                    een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten
                                    algemeen verkrijgbaar gesteld. </al></li><li nr="5."><al>De deelnemers kunnen binnen 6 weken na toezending van de
                                    ontwerpbegroting hun zienswijzen doen blijken. Het dagelijks
                                    bestuur voegt, alvorens verzending van de ontwerpbegroting aan
                                    het algemeen bestuur, de commentaren en zienswijzen van de
                                    deelnemers toe. </al></li><li nr="6."><al>Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk 1 juli
                                    voorafgaande aan het jaar waar deze voor dient, vast. Terstond
                                    na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting naar
                                    de deelnemers, en in ieder geval voor 15 juli naar de minister
                                    van Binnenlandse Zaken. </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept>8</onderstreept><onderstreept> Begroting</onderstreept><onderstreept>swijziging</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde
                                    in artikel 27, uitgezonderd het vijfde lid, zoveel mogelijk van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voor wijzigingen van de begroting, die door hun karakter niet
                                    leiden tot een wijziging van de bijdrage van de deelnemers,
                                    alsmede geen afwijking inhouden van het door het Algemeen
                                    Bestuur vastgestelde financiële beleid, is artikel 27 niet van
                                    toepassing. </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>29</onderstreept><onderstreept> Jaar</onderstreept><onderstreept>rekening</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen
                                    kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks voor 1
                                    juni ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur en de
                                    deelnemers. </al></li><li nr="2."><al>Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar
                                    vast op uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop zij
                                    betrekking heeft.</al></li><li nr="3."><al>het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na
                                    vaststelling in het algemeen bestuur met bijbehorende stukken
                                    aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het jaarverslag dient
                                    in ieder geval voor 15 juli te worden verzonden. </al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening
                                    behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: </al><lijst><li nr="a."><al>Af te boeken van reserves, voor zover aanwezig;</al></li><li nr="b."><al>Ten laste te brengen van de deelnemers naar rato van
                                            ieders afname (=omzet) in het jaar waarop de
                                            jaarrekening betrekking heeft. </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening
                                    behaalde positieve resultaten geheel of ten dele:</al><lijst><li nr="a."><al>Te bestemmen voor een egalisatiereserve;</al></li><li nr="b."><al>Uit te keren aan de deelnemers naar rato van ieders
                                            afname (=omzet) in het jaar waarop de jaarrekening
                                            betrekking heeft. </al></li></lijst></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>30</onderstreept><onderstreept>Vergoeding voor geleverde diensten</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in
                                    de volgende leden, nadere regels vaststellen met betrekking tot
                                    de door de deelnemers te betalen voorschotnota’s en financiële
                                    bijdragen.</al></li><li nr="2."><al>De te betalen vergoeding voor de taken als bedoeld in hoofdstuk
                                    2 wordt aan de hand van inzet/prestaties en/of afgenomen
                                    producten per deelnemer vastgesteld op basis van de door het
                                    bestuur vastgestelde prijzen en tarieven. </al></li><li nr="3."><al>Bij de toerekening van de te betalen vergoeding worden naast de
                                    directe uitvoeringskosten tevens de overheadkosten
                                    verdisconteerd.</al></li><li nr="4."><al>Op basis van de begroting kan iedere deelnemer aan de hand van
                                    de daarin vastgelegde tarieven en/of productprijzen berekenen
                                    welke bijdrage verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting
                                    betrekking heeft. Voor elke deelnemer wordt een werkprogramma
                                    gemaakt waarin de begrote vergoeding voor de afname van taken
                                    zijn berekend. De verrekening van de gerealiseerde vergoeding is
                                    op basis van geleverde prestaties/inzet per deelnemer.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer het algemeen bestuur overeenkomstig het gestelde in
                                    artikel 29, lid 4 een besluit heeft genomen omtrent het
                                    bijdragen door de deelnemers in het nadelig exploitatiesaldo,
                                    wordt bij het bepalen van de bijdrage per deelnemer het
                                    uitgangspunt gehanteerd, dat de financiële gevolgen worden
                                    toegedeeld aan de deelnemers die dat aangaat.</al></li><li nr="6."><al>Het algemeen bestuur kan op basis van externe mandaten namens de
                                    betrokken deelnemers volgens de door hen gehanteerde norm
                                    geheven leges innen voor het op aanvraag leveren van
                                    diensten.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>31</onderstreept><onderstreept> Opheffing en liquidatie</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het
                                    algemeen bestuur worden opgeheven door een daartoe strekkend
                                    besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemers.</al></li><li nr="2."><al>Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan opgesteld na
                                    alle deelnemers te hebben geraadpleegd. </al></li><li nr="3."><al>Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers
                                    tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het
                                    liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing
                                    heeft voor het personeel. </al></li><li nr="4."><al>Toewijzing van personeel aan de deelnemers vindt plaats bij
                                    besluit van het algemeen bestuur naar rato van afname. </al></li><li nr="5."><al>Bij de ontbinding van het lichaam in verband met opheffing van
                                    de regeling of anderszins, blijft het lichaam voortbestaan voor
                                    zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is.
                                </al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>3</onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept> Archief</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden
                                    overeenkomstig en volgens een door het algemeen bestuur vast te
                                    stellen regeling ingevolge artikel 40 van de Archiefwet 1995.
                                </al></li><li nr="2."><al>Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid van
                                    de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbestanden van de in
                                    deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de
                                    archiefbewaarplaats van (….)</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept><onderstreept>3</onderstreept><onderstreept> Geschillen</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Voordat een geschil wordt neergelegd bij Onze Minister van
                                    Binnenlandse Zaken, wordt geprobeerd gezamenlijk tot
                                    overeenstemming te komen. </al></li><li nr="2."><al>Wanneer niet tot overeenstemming kan worden gekomen, ook niet
                                    door Onze Minister, zal het geschil worden voorgelegd aan de
                                    bevoegde rechter. </al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept><onderstreept>4</onderstreept><onderstreept> Toetreding</onderstreept></al><al>1.Indien het algemeen bestuur daarmee instemt kan een gemeente,
                            provincie, waterschap, het Rijk toetreden krachtens daartoe strekkende
                            besluiten van haar daartoe bevoegde bestuursorganen. De deelneming gaat
                            in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het
                            algemeen bestuur en het orgaan van de deelnemer. </al><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept><onderstreept>5</onderstreept><onderstreept> Uittreding</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Een deelnemer kan uit de regeling treden tenzij landelijke
                                    wetgeving of anderszins de mogelijkheid tot uittreding beperkt.
                                    Het algemeen bestuur regelt na overleg met de betrokken gemeente
                                    of de provincie, onder mededeling aan Gedeputeerde Staten en de
                                    minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de
                                    financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de
                                    uittreding. Daarbij brengt het algemeen bestuur in elk geval de
                                    financiële consequenties van de uittreding in beeld en draagt
                                    zij er zorg voor dat het openbaar lichaam een redelijke periode
                                    krijgt om haar begroting en formatie in overeenstemming te
                                    brengen met het nieuwe aantal deelnemers. Verplichtingen die
                                    specifiek voor de uittredende gemeente zijn aangegaan zullen
                                    daarbij in principe ook door die gemeente nagekomen dienen te
                                    worden. </al></li><li nr="2."><al>Uittreden kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van
                                    het jaar, volgende op dat waarin de voor uittreding
                                    noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is
                                    getreden.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept><onderstreept>6</onderstreept><onderstreept> Slotbepalingen </onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur beslist in alle gevallen waarin deze
                                    regeling niet voorziet. </al></li><li nr="2."><al>Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd en wordt
                                    uiterlijk drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd door middel
                                    van een rapportage aan het algemeen bestuur. Het algemeen
                                    bestuur bepaalt zo nodig nadien een nieuw evaluatiemoment. </al></li><li nr="3."><al>Wijziging van deze regeling vindt op dezelfde wijze plaats als
                                    het aangaan van de regeling overeenkomstig artikel 51, derde lid
                                    van de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li></lijst><al><onderstreept>Artikel 3</onderstreept><onderstreept>7</onderstreept><onderstreept> Citeertitel</onderstreept></al><al>1.Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling
                            Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en treedt in werking d.d. 1
                            januari 2013.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door: </ondertekening><ondertekening>Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant dd</ondertekening><ondertekening>Na verkregen toestemming van provinciale staten dd</ondertekening><ondertekening>De commissaris De secretaris</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van….. dd</ondertekening><ondertekening>Na verkregen toestemming van de gemeenteraad van…….dd</ondertekening><ondertekening>De burgemeester De secretaris </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>