<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR224884_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening winkeltijden gemeente Stichtse Vecht 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Stichtse Vecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 29-04-2014, nr. 23519</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening winkeltijden gemeente Stichtse Vecht 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Winkeltijdenwet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-04-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-05</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>3e wijziging (art. 1, 5, 6 en 8)</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SV143</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de winkeltijdenverordeningen van de voormalige gemeenten Breukelen, Loenen en Maarssen:</al><al>Verordening winkeltijden Breukelen van 27 mei 2003.</al><al>Verordening inzake de winkeltijden gemeente Loenen van 16 februari 2010.</al><al>Verordening winkeltijden gemeente Maarssen van 8 juli 1996.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening winkeltijden gemeente Stichtse Vecht 2013.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Stichtse Vecht,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 augustus
                        2012;</al><al/><al>gehoord de werksessie van 4 september 2012;</al><al/><al>gelet op de Winkeltijdenwet en het Vrijstellingenbesluit
                        Winkeltijdenwet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>VERORDENING WINKELTIJDEN GEMEENTE STICHTSE VECHT 2013</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a. de wet : de Winkeltijdenwet;</al><al>b. winkel : een winkel als bedoeld in artikel 1 van de wet;</al><al>c. feestdag: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                            Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag;</al><al>d. college : het college van burgemeester en wethouders;</al><al>e. winkelier: de eigenaar of beheerder van een winkel;</al><al>f. woonplaats: woonplaats als bedoeld in artikel 1 van de Verordening
                            naamgeving en nummering (adressen);</al><al>g. winkelgebied: het door het college aangewezen gebied waar een of
                            meerdere winkels zijn gevestigd en die onderdeel zijn van een
                            woonplaats.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Ontheffing en beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd ontheffing te verlenen van het verbod van
                                artikel 2 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een aanvraag om een ontheffing binnen 6
                                weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de beslissing voor ten hoogste 4 weken
                                verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Overdracht van de ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ontheffing op grond van deze verordening is overdraagbaar na
                                verkregen toestemming van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van een voorgenomen overdracht doet de houder van de
                                ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het
                                college onder vermelding van de naam en het adres van de
                                voorgestelde rechtverkrijgende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Intrekken of wijzigen van de ontheffing</titel></kop><al>Het college kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn
                                    verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten dit
                                    noodzakelijk maken in verband met het belang of de belangen ter
                                    bescherming waarvan de ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf
                                    anders dan in een winkel gevaar oplevert voor de openbare orde,
                                    de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;</al></li><li nr="d."><al>de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet
                                    zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="e."><al>van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin
                                    gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn,
                                    binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="f."><al>de houder dit aanvraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verboden genoemd in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b
                                van de wet, gelden niet op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zondagen of feestdagen voor zover het winkels betreft in de
                                woonplaatsen Maarssen, Breukelen en Loenen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>maximaal twaalf, door het college aan te wijzen, zondagen of
                                feestdagen per kalenderjaar, voor de overige woonplaatsen van de
                                gemeente Stichtse Vecht;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn, na een daartoe
                                strekkend besluit van het college, de verboden als bedoeld in
                                artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b van de wet van
                                toepassing indien een meerderheid van de in een bepaalde woonplaats
                                dan wel winkelgebied gevestigde winkeliers, met uitzondering van de
                                in lid 3 genoemde branches, nadrukkelijk aan het college hebben
                                aangegeven geen gebruik te willen maken van de vrijstelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Winkels in de volgende branches zijn uitgezonderd van de in lid 2
                                bedoelde beperking van de vrijstelling:</al><lijst><li nr="a."><al>winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren
                                        plegen te worden verkocht met uitzondering van sterke drank
                                        als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en
                                        Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>winkels in de Doe-Het-Zelfbranche;</al></li><li nr="c."><al>winkels in de branche van groen- en tuincentra en tuinretail
                                        waar de verkoop van tuinartikelen centraal
                                        staat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vrijstellingen genoemd in het eerste lid gelden tussen 12:00 en
                                17:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan, in afwijking in zoverre van het vierde lid
                                vrijstelling verlenen tussen 10:00 uur en 12:00 uur. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het vierde lid gelden de vrijstellingen
                                genoemd in het eerste lid van dit artikel tussen 10:00 uur en 17:00
                                uur op de navolgende dagen: Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede
                                Pinksterdag en tweede Kerstdag.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vrijstellingen genoemd in het eerste lid van dit artikel gelden
                                niet op de navolgende dagen: Nieuwjaarsdag, Eerste Paasdag, Eerste
                                Pinksterdag en Eerste Kerstdag.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college kan in afwijking in zoverre van het eerste lid onder b
                                andere woonplaatsen aanwijzen, waarop de vrijstelling genoemd in het
                                eerste lid onder a van toepassing is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Openstelling van levensmiddelenwinkels op de avonden van zon- en
                                feestdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in de woonplaatsen Maarssen, Breukelen en Loenen op
                                aanvraag ontheffing verlenen van de in artikel 2, eerste lid, aanhef
                                en onder a en b van de wet genoemde verboden aan winkels waar
                                uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen te worden
                                verkocht met uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1,
                                eerste lid, van de Drank- en Horecawet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de ontheffing worden in elk geval de volgende voorschriften
                                verbonden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de winkel dient op de zondagen en de feestdagen vóór 16:00 uur
                                gesloten te zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de winkel dient uiterlijk om 20:00 uur te sluiten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ontheffing kan worden geweigerd indien de woonsituatie of de
                                leefsituatie, de veiligheid of de openbare orde in de omgeving van
                                de winkel op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de
                                openstelling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in afwijking in zoverre van het eerste lid onder b
                                andere woonplaatsen aanwijzen, waarop de vrijstelling genoemd in het
                                eerste lid onder a van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere
                                situaties</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voor wat betreft zondagen of feestdagen ontheffing
                                verlenen van de in artikel 2 van de wet genoemde verboden, ten
                                behoeve van: </al><lijst><li nr="o"><al>a. bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard;</al></li><li nr="o"><al>b. het uitstallen van goederen;</al></li><li nr="o"><al>c. tentoonstellingen in kunstateliers en galeries.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ontheffing kan worden verleend in geval van feestelijkheden,
                                bijeenkomsten, veilingen of beurzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toerisme</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr><titel>Bepaalde winkels</titel></kop><al>De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van:</al><al>a. musea;</al><al>b. winkels, waar uitsluitend maaltijden, voor directe consumptie
                            geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken en, door middel van een
                            automaat, tabak en tabaksprodukten, middelen ter voorkoming van
                            zwangerschap en damesverband plegen te worden verkocht;</al><al>c. winkels waar de bedrijfsactiviteit hoofdzakelijk bestaat uit het
                            verhuren van voorbespeelde videobanden en andere voorbespeelde
                            beelddragers, mits in die winkel geen andere goederen worden te koop
                            aangeboden of verkocht dan videobanden en andere beelddragers, alsmede
                            tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur
                            aangeboden assortiment.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8b</nr><titel>Openstelling anders dan voor verkoop</titel></kop><al>1 De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van:</al><al> a. winkels, waarin zich een restaurant of lunchroom bevindt, voor zover
                            het laten betreden van de winkel noodzakelijk is voor het bezoeken van
                            het restaurant of de lunchroom;</al><al> b. winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk fietsen en bromfietsen
                            plegen te worden verkocht, voor zover het laten betreden van de winkel
                            noodzakelijk is voor het huren van fietsen en bromfietsen.</al><al>2. De in het eerste lid vervatte vrijstellingen gelden niet ten aanzien
                            van het verkopen van goederen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8c</nr><titel>Straatverkoop van bepaalde goederen</titel></kop><al>De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van voor directe
                            consumptie geschikte eetwaren en alcoholvrije dranken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8d</nr><titel>Begraafplaatsen</titel></kop><al>1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en
                            planten plegen te worden verkocht en die zijn gelegen op een afstand van
                            ten hoogste 100 meter van de publieksingang van een begraafplaats,
                            gedurende de openingstijden van die begraafplaats.</al><al>2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op
                            een begraafplaats dan wel op een afstand van ten hoogste 100 meter van
                            de publieksingang daarvan, gedurende de openingstijden van die
                            begraafplaats.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8e</nr><titel>Culturele evenementen</titel></kop><al>1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van gebouwen, waar voorstellingen, uitvoeringen of evenementen
                            van culturele aard plaatsvinden, en waar uitsluitend of hoofdzakelijk
                            goederen die rechtstreeks verband houden met aldaar te houden
                            voorstellingen, uitvoeringen en evenementen plegen te worden verkocht,
                            vanaf een uur voor de aanvang van de voorstelling, de uitvoering of het
                            evenement tot een uur na afloop daarvan.</al><al>2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van het ter gelegenheid van voorstellingen, uitvoeringen of
                            evenementen van culturele aard te koop aanbieden en verkopen van
                            goederen, die rechtstreeks verband houden met die voorstellingen,
                            uitvoeringen of evenementen, vanaf een uur voor de aanvang van de
                            voorstelling, de uitvoering of het evenement tot een uur na afloop
                            daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8f</nr><titel>Sportcomplexen </titel></kop><al>1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van winkels in of op het terrein van sportcomplexen, waar
                            uitsluitend of hoofdzakelijk goederen worden verkocht, die rechtstreeks
                            verband houden met de aldaar beoefende sporten, gedurende de
                            openstellingsuren van die sportcomplexen.</al><al>2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van het in of op het terrein van sportcomplexen te koop
                            aanbieden en verkopen van goederen, die rechtstreeks verband houden met
                            de aldaar beoefende sporten, gedurende de openstellingsuren van die
                            sportcomplexen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8g</nr><titel>Bejaardenoorden </titel></kop><al>1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar
                            uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten,
                            nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten plegen te
                            worden verkocht.</al><al>2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden in of op
                            het terrein van bejaardenoorden niet ten aanzien van het te koop
                            aanbieden en verkopen van eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten,
                            nieuwsbladen en tijdschriften alsmede bloemen en planten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8h</nr><titel>Eerste Heilige Communie</titel></kop><al>1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden niet ten
                            aanzien van winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk foto-artikelen
                            plegen te worden verkocht, voor zover het betreden van die winkel
                            noodzakelijk is voor het vervaardigen van portretfoto's ter gelegenheid
                            van de Eerste Heilige Communie.</al><al>2. De in het eerste lid vervatte vrijstelling geldt niet ten aanzien van
                            het verkopen van goederen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8i</nr><titel>Allerheiligen en Allerzielen</titel></kop><al>1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag, gelden niet ten aanzien van
                            winkels, waar uitsluitend of hoofdzakelijk bloemen en planten plegen te
                            worden verkocht, op de dagen waarop Allerheiligen en Allerzielen worden
                            gevierd.</al><al>2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag, gelden niet ten aanzien van het te
                            koop aanbieden en verkopen van bloemen en planten op de dagen waarop
                            Allerheiligen en Allerzielen worden gevierd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8j</nr><titel>Ramadan </titel></kop><al>1. De in artikel 2, eerste lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden gedurende
                            de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten
                            aanzien van winkels, waar brood en gebak wordt verkocht dat in het
                            bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden, mits in
                            die winkel dat brood en gebak ook pleegt te worden verkocht buiten de
                            periode van de Ramadan.</al><al>2. De in artikel 2, tweede lid, van de wet vervatte verboden, voor zover
                            deze betrekking hebben op de zondag en de feestdagen, gelden gedurende
                            de Ramadan vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang niet ten
                            aanzien van het te koop aanbieden en verkopen van brood en gebak dat in
                            het bijzonder is bestemd voor hen die zich aan de Ramadan houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8k</nr><titel>Bedevaartplaats</titel></kop><al>Niet gebruikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8l</nr><titel>Carnaval </titel></kop><al>Niet gebruikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8m</nr><titel>Kermis</titel></kop><al>Niet gebruikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking voorgaande regelingen</titel></kop><al>De volgende verordeningen worden ingetrokken:</al><lijst><li nr="1."><al>Verordening winkeltijden Breukelen van 27 mei 2003.</al></li><li nr="2."><al>Verordening inzake de winkeltijden gemeente Loenen van 16
                                    februari 2010.</al></li><li nr="3."><al> Verordening winkeltijden gemeente Maarssen van 8 juli
                                    1996.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 9, die
                            golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening winkeltijden gemeente
                            Stichtse Vecht 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 september
                        2012.</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><titel>Verordening winkeltijden gemeente Stichtse Vecht 2013</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>De Winkeltijdenwet</titel></kop><al>Op 1 juni 1996 is de Winkeltijdenwet tezamen met het
                            Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet in werking getreden. Deze wet
                            stelt ruimere regels voor de openingstijden van winkels dan zijn
                            voorganger, de Winkelsluitingswet 1976.</al><al>Uitgangspunten Winkeltijdenwet</al><al>In concreto komen deze uitgangspunten neer op het volgende.</al><lijst><li nr="a."><al>Op maandag t/m zaterdag, de werkdagen, is openstelling van
                                    winkels toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen
                                    tijdens deze uren geen beperkingen opleggen aan de openstelling
                                    van winkels.</al></li><li nr="b."><al>Aan het aantal openingsuren per winkel per week is geen maximum
                                    verbonden.</al></li><li nr="c."><al>Tijdens de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op
                                    werkdagen niet toegestaan. Gemeenten kunnen echter
                                    vrijstellingen of ontheffingen van deze verplichte
                                    winkelsluiting verlenen. Op Goede Vrijdag, Kerstavond (24
                                    december) en. Dodenherdenking (4 mei) moeten de winkels vanaf
                                    19.00 uur dicht zijn.</al></li><li nr="d."><al>Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. Voor
                                    maximaal 12 zon- en feestdagen per kalenderjaar kan de gemeente
                                    vrijstelling of ontheffing van deze verplichte sluiting
                                    verlenen. De Winkeltijdenwet merkt in dit verband als feestdagen
                                    aan: Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                    Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag.</al></li><li nr="e."><al>Winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk levensmiddelen worden
                                    verkocht (in de praktijk gaat het vaak om supermarkten) kunnen
                                    ontheffing krijgen om op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur open
                                    te zijn. Ze moeten dan wel op alle zon- en feestdagen voor 16.00
                                    uur dicht zijn, ook als die als koopzondag zijn aangewezen.
                                    Belangrijk is ook dat er in een gemeente maar één ontheffing per
                                    15.000 inwoners mag worden verleend.</al></li><li nr="f."><al>De raden kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de
                                    verplichte winkelsluiting op zon- en feestdagen in verband met
                                    op de gemeente of een deel daarvan gericht autonoom
                                    toerisme.</al><al> De Winkeltijdenwet is niet alleen van toepassing op winkels:
                                    het is op de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde dagen
                                    en tijden ook verboden om in de uitoefening van een bedrijf
                                    (anders dan in een winkel) goederen te koop aan te bieden of te
                                    verkopen aan particulieren. Dit volgt uit artikel 2, tweede
                                    lid.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Gemeentelijke bevoegdheden</titel></kop><al>Als algemene regel geldt dat op zon- en feestdagen de winkels gesloten
                            zijn. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen in de vorm van
                            vrijstellings- en ontheffingsmogelijkheden. Hiermee kan het
                            gemeentebestuur ook buiten de wettelijk geregelde sluitingstijden
                            winkelopening toestaan. Deze bevoegdheden kunnen worden ingedeeld in de
                            volgende twee categorieën.</al></divisie><divisie><kop><titel>Bevoegdheden op zon- en feestdagen en 19-uurdagen</titel></kop><al>De gemeenteraad heeft op grond van artikel 3, eerste lid,
                            Winkeltijdenwet de bevoegdheid om per kalenderjaar maximaal twaalf
                            zondagen of feestdagen als koopzondag aan te wijzen. Deze bevoegdheid
                            geldt per deel van de gemeente afzonderlijk en kan worden overgedragen
                            aan het college van burgemeester en wethouders. Ook kan de raad het
                            college van burgemeester en wethouders een ontheffingsbevoegdheid
                            toekennen.</al><al>Artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, Winkeltijdenwet bepaalt dat de
                            winkels op zondag gesloten moeten zijn. In het eerste lid, onder b,
                            wordt een aantal andere dagen genoemd waarop de winkels gesloten moeten
                            zijn, namelijk Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                            Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1
                            van de modelverordening gedefinieerd als feestdagen. Daarnaast noemt
                            artikel 2, eerste lid onder b, van de Winkeltijdenwet nog drie dagen
                            waarop de winkels gesloten moeten zijn vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4
                            mei en 24 december. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip
                            feestdagen. In deze toelichting worden ze verder aangeduid als
                            “19-uurdagen”.</al><al>Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en
                            eerste en tweede Kerstdag zijn ook in artikel 1 van het
                            Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet gedefinieerd als feestdagen.</al><al>Artikel 3, eerste lid, van de Winkeltijdenwet noemt als dagen die als
                            koopzondag kunnen worden aangewezen naast de zondagen alleen de hiervoor
                            vermelde feestdagen Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag,
                            tweede Pinksterdag en eerste en tweede Kerstdag. Daaruit volgt dat de
                            19uurdagen niet als koopzondag kunnen worden aangewezen indien zij op
                            een zondag vallen.</al><al><vet>Bevoegdheden voor specifieke situaties</vet></al><al>De gemeente heeft de bevoegdheid om bij verordening een vrijstelling te
                            verlenen van het verbod om op zon- en feestdagen open te zijn vanwege op
                            de gemeente of een deel daarvan gericht autonoom toerisme (artikel 3,
                            derde lid, onder a). Deze vrijstelling kan worden verleend voor de
                            gehele gemeente of een deel daarvan. Hierbij geldt de wettelijke
                            voorwaarde dat de lokale aantrekkingskracht voor toeristen niet wordt
                            bepaald door de (vrijgestelde) winkelopening. </al><al>De wet voorziet in artikel 3, vierde lid, in een bevoegdheid van de
                            gemeenteraad om in een verordening een bevoegdheid aan het college van
                            burgemeester en wethouders toe te kennen om aan winkels die uitsluitend
                            of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren verkopen een ontheffing te verlenen
                            voor opening op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur. Per 15.000 inwoners
                            van de gemeente mag slechts één winkel worden aangewezen. In gemeenten
                            met minder dan 15.000 inwoners mag aan één winkel een dergelijke
                            ontheffing worden verleend. Deze bepaling komt in plaats van de
                            avondwinkelbepaling in de Winkelsluitingswet 1976. Net als onder de
                            Winkelsluitingswet 1976 moeten deze winkels zich uitsluitend of
                            hoofdzakelijk richten op de verkoop van eet- en drinkwaren, met
                            uitzondering van sterke drank in de zin van artikel 1 van de Drank en
                            Horecawet. Het gaat in de praktijk vaak om supermarkten. Doordat artikel
                            3, vierde lid van de Winkeltijdenwet verwijst naar artikel 2, tweede lid
                            onder a en b, kan een dergelijke supermarkt dus op zondagen, feestdagen
                            en op 19uur dagen geopend zijn. Zie verder de toelichting bij artikel 6
                            van deze verordening.</al><al>Het college heeft op grond van artikel 4, eerste lid, van de wet de
                            bevoegdheid om bij plotseling opkomende bijzondere omstandigheden een
                            vrijstelling van de verplichte winkelsluiting te verlenen. Daarnaast kan
                            de raad het college in bij de verordening aangewezen gevallen de
                            bevoegdheid toe kennen op verzoek een ontheffing verlenen bij bijzondere
                            gelegenheden van tijdelijke aard en voor het uitstallen van goederen.
                            Zie daarover ook de toelichting bij artikel 7.</al><al>4.Algemeen</al><al>Alle op grond van de wet en de verordening te verlenen vrijstellingen en
                            ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend; ook kunnen er
                            voorschriften aan worden gebonden. Aan de ontheffingen op grond van
                            artikel 3, vierde lid, en op grond van artikel 7 van de Winkeltijdenwet
                            (avondopenstelling op zondag respectievelijk op werkdagen) kan
                            bijvoorbeeld de beperking worden verbonden dat er na een bepaald
                            tijdstip geen alcoholhoudende drank mag worden verkocht (CBB 18-03-2009,
                            AWB 08/802 S2, Zaanstad).</al></divisie><divisie><kop><titel>Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet</titel></kop><al>In het Vrijstellingenbesluit worden aan enkele vormen van detailhandel
                            landelijke vrijstellingen verleend van de openingsverboden uit de
                            Winkeltijdenwet. Hierbij worden landelijke vrijstellingen voor de gehele
                            week en landelijke vrijstellingen voor de zondagen en de feestdagen
                            onderscheiden. Voor de detailhandelsactiviteiten van de laatste
                            categorie kunnen voor de werkdagen op lokaal niveau vrijstellingen en
                            ontheffingen worden verleend. De twee categorieën zijn hieronder nader
                            uitgewerkt.</al><al>Aan dit onderscheid ligt de keuze ten grondslag om het zwaartepunt bij
                            de mogelijkheid voor het verlenen van vrijstellingen bij de gemeenten te
                            leggen. Voor een beperkt aantal detailhandelsactiviteiten wordt de
                            vrijstelling gedurende de gehele week echter van zo groot landelijk
                            belang geacht, dat hiervoor landelijke vrijstellingen zijn opgenomen.
                            Het gaat om de detailhandel in instellingen voor de volksgezondheid,
                            verkeer en vervoer en de verkoop van nieuwsbladen en tijdschriften.
                            Omdat de bevoegdheid van gemeenten om detailhandel op zon- en feestdagen
                            toe te staan beperkt blijft tot twaalf dagen per jaar, geeft het besluit
                            ook landelijke vrijstellingen voor enkele soorten detailhandel die van
                            oudsher op zon- en feestdagen plaatsvindt. Het gaat deels om winkels die
                            gewoonlijk ook op werkdagen na 22.00 uur geopend zijn. Om de
                            openstelling van deze winkels dan mogelijk te maken, kan in de
                            verordening een vrijstelling of mogelijkheid voor het verlenen van een
                            ontheffing worden opgenomen.</al><lijst><li nr="1."><al>Vrijstellingen voor zon- en feestdagen en werkdagen</al></li><li nr="·"><al>De vrijstellingen die voor de hele week gelden zijn alleen van
                                    toepassing op: </al></li><li nr="a."><al>Instellingen van volksgezondheid (apotheken en winkels in en op
                                    het terrein van ziekenhuizen en verpleeghuizen). Het college
                                    krijgt daarbij de bevoegdheid om op verzoek een ontheffing te
                                    verlenen voor verkooppunten van uitsluitend of hoofdzakelijk
                                    eet- en drinkwaren, prentbriefkaarten, nieuwsbladen en
                                    tijdschriften, alsmede bloemen en planten, op ten hoogste 250
                                    meter afstand van de publieksingang van een ziekenhuis of
                                    verpleeghuis. Deze ontheffing mag gelden vanaf een half uur voor
                                    de aanvang van de bezoektijden tot het einde daarvan.</al></li><li nr="b."><al>Instellingen van verkeer en vervoer (winkels in
                                    NS-stationsgebouwen, luchtvaartterreinen voor intercontinentaal
                                    verkeer, shops in benzinestations en wegrestaurants en verkoop
                                    ten behoeve van de beroepsscheepvaart). Het college krijgt
                                    daarbij de bevoegdheid op verzoek een ontheffing te verlenen aan
                                    winkels gericht op reizigers in een gebouw voor een knooppunt
                                    van openbaar vervoer of voor het verkopen van bloemen en planten
                                    op een afstand van ten hoogste 100 meter daarvan.</al></li><li nr="c."><al>Instellingen voor de verkoop van nieuwsbladen en
                                    tijdschriften.</al></li><li nr="2."><al>Vrijstellingen uitsluitend voor zon- en feestdagen</al></li><li nr="·"><al>Vrijstellingen voor uitsluitend de zon- en feestdagen worden in
                                    dit besluit verleend voor: </al></li><li nr="a."><al>Bepaalde winkels (musea; winkels waar uitsluitend maaltijden,
                                    voor directe consumptie geschikte eetwaren, alcoholvrije dranken
                                    en, via een automaat, tabak en tabaksproducten, middelen ter
                                    voorkoming van zwangerschap en damesverband worden verkocht;
                                    videotheken, mits geen andere goederen te koop worden aangeboden
                                    of verkocht dan videobanden en andere beelddragers, alsmede
                                    tijdschriften en catalogi, die betrekking hebben op het te huur
                                    aangeboden assortiment).</al></li><li nr="b."><al>Openstelling van winkels anders dan voor verkoop, indien
                                    noodzakelijk voor het betreden van een restaurant of lunchroom
                                    en voor fietsenwinkels voor zover noodzakelijk voor het huren
                                    van fietsen en bromfietsen.</al></li><li nr="c."><al>Straatverkoop van eetwaren voor directe consumptie en
                                    alcoholvrije dranken. ¶Indien de plaatselijke omstandigheden
                                    daartoe aanleiding geven, kan de raad bij verordening bepalen
                                    dat deze vrijstelling niet geldt voor de betrokken gemeente of
                                    een of meer delen daarvan. Daarin is voorzien in artikel 8 van
                                    de modelverordening.</al></li><li nr="d."><al>Verkoop van bloemen en planten gedurende de openingstijden op
                                    een afstand van ten hoogste 100 meter van de publieksingang van
                                    een begraafplaats.</al></li><li nr="e."><al>Verkoop van rechtstreeks verband houdende goederen bij
                                    voorstellingen, uitvoeringen of evenementen van culturele aard
                                    vanaf een uur voor aanvang tot een uur na afloop.</al></li><li nr="f."><al>Verkoop van rechtstreeks verband houdende goederen in of op het
                                    terrein van sportcomplexen gedurende de openingstijden van die
                                    sportcomplexen.</al></li><li nr="g."><al>Winkels in of op het terrein van bejaardenoorden, waar
                                    uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren,
                                    prentbriefkaarten, nieuwsbladen en tijdschriften, alsmede
                                    bloemen en planten worden verkocht.</al></li><li nr="h."><al>Winkels in fotoartikelen, indien betreden noodzakelijk is voor
                                    het maken van portretfoto's ter gelegenheid van de Eerste
                                    Heilige Communie.</al></li><li nr="i."><al>Verkoop van bloemen en planten op dagen waarop Allerheiligen en
                                    Allerzielen worden gevierd.</al></li><li nr="j."><al>Verkoop van brood en gebak dat in het bijzonder is bestemd voor
                                    hen die zich aan de Ramadan houden, en wel tussen twee uur vóór
                                    zonsondergang tot zonsondergang gedurende de Ramadan, mits in
                                    die winkel dat brood en gebak ook pleegt te worden verkocht
                                    buiten de periode van de Ramadan.</al></li><li nr="k."><al>Verkoop van eetwaren voor directe consumptie en alcoholvrije
                                    dranken, religieuze artikelen en souvenirs, alsmede bloemen en
                                    planten, in de directe omgeving van een bedevaartplaats,
                                    gedurende de tijd dat deze plaats als zodanig wordt
                                    bezocht.</al></li><li nr="l."><al>Verkoop van feestartikelen op zondag waarop carnaval wordt
                                    gevierd, vanaf 12.00 uur en op zon- en feestdagen waarop in de
                                    gemeente een kermis wordt gehouden, gedurende de openingstijden
                                    van die kermis.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><titel>Handhaving</titel></kop><al>De controle op de naleving van de regels is in eerste instantie een taak
                            van de plaatselijk bevoegde politie in overleg met de gemeente. De
                            Belastingdienst/FIOD-ECD wordt daarbij ingeschakeld als er een
                            landelijke coördinatie vereist is.</al><al>Uiteraard is ook bestuursrechtelijke handhaving mogelijk. Over de
                            handhaving van de Winkeltijdenwet heeft de Minister van Economische
                            Zaken op 22 december 2006 een brief naar alle gemeenten gestuurd. Over
                            de samenloop van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving
                            heeft de VNG nadere informatie gegeven. Deze is te vinden op de website
                            van de VNG, http://www.vng.nl/eCache/DEF/62/907.html .</al></divisie><divisie><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop></divisie><divisie><kop><titel>Verordening winkeltijden gemeente Stichtse Vecht 2013</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de definitie van winkel wordt verwezen naar artikel 1 van de
                            Winkeltijdenwet. Daarin is een winkel gedefinieerd als: een voor het
                            publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren
                            plegen te worden verkocht.</al><al>Voor de omschrijving van het begrip feestdag is aansluiting gezocht bij
                            artikel 2, eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet. In de wet is geen
                            definitie opgenomen van feestdag, maar worden de volgende dagen genoemd
                            als dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn (naast de zondag):
                            Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en
                            eerste en tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de
                            modelverordening gedefinieerd als feestdag. Daarnaast noemt artikel 2,
                            eerste lid onder b van de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de
                            winkels gesloten moeten zijn vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24
                            december. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip feestdag in de
                            modelverordening.</al><al>Door in de verordening het begrip feestdag te definiëren, kan waar nodig
                            worden volstaan met het woord “feestdag” of “feestdagen” en hoeven niet
                            steeds alle dagen bij naam genoemd te worden. Koninginnedag en
                            Bevrijdingsdag (5 mei) zijn, voor zover deze dagen niet op zondag
                            vallen, in de wet niet aangemerkt als een dag waarop de winkels gesloten
                            moeten zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Overdracht van de ontheffing</titel></kop><al>De bepaling bindt de overdracht van de ontheffing aan de toestemming van
                            het college. De ontheffing kan aan een (rechts)persoon worden verleend
                            als het gaat om straatverkoop als bedoeld in artikel 2, tweede lid van
                            de Winkeltijdenwet. Als het om een winkel gaat, heeft de ontheffing naar
                            zijn aard betrekking op het pand waarin het winkelbedrijf wordt
                            uitgeoefend. Als het om een ontheffing voor straatverkoop gaat biedt de
                            tussenkomst het college de gelegenheid om inzicht te krijgen in de
                            handel en wandel van de opvolger. Als het gaat om overdracht van het
                            winkelpand aan een ander rechthebbende, moet het college kunnen toetsen
                            of de ontheffing in stand kan blijven of dat er eventueel andere
                            voorschriften aan moeten worden verbonden. Er kan immers sprake zijn van
                            een heel ander soort winkel dan voorheen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zon- en feestdagenregeling (koopzondagen)</titel></kop><al>Dit artikel is een uitwerking van artikel 3, tweede lid,
                            Winkeltijdenwet, dat de raad de mogelijkheid geeft de bevoegdheid die in
                            het eerste lid aan de raad wordt gegeven, te delegeren aan het college.
                            Dit is wel een beperkte delegatie: de raad zelf verleent vrijstelling,
                            B&amp;W bepalen wanneer die precies geldt door het aanwijzen van
                            maximaal 12 koopzondagen per jaar. De eerste twee leden van artikel 3
                            Winkeltijdenwet luiden:</al><lijst><li nr="·"><al>1. De gemeenteraad kan voor ten hoogste twaalf door hem aan te
                                    wijzen dagen per kalenderjaar vrijstelling verlenen van de in
                                    artikel 2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben
                                    op de zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag,
                                    tweede Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag. De beperking
                                    tot twaalf dagen per kalenderjaar geldt voor elk deel van de
                                    gemeente afzonderlijk.</al></li><li nr="·"><al>2. De gemeenteraad kan, al dan niet onder het stellen van
                                    regels, de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid delegeren aan
                                    burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="·"><al>Op basis van het coalitieakkoord is in deze verordening gekozen
                                    voor het handhaven van de bestaande aantal koopzondagen en
                                    zondagsopeningen van supermarkten, waarbij alleen in de
                                    voormalige gemeenten Breukelen en Loenen sprake was
                                    zondagopening voor supermarkten. </al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Openstelling van levensmiddelenwinkels op zon- en
                                feestdagen</titel></kop><al>Dit artikel steunt op artikel 3, vierde lid, van de Winkeltijdenwet, dat
                            luidt:</al><al>4.Voorts kan de gemeenteraad bij verordening aan burgemeester en
                            wethouders de bevoegdheid verlenen op een daartoe strekkende aanvraag en
                            met inachtneming van de in die verordening gestelde regels ontheffing te
                            verlenen van de in artikel 2, eerste lid, onder a en b, vervatte
                            verboden, voor zover het winkels betreft die gesloten zijn op de in die
                            verboden bedoelde dagen tussen 0 uur en 16 uur, en waar uitsluitend of
                            hoofdzakelijk eet- en drinkwaren plegen te worden verkocht met
                            uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van
                            de Drank- en Horecawet. De verordening bepaalt in ieder geval het aantal
                            winkels waarvoor in de gemeente ontheffing kan worden verleend. Dit
                            aantal kan ten hoogste één winkel per 15 000 inwoners van de gemeente
                            zijn of, indien het inwonertal lager is dan 15 000, één winkel.</al><al>De vereisten uit de Winkeltijdenwet zijn dus:</al><lijst><li nr="·"><al>• de ontheffing kan alleen worden verleend aan winkels: </al></li><li nr="-"><al>die gesloten zijn op zon- en feestdagen vóór 16 uur, ook als die
                                    als koopzondag zijn aangewezen (verwerkt in onderdeel a van
                                    derde lid), en</al></li><li nr="-"><al>waar hoofdzakelijk eet- en drinkwaren worden verkocht met
                                    uitzondering van sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste
                                    lid, van de Drank- en Horecawet (verwerkt in het eerste lid van
                                    artikel 6 van deze verordening);</al></li></lijst><al>• er mag maar 1 ontheffing verleend worden per 15.000 inwoners (verwerkt
                            in het tweede lid van artikel 6 van deze Verordening). Dit aantal moet
                            strikt worden toegepast, er mag dus niet naar boven worden afgerond. Een
                            gemeente die minder dan 15.000 inwoners heeft mag aan één winkel de
                            ontheffing ex artikel 3, vierde lid verlenen.</al><al>Aan de ontheffing op grond van artikel 3, vierde lid van de
                            Winkeltijdenwet kan bijvoorbeeld de beperking worden verbonden dat er na
                            een bepaald tijdstip geen alcoholhoudende drank mag worden verkocht (CBB
                            18-03-2009, AWB 08/802 S2, Zaanstad).</al><al>Op basis van het coalitieakkoord is in deze verordening gekozen voor het
                            handhaven van de bestaande aantal koopzondagen en zondagsopeningen van
                            supermarkten, waarbij alleen in de voormalige gemeenten Breukelen en
                            Loenen sprake was zondagopening voor supermarkten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor bijzondere
                                situaties</titel></kop><al>Dit artikel steunt op artikel 4, tweede lid, Winkeltijdenwet. Artikel 4
                            luidt:</al><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling van de in artikel
                                    2 vervatte verboden, voor zover deze betrekking hebben op de
                                    zondag, Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede
                                    Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag, verlenen op grond van
                                    plotseling opkomende bijzondere omstandigheden.</al></li><li nr="2."><al>Zij kunnen in door de gemeenteraad bij verordening aangewezen
                                    gevallen ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde
                                    verboden ten behoeve van bijzondere gelegenheden van tijdelijke
                                    aard en ten behoeve van het uitstallen van goederen.</al></li><li nr="3."><al>De vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen
                                    worden verleend. Aan de vrijstellingen en ontheffingen kunnen
                                    voorschriften worden verbonden.</al></li></lijst><al>Aangezien de Winkeltijdenwet in artikel 7, eerste lid een directe
                            bevoegdheid verleent aan het college om vrijstelling te verlenen op
                            grond van plotseling opkomende bijzondere omstandigheden hoeft deze
                            mogelijkheid niet afzonderlijk te worden genoemd in de verordening. Wel
                            worden hier op grond van het tweede lid van artikel 4 van de
                            Winkeltijdenwet de gevallen aangewezen waarin ontheffing kan worden
                            verleend ten behoeve van bijzondere gelegenheden van tijdelijke
                            aard.</al><al>Uit de bewoordingen van artikel 4, eerste lid, van de Winkeltijdenwet in
                            relatie tot die van 3, vierde lid volgt dat deze ontheffing zowel op
                            aanvraag als ambtshalve kan worden verleend.</al><al>In artikel 7, eerste lid onder c worden tentoonstellingen in
                            kunstateliers en galeries genoemd. De reden daarvan is het volgende.
                            Kunstateliers en galeries zijn winkels, maar hebben in de
                            Winkeltijdenwet een speciale status, die voortkomt uit de oude
                            Winkelsluitingswet en het daarop berustende Besluit gemeentelijke
                            ontheffingen Winkelsluitingswet. In artikel 4 van dat landelijk geldende
                            besluit was een afzonderlijke regeling opgenomen voor kunstateliers en
                            galeries. Deze bepaling hield in dat burgemeester en wethouders
                            ontheffing konden verlenen ten behoeve van het uitstallen van niet
                            fabrieksmatig vervaardigde kunstvoorwerpen door of voor rekening van de
                            vervaardiger daarvan, voor de zon- en feestdagen en de sluitingsuren op
                            werkdagen. Bij het opstellen van de Winkeltijdenwet in 1996 is deze
                            ontheffingsmogelijkheid niet meer expliciet overgenomen in het
                            Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Daar kwamen direct veel vragen
                            over. In overleg met het ministerie van Economische Zaken zijn de
                            kunstateliers en de galeries in artikel 7, tweede lid, van de toenmalige
                            en nu het eerste lid van de huidige modelverordening Winkeltijdenwet
                            opgenomen. Op grond van artikel 4, tweede lid, van de wet, zoals
                            uitgewerkt in artikel 7, eerste lid van de modelverordening, kunnen
                            burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voor de zon- en
                            feestdagen voor bijzondere situaties. De wet laat hierin de gemeenten
                            beleidsvrijheid. Met gebruikmaking van deze beleidsvrijheid kan de
                            ontheffing verleend worden voor tentoonstellingen in kunstateliers en
                            galeries. De achtergrond van deze bijzondere status voor kunstateliers
                            en galeries is dat de mogelijkheden voor kunstenaars aan hun werk
                            bekendheid te geven door middel van (verkoop)tentoonstellingen niet te
                            zeer aan banden gelegd mag worden. Bovendien spelen
                            concurrentieoverwegingen hier nauwelijks een rol, gezien het individuele
                            karakter van de betrokken voorwerpen.</al><al>Onder bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard kunnen
                            feestelijkheden worden verstaan. In een uitspraak van 28 oktober 2008,
                            LJN: BG2147 (Amsterdam Noord), heeft het CBB het begrip
                            “feestelijkheden” ingevuld. Het ging in deze zaak onder meer om de vraag
                            of allerlei buitenlandse en nogal buitenissige feestdagen zoals de
                            Chinese dag van het kind, de Amerikaanse "doe vriendelijk dag" en
                            dergelijke konden worden aangemerkt als "feestelijkheden" zoals bedoeld
                            in de Winkeltijdenverordening van het desbetreffende stadsdeel. Uit de
                            uitspraak blijkt "….dat het moet gaan om feestelijkheden die bijzondere
                            gelegenheden van tijdelijke aard zijn. Bij het hanteren van het begrip
                            "bijzondere gelegenheid van tijdelijke aard" moet er een verband kunnen
                            worden aangewezen met een gebeurtenis dan wel met het beleven of uiten
                            van opvattingen of gevoelens, waaraan blijkens een breed gedragen mening
                            van de bevolking of een bevolkingsgroep op landelijk dan wel op lokaal
                            niveau, een feestelijke, gedenkwaardige betekenis moet worden
                            gehecht."</al><al>In een uitspraak van 18 december 2009 bepaalde de voorzieningenrechter
                            dat het verlenen van ontheffing om op zondag 20 december open te zijn in
                            verband met het plaatsvinden van een feestelijkheid (de laatste zondag
                            voor Kerstmis), niet mogelijk was. In deze mondelinge uitspraak overwoog
                            de rechter: “Er is echter niet gebleken welke feestelijkheid op die dag
                            plaats zal vinden en tevens niet of de genoemde feestelijke activiteiten
                            ten tijde van het verlenen van de ontheffing reeds gepland waren.
                            Doordat de ontheffing is verleend aan alle winkeliers in de gemeente
                            Lisse, komt de ontheffing eigenlijk overeen met het aanwijzen van een
                            extra algemene koopzondag. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat
                            de gemeenteraad de mogelijkheid heeft om burgemeester en wethouders de
                            bevoegdheid te geven twaalf koopzondagen aan te wijzen. De gemeenteraad
                            heeft deze bevoegdheid echter beperkt tot zes zon- en feestdagen, van
                            welke bevoegdheid ook gebruik is gemaakt. Door het aanwijzen van deze
                            extra koopzondag, hebben burgemeester en wethouders in strijd met de
                            verordening gehandeld.” (LJN BK 7097, Lisse).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Toerisme</titel></kop><al>De grondslag van het artikel in de verordening is artikel 3, derde lid,
                            onder a van de Winkeltijdenwet. De wet laat de keuze tussen het verlenen
                            van vrijstelling door de raad of het op basis van de verordening
                            verlenen van ontheffing door burgemeester en wethouders. Artikel 3,
                            derde lid, aanhef en onder a van de wet luidt:</al><lijst><li nr="3."><al>De gemeenteraad kan bij verordening vrijstelling verlenen van de
                                    in het eerste lid bedoelde verboden of aan burgemeester en
                                    wethouders de bevoegdheid verlenen om in de gevallen, in die
                                    verordening aan te wijzen, en met inachtneming van de daarin
                                    gestelde regels op een daartoe strekkende aanvraag ontheffing
                                    van die verboden te verlenen ten behoeve van:</al></li><li nr="a."><al>op de betrokken gemeente of een deel daarvan gericht toerisme,
                                    mits de aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of nagenoeg
                                    geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de
                                    vrijstelling of ontheffing mogelijk worden gemaakt; (…....)</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>In dit model is gekozen voor een vaste datum van inwerkingtreding. Dat
                            is duidelijker en later makkelijker terug te vinden dan een afzonderlijk
                            besluit van het college zoals in de vorige versie van de
                            modelverordening was opgenomen. Deze nieuwe modelverordening is niet in
                            strijd met de Winkeltijdenwet zoals die na wijziging zal luiden en kan
                            dus eventueel al worden vastgesteld en in werking treden vóór
                            inwerkingtreding van de wijziging van de Winkeltijdenwet.</al><al>Na inwerkingtreding van de wijziging van de Winkeltijdenwet hebben de
                            gemeentebesturen nog een jaar de tijd om hun vrijstellingen en
                            ontheffingen in verband met de toeristische aantrekkingskracht te
                            heroverwegen, te onderbouwen en te voorzien van de toelichting die het
                            nieuwe lid 7 van artikel 3 voorschrijft. Dat volgt uit artikel II van de
                            wijzigingswet.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Om te voorkomen dat de nieuwe verordening dezelfde naam heeft als de
                            voorganger – die via artikel 12 wordt ingetrokken op het moment van
                            inwerkingtreding van deze nieuwe – wordt voorgesteld achter de
                            gemeentenaam een jaartal op te nemen.</al><al/><al/><al><vet>Toelichting bij 3e wijziging</vet></al><al/><al>De bovenstaande wijzigingen beogen op zorgvuldige wijze de vrijheid van
                            de winkeliers te optimaliseren. Winkeliers krijgen zelf bestuur over de
                            koopzondagen. Alleen als winkeliers gezamenlijk besluiten
                                <vet>niet</vet> open te gaan, is er nog een potentiële beperking.
                            Het college kan dan in afwijking van de algemene vrijstelling een
                            beperkte vrijstelling invoeren, maar louter op verzoek van de
                            winkeliers. Deze bepaling is nadrukkelijk bedoeld om winkeliers in
                            afzonderlijke winkelgebieden enig houvast te bieden dat als zij in
                            meerderheid willen dat het gebied op een bepaalde zondag dicht blijft,
                            dat dit in extreme situaties ook handhaafbaar is richting winkeliers die
                            zich niet aan onderlinge afspraken willen houden. Het is nadrukkelijk
                            geen verplichting om dergelijke zondagen vast te stellen, maar een
                            mogelijkheid.</al><al/><al>Specifieke branches, te weten met name supermarkten, bouwmarkten en
                            tuincentra, kunnen open, ongeacht wat de rest van de winkeliers in hun
                            winkelgebied besluiten. De reden hiervoor is dat voor deze winkeliers
                            gezamenlijke koopzondagen minder relevant zijn doordat zij vaak zeer
                            doelgerichte klanten hebben.</al><al/><al>Ten aanzien van de niet reeds aangewezen kernen, krijgt het college
                            nadrukkelijk de bevoegdheid de openstelling alsnog vorm te geven. Verder
                            wordt er ook daar geharmoniseerd naar het oude hoogste niveau van 12
                            koopzondagen, om daar geen onbedoelde beperkingen op te leggen.</al><al/><al>Tot slot kan het college na zorgvuldige weging van belangen het aantal
                            kernen dat onder de algemene vrijstelling valt, uitbreiden. Dit is op
                            participatieve wijze te doen in de overige kernen.</al><al/><al>Ten aanzien van de openingstijden geldt als norm 12 tot 17, met
                            uitzondering van bepaalde reeds lange tijd ruimer opengestelde
                            feestdagen. Enkele feestdagen zijn uitgesloten, dit is overigens
                            bijvoorbeeld in de gemeente Utrecht ook zo.</al><al/><al>Het college is bevoegd tot uitbreiding van de openingstijd naar 10 tot
                            17. Er dient dan wel een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden,
                            waarbij de rust op de zondagochtend zwaar weegt. Voorbeelden waar dit
                            kan spelen is bij winkelgebieden waar men niet iedere zondag open wil,
                            maar op de wel open zondagen graag vroeger wil beginnen. Hier weegt de
                            extra druk op de zondagsrust op tegen het feit dat het om minder
                            zondagen gaat. Een ander voorbeeld zou kunnen zijn een winkel in een
                            gebied met weinig of geen omwonenden, die concurrentie ervaart van
                            andere winkels buiten de gemeentegrenzen.</al><al/><al>Net als in de gemeente Utrecht wordt ook in onze gemeente de
                            mogelijkheid geboden aan supermarkten om te kiezen tussen de 'normale'
                            openingstijden en de openingstijden bedoeld voor gemakswinkels. De
                            openingsmogelijkheid voor gemakswinkels is niet meer beperkt in
                            aantallen winkels, maar wel tot de eerder genoemde kernen, met wederom
                            de bevoegdheid voor de college om kernen toe te voegen, mits uit
                            participatie blijkt dat dit wenselijk is.</al><al/><al>Een directe inwerkingtreding betekent dat we ook met de door iedereen zo
                            gewenste voortvarendheid te werk gaan.</al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>