<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR224862_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012 - 2</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Bergen op Zoomse Bode, d.d. 30-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012 - 2</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1, sub c, juncto art. 30</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2, lid 1</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVB12-0115</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Sociale Zaken</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt met ingang van 1 januari 2013 de Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012, vastgesteld in de openbare vergadering van 22 december 2011.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012 - 2</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen op Zoom; </al><al>overwegende dat de Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand
                        2012 vanwege herziening van </al><al>de huishoudinkomenstoets aanpassing behoeft;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14
                        augustus 2012, nummer RVB12-0059;</al><al>gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8, lid 1, sub c, juncto
                        artikel 30 van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al><vet>de Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012 -
                            2</vet> vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>zorgbehoevende: degene die, indien hij niet tezamen met een
                                        andere persoon de woning zou bewonen, zou zijn aangewezen op
                                        beroepsmatige hulp, zoals verzorging in een bejaardentehuis
                                        of </al><al>in een andere inrichting ter verpleging of verzorging;</al></li><li nr="c."><al>woonkosten: - indien het een huurwoning betreft de in
                                        aanmerking te nemen huishuur in het kader van de Wet op de
                                        huurtoeslag;</al><lijst><li nr="-"><al>indien het een eigen woning betreft, de tot een
                                                bedrag per maand omgerekende som van de
                                                verschuldigde hypotheekrente, de vanwege het in
                                                eigendom hebben van de woning zakelijke lasten
                                                alsmede een door of namens het college nader vast te
                                                stellen bedrag voor groot onderhoud.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan de
                                pensioengerechtigde leeftijd aan wie bijstand kan worden verleend,
                                geldt een categorieaanduiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De categorieën worden aangeduid als:</al><lijst><li nr="a."><al>alleenstaande als bedoeld in artikel 4, lid 1, sub a, van de
                                        wet;</al><lijst><li nr=""><al>b. alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, lid
                                                1, sub b, van de wet;</al></li><li nr=""><al>c. gehuwden als bedoeld in artikel 3 van de
                                                wet.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij gehuwden geldt het leeftijdscriterium als bedoeld in lid 1 voor
                                beiden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Criteria voor het verhogen van de norm</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Alleenwonende alleenstaande (ouder)</titel></kop><al>De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten
                            laste komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf
                            heeft en dientengevolge de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan
                            niet kan delen, wordt verhoogd met een toeslag, die is bepaald op het in
                            artikel 25, lid 2, van de wet genoemde maximumbedrag behoudens het
                            bepaalde in artikel 6, lid 1, artikel 7 en artikel 8 van deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Niet alleenwonende alleenstaande (ouder)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De norm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder met zijn ten
                                laste komende kinderen bij wie een ander zijn hoofdverblijf heeft of
                                die in de woning van een ander zijn hoofdverblijf heeft
                                    <cursief>en</cursief> die de algemene noodzakelijke kosten van
                                het bestaan kan delen, wordt verhoogd met een toeslag die is bepaald
                                op de helft van het in artikel 25, lid 2, van de wet genoemde
                                maximumbedrag behoudens het bepaalde in artikel 6, lid 1, artikel 7
                                en artikel 8 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 wordt de norm voor de alleenstaande en de
                                alleenstaande ouder verhoogd met een toeslag, die is bepaald op het
                                in artikel 25, lid 2, van de wet genoemde maximumbedrag behoudens
                                het bepaalde in artikel 6, lid 1, artikel 7 en artikel 8 van deze
                                verordening, indien de woning wordt bewoond met een ander of die in
                                de woning van een ander woont en die de algemene noodzakelijke
                                kosten van het bestaan <cursief>niet </cursief>kan delen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijk kosten is in
                                ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met
                                uitsluitend:</al><lijst><li nr="a."><al>een niet ten laste komend kind jonger dan 21 jaar, dat over
                                        een inkomen beschikt dat niet hoger is dan het bedrag in
                                        artikel 21, sub a, van de wet;</al></li><li nr="b."><al>een ongehuwd kind dat aanspraak kan maken op
                                        studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                                        2000 dan wel een tegemoetkoming op grond van de Wet
                                        tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en over een
                                        inkomen beschikt dat niet hoger is dan het bedrag in artikel
                                        21, sub a, van de wet;</al><al>Onder “inkomen” wordt mede begrepen het inkomen dat in het
                                        kader van de Wet studiefinanciering 2000 bij de vaststelling
                                        van de hoogte van het toetsingsinkomen buiten beschouwing
                                        wordt gelaten;</al></li><li nr="c."><al>een bloedverwant in de eerste of tweede graad waarbij sprake
                                        is van zorgbehoefte tussen één van deze bloedverwanten en de
                                        alleenstaande of de alleenstaande ouder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij drie of meer kostgangers en/of onderhuurders wordt de kostgever
                                of de (onder)verhuurder geacht een bedrijf te exploiteren en dient
                                voor bijstand een beroep te worden gedaan op het Besluit
                                bijstandverlening zelfstandigen 2004.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Criteria voor het verlagen van de norm of de toeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Niet alleenwonende gehuwden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De norm voor gehuwden bij wie een ander zijn hoofdverblijf heeft of
                                die in de woning van een ander hun hoofdverblijf hebben
                                    <cursief>en</cursief> die de algemene noodzakelijke kosten van
                                het bestaan kunnen delen, wordt verlaagd met de helft van het in
                                artikel 25, lid 2, van de wet genoemde maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 vindt geen verlaging plaats indien de
                                algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan <cursief>niet
                                </cursief>kunnen worden gedeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijk kosten is in
                                ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met
                                uitsluitend:</al><lijst><li nr="a."><al>een niet ten laste komend kind jonger dan 21 jaar, dat over
                                        een inkomen beschikt dat niet hoger is dan het bedrag in
                                        artikel 21, sub a, van de wet;</al></li><li nr="b."><al>een ongehuwd kind dat aanspraak kan maken op
                                        studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                                        2000 dan wel een tegemoetkoming op grond van de Wet
                                        tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en over een
                                        inkomen beschikt dat niet hoger is dan het bedrag in artikel
                                        21, sub a, van de wet;</al><al>Onder “inkomen” wordt mede begrepen het inkomen dat in het
                                        kader van de Wet studiefinanciering 2000 bij de vaststelling
                                        van de hoogte van het toetsingsinkomen buiten beschouwing
                                        wordt gelaten;</al></li><li nr="c."><al>een bloedverwant in de eerste of tweede graad waarbij sprake
                                        is van zorgbehoefte tussen één van deze bloedverwanten en
                                        één van de gehuwden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij drie of meer kostgangers en/of onderhuurders wordt de kostgever
                                of de (onder)verhuurder geacht een bedrijf te exploiteren en dient
                                voor bijstand een beroep te worden gedaan op het Besluit
                                bijstandverlening zelfstandigen 2004.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Geen woonkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geen toeslag wordt verstrekt aan de alleenstaande en de
                                alleenstaande ouder met zijn ten laste komende kinderen als hij/zij
                                geen woonkosten verschuldigd is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Lid 1 is niet van toepassing op de alleenstaande en de alleenstaande
                                ouder die inwonend is bij zijn ouder(s).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De norm voor gehuwden wordt verlaagd met het in artikel 25, lid 2,
                                van de wet genoemde maximumbedrag als zij geen woonkosten
                                verschuldigd zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Schoolverlaters</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geen toeslag wordt verleend aan de schoolverlater gedurende een
                                    periode van een half jaar na beëindiging van het onderwijs of de
                                    beroepsopleiding waarbij aanspraak bestond op studiefinanciering
                                    op grond van de Wet studiefinanciering 2000 dan wel een
                                    tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten.</al></li><li nr="2."><al>Indien één van de gehuwden schoolverlater is, wordt de norm voor
                                    gehuwden verlaagd met de helft van het in artikel 25, lid 2, van
                                    de wet genoemde maximumbedrag gedurende een periode van een half
                                    jaar na beëindiging van het onderwijs of de beroepsopleiding
                                    waarbij aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de
                                    Wet studiefinanciering 2000 dan wel een tegemoetkoming op grond
                                    van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
                                    Indien beide gehuwden tegelijkertijd schoolverlater zijn, wordt
                                    de norm voor gehuwden verlaagd met het in artikel 25, lid 2, van
                                    de wet genoemde maximumbedrag. </al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Lid 2 is niet van toepassing, indien één van de gehuwden geen
                                    recht op algemene bijstand heeft en de rechthebbende partner 21
                                    of 22 jaar is en geen ten laste komende kinderen heeft.</al></li><li nr="4."><al>De periode als bedoeld in lid 1 en lid 2 vangt aan met ingang
                                    van de eerste dag van de maand volgend op die waarin geen
                                    aanspraak meer bestaat op studiefinanciering dan wel een
                                    tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Alleenstaande van 21 jaar of 22 jaar</titel></kop><al>Geen toeslag wordt verleend aan de alleenstaande van 21 jaar of 22
                            jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Cumulatie van verlagingen</titel></kop><al>De maximale verlaging als bedoeld in dit hoofdstuk bedraagt voor
                            gehuwden het in artikel 25, lid 2, van de wet genoemde
                            maximumbedrag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Individualisering</titel></kop><al>De bepalingen in deze verordening laten de toepassing van artikel 18,
                            lid 1, van de wet onverlet indien toepassing van de verordening tot
                            onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In die gevallen waarbij herziening van de huishoudinkomentoets leidt
                                tot een lagere uitkering en toepassing is gegeven aan artikel 78w
                                van de wet, blijft de ”Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk
                                en bijstand 2012” van kracht tot het tijdstip waarop het recht op
                                algemene bijstand eindigt doch uiterlijk tot 1 januari 2013. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De “Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2012”,
                                vastgesteld in de openbare vergadering van 22 december 2011, vervalt
                                op 1 januari 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening toeslagen en
                            verlagingen Wet werk en bijstand 2012 - 2” en treedt in werking op 1
                            oktober 2012 en heeft terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 september 2012.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>