<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR224364_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de                gemeenteraad 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Onderbanken</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Onderbanken</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.onderbanken.nl">website, 30 september 2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-10-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Beekdaelen 2019.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor de vergadering en andere werkzaamheden van de
                gemeenteraad 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: de raad van de gemeente Onderbanken;</al></li><li nr="b."><al>lid: een lid van de raad;</al></li><li nr="c."><al>fractie: een politieke groepering in de raad;</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>griffier: de griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="f."><al>presidium: het presidium van de raad als bedoeld in artikel 5
                                    van dit reglement;</al></li><li nr="g."><al>seniorenconvent: het seniorenconvent van de raad als bedoeld in
                                    artikel 5a van dit reglement;</al></li><li nr="h."><al>werkgeverscommissie: de commissie als bedoeld in artikel 5b van
                                    dit reglement;</al></li><li nr="i."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Onderbanken;</al></li><li nr="j."><al>burgemeester: de burgemeester van de gemeente Onderbanken;</al></li><li nr="k."><al>secretaris: de gemeentesecretaris/algemeen directeur van de
                                    gemeente Onderbanken;</al></li><li nr="l."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing,</al></li></lijst><al>naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;</al><al>m.subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,
                            naar</al><al>de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement,
                            waarop</al><al>het betrekking heeft;</al><al>n.motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor
                            een</al><al>oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al><lijst><li nr="o."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="p."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel, voortkomend uit initiatief van één of meer
                                    leden;</al></li></lijst><al>q .interpellatie: het aan het college of aan de burgemeester vragen van
                            inlichtingen of uitleg over een onderwerp dat niet staat vermeld op de
                            agenda.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                        opdraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de voorzitter vervangen
                                door een door de raad uit zijn midden daartoe aangewezen lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                    door een</al></li></lijst><al>door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.</al><al>3.Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan
                            de</al><al>beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De secretaris</titel></kop><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                            aanwezig te</al><al>laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in
                            dit</al><al>reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een raadspresidium.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                                fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium, de
                                plaatsvervangende voorzitter van het presidium wordt door de leden
                                van het presidium uit hun midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het
                                presidium aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen
                                voor een vergadering van het presidium.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden van het presidium hebben elk één stem in het
                                presidium.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het presidium stelt de voorlopige agenda’s op voor de
                                raadsvergaderingen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het presidium maakt bij de agenderingen gebruik van het door het
                                college op te stellen raadsmemorandum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a</nr><titel>Het seniorenconvent</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad heeft een seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                                fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de raad is voorzitter van het seniorenconvent, de
                                plaatsvervangende voorzitter van het seniorenconvent wordt door de
                                leden van het seniorenconvent uit hun midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het
                                seniorenconvent aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen
                                voor een vergadering van het seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij
                                zijn afwezigheid in het seniorenconvent vervangt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden van het seniorenconvent hebben elk één stem in het
                                seniorenconvent.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het seniorenconvent bespreekt onderwerpen betreffende de gang van
                                zaken van de gemeenteraad, onderwerpen van vertrouwelijke aard en
                                overige raadsaangelegenheden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter kan het seniorenconvent te allen tijde bijeen roepen
                                teneinde de mening te peilen van andere dan de in lid 8 genoemde
                                aangelegenheden, indien hij zulks nodig of wenselijk acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5b</nr><titel>Werkgeverscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt uit haar leden een werkgeverscommissie van ten
                                minste drie leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgeverscommissie heeft tot taak het uitoefenen van het
                                werkgeverschap ten aanzien van de griffier.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgeverscommissie wordt bijgestaan door de griffier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijeenkomsten van de werkgeverscommissie zijn niet openbaar.</al><al>Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; fracties</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging, benoeming wethouders,
                                risico-analyse integriteit</titel></kop><al>1.Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een
                            commissie in bestaande</al><al>uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de
                            geloofsbrieven,</al><al>de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en
                            de</al><al>processen-verbaal van de stembureaus.</al><al>2.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                            schriftelijk</al><al>verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit.
                            In het</al><al>verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al><al>3.Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                            gebeurt in de laatste</al><al>bijeenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen.</al><al>4.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de
                            raad</al><al>op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling,
                            bedoeld</al><al>in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring
                            en</al><al>belofte af te leggen.</al><al>5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter
                            een</al><al>nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad
                            waarin</al><al>over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of
                            verklaring en</al><al>belofte af te leggen.</al><al>6.Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid
                            een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de
                            eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het
                            tweede lid van overeenkomstige toepassing. Aan het begin van iedere
                            ambtstermijn wordt ten behoeve van de wethouders een risico-analyse
                            uitgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Fractie</titel></kop><al>1.De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde
                            kandidatenlijst</al><al>verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode
                            als</al><al>één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid
                            verkozen,</al><al>dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.</al><al>2.Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de
                            fractie</al><al>in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven
                            de</al><al>kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering
                            van de</al><al>raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil
                            voeren.</al><al>3.De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens
                            plaatsvervanger</al><al>optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.</al><al>4. a. Indien:</al><al>1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan
                            optreden;</al><al>2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al><al>3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                            fractie;</al><al>wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan
                            de</al><al>voorzitter.</al><al>b.Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening
                            gehouden</al><al>met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de
                            mededeling</al><al>daarvan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op
                                        een donderdag, volgens een schema dat aan het begin van elk
                                        kalenderjaar door de raad wordt vastgesteld, vangen aan om
                                        19.00 uur en worden gehouden in het gemeentehuis.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                        aanvangsuur bepalen</al></li></lijst><al>of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij
                                er sprake</al><al>is van een spoedeisende situatie, overleg in het
                                raadspresidium.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>1.De voorzitter zendt tenminste 14 dagen voor een vergadering de
                                leden van de</al><al>raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en
                                plaats van</al><al>de vergadering.</al><al>2.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van</al><al>de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde
                                stukken</al><al>worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van
                                de raad verzonden.</al><al>3.Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 10, tweede</al><al>lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo
                                spoedig</al><al>mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan
                                de leden</al><al>van de raad gezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Agenda</titel></kop><al>1.Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                raadspresidium de</al><al>voorlopige agenda van de vergadering vast.</al><al>2.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke</al><al>oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een
                                aanvullende</al><al>agenda opstellen.</al><al>3.Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                voorstel van</al><al>een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling
                                van de</al><al>agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                                afvoeren.</al><al>4.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                beraadslaging</al><al>voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een
                                commissie</al><al>of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen.</al><al>5.Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                raad de volgorde</al><al>van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De wethouder</titel></kop><al>1.Het raadspresidium kan een of meer wethouders uitnodigen om in de
                                vergadering</al><al>aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.</al><al>2.Indien een wethouder bij een raadsvergadering aanwezig wil zijn en
                                wil deelnemen</al><al>aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe voor de vaststelling van
                                de</al><al>voorlopige agenda een verzoek aan de voorzitter.</al><al>3.Voor de verzending van de schriftelijke oproep beslist het
                                raadspresidium</al><al>op het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>1.Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                de agenda</al><al>dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke
                                oproep</al><al>voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter
                                maakt</al><al>van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld
                                in</al><al>artikel 13. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep
                                stukken</al><al>ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                leden</al><al>van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al><lijst><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken
                                        ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking
                                        worden gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet
                                        buiten het gemeentehuis</al></li></lijst><al>gebracht.</al><al>4.Indien over stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid,
                                van de</al><al>Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in
                                afwijking</al><al>van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de
                                griffier de</al><al>leden van de raad inzage.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-,
                                        nieuws-, of huis-aan-huisbladen, in het gemeentelijk
                                        informatieblad of op de voor afkondigingen in de gemeente
                                        gebruikelijke wijze en door plaatsing op de internetsite van
                                        de gemeente ter openbare kennis gebracht. De digitale versie
                                        van de aankondiging is de rechtsgeldige versie.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                                vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                voorlopige agenda en de</al></li></lijst></li></lijst><al>daarbij behorende stukken kan inzien;</al><al>c.de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld
                                in</al><al>artikel 17.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                onmiddellijk de</al><al>presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de voorzitter</al><al>en de griffier door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><al>1.De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                vaste zitplaats,</al><al>door de voorzitter na overleg in het raadspresidium bij aanvang van
                                iedere</al><al>nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.</al><al>2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
                                herzien na</al><al>overleg in het raadspresidium.</al><al>3.De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                secretaris en</al><al>overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><al>1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien
                                het daarvoor</al><al>door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de
                                presentielijst</al><al>aanwezig is.</al><al>2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                vereiste aantal</al><al>leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen
                                der</al><al>afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met
                                inachtneming</al><al>van artikel 20 van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>1.Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers
                                gezamenlijk gedurende</al><al>maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde
                                onderwerpen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden:</al><lijst><li nr="a."><al>over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
                                                bezwaar of beroep op</al></li></lijst></li></lijst><al>de rechter openstaat of heeft opengestaan;</al><lijst><li nr="b."><al>over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                        personen;</al></li><li nr="c."><al>indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht kan of</al></li></lijst><al>kon worden ingediend.</al><al>3.Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, kan dit tot het
                                begin van de</al><al> raadsvergadering melden bij de griffier c.q. de voorzitter. Indien
                                hij zich meldt bij de griffier dient </al><al> hij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover
                                hij het woord wil voeren </al><al> door te geven. Indien hij zich meldt vlak voor de raadsvergadering
                                vraagt de voorzitter de </al><al> genoemde gegevens kenbaar te maken. </al><al>4.De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter</al><al>kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de
                                orde van de</al><al>vergadering.</al><al>5.Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                                verdeelt</al><al>de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes
                                sprekers zijn. De</al><al>voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de
                                maximale lengte</al><al>van de spreektijd.</al><al>6.De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De</al><al>voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de
                                behandeling van</al><al>de inbreng van de burger.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen, deelt
                                de voorzitter</al><al>mede bij welk lid van de raad de hoofdelijke stemming zal
                                beginnen.</al><al>Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst
                                aangewezen; bij</al><al>het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><al>1.De conceptbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo
                                mogelijk,</al><al>aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de
                                schriftelijke</al><al>oproep. De conceptbesluitenlijst wordt gelijktijdig aan de overige
                                personen die</al><al>het woord gevoerd hebben toegezonden.</al><al>2.Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, de
                                conceptbesluitenlijst van de</al><al>vorige vergadering vastgesteld.</al><lijst><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                        secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering aan
                                        de raad te doen indien de conceptbesluitenlijst onjuistheden
                                        bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een
                                        voorstel tot verandering dient tenminste 48 uur vóór het
                                        vaststellen van de conceptbesluitenlijst bij de griffier te
                                        worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De besluitenlijst moet inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                wethouders en de in de vergadering aanwezige leden,
                                                alsmede van de leden die afwezig waren en overige
                                                personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een formulering van de door de raad genomen
                                                besluiten;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                                vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van
                                                de leden die voor of tegen stemden, onder
                                                aantekening van de namen van de leden die zich
                                                overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben
                                                onthouden;</al></li><li nr="d."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                                initiatiefvoorstellen en
                                                burgerinitiatiefvoorstellen,</al></li></lijst></li></lijst><al>voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen.</al><lijst><li nr="5."><al>De conceptbesluitenlijst wordt opgesteld door de
                                        griffier.</al></li><li nr="6."><al>De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en
                                        de griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><al>1.Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                mededelingen van het</al><al>college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt
                                aan de leden</al><al>van de raad toegezonden en ter inzage gelegd.</al><al>2.In het geval de lijst als bedoeld in het eerste lid een
                                schriftelijke mededeling van het college aan</al><al> de raad vermeldt, wordt de voor die mededeling verantwoordelijke
                                portefeuillehouder geacht te </al><al> zijn uitgenodigd om bij de eventuele behandeling van die mededeling
                                aanwezig te zijn.</al><al>3.Na de vaststelling van de besluitenlijst stelt de raad op voorstel
                                van de voorzitter de</al><al> wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><al>1.De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun
                                plaats of van de</al><al>spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.</al><al>2.Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden
                                van de raad</al><al>en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><al>1.Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                gevraagd en van</al><al>hem verkregen te hebben.</al><al>2.De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van
                                de raad het</al><al>woord vraagt over de orde van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><al>1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee</al><al>termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al><lijst><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde</al></li></lijst><al>onderwerp of voorstel.</al><lijst><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                                initiatiefvoorstel heeft</al></li></lijst></li></lijst><al>ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat
                                voorstel.</al><al>5.Bij de bepaling hoeveel keren een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het</al><al>woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een
                                voorstel van orde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de
                                leden en de overige</al><al>aanwezigen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van dit reglement te</al></li></lijst></li></lijst><al>herinneren;</al><al>b.een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                spreker zonder verdere</al><al>interrupties zijn betoog zal afronden.</al><al>2.Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                uitdrukkingen</al><al>veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp,
                                een</al><al>andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort,</al><al>wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                betreffende spreker, </al><al>hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende</al><al>de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
                                onderwerp</al><al>het woord ontzeggen.</al><al>3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                een door</al><al>hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde
                                opnieuw</al><al>wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al>1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                beslissen</al><al>over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te</al><al>beraadslagen.</al><al>2.Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                voorzitter kan de</al><al>raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                schorsen</al><al>teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot
                                onderling</al><al>nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de
                                schorsingsperiode</al><al>verstreken is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>1.De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige
                                leden</al><al>van de raad, de wethouder, de secretaris, de griffier en de
                                voorzitter deelnemen</al><al>aan de beraadslaging.</al><al>2.Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één
                                der leden</al><al>van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van
                                het aan</al><al>de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat,</al><al>heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslissing</titel></kop><al>1.Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is</al><al>toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders
                                beslist.</al><al>2.Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                eventuele</al><al>amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan
                                luidt, in</al><al>zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd.</al><al>3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt,
                                formuleert</al><al>de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.</al><lijst><li nr="4."><al>Het voorstel is verworpen als de vergadering voltallig is en
                                        de stemmen staken. Onder voltallig aanwezig wordt verstaan
                                        een vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat,
                                        voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming
                                        moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.</al></li><li nr="5."><al>Is de vergadering niet voltallig dan wordt het besluit tot
                                        een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen
                                        opnieuw staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
                                        Ook indien er sprake is van een vervulbare vacature is de
                                        vergadering niet voltallig.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><al>1.De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                stemming</al><al>wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de
                                voorzitter vast</al><al>dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.</al><al>2.In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                besluitenlijst vragen,</al><al>dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van
                                stemming</al><al>te hebben onthouden.</al><al>3.Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                voorzitter</al><al>daarvan mededeling.</al><al>4.De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij naam
                                op hun</al><al>stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                overeenkomstig</al><al>artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar
                                de</al><al>volgorde van de presentielijst.</al><lijst><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder in de vergadering aanwezig
                                        lid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet
                                        onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
                                        ‘tegen’ uit te spreken,</al></li></lijst><al>zonder enige toevoeging.</al><al>7.Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                kan hij deze</al><al>vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd
                                heeft.</al><al>Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de
                                voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel
                                aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de
                                stemming brengt dit echter geen verandering.</al><al>8.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met
                                vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij
                                doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><al>1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                wordt eerst</al><al>over dat amendement gestemd.</al><al>2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                eerst</al><al>over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                amendement.</al><al>3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                aanhangig</al><al>voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin
                                hierover zal</al><al>worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende
                                amendement</al><al>of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.</al><al>4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                wordt eerst</al><al>over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.</al><lijst><li nr="5."><al>Indien de raad voltallig aanwezig is en de stemmen staken,
                                        dan is het (sub)amendement verworpen. Onder voltallig
                                        aanwezig wordt verstaan een vergadering waarin alle leden
                                        waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van
                                        deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem
                                        hebben uitgebracht en er geen vervulbare vacature(s) is
                                        (zijn).</al></li><li nr="6."><al>Is de vergadering niet voltallig dan wordt de stemming over
                                        het (sub)amendement uitgesteld tot een volgende vergadering.
                                        Als ook dan de stemmen opnieuw staken, wordt het
                                        (sub)amendement geacht te zijn verworpen. Ook indien er
                                        sprake is van een vervulbare vacature is de vergadering niet
                                        voltallig. Voor de procedure m.b.t. stemming over het
                                        raadsvoorstel zie artikel 29 (met name lid 4 en 5).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><al>1.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                voordracht of</al><al>het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet
                                plaatshebben,</al><al>benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.</al><al>2.Ieder in de vergadering aanwezig lid, dat zich niet op grond van
                                de</al><al>Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een
                                stembriefje in</al><al>te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.</al><al>3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                benoemen, voor</al><al>te dragen of aan te bevelen.</al><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde
                                stemmingen</al><al>worden samengevat op één briefje.</al><lijst><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
                                        vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe
                                        stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld
                                        in artikel 30 van</al></li></lijst><al>de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die
                                leden</al><al>die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet
                                behoorlijk</al><al>ingevuld stembriefje wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco ingevuld stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij
                                        de stemming</al></li></lijst><al>verschillende vacatures betreft;</al><al>d.een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht
                                betreft,</al><al>op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;</al><al>e.een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan
                                die</al><al>waartoe de stemming is beperkt.</al><al>6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
                                raad, op</al><al>voorstel van de voorzitter.</al><al>7.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk
                                na vaststelling</al><al>van de uitslag vernietigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><al>1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                heeft</al><al>verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al><al>2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                meerderheid</al><al>is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee
                                personen,</al><al>die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben
                                verenigd.</al><al>Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee
                                personen</al><al>verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen
                                welke</al><al>twee personen de derde stemming zal plaatshebben.</al><al>3.Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                staken,</al><al>beslist terstond het lot.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><al>1.Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie
                                de</al><al>beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke,
                                geheel</al><al>gelijke, briefjes geschreven.</al><al>2.Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                gecontroleerd, op</al><al>gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en
                                omgeschud.</al><al>3.Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                stembokaal.</al><al>Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Amendementen</titel></kop><al>1.Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                            amendementen</al><al>indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een</al><al>geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover
                            afzonderlijke</al><al>besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden</al><al>over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de
                            presentielijst</al><al>getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al><al>2.Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                            amendement</al><al>dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen
                            (subamendement).</al><al>3.Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen
                            te</al><al>kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij
                            de</al><al>voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde
                            -oordeelt,</al><al>dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.</al><al>4.Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is mogelijk,
                            totdat</al><al>de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Moties</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan in de vergadering een motie
                                    indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk</al></li></lijst><al>bij de voorzitter worden ingediend.</al><al>3.De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                            voorstel</al><al>vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel
                            plaats.</al><al>4.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen</al><al>onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende
                            onderwerpen</al><al>zijn behandeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><al>1.Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
                            kunnen</al><al>van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
                            aangegeven,</al><al>of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.</al><al>2.De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt
                            er</al><al>zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
                            leden</al><al>van de raad en het college worden gebracht.</al><al>3.Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder
                            geval</al><al>binnen dertig werkdagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
                            Mondelinge</al><al>beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. </al><al>Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt
                            het verantwoordelijk</al><al>lid van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                            waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                            plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al><al>4.De antwoorden worden door het verantwoordelijke lid van het college
                            aan de</al><al>leden van de raad medegedeeld.</al><al>5.De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld
                            in</al><al>artikel 20 aan de leden van de raad toegezonden.</al><al>6.De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                            eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
                            dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door de
                            burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
                            beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><al>1.Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld
                            in de</al><al>artikelen 169, derde lid en 180, derde lid, van de Gemeentewet
                            verlangt,</al><al>wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het college of de
                            burgemeester.</al><lijst><li nr="2."><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in
                                    afschrift toegezonden aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                    eerstvolgende</al></li></lijst><al>of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al><al>4.De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                            vergadering,</al><al>waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>1.De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering
                            mondeling</al><al>een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al><lijst><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><al>1.Een initiatiefvoorstel dient zoveel mogelijk te worden opgesteld in de
                            vorm van de daarvoor vastgestelde format. Het voorstel moet tijdens een
                            raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter</al><al>worden ingediend. In de daarop volgende raadsvergadering wordt het
                            voorstel behandeld. De indiener stelt het college in de gelegenheid
                            binnen een redelijke termijn zijn inzichten en advies ter zake van het
                            initiatiefvoorstel aan de raad kenbaar te maken. Zodra het college zijn
                            advies heeft uitgebracht, wordt het initiatiefvoorstel met het advies
                            van het college in behandeling genomen.</al><al>2.De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                            vergadering,</al><al>tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit
                            laatste geval wordt het voorstel </al><al>op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.</al><al>3.De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                            voorkomende</al><al>voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat
                            het voorstel</al><al>met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander
                            geagendeerd</al><al>voorstel of onderwerp dient te worden behandeld of dathet
                            voorstel eerst</al><al>dient te worden behandeld in een raadscommissie.</al><al>4.De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van
                            een</al><al> voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><al>1.Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                            college aan</al><al>de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan
                            niet</al><al>worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.</al><al>2.Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het
                            eerste lid</al><al>voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad
                            in welke</al><al>vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><al>1.Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in
                            naar</al><al>het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur
                            voor</al><al>de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend.
                            Het</al><al>verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp
                            waarover</al><al>inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al><al>2.De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter
                            kennis</al><al>van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de
                            behandeling</al><al>van de ingekomen stukken van de eerstvolgende vergadering na
                            indiening</al><al>van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad
                            bepaalt</al><al>op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                            gehouden.</al><al>3.De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige
                            leden</al><al>van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal,
                            tenzij</al><al>de raad hen hiertoe verlof geeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Vragenhalfuur</titel></kop><al>1.Op een nader door de raad te bepalen dag en tijd is er een
                            vragenhalfuur, tenzij er bij de</al><al>voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het
                            raadspresidium</al><al>bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden.</al><al>De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.</al><lijst><li nr="2."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp tenminste
                                    24 uur voor aanvang van het vragenhalfuur bij de voorzitter. De
                                    voorzitter kan na overleg met het raadspresidium weigeren een
                                    onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen
                                    indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
                                    aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
                                    diezelfde dag aan de orde komt.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens</al></li></lijst><al>het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.</al><al>4.De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
                            vragensteller, voor</al><al>de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de
                            raad.</al><al>5.Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
                            of</al><al>meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
                            toelichting daarop te geven.</al><lijst><li nr="6."><al>Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt
                                    de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
                                    stellen.</al></li><li nr="7."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
                                    woord verlenen</al></li></lijst><al>om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te
                            stellen</al><al>over hetzelfde onderwerp.</al><al>8.Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en
                            worden</al><al>geen interrupties toegelaten. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de
                            voorbereiding,</al><al>het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een</al><al>procedure die de raad vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en</al><al>het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling</al><al>van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een
                            procedure</al><al>die de raad vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><al>1.Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris,
                            die</al><al>door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur
                            van</al><al>een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan,
                            ingesteld</al><al>op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om
                            in</al><al>aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf
                            voor</al><al>het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het
                            algemeen</al><al>bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste
                            bespreking</al><al>van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende
                            commissie.</al><al>2.Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste
                            lid,</al><al>schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van
                            schriftelijke vragen,</al><al>vastgesteld in artikel 37, zijn van overeenkomstige toepassing.</al><al>3.Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid
                            ter</al><al>verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als
                            zodanig,</al><al>besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen
                            van</al><al>inlichtingen, vastgesteld in artikel 38, zijn van overeenkomstige
                            toepassing.</al><al>4.Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties
                            of instituties,</al><al>waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige</al><al>toepassing voorzover deze bepalingen niet strijdig zijn met het
                            besloten</al><al>karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Besluitenlijst</titel></kop><al>1.De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                            maar liggen</al><al>uitsluitend voor de leden ter inzage.</al><al>2.De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                            vergadering ter</al><al>vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een
                            besluit</al><al>over het al dan niet openbaar maken van de besluitenlijst. De
                            vastgestelde</al><al>besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>1.Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel</al><al>25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en
                            het verhandelde geheimhouding zal gelden. </al><lijst><li nr="2."><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder
                                    die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een
                                    andere wijze kennis heeft van de stukken.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede</al><al>en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet
                            voornemens</al><al>is de geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt
                            verzocht</al><al>door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten
                            vergadering</al><al>met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>1.De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op
                            de</al><al>voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al><al>2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                            verstoren</al><al>van de orde is verboden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel</al><al>beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en</al><al>gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering</al><al>het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of
                            andere</al><al>communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                            vergadering,</al><al>zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de
                            toepassing</al><al>van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>In werking treden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking op de achtste dag na die van
                                    zijn bekendmaking, met uitzondering van artikel 17 Spreekrecht
                                    burgers.</al></li><li nr="2."><al>Artikel 17 treedt in werking op de drieënveertigste dag na die
                                    van zijn bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>Op het tijdstip als genoemd in lid 1 vervalt het reglement van
                                    orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente
                                    Onderbanken vastgesteld bij raadsbesluit van 13 maart 2002.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad d.d. 8 mei
                        2008.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. M.M.G.M. Richter M.A.H. Clermonts-Aretz</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>In de raadsvergaderingen van 4 november 2010 en 29 september 2011 heeft de raad
                    besloten om enkele artikelen te wijzigen en aan te vullen. Voor meer informatie
                    verwijs ik naar de bijlage</al><al>Bijlage</al><al>Wijzigingen Reglement van Orde 4 november 2010</al><al>De tekst van het huidige artikel wordt vervangen door de volgende tekst:</al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>raad: de raad van de gemeente Onderbanken;</al></li><li nr="b."><al>lid: een lid van de raad;</al></li><li nr="c."><al>fractie: een politieke groepering in de raad;</al></li><li nr="d."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>griffier: de griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="f."><al>presidium: het presidium van de raad als bedoeld in artikel 5 van dit
                            reglement;</al></li><li nr="g."><al>seniorenconvent: het seniorenconvent van de raad als bedoeld in artikel
                            5a van dit reglement;</al></li><li nr="h."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Onderbanken;</al></li><li nr="i."><al>burgemeester: de burgemeester van de gemeente Onderbanken;</al></li><li nr="j."><al>secretaris: de gemeentesecretaris/algemeen directeur van de gemeente
                            Onderbanken;</al></li><li nr="k."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                            ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden
                            opgenomen;</al></li><li nr="l."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar
                            de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement waarop
                            het betrekking heeft;</al></li><li nr="m."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een
                            oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="n."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;</al></li><li nr="o."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander
                            voorstel, voortkomend uit initiatief van één of meer leden;</al></li><li nr="p."><al>interpellatie: het aan het college of aan de burgemeester vragen van
                            inlichtingen of uitleg over een onderwerp dat niet staat vermeld op de
                            agenda;</al></li></lijst><al>De tekst van het huidige artikel wordt vervangen door de volgende tekst:</al><al>Artikel 5 Het presidium</al><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                            fractievoorzitters.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium, de
                            plaatsvervangende voorzitter van het presidium wordt door de leden van
                            het presidium uit hun midden benoemd.</al></li><li nr="4."><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het presidium
                            aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen voor
                            een vergadering van het presidium.</al></li><li nr="6."><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij zijn
                            afwezigheid in het presidium vervangt.</al></li><li nr="7."><al>De leden van het presidium hebben elk één stem in het presidium.</al></li><li nr="8."><al>Het presidium stelt de voorlopige agenda’s op voor de
                            raadsvergaderingen.</al></li><li nr="9."><al>Het presidium maakt bij de agenderingen gebruik van het door het college
                            op te stellen raadsmemorandum.</al></li></lijst><al>Artikel 5a Het seniorenconvent</al><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een seniorenconvent.</al></li><li nr="2."><al>Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter van de raad en de
                            fractievoorzitters.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter van de raad is voorzitter van het seniorenconvent, de
                            plaatsvervangende voorzitter van het seniorenconvent wordt door de leden
                            van het seniorenconvent uit hun midden benoemd.</al></li><li nr="4."><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering van het
                            seniorenconvent aanwezig.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter kan voorstellen de gemeentesecretaris uit te nodigen voor
                            een vergadering van het seniorenconvent.</al></li><li nr="6."><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij zijn
                            afwezigheid in het seniorenconvent vervangt.</al></li><li nr="7."><al>De leden van het seniorenconvent hebben één stem in het
                            seniorenconvent.</al></li><li nr="8."><al>Het seniorenconvent bespreekt onderwerpen betreffende de gang van zaken
                            van de gemeenteraad, onderwerpen van vertrouwelijke aard en overige
                            raadsaangelegenheden.</al></li><li nr="9."><al>De voorzitter kan het seniorenconvent te allen tijde bijeen roepen
                            teneinde de mening te peilen van andere dan de in lid 8 genoemde
                            aangelegenheden, indien hij zulks nodig of wenselijk acht.</al></li></lijst><al>Artikel 6 Onderzoek geloofsbrieven, beëdiging, <vet>benoeming wethouders,
                        risico-analyse integriteit</vet></al><al>Onder vernummering van de leden 3 en 4 tot 4 en 5 wordt een nieuw lid 3
                    toegevoegd.</al><al><vet>3. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt
                        in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de
                        verkiezingen.</vet></al><al>Toevoegen lid 6.</al><al><vet>6. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid
                        een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen
                        van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van
                        overeenkomstige toepassing.</vet></al><al><vet>Aan het begin van iedere ambtstermijn wordt ten behoeve van de wethouders
                        een risico-analyse uitgevoerd.</vet></al><al>Artikel 12 Ter inzage leggen van stukken</al><al>Lid 2 wordt lid 3.</al><al>Toevoegen lid 2</al><al><vet>2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op
                        elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden gesteld.</vet></al><al>Artikel 29 Beslissing</al><al>Toevoegen lid 4</al><al><vet>4. Het voorstel is verworpen als de vergadering voltallig is en de stemmen
                        staken. Onder voltallig aanwezig wordt verstaan dat er geen vacatures zijn.
                        Het is daarbij niet relevant dat er één of meerdere raadsleden niet aanwezig
                        zijn. Is de vergadering niet voltallig (er zijn dan één of meerdere
                        vacatures) dan wordt het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld.
                        Als ook dan de stemmen opnieuw staken, wordt het voorstel geacht te zijn
                        verworpen.</vet></al><al>Artikel 31 Stemming over amendementen en moties</al><al>Toevoegen lid 5</al><al><vet>5. Indien de raad voltallig aanwezig is en de stemmen staken, dan is het
                        (sub)amendement verworpen. Onder voltallig aanwezig wordt verstaan dat er
                        geen vacatures zijn. Het is daarbij niet relevant dat er één of meerdere
                        raadsleden niet aanwezig zijn. Is de vergadering niet voltallig (er zijn dan
                        één of meerdere vacatures) dan wordt de stemming over het (sub)amendement
                        uitgesteld tot een volgende vergadering. Als ook dan de stemmen opnieuw
                        staken, wordt het (sub)amendement geacht te zijn verworpen. Voor de
                        procedure m.b.t. stemming over het raadsvoorstel zie artikel 29 (met name
                        lid 4).</vet></al><al>Artikel 37 Schriftelijke vragen</al><al>In lid 3 wordt het woord “dagen” vervangen door “werkdagen” vanwege het feit dat
                    er in bepaalde maanden zoveel feestdagen en verplichte vrije dagen zijn dat de
                    termijn van dertig dagen niet gehaald wordt.</al><al>In lid 6 worden de woorden “na de behandeling van de op de agenda voorkomende
                    onderwerpen” geschrapt omdat de schriftelijke vragen en de antwoorden op de
                    lijst ingekomen stukken voor de raad worden geplaatst. Bij de behandeling van
                    deze lijst kan door de vragensteller dan nadere inlichtingen worden
                    gevraagd.</al><al>Artikel 43 Vragenuur</al><al>In de tekst van dit artikel wordt overal het woord “vragenuur” vervangen door
                    “vragenhalfuur” omdat er voor vragen door raadsleden een halfuur is
                    gereserveerd.</al><al>Artikel 49 Geheimhouding</al><al>De tekst van het huidige artikel wordt vervangen door de volgende tekst:</al><lijst><li nr="1."><al><vet>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                                overeenkomstig artikel 25, eerste lid Gemeentewet of omtrent de
                                inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal
                                gelden.</vet></al></li><li nr="2."><al><vet>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder die
                                bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een andere
                                wijze kennis heeft van de stukken.</vet></al></li><li nr="3."><al><vet>De raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</vet></al></li></lijst><al>Wijzigingen Reglement van Orde 29 september 2011</al><al>Aan artikel 1 Begripsbepalingen wordt toegevoegd:</al><al><vet>h. werkgeverscommissie: de commissie als bedoeld in artikel 5b van dit
                        reglement;</vet></al><al>Artikel 5b Werkgeverscommissie</al><lijst><li nr="1."><al>De raad benoemt uit haar leden een werkgeverscommissie van ten minste
                            drie leden.</al></li><li nr="2."><al>De werkgeverscommissie heeft tot taak het uitoefenen van het
                            werkgeverschap ten aanzien van de griffier.</al></li><li nr="3."><al>De werkgeverscommissie wordt bijgestaan door de griffier.</al></li><li nr="4."><al>De bijeenkomsten van de werkgeverscommissie zijn niet openbaar.</al></li></lijst><al>Toelichting: in het Reglement van Orde wordt bepaald dat er een
                    werkgeverscommissie is.</al><al>Artikel 13 Openbare kennisgeving</al><al><vet>Wijzigen lid 1</vet></al><al>Aan lid 1 wordt een zin toegevoegd:</al><al><vet>“De digitale versie van de aankondiging is de rechtsgeldige
                    versie”.</vet></al><al>Toelichting: Net zoals de digitale versie van de aanvragen om een
                    omgevingsvergunning de rechtsgeldige versie is, zo is het wenselijk om dit ook
                    te regelen voor de openbare kennisgeving van raadsvergaderingen.</al><al>Artikel 29 Beslissing</al><al><vet>Wijzigen lid 4 en toevoegen lid 5</vet></al><al>4.Het voorstel is verworpen als de vergadering voltallig is en de stemmen
                    staken. Onder voltallig aanwezig wordt verstaan <vet>een vergadering waarin alle
                        leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan
                        de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht. </vet></al><al><vet>5. Is de vergadering niet voltallig dan wordt het besluit tot een volgende
                        vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen opnieuw staken, wordt het
                        voorstel geacht te zijn verworpen. Ook indien er sprake is van een
                        vervulbare vacature is de vergadering niet voltallig.</vet></al><al>De zin “Het is daarbij niet relevant of er één of meerdere raadsleden niet
                    aanwezig zijn.” en de tekst (er zijn dan één of meerdere vacatures) is
                    geschrapt.</al><al>Artikel 31 Stemming over amendementen en moties</al><al><vet>Wijzigen lid 5</vet></al><al>5.Indien de raad voltallig aanwezig is en de stemmen staken, dan is het
                    (sub)amendement verworpen. Onder voltallig aanwezig wordt verstaan <vet>een
                        vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich
                        niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben
                        uitgebracht en er geen vervulbare vacature(s) is (zijn)</vet>.</al><al><vet>6. Is de vergadering niet voltallig dan wordt de stemming over het
                        (sub)amendement uitgesteld tot een volgende vergadering. Als ook dan de
                        stemmen opnieuw staken, wordt het (sub)amendement geacht te zijn verworpen.
                        Ook indien er sprake is van een vervulbare vacature is de vergadering niet
                        voltallig. Voor de procedure m.b.t. stemming over het raadsvoorstel zie
                        artikel 29 (met name lid 4 en 5).</vet></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>