<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR223384_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Hellendoorn 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-10-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellendoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hellendoorn Journaal, 05-10-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Hellendoorn 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/volledig/geldigheidsdatum_27-09-2012/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12INT01167</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is op 1 januari 2018 vervallen in verband met een wijziging van de Wet Kinderopvang</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Hellendoorn 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hellendoorn</al><al>gezien het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 5
                        juni 2012;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al>overwegende dat het gewenst is in aanvulling op de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang
                        en peuterspeelzalen 2012 nadere eisen te stellen aan de inrichting van
                        peuterspeelzalen; </al><al>b e s l u i t: </al><al>1. de Verordening peuterspeelzalen gemeente Hellendoorn in te trekken. </al><al>2. vast te stellen:</al><al>de Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente
                        Hellendoorn 2012 </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening hebben de begrippen peuterspeelzaal, peuterspeelzaalwerk
                        en peuterspeelzaalgroep dezelfde betekenis als in artikel 2.1 van de Wet
                        kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 1 van de
                        Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen 2012. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Groepspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke groep beschikt over een afzonderlijke vaste groepspeelruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Voor ieder kind is ten minste 3,5 m2 bruto oppervlakte in de
                            groepspeelruimte beschikbaar, waaronder mede begrepen passend voor
                            spelactiviteiten ingerichte ruimtes buiten de groepsruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Elke groepspeelruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal op
                            te vangen kinderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Elke groepspeelruimte is passend ingericht in overeenstemming met de
                            leeftijd van de op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Buitenspeelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen: </al><lijst><li nr="a."><al>heeft een oppervlakte van ten minste 3m2 bruto oppervlakte
                                    speelruimte per aanwezig kind; </al></li><li nr="b."><al>is voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar; </al></li><li nr="c."><al>is aangrenzend aan het kindercentrum;</al></li><li nr="d."><al>is passend ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de
                                    op te vangen kinderen en het pedagogisch beleid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Aanwijzing toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze
                            verordening gestelde regels. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD Twente aan als
                            toezichthouder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel
                            2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                            peuterspeelzalen of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in
                            overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of
                            de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming
                            met de voorschriften uit deze verordening, behoudens bijzondere
                            omstandigheden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de
                            toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving door
                            een houder van de bij deze verordening gestelde voorschriften. Artikel 6
                            is van overeenkomstige toepassing, tenzij de aard of omvang van het
                            onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vastleggen onderzoeksresultaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek
                            bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of
                            krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen
                            worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder
                            in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                            zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de
                            zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder,
                            die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een
                            voor ouders en personeel toegankelijke plaats. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de
                            vaststelling daarvan openbaar. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> De toezichthouder zendt een afschrift van het inspectierapport aan het
                            college van burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De toezichthouder zendt een afschrift van het inspectierapport, naar
                            aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal waar voorschoolse
                            educatie wordt aangeboden, aan het college van burgemeester en
                            wethouders en aan de Inspectie van het onderwijs, indien in een of meer
                            van de bij of krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften,
                            tekortkomingen zijn geconstateerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of
                        daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van kwalitatief
                        verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een
                        onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Binnen twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening voldoet de
                        houder van een peuterspeelzaal aan de voorschriften uit deze verordening.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De Verordening peuterspeelzalen gemeente Hellendoorn wordt ingetrokken
                            op de dag, volgende op die van haar bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag, volgende op
                            die van haar bekendmaking. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening ruimte- en
                        inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Hellendoorn 2012. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>
          de griffier de voorzitter
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Algemene toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/><al>Op 1 augustus 2010 is de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen
                    (hierna: de Wet) in werking getreden. Het doel van deze Wet is om jonge kinderen
                    in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig en stimulerende omgeving te
                    bieden. </al><al>Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over
                    peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor is een
                    landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang
                    met minimum kwaliteitseisen ontstaan. In de Wet zijn een aantal minimale eisen
                    voor de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de bevoegdheid
                    gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene Maatregel van
                    Bestuur (AMvB) vast te leggen. </al><al>Partijen hebben een convenant afgesloten waarin de kwaliteitseisen voor de
                    houders van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt. De eisen in het convenant
                    hebben als uitgangpunt gediend voor de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en
                    peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de minister van Sociale Zaken en
                    Werkgelegenheid (SZW). Echter, in deze Beleidsregels zijn geen eisen opgenomen
                    ten aanzien van ruimte en inrichting van de peuterspeelzalen. Bij het opstellen
                    van deze verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen is aangesloten
                    bij het convenant en de Beleidsregels kwaliteitseisen kinderopvang. </al><al><cursief>Ruimte en inrichting </cursief></al><al>Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van
                    kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen hier een essentieel
                    onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk voor de
                    ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de motorische
                    vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de
                    rest van de omgeving waarin het kind opgroeit is van belang. Veel kinderen
                    brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze
                    moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben. De binnen- en
                    buitenruimten dienen te voldoen aan bestaande, algemeen geldende eisen over
                    veiligheid en gezondheid die volgen uit andere wet- en regelgeving zoals
                    bouwvoorschriften, brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen,
                    keukenhygiëne en dergelijke. </al><al><cursief>Toezicht en handhaving</cursief></al><al>In de artikelen 4, 5 en 6 is het kader voor het toezicht beschreven. Het kader
                    is gebaseerd op artikel 2.19 van de Wet. </al><al> Op de handhaving zijn, naast de algemene handhavingbevoegdheden uit de Algemene
                    wet bestuursrecht en afdeling 3 van de Wet, de Beleidsregels gemeente
                    Hellendoorn inzake handhaving kwaliteit en bestuurlijke boeten Wet kinderopvang
                    2009 van toepassing. Deze zullen op termijn worden vervangen door de
                    Beleidsregels gemeente Hellendoorn inzake handhaving kwaliteit en bestuurlijke
                    boeten Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsbepaling</vet></al><al>Deze bepaling spreekt voor zich. De begrippen zijn gebaseerd op artikel 2.1 van
                    de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en artikel 1 van de
                    Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen. </al><lijst><li nr="o"><al><cursief>peuterspeelzaalwerk:</cursief> de verzorging, de opvoeding en
                            het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor
                            kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die
                            kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs;</al></li></lijst><lijst><li nr="o"><al><cursief>peuterspeelzaal:</cursief> voorziening waar peuterspeelzaalwerk
                            plaatsvindt, anders dan gastouderopvang of kinderopvang in een
                            kindercentrum;</al></li></lijst><lijst><li nr="o"><al><cursief>peuterspeelzaalgroep:</cursief> een vaste groep kinderen met
                            één of meer beroepskrachten in en passend ingerichte vaste
                            groepsruimte.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 2 Groepspeelruimte</vet></al><al>In dit artikel wordt bepaald dat voor elk kind 3,5 m² bruto oppervlak
                    binnenspeelruimte aanwezig moet zijn. De speelruimtes dienen passend te zijn
                    ingericht voor spelen, gericht op de cognitieve ontwikkeling van peuters. Bij de
                    inrichting van de binnenruimte dient rekening te worden gehouden met zowel het
                    aantal kinderen dat van een ruimte gebruik maakt als de leeftijd van de
                    kinderen. Het gaat om het totale aantal vierkante meters die beschikbaar zijn in
                    de groepsruimten. Dus de lengte vermenigvuldigd met de breedte van de ruimtes
                    waar de kinderen spelen. </al><al> Daarnaast is de houder van een peuterspeelzaal gehouden aan de eisen die zijn
                    vastgelegd in het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit bevat bouwtechnische
                    voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen. Peuterspeelzalen
                    vallen onder de categorie ’bijeenkomstfunctie voor kinderopvang’. De eisen uit
                    het Bouwbesluit hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid,
                    energiezuinigheid en milieu. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Buitenspeelruimte</vet></al><al>Dit artikel geeft aan dat de buitenspeelruimte voor kinderen die gebruik maken
                    van de peuterspeelzaal aangrenzend aan de peuterspeelzaal dient te zijn
                    gesitueerd. Evenals de binnenruimte dient de buitenruimte voor spel geschikt te
                    zijn en ingericht in overeenstemming met de behoeften en mogelijkheden van de
                    kinderen. Ook voor de buitenspeelruimte geldt dat bij de inrichting rekening
                    dient te worden gehouden met het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen
                    die gebruik maken van de ruimte. De speelruimte bestaat per aanwezig kind uit
                    minimaal 3 m² bruto oppervlakte. Met aanwezig kind wordt gedoeld op in de
                    peuterspeelzaal aanwezige kinderen, niet noodzakelijkerwijs buitenspelend. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Aanwijzing toezichthouders</vet></al><al>Dit artikel maakt burgemeester en wethouders (B&amp;W) verantwoordelijk voor de
                    naleving van deze verordening. B&amp;W wijzen de directeur van de GGD aan als
                    toezichthouder. Dit is in overeenstemming met het systeem van de wet. De
                    directeur van de GGD oefent aldus het toezicht uit onder het gezag van B&amp;W.
                    Afdeling 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht bevat een algemene regeling van
                    de bevoegdheden van toezichthouders, zoals het recht op het betreden van
                    plaatsen, op het vorderen van inlichtingen en het inzien van schriftelijke
                    stukken. </al><al/><al><vet>Artikel 5 Onderzoek door de toezichthouder</vet></al><al>In dit artikel worden drie soorten van onderzoek onderscheiden. In de eerste
                    plaats onderzoekt de toezichthouder naar aanleiding van een aanvraag voor de
                    exploitatie van een peuterspeelzaal of aan de voorschriften uit deze verordening
                    zal worden voldaan. Daarnaast voert de toezichthouder jaarlijks regulier
                    onderzoek uit bij bestaande peuterspeelzalen. Voorts beschikt de toezichthouder
                    op grond van lid 3 over de mogelijkheid om incidenteel onderzoek te verrichten
                    naar de naleving van de voorschriften uit deze verordening.</al><al/><al><vet>Art</vet><vet>ikel 6 Vastleggen onderzoeksresultaten</vet></al><al>De resultaten van het onderzoek uit artikel 5 worden door de toezichthouder
                    schriftelijk vastgelegd in een inspectierapport. De toezichthouder zendt het
                    ontwerpinspectierapport aan de houder van de peuterspeelzaal. De houder wordt
                    hiermee in de mogelijkheid gesteld om een reactie te geven op de inhoud van het
                    rapport. De toezichthouder dient de reactie van de houder als bijlage bij het
                    rapport te voegen. De houder zorgt er voor dat zowel ouders van kinderen in de
                    peuterspeelzaal als het personeel inzage hebben in het inspectierapport van de
                    toezichthouder. </al><al>De GGD Regio Twente meldt de Gemeente binnen vijf werkdagen na de vaststelling
                    van het inspectierapport wanneer tot bekendmaking van het rapport kan worden
                    overgegaan. Een afschrift van het inspectierapport wordt aan het college van
                    burgemeester en wethouders gestuurd. De bekendmaking door de gemeente geschiedt
                    binnen twee weken na de melding van de GGD Regio Twente. </al><al>De GGD Regio Twente maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                    vaststelling openbaar via haar website. In het belang van het voorkomen van
                    ongewenste openbare onrust dan wel ter bescherming van de persoonlijke
                    levenssfeer kunnen, in overleg, de betreffende passages uit een openbaar te
                    maken inspectierapport naar aanleiding van een incidenteel onderzoek worden
                    weggelaten. </al><al> Wanneer het gaat om een onderzoek bij een peuterspeelzaal waar voorschoolse
                    educatie wordt aangeboden en, indien in een of meer van de bij of krachtens
                    artikel 2 en 3 gegeven voorschriften, tekortkomingen zijn geconstateerd, zendt
                    de toezichthouder een afschrift van het inspectierapport aan het college van
                    burgemeester en wethouders en aan de Inspectie van het onderwijs (artikel 2.21
                    lid 6 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen). </al><al/><al><vet>Artikelen 7</vet></al><al>Het opnemen van een hardheidsclausule in deze verordening opent de mogelijkheid
                    voor burgemeester en wethouders om, in gevallen waarin toepassing van een
                    artikel van de verordening een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren,
                    artikel 2 en/of 3 buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Het
                    afwijkende besluit van burgemeester en wethouders moet altijd binnen de
                    doelstellingen van de verordening passen. De toepassing van de hardheidsclausule
                    moet beperkt blijven tot individuele gevallen. Het gebruik van dit artikel is
                    slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk. </al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De overgangsbepaling is opgenomen om houders van bestaande peuterspeelzalen de
                    tijd en </al><al>gelegenheid te bieden om aan de voorschriften, zoals gesteld in de verordening,
                    te voldoen. </al><al/><al><vet>Artikel 9 en 10</vet></al><al>Deze bepalingen spreken voor zich. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>