<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR223377_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies gemeente Capelle aan den IJssel 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">IJssel- en Lekstreek van 03-09-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de raadscommissies gemeente Capelle aan den IJssel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-12-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Verseonnr. 469547</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuur en recht</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>1.Deze verordening vervangt de Verordening op de raadscommissies Capelle aan den IJssel 2007.</al><al>2. Ter uitvoering van art. 2, lid 1, van deze verordening heeft de raad drie raadscommissies en een verdeling van te behandelen onderwerpen per commissie vastgesteld bij besluit van 17-09-2012 .</al><al>3. Het onder punt 2 genoemde besluit is als bijlage bij deze verordening opgenomen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies gemeente Capelle aan den IJssel 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="b."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="c."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="d."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="e."><al>fractie: hetgeen nader is omschreven in artikel 8 van het
                                    Reglement van Orde voor de</al><al> vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="f."><al>agendacommissie: commissie als bedoeld in artikel 9 van deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad regelt in een apart besluit het aantal raadscommissies, de
                                naamstelling van deze commissies, almede een verdeling van
                                onderwerpen per raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de
                                agendacommissie beslist dat een gezamenlijke vergadering van de
                                raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp
                                het meest aangaat, het onderwerp behandelt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, beslist de agendacommissie welk lid van de agendacommissie
                                de taken van de voorzitter vervult.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op een onderwerp genoemd in het
                                    besluit als bedoeld in artikel 2, lid 1;</al></li><li nr="b."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg met het college of de burgemeester over
                                    in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van een
                                    onderwerp genoemd in het besluit als bedoeld in artikel 2, lid
                                    1.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert met maximaal:</al><lijst><li nr="a."><al>één lid per fractie, indien de fractie maximaal vier leden
                                        telt;</al></li><li nr="b."><al>twee leden per fractie, indien de fractie meer dan vier
                                        leden telt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Iedere fractie is gerechtigd niet-raadsleden voor te dragen om als
                                burgerraadslid deel te nemen aan raadscommissies. Fracties die
                                maximaal twee leden tellen, mogen maximaal twee burgerraadsleden
                                voordragen, fracties die meer dan twee leden tellen, maximaal één
                                burgerraadslid. De fracties vanwaar uit een lid door de raad is
                                aangewezen als (plaatsvervangend) commissievoorzitter, hebben de
                                mogelijkheid een extra burgerraadslid voor te dragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad benoemt de burgerraadsleden. Om als burgerraadslid benoemd
                                te kunnen worden, moet het niet-raadslid verkiesbaar zijn geweest
                                tijdens de meest recent gehouden gemeenteraadsverkiezingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van
                                overeenkomstige toepassing op burgerraadsleden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter van de raad roept een toegelaten burgerraadslid op om
                                voorafgaand aan de raadscommissievergadering, waarin het lid voor
                                het eerst zitting heeft, de in artikel 14 van de Gemeentewet
                                voorgeschreven eed of belofte af te leggen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De fracties zijn vrij, met inachtneming van het eerste lid,
                                (burger)raadsleden af te vaardigen naar een commissie. De
                                vertegenwoordiging per fractie kan wisselen per agendapunt. Per
                                agendapunt voert slechts één fractielid het woord.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad benoemt, op voordracht van het presidium, uit zijn midden de
                                raadsleden die raadscommissies voorzitten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het raadslid dat een raadscommissie voorzit kan niet tevens optreden
                                als afgevaardigde van zijn fractie in de commissievergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet
                                daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een
                                maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als een
                                opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raad kan een commissievoorzitter ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De zittingsperiode van de (plaatsvervangende) voorzitters eindigt in
                                ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een
                                medewerker van de griffie aan als commissiegriffier en regelt zijn
                                vervanging bij verhindering of afwezigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN
                            SECRETARIS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en
                                secretaris</titel></kop><al>De voorzitter kan de burgemeester en één of meer wethouders uitnodigen
                            in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te
                            nemen. De raadscommissie of de voorzitter kan het college verzoeken de
                            secretaris aanwezig te laten zijn in de vergadering en deel te nemen aan
                            de beraadslagingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en
                                voorbereiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie plaats
                                    volgens een jaarlijks vooraf door het presidium vast te stellen
                                    rooster.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de raadscommissies vangen in de regel aan
                                    om 20.00 uur, eindigen in de regel om 23.30 uur en vinden in de
                                    regel plaats in het gemeentehuis. In de regel wordt niet
                                    vergaderd tussen 17.00 en 19.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de agendacommissie
                                    het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties
                                    schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De agendacommissie kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Zij
                                    voert hierover overleg met de griffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een agendacommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De agendacommissie bestaat uit de door de raad aangewezen
                                    (plaatsvervangende) voorzitters van de raadscommissies. De
                                    griffier of zijn vervanger is in elke vergadering van de
                                    agendacommissie aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De agendacommissie stelt, op voorstel van de griffier,
                                    gezamenlijk de voorlopige agenda’s op van de raadscommissies,
                                    verbinden daaraan een indicatief tijdschema en verdelen het
                                    voorzitterschap onderling. Uitgegaan wordt van een vast
                                    voorzitterschap per commissie, tenzij omstandigheden om
                                    vervanging vragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders en een
                                    (burger)raadslid dat een onderwerp voor een raadscommissie wil
                                    agenderen voor een voorlopige agenda, doet daarvoor een verzoek
                                    aan de agendacommissie. De verzoeken van een (burger)raadslid
                                    dienen uiterlijk één dag voorafgaande aan de vergadering van de
                                    agendacommissie bij deze commissie te zijn ingediend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                                    agendacommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering
                                    een schriftelijke oproep aan de (burger)raadsleden onder
                                    vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de
                                    vergadering. Deze schriftelijke oproep kan onverminderd ook op
                                    elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de (burger)raadsleden verzonden. De
                                    agenda en stukken kunnen onverminderd ook op elektronische wijze
                                    aan een ieder ter beschikking worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de (burger)raadsleden
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                    schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke
                                    oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan
                                    mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een
                                    openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook
                                    op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier een lid inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging op de voor afkondigingen in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke
                                    website openbaar gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige
                                            agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en
                                            de daarbij behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht
                                            als bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                    indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                    geplaatst.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder (burger)raadslid dat
                                wil en mag deelnemen aan de commissievergadering onmiddellijk de
                                presentielijst. Pas daarna kan hij daadwerkelijk deelnemen aan de
                                commissievergadering. Aan het einde van elke vergadering wordt die
                                lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening vergadering en quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien op basis van de presentielijst meer dan de helft van het
                                    aantal fracties in de raad is vertegenwoordigd in de
                                    commissievergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal fracties is vertegenwoordigd in de
                                    commissievergadering, bepaalt de voorzitter onder verwijzing
                                    naar dit artikel, na voorlezing van de afwezige fracties, dag en
                                    uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste
                                    vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is
                                    gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere
                                    aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien
                                    blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal
                                    fracties in de raad is vertegenwoordigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen voor maximaal vijf
                                    minuten per persoon het woord voeren in de
                                    commissievergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden
                                            ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    tenminste vijf minuten voor de aanvang van de vergadering aan de
                                    commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                    voeren.4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van
                                    aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien
                                    dit in het belang is van de orde van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                    commissievergadering toestaan aan insprekers een korte,
                                    verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats
                                    tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                                    van de inbreng van de burger.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De voorzitter kan een inspreker toestaan na behandeling door de
                                    commissie van een onderwerp waarop de inspreker zijn inbreng
                                    had, een korte reactie te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het conceptverslag van de voorgaande vergadering wordt aan de
                                    (burger)raadsleden toegezonden, zo mogelijk, gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep. Het conceptverslag wordt op hetzelfde
                                    moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                    toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering wordt het verslag van de vorige
                                    vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter, de (burger)raadsleden, de burgemeester en de
                                    wethouders, hebben het recht een voorstel tot wijziging van het
                                    verslag aan de raadscommissie te doen, indien het verslag
                                    onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of
                                    besloten is. Een voorstel tot wijziging dient voor de aanvang
                                    van de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier te
                                    worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag houdt in:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                            commissiegriffier, de burgemeester en de wethouders, de
                                            secretaris en de ter vergadering aanwezige
                                            (burger)raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede
                                            van de overige personen die het woord gevoerd
                                            hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen der aanwezigen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="d."><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder
                                            vermelding van de namen van de aan de vergadering
                                            deelnemende (burger)raadsleden die mededeling hebben
                                            gedaan van hun goed- of afkeuring, en met aantekening
                                            van de namen van de deelnemende (burger) raadsleden die
                                            zich niet uitgelaten hebben;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 24 door de raadscommissie is
                                            toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
                                    commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                    commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan slechts worden gevoerd, nadat iemand dit heeft
                                    verkregen van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aan de vergadering deelnemend (burger)raadslid mag in een
                                    termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde
                                    onderwerp of voorstel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel maal een aan de vergadering deelnemend
                                    (burger)raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord
                                    heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een
                                    voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Een aan de vergadering deelnemend (burger)raadslid kan een voorstel
                                doen over de spreektijd van de leden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder aan de vergadering deelnemend
                                    (burger)raadslid kunnen tijdens de vergadering mondeling een
                                    voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van deze verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een deelnemend (burger)raadslid hem interrumpeert. De
                                            voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere
                                            interrupties zijn betoog zal afronden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een aan de
                                    vergadering deelnemende (burger)raadslid dat door zijn
                                    gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere
                                    verblijf in de vergadering te ontzeggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan
                                    verlaat het (burger)raadslid de vergadering onmiddellijk. Zo
                                    nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn
                                    gedrag kan het (burger)raadslid bovendien voor ten hoogste drie
                                    maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een aan
                                    de vergadering deelnemend (burger)raadslid beslissen over één of
                                    meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te
                                    beraadslagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een aan de vergadering deelnemend
                                    (burger)raadslid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de (burger)raadsleden de
                                    gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    een aan de vergadering deelnemend (burger)raadslid genomen
                                    alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde
                                    zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raadscommissie anders beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                    opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van
                            overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn
                            met het besloten karakter van de vergadering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de
                                (commissie)griffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter
                                en de commissiegriffier ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                            overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                            indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom
                            verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg
                            gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet
                            zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van haar
                            bekendmaking.</al><al>Op dat tijdstip vervalt de verordening op de raadscommissie Capelle aan
                            den IJssel 2007 vastgesteld bij raadsbesluit van 12 februari 2007, zoals
                            laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 3 juni 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 17 september 2012,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de
                        verordening moeten worden herhaald, is in deze bepaling een aantal begrippen
                        eenmalig gedefinieerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Instelling, taken en samenstelling</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><al>In deze verordening is in beginsel voorzien in een stelsel van meerdere
                        raadscommissies. Er is voor gekozen de raad in een apart besluit te laten
                        bepalen wat het aantal raadscommissie, de naamstelling van deze commissies,
                        alsmede een verdeling van de onderwerpen zal zijn. Op deze wijze hoeft
                        slechts bij wijziging een raadsbesluit te worden genomen en kan een
                        wijziging van de verordening worden voorkomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid,
                        van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de
                        raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. Voor wat betreft
                        de invulling van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen
                        te onderscheiden. In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht
                        op voorbereiding en informatievoorziening en vindt het politieke debat
                        plaats in de raad, in het tweede vindt het politieke debat plaats in een
                        raadscommissie en geschiedt de besluitvorming door de raad.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot
                        uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp.
                        De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad
                        uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de
                        raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van
                        de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend
                        orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent
                        dat niet het college maar de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de
                        raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft
                        artikel 82, derde lid van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor
                        een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde
                        politieke groeperingen. Om dit te bereiken gaat het eerste lid van artikel 4
                        uit van een vertegenwoordiging in de raadscommissies vanuit elke fractie. </al><al>De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens
                        jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. </al><al>In dit artikel is de benoeming van vaste leden van de commissies achterwege
                        gelaten. Dit maakt dat fracties flexibeler kunnen omgaan met de
                        vertegenwoordiging in de commissies. Vertegenwoordiging per fractie kan zelf
                        in persoon verschillen per agendapunt. Omdat een maximum per fractie is
                        geregeld, heeft dit verder ook geen consequenties.</al><al>Zoals uit het tweede lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                        raadslid te zijn. Wel is in deze bepaling opgenomen deze niet-raadsleden op
                        de kandidatenlijst van de betreffende fractie hebben gestaan. Dit in verband
                        met de ‘kenbaarheid’ (kiezerslegitimiteit) van de kandidaten bij de burgers. </al><al>Op grond van het vierde lid moeten burgerraadsleden, evenals raadsleden,
                        voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de
                        Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn,
                        over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties
                        openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen
                        vervullen en niet in strijd mogen handelen met artikel 15. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><al>Artikel 82, vierde lid van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter
                        van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5,
                        eerste lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn
                        midden" benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van
                        de raadscommissies op voordracht van het presidium door de raad te laten
                        benoemen. Zo kan, alvorens een voorstel wordt voorgelegd aan de raad, eerst
                        nog afstemming binnen het presidium plaatsvinden.</al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend
                        voorzitter) geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op
                        deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch)
                        voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie
                        van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van
                        zijn fractie in de raadscommissie. </al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters van de
                        raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling
                        worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters aan het
                        einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6, eerste lid).
                        Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de voorzitters direct
                        na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen termijn op te
                        nemen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. Dit is
                        een medewerker van de griffie of een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                        organisatie.</al><al>De vervanging van de commissiegriffiers is overgelaten aan de griffier.</al><al>De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                        aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het
                        dat de raadscommissie op grond van artikel 23 van deze verordening altijd de
                        mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>AANWEZIGHEID COLLEGE, BURGEMEESTER EN
                            SECRETARIS</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanwezigheid college, burgemeester en
                            secretaris</titel></kop><al>Het is meestal gewenst dat een lid van het college of de burgemeester
                        deelneemt aan de vergadering van de raadscommissie. Dit kan in sommige
                        gevallen ook gelden voor de secretaris. De commissie kan per vergadering
                        beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de genodigde aan
                        de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat artikel 21,
                        tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaart, is hiervoor de
                        grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten
                        vergaderingen. In openbare vergaderingen kunnen collegeleden, de
                        burgemeester en de secretaris uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan
                        de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de raadscommissie hiermee
                        instemt. In de regel zal de portefeuillehouder veelal aanwezig zijn ten
                        behoeve van het voeren van overleg en het uitoefenen van controle door de
                        raadscommissie.</al><al>Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling voor gekozen
                        om de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing omtrent de
                        aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de deelname aan de
                        beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie het niet met deze
                        voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan zij bij aanvang van de
                        vergadering anders beslissen. Een expliciete beslissing bij iedere
                        vergadering is niet nodig. Als de raadscommissie niet aangeeft dat de
                        aanwezigheid van het college niet gewenst is, volstaat de beslissing van de
                        commissievoorzitter.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereiding</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><al>Voor de vergaderingen van de raadscommissie wordt jaarlijks een
                        vergaderrooster opgesteld en vastgesteld door het presidium. De
                        vergaderingen van de raadscommissies vinden daarin plaats op een vaste dag
                        en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie
                        vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste
                        twee fracties hierom vragen. </al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen
                        bepaling, aangezien artikel 82, vijfde lid van de Gemeentewet, hierin
                        voorziet. In deze bepaling wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing
                        verklaard op raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van de
                        raadscommissies in de regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een
                        vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of de voorzitter kan de
                        raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te vergaderen. Van een
                        besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet
                        openbaar is tenzij de raadscommissie anders beslist.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><al>Dit artikel is aan de verordening toegevoegd omdat de taken van het
                        presidium in het Reglement van Orde zijn gewijzigd en er wel behoefte
                        bestaat aan een agendacommissie voor de raadscommissies. De agendacommissie
                        vervult een coördinerende rol bij de agendering van zaken in commissies. </al><al>De agendacommissie stelt de agenda's van de raadscommissies voorlopig vast.
                        De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie geschiedt
                        door de betreffende commissie bij de aanvang van de vergadering. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>De (burger)raadsleden ontvangen een oproep inclusief de agenda voor een
                        vergadering en de stukken tenminste 10 dagen voor de vergadering. Indien in
                        spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                        termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. In dit artikel is de
                        juridische mogelijkheid opgenomen om de vergaderstukken ook op elektronische
                        wijze te doen uitgaan. Sinds een paar jaar worden vergaderstukken in Capelle
                        aan den IJssel in beginsel exclusief via de iPad verspreid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De agenda</titel></kop><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de agendacommissie de agenda
                        voorlopig vast (artikel 9). Het versturen van de agenda is geregeld in
                        artikel 10.</al><al>In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld.
                        Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie zijn eigen agenda. De agenderende
                        rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en
                        vierde lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat
                        een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid is en voor inlichtingen of
                        advies aan het college wordt gezonden. Een raadscommissie, niet het college,
                        bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                        geagendeerd wordt. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden
                        met het college of de secretaris.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken
                        die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen in
                        het gemeentehuis voor een ieder ter inzage gelegd. In de openbare
                        kennisgeving wordt vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten
                        uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan
                        geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van raadscommissies ook bij de
                        commissiegriffier in plaats van bij de griffier inzien. Deze keuze kan per
                        situatie worden gemaakt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid van de Gemeentewet moet de voorzitter
                        van een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag,
                        het tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                        voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met
                        de schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven
                        plaats ter inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Bij
                        een eerdere herziening van deze verordening en van het reglement van orde
                        voor de raad is tevens de verplichting opgenomen de agenda en stukken ook op
                        internet te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit
                        een voor de hand liggende regeling die, doordat de gemeenten beschikking
                        heeft over een website, ook praktisch uitvoerbaar is. </al></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de
                        commissiegriffier zijn bedoeld om formeel vast te stellen dat het
                        vergaderquorum aanwezig is en wie deelneemt aan de vergaderingen. Indien de
                        griffier tevens de functie van commissiegriffier op zich neemt, ondertekent
                        hij de presentielijst. Daarnaast is de presentielijst van belang om de
                        vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te kunnen
                        vaststellen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Opening der vergadering en quorum</titel></kop><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                        raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel
                        15 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende
                        leden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden
                        vergaderd.</al><al>Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien
                        het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                        raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard
                        staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip,
                        nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er
                        enkele dagen tussen de twee vergaderingen zitten, mag er vanuit worden
                        gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te
                        versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de
                        raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>Het heeft de voorkeur dat burgers met name gebruiken maken van het
                        spreekrecht tijdens commissievergaderingen. Juist omdat de raadsvergadering
                        het sluitstuk is van het besluitvormingsproces dat lang daarvoor al is
                        begonnen (ambtelijke organisatie, college, commissies) is de kans klein dat
                        de raad op dat moment - als reactie op het inspreken van een burger - nog
                        van richting verandert. De inspreekmogelijkheid van de burger tijdens de
                        raadsvergadering kan daarmee als "schijnspreekrecht" worden betiteld. De
                        mogelijkheid van burgers om tijdens de commissievergaderingen in te spreken
                        zou daarentegen beter benut kunnen worden. Deze vergaderingen zijn doorgaans
                        laagdrempeliger en hebben meer mogelijkheden om met de inspreker in overleg
                        te gaan in een informele setting. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen
                        aan het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij het lokaal
                        bestuur, één van de doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal
                        bestuur.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                        voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor
                        bezwaar en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift
                        indienen. Ook kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Dit zijn
                        formele procedures die zien op de rechtsbescherming van de burger. Verder
                        zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen
                        uitgesloten van het spreekrecht van burgers. </al><al>Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen
                        van personen - de belangen van - kandidaten al dan niet in de uitoefening
                        van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen
                        uitlatingen doen. Vervolgens kunnen burgers zich ook niet uitlaten over
                        onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht
                        een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat vóór het spreekrecht
                        van burgers.</al><al>Het spreekrecht is niet beperkt tot die onderwerpen die op de agenda van de
                        raadscommissie staan. </al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich binnen een ‘redelijke
                        termijn’ voor de vergadering melden bij de commissiegriffier. Om de drempel
                        zo laag - en daarmee de servicegerichtheid naar de burger zo groot -
                        mogelijk te maken, is voor die ‘redelijke termijn’ de termijn van 5 minuten
                        voor aanvang van de vergadering opgenomen. Op deze wijze kan de voorzitter
                        zich nog op het laatste moment instellen op het verloop van de vergadering
                        en daar de commissie eventueel voorstellen over doen. De commissiegriffier
                        kan, indien nodig, de persoon naar de juiste raadscommissie verwijzen. </al><al>In het vijfde lid is ervoor gekozen om niet een discussie te laten
                        plaatsvinden. In lid 7 is gekozen de burger ook nog een gelegenheid te geven
                        aan het einde van een onderwerp een korte reactie te geven. </al><al>Op basis van artikel 18, eerste lid, wordt het verslag toegezonden aan de
                        burgers die hebben ingesproken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verslag</titel></kop><al>Het conceptverslag wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                        verstuurd aan de (burger)raadsleden en aan de overige personen die het woord
                        gevoerd hebben. De voorzitter en de aan de vergadering deelgenomen
                        (burger)raadsleden en de collegeleden hebben het recht een voorstel tot
                        wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging wordt voorafgaand aan de
                        vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend. Het recht om
                        aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een
                        (burger)raadslid en een collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering
                        niet aanwezig was. Het is aan de raadscommissie om te beslissen of een
                        voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de
                        raadscommissie het verslag vaststelt. Een afwijzing van een dergelijk
                        voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de
                        Raad van State). De commissiegriffier is verantwoordelijk voor de opstelling
                        van het verslag. Na vaststelling door de commissie ondertekenen de
                        voorzitter en de commissiegriffier het verslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Spreektijd</titel></kop><al>Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen
                        initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde
                        geldt voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet
                        voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde
                        tijdens de vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te
                        beperken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>Ieder (burger)raadslid dat deelneemt aan de vergadering heeft te allen tijde
                        het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad
                        sprake is van een voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie.
                        Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door
                        de raadscommissie. Bij het staken van stemmen is het voorstel niet
                        aangenomen (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                        toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                        vergadering voor een (overleg) pauze.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>Het eerste lid verzekert dat (burger)raadsleden die deelnemen aan een
                        raadscommissie vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties uiteraard
                        toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in
                        het belang van de voortgang van de beraadslagingen niet bepaalt dat een
                        spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te bevorderen
                        dat (burger)raadsleden die deelnemen aan de raadscommissies zich niet
                        belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van
                        de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op
                        leden van raadscommissies. </al><al>Hierdoor zijn (burger)raadsleden niet in rechte te vervolgen, aan te spreken
                        of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering
                        zeggen of schriftelijk overleggen.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door
                        de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het
                        aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de
                        vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, de
                        vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een (burger)raadslid het
                        verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen.
                        Indien een (burger)raadslid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de
                        toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het
                        vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een
                        dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van
                        goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de
                        orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune
                        wordt verwezen naar artikel 30 van deze verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al>Om de duur van vergaderingen niet onnodig te verlengen wordt over een
                        voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn
                        geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid
                        opgenomen. Zowel de voorzitter als de (burger)raadsleden die deelnemen aan
                        de vergadering hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                        behandelen. </al><al>Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie zijn
                        eigen werkwijze bepaalt. </al><al>Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering versterking
                        van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een raadscommissie
                        veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele (burger)raadsleden en kleine
                        fracties over adequate instrumenten te beschikken.</al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de
                        tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt
                        direct tot stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde
                        termijn toegevoegd (zie artikel 18).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Deelname aan beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                        geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de
                        Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van
                        raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het
                        is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde
                        functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen.
                        Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de
                        burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze hebben op grond van
                        artikel 7 van deze verordening reeds het recht om aan de beraadslagingen
                        deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten
                        als de (burger)raadsleden die deelnemen aan de vergadering. Een andere
                        spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen tot wijziging
                        van het verslag, een voorstel over de spreektijd of over de orde van de
                        vergadering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Advies</titel></kop><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een
                        onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist.
                        Een raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming
                        in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                        raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De
                        (burger)raadsleden die deelnemen aan de vergadering beslissen over het
                        advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de
                        mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, worden de
                        standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien
                        een (burger)raadslid dat deelneemt aan de vergadering het niet eens is met
                        het fractiestandpunt, hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het
                        advies aan de raad.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>BESLOTEN VERGADERING</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer
                        gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken,
                        het vergaderquorum en voorstellen van orde. </al><al>De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor
                        zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter
                        van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en
                        geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien
                        van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                        behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als
                        bedoeld in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel
                        opgeheven.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Verslag</titel></kop><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                        overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                        schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag
                        wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu
                        dus een raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het
                        eerste lid van deze bepaling dat het verslag van een besloten vergadering
                        ter inzage ligt bij de (commissie)griffier. De raadscommissie beslist over
                        het openbaar maken van dit verslag.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van
                        rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de
                        procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een
                        raadscommissie kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een
                        raadscommissie, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een
                        raadscommissie opleggen. Overigens kan een raadscommissie ook geheimhouding
                        opleggen aan de raad of het college ten aanzien van stukken die zij aan de
                        raad of het college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede
                        lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder
                        die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van
                        stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt
                        totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar
                        opheft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Zoals uit de toelichting op artikel 27 blijkt kan de raad de geheimhouding
                        die een raadscommissie aan de raad oplegt, opheffen. In deze bepaling is een
                        overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe
                        van hoor en wederhoor.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de
                        voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen
                        vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor
                        raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het
                        derde lid voorziet hierin.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                        kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is
                        uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                        mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                        onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de
                        voorzitter aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel
                        stand-by te laten staan.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Uitleg verordening en artikel 33.
                            Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>BIJLAGE</titel></kop><al>De raad van de gemeente Capelle aan den IJssel;</al><al>gelezen het voorstel van de voorzitter en de griffier;</al><al>gelet op artikel 2, lid 1 van de Verordening op de raadscommissies Capelle aan
                    den IJssel 2012 ;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen:</al><lijst><li nr="a."><al>Er zijn drie raadscommissies met de volgende namen: a. Bestuur,
                            Veiligheid en Middelen; b. Dienstverlening en Economie; c.
                            Stadsontwikkeling en - Beheer. </al></li><li nr="b."><al>Voor de bij punt a genoemde raadscommissies wordt de volgende verdeling
                            van onderwerpen gemaakt:</al></li></lijst><tussenkop>Commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Algemene Beleidscoördinatie</al></li><li nr="2."><al>Openbare Orde</al></li><li nr="3."><al>Brandweer</al></li><li nr="4."><al>Publiekszaken</al></li><li nr="5."><al>Externe Betrekkingen</al></li><li nr="6."><al>Regiozaken</al></li><li nr="7."><al>Volksgezondheid</al></li><li nr="8."><al>Veiligheid</al></li><li nr="9."><al>lOl &amp; Facilitaire zaken</al></li><li nr="10."><al>Communicatie</al></li><li nr="11."><al>Digitaal Burgerschap</al></li><li nr="12."><al>Financiën</al></li><li nr="13."><al>Grondbedrijf</al></li><li nr="14."><al>Vastgoed</al></li><li nr="15."><al>Personeel &amp; Organisatie en Juridische Zaken</al></li><li nr="16."><al>Wijkzaken</al></li></lijst><tussenkop>Commissie Dienstverlening en Economie:</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Coördinatie WMO</al></li><li nr="2."><al>Ouderen en Gehandicapten</al></li><li nr="3."><al>Vrijwilligerswerk</al></li><li nr="4."><al>Werk en Inkomen</al></li><li nr="5."><al>Volwasseneneducatie</al></li><li nr="6."><al>Minderheden en Emancipatie</al></li><li nr="7."><al>Jeugd Welzijnskoepel</al></li><li nr="8."><al>Kunst en Cultuur</al></li><li nr="9."><al>Sport</al></li><li nr="10."><al>Accommodatiebeheer</al></li><li nr="11."><al>Recreatie</al></li><li nr="12."><al>Onderwijshuisvesting</al></li></lijst><tussenkop>Commissie Stadsontwikkeling en -Beheer:</tussenkop><lijst><li nr="13."><al>Stedelijke Ontwikkeling</al></li><li nr="14."><al>Handhaving en Vergunningen</al></li><li nr="15."><al>Verkeer en Vervoer</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>