<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR223375_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Clientenparticipatie 2012 gemeente Midden-Drenthe</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Drenthe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteberichten 4 juli 2012 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Cliëntenparticipatie 2012 - gemeente Midden-Drenthe</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 47 Wwb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Clientenparticipatie 2012 gemeente Midden-Drenthe</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Adviesraad: De Stichting Adviesraad Minimabeleid Midden-Drenthe die
                                in de gemeente Midden-Drenthe de belangen behartigt van cliënten met
                                een WWB of andere gemeentelijke uitkering voor levensonderhoud en
                                van cliënten waarvoor de gemeente een reïntegratie-instrument inzet
                                alsmede van overige minima in deze gemeente.</al></li><li nr="b."><al>Cliënten: personen die een gemeentelijke uitkering voor
                                levensonderhoud ontvangen alsmede personen waarvoor door de gemeente
                                een reïntegratie-instrument wordt of is ingezet.</al></li><li nr="c."><al>College: het college van de gemeente Midden-Drenthe.</al></li><li nr="d."><al>De wet: de Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="e."><al>Minima: personen van 21 jaar of ouder die beschikken over een
                                inkomen tot 110% van de bijstandsnorm die voor betrokkene van
                                toepassing is of zou zijn, met een vermogen tot de geldende grenzen
                                genoemd in artikel 34, derde lid van de Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="f."><al>Reïntegratie-instrument: voorziening gericht op arbeidsinschakeling
                                of zelfstandige maatschappelijke participatie.</al></li><li nr="g."><al>Uitkeringsgerechtigden: degenen die een gemeentelijke uitkering voor
                                levensonderhoud ontvangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verantwoordelijkheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt op grond van de Wet werk en bijstand een Cliëntenraad
                            in, verder de Adviesraad genoemd, wiens taak het is de gemeenteraad en
                            het College van Burgemeester en Wethouders gevraagd en ongevraagd van
                            advies te dienen over beleid en uitvoering in het kader van de Wet Werk
                            en Bijstand en daarmee samenhangende regelingen, inclusief het
                            Armoedebeleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college streeft naar een samenstelling van de Adviesraad, die een
                            redelijke afspiegeling vormt van de uitkeringsgerechtigden of hun
                            vertegenwoordigers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De samenstelling van de Adviesraad</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De Adviesraad bestaat uit tenminste drie leden. De leden treden op als
                            vertegenwoordiger van en gesprekspartner namens cliënten van de
                            gemeentelijke sociale dienst en minima in de gemeente
                            Midden-Drenthe.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De leden van het bestuur van de Adviesraad worden op voordracht van de
                            Stichting Adviesraad Minimabeleid Midden-Drenthe benoemd door het
                            college voor de in artikel 3, lid 1 bedoelde vertegenwoordiging. De
                            samenstelling van de voordracht dient een zo breed mogelijke
                            vertegenwoordiging van cliënten van de gemeentelijke sociale dienst en
                            minima in de gemeente tot uitdrukking te brengen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Benoeming geschiedt voor een termijn van vier jaar, vanaf het tijdstip
                            van benoeming. Herbenoeming is mogelijk.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het lidmaatschap van de Adviesraad is onverenigbaar met:</al><lijst><li nr="·"><al>het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van de
                                    gemeenteraad, de raadscommissies en/of de commissies van
                                    bezwaar;</al></li><li nr="·"><al>de functie van fractieassistent; </al></li><li nr="·"><al>het werknemerschap van de gemeente.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Periodiek bestuurlijk overleg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er vindt tenminste viermaal en ten hoogste zes maal per jaar periodiek
                            overleg plaats met het bestuur van de Adviesraad. Bij dit overleg is
                            minimaal één lid van het college en één of meerdere ambtenaren aanwezig.
                            Verder kan de Adviesraad naar eigen inzicht zelfstandig vergaderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het periodiek bestuurlijk overleg worden geen individuele
                            vraagstukken besproken, noch vindt daar individuele belangenbehartiging
                            plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De agenda van de Adviesraad van het periodiek bestuurlijk overleg wordt
                            ambtelijk voorbereid. Ieder lid van de Adviesraad heeft het recht om een
                            onderwerp op de agenda te plaatsen. De definitieve agenda wordt bij
                            aanvang van de vergadering vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van elk periodiek bestuurlijk overleg wordt een ambtelijk verslag
                            gemaakt. Het verslag wordt tijdens het eerstvolgende periodiek
                            bestuurlijk overleg vastgesteld door de Adviesraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tenminste éénmaal per jaar vergadert de Adviesraad met de raadscommissie
                            welzijn. Voorbereiding en verslag van dit overleg worden door de griffie
                            verzorgd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Naast genoemde overleggen, kan op verzoek van de Adviesraad of van een
                            ambtenaar een ambtelijk overleg plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verplichtingen college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verplicht de Adviesraad:</al><lijst><li nr="a."><al>vooraf om advies te vragen inzake algemene beleidsvisies,
                                    verordeningen en/of beleidsregels, die betrekking hebben op de
                                    Wet werk en bijstand en daarmee samenhangende regelingen,
                                    inclusief het Armoedebeleid;</al></li><li nr="b."><al>te informeren inzake wijzigingen van de wet en/of landelijk
                                    geldende uitvoeringsregels.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan om dringende redenen afwijken van het gestelde in
                            artikel 5, eerste lid onder a. In dat geval is het college
                            verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>in de eerstvolgende vergadering van de Adviesraad het
                                    (vraag)stuk ter advisering voor te leggen;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk de redenen aan te geven op grond waarvan een
                                    verzoek om advisering vooraf achterwege is gebleven;</al></li><li nr="c."><al>het uitgebrachte advies alsnog mee te wegen bij (een nadere)
                                    besluitvorming ter zake, indien sprake is van een nieuw element
                                    in de overwegingen die door de Adviesraad zijn aangevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verzoeken om advies dienen tijdig en met de nodige informatie, tenminste
                            twee weken voor de datum van het periodiek overleg, in bezit te zijn van
                            de leden van de Adviesraad. Het gaat daarbij om informatie die voldoende
                            is om beleid en uitvoering te begrijpen en ontwikkelingen te kunnen
                            volgen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college betrekt de adviezen in de besluitvorming en advisering aan
                            de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan afwijken van het verstrekte advies. In dat geval
                            verstrekt zij een schriftelijke motivering aan de Adviesraad.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Adviesraad kan de aan hen voorgelegde stukken van een gemotiveerd
                            advies voorzien. Adviezen dienen binnen twee weken na de datum van de
                            vergadering in bezit te zijn van het college.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college is verplicht om binnen drie weken gehoor te geven aan een
                            verzoek van de Adviesraad om toelichting te geven op ter advisering
                            overgelegde stukken, respectievelijk op aan de Adviesraad verstrekte
                            informatie. Het college kan zich laten vertegenwoordigen door één lid
                            van het college, of door één van hun ambtenaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent de Adviesraad, voor zover op de begroting hiervoor
                            de benodigde gelden zijn uitgetrokken, jaarlijks, aan de hand van een
                            door de Adviesraad ingediende begroting, een subsidie voor
                            administratieve en educatieve doeleinden, teneinde de Adviesraad in
                            staat te stellen haar taak op effectieve wijze te vervullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de in het eerste lid genoemde gelden zijn de vigerende regels van de
                            algemene subsidieverordening en van de Algemene wet bestuursrecht van
                            toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Externe adviseurs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Adviesraad kan het advies van externe adviseurs inwinnen en/of
                            externe adviseurs betrekken in haar vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Externe adviseurs van de Adviesraad nemen geen deel aan het periodiek
                            bestuurlijk overleg met het collegelid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tenzij het college in daartoe voorkomende gevallen uitdrukkelijk anders
                            besluit, komen de kosten van de externe deskundigen als bedoeld in het
                            eerste lid, niet voor een vergoeding in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening
                        Cliëntenparticipatie 2012 - gemeente Midden-Drenthe”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2012 onder
                        gelijktijdige intrekking van de Verordening Cliëntenparticipatie die werd
                        vastgesteld op 25 februari 2010.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 28 juni 2012,</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>C.J. Onderwater</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.Broertjes</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Verordening Cliëntenparticipatie 2012</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De verordening uit 2010 is gewijzigd in verband met wijzigingen in de WWB en het
                    intrekken van de Wet Investeren in Jongeren per 1 januari 2012 en komt te
                    vervallen op de dag dat deze verordening in werking treedt. </al><al>De Wet Werk en Bijstand schrijft in artikel 47 voor, dat cliëntenparticipatie
                    dient plaats te vinden en dat, in het verlengde van die verplichting, een
                    verordening dient te worden opgesteld en goedgekeurd door de raad. Ingevolge die
                    bepaling is de Verordening Cliëntenparticipatie gemeente Midden-Drenthe tot
                    stand gekomen. Het ligt voor de hand dat we, daar waar dat toepasbaar was,
                    rekening hebben gehouden met het op 15 september 1999 afgesloten convenant
                    tussen de Stichting adviesraad Midden-Drenthe en het college van burgemeester en
                    wethouders van onze gemeente. Dit convenant is tot op heden leidraad geweest in
                    de vormgeving van cliëntenparticipatie en heeft naar tevredenheid
                    gefunctioneerd.</al><al>Hoewel het voor de hand ligt, hebben wij er behoefte aan uitdrukkelijk te
                    vermelden, dat de Adviesraad een zelfstandige taak heeft en niet een verlengstuk
                    is van het gemeentebestuur. Naar onze mening is dat in deze verordening
                    voldoende gewaarborgd: niet alleen doordat het college degenen benoemt die door
                    de Stichting Adviesraad Minimabeleid Midden-Drenthe zijn voorgedragen, maar ook
                    door de verschillende verplichtingen die de gemeenteraad en het college hebben
                    ten opzichte van de Adviesraad.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </tussenkop><al>De term Adviesraad wordt gebruikt om aan te geven dat het hier gaat om de
                    cliëntenraad die de belangen behartigt van de doelgroepen zoals die in de WWB
                    genoemd worden, alsmede van andere minima in onze gemeente. Hieronder vallen ook
                    mensen met een andere gemeentelijke uitkering (als IOAW, IOAZ en BBZ voor
                    levensonderhoud), maar ook mensen met een laag inkomen uit arbeid of uit andere
                    uitkeringen die in aanmerking komen voor gemeentelijke Armoedebeleid.</al><al>Om aan te geven dat alle cliënten van de gemeentelijke sociale dienst onder deze
                    verordening vallen, is de omschrijving van het begrip cliënt zodanig gekozen dat
                    het niet alleen gaat om mensen met een gemeentelijke uitkering, maar ook om
                    Nuggers en Anw’ers die op grond van de WWB een beroep doen op hulp van de
                    gemeente bij arbeidsinschakeling. </al><tussenkop>Artikel 2. Verantwoordelijkheid college</tussenkop><al>In dit artikel wordt de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en
                    wethouders geregeld. Deze verantwoordelijkheid omvat het instellen van een
                    Adviesraad en het afleggen van verantwoording aan de gemeenteraad, alsmede het
                    erop toezien dat de Adviesraad een afspiegeling vormt van het cliëntenbestand
                    van de gemeentelijke sociale dienst of hun vertegenwoordigers.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven dat de cliëntenraad voor
                    bijstandsgerechtigden in deze gemeente Adviesraad wordt genoemd, in aansluiting
                    bij de benaming die reeds gebruikt werd in 1995 toen de gemeente een convenant
                    sloot met de Stichting Adviesraad Minimabeleid Midden-Drenthe. In verband met de
                    vele adviesraden die er thans (2012) zijn, wordt in plaats van Adviesraad of
                    Cliëntenraad ook vaak de term Minimaraad gebezigd voor dit adviesorgaan.</al><al>In het eerste lid wordt herhaald wat reeds eerder in een convenant was
                    vastgelegd, nl. dat de Adviesraad tot taak heeft om gevraagd en ongevraagd
                    advies uit te brengen aan de gemeente over het beleid en de uitvoering van het
                    beleid ten aanzien van minima. In verband met de huidige wet- en regelgeving
                    waarin cliëntenparticipatie wordt geregeld, wordt hier verwezen naar de
                    WWB.</al><al>In het tweede lid wordt aangegeven dat in de Adviesraad cliënten van de
                    gemeentelijke sociale dienst, danwel hun vertegenwoordigers zitting hebben.
                    Gelet op hetgeen de wet hierover zegt, betekent dit dat de Adviesraad er naar
                    streeft dat uitkeringsgerechtigden en minima deel uit maken van de Adviesraad en
                    dat de Adviesraad niet uitsluitend bestaat uit vertegenwoordigers van
                    maatschappelijke instellingen die de belangen van de doelgroep behartigen.</al><tussenkop>Artikel 3. De samenstelling van de Adviesraad</tussenkop><al>In het eerste lid wordt aangegeven dat er omwille van de werkbaarheid voor is
                    gekozen om een minimum aantal vast te stellen van drie leden. De Stichting
                    Adviesraad Minimabeleid Midden-Drenthe is vertegenwoordiger van en
                    gesprekpartner namens cliënten van de sociale dienst en minima in onze
                    gemeente.</al><al>In het tweede lid wordt bepaald dat de Adviesraad leden voordraagt om door het
                    College benoemd te worden tot vertegenwoordigers als bedoeld in het eerste lid.
                    De gekozen formulering van het tweede lid, impliceert dat het college in de
                    regel die mensen zal benoemen die voorgedragen zijn door de Adviesraad, mits
                    voldaan wordt aan de bepaling dat de voorgedragen mensen een zo breed mogelijke
                    afspiegeling van de vertegenwoordiging van cliënten en minima dienen te
                    zijn.</al><al>In het derde lid wordt bepaald dat benoeming geschiedt voor een termijn van vier
                    jaar, met de mogelijkheid tot herbenoeming. De gekozen formulering impliceert
                    dat er geen maximum termijn is bepaald.</al><al> In het vierde lid van dit artikel wordt voorts de onverenigbaarheid van
                    functies aangeduid. Hierdoor wordt geborgd dat de leden van de Adviesraad geen
                    verlengstuk vormen van de ambtelijke, politieke of bestuurlijke organisatie van
                    de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 4. Periodiek bestuurlijk overleg</tussenkop><al>In dit artikel worden de regels beschreven met betrekking tot het agenderen van
                    onderwerpen voor en de frequentie van het periodieke overleg met de gemeente. In
                    het volgende artikel komt aan bod op welke wijze het college de Adviesraad van
                    informatie voorziet. In deze beide artikelen wordt voldaan aan hetgeen de
                    wetgever heeft gesteld dat minimaal in de Verordening Cliëntenparticipatie moet
                    worden opgenomen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven dat de aanwezigheid van een collegelid bij
                    iedere vergadering vereist is. Het is dan ook goed gebruik om een bestuurlijk
                    overleg zo nodig op verzoek van het collegelid of de Adviesraad te verschuiven
                    als de het collegelid of de voorzitter van de Adviesraad verhinderd is.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat het bestuurlijk overleg niet benut wordt voor een
                    gesprek over individuele gevallen. Hiervoor staan andere mogelijkheden open:
                    telefonisch of schriftelijk informatie inwinnen bij ambtenaren; brieven, emails,
                    bezwaarprocedures, klachtenprocedures enz. Het bestuurlijk overleg is bestemd
                    voor zaken die van algemeen belang zijn voor de achterban van de Adviesraad,
                    zoals beleid en uitvoering van het beleid.</al><al>In het derde lid wordt geregeld dat het periodiek bestuurlijk overleg met de
                    Adviesraad ambtelijk wordt voorbereid en dat leden van de Adviesraad het recht
                    hebben om onderwerpen op de agenda te plaatsen. De ambtelijke voorbereiding
                    bestaat onder meer uit het versturen van een bericht met het verzoek aan alle
                    deelnemers van het periodiek bestuurlijk overleg om agendapunten aan te leveren.
                    Bij aanvang van de vergadering wordt nogmaals de gelegenheid geboden om
                    agendapunten aan te leveren, waarna de agenda definitief wordt vastgesteld door
                    de voorzitter van het overleg.</al><al>In het vierde lid wordt geregeld hoe de verslaglegging van het periodiek
                    bestuurlijk overleg plaatsvindt.</al><al>In het vijfde lid wordt geregeld dat de Adviesraad minimaal één keer per jaar
                    overleg heeft met de leden van de commissie welzijn. Dit kan zijn naar
                    aanleiding van een (schriftelijk) advies dat de Minimaraad heeft uitgebracht of
                    op verzoek van de commissie welzijn, dan wel de Adviesraad.</al><tussenkop>Artikel 5. Verplichtingen college</tussenkop><al>In dit artikel worden de verplichtingen van zowel het college van burgemeester
                    en wethouders als dat van de Adviesraad geregeld.</al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt aangegeven dat het college verplicht is
                    advies in te winnen bij de Adviesraad voorafgaand aan het vaststellen van
                    beleidsvisies, verordeningen en beleidsregels die van belang zijn voor de
                    achterban van de Adviesraad.</al><al>In het tweede lid wordt aangegeven hoe het college dient te handelen indien niet
                    vooraf advies is ingewonnen bij de Adviesraad. Hoewel dat zo veel mogelijk
                    voorkomen moet worden, zijn er situaties denkbaar dat de Adviesraad achteraf
                    wordt gehoord. Zo kan het voorkomen dat, als het gaat om reïntegratie, de
                    (arbeidsmarkt)situatie vraagt om een snelle beslissing van het college van
                    burgemeester en wethouders omdat anders de belangen van uitkeringgerechtigden
                    worden geschaad. Er kan dan sprake zijn van een wijziging van beleid, zonder dat
                    advies is gevraagd van de Adviesraad. In die situatie zal de visie van de
                    Adviesraad achteraf worden gevraagd.</al><al>Het derde lid volgt uit de wet (artikel 47 WWB) en regelt de wijze waarop het
                    college de Adviesraad zodanig van informatie voorziet, dat de Adviesraad
                    adequaat kan deelnemen aan het periodieke overleg.</al><al>In het vierde lid wordt aangegeven dat het college verplicht is om het advies
                    van de Adviesraad te betrekken bij de besluitvorming. Dit kan op verschillende
                    manieren plaatsvinden, bijvoorbeeld door (onderdelen van) het advies te
                    verwerken in de stukken die ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.
                    Een mogelijkheid is om het advies van de Adviesraad integraal als bijlage op te
                    nemen in een beleidsnota of om de raadsleden per brief te informeren over het
                    advies van de Adviesraad, tezamen met een reactie van het college op dat
                    advies.</al><al>Lid 5 en 6 spreken voor zich.</al><al>In het zevende lid wordt aangegeven dat het college binnen drie weken reageert
                    op een verzoek van de Adviesraad om een toelichting op de stukken. In de
                    praktijk blijkt dat veel telefonische vragen direct ambtelijk kunnen worden
                    afgehandeld en dat dit daarom de voorkeur verdient boven een schriftelijk
                    verzoek per post.</al><tussenkop>Artikel 6. Faciliteiten</tussenkop><al>De Adviesraad kan niet functioneren als zij niet beschikt over
                    vergaderfaciliteiten, secretariële ondersteuning e.d. Daarom zal dan ook, aan de
                    hand van een begroting, subsidie beschikbaar gesteld worden opdat de Adviesraad
                    de haar toebedeelde taken kan uitvoeren. De hoogte van de subsidie bepaalt de
                    raad jaarlijks bij de vaststelling van de gemeentebegroting.</al><al>In het tweede lid wordt bepaald dat niet alleen de Algemene Subsidieverordening
                    van toepassing is, maar ook de Algemene wet bestuursrecht.</al><tussenkop>Artikel 7. Externe adviseurs</tussenkop><al>In het eerste lid wordt bepaald dat het de Adviesraad vrij staat om deskundigen
                    te raadplegen bij het bepalen van hun standpunt. Dit kunnen zowel deskundigen
                    zijn die uit hoofde van hun professie de Adviesraad van informatie voorzien
                    (zoals een sociaal raadsvrouw), maar ook ervaringsdeskundigen die aan den lijve
                    ondervinden hoe het is om in deze gemeente tot de minima te behoren.</al><al>In het tweede lid wordt aangegeven dat het niet de bedoeling is dat externe
                    adviseurs deelnemen aan het periodiek bestuurlijk overleg met de
                    verantwoordelijk wethouder. De reden hiervoor is dat deze externe adviseurs
                    adviseren aan de Adviesraad en niet aan het college. Het staat de Adviesraad
                    vrij om het extern ingewonnen advies al dan niet een rol te laten spelen bij het
                    advies dat de Adviesraad aan het college geeft.</al><al>In het derde lid wordt aangegeven dat de kosten van een externe deskundige niet
                    voor een vergoeding van het college in aanmerking komen. De essentie van
                    cliëntenparticipatie is namelijk dat de gemeente door het instellen van de
                    cliëntenraad de mening van de cliënten van de gemeentelijke sociale dienst en de
                    minima zelf verneemt en betrekt bij de besluitvorming.</al><tussenkop>Artikel 8. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 9. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>