<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR222930_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Archiefverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Gelderse Post, 26 september 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Archiefverordening gemeente Doetinchem 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, art. 30, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Archiefwet 1995, artikel 32, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit Informatiebeheer 2012</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Archiefverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad van de gemeente Doetinchem;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 september
                        2012;</al><al/><al>gelet op artikelen 30, eerste lid en 32, tweede lid van de Archiefwet
                        1995;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de navolgende:</al><al>Verordening betreffende de zorg van burgemeester en wethouders voor de
                        archiefbescheiden van de gemeentelijke organen, de aanwijzing en het beheer
                        van de archiefbewaarplaats en het toezicht op de naleving van het bij of
                        krachtens de wet bepaalde ten aanzien van het beheer van de
                        archief-bescheiden, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de
                        archiefbewaarplaats (Archiefverordening).</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>- ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Archiefwet 1995;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke organen: de overheidsorganen, bedoeld in artikel
                                    1, onder b 1°, van de wet, voor zover behorende tot de gemeente;
                                </al></li><li nr="c."><al>de archiefbewaarplaats: de overeenkomstig artikel 31 van de wet
                                    aangewezen archiefbewaarplaats;</al></li><li nr="d."><al>de archivaris: de overeenkomstig artikel 32 van de wet benoemde
                                    gemeentearchivaris;</al></li><li nr="e."><al>beheerder: degene die ingevolge artikel 3 is belast met het
                                    beheer van de archiefbescheiden van de gemeentelijke organen die
                                    niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats;</al></li><li nr="f."><al>beheereenheid: een door burgemeester en wethouders als zodanig
                                    aan te wijzen organisatie-onderdeel, belast met de documentaire
                                    informatievoorziening;</al></li><li nr="g."><al>informatiesysteem: systeem van documentatie, procedures,
                                    apparatuur en programmatuur, met behulp waarvan
                                    archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd, bewerkt, verzonden,
                                    ontvangen, bewaard, geordend en geraadpleegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>- DE ZORG VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VOOR DE
                            ARCHIEFBESCHEIDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het inrichten en
                            instandhouden van een archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 31 van
                            de wet, alsmede voor voldoende en doelmatige archiefruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanwijzen van de
                            beheerder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de aanstelling van
                            voldoende, deskundig personeel voor de werkzaamheden verbonden aan het
                            beheer van alle gemeentelijke archiefbescheiden en documentaire
                            verzamelingen, ongeacht hun vorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat de vervaardiging
                                en de bewaring van de archiefbescheiden geschieden op zodanige
                                wijze, dat het behoud van deze bescheiden voldoende is
                                gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de
                                vervaardiging van bescheiden bestemd voor een overheidsorgaan of
                                andere belanghebbende, van welke bescheiden redelijkerwijze kan
                                worden aangenomen dat zij voor dezen als archiefbescheiden voor
                                blijvende bewaring in aanmerking komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor, dat jaarlijks op de
                            gemeentebegroting voldoende middelen worden geraamd ter bestrijding van
                            de kosten die aan de zorg voor de archiefbescheiden zijn verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen voor het beheer van de
                            archiefbescheiden van de gemeentelijke organen en voor het beheer van de
                            archiefbewaarplaats voorschriften vast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders doen ten minste éénmaal per jaar aan de raad
                            verslag omtrent hetgeen zij hebben verricht ter uitvoering van artikel
                            30 van de wet. Zij leggen daarbij over de verslagen die door de
                            archivaris aan hen zijn uitgebracht in verband met het beheer van de
                            archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van de
                            archiefbescheiden die niet zijn overgebracht naar de
                            archiefbewaarplaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III</nr><titel>- TOEZICHT VAN DE ARCHIVARIS OP HET BEHEER VAN DE ARCHIEFBESCHEIDEN
                            WELKE NIET ZIJN OVERGEBRACHT NAAR DE ARCHIEFBEWAARPLAATS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>De archivaris is belast met het toezicht op het bij of krachtens de wet
                            bepaalde ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden die niet
                            zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>De archivaris is bevoegd, ter uitoefening van het hem bij artikel 32,
                            tweede lid, van de wet opgedragen toezicht, zich onder handhaving van
                            zijn verantwoordelijkheid te doen vervangen door een of meer ambtenaren
                            die in het bezit zijn van een diploma archivistiek als bedoeld in
                            artikel 22 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beheerder verstrekt aan de archivaris of aan degene die namens
                                hem met het toezicht is belast, alle bescheiden en inlichtingen die
                                voor een goede vervulling van zijn taak noodzakelijk zijn en
                                verlenen de nodige medewerking om inzicht te verschaffen in de
                                ordening en toegankelijkheid van de archiefbescheiden alsmede in de
                                opzet en werking van hulpmiddelen en systemen waarin
                                archiefbescheiden zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De archivaris en degenen die hem in de uitoefening van het toezicht
                                vervangen of bijstaan, hebben met inachtneming van de voorschriften
                                ten aanzien van de beveiliging van geheimen, toegang tot de
                                archiefbescheiden en de ruimten waarin deze zich bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De archivaris doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het
                            toezicht mededeling aan de beheerder alsmede, indien hij hiertoe
                            aanleiding vindt, aan burgemeester en wethouders. De archivaris geeft
                            daarbij aan welke voorzieningen naar zijn mening in het belang van een
                            goed beheer moeten worden getroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>De beheerder doet aan de archivaris tijdig mededeling van het voornemen
                            om aan burgemeester en wethouders een voorstel te doen tot:</al><lijst><li nr="a."><al>opheffing, samenvoeging of splitsing van een beheereenheid of
                                    overdracht van één of meer taken aan een andere beheereenheid,
                                    overheidsorgaan of rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>bouw, verbouwing, inrichting, of verandering van inrichting en
                                    ingebruikneming van ruimten als archiefruimte;</al></li><li nr="c."><al>verandering van de plaats van bewaring van niet naar de
                                    archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden;</al></li><li nr="d."><al>ontwerp, vervanging, aanschaf of invoering van een
                                    informatiesysteem;</al></li><li nr="e."><al>voorbereiding, invoering en wijziging van
                                    ordeningssystemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>De archivaris doet eenmaal per jaar verslag aan burgemeester en
                            wethouders betreffende de uitoefening van het toezicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV</nr><titel>- SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>De Archiefverordening 2005 wordt ingetrokken met ingang van de in
                            artikel 16 genoemde datum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 oktober 2012.</al><al>Deze verordening wordt aangehaald als Archiefverordening gemeente
                            Doetinchem 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Doetinchem van 13
                        september 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Memorie van toelichting Archiefverordening gemeente Doetinchem
                    2012</vet></al><al>Deze model Archiefverordening sluit aan bij de Archiefwet 1995 (Stb. 276 en 277)
                    en het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671), en dient door de gemeenteraad te worden
                    vastgesteld op grond van de in de aanhef genoemde artikelen in de Archiefwet
                    1995. Zij bestaat in hoofdzaak uit twee gedeelten, namelijk de regeling voor de
                    zorg, die het college van burgemeester en wethouders draagt voor de archieven
                    van de gemeentelijke organen en het toezicht op het bij of krachtens de wet
                    bepaalde ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden, die niet zijn
                    overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Deze verordening is, evenals wet en
                    besluit, niet alleen van toepassing op klassieke, papieren archiefbescheiden,
                    maar ook op moderne, digitale informatiedragers. Hoofdstuk II bevat een
                    uitwerking van het begrip “zorg”, dat in de Archiefwet 1995 niet wordt
                    gedefinieerd. Wat voldoende en doelmatige archiefruimten zijn (artikel 2), is
                    geregeld in het Archiefbesluit 1995 respectievelijk in de Archiefregeling
                    (Stcrt. 70, 6 januari 2010 + wijziging Stcrt. 17967, 17 november 2010).
                    Hoofdstuk III is een uitwerking van het toezicht bedoeld in artikel 32, tweede
                    lid van de wet.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Begripsbepalingen zijn alleen uit de wet overgenomen als daaraan in deze
                    verordening een meer specifieke betekenis moest worden toegekend. De in art. 1d
                    bedoelde archivaris kan ook een streekarchivaris of directeur-archivaris van een
                    RHC zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>De Archiefregeling stelt op grond van artikel 13, vierde lid van het
                    Archiefbesluit 1995 vast, aan welke bouwkundige en inrichtingseisen de
                    archiefbewaarplaats en de archiefruimten moeten voldoen. </al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>De aanwijzing van de beheerder is opgenomen in de op grond van artikel 7 te
                    stellen voorschriften: het Besluit Informatiebeheer. </al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>De Archiefregeling stelt op grond van artikel 11 tweede lid van het
                    Archiefbesluit 1995 nadere regels omtrent de kwaliteit van en de procedures rond
                    het materiële behoud van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.
                    Artikel 11 van het Archiefbesluit 1995 kent de in dit artikel bedoelde
                    verplichting slechts ten behoeve van de interne stukken. Uit overwegingen van
                    behoorlijk bestuur en ter besparing van conserveringskosten voor de overheid als
                    geheel achten wij dit onjuist. Daarom is in het tweede lid bepaald, dat ook de
                    te verzenden stukken aan de genoemde Regeling dienen te voldoen. De gemeente
                    heeft als ontvanger van door andere overheden opgemaakte stukken daarvan zelf
                    ook profijt.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>De bedoelde voorschriften zijn opgenomen in het Besluit Informatiebeheer. </al><al/><al><vet>Artikel 8 en artikel 14</vet></al><al>Binnen één zittingsperiode verneemt de gemeenteraad op deze manier vier maal wat
                    er op het gebied van de archiefzorg, het archiefbeheer en het toezicht daarop
                    heeft plaatsgevonden. Een jaarlijkse verslaglegging past bij het vernieuwde
                    interbestuurlijk toezicht, waarbij een zwaarder accent wordt gelegd op de
                    horizontale verantwoording.</al><al/><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>De ontwikkelingen op het gebied van de moderne informatietechnologie hebben in
                    de wet geleid tot een gewijzigde definitie van de term “archiefbescheiden”. De
                    wetgever heeft – binnen de formele betekenis van het begrip archiefbescheiden –
                    bedoeld onder deze term alle op enigerlei wijze vastgelegde informatie te
                    begrijpen inclusief die welke slechts via informatietechnologie opgevraagd kan
                    worden. Ondanks de ruimere betekenis van “archiefbescheiden” kan de materie
                    veelal met de traditionele bepalingen worden geregeld, zij het dat sommige
                    begrippen een andere, ruimere inhoud hebben gekregen. Dat heeft onder andere
                    gevolgen voor een term als “beheer”. Zo zal het voor het toezicht op het beheer
                    van machine leesbare gegevensbestanden niet meer voldoende zijn dat toegang tot
                    de ruimte is verzekerd. De formulering betreffende de noodzakelijke medewerking
                    is ontleend aan de artikelen 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en
                    5:20 van de Algemene wet bestuursrecht. </al><al/><al><vet>Artikel 13</vet></al><al>Slechts die aspecten van de uitoefening van het archiefbeheer zijn hier vermeld,
                    die bij constatering achteraf tot onevenredig hoge kosten zouden kunnen leiden,
                    of die ernstige schade voor het behoud dan wel de openbaarheid van de
                    archiefbescheiden en de rechtszekerheid van de burger tot gevolg zouden hebben. </al><al/><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>De verslaglegging door de archivaris is de basis voor de verantwoording van
                    burgemeester en wethouders aan de raad zoals bedoeld in artikel 8.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>