<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22246_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Leerlingenvervoer gemeente Borger-Odoorn</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Borger-Odoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borger-Odoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Week in Week uit, 23-6-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Leerlingenvervoer gemeente Borger-Odoorn</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, art. 4; Wet op de expertisecentra, art. 4; Wet op het voortgezet onderwijs, art 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-06-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-12-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuweregeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>17-2-2009</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING LEERLINGENVERVOER GEMEENTE BORGER-ODOORN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr> I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘school’:</al><lijst><li nr="-"><al>een basisschool of speciale school voor basisonderwijs
                                            als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs (Stb.
                                            1998, 495);</al></li><li nr="-"><al>een school voor speciaal onderwijs of speciaal en
                                            voortgezet onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs
                                            als bedoeld in de Wet op de expertisecentra (Stb. 1998,
                                            496);</al></li><li nr="-"><al>een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de
                                            Wet op het voortgezet onderwijs (Stb. 1998, 512);</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>‘ouders’: de ouders, voogden of verzorgers van de leerling;</al></li><li nr="c."><al>‘leerling’: een leerling van een school als bedoeld onder
                                    a.</al></li><li nr="d."><al>‘gehandicapte leerling’: een leerling bedoeld onder c, die door
                                    een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet,
                                    of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan
                                    maken;</al></li><li nr="e."><al>‘woning’: plaats waar de leerling structureel en feitelijk
                                    verblijft;</al></li><li nr="f."><al>‘afstand’: de afstand tussen de woning en de school, gemeten
                                    langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en
                                    veilige weg;</al></li><li nr="g."><al>‘vervoer’: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer
                                    tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat
                                    plaatsvindt in de aansluiting op het begin en einde van de
                                    schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap
                                    van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk
                                    maakt;</al></li><li nr="h."><al>‘openbaar vervoer’: voor een ieder openstaande personenvervoer
                                    volgens een dienstregeling per trein, metro, tram, bus,
                                    veerdienst of auto;</al></li><li nr="i."><al>‘aangepast vervoer’: vervoer per besloten (school)busvervoer,
                                    taxi, treintaxi of bustaxi;</al></li><li nr="j."><al>‘eigen vervoer’: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets of
                                    fiets;</al></li><li nr="k."><al>‘reistijd’: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van
                                    de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids,
                                    minus maximaal 10 minuten indien en voorzover de leerling het
                                    schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt
                                    dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt
                                    tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids, een
                                    eventuele wachttijd, en de aankomst bij de woning;</al></li><li nr="l."><al>‘toegankelijke school’: </al><lijst><li nr="-"><al>voor wat betreft basisscholen en speciale scholen voor
                                            basisonderwijs: de basisschool van de verlangde
                                            godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel
                                            de openbare school of de speciale school voor
                                            basisonderwijs waarop de leerling is aangewezen van de
                                            verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting
                                            dan wel de openbare school;</al></li><li nr="-"><al>voor wat betreft scholen voor (voortgezet) speciaal
                                            onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs: de
                                            school van de soort waarop de leerling is aangewezen van
                                            de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke
                                            richting dan wel de openbare school van de soort waarop
                                            de leerling is aangewezen;</al></li></lijst></li><li nr="m."><al>‘inkomen’: het ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 2001
                                    (Stb. 2000, 215) vastgestelde gecorrigeerde verzamelinkomen van
                                    de ouders in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het
                                    schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt
                                    gevraagd;</al></li><li nr="n."><al>‘opstapplaats’: plaats aangewezen door het college, vanaf waar
                                    de leerling gebruik kan maken van het vervoer;</al></li><li nr="o."><al>‘commissie voor de begeleiding’: de commissie die is ingesteld
                                    door het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1
                                    van de Wet op de expertisecentra, niet zijnde een instelling, of
                                    de bevoegde gezagsorganen van twee of meer scholen als bedoeld
                                    in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, niet zijnde
                                    instellingen, die hetzelfde expertisecentrum in stand
                                    houden;</al></li><li nr="p."><al>‘vervoersvoorziening’: een gehele of gedeeltelijke bekostiging
                                    van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van
                                    de leerling en zo nodig diens begeleider, of bekostiging van de
                                    goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling
                                    en zo nodig diens begeleider, of aanbieding van aangepast
                                    vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen;</al></li><li nr="q."><al>‘permanente commissie leerlingenzorg’: de commissie als bedoeld
                                    in artikel 23 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="r."><al>‘samenwerkingsverband’: het samenwerkingsverband als bedoeld in
                                    artikel 18 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="s."><al>‘regionale verwijzingscommissie’: de commissie als bedoeld in
                                    artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="t."><al>‘opdc’: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in
                                    artikel 10h, derde lid, Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="u."><al>‘ambulante begeleiding’: de begeleiding door een personeelslid
                                    van een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet
                                    op de expertisecentra van leerlingen die geplaatst zijn op een
                                    basisschool of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor
                                    voortgezet onderwijs en die naar het oordeel van het bevoegd
                                    gezag zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het
                                    speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs.</al></li><li nr="v."><al>‘Commissie voor de indicatiestelling’: de commissie als bedoeld
                                    in artikel 28c van de Wet op de expertisecentra.</al></li><li nr="w."><al>‘advies’: een onderbouwd advies van een permanente commissie
                                    leerlingenzorg, een commissie van begeleiding, een regionale
                                    verwijzingscommissie of een andere deskundige waaruit de reden
                                    blijkt waarom de leerling is aangewezen op de door die
                                    permanente commissie leerlingenzorg, dan wel die commissie van
                                    begeleiding, dan wel die regionale verwijzingscommissie of die
                                    andere deskundige geadviseerde vorm van vervoer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten
                                vervoerskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van
                                in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een
                                vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij
                                van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de
                                vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste
                                het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening
                                moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering of
                                nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde
                                bijdrage doet de aanspraak op bekostiging vervallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in deze verordening laten onverlet de
                                verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun
                                kinderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de
                                bekostiging op aanvraag verstrekt aan de leerling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand
                                tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor
                                de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder
                                weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou
                                brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk
                                instemmen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien ouders bekostiging van de vervoerskosten aanvragen voor het
                                bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is
                                gelegen dan in artikel 11 of 15 is bepaald, terwijl een of meer
                                scholen van dezelfde onderwijssoort dichterbij de woning zijn
                                gelegen, ontstaat slechts aanspraak op bekostiging naar
                                eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard
                                dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan
                                wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen,
                                van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de
                                woning zijn gelegen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval van een verzoek tot bekostiging van aangepast vervoer of
                                eigen vervoer wordt de afstand tussen de woning van de leerling en
                                de dichtstbijzijnde toegankelijke school via de kortste route
                                bepaald aan de hand van de ANWB Routeplanner zoals die op Internet
                                wordt aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Uitbetaling van de bekostiging</titel></kop><al>Het college bepaalt bij het verstrekken van bekostiging van de
                            vervoerskosten de wijze en het tijdstip van de uitbetaling, alsmede de
                            tijdsduur van de verstrekte bekostiging, met dien verstande dat de
                            tijdsduur, indien dit mogelijk is, voor meerdere jaren of de hele
                            schoolperiode wordt vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraagprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten wordt gedaan
                                door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de
                                ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier
                                vermelde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag wordt, indien het een aanvraag voor het eerstvolgende
                                schooljaar betreft, voorafgaand aan dat schooljaar ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk
                                is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te
                                verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst
                                van alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten
                                hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan
                                schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend wordt deze
                                getroffen:</al><lijst><li nr="a."><al>met ingang van het nieuwe schooljaar indien de aanvraag
                                        voorafgaande aan de aanvang van het betreffende schooljaar
                                        is ingediend;</al></li><li nr="b."><al>met ingang van de door de ouders verzochte datum als het een
                                        aanvraag gedurende het schooljaar betreft, met dien
                                        verstande dat de datum waarop bekostiging wordt verstrekt
                                        niet ligt voor de datum van ontvangst van de aanvraag door
                                        het college.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Doorgeven van wijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op
                                de verstrekte bekostiging van vervoerskosten, onder vermelding van
                                de datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan
                                het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de
                                verstrekte bekostiging, vervalt de aanspraak op bekostiging en
                                verstrekt het college al dan niet opnieuw bekostiging van de
                                vervoerskosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en
                                het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt,
                                waardoor blijkt dat ten onrechte bekostiging is verstrekt, vervalt
                                de aanspraak op bekostiging van de vervoerskosten terstond en
                                verstrekt het college al dan niet opnieuw bekostiging van de
                                vervoerskosten.</al><al>Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden
                                teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuwe
                                verstrekking van bekostiging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Peildatum leeftijd leerling</titel></kop><al>Voor het verstrekken van bekostiging op basis van artikel 12 is bepalend
                            de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de
                            bekostiging betrekking heeft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Andere vergoedingen</titel></kop><al>De aanspraak op bekostiging wordt verminderd met de aanspraak op een
                            toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op
                            de reiskosten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr> II</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van de (niet-gehandicapte) leerlingen
                            van scholen voor primair onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale
                                school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband.</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt bekostiging
                            verstrekt van de kosten van het vervoer over de afstand tussen de woning
                            dan wel de opstapplaats en:</al><lijst><li nr="a."><al>de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale
                                    school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de
                                    basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of</al></li><li nr="b."><al>een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a
                                    bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die
                                    school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen
                                    dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs
                                    bedoeld onder a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Permanente commissie leerlingenzorg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een
                                leerling op een school voor primair onderwijs niet of slechts
                                gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking de beslissing te
                                betrekken van de permanente commissie leerlingenzorg over de
                                toelating van de leerling op een speciale school voor
                                basisonderwijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor
                                leerlingenvervoer eventuele adviezen van de permanente commissie
                                leerlingenzorg die voor de beoordeling van die aanvraag van belang
                                zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                                fiets.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                                voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs
                                bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer,
                                indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem
                                toegankelijke school meer dan vier kilometer bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                                bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien
                                de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder
                                begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets en de
                                afstand meer bedraagt dan vier kilometer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een
                                begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11,
                                bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve
                                van een begeleider, indien de leerling jonger dan negen jaar is, en
                                door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt
                                aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het
                                openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                                komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van een
                                begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast
                            vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs
                            of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, indien voldaan wordt
                            aan het afstandscriterium van artikel 11, en</al><lijst><li nr="a."><al>de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school
                                    of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met
                                    aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar
                                    vervoer kan worden teruggebracht, of:</al></li><li nr="b."><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel
                                    van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken
                                    van het vervoer per fiets, of</al></li><li nr="c."><al>de leerling jonger is dan 11 jaar, een school voor speciaal
                                    basisonderwijs bezoekt en geen gebruik wenst te maken van het
                                    openbaar vervoer of vervoer per fiets.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                                het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen
                                zelf te vervoeren of te laten vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf
                                vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer,
                                        indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de
                                        kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in
                                        het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                        auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien
                                        aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van
                                        aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde
                                        lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een
                                leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een
                                bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid
                                van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                                ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer
                                leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling
                                binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                                college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling
                                gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college
                                aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor
                                de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>III</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van de leerlingen van scholen voor
                            (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per
                                fiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school
                                voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis
                                van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de
                                woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan vier
                                kilometer bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                                bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel
                                bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al
                                dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per
                                fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per
                                fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per
                                bromfiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15a</nr><titel>Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke WEC school
                                cluster 4</titel></kop><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 geldt voor de leerling
                            die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs uit cluster 4
                            bezoekt als dichtstbijzijnde toegankelijke school, de school die door de
                            commissie voor de indicatiestelling is geadviseerd. Dit is van
                            toepassing zolang de leerling zijn woonplaats heeft in het gebied van
                            het regionale expertisecentrum waaraan voornoemde commissie is
                            verbonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Commissie voor de begeleiding</titel></kop><al>Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling
                            op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs niet of slechts
                            gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de
                            commissie voor de begeleiding of het advies van andere deskundigen te
                            betrekken</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van
                                een begeleider</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 15,
                                bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve
                                van een begeleider, indien door de ouders ten behoeve van het
                                college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling, gelet op zijn
                                lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of leeftijd,
                                niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets
                                gebruik te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het
                                advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                                deskundigen te betrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan een leerling tegelijk begeleidt,
                                komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een
                                begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van
                                aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor
                                (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan
                                het afstandscriterium van artikel 15, en</al><lijst><li nr="a."><al>de gehandicapte leerling, naar het oordeel van het college
                                        niet in staat is – ook niet onder begeleiding- van openbaar
                                        vervoer gebruik te maken, of:</al></li><li nr="b."><al>de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar
                                        school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de
                                        reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de
                                        reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht,
                                        of:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van
                                het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het
                                vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het
                                vervoer per bromfiets.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het
                                advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                                deskundigen te betrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                                het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen
                                zelf te vervoeren of te laten vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf
                                vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer,
                                        indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de
                                        kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in
                                        het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                        auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien
                                        aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van
                                        aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde
                                        lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan een
                                leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren,
                                bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor
                                de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het
                                bepaalde in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                                ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer
                                leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling
                                binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                                college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling
                                gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt
                                het college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van
                                een kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid
                                van de Reisregeling binnenland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bekostiging vervoerskosten van gehandicapte leerlingen voor
                                scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de kosten
                                van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school
                                voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, in het geval de
                                afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling
                                toegankelijke school minder bedraagt dan is bepaald in artikel 15,
                                indien de leerling naar het oordeel van het college anders dan op
                                grond waarvan hij toegelaten is tot de school die hij bezoekt, niet
                                op andere wijze die school kan bezoeken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het
                                advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere
                                deskundigen te betrekken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten zoals
                                bedoeld in het eerste lid, is artikel 19 van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr> IV</nr><titel>Bepalingen omtrent weekeinde- en vakantievervoer </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bekostiging van de kosten van het weekeinde- en vakantievervoer
                                aan de in de gemeente wonende ouders.</titel></kop><al>Het college bekostigt desgewenst de kosten van het weekeinde- en
                            vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling
                            die, met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet)
                            speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het
                            bepaalde in deze Titel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Bekostiging kosten weekeinde- en vakantievervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de ouders bekostiging van de kosten van
                                het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde
                                gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling
                                verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de
                                weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde
                                schoolvakanties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bekostigt de kosten van het vakantievervoer van de
                                leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer,
                                gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling
                                verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de
                                vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling
                                bezoekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Titel III van deze verordening is van overeenkomstige toepassing,
                                met uitzondering van artikel 16, artikel 17, tweede lid, artikel 18,
                                eerste lid onder b, artikel 18, tweede lid, en artikel 20.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>V</nr><titel>Eigen bijdrage en bekostiging naar financiële draagkracht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Drempelbedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
                                een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen
                                tezamen meer bedraagt dan € 22.500,-, wordt slechts bekostiging
                                verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de
                                kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde
                                afstand te boven gaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
                                het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders
                                van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale
                                school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een
                                eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer
                                over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de
                                ouders meer bedraagt dan € 22.500,-.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
                                lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
                                zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste
                                lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs
                                zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
                                of het daadwerkelijke gebruik ervan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bedrag van € 22.500,- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt
                                met ingang van 1 januari 2009 jaarlijks aangepast aan de wijziging
                                die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers
                                heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en
                                rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste
                                bedrag treedt in de plaats van het in het eerste en tweede lid
                                genoemde bedrag van € 22.500,-. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Geen drempelbijdrage als bedoeld in het eerste lid is verschuldigd
                                indien de aanvraag tot bekostiging van vervoer betrekking heeft op
                                het vervoer van een leerling naar een school voor basisonderwijs of
                                een school voor speciaal basisonderwijs wanneer die leerling het
                                tweede kind is uit hetzelfde gezin van de ouders en het gezamenlijk
                                inkomen minder bedraagt dan € 29.100,-. Het bedrag genoemd in de
                                vorige volzin wordt jaarlijks aangepast volgens het bepaalde in lid
                                4. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ongeacht het inkomen van de ouders is geen drempelbijdrage als
                                bedoeld in het eerste lid verschuldigd voor de leerlingen die het
                                derde en volgende kind zijn uit hetzelfde gezin van de ouders.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
                                ingevolge Titel VI een vervoersvoorziening is verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Financiële draagkracht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
                                toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer
                                bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van
                                de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
                                het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van
                                de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor
                                basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, betalen de ouders een
                                van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste
                                het bedrag van de kosten van het vervoer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de
                                bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en
                                zijn afhankelijk van de hoogte van het gecorrigeerde verzamelinkomen
                                van de ouders in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting
                                2001.</al><al>Zij bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="254.25pt"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1.00*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Inkomen in €</al></entry><entry colname="col2"><al>Eigen bijdrage in €</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al> 0 – 30.500</al></entry><entry colname="col2"><al>Nihil</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30.500 – 36.500</al></entry><entry colname="col2"><al>120</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>36.500 – 42.000</al></entry><entry colname="col2"><al>505</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>42.000 – 48.000</al></entry><entry colname="col2"><al>940</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>48.000 – 54.500</al></entry><entry colname="col2"><al>1.375</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>54.500 – 60.500</al></entry><entry colname="col2"><al>1.810</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>60.500 – en verder</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor elke extra € 4.500,- : € 445,- erbij.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van
                                1 januari 2009 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het
                                indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft
                                ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en
                                rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden
                                met ingang van 1 januari 2009 jaarlijks aangepast aan de wijziging
                                die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks huishoudens op het
                                onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1
                                januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een
                                veelvoud van € 5,-.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
                                ingevolge Titel VI een vervoersvoorziening is verstrekt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr> VI</nr><titel>Bepalingen omtrent het vervoer van gehandicapte leerlingen van
                            scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met
                                begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 verstrekt het college
                                bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met
                                begeleiding aan de ouders van de leerling die een basisschool,
                                speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet
                                onderwijs bezoekt en die vanwege zijn handicap, anders dan op grond
                                waarvan hij toegelaten is tot de school die hij bezoekt, niet op
                                andere wijze die school kan bezoeken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor
                                basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, dienen zij bij de beschikking het
                                advies van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante
                                begeleider of het advies van andere deskundigen te betrekken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt,
                                komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een
                                begeleider voor bekostiging in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders
                                bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel
                                per bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college,
                                al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per
                                fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per
                                bromfiets.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Bekostiging op basis van kosten van aangepast vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van
                                aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool,
                                speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet
                                onderwijs bezoekt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de leerling, naar het oordeel van het college vanwege zijn
                                        handicap, anders dan op grond waarvan hij toegelaten is tot
                                        de school die hij bezoekt, niet op andere wijze die school
                                        kan bezoeken. Ten aanzien van een leerling van een speciale
                                        school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in
                                        acht, of:</al></li><li nr="b."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25
                                        en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar
                                        school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de
                                        reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de
                                        reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht,
                                        of:</al></li><li nr="c."><al>aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25
                                        en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het
                                        oordeel van het college al dan niet onder begeleiding
                                        gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel
                                        zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per
                                        bromfiets.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of
                                slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het
                                advies van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante
                                begeleider of het advies van andere deskundigen te betrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan
                                het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen
                                zelf te vervoeren of te laten vervoeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf
                                vervoeren, dan wel laten vervoeren:</al><lijst><li nr="a."><al>een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer
                                        met begeleiding, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging
                                        op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens
                                        het bepaalde in het vijfde lid;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de
                                        auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien
                                        aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van
                                        aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde
                                        lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is
                                verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan een
                                leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren,
                                bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor
                                de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het
                                bepaalde in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere
                                ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer
                                leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling
                                binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het
                                college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling
                                gebruik kan maken van het vervoer per fiets of per bromfiets,
                                verstrekt het college aan de ouders bekostiging van een bedrag op
                                basis van een kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets,
                                afgeleid van de Reisregeling binnenland.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>VII</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin
                            deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Afwijken van bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderwijs
                                aangaande, ten gunste van de ouders afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, zonodig na advies te hebben gevraagd aan de
                                permanente commissie leerlingenzorg, de commissie van begeleiding,
                                de regionale verwijzingscommissie of andere deskundigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bevoegdheid van het college tot toekenning van vervoerskosten als
                                bedoeld in deze verordening blijft in elk geval beperkt tot
                                uitsluitend schoolbezoek voor het volgen van onderwijs.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Intrekken oude regeling</titel></kop><al>De Verordening leerlingenvervoer gemeente Borger-Odoorn 2006 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Overgangsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een leerling als bedoeld in Titel VI voor wie in het schooljaar
                                2001-2002 krachtens de Wet Rea een vervoersvoorziening werd
                                verstrekt, niet zijnde een voorziening in de vorm van een
                                bruikleenauto of een voorziening deel uitmakend van of samenhangend
                                met een leefvervoersvoorziening, blijft, indien de ouders dat
                                wensen, zo nodig in afwijking van artikel 3 aanspraak bestaan op een
                                gelijkwaardige voorziening van en naar de school die de leerling in
                                schooljaar 2001-2002 bezocht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de leerling van leerwegondersteunend onderwijs of
                                praktijkonderwijs die in het schooljaar 2001-2002 een
                                vervoersvoorziening kreeg naar een school voor speciaal voortgezet
                                onderwijs, leerwegondersteunend onderwijs, praktijkonderwijs of een
                                opdc, blijft aanspraak bestaan op een vervoersvoorziening van en
                                naar de school of opdc die de leerling in het schooljaar 2001-2002
                                bezocht indien de afstand van de woning naar de school meer dan 6
                                kilometer bedraagt. Titel V is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bepalingen in Titel VI zijn voor de eerste maal van toepassing in
                                het schooljaar 2002-2003. Op het vervoer van leerlingen voorafgaand
                                aan het schooljaar 2002-2003 en de daarop betrekking hebbende
                                geschillen, blijven de regelingen, zoals luidend voorafgaand aan de
                                inwerkingtreding van deze verordening, van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 augustus 2009. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: </al><al><vet>Verordening leerlingenvervoer gemeente Borger-Odoorn
                            2009.</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 juni 2009.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier</ondertekening><ondertekening>De voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening leerlingenvervoer van de gemeente
                        Borger-Odoorn</titel></kop><tussenkop>TITEL I</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 </tussenkop><al>letter c Kinderen zijn leerling als ze de leeftijd van 4 jaar hebben bereikt.
                    Pas dan kan er aanspraak op bekostiging van de vervoerskosten naar school worden
                    gemaakt. Dit geldt niet voor kinderen die een school bezoeken die valt onder de
                    Wet op de Expertisecentra (cluster 1, 2, 3 en 4). Als deze kinderen worden
                    toegelaten op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs kunnen de ouders,
                    indien ze voldoen aan de voorwaarden genoemd in de verordening, aanspraak maken
                    op bekostiging van de vervoerskosten.</al><al>Dit geldt ook als deze leerlingen de leerplichtige leeftijd voorbij zijn.</al><al>letter d Als een kind omwille van een medische of sociale problematiek ook in
                    een dagcentrum woont, kan er van worden uitgegaan dat het kind 2 woningen in de
                    zin van de verordening heeft, namelijk de ouderlijke woning en het dagcentrum.
                    Er kan dan een tegemoetkoming worden verleend in de kosten van:</al><lijst><li nr="1."><al>de ouderlijke woning naar school</al></li><li nr="2."><al>van school naar het dagcentrum (als aan het afstandscriterium wordt
                            voldaan).</al></li></lijst><al>Het vervoer van dagcentrum naar huis komt voor rekening van de ouders.</al><al>Een kind met gescheiden ouders kan 2 woningen hebben. Beide ouders moeten dan
                    afzonderlijk, voor de dagen dat het kind doordeweeks bij hen woont , een
                    aanvraag voor de vergoeding van de vervoerskosten indienen bij de gemeente waar
                    hij/zij woonachtig is.</al><al>Bij verblijf in een andere gemeente gedurende minder dan 6 weken blijft recht op
                    bekostiging bestaan (dit geldt niet als dit verblijf is vanwege vakantie van de
                    ouders). Bij een verblijf buiten de gemeente van langer dan 6 weken moet
                    bekostiging worden aangevraagd in de gemeente waar daadwerkelijk wordt
                    verbleven.</al><al>letter f. De afstand van huis naar school wordt gemeten met een routeplanner.
                    Bij een afstand die net onder het afstandscriterium (4 kilometer) ligt, wordt de
                    route gereden door een medewerker van de gemeente langs de kortste, voldoende
                    begaanbare veilige weg. Zie ook artikel 3, lid 3.</al><al>letter o. De commissie voor de begeleiding behartigt de taken omtrent toewijzing
                    van (ambulante) begeleiding voor leerlingen die een schoolbezoeken die valt
                    onder de Wet voor de Expertisecentra.</al><al>letter q. De PCL indiceert over toelating van leerlingen tot scholen voor
                    speciaal basisonderwijs (SBO)</al><al>.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6.83*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>letter s.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Regionale verwijzingscommissie indiceert over toelating
                                        van leerlingen tot het praktijkonderwijs en brengt daarover
                                        advies uit. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>letter t.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het OPDC valt onder het regulier voortgezet onderwijs. Hier
                                        kan alleen een vervoersvergoeding worden verstrakt aan
                                        leerlingen die door het hebben van een verstandelijke,
                                        zintuiglijke of lichamelijke handicap niet of niet
                                        zelfstandig aan het openbaar vervoer kunnen deelnemen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>letter u.</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeente kan de ambulante begeleider vragen om advies
                                        over de vervoersbehoefte van de leerling die hij of zij
                                        begeleidt. Dit advies wordt in het besluitvormingsproces
                                        meegewogen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>letter u.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Commissie voor de indicatiestelling indiceert over
                                        toelating van kinderen tot het speciaal (voortgezet)
                                        onderwijs (Vallend onder de Wet op de expertisecentra,
                                        cluster 1, 2, 3 en 4 scholen.)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>letter w.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Permanente commissie leerlingenzorg, de Commissie voor de
                                        Indicatiestelling, de Regionale Verwijzingscommissie zijn
                                        commissie van deskundigen. Van hen mag verwacht worden dat
                                        zij advies uitbrengen dat de kwaliteitseisen ingevolge de
                                        Algemene wet bestuursrecht kan doorstaan.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="9.34*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Bepalend voor de richting van de school is niet de
                                        onderwijsmethode. Voor scholen als o.a. Dalton, Freinet,
                                        Jenaplan, Montessori, de Kees Boekeschool en de Janus
                                        Korczakschool bestaat in principe geen recht op bekostiging
                                        van de vervoerskosten, omdat deze scholen een
                                        onderwijsmethode voorstaan en niet een geloofs- of
                                        levensbeschouwelijke richting vertegenwoordigen. Scholen met
                                        een richting zijn: Openbare, Rooms Katholieke, Protestants
                                        Christelijke, (vrijgemaakt) Reformatorische, Algemeen
                                        Bijzondere, Joodse, Hindoestaanse, Islamitische, Vrije
                                        scholen, Jan van Rijckenborgschool.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de beoordeling van de aanvraag tot bekostiging van
                                        leerlingenvervoer wordt uitgegaan van de dichtstbijzijnde
                                        voor de leerling toegankelijke school van de gewenste
                                        richting en/of het soort onderwijs waarop de leerling is
                                        aangewezen. Voor het bepalen van de afstand wordt gebruik
                                        gemaakt van de ANWB Routeplanner zoals die op Internet wordt
                                        aangeboden.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al-groep><al>Een eigen vervoersvergoeding wordt in principe uitbetaald in de maand juli,
                        aan het eind van het schooljaar, waar bekostiging voor is aangevraagd.</al><al>De openbare vervoersvergoedingen, in de vorm van een o.v. jaarkaart, worden
                        in principe voorafgaande aan het schooljaar afgegeven.</al><al>Een aangepast vervoersvergoeding betekent dat de leerling gedurende het
                        schooljaar per taxi wordt vervoerd. De gemeente rekent in principe
                        rechtstreeks met de vervoerder af</al></al-groep><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Lid 3 Als er op het aanvraagformulier gegevens ontbreken wordt het formulier
                    teruggestuurd naar de aanvragers met het verzoek om de ontbrekende gegevens aan
                    te vullen. De datum van ontvangst van het aanvraagformulier en de ontbrekende
                    gegevens geldt als aanvraagdatum.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5.64*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de verstrekte
                                        bekostiging van de vervoerskosten kunnen zijn: Wijziging
                                        reistijd; wijziging woonadres; wijziging schooladres;
                                        wijziging schooltijden; verandering van school; toekenning
                                        van bekostiging op grond van andere wet- en
                                        regelgeving.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Wijzigingen in het inkomen van ouders hebben in principe
                                        geen invloed op de bekostiging van de vervoerskosten of de
                                        te betalen eigen bijdragen voor het desbetreffende jaar.
                                        Indien echter sprake is van een structurele nadelige
                                        wijziging in het inkomen van de ouders kan het college
                                        vooruitlopend op het schooljaar de bekostiging
                                        aanpassen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>TITEL II</tussenkop><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Lid 2 De PCL adviseert over wat passend vervoer is voor de betreffende leerling.
                    Omdat het een advies is, is het college hieraan niet gebonden. Het college kan
                    een onafhankelijke deskundige bij deze beoordeling betrekken. IN de
                    besluitvorming worden beide adviezen betrokken.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Lid 1 Ouders kunnen genoegzaam aantonen dat de leerling niet in staat is om
                    zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken als:</al><lijst><li nr="-"><al>de leerling nog te jong is, althans jonger is dan 9 jaren;</al></li><li nr="-"><al>er door de leerling, in het openbaar vervoer, één of meerdere keren moet
                            worden overgestapt, en hij of zij daar gezien zijn leeftijd te jong voor
                            is;</al></li><li nr="-"><al>de route van het uitgangspunt van de bus naar school gevaarlijke punten
                            kent (en oplossing hiervan door b.v. verkeersbrigadiers niet mogelijk
                            is).</al></li></lijst><al>Bovenstaande dient zoveel als mogelijk te worden ondersteund door bewijsstukken
                    zoals gegevens over de route, psychologische en medische verklaringen. Als
                    dergelijke verklaringen moeilijk te geven zijn, beoordeelt het college de
                    situatie op basis van beschikbare gegevens, eventueel aangevuld met gegevens uit
                    nader onderzoek van een deskundige.</al><tussenkop>TITEL III</tussenkop><tussenkop>Artikel 15</tussenkop><al>Lid 2 Overwegingen voor het toekennen van een vergoeding per fiets of bromfiets
                    zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>de leeftijd van de leerling;</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkhei voor de leerling om onder begeleiding naar en van school
                            te fietsen</al></li><li nr="-"><al>de eventuele handicap van de leerling;</al></li><li nr="-"><al>de veiligheid van de af te leggen route.</al></li></lijst><al>Het is mogelijk om de fietsvergoeding en een vergoeding voor ander vervoer, niet
                    zijnde aangepast vervoer, te combineren.</al><tussenkop>Artikel 16</tussenkop><al>Het college kan advies inwinnen bij de commissie voor de begeleiding en/of de
                    ambulante begeleider van een leerling. Als zij niet op de hoogte zijn van de
                    gesteldheid van de leerling waarvoor een aanvraag is binnengekomen, kan advies
                    worden ingewonnen bij de schooldirecteur. Om objectief over de aanvraag te
                    kunnen adviseren is het van belang dat het college een gemotiveerd advies vraagt
                    van de directeur/commissie voor de begeleiding. Voorts is in de verordening
                    gekozen voor de mogelijkheid om ook andere deskundigen te raadplegen.</al><al>Volgens de verordening vindt advisering plaats indien het college een negatieve
                    beschikking op de gevraagde voorziening geeft. Het kan dan bijvoorbeeld aan
                    om:</al><lijst><li nr="-"><al>advisering aan het college over de vraag of een leerling die een school
                            voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, al dan niet onder
                            begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets (artikel 15,
                            tweede lid);</al></li><li nr="-"><al>advisering aan het college over de vraag of een leerling, die een school
                            voor speciaal onderwijs bezoekt, al dan niet zelfstandig gebruik kan
                            maken van het openbaar vervoer in verband met zijn verstandelijke of
                            lichamelijke handicap of leeftijd, waardoor vervoer onder begeleiding
                            noodzakelijk is (artikel 17, eerste lid, van de modelverordening);</al></li><li nr="-"><al>advisering aan het college over de vraag of een leerling die een school
                            voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, gelet op zijn
                            verstandelijke of lichamelijke handicap al dan niet in staat is - ook
                            niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te maken,
                            waardoor aangepast vervoer noodzakelijk is (artikel 18, eerste lid,
                            onder a, van de modelverordening);</al></li><li nr="-"><al>advisering aan het college over de vraag of een leerling, die een school
                            voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, waarvan de afstand van de
                            woning van de leerling naar de te bezoeken school minder bedraagt dan de
                            in de verordening aangegeven minimum km-grenzen, niet in staat is,
                            gezien zijn lichamelijke handicap, die school zonder aangepast vervoer
                            te bereiken (artikel 20 van de modelverordening);</al></li><li nr="-"><al>advisering aan het college over de vraag of een leerling, die een school
                            voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, gebruik kan maken van de
                            (brom)fiets, indien openbaar vervoer ontbreekt (artikel 18, eerste lid,
                            onder c, van de modelverordening);</al></li><li nr="-"><al>advisering aan het college indien het college wil afwijken van de
                            bepalingen zoals die omschreven zijn in titel 3 van de
                            modelverordening.</al></li></lijst><al>In de verordening hebben de commissies slechts adviserende taken als het gestel
                    van de leerling betreft (verstandelijk of lichamelijk). De commissies hebben
                    geen adviserende taak indien het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>de vraag of de reistijd van anderhalf uur of meer met openbaar vervoer
                            door middel van aangepast vervoer teruggebracht kan worden tot 50% of
                            minder (artikel 18, onder b, van de modelverordening);</al></li><li nr="b."><al>de vraag of openbaar vervoer ontbreekt (artikel 18, onder c, van de
                            modelverordening).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><al>Lid 1 Ouder moeten genoegzaam aantonen dat de leerling niet zelfstandig of onder
                    begeleiding gebruik kan maken van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets.
                    Hiervan kan onder andere sprake zijn als;</al><lijst><li nr="-"><al>de handicap of de leeftijd van de leerling begeleiding noodzakelijk
                            maakt;</al></li><li nr="-"><al>de leerling gedurende de rit met het openbaar vervoer één of meerdere
                            keren over moet stappen op te gevaarlijke overstappunten en dit gezien
                            zijn leeftijd onverantwoord is.</al></li><li nr="-"><al>de route van het uitgangspunt van de bus naar school gevaarlijke punten
                            kent (en oplossing hiervan door b.v. verkeersbrigadiers niet mogelijk
                            is).</al></li></lijst><al>Bewijslast hiertoe ligt bij de ouders. Ouders dienen hiertoe verklaringen van
                    deskundigen te overleggen. Het college dient deze verklaringen in de
                    besluitvorming mee te nemen.</al><tussenkop>Artikel 18</tussenkop><al>Lid 1a Als er sprake is van een lichamelijk, verstandelijke of zintuiglijke
                    handicap, dient dit aan het college kenbaar te worden gemaakt. Bij de aanvraag
                    moeten medische verklaringen zijn bijgevoegd waaruit de aard, opvang en ernst
                    van de handicap blijkt.</al><tussenkop>Artikel 19</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4.84*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ouders
                                        toestaan om leerlingen zelf te vervoeren en zal daarbij de
                                        goedkoopste methode uitbetalen (kosten per kilometer of per
                                        openbaar vervoer). Als in dit geval de leerling recht heeft
                                        op aangepast vervoer zal altijd een vergoeding per kilometer
                                        worden uitbetaald.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Leden 3 en 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitgangspunt is dat degene die daadwerkelijk de leerlingen
                                        naar school brengt en/of weer ophaalt, in aanmerking kan
                                        komen voor bekostiging van het vervoer.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>TITEL IV</tussenkop><tussenkop>Artikel 21</tussenkop><al> Als ouders vragen om de leerling door de week naar huis te vervoeren kan dit
                    worden afgewezen als een vergoeding voor weekend en vakantie vervoer wordt
                    ontvangen.</al><al>Weekend- en vakantievervoer wordt alleen toegekend aan leerlingen die een school
                    bezoeken voor (voortgezet) speciaal onderwijs (Cluster 1, 2,3 en 4)</al><al>Bekostiging vindt alleen plaats als de leerling in een internaat of pleeggezin
                    moet blijven om zodoende passend onderwijs te ontvangen. Vervoer wordt van
                    gemeenteweg niet vergoed als de leerling om medische of sociale redenen in een
                    internaat of pleeggezin verblijft.</al><tussenkop>Artikel 22</tussenkop><al>Lid 3 Advies van de commissie voor de begeleiding hoeft niet te worden
                    gevraagd.</al><al>Het reistijd bekortingsartikel is voor weekend- en vakantievervoe niet van
                    toepassing.</al><al>Binnen het afstandscriterium vindt geen bekostiging plaats.</al><al>Openbaar vervoer is regel als aan het afstandscriterium is voldaan.</al><al>Begeleiding wordt vergoed als de noodzaak hiervan door de ouders genoegzaam
                    wordt aangetoond.</al><al>Aangepast vervoer wordt vergoed als</al><lijst><li nr="-"><al>de leerling door zijn zintuiglijke, verstandelijke of lichamelijke
                            handicap niet in staat is – ook niet onder begeleiding – gebruik te
                            maken van het openbaar vervoer;</al></li><li nr="-"><al>openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het
                            college gebruik kan maken van vervoer per fiets- of bromfiets;</al></li></lijst><al>Het college kan toestaan dat ouders een leerling zelf vervoeren. De bekostiging
                    is dan afhankelijk van de bekostiging van het vervoer waarop de ouder aanspraak
                    kan maken.</al><tussenkop>TITEL V</tussenkop><tussenkop>Artikel 23</tussenkop><al-groep><al>Leden 1 t/m 5.</al><al>In het schooljaar 2009/2010 is de inkomensgrens geïndexeerd tot een bedrag
                        van € 22.500. De hoogte van de drempelbijdrage is € 433,50.</al><al>Een drempelbedrag kan alleen in rekening worden gebracht aan ouders van
                        leerlingen die een (speciale) basisschool bezoeken.</al><al>De drempel wordt bij een vergoeding voor eigen vervoer in mindering gebracht
                        op het uit te betalen bedrag.</al><al>De drempel wordt rechtstreeks aan de gemeente betaald als een leerling
                        aangepast vervoer ontvangt.</al><al>Het verzamelinkomen van beide ouders van 2 jaar voor het jaar van de
                        aanvraag is van toepassing voor het bepalen van de drempel. Dit is door de
                        ouders eenvoudig op te vragen bij de belastingdienst. Ouders kunnen daar
                        vragen naar een IB 60 over het betreffende jaar.</al><al>Bij niet betalen van de drempel vervalt het recht op vervoer.</al><al>De afstandsgrens waarboven de drempel wordt geheven is 4 kilometer.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 24</tussenkop><al>Lid 1 Het draagkrachtafhankelijke bedrag wordt geheven als de afstand tussen de
                    woning van de leerling en de school van de gewenste geloofs- of
                    levensbeschouwelijke richting meer dan 20 kilometer bedraagt. Deze bijdrage kan
                    alleen geheven worden bij toekenning van bekostiging van vervoer van leerlingen
                    naar scholen voor regulier basisonderwijs.</al><al>Lid 3 De bedragen voor het schooljaar 2009/2010 zijn:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="338.25pt"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1.00*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Inkomen in euro’s </al></entry><entry colname="col2"><al>Eigen bijdragen in euro’s</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>0-30.500 </al></entry><entry colname="col2"><al>Nihil</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30.500-36.500</al></entry><entry colname="col2"><al>120</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>36.500-42.000</al></entry><entry colname="col2"><al>505</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>42.000-48.000</al></entry><entry colname="col2"><al>940</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>48.000-54.500</al></entry><entry colname="col2"><al>1375</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>54.500-60.500</al></entry><entry colname="col2"><al>1810</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>60.500 en verder</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor elke extra € 4.500: € 445 erbij</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Lid 4 In het schooljaar 2009/2010 wordt afgerond op een veelvoud van € €
                    500,--.</al><tussenkop>TITEL VI</tussenkop><al>Deze titel geldt alleen voor leerlingen in het basisonderwijs, speciaal
                    basisonderwijs en voortgezet onderwijs die vanwege een handicap, anders dan die
                    op grond waarvan zij tot de school zijn toegelaten, niet in staat zijn om op de
                    voor de leerlingen van die school gebruikelijke wijze naar en van school te
                    reizen.</al><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6.92*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Advies over de vervoersbehoefte van een gehandicapte
                                        leerling kan door de ambulante begeleider van de leerling of
                                        een andere deskundige worden gegeven. Als een leerling geen
                                        ambulante begeleider heeft kan het advies van de
                                        schooldirecteur of andere deskundigen worden gegeven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Voor sbo-leerlingen geldt artikel 9 van de verordening.
                                        Vervoer zal altijd plaatsvinden naar de dichtstbijzijnde
                                        toegankelijke school binnen het samenwerkingsverband.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Voor dit artikel geldt dat alleen bekostiging van de
                                        vervoerskosten wordt verstrekt als er sprake is van een
                                        structurele handicap. Voor een tijdelijke handicap (b.v.
                                        gebroken been) wordt geen bekostiging verleend. Een
                                        uitzondering kan worden gemaakt wanneer een leerling een
                                        groot gedeelte van het schooljaar moet revalideren ten
                                        gevolge van b.v. een zware operatie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Artikel 26</tussenkop><al>Lid a Als een leerling wel in staat is om onder begeleiding met het openbaar
                    vervoer te reizen, maar openbaar vervoer ontbreekt, dan maakt deze leerling
                    aanspraak op bekostiging van aangepast vervoer.</al><tussenkop>Artikel 27</tussenkop><al> Zie de toelichting op de artikelen 19 en 25.</al><tussenkop>TITEL VII</tussenkop><tussenkop>Artikel 28</tussenkop><al>In de verordening zijn de hoofdlijnen van bekostiging in het leerlingenvervoer
                    vastgelegd. Er kunnen zich gevallen voordoen waarin de verordening niet
                    voorziet. Gedacht kan worden aan b.v. varianten van combinatievervoer.</al><tussenkop>Artikel 29</tussenkop><al>Het college kan slechts in voor ouders voordelige zin afwijken van de
                    verordening door toepassing van dit artikel, de hardheidsclausule.</al><al>De hardheidsclausule wordt toegepast als deze kan worden onderbouwd met op de
                    specifieke, concrete situatie van de ouders van een leerling betrekking hebbende
                    argumenten.</al><al> Het college is bevoegd om uitsluitend het vervoer voor het volgen van
                    onderwijs, volgens de richtlijnen van de verordening, voor bekostiging in
                    aanmerking te brengen. Wanneer een leerling voor –bijvoorbeeld- (para)medische
                    behandeling of voor opvang in een medisch kinderdagverblijf vervoerd moet
                    worden, is dat vervoer niet bedoeld voor het volgen van onderwijs. Bekostiging
                    op grond van deze verordening is dan ook niet mogelijk.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>