<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22216_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Aansluitverordening Gemeente Borger-Odoorn 1999</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Borger-Odoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Borger-Odoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Week in Week uit 14-12-1999</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Aansluitverordening Gemeente Borger-Odoorn 1999</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>1999-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1999-12-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16-11-1999</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Aansluitverordening Gemeente Borger-Odoorn 1999</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>In de gemeente Borger-Odoorn wordt bij een aanvraag van een perceeleigenaar
                        voor een aansluiting op de riolering, een "vergunning" afgegeven. Juridisch
                        gezien is het niet duidelijk of er sprake is van een vergunning, omdat er
                        geen wet- of regelgeving aan ten grondslag ligt. Mede naar aanleiding van
                        een enkel geval waar omtrent het realiseren van de aansluiting problemen
                        zijn ontstaan, heeft de gemeente zich gerealiseerd dat het van belang is dat
                        er binnen de gemeente een eenduidige regeling komt omtrent het tot stand
                        brengen van de rioolaansluitingen en het beheer van de aansluitleidingen. Na
                        vaststelling van de nieuwe regeling komt er ook duidelijkheid t.a.v. de
                        vergunningverlening. Vanaf dat moment zal er sprake zijn van vergunningen in
                        publiekrechtelijke zin.</al><al>Tauw heeft in samenwerking met de Stichting Rioned een
                        model-aansluitverordening ontwikkeld die is gepubliceerd in de Leidraad
                        Riolering die de stichting uitgeeft. Aangezien de concrete situatie per
                        gemeente verschillend is en ook de wijze waarop gemeenten bepaalde zaken
                        willen regelen verschilt, kan de model-verordening niet zomaar door de
                        gemeente worden overgenomen.</al><al>Om vast te stellen waar in de gemeente Borger-Odoorn de specifieke
                        knelpunten liggen, heeft een bespreking plaats gevonden tussen de heer
                        Kuiper van de afdeling Openbare werken en Groen van de gemeente
                        Borger-Odoorn en mevrouw Van der Goot van Tauw.</al><al>Naar aanleiding van deze bespreking is de aansluitverordening voor de
                        gemeente Borger-Odoorn, inclusief een toelichting, aangepast.</al><al><vet>2 Aansluitverordening gemeente Borger -Odoorn</vet></al><al>De raad van de gemeente Borger-Odoorn;</al><al>gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 november
                        1999;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de bepalingen van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al> b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Aansluitverordening Gemeente Borger-Odoorn 1999:</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="2.45*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="8.41*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al> Aansluitleiding: </al></entry><entry colname="col3"><al>de leiding lopend vanaf het particulier perceel,
                                                door het openbaar gebied, en aangesloten op het
                                                gemeentelijk rioolstelsel of het gemeentelijk
                                                drainagestelsel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al> Aansluitpunt:</al></entry><entry colname="col3"><al>1.het ontstoppingsstuk gelegen nabij de
                                                perceelgrens;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>2.bij het ontbreken van een ontstoppingsstuk, de
                                                perceelgrens.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al> Aansluiting:</al></entry><entry colname="col3"><al>het daadwerkelijk koppelen van de particuliere
                                                afvoerleiding aan de perceelaansluitleiding.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Particuliere afvoerleiding:</al></entry><entry colname="col3"><al>de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan
                                                te sluiten perceel gelegen binnen, buiten- of
                                                terreinleidingen tot aan het aansluitpunt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al> Perceelaansluitleiding:</al></entry><entry colname="col3"><al>de leiding vanaf het aansluitpunt tot aan het
                                                openbaar riool, in beheer bij de gemeente. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al> Bronneringswater:</al></entry><entry colname="col3"><al>grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke
                                                verlaging van de grondwaterstand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al> Drukriool:</al></entry><entry colname="col3"><al>het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater,
                                                exclusief hemelwater, waarbij het transport door het
                                                riool plaats vindt door middel van met
                                                pompinstallaties veroorzaakte druk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al> Dwa-riool:</al></entry><entry colname="col3"><al>het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater,
                                                exclusief hemelwater.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al> Gebruiker:</al></entry><entry colname="col3"><al>de perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het
                                                perceel, of de huurder die gebruik maakt van
                                                aansluitingen op het openbaar riool.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al> Gemengd stelsel:</al></entry><entry colname="col3"><al>het openbaar riool voor de afvoer van afvalwater,
                                                inclusief hemelwater.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al> Gescheiden stelsel:</al></entry><entry colname="col3"><al>het openbaar riool met een buizenstelsel voor de
                                                afvoer van hemelwater, en een buizenstelsel voor de
                                                afvoer van het overige afvalwater.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al> Hemelwatervoorziening:</al></entry><entry colname="col3"><al>de voorzieningen voor de opvang en afvoer van
                                                hemelwater dat afstroomt van daken en andere als
                                                voldoende schoon aan te merken oppervlakken, anders
                                                dan een gescheiden stelsel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al> Openbaar riool:</al></entry><entry colname="col3"><al>de stelsels voor de inzameling en afvoer van
                                                afvalwater en hemelwater, in eigendom en beheer bij
                                                de gemeente, met inbegrip van alle tot dit stelsel
                                                behorende voorzieningen zoals rioolgemalen,
                                                persleidingen en infiltratievoorzieningen, met
                                                uitzondering van de aansluitleidingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al> Rechthebbende:</al></entry><entry colname="col3"><al>de eigenaar, de vereniging van eigenaren of zakelijk
                                                gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de
                                                aansluiting op het openbaar riool wordt gerealiseerd
                                                en in stand gehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al> Vergunninghouder:</al></entry><entry colname="col3"><al>de rechthebbende ten behoeve waarvan door
                                                burgemeester en wethouders de op deze
                                                aansluitverordening gebaseerde aansluitvergunning is
                                                verleend.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>De vergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een
                                aansluiting op het openbaar riool tot stand te brengen of te
                                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders verlenen uitsluitend een
                                aansluitvergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de afvoer van afvalwater en hemelwater indien ter
                                        plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het
                                        daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een
                                        gescheiden stelsel, drukriolering of een dwa-riool aanwezig
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde
                                        buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel of
                                        een hemelwatervoorziening aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor meer dan één aansluiting op het openbaar riool een
                                aansluitvergunning wordt aangevraagd, wordt hiervoor één vergunning
                                verleend waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met
                                betrekking tot:</al><lijst><li nr=""><al> a. het tot stand brengen van de aansluiting;</al><lijst><li nr="b."><al>het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                                                perceelaansluitleiding;</al></li><li nr="c."><al>sloopwerkzaamheden op het perceel van de
                                                vergunningaanvrager;</al></li><li nr="d."><al>de periode waarvoor de vergunning wordt verleend
                                                indien het een tijdelijke aansluitingn betreft.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de vergunninghouder binnen een jaar na verlening van de
                                aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of
                                wijziging van de aansluiting waarop die aansluitingvergunning
                                betrekking heeft, uit te voeren, kunnen Burgemeester en Wethouders
                                de aansluitvergunning intrekken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunninghouder is ingeval van rechtsovergang verplicht binnen 2
                                weken aan burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling te doen
                                van naam en adres van de rechtsopvolger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunningaanvraag wordt door de rechthebbende ingediend door
                                middel van een door burgemeester en wethouders beschikbaar gesteld
                                formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4.2 van de Algemene wet
                                bestuursrecht bestaat de aanvraag uit de volgende gegevens en
                                bescheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>gegevens over de ligging van het perceel of de percelen
                                        waarvoor de vergunning wordt aangevraagd:</al><lijst><li nr="1."><al>aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog
                                                geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het
                                                kadastraal nummer van het betreffende perceel;</al></li><li nr="2."><al>aangegeven op een situatieschets met maatvoering
                                                1:1000 of grotere schaal;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft, de
                                        aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen,
                                        waarbij dient te worden aangegeven of niet verontreinigd
                                        water, zoals regen- of koelwater, en/of verontreinigd water,
                                        zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden
                                        afgevoerd en welke extra voorzieningen in de binnenriolering
                                        en de terreinriolering zijn aangebracht;</al></li><li nr="c."><al>voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater
                                        betreft, of er huishoudelijk afvalwater of hemelwater zal
                                        worden afgevoerd, en of grondwater moet worden
                                        afgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de aan te sluiten of te wijzigen particuliere
                                        afvoerleidingen ten minste de volgende gegevens aangegeven
                                        op een situatieschets met maatvoering 1:1000 of grotere
                                        schaal:</al><lijst><li nr="1."><al>het leidingverloop en de dimensionering;2. de
                                                hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het
                                                aansluitpunt;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>wijze waarop de functies van de verschillende particuliere
                                afvoerleidingen ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden
                                gemarkeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigering van een aansluitvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd indien
                                aansluiting of wijziging van die aansluiting vanwege technische,
                                juridische of milieuhygiënische redenenbezwaarlijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluiting van de particuliere afvoerleiding op het openbaar riool
                                of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeente voor het perceel waarvoor de aansluitvergunning
                                        wordt aangevraagd, van gedeputeerde staten ontheffing heeft
                                        verkregen op grond van artikel 10.16 a lid 2 Wet
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis)
                                        lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool,
                                        vermeerderd met 20 centimeter plus de benodigde hoogte voor
                                        het afschot van de aansluitleiding;</al></li><li nr="c."><al>de bovenzijde van een lozingtoestel (zoals een toilet of
                                        wasbak) lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de
                                        straat, tenzij via een pompinstallatie voorzien van
                                        terugslagklep wordt aangesloten;</al></li><li nr="d."><al>de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of
                                        bronneringswater betreft waarvoor een vergunning krachtens
                                        de geldende milieuwetgeving en/of een bouwvergunning
                                        benodigd is, maar niet is verleend of niet aan de geldende
                                        algemene regels is voldaan;</al></li><li nr="e."><al>het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet
                                        over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te
                                        lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren;</al></li><li nr="f."><al>het lozing van niet verontreinigd drainagewater betreft,
                                        anders dan op het drainagestelsel of een gescheiden stelsel
                                        waaraan uitdrukkelijk de functie van drainagestelsel is
                                        toegekend;</al></li><li nr="g."><al>het aansluitpunt voor het drainagestelsel minder dan 10
                                        centimeter onder het te handhaven peil ligt;</al></li><li nr="h."><al>de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet
                                        verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar
                                        op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels
                                        retourbemaling kan worden afgevoerd;</al></li><li nr="i."><al>een bouwvergunning of een Wet milieubeheer-vergunning voor
                                        het aan te sluiten perceel is geweigerd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de aansluitvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en Wethouders besluiten binnen 8 weken na ontvangst op
                                de aanvraag.</al><al>In afwijking van het eerste lid houden burgemeester en wethouders de
                                beslissing op eenaanvraag aan, als er geen reden is de vergunning te
                                weigeren, terwijl voor het aan te sluiten perceel</al><lijst><li nr="1."><al>nog een aanvraag om bouwvergunning moet worden ingediend of,
                                        als die wel is ingediend, nog niet op die aanvraag is
                                        beslist;</al></li><li nr="2."><al>nog een melding op basis van de woningwet moet worden
                                        gedaan;</al></li><li nr="3."><al>nog een aanvraag om milieuvergunning moet worden ingediend
                                        of, als die wel is ingediend, nog niet op die aanvraag is
                                        beslist;</al></li><li nr="4."><al>nog een kennisgeving op basis van de wet milieubeheer moet
                                        worden gedaan.</al></li><li nr="2."><al>Aanvrager wordt zo spoedig mogelijk van het besluit tot
                                        aanhouden op de hoogte gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Indien het tweede lid van toepassing is besluiten
                                        burgemeester en wethouders binnen 8 weken na dagtekening van
                                        de bouw- of milieuvergunning, dan wel binnen 8 weken na
                                        datum van ontvangst van de melding/kennisgeving.</al></li></lijst><al>De dagtekening van de laatst verleende vergunning of de laatst
                                ontvangen melding/kennisgeving is bepalend voor de ingangsdatum van
                                de beslistermijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>De aansluiting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Het verzoek tot aanleg of wijziging
                                perceelaansluitleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De vergunninghouder kan de gemeente verzoeken de
                                perceelaansluitleiding aan te leggen of te wijzigen middels een
                                schriftelijk verzoek daartoe aan Burgemeester en Wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verzoek als bedoeld in lid 1 dienen in ieder geval de
                                volgende gegevens door de vergunninghouder te worden vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het woonadres van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>het nummer van de aansluitvergunning;</al></li><li nr="c."><al>de door vergunninghouder gewenste datum van uitvoering.</al><al> Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling
                                        genomen indien deze gegevens volledig zijn vermeld en de
                                        kosten zijn voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de kosten van de aansluiting reeds zijn voldaan uit hoofde
                                van een eerder door de vergunninghouder met de gemeente gesloten
                                overeenkomst, dient de vergunninghouder dit naast de in het tweede
                                lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting of wijziging
                                te vermelden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk Burgemeester en Wethouders zoveel mogelijk in
                                overleg met vergunninghouder een tijdstip vast voor de aanleg van de
                                perceelaansluiting.Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering
                                wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de
                                vergunninghouder gewenste tijdstip.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kosten van de perceelaansluitleiding</titel></kop><al>De kosten die gemaakt worden ten behoeve van de aanleg of wijziging van
                            de perceelaansluitleiding komen voor rekening van de
                            vergunninghouder.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitvoering van de aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding, vindt niet plaats anders dan door of vanwege
                                de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunninghouder voert zelf de aansluiting van de particuliere
                                afvoerleiding op het aansluitpunt uit. De vergunninghouder onttrekt
                                het aansluitpunt na melding aan Burgemeester en Wethouders dat de
                                aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen niet aan het
                                zicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aansluiting van het de particuliere afvoerleiding op het
                                aansluitpunt kan slechts plaatsvinden, als de aan te sluiten
                                particuliere afvoerleiding tot aan het aansluitpunt aanwezig is en
                                voldoet aan de daaraan op grond van het Bouwbesluit of de
                                Bouwverordening gemeente Borger-Odoorn te stellen eisen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Onderhoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onderhoud, renovatie en vervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de
                                perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente
                                en voor rekening van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de
                                betreffende onderhouds- dan wel herstelwerkzaamheden dienen te
                                worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van de
                                particuliere afvoerleiding, in welk geval de kosten voor rekening
                                van de vergunninghouder of veroorzaker komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het via deze aansluitingleiding lozen van stoffen die,
                                        vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de
                                        aansluitleiding of het openbaar riool veroorzaken;</al></li><li nr="b."><al>het via deze aansluitingleiding lozen van stoffen die, door
                                        hun aard of concentratie, de constructie van de
                                        aansluitleiding aantasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor het onderhoud van de particuliere aansluitleiding
                                komen voor rekening van de vergunninghouder, tenzij onomstotelijk
                                vaststaat dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door
                                inspoeling vanuit het openbaar riool.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                                perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het
                                openbaar riool.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Calamiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een verstopping of een andere storing in de aansluitleiding,
                                graaft de vergunninghouder het ontstoppingsstuk op en onderzoekt of
                                het een verstopping betreft in de particuliere afvoerleiding of in
                                de perceelaansluitleiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat sprake is van
                                een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of van een
                                verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het openbaar
                                riool, neemt de vergunninghouder of de gebruiker contact op met de
                                gemeente voor het verrichten van de noodzakelijke
                                werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat sprake is van
                                een verstopping of storing in de particuliere afvoerleiding, dient
                                de vergunninghouder deze verstopping of storing zelf te
                                verhelpen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien bij of na het verrichten van de in lid 2 bedoelde
                                werkzaamheden door de gemeente, blijkt dat de kosten van deze
                                werkzaamheden op grond van artikel 9 voor rekening van de
                                vergunninghouder of de gebruiker behoren te blijven, worden de door
                                de gemeente gemaakte kosten aan de vergunninghouder in rekening
                                gebracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Verwijdering aansluiting, sloop</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Zorgplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het
                                openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de vergunninghouder
                                zodanige voorzieningen aan de perceelaansluitleiding worden
                                getroffen dat verzanding van het openbaar riool en de
                                perceelaansluitleiding wordt voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vergunninghouder bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan
                                de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de
                                bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de
                                hieraan verbonden kosten te verhalen op de vergunninghouder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd, wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende
                                vergunning ingetrokken, waarna de aansluitleiding op kosten van de
                                vergunninghouder door de gemeente wordt verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd is de vergunninghouder verplicht de gemeente hiervan in
                                kennis te stellen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die
                                voor de datum van inwerkingtreding zijn ingediend, worden op basis
                                van deze verordening afgehandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en
                                voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn uitsluitend de
                                bepalingen van afdeling IV en afdeling V van deze verordening
                                rechtstreeks van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgend op die van
                            haar bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Aansluitverordening Gemeente
                            Borger-Odoorn 1999.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 november 1999.</al><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening><functie>de secretaris</functie><naam><voornaam>J.</voornaam><achternaam>Post</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de voorzitter</functie><naam><voornaam>T.</voornaam><achternaam>Slagman-Bootsma</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>3 Toelichting</titel></kop><tussenkop>3.1 Inleiding</tussenkop><al-groep><al>Het eenduidig vastleggen van regels in een aansluitverordening over de wijze
                        waarop kan worden aangesloten op de openbare voorzieningen voor de opvang en
                        afvoer van afvalwater en hemelwater en de wijze waarop het beheer van de
                        perceelaansluitleidingen wordt geregeld, heeft een aantal voordelen boven
                        het privaatrechtelijk regelen van de aansluiting:</al><lijst><li nr="-"><al>Op deze wijze hoeft niet voor elk perceel apart een overeenkomst
                                voor de aansluiting te worden gesloten. Met een éénduidige regeling
                                in een aansluitverordening bestaat voor alle partijen duidelijkheid
                                over de wijze waarop de aansluiting is geregeld en wordt handhaving
                                veel eenvoudiger. In een overeenkomst kan ter handhaving namelijk
                                slechts een boetebeding worden opgenomen.</al></li><li nr="-"><al>Door het vaststellen van een publiekrechtelijke regeling wordt door
                                de gemeente het risico vermeden dat in strijd wordt gehandeld met de
                                in de jurisprudentie ontwikkelde 'twee-wegenleer'. Deze leer houdt
                                kort gezegd in dat de overheid geen zaken privaatrechtelijk mag
                                regelen als daarmee het publiekrecht onaanvaardbaar wordt
                                doorkruist.</al></li><li nr="-"><al>Door het vastleggen van de beheersverantwoordelijkheden in een
                                aansluitverordening wordt de problematiek van de eigendom van een
                                perceelaansluitleiding omzeild. Hierdoor bestaat zowel bij de burger
                                als bij de gemeente rechtszekerheid over het beheer van de
                                perceelaansluitleiding.</al></li><li nr="-"><al>De aansluitverordening biedt een duidelijke financiële grondslag
                                voor zowel de uitvoering van de aansluiting als het beheer en
                                onderhoud van de perceelaansluitleiding.</al></li><li nr="-"><al>Met de aansluitverordening wordt voorzien in een uniforme regeling
                                voor renovatie, vervanging, sloop en verwijdering van de
                                perceelaansluitleiding. Dit komt ten goede aan het functioneren van
                                het gemeentelijk rioolstelsel.</al><al> De gemeente is bevoegd tot het vaststellen van een
                                aansluitverordening op grond van de algemene verordenende
                                bevoegdheid van artikel 149 Gemeentewet.</al></li></lijst></al-groep><tussenkop>3.2 De gemeentelijke aansluitverordening</tussenkop><al-groep><al>De aansluitverordening regelt op publiekrechtelijke basis de verhouding
                        tussen burgers en de gemeente inzake de aansluiting op het openbaar riool,
                        waartoe op grond van de in de verordening opgenomen definitie ook
                        alternatieve voorzieningen voor de afvoer van het hemelwater worden
                        gerekend.In de aansluitverordening worden voorschriften gegeven voor de
                        wijze waarop de aansluiting op het openbaar riool kan worden verkregen.
                        Daarnaast wordt ook geregeld wie verantwoordelijk is voor het beheer van de
                        aansluitleiding. Dit strekt tot voordeel van alle betrokken partijen, omdat
                        er dan duidelijkheid bestaat over de verwachtingen die een perceeleigenaar
                        en de gemeente van elkaar mogen hebben.Uitgangspunt van de verordening is
                        dat voor een nieuwe aansluiting op het openbaar riool of een wijziging van
                        de bestaande aansluiting, een vergunning is vereist.</al><al>De vergunning geldt voor zowel de vergunninghouder als zijn rechtsopvolger
                        (bijvoorbeeld de opvolgende eigenaar). Wel is de vergunninghouder verplicht
                        om van de rechtsopvolging melding te maken bij burgemeester en
                        wethouders.</al><al>Op deze wijze is ook voor elke nieuwe perceeleigenaar duidelijk welke
                        voorwaarden er gelden voor het beheer en onderhoud van de aansluitleiding.
                        Voor de thans bij de inwerkingtreding van deze verordening al bestaande
                        aansluitingen, is vaak toestemming verleend waaraan ook de titel
                        "vergunning" werd gegeven. Strikt juridisch is het de vraag of in deze
                        gevallen echter sprake van een vergunning, omdat er geen verordening of wet
                        aan ten grondslag lag. Voor deze reeds bestaande aansluitingen hoeft geen
                        vergunning te worden aangevraagd, maar zijn wel de bepalingen uit de
                        aansluitverordening over het beheer en onderhoud van de aansluitleidingen
                        rechtstreeks van toepassing verklaard.In de vergunning worden de voorwaarden
                        gesteld waaronder de vergunninghouder een aansluiting kan verkrijgen en mag
                        gebruiken.Deze voorwaarden betreffen bij een vergunning voor een nieuwe of
                        gewijzigde aansluiting allereerst de technische eisen waaraan de leiding op
                        het aansluitpunt moet voldoen. Deze eisen betreffen het leidingverloop en de
                        dimensionering, de hoogteligging van de aansluitleiding en het materiaal ter
                        plaatse van het aansluitpunt. De eisen voor riolering sluiten aan bij de
                        bouwtechnische eisen die in het Bouwbesluit worden gesteld aan de inpandige
                        riolering en de terreinriolering. Ook worden er nadere voorwaarden gesteld
                        voor het geval er een gescheiden rioolstelsel ligt of drukriolering.
                        Tenslotte kunnen op basis van de aansluitverordening in de
                        aansluitvergunning voorwaarden worden opgenomen over onderhoud, renovatie en
                        vervanging van de aansluitleiding en beëindiging van het gebruik van de
                        aansluiting.</al><al>In het systeem van de verordening is een keuze gemaakt voor een verdeling
                        van het beheer van de aansluitleiding waarmee problemen als gevolg van de
                        verdeling van de eigendom van een huisaansluiting worden voorkomen. De
                        gemeente en de perceeleigenaar zijn op basis van de aansluitverordening elk
                        verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van een deel van de
                        aansluitleiding. Het deel van de aansluitleiding vanaf het aansluitpunt naar
                        het openbaar riool wordt in de verordening de perceelaansluitleiding genoemd
                        en staat onder beheersverantwoordelijkheid van de gemeente. Deze
                        perceelaansluitleiding ligt onder de openbare weg. De particuliere
                        afvoerleiding loopt vervolgens vanaf het aansluitpunt over het particulier
                        perceel.Als nu bijvoorbeeld een verstopping is ontstaan in de particuliere
                        afvoerleiding, dan moet de vergunninghouder op grond van de
                        aansluitverordening zelf en voor eigen rekening zorg dragen voor het
                        verhelpen van het probleem. Is er een verstopping ontstaan in de
                        perceelaansluitleiding, bijvoorbeeld door ingroeiende boomwortels of door
                        een verzakking, dan draagt de gemeente zorg voor de reparatie. Ook de kosten
                        van onderhoud, renovatie en vervanging van de perceelaansluitleiding zijn
                        voor de gemeente. Hierop wordt echter in de verordening wel een uitzondering
                        gemaakt. Als het aannemelijk is dat de gemeente de betreffende onderhouds-
                        of herstelwerkzaamheden moet uitvoeren als gevolg van onjuist gebruik van de
                        aansluitleiding, dan zijn de kosten voor rekening van de vergunninghouder of
                        voor rekening van de veroorzaker van de schade.</al><al>De aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt door de gemeente of door
                        een namens de gemeente in te schakelen aannemer. De perceeleigenaar betaalt
                        in beginsel de daadwerkelijke kosten van de aanleg op basis van een
                        legesverordening.</al></al-groep><tussenkop>3.3 Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al-groep><al>In artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. De begrippenlijst is
                        tamelijk uitgebreid om te voorkomen dat onnodige discussie kan ontstaan over
                        de betekenis van bepaalde begrippen. Voor de uitleg van de bepalingen in de
                        aansluitverordening en de voorschriften in een aansluitvergunning, gelden de
                        definities van artikel 1.</al><al>De aansluitleiding is de benaming voor de gehele leiding vanaf de
                        binnenriolering tot aan het hoofdriool. Zie bijlage. Deze aansluitleiding
                        wordt volgens de definities vervolgens onderverdeeld in de particuliere
                        afvoerleiding, het aansluitpunt en de perceelaansluitleiding. Omdat het
                        aansluitpunt de scheidingslijn vormt tussen de beheersverantwoordelijkheid
                        van de gemeente en de beheersverantwoordelijkheid van de perceeleigenaar is
                        het belangrijk dat een duidelijke definitie wordt gegeven van het
                        aansluitpunt die ook goed past bij de situatie in de gemeente. In de
                        gemeente Borger-Odoorn is praktisch in elke aansluitleiding een
                        ontstoppingsstuk aanwezig. Omdat dit een geschikt punt is om de
                        beheersverantwoordelijkheden tussen de gemeente en de particulier te
                        scheiden, is het ontstoppingsstuk in artikel 1 aangewezen als het
                        aansluitpunt.Om te voorkomen dat in het enkele geval dat er geen
                        ontstoppingsstuk is, onduidelijkheid ontstaat over de plaats van het
                        aansluitpunt, is voor deze gevallen het aansluitpunt gedefinieerd als het
                        punt waar de aansluitleiding de perceelsgrens snijdt.</al><al>Van de binnen het grondgebied van de gemeente Borger-Odoorn aanwezige
                        rioolstelsels wordt ook een definitie gegeven. Omdat het de bedoeling is
                        waar mogelijk het hemelwater niet meer via de riolering af te voeren, maar
                        bijvoorbeeld te infiltreren in de bodem, is ter aanduiding van deze
                        voorzieningen de term 'hemelwatervoorziening' opgenomen. Het rioolstelsel en
                        de hemelwatervoorzieningen te samen worden gedefinieerd als het openbaar
                        riool.</al><al>Artikel 1 geeft verder een omschrijving van bronneringswater omdat ook
                        verzoeken aan de gemeente voor (tijdelijke) lozingen van dit water onder het
                        regime van de aansluitverordening vallen.</al><al>Uitsluitend de rechthebbende kan een vergunning aanvragen. Als rechthebbende
                        wordt niet alleen aangemerkt de perceeleigenaar maar ook de zakelijke
                        gerechtigde van een aan te sluiten perceel. Verder wordt een vereniging van
                        eigenaren als rechthebbende aangemerkt omdat bij appartementsgebouwen vaak
                        maar één aansluitleiding aanwezig is voor het gehele gebouw. De vereniging
                        van eigenaren wordt dan de vergunninghouder voor de betreffende aansluiting
                        en zal vervolgens met de leden moeten regelen hoe binnen het gebouw met
                        verstoppingen en storingen wordt omgegaan. Dit geldt ook voor de
                        rechthebbende die zijn eigendom verhuurt. Hij dient er zelf voor te zorgen
                        dat de huurder de voorschriften van de aansluitvergunning naleeft.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al-groep><al>In artikel 2 is vastgelegd in welke gevallen een vergunningplicht bestaat.
                        Er is er een vergunningplicht voor het verkrijgen van een nieuwe aansluiting
                        op het openbaar riool en voor het wijzigen van een aansluiting.</al><al><cursief>Devòòr het in werking treden van de aansluitverordening</cursief>
                        reeds bestaande aansluitingen vallen uitdrukkelijk niet onder de
                        vergunningplicht om te voorkomen dat voor alle bestaandesituaties bij het in
                        werking treden van de verordening een vergunning moet worden afgegeven. In
                        de overgangsbepalingen is vastgelegd dat op de al bestaande aansluitingen
                        wel de bepalingen over het beheer en onderhoud van de aansluitleiding en de
                        calamiteitenregeling van toepassing zijn. Op deze manier gelden voor alle
                        aansluitingen binnen de gemeente dezelfde regels voor beheer, onderhoud en
                        calamiteiten.</al><al>In <vet>lid 2</vet> wordt aangegeven dat Burgemeester en Wethouders alleen
                        aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die overeenstemmen met het
                        openbaar riool ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen vergunning
                        kan worden verkregen voor de gemengde afvoer van hemelwater en het overige
                        afvalwater als ter plaatse een gescheiden stelsel ligt. Met deze bepaling in
                        lid 2 is een duidelijke basis gelegd voor handhavend optreden. Immers,
                        iemand die bijvoorbeeld een aansluiting heeft op de drukriolering en daar
                        later een leiding voor de afvoer van hemelwater op aansluit, handelt in
                        strijd met de vergunningplicht.</al><al>Overigens biedt de verordening geen basis voor handhavend optreden voor
                        situaties die al bestaan op het moment dat de verordening in werking treedt.
                        Voor deze gevallen moet de gemeente bij handhaving terugvallen op de Wet
                        Milieubeheer. Verder is van belang dat de gemeente bij de handhaving van de
                        aansluitverordening niet kan overgaan tot het afsluiten van een
                        aansluitleiding als dit tot gevolg heeft dat de rechthebbende niet meer in
                        staat is zijn afvalwater van het perceel af te voeren. De gemeente zou dan
                        in strijd handelen met haar inzamelplicht van artikel 10.16a Wet
                        milieubeheer. In plaats van op deze wijze bestuursdwang toepassen, zou in
                        deze gevallen het opleggen van een dwangsom uitkomst kunnen bieden. Artikel
                        2 biedt ook de basis om als gemeente afkoppelmaatregelen te nemen. Het is
                        namelijk alleen mogelijk een aansluitvergunning te krijgen voor
                        aansluitingen die in overeenstemming zijn met het stelsel ter plaatse. Als
                        er bijvoorbeeld drukriolering is, krijgt de rechthebbende alleen een
                        vergunning voor de aansluitleiding voor afvalwater en zal hij zelf moeten
                        zorgen voor de afvoer van het hemelwater. Op de plaatsen waar de gemeente
                        hemelwatervoorzieningen heeft aangelegd, kan de rechthebbende geen
                        vergunning krijgen voor aansluiting van het hemelwater op de riolering. De
                        vergunningaanvrager krijgt dus alleen een vergunning die past bij het
                        stelsel, tenzij de capaciteit van het stelsel niet voldoende is. In artikel
                        4 is dit als weigeringsgrond voor de aansluitvergunning opgenomen. Van
                        belang hierbij is dat op grond van de gemeentelijke zorgplicht een
                        aansluiting voor het afvalwater nooit geweigerd kan worden, maar de afvoer
                        van hemelwater kan zo worden geweerd./===</al></al-groep><al-groep><al>In <vet>lid 3</vet> wordt gesteld dat meerdere aansluitingen in één
                        vergunning kunnen worden opgenomen. In combinatie met lid 1 heeft dit tot
                        gevolg dat bij wijziging van één van deze aansluitingen opnieuw een
                        vergunning moet worden aangevraagd. In dat geval kan natuurlijk het grootste
                        deel van de oude vergunning worden overgenomen, en hoeft slechts het deel
                        over de te wijzigen aansluiting te worden herzien.Op basis van <vet>lid
                            4</vet> kan in de vergunning een aantal voorschriften worden opgenomen
                        omtrent de particuliere afvoerleiding zoals die aanwezig moet zijn op het
                        moment dat de aansluiting tot stand gebracht wordt. Daarnaast kunnen de voor
                        de rechthebbende geldende regels uit de verordening met betrekking tot het
                        onderhoud, de renovatie, vervanging en sloop, in de vergunning worden
                        vermeld.</al></al-groep><al-groep><al>Op grond van sub d kan de vergunning voor een bepaalde periode worden
                        verleend.Bijvoorbeeld voor een tijdelijke lozing van bronneringswater, maar
                        het komt ook voor dat op een bouwplaats een bouwkeet of een stacaravan
                        tijdelijk op de riolering moet worden aangesloten. De vergunning wordt dan
                        verleend voor de periode waarin de bouw voltooid moet worden. In de
                        tijdelijke vergunning kan worden aangegeven dat voor de definitieve
                        aansluiting van het te bouwen pand een nieuwe definitieve aansluitvergunning
                        moet worden aangevraagd. Dit is nodig omdat de uiteindelijke bewoner een
                        ander kan zijn dan de bouwer, maar belangrijker is dat in de definitieve
                        vergunning ook moet worden vastgelegd waar de hemelwater afvoer op moet
                        worden aangesloten.</al><al>Als de vergunning is verleend kan de vergunninghouder een verzoek doen aan
                        Burgemeester en Wethouders om de perceelaansluitleiding aan te leggen zodat
                        de vergunninghouder hierop kan aansluiten (zie artikel 6). Om te voorkomen
                        dat de gemeente aansluitvergunningen verleend voor percelen waar
                        uiteindelijk geen aansluiting tot stand wordt gebracht, kunnen Burgemeester
                        en Wethouders indien een jaar na de vergunningverlening nog geen verzoek is
                        gedaan tot aansluiting, de vergunning intrekken. Omdat net als een
                        vergunningverlening de intrekking is aan te merken als een beschikking in de
                        zin van de Algemene wet bestuursrecht, dient de vergunninghouder in de
                        gelegenheid te worden gesteld toe te lichten waarom nog niet is verzocht tot
                        aansluiting en moet de intrekking worden voorzien van een deugdelijke
                        motivering.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al-groep><al>Artikel 3 bepaalt in <vet>lid 1</vet> dat de vergunning moet worden
                        aangevraagd door de rechthebbende door middel van een
                        model-aanvraagformulier.</al><al>Bij de aansluitverordening zijn model-aanvraagformulieren om een vergunning
                        voor een aansluiting voor huishoudelijk afvalwater en voor
                        bedrijfsafvalwater bijgevoegd.</al><al>In <vet>lid 2</vet> is vastgelegd waaraan de aanvraag moet voldoen.De Awb
                        bevat in artikel 4:2 eisen waaraan een aanvraag tenminste moet voldoen en
                        die dus in artikel 3 als ingelast moeten worden beschouwd.</al><al>Dit artikel luidt als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag wordt ondertekend en bevat ten minste:</al><lijst><li nr="1."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="2."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="3."><al>een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de
                                beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs
                                de beschikking kan krijgen.</al></li></lijst></al-groep><al-groep><al>Artikel 4:5 Awb geeft een regeling voor het geval de aanvraag onvolledig is
                        ingediend.</al><al>Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor
                        het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en
                        bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de
                        voorbereiding van de beschikking, kan het bestuursorgaan besluiten de
                        aanvraag niet te behandelen, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad
                        binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn de aanvraag aan te
                        vullen.</al><al>(.....)</al></al-groep><al>Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager
                    bekendgemaakt binnen 4 weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor
                    gestelde termijn ongebruikt is verstreken.</al><al>Het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen, is een beschikking
                    waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.</al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>In artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan worden.
                    In lid 1 is aangegeven dat het moet gaan om technische, juridische of
                    milieuhygiënische weigeringsgronden. In lid 2 worden voorbeelden gegeven van
                    mogelijke weigeringsgronden.</al><al-groep><al>Sub a over de hoogteligging is bijvoorbeeld een technische weigeringsgrond,
                        sub f over de lozing van niet verontreinigd drainagewater is een
                        milieuhygiënische grond en sub i over de verlening van andere vergunningen
                        een juridische grond. De in lid 2 genoemde weigeringsgronden zijn niet
                        uitputtend bedoeld en moeten worden gezien als ondersteuning van de
                        motivatie om een vergunning te weigeren.Omdat de gemeente op basis van
                        artikel 10.16 a Wet milieubeheer de plicht heeft om afvalwater doelmatig in
                        te zamelen en af te voeren, kan een vergunning voor een aansluiting voor de
                        afvoer van afvalwater eigenlijk niet worden geweigerd vanwege
                        capaciteitsgebrek in het openbaar riool. In ieder geval zal de gemeente dan
                        voor een oplossing moeten zorgen. Als er bijvoorbeeld sprake is van een
                        capaciteitsgebrek dat niet direct is op te lossen, kan de gemeente de
                        aansluitvergunning weigeren, maar tegelijkertijd moet er dan wel voor een
                        andere oplossing worden gezorgd. Als het gaat om omvangrijke lozingen van
                        bedrijven die ook vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer,
                        kunnen in de milieuvergunning eisen worden gesteld aan voorzieningen in het
                        bedrijf om bijvoorbeeld piekafvoeren te voorkomen. De gemeente moet immers
                        zorg dragen voor een <cursief>doelmatige</cursief> inzameling en transport,
                        dus aan die doelmatigheid mogen zeker eisen worden gesteld. In deze gevallen
                        is wel van groot belang dat er coördinatie plaats vindt met de afgifte van
                        de Wm-vergunning.Een aansluitvergunning voor de afvoer van hemelwater is
                        makkelijker te weigeren op grond van capaciteitsgebrek. Uit de
                        wetgeschiedenis blijkt dat zolang het hemelwater niet is gemengd met het
                        afvalwater, de zorgplicht van de gemeente voor het hemelwater in principe
                        niet geldt. Echter ook in geval ervan uit wordt gegaan dat hemelwater onder
                        de inzamelplicht valt, kan de aansluitvergunning worden geweigerd, omdat de
                        afvoer van hemelwater via het rioolstelsel ondoelmatig kan zijn. Hetzelfde
                        geldt voor de afvoer van drainagewater via het hemelwater riool van het
                        gescheiden stelsel. Als de capaciteit van het stelsel ter plaatse
                        onvoldoende is kan een drainage aansluiting worden geweigerd.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Burgemeester en Wethouders moeten op grond van artikel 5, lid 1 binnen 8 weken
                    beslissen op de aanvraag. Deze termijn moet voldoende zijn om een aanvraag voor
                    een aansluitvergunning af te werken, en komt overeen met de termijn die in de
                    Algemene wet bestuursrecht als redelijk wordt aangemerkt. Indien binnen deze
                    termijn geen beslissing op de aanvraag wordt genomen, kan de aanvrager op grond
                    van de Awb gebruik maken van de bezwaarschriftenprocedure.Als er nog een
                    aanvraag voor een bouwvergunning of een milieuvergunning in behandeling is,
                    wordt de aanvraag om een aansluitvergunning aangehouden.</al><al>Een weigering van de bouwvergunning of de Wm-vergunning vormt een directe
                    weigering- grond voor de aansluitvergunning. Deze weigeringgrond is opgenomen in
                    artikel 4.</al><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>In artikel 6 is vastgelegd hoe de vergunninghouder na het verkrijgen van de
                    vergunning een verzoek kan doen tot aanleg van de perceelaansluitleiding. De
                    rechthebbend moet een schriftelijk verzoek in te dienen. In dat geval moet de
                    gemeente binnen vier weken een afspraak te maken om de werkzaamheden uit te
                    voeren.</al><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al-groep><al>Het bedrag dat de vergunninghouder voor de aanleg dient te betalen, moet
                        (mede) worden aangemerkt als een recht dat wordt geheven ter zake van het
                        genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten (art. 229
                        lid 1 sub b Gemeentewet). Dit betekent dat het in rekening gebrachte bedrag
                        niet hoger mag zijn dan de kosten die de gemeente in werkelijkheid moet
                        maken om een perceelaansluitleiding aan te leggen waarop de vergunninghouder
                        aan kan sluiten. De calculatie moet gebaseerd zijn op de in de
                        legesverordening aangegeven eenheidsprijzen.Overigens mag er geen bedrag
                        voor de aanleg van de perceelaansluitleiding worden berekend als deze kosten
                        al zijn verwerkt in de gronduitgifteprijs.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al-groep><al>In artikel 8 is vastgelegd hoe een aansluiting tot stand kan worden
                        gebracht. Omdat de gemeente bij de aanleg van de perceelaansluitleiding
                        rekening moet houden met de aanwezigheid van kabels en leidingen, is het
                        niet mogelijk de perceelaansluitleiding op elke gewenste hoogte aan te
                        leggen. Het uitgangspunt is daarom dat de gemeente eerst de
                        perceelaansluitleiding aanlegt en dat de vergunninghouder daar vervolgens op
                        aan kan sluiten. In de aansluitvergunning wordt opgenomen onder welke
                        voorwaarden de vergunninghouder zelf kan aansluiten. Belangrijk is
                        bijvoorbeeld dat de gemeente de gelegenheid heeft om te controleren of een
                        aansluiting deugdelijk tot stand is gebracht en of de verschillende
                        afvoerleidingen op de juiste perceelaansluitleidingen zijn aangesloten. De
                        vergunninghouder moet daarom melden wanneer de aansluiting is uitgevoerd.
                        Vanaf dat moment moeten de aansluitpunten nog drie werkdagen in het zicht
                        blijven voor de controle. Belangrijk is ook de verplichting op te nemen dat
                        het gat in de grond voor de veiligheid goed wordt afgezet, zeker als dit gat
                        zich in of nabij de openbare weg bevindt.</al><al>Lid 3 geeft aan dat een aansluiting niet plaats vindt als de particuliere
                        afvoerleiding niet voldoet aan de daaraan te stellen bouwtechnische eisen.
                        Deze bepaling moet worden gezien als een zogenaamde vangnet bepaling. Bij
                        aansluitingen op het openbaar riool zal in de meeste gevallen op basis van
                        de eisen die zijn gesteld in een bouwvergunning al een particuliere
                        afvoerleiding aanwezig zijn die voldoet aan de eisen. Daarnaast is een
                        particuliere afvoerleiding die niet goed is aangelegd ook een grond om de
                        aansluitvergunning te weigeren. Alleen in geval toch al een
                        aansluitvergunning is verleend en nadien bijvoorbeeld de particuliere
                        afvoerleiding nog is verlegd of beschadigd, kan op basis van artikel 8 lid 3
                        toch worden afgezien van aansluiting totdat de particuliere afvoerleiding op
                        de juiste wijze is aangelegd.</al></al-groep><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Artikel 9 geeft nadere regels over het onderhoud, de renovatie en vervanging van
                    de aansluit-leiding. De gemeente verricht op haar eigen kosten de onderhouds- en
                    herstelwerkzaamheden aan de perceelaansluitleiding, tenzij het aannemelijk is
                    dat de betreffende onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd
                    ten gevolge van een onjuist gebruik van de aansluitleiding door de
                    vergunninghouder of de gebruiker. </al><al-groep><al>In dat geval komen de kosten voor rekening van de vergunninghouder. De
                        vergunninghouder moet zorgen dat de door hem gebruikte aansluiting vrij
                        blijft van aanslag, slib, e.d., waardoor op den duur de leiding verstopt kan
                        raken. De vergunninghouder is zelf verantwoordelijk voor het beheer en
                        onderhoud van de particuliere afvoerleiding, tenzij aannemelijk is dat de
                        noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door terugstroming van afvalwater uit
                        het openbaar riool.</al><al>Om te voorkomen dat de vergunninghouder of de gebruiker voor iedere storing
                        of verstopping meteen de gemeente belt, is in artikel 10 (zie hierna) de
                        regel opgenomen dat in geval van storing of verstopping de vergunninghouder
                        eerst bij het aansluitpunt moet vaststellen waar de storing zich in de
                        aansluitleiding bevindt. Als hij geconstateerd heeft dat de storing in de
                        perceelaansluitleiding zit, kan hij de gemeente laten komen om de storing of
                        verstopping op te heffen. Het is van belang deze voorwaarde op te nemen in
                        de aansluitvergunning, met het nummer van de gemeente waar de storing gemeld
                        kan worden.</al><al>In <vet>lid 2</vet> wordt aangegeven wat onder onjuist gebruik wordt
                        verstaan. Het gaat daarbij om lozing van stoffen die de leidingen kunnen
                        verstoppen of aantasten. In de aansluitverordening kunnen geen lozingseisen
                        worden gesteld, omdat die al zijn vastgelegd in de milieuregelgeving. Om na
                        te gaan welke stoffen niet geloosd mogen wordt daarom verwezen naar de
                            <cursief>Instructieregeling Lozingsvoorschriften milieubeheer, Besluit
                            lozingsvoorschriften afvalwater milieubeheer, en het Besluit
                            lozingsvoorschriften niet-inrichtingen milieubeheer.</cursief></al></al-groep><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>In artikel 10 is een calamiteitenregeling opgenomen om te voorkomen dat voor elk
                    probleem de gemeente erbij wordt geroepen. Lid 1 stelt daarom in aanvulling op
                    artikel 9 uitdrukkelijk dat de vergunninghouder eerst moet uitzoeken waar de
                    verstopping zich bevindt. Hij is vervolgens zelf verantwoordelijk is voor het
                    verhelpen van verstoppingen in de particuliere afvoerleidingen. Dit betekent dat
                    de vergunninghouder indien hij het pand bijvoorbeeld verhuurt, bij calamiteiten
                    voor de gebruiker van de aansluitleidingen het aanspreekpunt is. De overige
                    leden van artikel 10 geven vervolgens een regeling voor het geval toch de hulp
                    wordt ingeroepen van de gemeente, omdat wordt vermoed dat het een storing
                    betreft waarvoor de gemeente op basis van artikel 9 verantwoordelijk is. Om te
                    voorkomen dat onnodig beroep wordt gedaan op de gemeente is in lid 4 vastgelegd
                    dat de kosten op de vergunninghouder of de gebruiker worden verhaald indien
                    achteraf blijkt dat de kosten op basis van de bepalingen in artikel 9 niet voor
                    rekening van de gemeente dienen te komen.</al><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>In artikel 11 zijn bepalingen opgenomen over de zorg die betracht moet worden
                    bij werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan het openbaar riool. In lid 3
                    en lid 4 is vastgelegd dat bij definitieve beëindiging van het gebruik van een
                    aansluitleiding, de aansluitvergunning wordt ingetrokken en de leiding wordt
                    verwijderd.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Omdat met het van kracht worden van de aansluitverordening juridisch een nieuwe
                    situatie ontstaat, zijn in artikel 12 een aantal overgangsbepalingen
                    opgenomen.Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de
                    inwerkingtreding van de verordening nog in behandeling moeten worden genomen,
                    worden behandeld volgens de regeling in de verordening. In lid 2 zijn op alle
                    reeds bestaande aansluitingen de bepalingen met betrekking tot het beheer en
                    onderhoud en de zorgplicht bij verwijdering en sloop van toepassing
                    verklaard.Uiteraard mag deze toepassing geen strijd opleveren met de algemene
                    beginselen van behoorlijk bestuur.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>