<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2218_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening godsdienst onderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen (NH)</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Duinstreek, 09-07-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs Bergen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op het primair onderwijs, art. 140</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-06-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-08-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>- De "Verordening subsidiering godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs 1990", zoals vastgesteld in de raad dd 20 augustus 1990, van de voormalige gemeente Schoorl wordt hierbij ingetrokken</al><al>- De "Verordening Subsidiering Godsdienst- en Levensbeschouwelijk vormingsonderwijs gemeente Egmond", zoals vastgesteld in de raad van 29 juni 1992, van de voormalige gemeente Egmond wordt hierbij ingetrokken</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening godsdienst onderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bergen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 juni 2003;</al><al>gelezen het advies van de commissie maatschappelijke zaken d.d. 5 juni
                        2003;</al><al>gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, de Gemeentewet en de
                        Wet op het primair onderwijs;</al><al><vet>besluit:</vet></al><al>vast te stellen de navolgende Subsidieverordening godsdienst onderwijs en
                        levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>bestuursorgaan:het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="2."><al>instelling: </al><al>a. kerkelijke gemeenten;</al><lijst><li nr="b."><al>plaatselijke kerken;</al></li><li nr="c."><al>rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich
                                            blijkens hun statuten het geven van godsdienstonderwijs
                                            ten doel stellen;</al></li><li nr="d."><al>volledige rechtsbevoegdheid bezittende organisatiesop
                                            geestelijke grondslag als bedoeld in artikel 51 van WPO;
                                        </al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>subsidie: de aanspraak op financiële middelen voor het geven van
                                    onderwijs;</al></li><li nr="4."><al>onderwijs: godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijke
                                    vormingsonderwijsdat op grond van artikel 50 WPO wordt gegeven;
                                </al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>WPO: Wet op het primair onderwijs.</al></li><li nr="6."><al>schooljaar: de periode van 1 augustus tot en met 31 juli van
                                    hetdaaropvolgende jaar; </al></li></lijst><lijst><li nr="7."><al>lesuur: 45 minuten;</al></li><li nr="8."><al>groep: samenstelling van één of meer leerjaren;</al></li><li nr="9."><al>leerjaar: "klas" 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 of 8;</al></li><li nr="10."><al>inflatiecorrectie: het CBS percentage volgens indexcijfers CAO
                                    loon per uur in degesubsidieerde sector voor volwassenen
                                    exclusief beloningen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidiabele activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan verstrekt aan instellingen een subsidie voor het
                                geven van onderwijs aan leerlingen van de openbare scholen voor
                                basisonderwijs in de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per school komt slechts één instelling per schooljaar voor subsidie
                                in aanmerking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidiebedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het school jaar 2003/2004 wordt de subsidie vastgesteld op €
                                17,97 per lesuur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het in lid 1 genoemd bedrag wordt jaarlijks, ingaande 1 augustus
                                2004, een inflatiecorrectie toegepast overeenkomstig artikel 1.
                                Gehanteerd wordt het percentage van het gehele kalenderjaar
                                voorafgaand aan het schooljaar waarvoor het uurbedrag wordt
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Per school wordt aan maximaal twee door de school te bepalen
                                leerjaren subsidie verstrekt voor maximaal één lesuur per week per
                                leerjaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Verplichtingen subsidie-ontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Het onderwijs wordt in de schoolgebouwen en binnen de in het schoolplan
                            aangegeven schooltijden gegeven. Dit laatste voor zover hun ouders/
                            verzorgers daartegen geen bezwaar hebben en met inachtneming van het
                            bepaalde in artikel 50 van de WPO.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verantwoordelijkheid</titel></kop><al>De verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderwijs berust bij de
                            instellingen.</al><al>De instellingen dragen er zorg voor dat het onderwijs op
                            pedagogisch-didactisch verantwoorde</al><al>wijze wordt gegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Leerkrachten</titel></kop><al>Het onderwijs wordt gegeven door leerkrachten die in dienst zijn van
                            c.q. aangewezen zijn door een</al><al>instelling.</al><al>De leerkrachten dienen in het bezit te zijn van een zogenaamde
                            "bevoegdheidsverklaring", verstrekt doo</al><al>een instelling.</al><al>De leerkrachten onthouden zich ervan iets te onderwijzen, te doen of toe
                            te laten wat strijdig is met de</al><al>eerbied, verschuldigd aan de overtuiging van andersdenkenden.</al><al>De leerkrachten gedragen zich naar de aanwijzingen door de directeur van
                            de school gegeven en</al><al>verstrekken desgevraagd zoveel mogelijk de door de directeur gevraagde
                            inlichtingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aantal leerlingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke les moet bezocht worden door tenminste 8 en ten hoogste 28
                                leerlingen. Hierbij kunnen leerlingen die wegens ziekte of om andere
                                redenen verhinderd zijn de les bij te wonen, worden meegerekend als
                                zij naar het oordeel van het bestuursorgaan geacht kunnen worden
                                regelmatig aan het onderwijs deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de bepaling van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van de
                                toestand bij aanvang van het betreffende schooljaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Combinaties</titel></kop><al>Voor de aanvang van elk schooljaar zendt de instelling aan het
                            bestuursorgaan een overzicht, waaruit bl welke groepen per les zullen
                            worden gevormd. Deze opgave dient mede door de directeuren van de
                            betreffende openbare basisscholen te worden ondertekend.</al><al>Wanneer het bestuursorgaan dit verzoekt, wijzigt de instelling een
                            combinatie, ter verkrijging van een acceptabel aantal leerlingen per
                            groep.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanvraag subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag dient jaarlijks vóór 1 juni voorafgaand aan het
                                schooljaar waarvoor subsidie wordt gevraagd te worden
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag wordt opgave gedaan, vermeldende:</al><lijst><li nr="a."><al>welke leerjaren van de met name te noemen basisscholen
                                        onderwijs ontvangen;</al></li><li nr="b."><al>hoeveel leerlingen van welk leerjaar afzonderlijk dit
                                        onderwijs volgen en welke combinaties van leerjaren
                                        eventueel worden toegepast;</al></li><li nr="c."><al>welke leerkrachten de lessen verzorgen;</al></li><li nr="d."><al>het totaal aantal lessen;</al></li><li nr="e."><al>de vergoedingen die door de instellingen aan de leraren zijn
                                        uitbetaald</al><al/><al>De in lid 2 bedoelde opgave dient mede door de directeuren
                                        van de betreffende openbare</al><al>basisscholen te worden ondertekend.</al><al>Het bestuursorgaan kan bepalen dat binnen een bepaalde
                                        termijn nadere gegevens moeten worden</al><al>overlegd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Toezending statuten</titel></kop><al>De instelling die voor het eerst voor subsidie in aanmerking wenst te
                            komen, zendt haar</al><al>statuten voor de aanvang van het schooljaar, waarvoor subsidie wordt
                            gevraagd, aan het</al><al>bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Procedure vaststelling</titel></kop><al>Het bestuursorgaan stelt de subsidie binnen tien weken na ontvangst van
                            de aanvraag vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorbehoud vaststelling
                                gemeentebegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorzover een subsidie wordt verstrekt ten laste van een
                                gemeentebegroting die nog</al><al>niet is vastgesteld, wordt het voorbehoud van goedkeuring door de
                                gemeenteraad gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voorbehoud vervalt, indien het bestuursorgaan daarop niet binnen
                                vier weken na vaststelling van de gemeentebegroting, een beroep
                                heeft gedaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Intrekken en wijzigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Intrekken en wijzigen</titel></kop><al>Het bestuursorgaan kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele
                            van de instelling wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bestuursorgaan
                                    bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon
                                    zijn;</al></li><li nr="b."><al>indien de subsidievaststelling onjuist was en de instelling dit
                                    wist of behoorde te weten, of; indien de instelling heeft
                                    gehandeld in strijd met aan de subsidie verbonden
                                    verplichtingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Betaling en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>De subsidie (of een gedeelte daarvan) wordt binnen vier weken na de
                            beschikking tot</al><al>subsidievaststelling overeenkomstig die beschikking bij voorschot
                            betaalbaar gesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vaststelling en afrekening</titel></kop><al>De instelling dient binnen vier weken na afloop van het schooljaar
                            waarvoor de subsidie is verleend,</al><al>bij het bestuursorgaan een aanvraag tot vaststelling en afrekening van
                            de subsidie in.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden
                            teruggevorderd voor zover de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan
                            wel de handeling als bedoeld in artikel 13, onder c heeft plaats
                            gevonden, nog geen vijfjaren zijn verstreken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan ter uitvoering van deze verordening nadere
                                regels stellen</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2003.</al><al>Egmond", zoals vastgesteld in de raad van 29 juni 1992 van de
                                voormalige gemeente Egmond, wordt hierbij ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De "Verordening subsidiering godsdienstonderwijs en
                                levensbeschouwelijk vormingsonderwijs 1990", zoals vastgesteld in de
                                raad dd 20 augustus 1990 van de voormalige gemeente Schoorl wordt
                                hierbij ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De "Verordening Subsidiering Godsdienst- en Levensbeschouwelijk
                                vormingsonderwijs gemeente</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De Tijdelijke referendumwet is van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                            godsdienstonderwijs en</al><al>levensbeschouwelijk vormingsonderwijs Bergen".</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de</al><al>raad van de gemeente Bergen op 24 juni 2003</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>