<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR22006_10</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 APV</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 79598</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 APV</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>9e wijziging: art. 2:11, vierde lid en art. 5:24, vierde lid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1021239</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>140 openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>In artikel III van de wijziging staat vermeld dat deze in werking treedt op het tijdstip waarop artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010 APV
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Corsaregistratienummer: 09.51858</al>
          <al/>
          <al>De Raad van de gemeente Hoorn;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. 3
                        november 2009;</al>
          <al/>
          <al>besluit </al>
          <al>vast te stellen </al>
          <al/>
          <al>Algemeen Plaatselijke Verordening 2010</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>openbare plaats: een voor het publiek toegankelijke plaats,
                                    waaronder begrepen de weg als bedoeld onder b; </al></li>
              <li nr="b."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de
                                    Wegenverkeerswet 1994 ; </al></li>
              <li nr="c."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn; </al></li>
              <li nr="d."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde
                                    staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27,
                                    tweede lid, van de Wegenwet;</al></li>
              <li nr="e."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; </al></li>
              <li nr="f."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening 2009; </al></li>
              <li nr="g."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet ; </al></li>
              <li nr="h."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing of aankondiging van
                                    een bedrijfsnaam, een bedrijfskenmerk, goederen of diensten
                                    waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te
                                    dienen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:2</nr>
              <titel>Beslissingstermijn</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het bepaalde in het eerste en het tweede lid geldt niet voor de
                                beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4
                                eerste lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, 2:12, 4:11,
                                4:13 of 4:15.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:3</nr>
              <titel>Te late indiening aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor bepaalde, door het bevoegde bestuursorgaan aan te wijzen,
                                vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                termijn worden verlengd tot ten hoogste dertien weken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:4</nr>
              <titel>Voorschriften en beperkingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                voorschriften en beperkingen na te komen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:5</nr>
              <titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich
                            daar tegen verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:6</nr>
              <titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:7</nr>
              <titel>Termijnen</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:8</nr>
              <titel>Weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <al>De vergunning, ontheffing of melding kan door het bevoegd gezag of het
                            bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li>
              <li nr="b."><al>de openbare veiligheid; </al></li>
              <li nr="c."><al>de volksgezondheid; </al></li>
              <li nr="d."><al>de bescherming van het milieu. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1:9</nr>
              <titel>Uitsluiting Lex Silencio Positivo</titel>
            </kop>
            <al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene Wet Bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing voor de
                            volgende artikelen in deze verordening:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>artikel 2:25 (evenementen)</al></li>
              <li nr="b."><al>artikel 2:28 (exploitatievergunning horeca)</al></li>
              <li nr="c."><al>artikel 2:39 (vergunning speelgelegenheid)</al></li>
              <li nr="d."><al>artikel 3:4 (vergunning seksinrichting)</al></li>
              <li nr="e."><al>artikel 4:18 (melding recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen)</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Openbare Orde</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:1</nr>
                <titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek
                                    toegankelijk gebouw of vaartuig deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag
                                    aanleiding te geven tot wanordelijkheden of in groepsverband dan
                                    wel afzonderlijk anderen lastig te vallen, te vechten of op
                                    andere wijze de openbare orde te verstoren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Een ieder, die op de weg aanwezig is bij enig voorval, waardoor
                                    er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een
                                    tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor
                                    er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel
                                    zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van
                                    politie zijn weg te vervolgen of zich in de door die ambtenaar
                                    aangewezen richting te verwijderen. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op terreinen,
                                    wegen of weggedeelten, wanneer deze door of vanwege het bevoegd
                                    gezag in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming
                                    van wanordelijkheden zijn afgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Betoging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:3</nr>
                <titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten
                                    minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk
                                    kennis aan de burgemeester. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De kennisgeving bevat: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></li>
                  <li nr="b."><al>het doel van de betoging; </al></li>
                  <li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging; </al></li>
                  <li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging; </al></li>
                  <li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                        </al></li>
                  <li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin
                                    het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen. </al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:10</nr>
                <titel>Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg in strijd
                                    met de publieke functie ervan</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                    overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorwerpen kunnen worden geplaatst indien het bevoegd
                                    bestuursorgaan niet binnen vijf werkdagen na ontvangst van de
                                    melding heeft beslist dat het plaatsen van de voorwerpen wordt
                                    verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan verbiedt het plaatsen van
                                    voorwerpen;</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De weigeringsgrond van</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het derde lid onder a geldt niet voorzover in het daarin
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                            Wegenverkeerswet.</al></li>
                  <li nr="b."><al>het derde lid onder b geldt niet voor bouwwerken;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het derde lid onder c geldt niet voorzover in het
                                            geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                            Milieubeheer.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li>
                  <li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:27;</al></li>
                  <li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;</al></li>
                  <li nr="d."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden openbaard.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:11</nr>
                <titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt verleend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening of voorbereidingsbesluit;</al></li>
                  <li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publiekrechtelijke taak.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur, de
                                    Wegenverordening Noord-Holland, de Telecommunicatiewet of de
                                    daarop gebaseerde Algemene Verordening Ondergrondse
                                    Infrastructuren 2014.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:12</nr>
                <titel>Maken en veranderen van een uitweg</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een
                                    uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning
                                    worden geweigerd in het belang van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg</al></li>
                  <li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg</al></li>
                  <li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving</al></li>
                  <li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                            gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994,
                                    de Waterschapskeur of de Wegenverordening Noord-Holland.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Veiligheid op de weg</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:15</nr>
                <titel>Hinderlijke beplanting of voorwerp</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:21</nr>
                <titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting
                                    worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
                                    1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Evenementen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:24</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li>
                  <li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een braderie;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li>
                  <li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li>
                  <li nr="e."><al>een snuffelmarkt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Categorie I evenementen zijn kleinschalige evenementen waarvoor
                                    de burgemeester nadere regels opstelt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Categorie II evenementen zijn middelgrote evenementen waarvoor
                                    de burgemeester nadere regels opstelt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Categorie III evenementen zijn grote evenementen waarvoor de
                                    burgemeester nadere regels opstelt.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:25</nr>
                <titel>Evenement</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Geen vergunning is vereist voor categorie I evenementen. Door de
                                    organisator dient voor het evenement een meldingsformulier
                                    ingevuld te worden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan binnen 1 week na ontvangst van de melding
                                    besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                    tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De burgemeester neemt het besluit op aanvraag voor een
                                    vergunning bedoeld in lid 1 voor categorie III evenementen
                                    binnen tien weken na de dag waarop de aanvraag is
                                    ontvangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan nadere regels stellen voor het organiseren
                                    van evenementen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een feest,
                                    muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voorzover in
                                    het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
                                    artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>de organisator c.q. vergunningaanvrager van door de burgemeester
                                    aan te wijzen categorieen vergunningplichtige
                                    vechtsportwedstrijden of -gala's is niet van slecht
                                    levensgedrag.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert een vergunning als de organisator c.q.
                                    vergunningaanvrager van een evenement als bedoeld in lid 7 van
                                    slecht levensgedrag is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:26</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Toezicht op horecabedrijven</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <al>a.horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of
                                spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. </al>
              <al>Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een
                                vermaakcentrum, jongerencentrum, café, eetcafé, bar, restaurant,
                                pension, hotel, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                clubhuis. </al>
              <al>Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf
                                behorend terras en andere aanhorigheden. </al>
              <al>b.terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend
                                deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden
                                geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:27a</nr>
                <titel/>
              </kop>
              <al>Een exploitatievergunning vervalt 3 jaar na de datum van
                                inwerkingtreding tenzij door de burgemeester een andere looptijd is
                                vastgesteld.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28</nr>
                <titel>Exploitatievergunning horecabedrijf</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder
                                        vergunning van de burgemeester. </al></li>
                <li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>weigert de burgemeester de vergunning indien de
                                                vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan;</al></li>
                    <li nr="b."><al>kan de burgemeester de vergunning weigeren indien
                                                naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                                woon- en leefsituatie in de omgeving van het
                                                horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare
                                                wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="3."><al>Bij de toepassing van de in het tweede lid onder b genoemde
                                        weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het
                                        karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf
                                        is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het
                                        horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter
                                        plaatse reeds bloot zal komen te staan door de
                                        exploitatie.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een
                                        winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
                                        voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de
                                        winkelactiviteit. Van een nevenactiviteit is sprake indien
                                        minder dan 10% van de verkoopvloeroppervlakte wordt gebruikt
                                        voor de horeca-activiteiten.</al></li>
                <li nr="5."><al>Voorts geldt het eerste lid niet voor:</al><al>a. een horecabedrijf in zorginstellingen;</al><al>b. een horecabedrijf in scholen;</al><al>c. een horecabedrijf in bedrijfskantines;</al><al>d. een horecabedrijf in ziekenhuizen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:28a</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare
                                veiligheid, de volksgezondheid, bescherming van het milieu en het
                                woon- en leefklimaat nadere regels stellen omtrent de exploitatie
                                van horecabedrijven.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:29</nr>
                <titel>Sluitingstijd</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is de exploitant van het horecabedrijf verboden deze
                                        voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in het
                                        horecabedrijf toe te laten of te laten verblijven op maandag
                                        tot en met zondag tussen 00.00 en 06.00
                                            uur<cursief>.</cursief></al></li>
                <li nr="2."><al>Het is de exploitant van een daghorecabedrijf met horecacode
                                        2.3 verboden deze voor bezoekers geopend te hebbenof
                                        bezoekers in het horecabedrijf toe te laten of te laten
                                        verblijven op maandag tot en met zondag tussen 22.00 en
                                        06.00 uur, waarbij het bedrijf minimaal vier dagen per week
                                        uiterlijk om 11.00 uur geexploiteerd wordt.</al></li>
                <li nr="3."><al>De burgemeester kan in de vergunning als bedoeld in artikel
                                        2:28 door middel van een vergunningvoorschrift andere
                                        toegangstijden en sluitingstijden vaststellen voor een
                                        afzonderlijk horecabedrijf of categorie van bedrijven of een
                                        daartoe behorend terras. </al></li>
                <li nr="4."><al>In afwijking van het in het eerste lid gestelde verbod is
                                        het de houder van een horecabedrijf, als bedoeld in artikel
                                        2:27, eerste lid, toegestaan om zonder ontheffing van de
                                        burgemeester deze voor bezoekers geopend te hebben of aldaar
                                        bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 00.00
                                        uur en 02.00 uur tijdens de hierna genoemde maatschappelijke
                                        feesten:</al><al>a. de kermis in Hoorn voor horecabedrijven in het gebied
                                        Hoorn-cenrum;</al><al>b. de kermis in Blokker voor horecabedrijven in het gebied
                                        Blokker;</al><al>c. de kermis in Zwaag voor horecabedrijven in het gebied
                                        Zwaag;d. d. het jaarlijks carnaval in februari/maart;</al><al>e. de dag waarop Koningsdag wordt gevierd;</al><al>f. de dag waarop Bevrijdingsdag wordt gevierd;</al><al>g. daartoe door de burgemeester aangewezen feesten voor de
                                        in die aanwijzing genoemde horecabedrijven en/of
                                        gebieden.</al></li>
                <li nr="5."><al>De begrenzingen van de onder a tot en met c genoemde
                                        gebieden zijn aangegeven op de bij de aanwijzing van artikel
                                        4:2 behorende kaart.</al></li>
                <li nr="6."><al>Het in eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet
                                        voorzover inhet daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:30</nr>
                <titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer horecabedrijven
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van
                                    de Opiumwet. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:31</nr>
                <titel>Aanwezigheid in gesloten horecabedrijf</titel>
              </kop>
              <al>Het is bezoekers verboden zich in een horecabedrijf te bevinden
                                gedurende de tijd dat het bedrijf krachtens artikel 2:29 of
                                ingevolge een op grond van artikel 2:30 genomen besluit gesloten
                                dient te zijn.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:32</nr>
                <titel>Handel in horecabedrijven</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant van een horecabedrijf laat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.
                                </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:33</nr>
                <titel>Ordeverstoring</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34</nr>
                <titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>Indien een horecabedrijf geen inrichting is in de zin van artikel
                                174 van de Gemeentewet, treedt het college op als bevoegd
                                bestuursorgaan voor de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:31.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8A</nr>
              <titel>bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34a</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de
                                        begrippen: paracommerciële rechtspersoon, alcoholhoudende
                                        drank, sterke drank, inrichting, horecalokaliteit, terras en
                                        slijtersbedrijf verstaan hetgeen de Drank- en Horecawet
                                        daaronder verstaat.</al></li>
                <li nr="2."><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de
                                        begrippen: (eet)cafe, bar, vermaakcentra, restaurants,
                                        cafetaria en ondersteunende horeca verstaan hetgeen de
                                        Horecanota Hoorn Gastvrij daaronder verstaat. </al></li>
                <li nr="3."><al> Lappendag: de laatste dag van de kermis in de Binnenstad
                                        van Hoorn.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34b</nr>
                <titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend
                                        alcoholhoudende drank op:</al></li>
                <li nr="a."><al>maandag tot en met vrijdag van 14.00 uur tot maximaal 00.00
                                        uur;</al></li>
                <li nr="b."><al>zaterdag, zondag en feestdagen van 12.00 uur tot maximaal
                                        00.00 uur.</al></li>
                <li nr="2."><al>Als er bij paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in het
                                        eerste lid verenigings- en wedstrijdactiviteiten
                                        plaatsvinden geldt, binnen de in lid 1 genoemde tijdvakken,
                                        de beperking dat het verstrekken van alcoholhoudende drank
                                        uitsluitend is toegestaan gedurende de periode die begint 1
                                        uur voor aanvang van de eerste activiteiten en die eindigt 2
                                        uur na beëindiging van de laatste activiteiten die past
                                        binnen de statutaire doelomschrijving van de paracommerciële
                                        rechtspersoon. </al></li>
                <li nr="3."><al>Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank
                                        te verstrekken.</al></li>
                <li nr="4."><al>De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van de
                                        in lid 1 genoemde schenktijden, voor de paracommerciële
                                        rechtspersoon, die beschikt over een tijdelijke ontheffing
                                        van de sluitingstijd op grond van artikel 2:29 van de
                                        Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn 2010. Aan de
                                        ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden
                                        verbonden. </al></li>
                <li nr="5."><al>De burgemeester kan op aanvraag ontheffing verlenen van het
                                        in lid 3 gestelde verbod. Aan de ontheffing kan de
                                        burgemeester voorschriften en beperkingen verbinden. In de
                                        afweging houdt de burgemeester rekening met:</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr=""><al>a. de leeftijd van de leden van de rechtspersoon;</al></li>
                <li nr=""><al>b. concurrentie met de reguliere horeca.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34c</nr>
                <titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel>
              </kop>
              <al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
                            </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34d</nr>
                <titel>Beperkingen voor andere detailhandel dan
                                    slijtersbedrijven</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                zwak-alcoholhoudende drank te verstrekken vanuit locaties als
                                bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 19, tweede lid, onder
                                a, van de Drank- en Horecawet:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>in het gebied Binnenstad van Hoorn gelegen binnen de singels
                                        zoals aangegeven op de bij dit besluit behorende
                                        plattegrond.</al></li>
                <li nr="b."><al>op Lappendag gedurende de tijdsruimte van 16.00 tot 20.00
                                        uur. </al></li>
              </lijst>
              <al/>
              <al>
                <plaatje>
                  <illustratie id="i25eebca4-16cf-43a3-8ddd-df0de190a9b3" naam="i232420i25eebca4-16cf-43a3-8ddd-df0de190a9b3.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="22.5cm"/>
                </plaatje>
              </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:34e</nr>
                <titel>Overgangsrecht</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al> Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                        vervallen voor paracommerciële inrichtingen:</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op
                                        grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de
                                        wet zijn gesteld;</al></li>
                <li nr="b."><al>de ontheffingen die tot dat tijdstip door het bevoegd gezag
                                        zijn verleend;</al></li>
                <li nr="c."><al>de tot dat tijdstip gehanteerde schenktijden.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="2."><al> Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van
                                        inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere
                                        gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld
                                        aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde
                                        inrichtingen, blijven van kracht.</al></li>
              </lijst>
              <lijst>
                <li nr="3."><al> Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                        verordening een aanvraag om ontheffing of vergunning op
                                        grond van de Drank- en Horecaverordening Hoorn 2010 is
                                        ingediend, waarop nog niet is beslist, wordt daarop beslist
                                        met toepassing van deze verordening.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:39</nr>
                <titel>Speelgelegenheden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waarin de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te (doen) exploiteren. Het verbod is niet van
                                    toepassing op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder c, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li>
                  <li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen, of de handeling als bedoeld in artikel 1,
                                            onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester weigert de vergunning:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid en/ of de openbare orde op
                                            ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                            exploitatie van de speelgelegenheid.</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:40</nr>
                <titel>Speelautomaten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                            a, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li>
                  <li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten
                                    toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het
                                    geheel niet zijn toegestaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:41</nr>
                <titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 174a Gemeentewet gesloten
                                    woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden een krachtens artikel 13b Opiumwet gesloten voor
                                    het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal, een bij die
                                    woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
                                    toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:42</nr>
                <titel>Plakken en kladden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt
                                    krachtens wettelijk voorschrift.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:44</nr>
                <titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing indien de genoemde
                                    gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of
                                    niet zijn bestemd voor de in het eerste lid bedoelde
                                    handelingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:44a</nr>
                <titel>Bezit van hulpmiddelen voor winkeldiefstal</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op de weg in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben voorwerpen die zijn bedoeld om
                                    het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken, bestaande uit
                                    speciaal uitgeruste tassen, magneten, of elektronische
                                    voorwerpen die veiligheidspoortjes dan wel andere hulpmiddelen
                                    ter voorkoming van winkeldiefstal kunnen beïnvloeden, alsmede
                                    tangen of andere voorwerpen die bedoeld zijn om het plegen van
                                    winkeldiefstal te vergemakkelijken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien de in dat lid bedoelde voorwerpen niet bestemd zijn voor
                                    de in dat lid bedoelde handelingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:47</nr>
                <titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op of aan de weg te klimmen of zich te bevinden op een
                                            beeld, monument, overkapping, constructie, openbare
                                            toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                            afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zich op of aan de weg zodanig op te houden dat aan
                                            weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt
                                            wordt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424,
                                    426 bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van
                                    de Wegenverkeerswet 1994.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:48</nr>
                <titel>Verboden drankgebruik</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden voor personen van 18 jaar of ouder op een
                                    openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken en/of al dan
                                    niet aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank
                                    bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met gedragingen die
                                    de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten
                                    of anderszins overlast veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden sonen van 18 jaar of ouder op een openbare
                                    plaats, die deel uitmaakt van de door het college aangewezen
                                    gebieden, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken
                                    flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij
                                    zich te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bepaalde in het tweede lid geldt niet voor:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een terras dat deel uitmaakt van een inrichting als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een inrichting als bedoeld onder
                                            a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35
                                            van de Drank- en Horecawet.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:49</nr>
                <titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te
                                    zitten of te liggen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>op of nabij plaatsen waar en tijde dat er een
                                    godsdienstoefening, een kerkelijke plechtigheid, een
                                    herdenkingsplechtigheid, een begrafenisplechtigheid of een
                                    openbare vergadering wordt gehouden de rust of de orde te
                                    verstoren, dan wel zich op andere wijze onbetamelijk of
                                    hinderlijk te gedragen;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>zich zonder daartoe gerechtigd te zijn op een schoolplein of een
                                    ander bij een school behorend terrein te bevinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen, die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:50</nr>
                <titel>Verboden gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                                vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                                soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                                verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                                desbetreffende ruimte is bestemd.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:51</nr>
                <titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of die portiek;</al></li>
                <li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt. </al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:57</nr>
                <titel>Loslopende honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond
                                            aangelijnd is;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op het strand en in het recreatiepark
                                            Schellinkhouterdijk en aan de Westerdijk in de periode 1
                                            april tot 1 november;</al></li>
                  <li nr="d."><al>op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of
                                            een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                            duidelijk doet kennen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden genoemd in het eerste lid onder a, b en c gelden
                                    niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege
                                    zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een
                                    eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd
                                    opleidt tot geleidehond.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:58</nr>
                <titel>Verontreiniging door honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen
                                    dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede
                                            bestemd voor het verkeer van voetgangers;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen plaats.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in
                                    het eerste lid onder a niet geldt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder
                                    van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk
                                    worden verwijderd.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:59</nr>
                <titel>Gevaarlijke honden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op
                                    het terrein van een ander:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de
                                            eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die
                                            hond gevaarlijk of hinderlijk acht en aanlijngebod in
                                            verband met het gedrag van die hond noodzakelijk
                                            vindt:</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf
                                            nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft
                                            bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk
                                            acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het
                                            gedrag van die hond noodzakelijk vindt. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57 eerste lid onder d,
                                    geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond
                                    voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet-verwijderbaar
                                    identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In het eerste lid wordt verstaan onder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>muilkorf: een korf vervaardigd van stevige kunststof of
                                            van stevig leer of van beide stoffen, die door middel
                                            van een stevige leren riem rond de hals zodanig is
                                            aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                            niet mogelijk is en zodanig is ingericht dat de drager
                                            geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte
                                            binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en
                                            dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig is.</al></li>
                  <li nr="b."><al>kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met
                                            een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet
                                            langer is dan 1,50 meter.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:60</nr>
                <titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Degene die de zorg voor een dier heeft, moet voorkomen dat dit
                                    voor een omwonende of voor de omgeving hinder veroorzaakt. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of
                                    opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid
                                    verboden is daarbij aangeduide dieren:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>aanwezig te hebben; of</al></li>
                  <li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door hen ter voorkoming of opheffing van overlast of van
                                            schade aan de openbare gezondheid gestelde regels;
                                            of</al></li>
                  <li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven of mede is aangegeven.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op een krachtens het tweede lid aangewezen
                                    plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel
                                    aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het
                                    college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben tot een
                                    groter aantal dan door het college is aangegeven.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:62</nr>
                <titel>Loslopend vee</titel>
              </kop>
              <al>De rechthebbende op vee, dat zich bevindt in een aan een weg liggend
                                weiland of terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een
                                deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige
                                maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan
                                bereiken.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>AFDELING</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>BEPALINGEN TER BESTRIJDING VAN HELING VAN GOEDEREN</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:66</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437 eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:67</nr>
                <titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li>
                  <li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen –
                                            voorzover dat mogelijk is – soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:68</nr>
                <titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter van het Wetboek
                                    van Strafrecht</titel>
              </kop>
              <al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst>
                    <li nr="I."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li>
                    <li nr="II."><al>van een verandering van de onder a sub I. bedoelde
                                                adressen;</al></li>
                    <li nr="III."><al>als hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li>
                    <li nr="IV."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is voor de rechthebbende
                                                verloren is gegaan;</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li>
                <li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li>
                <li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li>
              </lijst>
              <al/>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Vuurwerk</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:71</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:73</nr>
                <titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk te bezigen op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    bezigen als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    artikel 429 aanhef en onder 1 van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Drugsoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74</nr>
                <titel>Drugshandel op straat</titel>
              </kop>
              <al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan
                                de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich
                                op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en
                                weer of rond te rijden, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen
                                dat zulks geschiedt om middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3
                                van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen
                                betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij
                                behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:74a</nr>
                <titel>Openlijk drugsgebruik</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden op of aan de weg, op het water of op een voor het
                                publiek toegankelijke plaats middelen als bedoeld in de artikelen 2
                                en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen dan wel
                                voorbereidingen daartoe verrichten of ten behoeve van dat gebruik
                                voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:75</nr>
                <titel>Bestuurlijke ophouding</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11, 2:47, 2:48, 2:49,
                                2:50 en 2:73 van deze verordening groepsgewijs niet naleven. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:76</nr>
                <titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel>
              </kop>
              <al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied. </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:76a</nr>
                <titel>Verblijfsontzeggingen</titel>
              </kop>
              <al>Het is degenen aan wie dit door of namens de burgemeester in het
                                belang van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt,
                                verboden zich anders dan in een middel van openbaar vervoer te
                                bevinden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen en plaatsen
                                gedurende de uren daarbij genoemd. Dit verbod geldt gedurende de in
                                de bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf weken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>2:77</nr>
                <titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de
                                        Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                        een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een
                                        openbare plaats.</al></li>
                <li nr="2."><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het
                                        eerste lid eveneens ten aanzien van voor een ieder
                                        toegankelijke parkeergelegenheden.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsbepalingen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li>
                <li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch - pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar; </al></li>
                <li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li>
                <li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-
                                        pornografische aard aan particulieren plegen te worden
                                        verkocht of verhuurd;</al></li>
                <li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li>
                <li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li>
                <li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>de exploitant;</al></li>
                    <li nr="2."><al>de beheerder;</al></li>
                    <li nr="3."><al>de prostituee;</al></li>
                    <li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li>
                    <li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6.2;</al></li>
                    <li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:2</nr>
                <titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel>
              </kop>
              <al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan het
                                college of, voorzover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:3</nr>
                <titel>Nadere regels</titel>
              </kop>
              <al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit
                                hoofdstuk nadere regels vaststellen.</al>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:4</nr>
                <titel>Seksinrichtingen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval gemeld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf
                                            en</al></li>
                  <li nr="d."><al>de onroerende zaak waarin de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf wordt geëxploiteerd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In verband met de belangen genoemd in artikel 3:13 lid 2 onder a
                                    tot en met f is het exploiteren van een seksbioscoop, een
                                    seksautomatenhal of een sekstheater verboden.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:5</nr>
                <titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                            ouderlijke macht of de voogdij;</al></li>
                  <li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en
                                        </al></li>
                  <li nr="c."><al>heeft de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de exploitant en
                                    de beheerder niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                            Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of
                                            met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van
                                            Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld
                                            tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden
                                            of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse
                                            Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter
                                            wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                            bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                            eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                            toegelaten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                            rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot
                                            een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot
                                            een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste
                                            lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan
                                            wel mede wegens overtreding van:</al><lijst>
                      <li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en
                                                  Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de
                                                  Wet arbeid vreemdelingen;</al></li>
                      <li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 250a (oud), 252, 273f, 300 tot
                                                  en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en
                                                  453 Wetboek van Strafrecht;</al></li>
                      <li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                      <li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en
                                                  30b van de Wet op de Kansspelen;</al></li>
                      <li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li>
                      <li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li>
                    </lijst></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                    gelijkgesteld:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom
                                            minder dan € 375 bedraagt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                            straf.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>bij weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                            datum van beslissing op de aanvraag van de
                                            vergunning;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf
                                            de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor tenminste één maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4 eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem terzake geen verwijt treft.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:6</nr>
                <titel>Sluitingstijden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven
                                    op maandag tot en met zondag tussen 00:00 en 06:00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                    bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                    andere sluitingstijden vaststellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of het tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7,
                                    eerste lid, gesloten dient te zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:7</nr>
                <titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen
                                    of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk
                                    kan het bevoegd bestuursorgaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of
                                            tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                            tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                            bevelen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het
                                    eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig
                                    artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:8</nr>
                <titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                    vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder
                                            geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven
                                            tegen de zeden), XVII (misdrijven tegen de persoonlijke
                                            vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX
                                            (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van
                                            Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en
                                            munitie; en</al></li>
                  <li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                            strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                            vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:9</nr>
                <titel>Straat- en raamprostitutie</titel>
              </kop>
              <al>Het is in deze gemeente verboden door handelingen, houding, woord,
                                gebaar of op andere wijze, passanten op of aan de weg tot
                                prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:10</nr>
                <titel>Sekswinkels</titel>
              </kop>
              <al>Het is de exploitant van een sekswinkel verboden in die winkel
                                vertoningen van erotisch- pornografische aard te laten plaatsvinden
                                en daarin meer dan 1 seksautomaat aanwezig te hebben.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:11</nr>
                <titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-
                                    pornografische goederen, afbeeldingen e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-
                                    pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden
                                    of aan te brengen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende
                                            heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen,
                                            aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving in gevaar brengt;</al></li>
                  <li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegde
                                            bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de
                                            woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de
                                    Grondwet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Beslistermijn; weigeringsgronden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:12</nr>
                <titel>Beslissingstermijn</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 neemt het bevoegd
                                    bestuursorgaan het besluit op aanvraag om vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                                    aanvraag is ontvangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:13</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid wordt geweigerd
                                    indien:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                            artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of
                                            het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                            bestemmingsplan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                            escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in
                                            strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht
                                            of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen
                                            of de Vreemdelingenwet bepaalde;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de seksinrichting is gelegen in een ingevolge lid 3 van
                                            dit artikel aangewezen gebied of deel van de gemeente;
                                        </al></li>
                  <li nr="e."><al>als het maximum aantal als bedoeld in lid 4 is
                                            bereikt;</al></li>
                  <li nr="f."><al>indien er sprake is van straat- of raamprostitutie zoals
                                            bedoeld in artikel 3:9.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning als
                                    bedoeld in artikel 3:4 eerste lid worden geweigerd in het belang
                                    van:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon-
                                            en leefklimaat;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>de verkeersvrijheid of- veiligheid;</al></li>
                  <li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li>
                  <li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Ter bescherming van de in lid 2 onder a tot en met f genoemde
                                    belangen kan het college gebieden of delen van de gemeente
                                    aanwijzen waarin het niet toegestaan is een seksinrichting te
                                    exploiteren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Ter bescherming van de in lid 2 onder a tot en met f genoemde
                                    belangen kan de burgemeester voor maximaal 4 seksinrichtingen
                                    vergunning verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:14</nr>
                <titel>Beëindiging exploitatie</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                    vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde
                                    bestuursorgaan.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:15</nr>
                <titel>Wijziging beheer</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1 onder g, het
                                    beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de
                                    feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan
                                    het bevoegd bestuursorgaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de
                                    wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel
                                    3:13 eerste lid aanhef en onder a, is van overeenkomstige
                                    toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de
                                    exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft
                                    ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>3:16</nr>
                <titel>Overgangsbepaling</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Op het exploiteren van een bestaande seksinrichting of
                                        escortbedrijf is het gestelde in artikel 3:4, eerste lid,
                                        niet van toepassing:</al></li>
                <li nr="a."><al>gedurende 13 weken na het in werking treden daarvan;</al></li>
                <li nr="b."><al>na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de
                                        exploitant binnen deze termijn een aanvraag om vergunning
                                        als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid heeft ingediend,
                                        totdat op die aanvraag door het bevoegde bestuursorgaan een
                                        besluit is genomen.</al><al>2.Gedurende de periode bedoeld in het eerste lid, kan het
                                        bevoegde bestuursorgaan met het oog op de in artikel 3:13,
                                        tweede lid, genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot
                                        het treffen van in die aanschrijving vermelde
                                        voorzieningen.</al></li>
              </lijst>
              <al>Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg
                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Geluidhinder en Verlichting</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder;</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li>
                <li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li>
                <li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li>
                <li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li>
                <li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li>
                <li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting:</al></li>
                <li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li>
                <li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:2</nr>
                <titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                    van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet
                                    voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of
                                    meer gebieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr, LT veroorzaakt
                                    door de inrichting, bedraagt </al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>tot 01.00 uur niet meer dan 70 dB(A) en na 01.00 niet
                                            meer dan 50 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige
                                            gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></li>
                  <li nr="b."><al>tot 01.00 uur niet meer dan 55 dB(A) en na 01.00 niet
                                            meer dan 35 dB(A), gemeten binnen woningen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het langetijdgemiddelde beoordelingsniveau Lar, LT veroorzaakt
                                    door de inrichting, bedraagt:</al>
                <al>a. tot 01.00 uur niet meer dan 80 dB(C) en na 01.00 uur niet
                                    meer dan 60 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op
                                    een hoogte van 1,5 meter;</al>
                <al>b. tot 01.00 uur niet meer dan 65 dB(C) en na 01.00 uur niet
                                    meer dan 45 dB(C), gemeten binnen woningen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>De geluidswaarden als bedoeld in lid 6 en 7 zijn inclusief
                                    onversterkte muziek en inclusief 10 dBtoeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening- uiterlijk om 00.00 uur dan wel het
                                    tijdstip zoals is opgenomen in de vergunningvoorschriften op
                                    grond van artikel 2:29 lid 3 te worden beëindigd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>10.</lidnr>
                <al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:3</nr>
                <titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting tenminste twee
                                    weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in
                                    kennis heeft gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    4.113, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting tenminste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van de
                                    kennisgeving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was,
                                    terstond toestaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>6.</lidnr>
                <al>Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT veroorzaakt
                                    door de inrichting, bedraagt </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>tot 01.00 uur niet meer dan 70 dB(A) en na 01.00 niet meer dan
                                    50 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een
                                    hoogte van 1,5 meter.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>tot 01.00 uur niet meer dan 55 dB(A) en na 01.00 niet meer dan
                                    35 dB(A), gemeten binnen woningen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>7.</lidnr>
                <al>Het langetijdgemiddelde beoordelingsniveau Lar, LT veroorzaakt
                                    door de inrichting, bedraagt:</al>
                <al>a. tot 01.00 uur niet meer dan 80 dB(C) en na 01.00 uur niet
                                    meer dan 60 dB(C), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op
                                    een hoogte van 1,5 meter;</al>
                <al>b. tot 01.00 uur niet meer dan 65 dB(C) en na 01.00 uur niet
                                    meer dan 45 dB(C), gemeten binnen woningen.</al>
                <al/>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>8.</lidnr>
                <al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening – uiterlijk om 00.00 uur dan wel het
                                    tijdstip zoals is opgenomen in de vergunningsvoorschriften op
                                    grond van artikel 2:29, lid34, beëindigd. De geluidsnorm is
                                    inclusief onversterkte muziek en inclusief 10 dBtoeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>9.</lidnr>
                <al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:5</nr>
                <titel>Onversterkte muziek</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2.18 eerste lid onder f en vijfde lid van
                                        het Besluit binnen inrichtingen is de onder e opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li>
                    <li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li>
                    <li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast.</al></li>
                    <li nr="e."><al>tabel dB(A)</al></li>
                  </lijst><al/><table>
                    <tgroup cols="4">
                      <colspec colname="colA"/>
                      <colspec colname="colB"/>
                      <colspec colname="colC"/>
                      <colspec colname="colD"/>
                      <tbody>
                        <row>
                          <entry>
                            <al/>
                          </entry>
                          <entry>
                            <al>
                              <vet>7.00 – 19.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry>
                            <al>
                              <vet>19.00 – 23.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry>
                            <al>
                              <vet>23.00 – 7.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="colA">
                            <al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colB">
                            <al>50 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colC">
                            <al>45 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colD">
                            <al>40 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="colA">
                            <al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colB">
                            <al>35 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colC">
                            <al>30 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colD">
                            <al>25 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="colA">
                            <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colB">
                            <al>70 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colC">
                            <al>65 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colD">
                            <al>60 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="colA">
                            <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colB">
                            <al>55 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colC">
                            <al>50 dB(A)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="colD">
                            <al>45 dB(A)</al>
                          </entry>
                        </row>
                      </tbody>
                    </tgroup>
                  </table><al/><al>Tabel dB(C)</al><al/><table>
                    <tgroup cols="4">
                      <colspec colname="col1" colwidth="31*"/>
                      <colspec colname="col2" colwidth="22*"/>
                      <colspec colname="col3" colwidth="24*"/>
                      <colspec colname="col4" colwidth="22*"/>
                      <tbody>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al/>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>
                              <vet>7.00 – 19.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>
                              <vet>19.00 – 23.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>
                              <vet>23.00 – 7.00 uur</vet>
                            </al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>60 dB(C)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>55 dB(C)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>50 dB(C)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>45 dB(C)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>40 dB(C)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>35 dB(C)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>80 dB(C)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>75 dB(C)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>70 dB(C)</al>
                          </entry>
                        </row>
                        <row>
                          <entry colname="col1">
                            <al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col2">
                            <al>65 dB(C)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col3">
                            <al>60 dB(C)</al>
                          </entry>
                          <entry colname="col4">
                            <al>55 dB(C)</al>
                          </entry>
                        </row>
                      </tbody>
                    </tgroup>
                  </table></li>
                <li nr="2."><al>Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. Indien versterkte
                                        elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen,
                                        wordt het hele samenspel geschouwd als versterkte muziek en
                                        is het Besluit van toepassing.</al></li>
                <li nr="3."><al>Onversterkte muziek van carillons is uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li>
                <li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:6</nr>
                <titel>Overige geluidhinder</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    Milieubeheer of het Besluit, toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige
                                    wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod
                                    niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde
                                    categorieën van toestellen of geluidsapparaten, voor zover wordt
                                    voldaan aan de door het college vastgestelde voorschriften ter
                                    voorkoming of beperking van (geluid)hinder.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                    betreffen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het maximale geluidsniveau;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het aanbrengen van geluidsbegrenzers;</al></li>
                  <li nr="c."><al>de situering van de geluidsbronnen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                    Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit
                                    of de Provinciale milieuverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:7</nr>
                <titel>Gevelreiniging</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In dit artikel wordt onder gevelreiniging verstaan: het met
                                    behulp van schoonmaakapparatuur verwijderen van aanslag, verf,
                                    conserveerlagen of enig andere dergelijke stof van gevels,
                                    muren, daken, puien, bruggen, viaducten, pijlers of andere
                                    vergelijkbare oppervlakten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Alle overige werkzaamheden, anders dan gevelreiniging, die in de
                                    uitoefening van een bedrijf en met behulp van apparatuur aan de
                                    gevel plaatsvinden vallen ook onder de reikwijdte van dit
                                    artikel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden om zonder voorafgaande melding aan het college
                                    gevels te reinigen of gevelwerkzaamheden te verrichten:</al>
                <al>a. als daardoor de bescherming van het milieu, door stof-,
                                    nevel- of geluidsoverlast, in gevaar wordt gebracht, en </al>
                <al>b. als niet wordt voldaan aan de hiervoor vastgestelde
                                    voorwaarden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de
                                    voorwaarden die aan de melding en aan de werkzaamheden worden
                                    gesteld.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:8</nr>
                <titel>Natuurlijke behoefte doen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten een daarvoor bestemde inrichting
                                of plaats.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:9</nr>
                <titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet-openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel>
              </kop>
              <al>De sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al>
              <al>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden </al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</label>
                <nr/>
                <titel/>
              </kop>
              <al/>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:10</nr>
                <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;</al></li>
                <li nr="b."><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas, dat één- of
                                        meerstammig kan zijn. Bij meerstammigheid vertakken de
                                        stammen zich bovengronds;</al></li>
                <li nr="c."><al>hakhout: een of meer bomen die, na te zijn geveld, opnieuw
                                        op de stronk uitlopen;</al></li>
                <li nr="d."><al>vellen: kappen of rooien, met inbegrip van verplanten,
                                        alsmede het verrichten van handelingen, zowel bovengronds
                                        als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging van
                                        houtopstand ten gevolge kunnen hebben;</al></li>
                <li nr="e."><al>dunnen: vellen, dat uitsluitend als een verzorgingsmaatregel
                                        ter bevordering van de groei van de overblijvende
                                        houtopstand moet worden beschouwd;</al></li>
                <li nr="f."><al>knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van
                                        uitgelopen takhout als periodiek noodzakelijk
                                        onderhoud;</al></li>
                <li nr="g."><al>kandelaberen: een boom geheel ontdoen van zijn takken,
                                        doorgaans op takstompen na;</al></li>
                <li nr="h."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                        ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; </al></li>
                <li nr="i."><al>iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                        Ophiostoma ulmi (Buism) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                        (Buism) C. Moreau);</al></li>
                <li nr="j."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot de soorten Scolytus, Scolytus (F) en Scholytus
                                        multistratus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;</al></li>
                <li nr="k."><al>particulier: een persoon welke niet handelt in uitoefening
                                        van een bedrijf of beroep.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11</nr>
                <titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                    houtopstand te (doen) vellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    houtopstanden binnen de bebouwde kom voorzover het gaat om:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>populieren en wilgen als wegbeplanting en eenrijige
                                            beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze
                                            zijn geknot; </al></li>
                  <li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>fijnsparren en andere coniferen, niet ouder dan twaalf
                                            jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en gekweekt op
                                            daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;</al></li>
                  <li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li>
                  <li nr="e."><al>houtopstand, die bij wijze van dunning moet worden
                                            geveld;</al></li>
                  <li nr="f."><al>het periodiek knotten en kandelaberen als
                                            onderhoudsmaatregel bij daartoe bestamde bomen.</al></li>
                  <li nr="g."><al>houtopstand, die moet worden geveld krachtens de
                                            Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last
                                            van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde
                                            in artikel 4:12;</al></li>
                  <li nr="h."><al>houtopstand(en) op een perceel van maximaal 500m² waarop
                                            de bestemming wonen/woondoeleinden rust zoals bedoeld in
                                            het bestemmingsplan en waarvan een particulier de
                                            rechtmatige houder of eigenaar is, tenzij zodanige boom
                                            is geplant in gevolge de herplantplicht dan wel tenzij
                                            zodanige boom is aangemerkt als een monumentale
                                            boom;</al></li>
                  <li nr="i."><al>alleenstaande boom, waarvan de stam, of bij
                                            meerstammigheid de dikste stam, op 1.30m boven het
                                            maaiveld een dwarsdoorsnede heeft minder dan 15cm tenzij
                                            zodanige boom is geplant in gevolge de
                                            herplantplicht.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11a</nr>
                <titel>Weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren dan wel onder
                                    voorschriften verlenen in het belang van onder meer:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>de natuur - en milieuwaarde van de houtopstand;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>de waarde van de houtopstand voor stads - en dorpsschoon;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>d.</lidnr>
                <al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>e.</lidnr>
                <al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>f.</lidnr>
                <al>de waarde voor de recreatie en leefbaarheid van de
                                    houtopstand.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan bij het weigeren of onder voorschriften
                                    verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering
                                    hanteren. Zij verwijzen zoveel mogelijk naar gemeentelijke
                                    bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien
                                    sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend
                                    belang.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11b</nr>
                <titel>Gebruik maken van de vergunning</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>De vergunning wordt pas van kracht:</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>a.</lidnr>
                <al>wanneer gedurende de bezwarentermijn geen bezwaren zijn
                                    ingediend: met ingang van de dag na de dag waarop termijn de
                                    afloopt;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>b.</lidnr>
                <al>wanneer gedurende de bezwarentermijn bezwaar is aangetekend:
                                    niet eerder dan dat afwijzend is beslist op bezwaar, tenzij een
                                    verzoek tot voorlopig voorziening is ingediend;</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>c.</lidnr>
                <al>wanneer een verzoek tot voorlopige voorziening tijdens de
                                    bezwarenprocedure is ingediend: niet eerder dan dat afwijzend is
                                    beslist op het verzoek tot voorlopige voorziening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Van een omgevingsvergunning voor het (doen) vellen van een
                                    houtopstand, die noodzakelijk is voor het realiseren van een
                                    bouwwerk op grond van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht
                                    of uitrit op grond van artikel 2:12 van deze verordening, mag
                                    met inachtneming van het bepaalde lid 1 sub a, b en/of c,
                                    gebruik worden gemaakt, als de omgevingsvergunning voor het
                                    bouwwerk of de uitweg verleend is. Van het bepaalde in dit lid
                                    kan door het bevoegd gezag in een concreet geval worden
                                    afgeweken.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:11c</nr>
                <titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het bevoegd gezag kan aan een vergunning bijzondere
                                    voorschriften verbinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De volgende bijzondere voorschriften kunnen worden
                                    opgenomen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a"><al>het voorschrift, dat binnen een bepaalde termijn en
                                            overeenkomstig door burgemeester en wethouders gegeven
                                            aanwijzingen moet worden herplant. Voor de
                                            waardebepaling van de teniet gegane houtopstand en van
                                            de te herplanten houtopstand wordt de
                                            boomwaardeberekening gehanteerd;</al></li>
                  <li nr="b"><al>in geval een voorschrift is gegeven als hierboven
                                            bedoeld onder a, dan kan daarbij tevens worden bepaald,
                                            binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke
                                            wijze niet – geslaagde beplanting moet worden
                                            vervangen;</al></li>
                  <li nr="c"><al>het voorschrift tot direct vellen, indien er sprake is
                                            van een spoedeisend belang, zoals omschreven in artikel
                                            4:11a derde lid;</al></li>
                  <li nr="d"><al>het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
                                            overeenkomstig de door de burgemeester en wethouders te
                                            geven aanwijzingen moet worden herplant. Hierbij kan
                                            tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
                                            herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde
                                            beplanting moet worden vervangen. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12</nr>
                <titel>Herplant/ instandhoudingsplicht</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                    deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het
                                    bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan,
                                    kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond
                                    waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit
                                    andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem
                                    te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen
                                    termijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd,
                                    dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de
                                    herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
                                    worden vervangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Indien houtopstand, waarop het verbod tot vellen, als bedoeld in
                                    deze afdeling, van toepassing is, in het voortbestaan ernstig
                                    wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                    gerechtigde van de grond, dan wel aan diegene, die uit anderen
                                    hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                    verplichting opleggen om overeenkomstig door hen te geven
                                    aanwijzingen en binnen een door hen te stellen termijn
                                    voorzieningen te treffen waardoor die bedreiging wordt
                                    weggenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
                                    met het derde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                    verplicht daaraan te voldoen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12a</nr>
                <titel>Schadevergoeding</titel>
              </kop>
              <al>Indien en voorzover blijkt, dat een belanghebbende door toepassing
                                van artikel 4:11 artikel 4:11e of artikel 4:12, schade lijdt of zal
                                lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel ten zijnen laste
                                behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is
                                verzekerd, kent het bevoegd gezag hem op zijn verzoek een naar
                                billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:12b</nr>
                <titel>Bestrijding iepziekte</titel>
              </kop>
              <al>Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren voor verspreiding van
                                de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
                                rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven,
                                verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen
                                termijn:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li>
                <li nr="b."><al>de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;</al></li>
                <li nr="c."><al>dan wel de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
                                        vernietigen of zodanig te behandelen, dat verspreiding van
                                        de iepziekte wordt voorkomen.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:13</nr>
                <titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag buiten
                                    een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer, in de open
                                    lucht in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente,
                                    ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van
                                    schade aan de openbare gezondheid, de volgende voorwerpen of
                                    stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben, anders
                                    dan met inachtneming van de door hen gestelde regels:</al>
                <al/>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer - of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li>
                  <li nr="c."><al>caravans, kampeerwagens, boten, boottrailers, tenten en
                                            andere dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve
                                            doeleinden gebezigde voorwerpen.</al></li>
                  <li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten afbraakmaterialen en oude
                                            metalen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>afvalstoffen;</al></li>
                  <li nr="f."><al>autowrakken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid onder c gestelde verbod geldt niet,
                                    wanneer de daar genoemde voorwerpen niet vanaf de weg zichtbaar
                                    zijn, en voorts niet in de gevallen als bedoeld in 5:6 en
                                    5:8.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden een door het bevoegd gezag nader aangeduid
                                    voorwerp of stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben,
                                    anders dan met inachtneming van de door hen gestelde
                                    regels.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de: Wet milieubeheer, de
                                    Wet op de Ruimtelijke Ordening, Besluit Beheer Autowrakken of de
                                    Verordening opschriften en opslag Noord-Holland.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:15</nr>
                <titel>Verbod ontsierende, hinderlijke of gevaarlijke
                                    reclame</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan
                                    handelsreclame te maken of te voerenin welke vorm dan ook die
                                    vanaf de weg of vanaf een andere voor publiek toegankelijke
                                    plaats zichtbaar is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van
                                    het maken van handelsreclame waarvoor op basis van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning is
                                    vereist en in gevallen waarin wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het bevoegd bestuursorgaan kan gebieden en/ of categorieën
                                    aanwijzen waar het verbod als bedoeld in het eerste lid niet van
                                    toepassing is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning
                                    worden geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>indien de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Verordening
                                    opschriften en opslag Noord-Holland of de gemeentelijke
                                    monumentenverordening.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel 4:15a Verbod Handelsreclame</label>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Onverminderd het bepaald is artikel 4.15 is het verboden
                                        handelsreclame te maken of te voeren in welke vorm dan ook
                                        waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige
                                        hinder ontstaat voor de omgeving.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien voor het Besluit algemene regels voor
                                        inrichtingen milieubeheer.</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt onder een kampeermiddel verstaan: een
                                onderkomen of voertuig waarvoor geen bouwvergunning in de zin van
                                artikel 40 van de Woningwet is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:18</nr>
                <titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande melding bij het college
                                        ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te
                                        plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein
                                        dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede
                                        bestemd.</al></li>
                <li nr="2."><al>De kampeermiddelen kunnen worden geplaatst indien het
                                        college niet binnen vijf werkdagen na ontvangst van de
                                        melding heeft beslist dat het plaatsen van de
                                        kampeermiddelen wordt verboden.</al></li>
                <li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                        terrein.</al></li>
                <li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 verbiedt het
                                        college het plaatsen van kampeermiddelen in het belang
                                        van:</al><lijst>
                    <li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li>
                    <li nr="b."><al>de bescherming van een stadgezicht.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>4:19</nr>
                <titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel>
              </kop>
              <lijst>
                <li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van
                                        artikel 4:18 eerste lid niet geldt.</al></li>
                <li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                        van de gronden genoemd in artikel 4:18 vierde lid.</al></li>
              </lijst>
              <al>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                                gemeente</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel>
          </kop>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Parkeerexcessen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:1</nr>
                <titel>Begripsbepalingen</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 onder al van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990)
                                        met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li>
                <li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 onder ac van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:2</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen; dan wel</al></li>
                  <li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder verhuren als bedoeld in het eerste lid wordt mede
                                    verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Tot de voertuigen bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, zulks gedurende de tijd die nodig is voor en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het eerste
                                            lid genoemde persoon. </al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:3</nr>
                <titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen of
                                    weggedeelten een voertuig te parkeren met het kennelijke doel
                                    het te koop aan te bieden of te verhandelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing van dit verbod verlenen. </al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:4</nr>
                <titel>Defecte voertuigen</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:5</nr>
                <titel>Voertuigwrakken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te plaatsen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:6</nr>
                <titel>Caravans, aanhangwagens, e.d.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op de
                                            weg te plaatsen of te hebben;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet wanneer
                                    de daar genoemde voertuigen staan op de in artikel 5:8 lid 2
                                    bedoelde plaatsen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover de
                                    Wegenverordening Noord-Holland of de Verordening opschriften en
                                    opslag Noord-Holland van toepassing is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:7</nr>
                <titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:8</nr>
                <titel>Parkeren van grote voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet op door het
                                    college aangewezen plaatsen waar dit parkeren naar hun oordeel
                                    niet schadelijk is voor het aanzien van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet op door
                                    het college aangewezen plaatsen waar dit parkeren naar hun
                                    oordeel niet buitensporig is met het oog op de verdeling van de
                                    beschikbare parkeerruimte.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:9</nr>
                <titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van
                                    werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter
                                    plaatse noodzakelijk is.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:10</nr>
                <titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te
                                    parkeren daar, waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen
                                    gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    milieubeheer.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:11</nr>
                <titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden met een voertuig te rijden door of deze te doen
                                    of te laten staan in een park of plantsoen of een van
                                    gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod is niet van toepassing:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid;</al></li>
                  <li nr="c."><al>op voertuigen, waarmede standplaats wordt of is
                                            ingenomen op terreinen welke mede of uitsluitend voor
                                            dit doel zijn bestemd.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:12</nr>
                <titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden om in door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheer
                                    buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.
                                </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan (fietswrakken).</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen
                                    fietsen of bromfietsen langer dan een door het college
                                    vastgestelde periode onafgebroken te laten staan
                                    (weesfietsen).</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Collecteren</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:13</nr>
                <titel>Inzameling van geld of goederen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college een
                                    openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe
                                    een intekenlijst aan te bieden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De inzameling kan worden gehouden indien het college niet binnen
                                    vijf werkdagen na ontvangst van de melding heeft beslist dat de
                                    inzameling wordt verboden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een
                                    inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan onder door hen te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen
                                    instellingen.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Venten</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:14</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder venten wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege
                                            degene die dit doet ter exploitatie van zijn winkel als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160 eerste
                                            lid onder h van de Gemeentewet;</al></li>
                  <li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:15</nr>
                <titel>Ventverbod</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden te venten op zondagen en maandag t/m zaterdag
                                    tussen 20.00 en 08.00 uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>a. In afwijking van het tweede lid is het goegestaan op zondagen
                                    van 1 april tot en met 30 september tussen 13:00 en 20:00 uur te
                                    venten.</al>
                <al/>
                <al>b. In afwijking van het tweede lid is het toegestaan op maandag
                                    tot en met zondag van 1 april t/m 30 september tussen 20:00 en
                                    21:00 te venten op de openbare en in de open lucht gelegen
                                    plaats, niet zijnde aan huis.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college te
                                    venten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Standplaatsen</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:17</nr>
                <titel>Begripsbepaling</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160 eerste lid aanhef onder h van de
                                            Gemeentewet.</al></li>
                  <li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:18</nr>
                <titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>wegens strijd met een geldend bestemmingsplan;</al></li>
                  <li nr="b."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                            redelijke welstand;</al></li>
                  <li nr="c."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaats
                                            in gevaar komt.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Openbaar water</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:24</nr>
                <titel>Gebruik van openbaar water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in, of
                                    boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben,
                                    indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats
                                    van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan,
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk vier weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in de daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwegenverordening
                                    Noord-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2014.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:25</nr>
                <titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden zonder vergunning van het college met een
                                    vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een
                                    ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het
                                    college aangewezen gedeelten van openbaar water.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van openbaar
                                    water:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li>
                  <li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien oor de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwegenverordening
                                    Noord-Holland of de Verordening opschriften en opslag
                                    Noord-Holland of de Havenverordening Hoorn 2005.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:26</nr>
                <titel>Aanwijzingen ligplaats</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voorzover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwegenverordening
                                    Noord-Holland, de Verordening opschriften en opslag
                                    Noord-Holland of de Havenverordening Hoorn 2005.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:27</nr>
                <titel>Verbod innemen ligplaats</titel>
              </kop>
              <al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26 tweede lid
                                bepaalde.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:28</nr>
                <titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                    Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement of de Scheepvaartwegenverordening
                                    Noord-Holland.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:30</nr>
                <titel>Veiligheid op het water</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het is verboden om met een vaartuig in openbaar water sneller te
                                    varen dan zes kilometer per uur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>De verboden gelden niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement of de
                                    Scheepvaartwegenverordening Noord-Holland.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Crossterreinen, gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:32</nr>
                <titel>Crossterreinen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z, en een
                                    bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd
                                    dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of
                                    proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te
                                    nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                    kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li>
                  <li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li>
                  <li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
                                    verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of
                                    het Besluit geluidsproductie sportmotoren.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:33</nr>
                <titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement
                                    verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld
                                    in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. </al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                    terreinen:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast.</al></li>
                  <li nr="b."><al>In het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden.</al></li>
                  <li nr="c."><al>In het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsers en voor fietsers
                                    of berijders van paarden:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>ten dienste van de politie, de brandweer en
                                            geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens
                                            artikel 29, eerste lid Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens 1990, door de minister van Verkeer en
                                            Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li>
                  <li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de door het college aangewezen
                                            plaatsen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken welke
                                            krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                            uitgevoerd;</al></li>
                  <li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
                                            percelen gelegen binnen de door burgemeester en
                                            wethouders aangewezen plaatsen;</al></li>
                  <li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d. bedoelde personen.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b
                                            van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li>
                  <li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                            Milieuverordening Noord-Holland aangewezen
                                            stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij
                                            of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                            "toestel".</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Verbod vuur te stoken</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:34</nr>
                <titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken.</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen of anderszins vuur aan te leggen, te stoken
                                    of te hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover het betreft:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke</al></li>
                  <li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden, vuurkorven, indien geen
                                            afvalstoffen worden verbrand, vuur voor koken, bakken en
                                            braden, voorzover dat geen gevaar, overlast of hinder
                                            voor de omgeving oplevert.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>4.</lidnr>
                <al>De ontheffing kan worden geweigerd:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>in het belang van de openbare orde en veiligheid;</al></li>
                  <li nr="b."><al>ter bescherming van de woon- en leefomgeving;</al></li>
                  <li nr="c."><al>ter bescherming van flora en fauna;</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>5.</lidnr>
                <al>Het verbod geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3 van het
                                    Wetboek van Strafrecht, Wet milieubeheer of de Provinciale
                                    milieuverordening Noord-Holland:</al>
              </lid>
            </artikel>
          </afdeling>
          <afdeling>
            <kop>
              <label>Afdeling</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Verstrooiing van as</titel>
            </kop>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:35</nr>
                <titel>Begripsomschrijving</titel>
              </kop>
              <al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:36</nr>
                <titel>Verboden plaatsen</titel>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr>1.</lidnr>
                <al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al>
                <lijst>
                  <li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li>
                  <li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen;</al></li>
                  <li nr="c."><al>speellocaties;</al></li>
                  <li nr="d."><al>ligweiden en sportvelden.</al></li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>2.</lidnr>
                <al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                    termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het
                                    eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr>3.</lidnr>
                <al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel>
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr>5:37</nr>
                <titel>Hinder of overlast</titel>
              </kop>
              <al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al>
              <al>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</al>
            </artikel>
          </afdeling>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:1</nr>
              <titel>Strafbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Overtreding van het bij of krachtens de artikelen van deze verordening
                            bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                            beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                            geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak, voor zover daartegen niet
                            reeds bij Wet, algemene maatregel van bestuur of provinciale verordening
                            is voorzien. De politie is bevoegd om een bevel af te geven. Het niet
                            opvolgen van een politiebevel is strafbaar.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:2</nr>
              <titel>Toezichthouders</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast de (senior) integraal
                                    toezichthouders en coördinatoren werkzaam bij het Bureau
                                    Stadstoezicht;</al></li>
              <li nr="2."><al>De door de Regionale Uitvoeringsdient (RUD) als toezichthouder
                                    aangewezen medewerkers voor de artikelen 2:10 (voor wat betreft
                                    gebruik van de weg als werkplaats of als opslag voor
                                    milieugevaarlijke of hinder veroorzakende stoffen), en 4:5, 4:6,
                                    4:7 en 4:13 voor wat betreft mestopslag, afbraak materialen en
                                    oude metalen en voor de artikelen 4:2 en 4:3 voor wat betreft de
                                    naleving van de geluidsnormen bij incidentele- en collectieve
                                    festiviteiten;</al></li>
              <li nr="3."><al>Voorts zijn met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college
                                    dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:3</nr>
              <titel>Binnentreden woningen</titel>
            </kop>
            <al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De Algemene plaatselijke verordening Hoorn wordt ingetrokken. </al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:5</nr>
              <titel>Overgangsbepaling</titel>
            </kop>
            <al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6:6</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Algemene Plaatselijke
                            Verordening Hoorn 2010".</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>