<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21931_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Betuwe; 07-04-2004</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nr. 12E</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 januari
                        2004;</al><al/><al>gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>Vast te stellen de navolgende: </al><al/><al>Verordening op de ambtelijke bijstand 2004</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad: de gemeenteraad;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>de fractie: de raadsleden die op dezelfde kandidatenlijst zijn
                                    verkozen of anderszins samen optreden als politieke groepering
                                    in de raad;</al></li><li nr="d."><al>de griffier: de griffier van de raad of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="e."><al>de griffiemedewerker: de medewerker van de griffier die is
                                    aangesteld door of namens de raad;</al></li><li nr="f."><al>de secretaris: de gemeentesecretaris of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="g."><al>de ambtenaar: de in de reguliere ambtelijke organisatie werkzame
                                    medewerker die is aangesteld door of namens het college;</al></li><li nr="h."><al>informatie: gegevens neergelegd in schriftelijke stukken en
                                    ander materiaal dat gegevens bevat;</al></li><li nr="i."><al>advies: het kenbaar maken van een deskundig oordeel;</al></li><li nr="j."><al>bijstand:</al><lijst><li nr="1°."><al>het verschaffen van feitelijke informatie;</al></li><li nr="2°."><al>het verschaffen van inzage in of afschriften van
                                            documenten;</al></li><li nr="3°."><al>het verlenen van een advies;</al></li><li nr="4°."><al>het doen van onderzoek of het verlenen van hulp
                                            daarbij;</al></li><li nr="5°."><al>het verlenen van redactionele dan wel inhoudelijk hulp
                                            bij het opstellen en voorbereiden van
                                            initiatiefvoorstellen, amendementen, moties,
                                            interpellaties, voorstellen van orde, schriftelijke
                                            vragen, inlichtingen en dergelijke initiatieven op grond
                                            van het Reglement van orde voor de vergadering en andere
                                            werkzaamheden van de gemeenteraad van de gemeente
                                            Overbetuwe.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Leden van de raadscommissies, niet zijnde raadsleden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het in deze verordening bepaalde is eveneens van toepassing op
                                    leden van de raadscommissies, niet zijnde raadsleden.</al></li><li nr="2."><al>Waar raadslid staat vermeld, dient tevens te worden gelezen:
                                    leden van de raadscommissies, niet zijnde raadsleden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>AMBTELIJKE BIJSTAND</titel></kop><afdeling><kop><titel>AFDELING 1 BIJSTAND AAN DE RAAD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Opdracht tot bijstandverlening</titel></kop><al>Indien de raad als geheel bijstand wenst, geeft hij – tenzij hij
                                besluit tot uitbesteding – daartoe opdracht aan de griffier.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><titel>AFDELING 2 BIJSTAND AAN INDIVIDUELE RAADSLEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verzoek aan de griffier</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien één of meerdere raadsleden bijstand wensen, wenden
                                        zij zich tot de griffier. Bijstand wordt zo spoedig mogelijk
                                        verleend door de griffier of door een
                                        griffiemedewerker.</al></li><li nr="2."><al>Een raadslid kan zich ook rechtstreeks tot de desbetreffende
                                        ambtenaar wenden in de gevallen waarin de gevraagde bijstand
                                        bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het verschaffen van niet-politiek gevoelige,
                                                feitelijke informatie van geringe omvang; </al></li><li nr="b."><al>het verschaffen van inzage in of afschriften van
                                                documenten die openbaar zijn.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De desbetreffende ambtenaar draagt er zorg voor dat de in
                                        het tweede lid onder a en b bedoelde bijstand zo spoedig
                                        mogelijk wordt verleend.</al></li><li nr="4."><al>Indien het verzoek om bijstand als bedoeld in het tweede lid
                                        onder a en b is ingediend bij de griffie kan deze voor het
                                        verkrijgen van de gevraagde informatie een beroep doen op de
                                        desbetreffende ambtenaar.</al></li><li nr="5."><al>Indien de desbetreffende ambtenaar twijfelt of het verzoek
                                        om bijstand de in het tweede lid onder a en b bedoelde
                                        gevallen betreft, stelt hij de secretaris daarvan in kennis.
                                        De secretaris beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verzoek aan de secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een
                                        griffiemedewerker kan worden verleend, kan de griffier de
                                        secretaris verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen
                                        die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></li><li nr="2."><al>De desbetreffende ambtenaren blijven werkzaam onder
                                        verantwoordelijkheid van de secretaris.</al></li><li nr="3."><al>Aan ambtenaren kan niet worden gevraagd om het geven van een
                                        advies met betrekking tot een door het raadslid te maken
                                        politieke keuze.</al></li><li nr="4."><al>Voor de door de ambtenaren verleende bijstand als bedoeld in
                                        het eerste lid worden geen kosten in rekening gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Geen geheimhouding bij verzoeken aan de secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het verzoeken om bijstand mag degene die deze hulp
                                        verleent, niet tot geheimhouding verplicht worden. </al></li><li nr="2."><al>Indien het college of leden van het college informatie
                                        wensen over de inhoud van de gegeven bijstand wenden zij
                                        zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Bijstand wordt verleend, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>het verlenen van bijstand het belang van de gemeente kan
                                        schaden;</al></li><li nr="c."><al>de reguliere taakuitoefening van de betreffende ambtenaren
                                        hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en de bijstand
                                        niet tot geringere, meer aanvaardbare proporties kan worden
                                        teruggebracht.</al></li><li nr="d."><al>het raadslid overmatig gebruik blijkt te maken van het recht
                                        op ambtelijke bijstand.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beoordeling van de weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een verzoek om bijstand op grond van artikel 4,
                                        eerste lid gericht is aan de griffier, beoordeelt de
                                        griffier of bijstand dient te worden geweigerd. Indien een
                                        verzoek om bijstand op grond van artikel 5 aan de secretaris
                                        is gericht, beoordeelt de secretaris of bijstand dient te
                                        worden geweigerd.</al></li><li nr="2."><al>Weigering van het verzoek om bijstand wordt met redenen
                                        omkleed. </al></li><li nr="3."><al>Indien de griffier respectievelijk de secretaris bijstand
                                        weigert op grond van de in artikel 7, onder c genoemde
                                        weigeringsgrond, kan de raad besluiten om externen in te
                                        schakelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Geschillenregeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het betrokken raadslid of de griffier een weigering
                                        van bijstand als bedoeld in artikel 8, eerste lid niet
                                        accepteert, kan het geschil worden voorgelegd aan de
                                        burgemeester. </al></li><li nr="2."><al>Indien het betrokken raadslid niet tevreden is over de
                                        kwaliteit van de geleverde bijstand, doet hij hiervan
                                        mededeling aan de griffier. </al></li><li nr="3."><al>Indien het geschil als bedoeld in het tweede lid betrekking
                                        heeft op bijstand verleend door een ambtenaar legt de
                                        griffier dit voor aan de secretaris.</al></li><li nr="4."><al>Indien het overleg tussen het raadslid en de griffier en, in
                                        gevallen als bedoeld in het derde lid, ook de secretaris
                                        niet leidt tot een voor alle partijen bevredigende
                                        oplossing, leggen zij de klacht voor aan de
                                        burgemeester.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de aan hem
                                        voorgelegde geschillen. </al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, is de burgemeester
                            bevoegd om, na overleg met de griffier en secretaris, een beslissing te
                            nemen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening op de ambtelijke
                            bijstand 2004".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 30 maart 2004.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink MBA</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E. Tuijnman.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al/><al>In het duale stelsel zijn de taken van raad en college gescheiden. Om de
                        raad in staat te stellen zijn taken adequaat te kunnen uitoefenen is in de
                        gewijzigde Gemeentewet de positie van de raad versterkt. In artikel 33 lid 1
                        Gemeentewet is opgenomen dat de raad en elk van zijn leden recht hebben op
                        ambtelijk bijstand. Artikel 33 lid 2 Gemeentewet bepaalt dat de in de raad
                        vertegenwoordigde groeperingen recht hebben op ondersteuning. </al><al/><al>Met betrekking tot het recht op fractieondersteuning uit artikel 33 lid 2
                        Gemeentewet heeft de raad in de door hem op 7 januari 2003 vastgestelde
                        Eindrapportage van de raadscommissie Dualisme gesteld dat inhoudelijke
                        ondersteuning van de griffier belangrijker is dan fractieondersteuning en is
                        een zware griffie verkozen die ondersteuning kan geven bij het vorm en
                        inhoud geven van initiatiefmogelijkheden boven fractieassistenten. </al><al/><al>De ambtelijke ondersteuning van de raad heeft in de eerste plaats vorm
                        gekregen door middel van het verplicht stellen van een griffier die de raad
                        ondersteunt. Deze griffier vervult een "spilfunctie" tussen de raadsleden en
                        de reguliere ambtelijke organisatie. Er zal immers behoefte blijven bestaan
                        aan bijstand door de reguliere ambtelijke organisatie. De griffie is, in
                        vergelijking met de reguliere ambtelijke organisatie, beperkt van omvang,
                        zodat zij zich bij het verlenen van bijstand met name richt op algemene
                        ondersteuning op het gebied van amendementen, moties en regelingen. Voor
                        specialistische hulp zal een beroep op de reguliere ambtelijke organisatie
                        dan ook nodig blijven. Dit geldt ook voor specifieke informatie die alleen
                        bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever heeft
                        dat onderkend en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning
                        expliciet vastgelegd in artikel 33 lid 1 Gemeentewet. Deze verordening vormt
                        de uitwerking van dit recht. </al><al/><al>De Verordening op de ambtelijke bijstand 2004 is niet vatbaar voor een
                        referendum, aangezien de verordening geen algemeen verbindende voorschriften
                        bevat en ook niet aan het overige gestelde in artikel 8 van de Tijdelijke
                        referendumwet voldoet. De verordening heeft betrekking op het interne
                        functioneren van de gemeenteraad en de verhouding tussen de griffie en de
                        reguliere ambtelijke organisatie. </al><al/></divisie><divisie><kop><titel>2. Artikelgewijze toelichting</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In de verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen tussen
                        ambtenaren en medewerkers van de griffie, zodat duidelijk is over welke
                        medewerkers wordt gesproken en onder wiens verantwoordelijkheid (college of
                        raad) zij vallen. Dat neemt niet weg dat medewerkers van de griffie ook
                        ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al/><al>Het begrip "informatie" is afgeleid uit de Wet Openbaarheid van
                        Bestuur.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Leden van de raadscommissies, niet zijnde raadsleden</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Opdracht tot bijstandverlening</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verzoek aan de griffier</titel></kop><al>De begrippen "document" en "openbaar" worden gebruikt in de betekenis die
                        zij in de Wet openbaarheid van bestuur hebben. Voor niet-openbare documenten
                        wordt een regeling gegeven in artikel 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Deze
                        regelingen zijn onder andere uitgewerkt in het Reglement van orde voor de
                        gemeenteraad en de Verordening op de raadscommissies.</al><al/><al>Algemeen uitgangspunt is dat raadsleden zich voor bijstand wenden tot de
                        griffier. Alleen in de in lid 2 genoemde uitzonderingsgevallen kunnen zij
                        zich rechtstreeks tot de ambtenaar wenden, al kunnen zij ook voor deze
                        vormen van bijstand gewoon bij de griffie terecht. De griffie regelt
                        vervolgens, indien nodig, met de reguliere ambtelijke organisatie dat de
                        gevraagde bijstand er komt.</al><al/><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                        verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijken. Dat zou immers een
                        beperking opleveren van het recht op ambtelijke bijstand, daar waar het
                        mogelijk maken hiervan de intentie is. Om ambtenaren te beschermen en hen
                        niet in de bekende spagaat te brengen, is het echter goed om alleen
                        feitelijk-technische vragen bij hen te leggen. De politiek-tactische vragen
                        horen bij het college thuis en moeten dan ook daar worden neergelegd. Indien
                        dergelijke vragen onverhoopt toch bij de reguliere ambtelijke organisatie
                        terechtkomen en de secretaris beslist dat het verzoek om bijstand niet valt
                        onder de in het tweede lid onder a en b genoemde gevallen, maar dat er
                        sprake is van een politiek-tactische vraag, zal de griffier deze vraag dan
                        ook rechtstreeks bij het college neerleggen. Zo wordt de vraag toch
                        beantwoord, alleen niet op het ambtelijke maar het politiek-bestuurlijke
                        niveau. </al><al/><al>Indien een verzoek vanwege de omvang volgens de secretaris niet onder de in
                        het tweede lid onder a en b genoemde gevallen valt, zal de procedure van
                        artikel 5 worden gevolgd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verzoek aan de secretaris</titel></kop><al>Zoals eerder is aangegeven, zal de griffie voor specialistische vormen van
                        bijstand vaak een beroep moeten doen op de reguliere ambtelijke organisatie.
                        Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke
                        organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten
                        aanwijzen. Om te voorkomen dat een ambtenaar "in de knel" komt, verdient het
                        daarbij aanbeveling om, indien mogelijk, de ondersteuning aan de raad door
                        een andere ambtenaar te laten doen dan degene die met een bepaald onderwerp
                        is belast voor het college. Dit is echter ter beoordeling van de secretaris.
                        Mocht een ambtenaar die daartoe door de secretaris wordt aangewezen geen
                        bijstand willen verlenen dan betreft dit een rechtspositioneel probleem dat
                        binnen het ambtelijk apparaat zelf moet worden opgelost.</al><al/><al>Met de secretaris maakt de griffier nadere afspraken over de gewenste vorm
                        van de bijstand. De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet
                        mogelijk in de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband
                        met de verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek.
                        De griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al/><al>De politieke oordeelsvorming over beleidsontwikkelingen is een specifieke
                        aangelegenheid van de daarvoor verantwoordelijke raadsleden. Met de in het
                        derde lid genoemde bepaling wordt voorkomen dat ambtenaren daarvoor worden
                        ingeschakeld. Door de omschrijving wordt ook voorkomen dat de ambtelijke
                        organisatie wordt geconfronteerd met tegenstrijdige opdrachten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Geen geheimhouding bij verzoeken aan de secretaris</titel></kop><al>Indien een raadslid om ambtelijke bijstand verzoekt, moet hij ervan uit
                        kunnen gaan dat de ambtenaar bij het verrichten van die werkzaamheden loyaal
                        bijstand verleend in de richting van het raadslid en derhalve op het
                        gevraagde punt terughoudend richting het college opereert. Het college is,
                        als bevoegd gezag, echter wel op de hoogte van het feit dat er bijstand
                        wordt verleend. Er ontbreekt een wettelijke grondslag om inbreuk te kunnen
                        maken op de gezagsrelatie tussen het college en de betreffende ambtenaren en
                        de daarbij behorende interne openheid, zodat in deze gevallen geen
                        geheimhouding kan worden opgelegd.</al><al/><al>Om te voorkomen dat een ambtenaar onder druk komt te staan door vragen
                        vanuit (leden van) het college over de werkzaamheden die hij in het kader
                        van verzoeken om ambtelijke bijstand verricht, is bepaald dat (de leden van)
                        het college zich met dergelijke vragen richt tot het raadslid. Dit zorgt
                        ervoor dat het raadslid in zijn (politieke) dialoog met het college de regie
                        op zijn verzoek behoudt. Indien raadsleden wensen dat het college helemaal
                        niet op de hoogte is van het feit dat zij bijstand wensen, zullen zij dit
                        bij de griffier moeten aangeven. Deze zal dan zelf de bijstand moeten
                        verlenen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Uitgangspunt is dat zoveel als mogelijk aan een verzoek om ambtelijke
                        bijstand moet worden voldaan en alleen zwaarwegende argumenten tot weigering
                        mogen leiden.</al><al/><al>Sub a</al><al>Deze weigeringsgrond betreft verzoeken om ambtelijke bijstand zonder dat
                        duidelijk is dat een dergelijk verzoek voortvloeit uit of bijdraagt aan de
                        kaderstellende, controlerende of volksvertegenwoordigende rol van
                        raadsleden. De ambtelijke bijstand is met andere woorden niet bedoeld voor
                        andere werkzaamheden dan die rechtstreeks voortvloeien uit het
                        raadslidmaatschap, en andere belangen dan het algemeen, gemeentelijk belang
                        dat zij primair stellen.</al><al/><al>Sub b</al><al>Deze weigeringsgrond is opgenomen om in een bijzonder geval het belang van
                        de gemeente te beschermen.</al><al/><al>Sub c</al><al>Er kan zich een situatie voordoen dat de benodigde ambtelijke ondersteuning
                        zo omvangrijk is of zo veel van een specifieke deskundigheid vraagt dat
                        daardoor het normaal functioneren van het gemeentelijk apparaat in het
                        geding komt. Daarom is een bepaling opgenomen dat bijstand kan worden
                        geweigerd indien daardoor de normale taakuitoefening van het ambtelijk
                        apparaat aanmerkelijk zou worden belemmerd. Als alternatief zou ook een
                        beroep kunnen worden gedaan op de weigeringsgrond "het schaden van het
                        belang van de gemeente".</al><al/><al>Sub d</al><al>In de modelverordening van de VNG is ook voorzien in een beperking van de
                        ambtelijke bijstand door per raadslid een bepaald aantal uren beschikbaar te
                        stellen. Deze beperking is niet overgenomen. Dit omdat het de mogelijkheden
                        van de raad teveel zou beperken en dit – nu de positie en werkwijze van de
                        raad nog in ontwikkeling zijn – niet wenselijk is. Ook wordt het moeilijk de
                        bijstand toe te rekenen naar raadsleden indien de ambtelijke bijstand moet
                        worden verleend op verzoek van meerdere raadsleden. Daarnaast vereist een
                        dergelijke regeling dat er zowel een centraal registratiesysteem moet worden
                        bijgehouden als een urenregistratie door de ambtenaren die de bijstand
                        verlenen. Door geen beperking in uren op te nemen kan zich wel een situatie
                        voordoen dat één of meer raadsleden overmatig verzoeken tot ambtelijke
                        bijstand indienen en hiermee een onevenredig beslag op de capaciteit van de
                        griffie dan wel de reguliere ambtelijke organisatie leggen. Daarom is een
                        bepaling opgenomen dat bijstand in dat geval kan worden geweigerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beoordeling</titel></kop><al>De beoordeling of een verzoek om bijstand in strijd is met één van de
                        limitatief opgesomde gronden is aan de griffier als hoofd van de griffie
                        respectievelijk de secretaris als hoofd van het ambtelijk apparaat. Alleen
                        zij bevinden zich in een positie waarin deze afweging kan worden gemaakt.
                        Bij een weigering moet het besluit gemotiveerd aan het betrokken raadslid
                        worden medegedeeld. De griffier zal bij een afwijzing in overleg treden met
                        het betrokken raadslid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Geschillenregeling</titel></kop><al>Het kan zijn dat een raadslid het niet eens is met het besluit tot weigering
                        van bijstand en de daaraan ten grondslag liggende motieven. Daarom wordt
                        voorzien in een beroepsmogelijkheid voor het raadslid. De burgemeester is –
                        als voorzitter van zowel de raad als het college – de aangewezen persoon om
                        een eindoordeel te vellen. </al><al/><al>Uiteraard zal de burgemeester hierover overleg voeren met de secretaris en
                        de griffier (en indien nodig ook het betrokken raadslid). De raad kan ook
                        via de gebruikelijk weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoording af
                        te leggen (artikel 180 Gemeentewet).</al><al/><al>Indien aan een raadslid bijstand wordt verleend kan het zijn dat de
                        geleverde bijstand naar het oordeel van het raadslid kwalitatief onvoldoende
                        is. Betreft het een medewerker van de eigen griffie kan het raadslid zich
                        uiteraard wenden met zijn klacht tot de griffier. De griffier is belast met
                        de leiding van de griffie. Indien de klacht echter betrekking heeft op een
                        ambtenaar van het ambtelijk apparaat zal het raadslid zich moeten wenden tot
                        de secretaris. Dit doet het raadslid door tussenkomst van de griffier.
                        Alleen zo kan de griffier het zicht houden op de geleverde ambtelijke
                        bijstand en de kwaliteit daarvan en de aan hem opgedragen taak adequaat
                        uitvoeren.</al><al/><al>De verwachting is dat meestal overleg met de griffier en de secretaris tot
                        een bevredigende oplossing zal leiden. Mocht dit onverhoopt niet lukken dan
                        wordt ook hier voorzien in een beroepsmogelijkheid bij de burgemeester.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>