<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21920_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van een baatbelasting voor de aansluiting op de riolering van panden in het buitengebied, deel II</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening baatbelasting riolering buitengebied, deel II</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 222</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-06-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van een baatbelasting voor de aansluiting op de riolering van panden in het buitengebied, deel II</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Elst;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13
                        juni 2000;</al><al/><al>gelet op artikel 222 van de Gemeentewet en het ‘Bekostigingsbesluit
                        riolering buitengebied’, vastgesteld bij raadsbesluit van 28 oktober 1997,
                        nr. 9;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN EEN BAATBELASTING VOOR
                            DE AANSLUITING OP DE RIOLERING VAN PANDEN IN HET BUITENGEBIED, DEEL
                            II.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>een onroerende zaak:</al><lijst><li nr="1."><al>een gebouwd eigendom;</al></li><li nr="2."><al>een ongebouwd eigendom;</al></li><li nr="3."><al>een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat
                                        blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk
                                        geheel te worden gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde
                                        eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar
                                        omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>De tekeningen 98.392 en 98.393 die betrekking hebben op de
                                onroerende zaken als bedoeld in artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘Baatbelasting riolering buitengebied, deel II’ wordt de vorm
                        van een heffing ineens een directe belasting geheven ter zake van de
                        onroerende zaken gelegen in de gemeente binnen de omlijning op de bij deze
                        verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, die op 1 januari
                        2001 gebaat zijn door de aanleg van riolering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak
                                als bedoeld in artikel 2, het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                                of beperkt recht.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op
                                het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting
                                wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de
                                aanvang van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale
                                registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen
                                genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
                                artikel 2, ter zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst
                                zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die
                                onroerende zaak niet geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De maatstaf van heffing is een bedrag per onroerende zaak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>De belasting bedraagt 50 % van de per onroerende zaak voor rekening van de
                        gemeente blijvende aanlegkosten, tot een maximumbedrag van ƒ 5.000,00 per
                        aansluiting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse
                            belasting</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op
                                            verzoek van de belastingplichtige de belasting geheven
                                            in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 30
                                            jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin dient
                                            binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag
                                            schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid,
                                            onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
                                            gemeenteambtenaar te worden ingediend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het
                                            totaal verschuldigde, berekend op basis van een periode
                                            van 30 jaren en een rentevoet van 5.5 %.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren
                                            kan elk jaar worden afgekocht. De afkoopsom wordt
                                            bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van
                                            het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt, nog te
                                            verschijnen belastingbedragen berekend naar een
                                            rentevoet van 5,5 %.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                            jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van
                                            het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid
                                            eindigt of wijzigt als gevolg van het overdragen van
                                            eigendom, bezit of beperkt recht, met ingang van het
                                            eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd
                                            voor de resterende belastingjaren van het
                                            belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid
                                            van dit artikel.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op
                                            verzoek van de in dat onderdeel bedoelde
                                            belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig
                                            het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient
                                            binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslag
                                            ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel
                                            231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
                                            bedoelde ambtenaar te worden ingediend.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="94*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
                                            jaarlijkse heffing en in de loop van het
                                            belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt
                                            recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt
                                            overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
                                            belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in
                                            artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw
                                            vastgesteld voor de nog niet verstreken
                                            belastingjaren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>De aanslagen moeten worden betaald binnen 2 maanden na de dagtekening van
                        het aanslagbiljet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de baatbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de baatbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2001.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening baatbelasting
                                riolering buitengebied, deel II’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 27 juni 2000.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>