<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21887_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Overbetuwe 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">officiele bekendmakingen, gemeenteblad 34140, 21 maart 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Overbetuwe 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15rb000163</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>subsidieregelingen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9365</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Overbetuwe 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gemeente Overbetuwe</al><al/><al>Ons kenmerk: 15RB000163</al><al/><al>Nr. 10</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 19 januari
                        2016;</al><al/><al>gelezen het advies van de voorbereidende vergadering van 1 maart 2016 ;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Algemene subsidieverordening</vet></al><al><vet>gemeente Overbetuwe 2016</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr.
                                651/2014 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 17 juni
                                2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87
                                en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar
                                worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”)
                                (PbEU L 187/69), dan wel later daarvoor in de plaats tredende
                                Europese regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1407/2013 van de
                                Commissie van Europese Gemeenschappen van 18 december 2013 (PbEU
                                L352/3), verordening (EG) nr. 1408/2013 van de Commissie van de
                                Europese Gemeenschappen van 18 december 2013 betreffende de
                                toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende
                                de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de
                                landbouwsector (PbEU L 352/9) en verordening (EG) nr. 717/2014 van
                                de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 2014
                                betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het
                                Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op
                                de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L
                                190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese
                                regelgeving;</al></li><li nr="c."><al>egalisatiereserve: een reserve bedoeld om schommelingen in de
                                exploitatiekosten op te kunnen vangen.</al></li><li nr="d."><al>Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling,
                                besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun
                                die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op
                                de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft
                                vastgesteld;</al></li><li nr="e."><al>onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van
                                financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="f."><al>verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;</al></li><li nr="g."><al>wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening is van toepassing op het verstrekken van subsidies
                                door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies
                                waarvoor bij verordening een uitputtende regeling is getroffen en
                                subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is als bedoeld in
                                artikel 4:23, derde lid, van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening geheel of
                                gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op subsidies
                                die kunnen worden verstrekt zonder grondslag in een wettelijke
                                regeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen bij subsidieregeling vast welke
                        activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van
                        toepassing, wordt hierin ook bepaald welke doelgroepen voor subsidie in
                        aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen
                        worden uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij subsidieregeling afwijken van
                                deze verordening en deze aanvullen als dit noodzakelijk is voor het
                                voldoen aan een Europees steunkader.</al></li><li nr="2."><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                                gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling
                                naar het toepasselijke steunkader.</al></li><li nr="3."><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen
                                van het steunkader.</al></li><li nr="4."><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                komen alleen voor subsidie in aanmerking de activiteiten,
                                doelstellingen, resultaten en kosten die voldoen aan de eisen van
                                het toepasselijke steunkader.</al></li><li nr="5."><al>Bij subsidies waarop de algemene groepsvrijstellingsverordening of
                                de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen
                                in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van deze
                                verordeningen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In
                                dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling
                                van de betrokken subsidie.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen:</al><lijst><li nr="a."><al>als het is vastgesteld voordat de begroting voor het
                                        betrokken jaar is vastgesteld of;</al></li><li nr="b."><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond
                                        betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de
                                        begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd
                                overeenkomstig het tweede lid wordt gewezen op de mogelijkheid van
                                verlaging.</al></li><li nr="4."><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld
                                of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                gelden op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend
                                            bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een
                                            door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                            aanvraagformulier.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>De aanvraag bevat:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor de
                                            subsidie wordt aangevraagd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>de doelen en resultaten die met die activiteiten worden
                                            nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan
                                            bijdragen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>een begroting van de kosten van deze activiteiten en een
                                            dekkingsplan hiervoor. Het dekkingsplan bevat een opgave
                                            van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen
                                            voor dezelfde activiteiten, onder vermelding van de
                                            stand van zaken daarvan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als de aanvrager een onderneming is:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>i.</al></entry><entry colname="col4"><al>een opgave van subsidies, vergoedingen of
                                            tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen
                                            bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor
                                            de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                                            aangevraagd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>ii.</al></entry><entry colname="col4"><al>een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening
                                            (de-minimisverklaring);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een
                                            rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de
                                            egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie
                                            aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte,
                                            de statuten, een kopie van het inschrijfbewijs van de
                                            Kamer van Koophandel en ook een exemplaar van het
                                            jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                            voorgaande jaar toe aan de aanvraag.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>In een subsidieregeling kan van dit artikel worden
                                            afgeweken met uitzondering van onderdeel d van het
                                            tweede lid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen
                                            van de eisen genoemd in het eerste tot en met het derde
                                            lid van dit artikel, met uitzondering de eisen genoemd
                                            in onderdeel d van het tweede lid.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt,
                                wordt ingediend vóór 1 juni voorafgaand aan het jaar, of bij
                                meerjarige subsidies de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.
                            </al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt wordt
                                uiterlijk 13 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend als het
                                boekjaar niet gelijk valt met een kalenderjaar.</al></li><li nr="3."><al>Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 13 weken
                                voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten
                                waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.</al></li><li nr="4."><al>In een subsidieregeling kan van dit artikel worden afgeweken.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste tot en met het derde lid van dit
                                artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie
                                als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 1 oktober van het
                                jaar waarin de aanvraag is ingediend. </al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie
                                als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 13 weken nadat
                                de volledige aanvraag is ingediend.</al></li><li nr="3."><al>In een subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></li><li nr="4."><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde
                                lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie
                                wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een
                                eindbeslissing heeft genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Meerjarige subsidie, indexering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor meerdere jaren achtereen
                                subsidie verstrekken, maar ten hoogste voor vier jaar.</al></li><li nr="2."><al>Als een meerjarige subsidie wordt verstrekt, wordt in de
                                subsidiebeschikking aangegeven op welk bedrag de subsidieontvanger
                                voor elk jaar recht heeft dan wel op welke wijze het toegekende
                                bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Naast het bepaalde in de artikelen 4:25, tweede lid, en
                                            4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren
                                            burgemeester en wethouders de subsidie in ieder
                                            geval:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108,
                                            derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de
                                            subsidie onverenigbaar is met de interne markt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot
                                            terugvordering uitstaat door een eerdere beschikking van
                                            de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en
                                            onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is
                                            verklaard.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Verder kunnen burgemeester en wethouders de subsidie in
                                            ieder geval weigeren:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet voor het
                                            grootste deel gericht zijn op de gemeente of haar
                                            ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de
                                            gemeente of haar ingezetenen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als de te subsidiëren activiteiten niet verenigbaar zijn
                                            met het gemeentelijke beleid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal
                                            worden gebruikt om:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te
                                            verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten,
                                            of</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>-</al></entry><entry colname="col4"><al>strafbare feiten te plegen,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>zoals wordt bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet
                                            bibob);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld
                                            om voor subsidie in aanmerking te komen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd in
                                            strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen
                                            belang of de openbare orde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>voor zover bepaalde groepen van deelname aan de
                                            activiteiten worden uitgesloten en daarmee naar het
                                            oordeel van burgemeester en wethouders niet een nuttig
                                            doel wordt gediend, zodat sprake is van ontoelaatbare
                                            discriminatie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd een
                                            partijpolitiek, religieus of levensbeschouwelijk
                                            karakter hebben;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>h.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de
                                            Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde
                                            lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie
                                            verenigbaar is met de interne markt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>i.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als niet is aangetoond dat de subsidie nodig is voor het
                                            verrichten van de activiteiten waarvoor deze is
                                            aangevraagd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>j.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>als burgemeester en wethouders onvoldoende reden zien om
                                            de subsidie te verlenen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>k.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde
                                            gevallen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder
                                            geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden,
                                            bedoeld in artikel 3 van de Wet bibob.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met
                                            rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een
                                            terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een
                                            onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                                subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of
                                dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat
                                meteen aan burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen
                                schriftelijk over: </al><lijst><li nr="a."><al>beslissingen of procedures die zijn gericht op de
                                        beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is
                                        verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde
                                        rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de
                                        subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen
                                        kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de
                                        bestuurder of bestuurders en het doel van de
                                        rechtspersoon.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij subsidies hoger dan € 50.000,00 verleend voor activiteiten die
                                meer dan een jaar in beslag nemen en bij meerjarige subsidies kan de
                                verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van
                                rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en
                                de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt
                                niet vaker dan één keer per jaar verlangd.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij de subsidieverlening
                                verplichtingen opleggen, die strekken tot verwezenlijking van het
                                doel van de subsidie.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen verplichtingen opleggen over de
                                wijze waarop de activiteit wordt verricht. Deze verplichtingen
                                kunnen onder meer betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>social return on investment;</al></li><li nr="b."><al>duurzaamheid.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In een subsidieregeling kan worden bepaald dat een subsidieontvanger
                                aan burgemeester en wethouders een vergoeding van vermogenswaarden
                                verschuldigd is in gevallen bedoeld als in artikel 4:41, tweede lid,
                                van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de
                                vergoeding wordt bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Egalisatiereserve</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Is een jaar- of boekjaarsubsidie verleend voor een in de loop van
                                het jaar uit te voeren activiteitenplan en blijkt dat daarvoor niet
                                de gehele subsidie nodig was, dan vormt de subsidieontvanger een
                                egalisatiereserve van ten hoogste tien procent van het
                                subsidiebedrag. Bedraagt het overschot meer dan tien procent, dan
                                wordt het meerdere door burgemeester en wethouders terug
                                gevorderd.</al></li><li nr="2."><al>De ontvanger van een andere dan een jaarsubsidie kan burgemeester en
                                wethouders verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. Dan is
                                het vorige lid van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de egalisatiereserve
                                een zeker bedrag niet te boven mag gaan en dat deze slechts binnen
                                een bepaalde termijn kan worden gebruikt. Is de egalisatiereserve
                                gedurende deze termijn niet geheel gebruikt, dan wordt het restant
                                door burgemeester en wethouders terug gevorderd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidies tot en met € 5.000 worden door burgemeester en
                                wethouders</al><lijst><li nr="a."><al>direct vastgesteld, of </al></li><li nr="b."><al>ambtshalve vastgesteld binnen 8 weken nadat de activiteiten
                                        uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In afwijking van lid 1 onderdeel b kunnen burgemeester en wethouders
                                verlangen dat de subsidieontvanger aantoont dat de gesubsidieerde
                                activiteiten hebben plaatsgevonden en dat is voldaan aan de aan de
                                subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de
                                vaststelling plaats uiterlijk 8 weken nadat de gevraagde
                                inlichtingen zijn verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000
                                wordt na verlening binnen 30 dagen een voorschot verstrekt ter
                                hoogte van de verleende subsidie. </al></li><li nr="4."><al>In een subsidieregeling kan worden afgeweken van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij subsidies vanaf € 5.000 tot en met € 50.000 dient de
                                subsidieontvanger uiterlijk 8 weken nadat de gesubsidieerde
                                activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in met
                                gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld
                                formulier.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag bevat een financieel verslag en een inhoudelijk verslag
                                waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn
                                verricht.</al></li><li nr="3."><al>In een subsidieregeling kan worden afgeweken van dit artikel.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste tot en met het derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een
                                aanvraag tot vaststelling in:</al><lijst><li nr="a."><al>in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt
                                        verstrekt: vóór 1 juni van het jaar dat volgt op het
                                        betrokken kalenderjaar;</al></li><li nr="b."><al>in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt,
                                        wanneer dit afwijkt van een kalenderjaar: uiterlijk 13 weken
                                        na afloop van het betrokken boekjaar;</al></li><li nr="c."><al>in andere gevallen uiterlijk 8 weken nadat de gesubsidieerde
                                        activiteiten zijn verricht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door
                                burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                                        gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de
                                        hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag)
                                        of, als de subsidieontvanger wettelijk verplicht is deze op
                                        te stellen, een jaarrekening; </al></li><li nr="c."><al>een controleverklaring, opgesteld door een accountant.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>In een subsidieregeling kan worden afgeweken van dit artikel.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                bepaalde in het eerste tot en met het derde lid. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen 13 weken
                                na ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in
                                een subsidieregeling anders is bepaald.</al></li><li nr="2."><al>In een subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden
                                aangewezen waarvoor de subsidie direct of ambtshalve wordt
                                vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft
                                te worden ingediend. </al></li><li nr="3."><al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip,
                                als bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef
                                en onder a, b of c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders
                                de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt
                                de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij
                                overgaan tot ambtshalve vaststelling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt
                                van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met
                                gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de
                                subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al></li><li nr="2."><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                                uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de
                                subsidieverlening voorgeschreven definities. </al></li><li nr="3."><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                                alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan
                                de eisen van het toepasselijke steunkader.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen deze verordening, met uitzondering
                                van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten
                                toepassing laten of daarvan afwijken wanneer de toepassing van die
                                bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou
                                hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken
                                bepalingen te dienen doelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening gemeente Overbetuwe 2008, zoals vastgesteld
                        bij besluit van 22 april 2008, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening 2008 blijft van toepassing op subsidies die
                        zijn verleend voor inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening
                        2016. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 april 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente
                        Overbetuwe 2016.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 15 maart 2016 .</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.J. van den Brink MBA.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs A.S.F. van Asseldonk.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>De Algemene subsidieverordening biedt een kader voor de verstrekking van
                    subsidies. Het omvat het proces rondom subsidieverstrekkingen. De verordening
                    biedt de mogelijkheid om in subsidieregelingen nadere invulling te geven aan de
                    verordening en het beleid rondom te subsidiëren activiteiten.</al><al>Door burgemeester en wethouders kan in subsidieregelingen worden afgeweken van
                    een aantal bepalingen in deze verordening, als dit voor de betreffende subsidie
                    beter past. In een verleningsbeschikking kan daarnaast, waar hier ruimte voor
                    bestaat, nader invulling gegeven worden aan de regels en maatwerk worden
                    toegepast. Hierbij wordt er wel nadrukkelijk voor gewaakt dat er geen willekeur
                    ontstaat.</al><al/><al><vet>De Algemene wet bestuursrecht</vet></al><al>Titel 4.2 van de wet geeft al veel regels rondom subsidieverstrekking. De
                    verordening regelt hetgeen dat niet, of facultatief in de wet is geregeld. Dat
                    betekent dat bij subsidieverstrekking zowel de verordening als de wet van belang
                    zijn als regelend kader.</al><al>Soms geeft de wet bepaalde mogelijkheden, maar voorwaarde is dan dat ze in een
                    verordening zijn geregeld. Een voorbeeld is artikel 4:22 van de wet over het
                    instellen van een subsidieplafond (komt terug in artikel 5 van de verordening)
                    en 4:38 en 4:39 van de wet, die gaan over het opleggen van bepaalde
                    verplichtingen aan de subsidieontvanger (zie artikel 12, tweede en derde lid van
                    de verordening).</al><al/><al><vet>Uitvoeringsovereenkomst</vet></al><al>De wet geeft in artikel 3:36 de mogelijkheid om bij subsidies een
                    uitvoeringsovereenkomst af te sluiten.</al><al>Dit kan met name van belang zijn als een gesubsidieerde instelling activiteiten
                    uitvoert die essentieel zijn voor bepaalde diensten in de gemeente, zoals zorg
                    of bibliotheekdiensten. De gemeente kan dan indien nodig nakoming vorderen van
                    de gesubsidieerde activiteiten en kan ook samen met de subsidieontvanger
                    resultaatverplichtingen vastleggen.</al><al>Overigens kan er ook heel veel vastgelegd worden in de
                    subsidieverleningsbeschikking. Het is dus lang niet altijd nodig om een
                    uitvoeringsovereenkomst op te stellen. De uitvoeringsovereenkomst moet geen
                    doublure zijn van de beschikking. Bij geschillen over de uitvoeringsovereenkomst
                    is de burgerlijke rechter bevoegd. </al><al/><al><vet>Topinkomens</vet></al><al>Er is regelmatig commotie over hoge inkomens bij gesubsidieerde instellingen.
                    Gemeenten hebben in het verleden wel eens geprobeerd om in hun
                    subsidieregelgeving voorwaarden te stellen aan de hoogte van topinkomens bij
                    door hen gesubsidieerde instellingen. Hier is door de rechter een streep
                    doorgehaald (ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ6635). Het is wel mogelijk om in de
                    subsidiebeschikking te bepalen dat er van het subsidiebedrag maar een bepaald
                    percentage of maximum aan personeelskosten mag worden besteed. Een andere
                    mogelijkheid is om in een subsidieregeling te bepalen welke kosten voor subsidie
                    in aanmerking komen en dan ofwel salariskosten bij de berekening van het
                    subsidiebedrag helemaal uit te sluiten, ofwel ze bij de berekening voor een
                    bepaald maximum meenemen. Dit zal niet altijd mogelijk zijn, bijvoorbeeld als de
                    uitvoering van gesubsidieerde activiteiten met name afhankelijk is van de inzet
                    van gekwalificeerde medewerkers.</al><al> </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Alleen de artikelen die toelichting nodig hebben worden hier onder
                    besproken.</al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Sub a: onder de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV 651/2014) zijn
                    veel steuncategorieën vrijgesteld van de aanmeldingsplicht en kan worden
                    volstaan met een kennisgeving. De AGVV is voor decentrale overheden een van de
                    meest praktische manieren om steun ‘staatssteunproof’ te maken, omdat deze veel
                    steuncategorieën bevat en deze ruime toepassingsmogelijkheden biedt.</al><al>Sub b: steunmaatregelen die onder een de-minimisverordening vallen, hebben een
                    beperkt effect op het handelsverkeer tussen lidstaten. Zulke maatregelen voldoen
                    hierdoor niet aan alle cumulatieve criteria van het staatssteunverbod en leveren
                    dus geen staatssteun op.</al><al>Sub e: het begrip onderneming houdt in deze verordening verband met de regels
                    voor staatssteun. In de Europese regels voor staatssteun wordt het begrip
                    onderneming ruim opgevat. Een stichting of vereniging kan ook een onderneming
                    zijn.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Toepassingsbereik</vet></al><al>Met het eerste lid krijgen burgemeester en wethouders de bevoegdheid toegewezen
                    om te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de verordening van
                    toepassing is. </al><al>Dit betreft in beginsel alle subsidies, met uitzondering van subsidies waarvoor
                    bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies
                    waarvoor overeenkomstig artikel 4:23, derde lid, van de wet geen wettelijke
                    grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld begrotingssubsidies). Het tweede lid
                    geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om de verordening (deels) van
                    toepassing te verklaren als daartoe aanleiding bestaat. </al><al/><al><vet>Artikel 3 Subsidieregelingen</vet></al><al>De raad verplicht burgemeester en wethouders om de te subsidiëren activiteiten
                    te bepalen in nadere regels, subsidieregeling genoemd. Voor zover burgemeester
                    en wethouders iets wensen te regelen met betrekking tot de doelgroepen die voor
                    subsidie in aanmerking komen, criteria die hiervoor gelden, de berekening van de
                    subsidie en de wijze van uitbetalen, dient dit eveneens in de subsidieregeling
                    te gebeuren. </al><al/><al>In andere artikelen van de verordening worden andere bevoegdheden gedelegeerd
                    die betrekking hebben op de inhoud van de subsidieregeling: het afwijken van
                    termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de wijze
                    van verdelen van het subsidieplafond. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Europees steunkader</vet></al><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het
                    toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er
                    afgeweken wordt van de verordening, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid
                    maakt burgemeester en wethouders daartoe bevoegd.</al><al>Het tweede en derde lid zijn een uitvloeisel van de eis van de Europese
                    Commissie dat in subsidieregelingen en -beschikkingen die gebruik maken van het
                    Europees steunkader, het toepasselijke kader expliciet wordt vermeld.</al><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard
                    alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in
                    aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het
                    betreffende steunkader (vierde lid ). </al><al>Ondernemingen kunnen alleen in aanmerking komen voor subsidies die voldoen aan
                    de voorwaarden van de de-minimisverordening of de algemene
                    groepsvrijstellingsverordening (vijfde lid). Als hierover getwijfeld wordt en de
                    gemeente wil toch bekijken of het mogelijk is een subsidie te verstrekken, zal
                    eerst een melding aan de Europese Commissie gedaan moeten worden.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</vet></al><al>De raad stelt de financiële kaders vast (in de begroting). Het is binnen die
                    kaders dat burgemeester en wethouders vervolgens de subsidieplafonds kunnen
                    vaststellen. Burgemeester en wethouders stellen de subsidieplafonds vast (eerste
                    lid); bij de bekendmaking daarvan wordt tevens de door hen bepaalde wijze van
                    verdelen vermeld (eerste lid van artikel 5 in combinatie met artikel 4:26,
                    tweede lid, van de wet) en wordt er, indien van toepassing, gewezen op de
                    mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen (tweede en derde lid). Verlaging
                    van een subsidieplafond kan gevolgen hebben voor al ingediende aanvragen. </al><al>Het besluit tot vaststelling en verlaging van een subsidieplafond is een besluit
                    van algemene strekking en moet bekend gemaakt worden.</al><al>Als er een subsidieregeling wordt vastgesteld waarbij een subsidieplafond van
                    toepassing is, dan wordt in de subsidieregeling ook de wijze van verdelen
                    bepaald. Het plafond kan in de subsidieregeling zelf staan, maar kan ook
                    jaarlijks door burgemeester en wethouders worden vastgesteld en bekend gemaakt.
                    Het subsidieplafond moet in principe voorafgaand aan de periode waarop het
                    betrekking heeft worden vastgesteld en bekend gemaakt (artikel 4:27, eerste lid
                    van de wet). Latere bekendmaking heeft geen gevolgen voor reeds ingediende
                    subsidieaanvragen, tenzij artikel 4:28 van de wet van toepassing is. Als het
                    subsidieplafond in de subsidieregeling staat kan dit niet zomaar verlaagd
                    worden. De regeling moet dan gewijzigd worden.</al><al/><al>Verlaging van een subsidieplafond, als gevolg van een lager vastgestelde
                    begroting, moet in de vorm van een besluit van burgemeester en wethouders. </al><al>De verlaging van het subsidieplafond als gevolg van een lager vastgestelde
                    begroting kan gevolgen hebben voor al verleende subsidies. Dat zal zo zijn als
                    het totaal aan verleende subsidies het (verlaagde) plafond overschrijdt. Dan
                    moeten burgemeester en wethouders transparant zijn over de gevolgen van deze
                    verlaging van het subsidieplafond voor reeds verleende subsidies. Bijvoorbeeld
                    alle reeds verleende subsidies worden verlaagd, of, als de verdeling op een ‘wie
                    het eerst komt, het eerst maalt’ manier worden verdeeld, wellicht de laatst
                    ingediende aanvraag of aanvragen. </al><al>Burgemeester en wethouders informeren subsidieontvangers zo spoedig mogelijk
                    over de gevolgen voor hun subsidie.</al><al/><al>Burgemeester en wethouders hebben via artikel 2 van de verordening de
                    bevoegdheid gedelegeerd gekregen om te besluiten over het verstrekken van
                    subsidies. Zij zijn als zij gebruik maken van deze bevoegdheid verplicht om bij
                    een nog niet door de raad vastgestelde of goedgekeurde begroting – in lijn met
                    de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de wet – een
                    begrotingsvoorbehoud te maken (vierde lid). Het begrotingsvoorbehoud moet worden
                    opgenomen in de subsidiebeschikking en kan niet in een subsidieregeling komen te
                    staan. Als de raad na via de begroting niet genoeg middelen beschikbaar stelt om
                    de subsidie te kunnen verstrekken, moeten burgemeester en wethouders binnen vier
                    weken na goedkeuring en vaststelling van de begroting door de raad de subsidie
                    uitdrukkelijk intrekken via een subsidiebeschikking. Daarbij wordt als reden
                    gewezen op 4:48, eerste lid of artikel 4:50 van de wet. De beschikking is
                    vatbaar voor bezwaar en beroep. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Aanvraag </vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier geschreven’.
                    Zo kan een aanvraag ook digitaal worden gedaan, mits burgemeester en wethouders
                    het door hen vastgestelde formulier ook in digitale vorm beschikbaar hebben
                    gesteld en de elektronische weg is opengesteld.. In het tweede en derde lid is
                    bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd dienen te
                    worden.</al><al/><al>Bij een subsidie aan een onderneming moet voorkomen worden dat subsidie wordt
                    verleend die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het
                    Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna VWEU). Daarom zijn
                    een tweetal aanvraagvereisten opgenomen die specifiek voor ondernemingen gelden.
                    Ten eerste, om ontoelaatbare cumulatie te voorkomen wordt een overzicht gevraagd
                    van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met
                    staatsmiddelen bekostigd die al zijn of zullen worden ontvangen voor de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd (tweede lid, onderdeel d, onder
                    1). Het gaat naast subsidie bijvoorbeeld om garanties, leningen, korting op de
                    grondprijs, etc. Ten tweede, om subsidie onder de de-minimisverordening te
                    kunnen verlenen moet de onderneming een de-minimisverklaring gevraagd worden
                    (tweede lid, onderdeel d, onder 2). Op basis van een ingeleverde
                    de-minimisverklaring dienen burgemeester en wethouders te controleren of
                    verlenen van de subsidie in overeenstemming is met de
                    de-minimisverordening.</al><al>Wanneer de algemene groepsvrijstelling van toepassing is hoeft er geen
                    goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd te worden. Wel moet de Commissie
                    in kennis gesteld worden van de steunmaatregel. Ook moet ervoor worden gewaakt
                    dat de steunplafonds voor de verschillende categorieën van steun niet worden
                    overschreden. Zie voor meer informatie www.Europadecentraal.nl</al><al>Van dit lid kan niet worden afgeweken bij subsidieregeling (vierde lid), omdat
                    het om een wettelijke vereiste gaat waarvan niet kan worden afgeweken. </al><al/><al><vet>Artikel 7 Aanvraagtermijn</vet></al><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                    onderscheid gemaakt tussen subsidies die per kalenderjaar of per boekjaar worden
                    verstrekt, en andersoortige subsidies. De aanvraagtermijn voor jaarlijkse
                    subsidies is afgestemd op de termijn voor het vaststellen van de
                    subsidiebeschikking van het vorige jaar. De vroege indiening is van belang omdat
                    dan met deze aanvragen rekening gehouden kan worden bij het voorbereiden van de
                    begroting. Het gaat vaak om aanzienlijke bedragen, die zowel voor de instelling
                    als voor de gemeente van belang zijn. Doordat op 1 juni ook de stukken voor de
                    afrekening over het vorige jaar moeten zijn in geleverd, kunnen de gegevens over
                    het jaar n-1 worden betrokken bij de beslissing over jaar n+1. Voor de
                    subsidieaanvrager is het ook van belang, ruim vóór het nieuwe jaar te weten
                    waarop men waarschijnlijk (zie het begrotingsvoorbehoud van artikel 5) mag
                    rekenen. Daarom is de beschikkingstermijn gesteld op vier maanden (van 1 juni
                    tot 1 oktober), een termijn die normaal gesproken moet kunnen worden gehaald.
                    Zijn er problemen, bijvoorbeeld over de afrekening van het vorige jaar, waar
                    partijen eerst uit moeten proberen te komen, dan is zonodig de rest van het jaar
                    beschikbaar (artikel 8, eerste lid). </al><al>Boekjaren zullen over het algemeen gelijk lopen aan een kalenderjaar. Bij
                    subsidieregeling kunnen burgemeester en wethouders besluiten af te wijken van de
                    aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid
                    (vierde lid). Daarnaast kan ontheffing verleend worden in individuele gevallen
                    (vijfde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 8 Beslistermijn</vet></al><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen burgemeester en wethouders gehouden
                    zijn te beslissen op een aanvraag voor subsidie. In de wet staan geen strikte
                    beslistermijnen op een aanvraag om subsidie. Bij de beslistermijnen is
                    onderscheid gemaakt tussen subsidies per kalenderjaar of boekjaar, en andere.
                    Bij subsidieregeling kunnen burgemeester en wethouders kortere beslistermijnen
                    vaststellen (derde lid).</al><al>Het merendeel van de aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden
                    afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging
                    (verlengen) van de beslistermijn biedt dan uitkomst. De wet geeft deze
                    mogelijkheid in artikel 4:14. De beslistermijn moet wel met een redelijke
                    termijn worden verlengd. Een besluit tot verdaging is appellabel. </al><al>Op een aanvraag voor een subsidie per kalenderjaar wordt uiterlijk 1 oktober
                    beslist. Voor vaststelling van de begroting dus. De kans bestaat dat de raad een
                    minder groot bedrag ter beschikking stelt dan gedacht. Dat kan gevolgen hebben
                    voor de hoogte van de subsidie. In de subsidiebeschikking moet daarom aangegeven
                    worden dat deze verleend wordt onder voorwaarde dat de vastgestelde begroting
                    voldoende ruimte biedt. (zie ook de toelichting bij artikel 5).</al><al>Is er al drie jaar of langer achter elkaar subsidie verstrekt aan een aanvrager
                    voor dezelfde, voortdurende activiteiten, dan kan de subsidie niet zonder
                    redelijke overgangstermijn beëindigd of fors verlaagd worden (art 4:51 van de
                    wet).</al><al>Subsidies voor voortdurende activiteiten worden namelijk vaak verstrekt aan
                    instellingen die voor hun voortbestaan in belangrijke mate of zelfs geheel van
                    de subsidie afhankelijk zijn en in de loop van de jaren op de subsidie zijn gaan
                    rekenen.</al><al>Wat is een redelijke overgangstermijn? Dat hangt af van de omstandigheden van
                    het geval. Is de korting op de subsidie maar een klein gedeelte van het totale
                    budget van de instelling, dan zal een korte termijn voldoen. Als vuistregel kan
                    aangehouden worden dat de instelling voldoende tijd moet krijgen om maatregelen
                    te nemen om de vermindering of beëindiging op een behoorlijke manier op te
                    vangen. Als bijvoorbeeld werknemers moeten worden ontslagen, dan moet rekening
                    gehouden worden met geldende opzegtermijnen. Eerdere mededelingen over verwachte
                    beëindiging of vermindering van de subsidie spelen ook een rol bij het bepalen
                    van de overgangstermijn. </al><al>Er zijn veel uitspraken over de lengte van overgangstermijnen en de redelijkheid
                    ervan.</al><al>De redelijke termijn gaat vóór het subsidieplafond. Dat wil zeggen dat, al is er
                    in de begroting voor deze activiteit geen of fors minder geld meer beschikbaar
                    gesteld, dan moet de subsidiëring toch gedurende deze termijn worden voortgezet.
                    Het begrotingsvoorbehoud kan tijdens deze overgangstermijn niet worden
                    ingeroepen. </al><al/><al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie
                    aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing
                    heeft genomen (vierde lid). Dit om te voorkomen dat een subsidie wordt verleend
                    die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
                    betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd dient
                    te worden.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Weigerings- en intrekkingsgronden</vet></al><al>In het eerste lid worden de wettelijke verplichte weigeringsgrond van artikel
                    4:25, tweede lid van de wet (het subsidieplafond is bereikt), en de
                    weigeringsgronden van 4:35 van de wet (er is gegronde reden om aan te nemen dat
                    de activiteiten niet worden uitgevoerd, er zal niet voldaan worden aan de
                    verplichtingen, er zal niet op behoorlijke wijze verantwoording worden afgelegd,
                    er is sprake van onjuiste verstrekking van gegevens of faillissement) met nadere
                    verplichte weigeringsgronden aangevuld.</al><al/><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te
                    verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan
                    goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding.
                    Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moeten
                    burgemeester en wethouders overgaan tot weigering (vandaar de verplichte
                    weigeringsgrond onder a). In aanvulling daarop wordt met onderdeel b. bepaald
                    dat ondernemingen waartegen een terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking
                    komen voor subsidie.</al><al/><al>In het tweede lid zijn facultatieve weigeringsgronden opgenomen. Burgemeester en
                    wethouders kunnen in deze gevallen weigeren, maar zijn daartoe niet verplicht.
                    Zo kunnen ze de ernst van de weigeringsgrond afwegen tegen het belang van de
                    subsidiëring, kunnen zij eventueel passende verplichtingen aan de subsidie
                    verbinden, of eventueel gedeeltelijk weigeren. Zo kan maatwerk worden
                    geleverd.</al><al/><al>Onderdeel c. betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van de
                    Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet
                    Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond worden niet de activiteiten
                    getoetst. Het gaat hierbij om de integriteit van de persoon dan wel
                    rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob
                    geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kunnen burgemeester en
                    wethouders in dergelijke gevallen ook een al verleende en vastgestelde subsidie
                    intrekken (derde lid).</al><al/><al>Onderdeel f.: als gediscrimineerd wordt bij het verlenen van toegang tot
                    activiteiten, dan is gemeentelijke subsidie niet op haar plaats. Maar een enkele
                    keer is er een goede reden om de toegang tot een gesubsidieerde activiteit te
                    beperken tot sommige groepen (en andere dus uit te sluiten), namelijk wanneer
                    daarmee juist die groepen worden bereikt welke bereikt moeten worden (passende
                    positieve discriminatie). Dan is er geen reden om daarom niet te subsidiëren. </al><al/><al>Onderdeel h. is een weigeringsgrond op grond waarvan burgemeester en wethouders
                    een aanvraag kunnen weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan
                    nadat deze overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de
                    meldingsprocedure) is goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om
                    subsidieverstrekking die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege strijdigheid
                    met de toepasselijke cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag
                    aan de-minimissteun. In deze gevallen kan het college óf weigeren de subsidie te
                    verstrekken óf de subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg
                    goedkeuring te verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan
                    uiteraard ook op een andere grond worden geweigerd.</al><al/><al>Onderdeel i. geeft de mogelijkheid de subsidie te weigeren als de aanvrager over
                    voldoende eigen middelen beschikt of over middelen van anderen, waar de kosten
                    van de activiteiten mee gedekt kunnen worden. </al><al/><al>Onderdeel j. geeft aan dat burgemeester en wethouders beleidsvrijheid hebben om
                    een subsidie al dan niet toe te kennen. Bijvoorbeeld als in de te subsidiëren
                    activiteiten op een naar het oordeel van burgemeester en wethouders toereikende
                    wijze al anders wordt voorzien. Deze weigeringsgrond moet in de beschikking
                    nader worden gemotiveerd.</al><al/><al>Onderdeel k. geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid in een
                    subsidieregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld
                    weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten samenhangen. </al><al/><al>Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet in
                    overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de
                    Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie ingetrokken en
                    teruggevorderd worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft de bevoegdheid om
                    hier uitvoering aan te geven.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Verplichtingen van subsidieontvanger</vet></al><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede
                    lid) die voor alle subsidieontvangers geldt.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Aan een subsidie te verbinden bijzondere
                    verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag om aan de subsidie
                    bepaalde ’bijzondere‘ verplichtingen te verbinden, in aanvulling op wat mogelijk
                    is direct op grond van de wet (zie artikel 4:37). </al><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de wet maken het verder mogelijk om nog andere
                    verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor een
                    grondslag biedt. Met betrekking tot artikel 4:38 van de wet is die grondslag in
                    het tweede lid gegeven. Een voorbeeld is dat bepaalde activiteiten die ten
                    behoeve van derden worden uitgevoerd uitsluitend door personen gedaan kunnen
                    worden die aan bepaalde opleidingseisen voldoen.</al><al>Het derde lid heeft betrekking op artikel 4:39 van de wet. Het zijn
                    verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                    subsidie. Bijvoorbeeld een bepaald percentage van de subsidie inzetten voor
                    social return, of eisen die gesteld kunnen worden aan een duurzame manier van
                    werken. Op te leggen verplichtingen moeten wel een relatie hebben met de wijze
                    waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. </al><al>Het vierde lid: als een subsidie tot vermogensvorming heeft geleid, bijvoorbeeld
                    door het verkopen van goederen die voor de uitvoering van de subsidie werden
                    gebruikt, omdat de activiteiten niet meer worden uitgevoerd, dan is er de
                    mogelijkheid om de subsidieontvanger te verplichten hier een vergoeding voor te
                    betalen aan de gemeente. Dit moet dan wel in de subsidieregeling staan. Dit kan
                    aan de orde zijn bij grote subsidieontvangers die de subsidie hebben gebruikt om
                    investeringen te doen zodat ze de gesubsidieerde activiteiten konden uitvoeren.
                    Bij een buitenwettelijke subsidie moet dit in de verleningsbeschikking worden
                    bepaald.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</vet></al><al>Kenmerkend voor subsidies tot en met € 5.000 is dat deze op basis van vertrouwen
                    worden verleend; er wordt niet meer standaard om verantwoording gevraagd. In
                    plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidieontvanger bij
                    niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel 10 van de verordening). Achteraf
                    kan een risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de subsidieontvanger. Als
                    de subsidie meteen is vastgesteld kan niet zomaar na een dergelijke controle de
                    subsidie worden ingetrokken of lager vastgesteld worden als blijkt dat de
                    activiteit niet of niet geheel is verricht. Alleen met toepassing van artikel
                    4:49 van de wet kan de subsidievaststelling ingetrokken of gewijzigd worden. Een
                    negatief resultaat bij een steekproef kan wel gevolgen hebben voor een volgende
                    subsidieaanvraag.</al><al>In het geval van verlening, gevolgd door een ambtshalve vaststelling (eerste lid
                    onderdeel b), wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde
                    activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen een
                    nader bepaalde termijn na deze datum ambtshalve vastgesteld. Ambtshalve
                    vaststelling houdt in dat er geen nadere gegevens worden opgevraagd. Het wel
                    mogelijk om hiervan af te wijken en toch gegevens op te vragen, bijvoorbeeld in
                    het kader van een steekproefsgewijze controle of risicobeheersing. In het tweede
                    lid is een afwijkende termijn opgenomen voor situaties waarin toch
                    rapportageverplichtingen worden opgelegd.</al><al/><al>Bij directe vaststelling van de subsidie heeft de subsidieontvanger ook direct
                    aanspraak op het bedrag. De subsidie wordt dan meteen uitbetaald.</al><al>Bij verlening van subsidies tot € 5.000 wordt na de verlening een voorschot ter
                    hoogte van het subsidiebedrag uitbetaald (derde lid). Met de betalingstermijn
                    van 30 dagen wordt aangesloten bij de standaardtermijn in de Verordening
                    bestuursrechtelijke geldschulden. Overigens kan hier op grond van het vierde lid
                    van worden afgeweken.</al><al/><al>Artikel 15 Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000</al><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidieontvangers subsidie tussen €
                    5.000 en </al><al>€ 50.000 dienen te verantwoorden; er moet een aanvraag tot vaststelling
                    ingediend worden (eerste lid), deze bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt
                    in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht (tweede lid). Op grond
                    van artikel 8 van de verordening wordt de wijze van verantwoording al bij het
                    besluit tot verlening van de subsidie aan de subsidieontvanger bekend
                    gemaakt.</al><al/><al>Vooraf bij de subsidieverlening kan al aangegeven worden hoe het inhoudelijke
                    verslag er uitziet. Er kunnen daarbij verschillende instrumenten worden
                    gebruikt, zoals bestuurs- en activiteitenverslagen, een managementverklaring,
                    een deskundigenverklaring of andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie),
                    enz. Het verslag kan ook bestaan uit een algemeen jaarverslag van een
                    rechtspersoon. Het gaat er om dat duidelijk is dat de verkregen subsidie is
                    aangewend voor het doel waarvoor de subsidie werd verstrekt. Ook kunnen
                    burgemeester en wethouders, overeenkomstig het derde lid, in een
                    subsidieregeling aangeven andere bewijsmiddelen te verlangen dan een inhoudelijk
                    verslag.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</vet></al><al>Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van
                    subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de
                    subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde
                    kosten. Het vierde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat
                    er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden. De eis van een
                    accountantscontrole kan bijvoorbeeld losgelaten worden wanneer dit in verhouding
                    te veel kosten met zich mee zal brengen, of wanneer de gemeente zelf de controle
                    kan uitvoeren. </al><al/><al><vet>Artikel 17 Subsidievaststelling</vet></al><al>Het eerste lid bevat – overeenkomstig artikel 4:13 van de wet – de termijn
                    waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel van de
                    aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer
                    ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging (verlengen) van de
                    beslistermijn biedt dan uitkomst. De wet geeft deze mogelijkheid in artikel
                    4:14. De beslistermijn moet wel met een redelijke termijn worden verlengd. Een
                    besluit tot verdaging is appellabel.</al><al/><al>Het tweede lid geeft de mogelijkheid om artikel 14 ruimer toe te passen, voor
                    bepaalde categorieën van subsidieontvangers, ook als de subsidie hoger is dan €
                    5000.</al><al>In het derde lid: ambtshalve vaststelling kan, maar hoeft niet. Voor
                    vaststelling heeft de gemeente gegevens nodig. Als die niet beschikbaar zijn
                    moet de subsidie in redelijkheid vastgesteld worden.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</vet></al><al>Dit artikel schrijft voor dat als bij de bepaling van de subsidiabele kosten
                    gebruik gemaakt wordt van uurtarieven, de berekeningswijze hiervan en de
                    voorgeschreven definities in een subsidieregeling of bij de subsidieverlening
                    vastgelegd dienen te worden. Dit om misverstanden en conflicten achteraf te
                    voorkomen. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, zijn
                    burgemeester en wethouders hierin beperkt tot tarieven en kostenbegrippen die
                    voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Hardheidsclausule</vet></al><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze
                    clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de
                    verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie
                    te passen.</al><al>De hardheidsclausule kan niet toegepast worden bij verplichte toepassing van
                    Europese regelgeving.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i270328.pdf">algemene subsidieverordening 2016.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>