<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21884_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Overbetuwe 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Betuwe; 07-03-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Overbetuwe 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-03-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11rb000182</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Regeling beheer gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Overbetuwe</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Overbetuwe, zoals vastgesteld bij besluit van 22 februari 1994 en gewijzigd bij besluiten van 29 augustus 1995 en 17 december 2002, en de bijbehorende voorwaarden worden ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9361</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Overbetuwe 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen </al><al>gemeente Overbetuwe 2012</al><al/><al>Ons kenmerk: 11RB000182</al><al/><al>Nr. </al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 10 januari
                        2012;</al><al/><al>gelezen het advies van de politieke avond van 7 februari 2012;</al><al/><al>gelet op artikel(en) 35 van de Wet op de lijkbezorging en 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al/><al><vet>Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen</vet></al><al><vet>gemeente Overbetuwe 2012</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin
                                    gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken of
                                    het bijzetten van asbussen;</al></li><li nr="b."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="c."><al>begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen aan de
                                    Valburgseweg te Elst, de Tielsestraat te Herveld en de
                                    Achterstraat te Heteren;</al></li><li nr="d."><al>beheerder: de door het college aangewezen ambtenaar die belast
                                    is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>belanghebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf of een
                                    algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die
                                    redelijkerwijze geacht kan worden in zijn plaats te zijn
                                    getreden;</al></li><li nr="f."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="g."><al>gedenkteken: steen, grafzerk of onder monument, daarbij
                                    inbegrepen kettingen en hekwerken;</al></li><li nr="h."><al>graf: een grondgraf of grafkelder;</al></li><li nr="i."><al>grafbedekking: gedenkteken en/of afdekplaat op een graf,
                                    gedenkplaats of verstrooiingsplaats;</al></li><li nr="j."><al>grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of
                                    meer lijken of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen
                                    onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;</al></li><li nr="k."><al>particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon
                                    of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                    tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="2."><al>het doen verstrooien van as;</al></li></lijst></li><li nr="m."><al>particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend om overledenen te gedenken;</al></li><li nr="n."><al>particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk
                                    persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot
                                    het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="o."><al>rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een
                                    uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een
                                    particulier urnengraf of een particuliere gedenkplaats, dan wel
                                    degene die redelijkerwijze geacht kan worden in zijn plaats te
                                    zijn getreden;</al></li><li nr="p."><al>urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;</al></li><li nr="q."><al>verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="r."><al>de wet: de Wet op de lijkbezorging.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Openstelling begraafplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De begraafplaats is voor eenieder dagelijks toegankelijk
                                    gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen
                                    dagen en tijden. Het college maakt deze tijden openbaar
                                    bekend.</al></li><li nr="2."><al>Om de orde en rust op een begraafplaats te handhaven kan de
                                    toegang tijdelijk worden gesloten.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden gedurende de tijd dat een begraafplaats niet
                                    voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan
                                    voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van
                                    as.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                    werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn
                                    verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te
                                    houden aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></li><li nr="2."><al>De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid
                                    bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of
                                    laten verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te
                                    rijden:</al><lijst><li nr="a."><al>elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen;
                                            motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts)
                                            toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van
                                            materialen;</al></li><li nr="b."><al>sneller dan 10 km per uur.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in
                                    de aanhef en onder a. van het derde lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kennisgeving herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen en
                                plechtigheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en
                                    dergelijke plechtigheden op een begraafplaats kunnen slechts
                                    plaatsvinden nadat hiervan minimaal zes werkdagen van tevoren
                                    schriftelijk kennis is gegeven aan de beheerder. Datum en uur
                                    van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden
                                    worden in overleg met de kennisgever door de beheerder
                                    vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid,
                                    moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden
                                    aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere
                            personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze
                            werkzaamheden zijn belast. Anderen mogen hierbij alleen aanwezig zijn
                            met toestemming van de beheerder.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Kennisgeving begraven en bezorgen van as</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil
                                    doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk 36 uur vóór het
                                    tijdstip van begraven, bijzetten of verstrooien, schriftelijk
                                    kennis aan de beheerder. </al></li><li nr="2."><al>Als de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen
                                    36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de
                                    beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Openen en sluiten van een graf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het openen van een graf voor het begraven of voor het bezorgen
                                    van as, het daarna sluiten van een graf en het bedienen van de
                                    hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van
                                    de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de
                                    beheerder.</al></li><li nr="2."><al>De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de
                                    beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten, als zij hun
                                    wens daartoe uiterlijk 36 uur vóór het tijdstip van begraven of
                                    bijzetten van as, schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar
                                    gemaakt. Zij moeten bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van
                                    de beheerder op volgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Over te leggen stukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Begraven mag slechts plaatsvinden nadat het verlof tot begraven
                                    is overgelegd aan de beheerder.</al></li><li nr="2."><al>Als het begraven of het bezorgen van as in een particulier graf
                                    zal plaatsvinden, moet een machtiging daartoe aan de beheerder
                                    worden overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de
                                    rechthebbende of, als deze is overleden, door degene die in de
                                    uitvaart voorziet.</al></li><li nr="3."><al>Begraven of bijzetten in een particulier graf waarvan de
                                    uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn
                                    afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging
                                    van de uitgiftetermijn. Deze verlenging moet een zodanige
                                    periode omvatten dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten
                                    minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De
                                    verlenging moet worden aangevraagd door de rechthebbende.</al></li><li nr="4."><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                    boven toe afgerond op gehele jaren, in een veelvoud van vijf
                                    jaar.</al></li><li nr="5."><al>De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend
                                    zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is op maandag tot en
                                    met zaterdag van 09:00 tot 16:00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan in bijzondere gevallen van de in het eerste lid
                                    vermelde tijden afwijken.</al></li><li nr="3."><al>Als uur van begraven wordt aangemerkt het tijdstip, waarop het
                                    lijk of de stoffelijke resten binnen een begraafplaats wordt
                                    gebracht. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Indeling en uitgifte van graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>particuliere graven en particuliere urnengraven;</al></li><li nr="b."><al>particuliere urnennissen;</al></li><li nr="c."><al>particuliere gedenkplaatsen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Daarnaast kan op een begraafplaats ruimte aanwezig zijn
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene graven;</al></li><li nr="b."><al>een veld voor het verstrooien van as;</al></li><li nr="c."><al>een urnenwand of columbarium;</al></li><li nr="d."><al>een algemeen gedenkteken voor het doodgeboren kind;</al></li><li nr="e."><al>een plaats voor het aanbrengen van een gedenkplaatje
                                            voor een overledene waarvan de as is verstrooid;</al></li><li nr="f."><al>een plek voor gedenking en meditatie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college bepaalt de nadere indeling van een begraafplaats, de
                                    ligging en afmetingen van de graven.</al></li><li nr="4."><al>Het college wijst een afgesloten gedeelte op de begraafplaats
                                    aan, waarin de overblijfselen van lijken worden begraven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aantal lijken per graf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de particuliere en algemene graven kan een door het college
                                    te bepalen aantal lijken worden begraven.</al></li><li nr="2."><al>In de particuliere urnengraven en urnennissen kan een door het
                                    college te bepalen aantal asbussen met of zonder urn worden
                                    bijgezet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en
                                    in volgorde van ligging uitgegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan een particulier graf toewijzen anders dan voor
                                    directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, als dit
                                    vanwege de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk
                                    is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Het college kan bij vast te stellen nadere regels de algemene en
                            particuliere graven onderverdelen in categorieën. Het college bepaalt
                            voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Grafrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Recht op een particulier graf</titel></kop><al>Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
                            begraafplaats dat toelaat, op een daartoe schriftelijk in te dienen
                            aanvraag, het recht op een particulier graf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf
                                    vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen
                                    aanbrengen van een grafkelder of een gemetseld graf
                                    overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden.</al></li><li nr="2."><al>In een grafkelder mogen zoveel lijken worden begraven als
                                    waarvoor deze berekend is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen algemeen en particulier graf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De termijn voor het recht op een algemeen graf bedraagt tien
                                    jaar.</al></li><li nr="2."><al>De termijn voor het recht op een particulier graf bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het doen begraven en begraven houden van
                                            overledenen: twintig jaar;</al></li><li nr="b."><al>voor het doen bijzetten en bijgezet houden van
                                            asbussen:</al><lijst><li nr="1."><al>in een particuliere urnennis of particulier
                                                  urnengraf: twintig jaar;</al></li><li nr="2."><al>in of op een particulier graf: voor de duur van
                                                  de termijn van het desbetreffende graf.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>De termijn begint te lopen op de datum waarop het algemene of
                                    particuliere grafrecht is uitgegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verlenging van termijnen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op aanvraag van de rechthebbende kunnen de in Artikel 17, tweede
                                    lid genoemde termijnen worden verlengd. De aanvraag hiertoe
                                    moet, vanaf twee jaar vóór het verstrijken van de desbetreffende
                                    termijn, worden ingediend bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Als een aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, niet is gedaan
                                    tenminste één jaar voor het verstrijken van de termijn, geeft de
                                    beheerder van de begraafplaats hiervan schriftelijk kennis aan
                                    de rechthebbende. Als niet binnen drie maanden na die
                                    kennisgeving om verlenging van het recht is verzocht, wordt van
                                    de mogelijkheid tot verlenging bij het graf en bij de ingang van
                                    de begraafplaats mededeling gedaan. Deze mededeling blijft
                                    aangeplakt tot het einde van de termijn waarvoor het recht op
                                    een particulier graf werd gevestigd.</al></li><li nr="3."><al>De termijn van verlenging bedraagt minimaal vijf jaar en
                                    maximaal twintig jaar, telkens met een veelvoud van vijf
                                    jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de
                                    rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon.</al></li><li nr="2."><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het
                                    particuliere graf worden overgeschreven op naam van een
                                    natuurlijk persoon of rechtspersoon. De aanvraag hiervoor moet
                                    worden gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de
                                    rechthebbende. Als de overleden rechthebbende in het graf moet
                                    worden begraven, of als de asbus met zijn resten in het graf
                                    moet worden bijgezet, moet de aanvraag tot overschrijving
                                    daaraan voorafgaand worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Als na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                    overschrijving niet wordt ingediend binnen de in het tweede lid
                                    gestelde termijn, kan het college het recht op het particuliere
                                    graf vervallen verklaren.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan na het verstrijken van de in het tweede lid
                                    vermelde termijn het recht op het graf alsnog op naam stellen
                                    van een nieuwe rechthebbende, zolang het graf nog niet is
                                    geruimd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Eindiging van het recht op een particulier graf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het recht op een particulier graf eindigt door:</al><lijst><li nr="a."><al>het verlopen van de termijn van grafrecht;</al></li><li nr="b."><al>het door de rechthebbende schriftelijk afstand doen van
                                            het grafrecht;</al></li><li nr="c."><al>het opheffen van de begraafplaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De schriftelijke afstand, als bedoeld in het eerste lid, onder
                                    b., wordt gericht aan het college. Het college stuurt de
                                    rechthebbende een ontvangstbevestiging hiervan.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan het recht op een particulier graf vervallen
                                    verklaren als:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten voor de vestiging, overschrijving of
                                            verlenging van een grafrecht niet binnen vier maanden na
                                            het eerste verzoek om betaling zijn betaald;</al></li><li nr="b."><al>de rechthebbende een op grond van deze verordening op
                                            hem rustende verplichting niet naleeft of daarmee in
                                            strijd handelt;</al></li><li nr="c."><al>de rechthebbende op een particulier graf is overleden en
                                            het recht niet binnen zes maanden na de datum van
                                            overlijden is overgeschreven op een ander natuurlijk
                                            persoon of rechtspersoon, zoals omschreven in Artikel
                                            18, tweede lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het hebben en wijzigen van een grafbedekking is een
                                    vergunning nodig van het college. Op een algemeen graf is geen
                                    grafbedekking toegestaan.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende van een particulier graf moet de vergunning
                                    voor het hebben of wijzigen van een grafbedekking
                                    aanvragen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan over de wijze van aanvragen van de vergunning,
                                    de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van
                                    aanbrengen nadere regels vaststellen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de vergunning weigeren als:</al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels,
                                            genoemd in het derde lid;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                            begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
                                        </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Niet-blijvende en blijvende grafbeplanting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op een algemeen graf is geen vaste grafbeplanting
                                    toegestaan.</al></li><li nr="2."><al>De beheerder kan niet-blijvende beplanting op een graf die in
                                    een verwaarloosde staat verkeert, verwijderen zonder dat
                                    aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. </al></li><li nr="3."><al>De beheerder kan losse bloemen en planten, kransen en dergelijke
                                    wanneer zij verwelkt zijn, verwijderen. </al></li><li nr="4."><al>De beheerder houdt linten, siervazen en dergelijke voorwerpen
                                    gedurende dertien weken ter beschikking van de rechthebbende of,
                                    wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende als
                                    deze hierom van tevoren schriftelijk bij de beheerder heeft
                                    verzocht.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan over niet-blijvende en blijvende grafbeplanting
                                    nadere regels vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onderhoud door rechthebbende</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen,
                                                vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking of
                                                beplanting geschiedt door, voor rekening van en voor
                                                risico van de rechthebbende.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>De rechthebbende is verplicht de grafbedekking of
                                                beplanting behoorlijk te onderhouden of te
                                                herstellen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Als de rechthebbende nalaat de grafbedekking of
                                                beplanting behoorlijk te onderhouden of te
                                                herstellen, kan het college deze verwijderen.
                                                Verwijderde grafbedekking blijft gedurende dertien
                                                weken ter beschikking van de rechthebbende en
                                                vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot
                                                enige vergoeding verplicht is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>het college de rechthebbende schriftelijk op de
                                                hoogte heeft gesteld van de toestand van de
                                                grafbedekking of beplanting, én</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>binnen een termijn van 13 weken, gerekend vanaf de
                                                dag van aanschrijving, geen herstel of vernieuwing
                                                van de grafbedekking of beplanting heeft
                                                plaatsgevonden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend
                                                is, maakt het college de verklaring bij de ingang
                                                van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend.
                                                Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling
                                                aangebracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het college kan de rechthebbende per aanschrijving
                                                verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te
                                                herstellen binnen een door het college te stellen
                                                termijn als de beschadiging:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>zodanig is dat deze naar het oordeel van het college
                                                het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt,
                                                of </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>gevaar oplevert voor derden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Bij blijvende verwaarlozing gedurende een periode
                                                van vijf jaar kan het college met inachtneming van
                                                het bepaalde in Artikel 28, zesde lid van de wet het
                                                recht op het graf vervallen verklaren.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van
                                    uitgifte van het graf door het college worden verwijderd. In de
                                    procedure over het verlengen of beëindigen van de grafrechten of
                                    over het vervallen verklaren hiervan wordt hierop gewezen.</al></li><li nr="2."><al>Als de grafbedekking niet binnen dertien weken na de
                                    verwijdering is afgehaald, vervalt deze aan de gemeente, zonder
                                    dat de gemeente tot enige vergoeding verplicht is. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten
                                    minste een jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop het graf
                                    geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer
                                    het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende meegedeeld.
                                    Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet
                                    bekend is, deelt het college het voornemen tot ruiming van het
                                    graf gedurende ten minste een jaar voorafgaand aan het tijdstip
                                    van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje
                                    en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord
                                    mee.</al></li><li nr="2."><al>De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van
                                    het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde
                                    respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats
                                    niet met de stoffelijke resten worden geconfronteerd.</al></li><li nr="3."><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten
                                    worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe
                                    bestemde gedeelten van de begraafplaats.</al></li><li nr="4."><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen
                                    graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij
                                    het college een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke
                                    resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of
                                    voor herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene
                                    waarvan een asbus al of niet met een urn is bijgezet in een
                                    algemeen graf kunnen bij het college een aanvraag indienen om
                                    deze ter beschikking te houden voor herbegraving of verstrooiing
                                    elders.</al></li><li nr="5."><al>De rechthebbende op een particulier graf kan bij het college een
                                    aanvraag indienen om de stoffelijke resten te doen verzamelen om
                                    deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om
                                    deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven. De
                                    rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere
                                    urnennis kan bij het college een aanvraag indienen de asbus ter
                                    beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te
                                    doen verstrooien.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>In stand houden historische graven en opvallende
                            grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Lijst van bijzondere graven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college houdt een lijst bij van graven die van historische
                                    betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende
                                    kwaliteit heeft.</al></li><li nr="2."><al>Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het
                                    college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst
                                    te worden bijgeschreven.</al></li><li nr="3."><al>Het college beslist over het ruimen van graven en het
                                    verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid
                                    bedoelde lijst staan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt voorschriften vast voor het register van de
                                    begraven lijken.</al></li><li nr="2."><al>Het college houdt het register bij.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>10</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan één of meerdere artikelen van deze verordening buiten
                            toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op
                            het belang van het begraven en het bezorgen van as, leidt tot een
                            onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Overbetuwe, zoals
                            vastgesteld bij besluit van 22 februari 1994 en gewijzigd bij besluiten
                            van 29 augustus 1995 en 17 december 2002, en de bijbehorende voorwaarden
                            worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de
                                    Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Overbetuwe
                                    gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Als vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                    een aanvraag om vergunning op grond van de Beheerverordening
                                    gemeentelijke begraafplaatsen Overbetuwe is ingediend en vóór
                                    het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op
                                    de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
                                    toegepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van
                            bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen gemeente Overbetuwe 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Van 28 februari 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E. Tuijnman.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>In artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester
                    is toegekend. Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet stelt de raad de
                    verordeningen op die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur (7 maart 2002) zijn in
                    de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht: de
                    bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet zijn geconcentreerd bij het college en
                    de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad zijn versterkt.</al><al/><al>De algemene grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen
                    berust op artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast geldt artikel 35 van de Wet
                    op de lijkbezorging als grondslag. Dit artikel bepaalt dat in een verordening
                    moet worden neergelegd de dagen en uren dat de gemeente gelegenheid moet geven
                    tot begraven.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit artikel zijn de in deze verordening gehanteerde begrippen omschreven en
                    behoeven geen nadere toelichting. Hieronder worden er dan ook enkele
                    toegelicht.</al><al/><al>g. en i. Grafkelders worden in de praktijk steeds vaker gebruikt. Deze
                    constructies kunnen ook bovengronds worden geplaatst, als onderdeel van een muur
                    of wand.</al><al>Wanneer een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet in
                    een grafkelder, spreekt men van een keldergraf, in tegenstelling tot een
                    zandgraf. </al><al>m. Deze term sluit aan bij de terminologie van de Wet op de lijkbezorging.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2 Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</vet></al><al/><al><vet>Artikel 2 Openstelling begraafplaats</vet></al><al>Het college zal op grond van dit artikel nog een besluit moeten nemen over de
                    openingstijden van de begraafplaats(en). Op grond van dit artikel kan de
                    beheerder de begraafplaats ook geheel of gedeeltelijk sluiten wanneer dit voor
                    het ruimen van graven noodzakelijk is.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Ordemaatregelen</vet></al><al>De verordening bevat gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats
                    gebruik maken, in het belang van orde, rust en netheid. De bevoegdheid van de
                    beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen
                    houden biedt voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te
                    treden. Denkbaar is dat men ter controle een bewijs moet kunnen overleggen dat
                    men in opdracht van de rechthebbende van het graf aan het werk is.</al><al>Aan een uitzondering op de regel als bedoeld in het derde lid, onder a. bestaat
                    behoefte omdat men soms dichtbij een graf moet kunnen komen met een
                    motorrijtuig. Aangezien een dergelijke handeling niet overeenstemt met het beeld
                    van orde en rust moet met het verlenen van de ontheffing uiterst terughoudend
                    worden omgegaan. De situatie kan uiteraard per begraafplaats verschillen.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Kennisgeving herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen en
                        plechtigheden</vet></al><al>Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de schriftelijke kennisgeving minimaal zes werkdagen vooraf moet
                    plaatshebben, kan worden voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een
                    begrafenis. Een begrafenis moet volgens de wet uiterlijk op de zesde werkdag na
                    het overlijden geschieden.</al><al>Schriftelijke kennisgeving houdt in dat dit ook elektronisch, dus per e-mail kan
                    gebeuren.</al><al>Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester op grond van de Wet openbare manifestaties van
                    1988 en mogelijk de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Opgravingen en ruimen</vet></al><al>Uitdrukkelijk is gesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van
                    een of meer graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de
                    werkzaamheden zijn belast.</al><al>Anderen, bijvoorbeeld nabestaanden, mogen alleen met toestemming van de
                    beheerder aanwezig zijn</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Voorschriften voor lijkbezorging</vet></al><al/><al><vet>Artikel 6 Kennisgeving begraven en bezorgen van as</vet></al><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd. Schriftelijk houdt in dat dit ook elektronisch, dus
                    per e-mail kan gebeuren.</al><al>De as kan volgens artikel 62 van de Wet op de lijkbezorging worden bijgezet in
                    of op een graf dan wel op een afzonderlijke plaats, meestal een urnennis.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Openen en sluiten van een graf</vet></al><al>Als de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden zelf willen verrichten zijn,
                    ook om redenen van veiligheid, toch de aanwijzingen en de hulp van het personeel
                    van de begraafplaats nodig. Het gaat dan vooral om het openen en sluiten van het
                    graf. De werkzaamheden kunnen eventueel door de nabestaanden en het personeel
                    van de begraafplaats samen worden verricht. Zo kunnen de nabestaanden
                    bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel de handelingen
                    verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden te zware
                    lichamelijke inspanning vragen. Werkzaamheden als het aanbrengen van de
                    grafranden ter stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van
                    die randen voor het sluiten van het graf zullen door het personeel moeten worden
                    verricht.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Over te leggen stukken</vet></al><al>Artikel 12 van de Wet op de lijkbezorging schrijft voor dat de behandelende arts
                    of de gemeentelijke lijkschouwer een verklaring van overlijden afgeeft aan de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand. Vervolgens geeft deze schriftelijk verlof
                    tot begraven of cremeren (artikel 11). Dit verlof dient te worden overgelegd aan
                    de beheerder. Door de medewerking aan de begrafenis te weigeren wanneer dit
                    verlof niet in zijn bezit is voldoet de beheerder aan de wettelijke
                    vereisten.</al><al>Vanuit het oogpunt van vermindering van administratieve lasten verdient het
                    aanbeveling het hierboven genoemde traject zo soepel mogelijk te doen verlopen.
                    Digitalisering van de genoemde processen en voorgeschreven formulieren zal
                    aanzienlijk bijdragen aan de reductie van administratieve lasten.</al><al>De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing.</al><al>Er mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende
                    zelf in het particuliere graf mag worden bijgezet (tweede lid). Het verzoek tot
                    overschrijving van het recht moet in dit geval wel vóór de bijzetting worden
                    gedaan volgens artikel 19, tweede lid.</al><al>De wettelijke minimum grafrusttermijn (derde lid) is de termijn dat een lijk
                    volgens de wet ten minste begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd.
                    Het is voorgekomen dat in particuliere graven begravingen of bijzettingen
                    betrekkelijk kort voor het aflopen van de uitgiftetermijn plaatsvonden. Daarom
                    is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of bijzetting alleen kan
                    plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn. Uiteraard
                    zal die verlenging dan een periode moeten omvatten die de alsdan resterende
                    uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt aan de wettelijke minimum
                    grafrusttermijn, i.e. 10 jaar.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Tijden van begraven en asbezorging</vet></al><al>Artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging verplicht tot de mogelijkheid van
                    begraven op iedere dag gedurende een bij gemeentelijke verordening te bepalen
                    tijd, met uitzondering van zon- en feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen
                    dat ook op zondag of een algemeen erkende feestdag wordt begraven. Joodse
                    begrafenissen vinden niet plaats op de sabbat (i.e. zaterdag). Het
                    Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij dat de
                    begraafplaatsen op zondagen en niet-Joodse feestdagen voor een begrafenis kunnen
                    worden opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de
                    begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen.</al><al>Een bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft
                    gegeven om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om
                    deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in
                    geval van lijkvinding.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4 Indeling en uitgifte van graven</vet></al><al/><al><vet>Artikel 10 Indeling graven en asbezorging</vet></al><al>Naast de particuliere graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten
                    van voorzieningen op de begraafplaats. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld worden
                    uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is overleden en
                    het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Aantal lijken per graf</vet></al><al>Het Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 bevat in artikel 5 de
                    bepaling dat er ten hoogste drie lijken boven elkaar mogen worden begraven.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Volgorde van uitgifte</vet></al><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                    niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden
                    gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de
                    bodem.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Categorieën</vet></al><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil
                    vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende
                    delen (categorieën) van de begraafplaats.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5 Grafrechten</vet></al><al/><al><vet>Artikel 14 Recht op een particulier graf</vet></al><al>Op grond van dit artikel verleent het college het recht op een particulier graf.
                    Zie hiervoor ook de toelichting bij artikel 17.</al><al/><al><vet>Artikel 15 Grafkelder</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 16 Termijnen algemeen en particulier graf</vet></al><al>Volgens artikel 28, eerste lid van de Wet op de lijkbezorging kan het recht op
                    een graf voor ten minste tien jaar worden verleend. Voorts kan, wanneer sprake
                    is van verlenging, de houder van de begraafplaats bepalen dat de periode van
                    verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer dan twintig jaar.</al><al>Soms verkeren rechthebbenden in de onjuiste veronderstelling dat de
                    uitgiftetermijn pas begint te lopen op het moment van de eerste begraving of
                    bijzetting. Daarom is het derde lid van artikel 17, betreffende de aanvang van
                    de termijn, opgenomen.</al><al>Als er ten tijde van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op
                    particuliere graven bestaan, zal in overleg met de rechthebbenden moeten worden
                    bezien welke beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden
                    genomen.</al><al/><al><vet>Artikel 17 Verlenging van termijnen</vet></al><al>De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28 dat vanaf twee jaar voor het
                    verstrijken van de lopende termijn verlenging van de termijn kan worden
                    aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze periode moet, volgens het
                    tweede lid van genoemd wetsartikel, het college de rechthebbende op het graf
                    mededelen dat de termijn gaat aflopen. In het kader van de vermindering van
                    administratieve lasten komt de verantwoordelijkheid voor het geven van het
                    juiste adres nu uitdrukkelijk bij de rechthebbende te liggen. Van de houder van
                    de begraafplaats wordt dan niet méér verlangd dan dat hij het adres uit zijn
                    eigen administratie gebruikt. Tevens ontslaat dit de beheerder van de plicht het
                    GBA-netwerk te (doen) raadplegen. Als niet binnen drie maanden om verlenging van
                    het recht is verzocht, moet bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats
                    tot aan het einde van de periode worden meegedeeld dat de rechthebbende om
                    verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen.</al><al/><al><vet>Artikel 18 Overschrijving van verleende rechten</vet></al><al>Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het
                    college. Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken
                    in een bepaald graf te doen begraven. Het recht om lijken in een bepaald graf –
                    vroeger aangeduid als 'eigen graf' – te begraven berust op een persoonlijke
                    beschikking. De rechthebbende op grond van de beschikking kan zijn recht daarmee
                    niet verkopen. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden
                    overgeschreven op een ander. Daarbij bestaat de mogelijkheid om het recht over
                    te schrijven op naam van een rechtspersoon.</al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. De termijn, waarbinnen de aanvraag
                    tot overschrijving kan worden gedaan, is gesteld op zes maanden na het
                    overlijden van de rechthebbende. Er is geen reden een langere termijn aan te
                    houden.</al><al>Het vierde lid van dit artikel geeft het college de mogelijkheid zo nodig van de
                    genoemde termijn af te wijken.</al><al>In het geval dat de stoffelijke resten van de rechthebbende in het graf moeten
                    worden bijgezet moet het verzoek tot overschrijving vóór de bijzetting worden
                    gedaan. Doorgaans worden, na een overlijden, door de nabestaanden meteen al de
                    noodzakelijke regelingen getroffen. Logischerwijs is dan het aanwijzen van een
                    nieuwe rechthebbende daar één van.</al><al>Als er nabestaanden ontbreken is er de mogelijkheid de rechten over te schrijven
                    op naam van de notaris die de nalatenschap beheert, of op naam van de Stichting
                    Grafzorg Nederland.</al><al/><al><vet>Artikel 19 Eindiging van het recht op een particulier graf</vet></al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen hoe het recht op een
                    particulier graf kan eindigen. Dat kan op drie manieren, waarbij vermeld zij dat
                    de rechthebbende hierbij ook door middel van een schriftelijke verklaring
                    afstand van het recht op een particulier graf kan doen. Het tweede lid bepaalt
                    aan wie de verklaring moet zijn gericht en dat men bevestiging van ontvangst
                    hierover krijgt.</al><al>In het derde lid is tot slot bepaald dat het college ook het recht op een
                    particulier graf vervallen kan verklaren. Vanzelfsprekend geldt in de genoemde
                    gevallen onder a. en b. dat men eerst hiertoe zal worden aangemaand.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6 Grafbedekkingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 20 Vergunning grafbedekking</vet></al><al>Als elke regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt kan het aanzien van
                    begraafplaatsen chaotisch worden. Ook en vooral moeten de veiligheidsaspecten
                    worden genoemd. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke
                    persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet
                    worden voorkomen. Op grond van de verordening wordt het college hierbij de
                    nodige vrijheid gegeven, nu het hierover nadere regels kan stellen. Deze nadere
                    regels hebben onder meer betrekking op het aangeven van minimumeisen voor de
                    afmetingen, constructie en materiaalkeuze waaraan de grafbedekking moet voldoen. </al><al/><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op particuliere graven.</al><al/><al>Als er geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten worden aangeduid dat
                    er iemand begraven ligt om te voorkomen dat bezoekers ongewild over het graf
                    lopen. Uit een aanduiding bij het graf en uit de administratie zal voorts moeten
                    blijken wie daar begraven is.</al><al/><al><vet>Artikel 21 Niet-blijvende en blijvende grafbeplanting</vet></al><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens problemen over verwijderde
                    bloemen en eenjarige planten, zoals afrikanen en geraniums. Omdat de bloemen en
                    planten eigendom zijn van de rechthebbenden of de gebruiker is een waarschuwing
                    vooraf op zijn plaats. Het zou echter veel te omslachtig zijn genoemde personen
                    steeds per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten of verwelkte
                    bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om het beleid over de
                    planten en bloemen mee te delen op het mededelingenbord op de begraafplaats. Het
                    is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te verwijderen omdat gesteld mag
                    worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de begraafplaats.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Onderhoud door rechthebbende</vet></al><al>In dit artikel worden de rechten en de plichten van de rechthebbende over de
                    grafbedekking omschreven. Het gaat hier om grafbedekking op particuliere graven.
                    Op algemene graven is geen grafbedekking toegestaan.</al><al>De eigendom en daarmee ook de risicoaansprakelijkheid van hetgeen op het graf is
                    geplaatst ligt, volgens artikel 32a van de Wet op lijkbezorging, bij de
                    rechthebbende. Van natrekking is geen sprake zolang het graf niet geruimd mag
                    worden.</al><al/><al>Als er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van de
                    begraafplaats de rechthebbende aanspreken en sommeren tot het verrichten van
                    herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de lijkbezorging bepaalt in
                    artikel 28, vierde tot en met het zevende lid, dat het recht op het graf vervalt
                    wanneer vijf jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing niet in
                    het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met de termijn van
                    grafrust en de uitgiftetermijn van het graf.</al><al/><al><vet>Artikel 23 Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn
                    </vet></al><al>De rechthebbende moet volgens artikel 28, tweede lid van de Wet op de
                    lijkbezorging ten minste een jaar voor het verstrijken van de termijn van het
                    recht op de hoogte worden gesteld van dit feit, en van de mogelijkheid
                    verlenging van het recht te vragen. In veel gevallen kan dan gelijktijdig de
                    mededeling worden gedaan dat, wanneer niet om verlenging wordt verzocht, het
                    college opdracht zal geven de grafbedekking na het verstrijken van de termijn te
                    verwijderen en het graf te ruimen. Tevens kan worden medegedeeld dat de
                    grafbedekking dertien weken na verwijdering aan de gemeente vervalt.</al><al>Ook nabestaanden van overledenen die zijn begraven in een algemeen graf moeten,
                    volgens artikel 27a van de Wet op de lijkbezorging, op hoogte worden gesteld van
                    het verstrijken van de termijn van uitgifte. Deze mededeling moet volgens de wet
                    ‘ten minste zes maanden en ten hoogste twaalf maanden voor het verstrijken van
                    de termijn van uitgifte’ aan de belanghebbende bij dat graf worden gedaan.
                    Hierbij kan dan gelijktijdig de mededeling worden gedaan dat de mogelijk
                    aanwezige grafbedekking zal worden verwijderd en dat het graf zal worden
                    geruimd.</al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling moeten alleen aan de bezoekers van
                    die graven opvallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede ervaringen opgedaan
                    met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur.</al><al>De grafbedekking kan ook worden verwijderd nadat het college het grafrecht
                    vervallen heeft verklaard omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet
                    tijdig een nieuwe rechthebbende is aangewezen (artikel 19 van deze verordening),
                    of omdat het onderhoud van het graf is verwaarloosd (artikel 28, zesde lid van
                    de Wet op de lijkbezorging). In dat geval geldt eveneens het vereiste van de
                    voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het
                    graf gedurende minstens een jaar.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 7 Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 24 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</vet></al><al>Volgens artikel 31, tweede lid van de Wet op de lijkbezorging kan een
                    particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Het
                    recht op een graf kan echter vervallen na het verstrijken van de termijn, of
                    omdat er na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe
                    rechthebbende is aangewezen (artikel 19 van deze verordening). Ook kan het recht
                    vervallen na verwaarlozing van het onderhoud, volgens artikel 28, zesde lid van
                    de Wet op de lijkbezorging.</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan
                    zowel aan de rechthebbenden op particuliere graven als aan de nabestaanden van
                    overledenen die zijn begraven in een algemeen graf. Zie verder hetgeen is
                    vermeld in de toelichting op artikel 24.</al><al>Eenieder kan van zijn zienswijze doen blijken, bijvoorbeeld omdat het graf van
                    historische betekenis is (zie artikel 26).</al><al>Volgens het vijfde lid kan de rechthebbende vragen om de overblijfselen te doen
                    verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten in een ander graf op
                    dezelfde begraafplaats of over te brengen naar een andere begraafplaats. Ook
                    wordt de mogelijkheid gegeven om de overblijfselen in dezelfde grafruimte te
                    doen plaatsen (het zogenaamde schudden). Het graf wordt dan extra diep
                    uitgegraven, en de overblijfselen worden onderin geplaatst. De rechthebbende kan
                    dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op deze wijze kan het
                    graf gedurende langere tijd in dezelfde familie blijven.</al><al>Het vierde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene graven de
                    stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te geven dan die
                    welke genoemd is in het derde lid.</al><al>Met betrekking tot het ruimen is gekozen voor een zorgplicht voor de gemeente,
                    als beheerder van de begraafplaats. Op de beheerder rust de plicht er zorg voor
                    te dragen dat met de stoffelijke resten welke bij de ruiming van een graf worden
                    aangetroffen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien
                    maatregelen te worden getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats niet met de
                    stoffelijke resten worden geconfronteerd. </al><al/><al><vet>Hoofdstuk 8 In stand houden historische graven en opvallende
                        grafbedekking</vet></al><al/><al><vet>Artikel 25 Lijst van bijzondere graven</vet></al><al>Het is voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn ondoordacht werden
                    geruimd. Een graf kan van betekenis zijn vanwege de persoon die er is begraven,
                    maar ook uitsluitend vanwege het gedenkteken. De overledene kan voor de
                    plaatselijke gemeenschap van betekenis zijn geweest. Het gedenkteken kan
                    opvallen door zijn vormgeving en door het gebruikte materiaal. Als voorbeeld
                    kunnen gietijzeren gedenktekens worden genoemd, vaak subtiel voorzien van
                    symbolen van de dood. Het materiaal herinnert aan een reeds lang verdwenen
                    nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Er dienen maatregelen te worden
                    getroffen zodat graven van bekende overledenen niet meer ondoordacht worden
                    geruimd en zeldzame voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden
                    herinnert, behouden blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken
                    verdient het aanbeveling een deskundige te raadplegen.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 9 Inrichting register</vet></al><al/><al><vet>Artikel 26 Voorschriften</vet></al><al>Het register van de bezorgde as is niet opgenomen, aangezien artikel 10 van het
                    Besluit op de lijkbezorging van 4 december 1997 gedetailleerde voorschriften
                    voor dit register geeft.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 10 Slotbepalingen</vet></al><al/><al><vet>Artikel 27 Hardheidsclausule</vet></al><al>Op grond van dit artikel kan het college één of meer artikelen van deze
                    verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing
                    gelet op het belang van het begraven en het bezorgen van as, leidt tot een
                    onbillijkheid van overwegende aard. Het gaat hier alleen om gevallen zoals die
                    ten tijde van het vaststellen van de verordening niet waren voorzien. Wordt
                    eenmaal van de hardheidsclausule gebruikt gemaakt, dan moet hieruit volgen dat
                    de verordening wordt aangepast, omdat dat geval immers voorzienbaar is
                    geworden.</al><al/><al><vet>Artikel 28 Intrekking oude regeling</vet></al><al>Hiermee wordt de Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Overbetuwe
                    ingetrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 29 Overgangsrecht</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 30 Inwerkingtreding</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 31 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel behoeft eveneens geen nadere toelichting.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i143201.pdf">beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2012 12 02 28.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>