<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21857_9</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiele bekendmakingen gemeenteblad nr. 118695 10 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet artikel 220 tot en met 220h.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-01</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15rb000146</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9354</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe
                        2016</al><al/><al/><al>Ons kenmerk: 15rb000146</al><al/><al>Nr. 10a</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 29 september
                        2015;</al><al/><al>gehoord het advies van de voorbereidende vergadering van 17 november
                        2015;</al><al/><al>gelezen de informatiememo raad inzake ‘wijziging verordening
                        onroerende-zaakbelastingen en lijkbezorgingsrechten’ van 12 november
                        2015;</al><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Verordening onroerende-zaakbelastingen</vet></al><al><vet>gemeente Overbetuwe 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "onroerende-zaakbelastingen" worden voor binnen de
                                gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                        woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                        recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen:
                                        gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                        noemen: eigenarenbelasting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als
                                        gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven
                                        (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
                                        ter beschikking is gesteld.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin
                                van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is
                                vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende
                                krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li><li nr="2."><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning als de waarde die
                                op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                                vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al></li><li nr="2."><al>Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet
                                van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de
                                heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                                toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en
                                20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al
                                is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de
                                waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>voor land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                        cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede
                                        de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
                                        wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                        ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de
                                        kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond
                                        daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li><li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de
                                        openbare eredienst of voor het houden van openbare
                                        bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en
                                        ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende
                                        zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Natuurschoonwet%201928"><onderstreept>Natuurschoonwet
                                            1928</onderstreept></extref> aangewezen landgoed dat
                                        voldoet aan de voorwaarden genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rangschikkingsbesluit%20Natuurschoonwet%201928/article=8"><onderstreept>artikel 8 van het
                                                Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet
                                                1928</onderstreept></extref>, met uitzondering van
                                        de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; </al></li><li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                        heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die
                                        door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke
                                        zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;</al></li><li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer
                                        per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li><li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li><li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en
                                        ander afvalwater en die wor-den beheerd door organen,
                                        instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                        rechts-personen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                        werken die dienen als woning;</al></li><li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                        afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                        werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                        gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li><li nr="j."><al>onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met
                                        uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die
                                        bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van
                                        onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige
                                        gebouwde eigendommen – niet zijnde gebouwen – welke zijn
                                        geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van
                                        het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals
                                        lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten,
                                        fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;</al></li><li nr="l."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in
                                        beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt bezit, met uitzondering van delen
                                        van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li><li nr="m."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering
                                        van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als
                                        woning.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde
                                onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de
                                gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom,
                                bezit of beperkt recht.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van
                                            de heffingsmaatstaf. </al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Het percentage bedraagt voor:</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>de gebruikersbelasting</al></entry><entry colname="col5"><al>0,1147%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col3"><al>de eigenarenbelasting</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1.</al></entry><entry colname="col4"><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning
                                            dienen</al></entry><entry colname="col5"><al>0,1122%;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>2.</al></entry><entry colname="col4"><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen </al></entry><entry colname="col5"><al>0,1419%.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col4" namest="col2"><al>Geen belasting wordt geheven als het belastingbedrag
                                            beneden € 5,- blijft. Voor de toepassing van de vorige
                                            volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet
                                            verenigde verschuldigde bedragen
                                            onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen
                                            aangemerkt als één belastingbedrag.</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening
                                van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de
                                aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de
                                eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het
                                aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen een maand later.</al></li><li nr="3."><al>In aanvulling op het tweede lid geldt, in de situaties waarin er na
                                de kalendermaand waarin de aanslag wordt opgelegd minder dan acht
                                maanden in het kalenderjaar overblijven, het volgende: de aanslagen
                                moeten worden betaald in zoveel termijnen als er nog kalendermaanden
                                van het belastingjaar overblijven, met een minimum van drie. </al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het tweede en derde lid geldt ingeval het totaal
                                van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
                                onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen minder bedraagt dan €
                                50,- of meer is dan € 35.000,-, dat de aanslagen moeten worden
                                betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                tot en met het vierde lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de
                        onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2015, zoals
                        vastgesteld bij besluit van 9 december 2014, wordt ingetrokken met ingang
                        van 1 januari 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2015 blijft
                        van toepassing op belastbare feiten die zich voor 1 januari 2016 hebben
                        voorgedaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016. </al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                        onroerende-zaakbelastingen gemeente Overbetuwe 2016.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 1 december 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink MBA.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. A.S.F. van Asseldonk.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i264589.pdf">ozb 151201.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>