<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21855_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Wijzigingsverordening rechtmatigheid gemeente Overbetuwe 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hét Gemeente Nieuws; 27-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wijzigingsverordening rechtmatigheid gemeente Overbetuwe 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet en de specifieke bijzondere wetten.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2007-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 1, 4, 4a, 5a, 6 en 14 t/m 17</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>07rb000160</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wijzigingsverordening rechtmatigheid gemeente Overbetuwe 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Financiële verordening Overbetuwe</al><al/><al>Ons kenmerk: 06rb000089</al><al/><al>Nr. 9</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe besluit,</al><al/><al>gelet op artikel(en) 212 van de Gemeentewet</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de </al><al/><al><vet>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de
                            regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                            financiële organisatie van de gemeente Overbetuwe.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="b."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie voor het besturen van,
                                    het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Overbetuwe en voor de verantwoording
                                    die daarover moet worden afgelegd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><al>De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                            programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2a.</nr><titel>Planning- en Controlcyclus</titel></kop><al>Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college aan de raad een
                            overzicht aan met daarin in elk geval de datums voor het aanbieden door
                            het college en het vaststellen door de raad van de jaarstukken, de
                            Kadernota, de tussentijdse rapportages en de begroting met de
                            meerjarenraming. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de
                                    productenraming ingedeeld naar programma’s en bij het
                                    jaarverslag wordt een overzicht gegeven van de
                                    productenrealisatie ingedeeld naar programma’s.</al></li><li nr="2."><al>Als bijlage bij de uiteenzetting van de financiële positie van
                                    de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering
                                    het benodigde investeringskrediet weergegeven. </al></li><li nr="3."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van
                                    de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van
                                    de totale uitgaven weergegeven. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a.</nr><titel>Kaders ontwerpbegroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt voor 1 juli aan de raad een nota aan met een
                                    voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de
                                    ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de
                                    meerjarenraming.</al></li><li nr="2."><al>In de ontwerpbegroting wordt een post onvoorzien opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                    totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht
                                    van de algemene dekkingsmiddelen.</al></li><li nr="2."><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                    investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                    autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De
                                    overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling
                                    met het vaststellen van de financiële positie
                                    geautoriseerd.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of
                                    investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt dit
                                    door het college gemeld in de voor- of najaarsnota. Het college
                                    voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het
                                    investeringskrediet.</al></li><li nr="4."><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in
                                    de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het
                                    aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een
                                    voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de
                                    raad voor, met uitzondering van de situaties, genoemd in artikel
                                    4a.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a.</nr><titel>Autorisatie achteraf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ten behoeve van een soepele voortgang in de bedrijfsvoering
                                    en/of besluitvormingstrajecten is vooraf geen budgetverlening
                                    door de raad noodzakelijk voor:</al><lijst><li nr="a."><al>nieuwe uitgaven met een eenmalig karakter van maximaal €
                                            150.000 exclusief compensabele BTW;</al></li><li nr="b."><al>nieuwe meerjarige verplichtingen waarvan de jaarlijkse
                                            lasten maximaal € 20.000 exclusief compensabele BTW
                                            zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Van de financiële consequenties van transacties die het eerste
                                    lid onder a. en b. genoemde bedragen niet te boven gaan worden
                                    achteraf in het betreffende begrotingsjaar administratieve
                                    begrotingswijzigingen opgesteld, die worden opgesomd in het
                                    totaaloverzicht bij het maandelijkse raadsvoorstel
                                    begrotingswijzigingen en alsnog vastgesteld of de betreffende
                                    financiële consequenties worden meegenomen in een één van de
                                    tussentijdse rapportages aan de raad, bedoeld in artikel 5,
                                    eerste lid en de daaruit voortvloeiende
                                    begrotingswijziging.</al></li><li nr="3."><al>Bij de bepaling van overschrijding van programma’s wordt geen
                                    rekening gehouden met overschrijdingen, die het gevolg zijn van
                                    een hogere toerekening van loonkosten van de eigen organisatie.
                                </al></li><li nr="4."><al>Kredietopeningen ten behoeve van grondexploitatie-activiteiten
                                    waarvoor een actuele, door de raad vastgestelde exploitatieopzet
                                    voorhanden is, kunnen ongelimiteerd door het college worden
                                    afgewikkeld, indien deze uitgaven passen binnen de bedoelde
                                    exploitatieopzet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente
                                    over de eerste drie maanden (voorjaarsnota) en de eerste acht
                                    maanden (najaarsnota) van het begrotingsjaar.</al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de
                                    uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met
                                    de bijgestelde raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen
                                            a en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
                                            per programma;</al></li><li nr="e."><al>het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c
                                            en d, alsmede een realisatie en raming van de
                                            productenrealisatie en de realisatie en raming van de
                                            uitputting van de investeringskredieten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>In de tussenrapportage worden alleen
                                        <onderstreept>afwijkingen</onderstreept> op de
                                    oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en
                                    investeringskredieten in de begroting <onderstreept>van € 50.000
                                        en hoger per programma</onderstreept> toegelicht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5a.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit over een privaatrechtelijke rechtshandeling, als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, sub e. van de Gemeentewet,
                                    nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                    bedenkingen ter kennis van het college te brengen van:</al><lijst><li nr="a."><al>het aangaan van verplichting voor werken groter dan €
                                            1.000.000;</al></li><li nr="b."><al>het aangaan van verplichtingen voor leveringen en
                                            diensten groter dan € 500.000;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
                                            groter dan € 1.000.000.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid, onder c. is niet van toepassing
                                    op het aangaan van achtervangovereenkomsten met het
                                    Waarborgfonds Sociale Woningbouw, voorzover het de
                                    (her)financiering betreft van de in de gemeente gelegen
                                    woongelegenheden.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                    bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden op
                                    annuïteitbasis in maximaal 5 jaar afgeschreven.</al></li><li nr="2."><al>De kosten van sluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                    van de exploitatie verantwoord. </al></li><li nr="3."><al>Materiële vaste activa met economisch nut worden op
                                    annuïteitbasis afgeschreven in:</al><lijst><li nr="a."><al>60 jaar: aanleg van riolen;</al></li><li nr="b."><al>45 jaar: aanleg van pompputten en persleidingen;</al></li><li nr="c."><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en
                                            bedrijfsgebouwen.;</al></li><li nr="d."><al>25 jaar: renovatie, restauratie woonruimten en
                                            bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;
                                            aanleg van pompinstallaties;</al></li><li nr="f."><al>10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
                                            telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolmeubilair;
                                            aanleg tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke
                                            woonruimten en bedrijfsgebouwen; groot onderhoud
                                            woonruimten en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="g."><al>5 jaar: automatiseringsapparatuur en programmatuur;</al></li><li nr="h."><al>afzonderlijk door de raad vast te stellen
                                            afschrijvingstermijnen voor unieke projecten niet
                                            vallend onder het bovenstaande. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. </al></li><li nr="5."><al>Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden
                                    niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen.</al></li><li nr="6."><al>Voor materieel van de afdelingen openbare ruimte en veiligheid
                                    worden de afschrijvingstermijnen gehanteerd die zijn opgenomen
                                    in de door de raad vastgestelde vervangingsschema’s van dit
                                    materieel.</al></li><li nr="7."><al>Kapitaaluitgaven in de openbare ruimte met een meerjarig
                                    maatschappelijk nut (aanleg, groot onderhoud en reconstructie
                                    van wegen, waterwegen; civiele kunstwerken, groen en
                                    kunstwerken) worden afgeschreven in 20 jaar.</al></li><li nr="8."><al>Kapitaaluitgaven met een meerjarig maatschappelijk nut niet
                                    gedaan in de openbare ruimte worden onder aftrek van bijdragen
                                    van derden en bestemmingsreserves in één keer ten laste van de
                                    exploitatie gebracht. Hiervan kan bij raadsbesluit worden
                                    afgeweken. In geval van activering bij raadbesluit wordt het
                                    actief annuiteitsgewijs afgeschreven over de verwachte
                                    levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te
                                    geven tijdsduur.</al></li><li nr="9."><al>In afwijking van het derde lid onder c worden de oorspronkelijke
                                    afschrijvingstermijnen van 60 jaar van (oude) investeringen van
                                    schoolgebouwen, waarvan de WOZ-waarde hoger is dan de
                                    restant-boekwaarde, niet meer aangepast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken
                                    en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd.
                                    Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen
                                    die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met
                                    de door de gemeente verleende diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                    onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging
                                    van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik
                                    zijnde activa en voor rioolrecht, reinigingsrecht en
                                    afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></li><li nr="3."><al>De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt
                                    bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de
                                    bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen
                                    vermogen en de voorzieningen (onder aftrek van de aan activa
                                    toegerekende specifieke rente).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte
                                    van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolrecht,
                                    reinigingsrecht, afvalstoffenheffing en diverse overige
                                    heffingen, zoals leges en begraafrechten.</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt jaarlijks een nota aan ter vaststelling van
                                    prijzen voor de uitgifte van gronden. Eens in de 4 jaar biedt
                                    het college de raad een nota aan met de kaders voor de prijzen
                                    voor de verhuur en verkoop van overige onroerende zaken. De raad
                                    stelt de nota’s vast.</al></li><li nr="3."><al>Het college biedt eens in de 4 jaar de raad een nota aan met de
                                    kaders voor de prijzen van gemeentelijke diensten anders dan
                                    genoemd in het tweede lid. De raad stelt de nota vast.</al></li><li nr="4."><al>De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het
                                    wijzigen van prijzen worden ter kennisneming aan de raad
                                    aangeboden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s
                                            binnen de door de raad vastgestelde kaders van de
                                            begroting uit te voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s
                                            en kredietrisico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beperken van de kosten van leningen en het bereiken
                                            van een voldoende rendement op uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                            kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                            posities.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie
                                    de richtlijnen van het Treasurystatuut in acht.</al></li><li nr="3."><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en
                                    het aangaan van financiële participaties uit hoofd van de
                                    publieke taak bedingt het college, indien mogelijk, zekerheden.
                                    Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van
                                    dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van
                                    garanties en financiële participaties.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is
                            voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen, schulden, en contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren over de
                                    gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening
                            en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, voor
                            de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                            informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.
                            Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                            eigendommen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie
                                            en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken
                                            aan de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies,
                                            bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen
                                            van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid
                                            van de verstrekte informatie aan beleids- en
                                            beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan
                                            van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten
                                            en investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                            verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                                            informatievoorziening van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen
                                            van de lasten en baten aan de producten van de
                                            productraming en de productrealisatie.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a.</nr><titel>Inkoop en aanbesteding</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en
                            aanbesteding van goederen, werken en diensten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>De raad en het college kunnen één of meerdere artikelen van deze
                            verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover
                            toepassing gelet op het belang van het financieel beleid, het financieel
                            beheer of de inrichting van de financiële organisatie, leidt tot een
                            onbillikheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Financiële verordening gemeente Overbetuwe 2005, zoals vastgesteld
                            bij besluit van 21 december 2004, wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente
                            Overbetuwe 2007.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 31 oktober 2006.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de wnd. voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.M. Melaard.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Financiële verordening Overbetuwe</titel></kop><al><vet>I. Indeling en inhoud van de financiële verordening </vet></al><al>Voor de indeling van de nieuwe financiële verordening is de inhoud van artikel
                    212 Gemeentewet gevolgd. Dit artikel uit de Gemeentewet zegt dat de financiële
                    verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid en regels voor het
                    financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie moet bevatten.
                    De elementen financieel beleid, financieel beheer en financiële organisatie
                    komen terug in de hoofdstukindeling; achtereenvolgens de hoofdstukken 3, 4 en 5
                    gaan over deze onderwerpen. </al><al/><al>Het eerste lid van artikel 212 Gemeentewet stelt aanvullende eisen aan de inhoud
                    van de verordening. De verordening moet waarborgen dat aan de eisen van
                    rechtmatigheid, verantwoording en interne controle wordt voldaan. Ook deze eisen
                    vindt men terug in de indeling van de verordening. Zo behandelt het 2e hoofdstuk
                    de verantwoording over de uitvoering van de begroting. </al><al>In hoofdstuk 3 zijn kaders voor het financieel beleid opgenomen en in hoofdstuk
                    5 kaders voor de financiële organisatie. Deze kaders maken tezamen de interne
                    controle waaronder de controle op de rechtmatigheid van de (financiële)
                    beheershandelingen mogelijk. Regels over interne controle zelf staan in
                    hoofdstuk 4, het hoofdstuk over het financieel beheer. De interne controle richt
                    zich mede op de rechtmatigheid van de (financiële) beheershandelingen. </al><al/><al>Het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet geeft aan welke regels in elk geval
                    in de verordening moeten zijn opgenomen. De verordening moet in elk geval regels
                    bevatten voor waardering en afschrijving van vaste activa, grondslagen voor de
                    berekening van tarieven en prijzen en de algemene doelstellingen en te hanteren
                    richtlijnen en limieten voor de financieringsfunctie. Deze regels zijn opgenomen
                    in het hoofdstuk 3, het hoofdstuk over het financieel beleid. </al><al/><al>Uitgangspunt voor deze nieuwe verordening is de verkorte versie van de
                    modelverordening van de VNG. </al><al>In enkele gevallen zijn artikelen uit de uitgebreide versie overgenomen. In dat
                    geval is aan het artikelnummer een “a” toegevoegd conform de nummering in die
                    uitgebreide versie. Op deze wijze blijft er aansluiting met de huidige
                    modelverordeningen van de VNG en de wijzigingen en aanvullingen, die daarin de
                    komende jaren zullen plaatsvinden.</al><al>Tevens zijn enkele artikelen uit de thans nog geldende financiële verordening
                    van Overbetuwe overgenomen (hierna te noemen “oude verordening”).</al><al/><al>In de artikelsgewijze toelichting op de volgende pagina’s wordt tevens
                    aangegeven, waaraan de artikelen zijn ontleend. Indien daarover niets is
                    vermeld, zijn de artikelen afkomstig uit de verkorte modelverordening van de
                    VNG. In een enkel geval heeft in die artikelen uit praktische overwegingen nog
                    een kleine aanpassing plaatsgevonden.</al><al/><al><vet>II. Toelichting op de artikelen.</vet></al><al><vet>Artikel 1. Definities</vet></al><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en
                    Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten.
                    Overige begrippen worden in artikel 1 van de verordening gedefinieerd.</al><al>In de oude Financiële verordening werden van veel meer begrippen de definities
                    gegeven, zoals van doelmatigheid, doeltreffendheid, etc. Uitgangspunt van de
                    nieuwe verordening is om overtollige ballast zoveel mogelijk te vermijden.</al><al>Zo bevatte de oude verordening ook nog veel bepalingen over bijvoorbeeld de
                    inhoud van de verplichte paragrafen bij de programmabegroting. Het Besluit
                    Begroting en Verantwoording (BBV) geeft hierover al veel nadere regels.</al><al>Aan de belangrijkste kaders voor de paragrafen wordt aandacht besteed in de
                    Kadernota. </al><al>Daarom zijn in de nieuwe verordening dergelijke uitgebreide bepalingen
                    achterwege gelaten.</al><al><vet>Artikel 2. Programma-indeling</vet></al><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                    jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere
                    raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat
                    het college de producten aan de programma’s toewijst.</al><al/><al>Op grond van artikel 189 Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad
                    neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen hij voor taken en activiteiten
                    op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op
                    grond van artikel 192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de
                    begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor
                    op de begroting zijn gebracht (vierde lid artikel 189 Gemeentewet). </al><al/><al>De raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Hij kan er
                    voor kiezen een budget voor een samenstel van activiteiten beschikbaar te
                    stellen. In de nieuwe verordening is deze keuze vertaald naar het beschikbaar
                    stellen van budgetten per programma. Dit laat onverlet dat bij de programma’s de
                    budgetten nader kunnen worden uitgesplitst naar speerpunten, e.d. </al><al><vet>Artikel 2a Planning- en controlcyclus (P&amp;C)</vet></al><al>Dit artikel is overgenomen uit de uitgebreide versie van de
                    Modelverordening.</al><al>Het is al een goed gebruik in gemeente Overbetuwe om jaarlijks een
                    concernplanning te maken, waarin de data van aanbieding en vaststelling van de
                    belangrijkste stukken van de P&amp;C-cyclus zijn opgenomen. Wij vinden het een
                    goede zaak dat de raad voor het begin van het begrotingsjaar van de hoofdlijnen
                    van deze planning in kennis wordt gesteld.</al><al><vet>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</vet></al><al>In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting. Zo wordt in het eerste lid het college opgedragen
                    de productenraming bij de begroting te voegen. En zo wordt ook bepaald de
                    productrealisatie bij het jaarverslag te voegen. Dit zijn geen
                    standaardverplichtingen in het BBV. Het gaat hier niet om de uitgebreide
                    productenraming en productenrealisatie, maar om overzichten per programma van de
                    producten, die bij de programma’s horen met daarbij vermeld de totaal geraamde
                    lasten en baten resp. de totaal gerealiseerde lasten en baten per product.</al><al/><al>Verder wordt de verplichting in het BBV om in de begroting aandacht te besteden
                    aan de investeringen nader uitgewerkt door te bepalen dat er bij de
                    uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van de investeringen wordt
                    gegeven. In Overbetuwe gebeurt dat in een aparte bijlage bij de
                    Programmabegroting, namelijk in het Programma Nieuwe Lasten (PNL). </al><al>Investeringen en lasten van door de raad vastgestelde beheersprogramma’s zoals
                    het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) worden niet meer in dat PNL opgenomen maar
                    rechtstreeks in de productenraming; de raad hoeft hiervoor dan ook geen
                    afzonderlijke budgetten meer vast te stellen (de financiële consequenties zijn
                    via de producten al opgenomen bij de programma’s)</al><al><vet>Artikel 3a. Kaders begroting</vet></al><al>Het eerste lid van het artikel is overgenomen uit de uitgebreide
                    modelverordening en bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen aan de
                    begroting (voor de zomer) een nota vaststelt waarin de hoofdlijnen voor het
                    beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De kaders
                    geven richting aan het college voor het opstellen van de ontwerpbegroting en de
                    meerjarenraming. </al><al>In Overbetuwe is dit al enkele jaren een goed gebruik en wordt jaarlijks de
                    Kadernota door de raad vastgesteld, waarop dit eerste lid doelt.</al><al/><al>Het tweede lid handelt over de post onvoorzien.</al><al>Artikel 189, 2e lid van de Gemeentewet bepaalt dat de begroting mede een bedrag
                    voor onvoorziene uitgaven bevat. Artikel 8 van het BBV zegt dat het bedrag voor
                    onvoorzien moet zijn opgenomen in het programmaplan. In het tweede lid van
                    artikel 3a van de uitgebreide versie wordt een nadere invulling aan deze
                    wettelijke verplichtingen gegeven. De meeste gemeenten, waaronder ook
                    Overbetuwe, nemen een bedrag voor onvoorzien op onder de algemene
                    dekkingsmiddelen. Het tweede lid van de uitgebreide modelverordening bepaalt
                    echter dat het college per programma een post voor onvoorziene uitgaven opneemt.
                    Deze alternatieve invulling moet in relatie worden gezien met het derde lid van
                    artikel 4 van de uitgebreide modelverordening. Dat bepaalt dat het college
                    bevoegd is overschrijdingen van de lasten van een prioriteit en
                    onderschrijdingen van de baten van een prioriteit te dekken uit de post
                    onvoorzien van het programma waarvan de prioriteit deel uitmaakt. </al><al>Deze uitgebreide bepalingen zijn niet overgenomen in de nieuwe verordening en
                    wel om de volgende redenen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het college heeft voldoende mogelijkheden om met toepassing van artikel
                            4a soepel om te gaan met onvoorziene omstandigheden of
                            overschrijdingen.</al></li><li nr="2."><al>Vooraf is het moeilijk in te schatten wat de juiste verdeling over alle
                            programma’s en de post onvoorzien. Bovendien is deze post in verhouding
                            tot de programmabegroting zeer laag, zodat een verdere versnippering
                            over programma’s geen toegevoegde waarde heeft.</al></li></lijst><al>In de nieuwe verordening is daarom volstaan met de bepaling dat er in de
                    begroting een </al><al>post voor onvoorzien wordt opgenomen (om niet voorziene structurele uitgaven en </al><al>kapitaallasten op te vangen).</al><al><vet>Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten </vet></al><al>Artikel 4 bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                    investeringskredieten. Autorisatie van de baten en lasten plaats vindt op
                    programmaniveau plaats (lid 1). Voor begrotingswijzigingen doet het college
                    gedurende het jaar voorstellen aan de raad (lid 3). </al><al/><al>Naast lopende uitgaven doen gemeenten ook investeringen. Ook uitgaven voor
                    investeringen moeten worden geautoriseerd. Voor de autorisatie van deze
                    investeringskredieten is er in overeenstemming met de modelverordening voor
                    gekozen deze bij begrotingsbehandeling mee te nemen (lid 2). Wel kan de raad bij
                    de begrotingsbehandeling aangeven welke investeringskredieten hij op een later
                    tijdstip wenst te autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie van politiek
                    belangrijke investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant
                    van het investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft
                    wel op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de
                    uitgaaf nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen voor de
                    investering aan te gaan.</al><al/><al>Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op
                    tafel die bij het opstellen van de ontwerpbegroting nog niet waren voorzien. Het
                    laatste lid van het artikel regelt de autorisatie van de investeringskredieten
                    voor deze investeringen.</al><al><vet>Artikel 4a. Autorisatie achteraf</vet></al><al>Het beschikbaar stellen van budgetten is op basis van de Gemeentewet een
                    exclusief recht van de raad, dat niet kan worden overgedragen aan het college.
                    Dit betekent dus dat het college bij alle onverwachte zaken en/of noodzakelijke
                    kleine nieuwe verplichtingen die extra geld kosten formeel geredeneerd eerst
                    moet wachten op een raadsbesluit tot aanvullende kredietopening. Dit doorkruist
                    een soepele bedrijfsvoeringen en is natuurlijk niet praktisch. Daarom was er in
                    de oude verordening al een regeling opgenomen dat het college voor nieuwe
                    uitgaven tot een bepaald niveau niet hoefde te wachten op een voorafgaande door
                    de raad vast te stellen begrotingswijziging. Alleen werd hiervoor, zoals nu
                    achteraf is gebleken, tenorechte het artikel over de informatieplicht van het
                    college aan de raad gebruikt.</al><al/><al>In de nieuwe verordening is hiervoor een afzonderlijk artikel opgenomen, dat de
                    handelwijze tot nu toe op een formele juiste wijze regelt en wel artikel
                    4a.</al><al>In dit artikel is geregeld binnen welke grensbedragen het college mag besluiten
                    tot het doen van niet in de programmabegroting geraamde eenmalige en structurele
                    uitgaven.</al><al>In die gevallen worden de verplichtingen dus al wel door het college aangegaan
                    en/of de uitgaven al gedaan en wordt er pas achteraf bij een zogenaamde
                    “administratieve” wijziging of bij één van de tussentijdse bestuursrapportages
                    alsnog door de raad ingestemd met het benodigde aanvullende budget.</al><al>Het college moet er bij deze procedure natuurlijk wel op kunnen vertrouwen dat
                    de raad hier soepel mee omgaat en dergelijke zaken niet telkens zwaar
                    inhoudelijk gaat beschouwen. Anderzijds moet het college ook het vertrouwen, dat
                    de raad door vaststelling van dit artikel aan het college geeft, niet schaden en
                    dus artikel 4a alleen toepassen in die situaties waarvoor dit artikel is
                    bedoeld. </al><al>Omdat de gevolgde lijn tot nu toe geen problemen heeft opgeleverd heeft het
                    college er alle vertrouwen in dat deze lijn op een soepele wijze zal worden
                    voorgezet.</al><al/><al>De grensbedragen zijn grotendeels overgenomen uit het oude lid 6 van artikel 7. </al><al>Uit praktische overwegingen is er geen onderscheid meer gemaakt tussen werken,
                    diensten, investeringen, etc. Er was namelijk vaak onduidelijkheid welke
                    concrete zaken nu precies onder welke categorie vielen. In de oude regeling
                    waren voor verschillende categorieën van eenmalige uitgaven (werken en
                    leveringen/diensten) nog afzonderlijke grensbedragen opgenomen van € 100.000 en
                    € 200.000. In de nieuwe regeling is gekozen voor <onderstreept>één grensbedrag
                        van € 150.000</onderstreept> voor alle <onderstreept>uitgaven met een
                        eenmalig karakter</onderstreept>.</al><al>Daarnaast is het grensbedrag <onderstreept>van € 20.000 voor het aangaan van
                        structurele financiële verplichtingen</onderstreept>
                    (exploitatiekosten/kapitaallasten) ongewijzigd uit de oude regeling
                    overgenomen.</al><al>Indien deze grensbedragen niet worden overschreden mag het college in eerste
                    instantie dus besluiten tot het doen van uitgaven, waarvoor nog geen budgetten
                    beschikbaar zijn. Boven die grensbedragen moet altijd vooraf krediet worden
                    gevraagd aan de raad (m.u.v. de afwijkende regeling voor grondexploitatie met
                    vastgestelde exploitatieberekeningen).</al><al/><al>Lid 3 is ingevoegd met het oog op de rechtmatigheid. Daarin is geregeld, dat bij
                    de bepaling van de mate van overschrijding van programma’s geen rekening wordt
                    gehouden met verschuivingen in de toerekening van loonkosten tussen het ene en
                    het andere Programma. Formeel geredeneerd is elke overschrijding van een
                    programma namelijk onrechtmatig; bij deze beoordeling houdt de accountant er
                    geen rekening mee dat andere programma’s met dezelfde bedragen zijn
                        <onderstreept>onder</onderstreept>schreden.</al><al>In de praktijk komt het door diverse oorzaken regelmatig voor dat bij het
                    opmaken van de jaarrekening blijkt dat er verschuivingen hebben plaatsgevonden
                    in de toerekening van de loonkosten (met toeslagen) van de eigen organisatie,
                    terwijl het totaal van die toerekeningen binnen de hele begroting overeenstemt
                    met de hiervoor geraamde bedragen. Omdat na 1 januari van een boekjaar formeel
                    geen begrotingswijzigingen door de raad kunnen worden vastgesteld betekent dit
                    dat dergelijke overschrijdingen niet meer gecorrigeerd kunnen worden en
                    automatisch als onrechtmatig worden beoordeeld door de accountant (de raad heeft
                    immers vooraf geen aanvullend budget geautoriseerd). Dit artikel biedt hiervoor
                    dus een praktische oplossing.</al><al>Bij tussentijdse rapportages zal overigens wel worden nagegaan in hoeverre het
                    mogelijk en zinvol is om de ramingen van de toerekening van de eigen loonkosten
                    af te stemmen op de werkelijke toerekeningen.</al><al/><al>Lid 4 is overgenomen oud de oude verordening en heeft betrekking op beschikbaar
                    stellen van kredieten voor grondexploitatie-activiteiten.
                        <onderstreept>Voorzover hiervoor actuele door de raad vastgestelde
                        exploitatieopzetten voorhanden zijn</onderstreept>, is de bevoegdheid om
                    krediet voor de daadwerkelijke uitvoering daarvan beschikbaar te stellen,
                    volledig in handen van het college gelegd. De raad heeft immers bij de
                    vaststelling van de exploitatie-opzetten ingestemd met de uitvoering en de
                    daarin opgenomen kosten van bouwrijp maken, etc. Het is dan ook praktisch om de
                    uitvoering hiervan, binnen de kaders van die exploitatieopzetten aan het college
                    over te laten.</al><al>Overigens laat dit artikel onverlet de informatieplicht die het college aan de
                    raad heeft op grond van 5a over privaatrechtelijke rechtshandelingen. Ook wordt
                    de raad bij diverse stukken van de Plannings- en Controlcyclus regelmatig
                    geïnformeerd over de uitvoering van grondexploitaties. </al><al>Indien er geen actueel vastgestelde exploitatieopzet voorhanden is, geldt de
                    procedure, zoals beschreven in het 1e en 2e lid van dit artikel.</al><al><vet>Artikel 5. Tussentijdse rapportage</vet></al><al>Een belangrijk onderdeel van de planning en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussenrapportages.</al><al>Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd over de uitputting van
                    budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van het
                    beleid. Er is conform de verkorte versie van de modelverordening en de oude
                    verordening van Overbetuwe gekozen voor twee tussenrapportages. Alleen zijn de
                    perioden waarop in de rapportages verslag wordt gedaan, verkort. De oude
                    verordening sprak nog van 4-maands en 9-maandsrapportages. Gelet op de
                    voorbereidingstijd en het relatief veel tijd vragende politieke
                    besluitvormingstraject van voorbespreking, collegebehandeling, presidium,
                    commissie- en raadsbehandeling zijn deze perioden niet reëel haalbaar. Bovendien
                    heeft de raad besloten om de najaarsnota naar voren te halen; men wil de
                    resultaten van de najaarsnota betrekken bij de begrotingsbehandeling.</al><al>In de nieuwe verordening worden daarvoor de volgende perioden aangehouden:</al><lijst><li nr="-"><al>voorjaarsnota: 3-maandsrapprtage (t/m maart)</al></li><li nr="-"><al>najaarsnota: 8 maandsrapportage (t/m augustus).</al></li></lijst><al>Dit sluit meer aan bij de reële haalbaarheid, maar heeft met name voor de
                    najaarsnota wel consequenties voor de juiste inschatting van het verwachte
                    rekeningsresultaat, terwijl de raad –naast vervroeging van de behandeling- ook
                    heeft aangegeven dat die inschatting bij de najaarsnota verbeterd dient te
                    worden. Hier wordt ook naar gestreefd met andere maatregelen, maar het naar
                    voren halen van de najaarsnota en de noodzakelijke verkorting van de
                    rapportageperiode staat hier wel haaks op.</al><al/><al>Het tweede lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van de rapportage. </al><al/><al>Het derde lid bepaalt over welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het
                    college zich in de rapportage moet verantwoorden. Uit praktische overwegingen is
                    –in de lijn van de rapportages tot nu toe- gekozen voor een ondergrens van €
                    50.000 per programma.</al><al>In de managementrapportage van de organisatie aan het college wordt een
                    ondergrens gehanteerd van € 10.000. Deze mutaties worden voor de raad dus
                    samengevat tot een rapportage op hoofdlijnen.</al><al><vet>Artikel 5a. Informatieplicht </vet></al><al>In overeenstemming met uitgebreide versie van de modelverordening is een
                    aanvullend artikel opgenomen voor een nadere invulling van de informatieplicht
                    van het college aan de raad. Het betreft een uitwerking van het vierde lid van
                    artikel 169 Gemeentewet. Dat artikel verplicht het college vooraf aan het
                    aangaan van bepaalde verplichtingen de raad inlichtingen te verstrekken indien
                    de raad daar om verzoekt of indien de uitoefening van deze bevoegdheden van het
                    college ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. In het artikel verzoekt de
                    raad het college om informatie vooraf aan het aangaan van de opgesomde
                    rechtshandelingen met een financieel gevolg, indien het aangaan van deze
                    verplichtingen de in het artikel genoemde bedragen overschrijden (hierbij gaat
                    het tevens om handelingen die voortvloeien uit eerdere besluitvorming van de
                    raad).</al><al/><al>De bepalingen uit het artikel ontslaan het college niet van de informatieplicht
                    in andere gevallen.</al><al>Ook moeten besluiten van het college voor het doen van privaatrechtelijke
                    rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door de raad is
                    uiteengezet. Het artikel schept slechts duidelijkheid tussen het college en de
                    raad over de vraag wanneer de raad in elk geval vooraf wenst te worden
                    geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen
                    aan het college kenbaar te maken.</al><al/><al>Lid 3 is nieuw. Dit heeft betrekking op de achtervangovereenkomsten, die het
                    college tot nu toe altijd heeft gesloten voor woningbouw. Formeel zou dit
                    telkens vooraf aan de raad voorgelegd moeten worden, hetgeen mede met het oog op
                    de beperkte risico’s niet praktisch zou zijn. Daarom is deze bevoegdheid in de
                    nieuwe verordening uitgezonderd.</al><al><vet>Artikel 6. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</vet></al><al>In het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet is onder letter a de
                    uitdrukkelijke bepaling opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de
                    regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 6
                    invulling gegeven. In het korte voorbeeld zijn de methoden en
                    afschrijvingstermijnen direct in de verordening opgenomen. De bepalingen zijn
                    overgenomen uit de oude verordening van Overbetuwe, die nog steeds actueel
                    zijn.</al><al>Het BBV laat ook een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf
                    vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen.
                    Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat gemeenten de
                    afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief met economisch nut
                    moeten afstemmen op de verwachte economische levensduur. Indien dit wordt
                    nagelaten, wordt het getrouwe beeld van de jaarrekening namelijk aangetast. </al><al/><al>Het 9e lid is nieuw toegevoegd en heeft betrekking op de afschrijvingstermijn
                    van oude investeringen van schoolgebouwen, waarvoor op basis van de toen
                    geldende richtlijnen nog een afschrijvingstermijn van 60 jaar is gehanteerd. In
                    de paragraaf Weerstandsvermogen van de Programmabegroting is nader toegelicht,
                    waarom de afschrijvingtermijnen van deze oude investeringen niet meer worden
                    afgestemd op de voorgeschreven termijn van 40 jaar (restant-boekwaarde is toch
                    al veel lager dan de WOZ-waarden, zodat verdere verlaging helemaal een vertekend
                    beeld zou geven van de werkelijke waarde). Voor de uitgebreide toelichting
                    hierop wordt verwezen naar de betreffende passage uit die paragraaf.</al><al><vet>Artikel 7. Kostprijsberekening</vet></al><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de verordening
                    in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten. De
                    grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs
                    van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In
                    artikel 7 van de verordening staan de kaders voor de bepaling van de kostprijzen
                    van de gemeentelijke diensten. </al><al>Lid 1 van het artikel bepaalt dat de kostprijs bestaat uit de directe kosten en
                    de indirecte kosten die direct met de dienst samenhangen.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat onder de indirecte kosten ook worden verstaan
                    bijdragen aan bestemmingsreserves en voorzieningen voor noodzakelijke vervanging
                    van betrokken activa en <cursief><onderstreept>de compensabele
                            BTW</onderstreept></cursief>. Hiermee wordt invulling gegeven aan de
                    mogelijkheid die artikel 229b Gemeentewet biedt om bijvoorbeeld compensabele BTW
                    door te belasten in rioolrecht, reinigingsrecht en afvalstoffenheffing, hetgeen
                    in Overbetuwe sinds 2003 wordt toegepast.</al><al>De kaders in het artikel vormen de basis waarbinnen het college zijn systematiek
                    van kostentoerekening kan vormgeven en de kostenverdeelsleutels voor de
                    toerekening van indirecte kosten kan vaststellen. </al><al><vet>Artikel 8. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
                    </vet></al><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156
                    Gemeentewet). Het eerste lid van de verkorte modelverordening artikel bepaalt
                    dat de raad de tarieven voor de belastingen, rioolrechten en afvalstoffenheffing
                    jaarlijks vaststelt. </al><al>Omdat het in Overbetuwe gebruikelijk is dat de raad voor meer heffingen zoals
                    leges en begraafrechten de tarieven jaarlijks vaststelt is het eerste lid met
                    deze heffingen uitgebreid. </al><al/><al>Het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de levering van
                    goederen of werken (die niet vallen onder artikel 229 Gemeentewet) is een
                    privaatrechtelijk besluit. Dergelijke besluiten zijn een bevoegdheid van het
                    college (eerste lid, letter e artikel 160 Gemeentewet). </al><al/><al>Daar waar bij het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de
                    levering van goederen of werken een publiek belang in het geding is en prijzen
                    lager dan marktconform worden vastgesteld, is het aan de raad om het publiek
                    belang te definiëren en het college kaders mee te geven voor het afwijken van
                    marktconforme prijzen. Het tweede en derde lid bepalen dat de raad eens in de
                    vier jaar deze kaders voor de prijzen voor gemeentelijke diensten en de verhuur
                    en verkoop van onroerend goed vaststelt. </al><al/><al>Het vierde lid bepaalt dat de besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen
                    en het wijzigen van prijzen ter kennisneming aan de raad worden aangeboden. </al><al/><al>In afwijking van de modelverordening is bepaald, dat in Overbetuwe de raad
                    jaarlijks de prijzen voor uitgifte van gronden vaststelt.</al><al><vet>Artikel 9. Financieringsfunctie </vet></al><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212
                    Gemeentewet de expliciete bepaling dat de financiële verordening hierover regels
                    voor het beleid en de organisatie bevat. In artikel 9 wordt invulling aan deze
                    wettelijke plicht gegeven. Het eerste lid bevat richtlijnen voor de uitvoering
                    van de financieringsfunctie. In het tweede lid staan de kaders voor het
                    financieel beleid opgesomd, die bij de uitvoering in acht moeten worden genomen.
                    Een gemeente kan echter binnen de ruimte die de Wet Fido biedt, ook kiezen voor
                    strakkere of ruimere kaders.</al><al/><al>In Overbetuwe zijn nadere regels van financiering e.d. opgenomen in een
                    afzonderlijke Treasurystatuut, dat door de raad is vastgesteld. In lid 2 van
                    artikel 9 wordt hiernaar dus op eenvoudige wijze worden verwezen en hoeven in
                    deze financiële verordening verder geen uitgebreide bepalingen te worden
                    opgenomen.</al><al/><al>Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                    participaties mogen gemeenten alleen uit hoofde van de publieke functie (artikel
                    2 Wet Fido). Daarbij bepaalt het tweede lid van artikel 160 Gemeentewet dat een
                    besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen,
                    vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen
                    niet eerder wordt genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en
                    hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen
                    brengen.</al><al>Het derde lid stelt aanvullende eisen aan dergelijke besluiten. Het publieke
                    belang moet door het college worden gemotiveerd. </al><al>Daarbij draagt de verordening het college op bij het aangaan van dergelijke
                    overeenkomsten zo mogelijk zekerheden te bedingen. Dit laatste is zeker, als het
                    om grote bedragen gaat, iets om op te letten. Als bij een gemeente wordt
                    aangeklopt voor bijvoorbeeld, een lening of garantiestelling dan hebben banken
                    in veel van die gevallen er blijkbaar er niet al te veel vertrouwen meer in. </al><al><vet>Artikel 10. Administratie</vet></al><al>Onder artikel 10 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten
                    voldoen. </al><al><vet>Artikel 11. Interne controle</vet></al><al>De accountant toetst jaarlijks bij de controle van de gemeenterekening of deze
                    een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële)
                    beheershandelingen die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen.
                    Artikel 11 draagt het college op maatregelen te treffen op basis waarvan de
                    gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven
                    en of de financiële beheershandelingen die aan de baten en lasten en de
                    balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen.</al><al><vet>Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik</vet></al><al>Artikel 12 bepaalt dat in gemeentelijke regelingen en werkprocedures voldoende
                    maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    gemeentelijke regelingen en eigendommen te voorkomen. Het gaat hierbij om
                    bijvoorbeeld het treffen van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de
                    antecedenten van een aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies
                    daadwerkelijk worden verstrekt aan rechthebbenden. Het treffen van afdoende
                    maatregelen op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik maakt deel uit van
                    het rechtmatigheidoordeel van de accountant. </al><al><vet>Artikel 13. Financiële organisatie</vet></al><al>Artikel 13 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie. Volgens het
                    eerste lid letter a van artikel 160 Gemeentewet is het college bevoegd regels
                    vast te stellen voor de ambtelijke organisatie van de gemeente. Het college
                    wordt onder letter a, b, c en d van het artikel uit de verordening opgedragen de
                    regels die de financiële organisatie betreffen, vast te leggen in besluiten. </al><al/><al>De regels bedoeld onder de letters a en b kan het college gezamenlijk vastleggen
                    in een organisatiebesluit. Hierin kunnen ook de regels voor de inrichting van de
                    organisatie van de financieringsfunctie worden opgenomen, zoals wordt bedoeld
                    onder letter d. Zoals vermeld zijn in Overbetuwe de regels van de
                    financieringsfunctie in een apart Treasurystatuut opgenomen. </al><al/><al>Onder letter e wordt het college opgedragen ook de kostenverdeelsleutels voor
                    het toerekenen van kosten aan de producten vast te leggen. </al><al><vet>Artikel 13a. Inkoop en aanbesteding</vet></al><al>Artikel 13a is overgenomen uit de uitgebreide modelverordening en draagt het
                    college op een inkoopreglement op te stellen. In Overbetuwe is en inkoop- en
                    aanbestedingsregeling in voorbereiding. De regels moeten natuurlijk wel
                    Europa-proof zijn. Europese aanbestedingsregels maar ook nationale
                    aanbestedingsregels moeten worden nageleefd en vormen het kader waarbinnen een
                    dergelijk inkoopreglement moet worden opgesteld. </al><al><vet>Artikel 14. Inwerkingtreding</vet></al><al>De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening in
                    werking treedt met ingang van 1 januari 2007. Daarmee is bedoeld dat zij
                    betrekking heeft op de begrotingstukken vanaf 2007. De jaarstukken van het
                    begrotingsjaar 2006 moeten nog voldoen aan de bepalingen uit de oude
                    verordening. </al><al><vet>Artikel 15. Citeertitel</vet></al><al>Artikel 15 geeft de naam aan (Financiële verordening Overbetuwe), waarmee in de
                    gemeentelijke stukken naar deze verordening moet worden verwezen. </al><al/><al><vet>Vaststelling</vet></al><al>Uitgaande stukken van de raad moeten door de voorzitter en de griffier worden
                    ondertekend (artikel 32a Gemeentewet). </al><al/><al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening
                    aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten
                    kunnen op elk gewenst moment een onderzoek instellen naar het beheer en de
                    inrichting van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212
                    Gemeentewet (artikel 215 Gemeentewet). </al><al/><al>De Financiële verordening wordt bij besluit van de gemeenteraad vastgesteld.
                    Bekendmaking geschiedt middels publicatie in een gratis huis-aan-huisblad. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>