<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21851_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening inzake de wijze waarop ingezeten en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening gemeente Overbetuwe 2007)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Gemeente Nieuws; 27-12-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gemeente Overbetuwe 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>06rb000119</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Inspraakverordening gemeente Overbetuwe wordt ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9352</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening inzake de wijze waarop ingezeten en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Inspraakverordening gemeente Overbetuwe 2007)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Inspraakverordening gemeente Overbetuwe 2007</al><al/><al>Ons kenmerk: 06rb000119</al><al/><al>Nr. 13D</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 november
                        2006;</al><al/><al>gelezen het advies van de commissie GFZ van 6 december 2006;</al><al/><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>‘Verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij
                            de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken
                            (Inspraakverordening gemeente Overbetuwe 2007)’</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>Inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="c."><al>Beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                                of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                                beleid.</al></li><li nr="2."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></li><li nr="3."><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                        vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                        uitgesloten;</al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving
                                        waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks
                                        beleidsvrijheid heeft;</al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                        dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van
                                        de Gemeentewet;</al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                        spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;</al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang
                                        van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare
                                        groepen in de samenleving.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                bestuursrecht van toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                                inspraakprocedure vaststellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                eindverslag op.</al></li><li nr="2."><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de inspraakreacties die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze inspraakreacties, waarbij met redenen
                                        omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot
                                        aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                                openbaar.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn
                                burgerjaarverslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Inspraakverordening gemeente Overbetuwe, zoals vastgesteld bij besluit
                        van 2 januari 2001, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Een inspraakprocedure die is gestart onder de werking van de
                        Inspraakverordening gemeente Overbetuwe wordt volgens die verordening
                        afgehandeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gemeente
                        Overbetuwe 2007. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 19 december 2006</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>E. Tuijnman.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Toelichting Inspraakverordening gemeente Overbetuwe 2007</titel></kop><al>1. Artikel 150 van de Gemeentewet en modelinspraakverordening VNG</al><al>Sinds 1 januari 1994 is de raad op grond van artikel 150 van de Gemeentewet
                    verplicht een inspraakverordening vast te stellen. De VNG heeft daarvoor in 1993
                    een model opgesteld. In 2003 heeft de VNG deze verordening grondig herzien. De
                    modelinspraakverordening is aangepast aan diverse wetswijzigingen op nationaal
                    niveau, bijvoorbeeld aan het klachtrecht (thans hoofdstuk 9 van de Awb), de
                    dualisering van het gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur) en de
                    inspraakverplichtingen in verschillende bijzondere wetten (zoals bijv. artikel
                    7a van de Wet stedelijke vernieuwing en straks artikel 11 van de Wet
                    Maatschappelijke Ondersteuning). Tevens is het model aangepast aan de
                    Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving (Adr). </al><al/><al>2. Bedoeling van inspraak </al><al>Inspraak is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en
                    strekking begrensde fase daarin. Essentieel voor inspraak is dat de
                    inspraakgerechtigden in een vroegtijdig (!) stadium bij de besluitvorming worden
                    betrokken. Vroegtijdig wil zeggen: op een moment dat er nog voldoende
                    beïnvloedingsmogelijkheden zijn. Alhoewel de procedure hetzelfde is (zie hierna
                    onder 3 en 4), is de bedoeling van inspraak fundamenteel anders dan het indienen
                    van zienswijzen. Bij inspraak kan men al een inspraakreactie geven op (slechts)
                    een beleidsvoornemen (plan). Indienen van zienswijzen is eerst mogelijk bij het
                    ontwerp-besluit. In dit ontwerp-besluit zijn de meeste keuzes in essentie al
                    gemaakt. </al><al/><al>Inspraak moet ook onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft
                    om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Hierbij kan men onder meer denken aan
                    de volgende mogelijkheden: het schrijven van brieven, het bezoeken van
                    spreekuren, het bezoeken van informatiebijeenkomsten, spreekrecht bij raads- en
                    commissievergaderingen, enzovoorts. </al><al/><al>Inspraak zou ook nog kunnen worden onderscheiden van interactieve
                    beleidsvorming; hoewel dit soms hand in hand met elkaar kan gaan. Interactieve
                    beleidsvorming is een werkwijze, met name bedoeld voor complexe beleidsprocessen
                    waarbij meerdere actoren betrokken zijn, waarbij een overheidsorganisatie in een
                    zo vroeg mogelijk stadium burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven of
                    andere overheden bij het beleid betrekt om zo in een open en evenwichtige
                    wisselwerking of samenwerking met hen tot de voorbereiding, bepaling, uitvoering
                    of evaluatie van beleid te komen. Interactieve beleidsvorming mobiliseert
                    daarbij de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de
                    overheid op voorhand niet weet - of nog niet wil bepalen - hoe deze opgelost
                    zullen worden. </al><al/><al>3. Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb </al><al>Met de herziening van het model door de VNG is tevens beoogd de
                    inspraakverordening – procedureel (!) – aan te passen aan de Wet uniforme
                    openbare voorbereidingsprocedure Awb (Stb. 2002, 54). In deze wet wordt afdeling
                    3.4 van de Awb grondig herzien en artikel 150 van de Gemeentewet gewijzigd. De
                    Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb is op 1 juli 2005 (een jaar
                    later dan voorzien) in werking getreden. Volgens het overgangsrecht treedt
                    artikel 150 van de Gemeentewet pas een jaar later in werking, zodat er formeel
                    voor 1 juli 2006 een nieuwe inspraakverordening had moeten zijn vastgesteld. Het
                    is echter geen probleem om deze nu pas vast te stellen, omdat in de “oude”
                    verordening de procedure van afdeling 3.4 Awb al van overeenkomstige toepassing
                    was verklaard. </al><al/><al>4. Afdeling 3.4 Awb (oud/nieuw) </al><al>Afdeling 3.4 Awb bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze
                    afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en
                    het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. Bij het inwerkingtreden van
                    de Awb in 1994 bestond naast deze afdeling nog een afdeling 3.5 die een
                    uitgebreidere voorbereidingsprocedure kende. Met de nieuwe Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb is beoogd deze twee procedures ineen te schuiven en
                    tegelijkertijd te vereenvoudigen. Bij de Aanpassingswet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb wordt de nieuwe afdeling in verschillende bijzondere
                    wetten van toepassing verklaard. In de wet zelf is afdeling 3.4 (nieuw) van
                    toepassing verklaard op de inspraak bij provincies en gemeenten.</al><al/><al>Uit de laatste zinsnede van het nieuwe tweede lid van artikel 150 van de
                    Gemeentewet blijkt dat afwijkingen van afdeling 3.4 Awb zijn toegestaan (zie ook
                    de memorie van antwoord (MvA) Eerste Kamer, 2000-2001, 27 023, nummer 177b, blz.
                    3). In de memorie van toelichting (MvT) op de wet (TK 1999-2000, 27 023, nummer
                    3, blz. 31) is te lezen dat in de inspraakverordening zowel geheel als
                    gedeeltelijk kan worden afgeweken van afdeling 3.4 Awb. Dit laatste kan
                    bijvoorbeeld geschieden in gevallen waarin het wenselijk is om wel een ontwerp
                    ter inzage te leggen, maar de inspraak daarover op andere wijze te organiseren
                    dan via het mondeling naar voren brengen van inspraakreacties of om te werken
                    met andere termijnen, aldus de MvT. De termijnen kunnen evenwel niet worden
                    verkort.</al><al/><al>5. Inspraakprocedure/deregulering </al><al>Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende manieren vorm worden gegeven. Gekozen is
                    voor een sobere regeling mede met het oog op het streven naar deregulering.
                    Thans resteert een bondige en goed leesbare verordening van slechts negen
                    artikelen. Bovendien maakt een globale raamregeling het mogelijk dat recht wordt
                    gedaan aan de behoefte van insprekers en gemeentebestuur mede in relatie tot
                    aard, schaal en reikwijdte van het beleidsvoornemen waarop inspraak plaatsvindt.
                    Een gedetailleerde en daardoor rigide wijze van regelgeving dient niet de
                    belangen van insprekers.</al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Inspraak</al><al>Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit artikel
                    opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de
                    Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van
                    het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                    ingezetenen en belanghebbenden de mogelijkheid geboden om vroegtijdig hun mening
                    over beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan
                    bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de
                    beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig
                    artikel 150 van de Gemeentewet 'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen
                    gedachtewisseling met het bestuursorgaan is inbegrepen. Afhankelijk van het
                    onderwerp van inspraak kan het tweezijdige element van gedachtewisseling in de
                    inspraakprocedure wel vorm worden gegegeven, omdat hiermee een derde doel kan
                    worden gediend, te weten het creëren van draagvlak voor beleidsvoornemens.</al><al>Inspraakprocedure</al><al>De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over inspraak ligt
                    ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Zoals in de algemene
                    toelichting is vermeld, is in de verordening afdeling 3.4 Awb procedureel van
                    toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid, van het model geeft het
                    bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is
                    immers verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van
                    de inspraak.</al><al>Beleidsvoornemen</al><al>Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het
                    bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Hieronder wordt niet
                    het intrekken van beleid begrepen. Het zal ook duidelijk zijn dat het niet gaat
                    om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van
                    het beleid waarop deze concrete besluiten of maatregelen kunnen worden
                    gebaseerd. Een beleidsvoornemen is daarmee uitdrukkelijk dus ook geen
                    ontwerp-besluit.</al><al><vet>Artikel 2 Onderwerp van inspraak </vet></al><al>Het eerste lid bepaalt dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen
                    bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van
                    gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1:1,
                    eerste lid, van de Awb en omvat daarmee, voor de gemeente, raad, college en
                    burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen
                    beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen. In de MvT (TK 1999-2000, 27 023,
                    nummer 3, blz. 20) is vermeld dat het ter volledige beoordeling van de
                    gemeenteraad blijft ten aanzien van welke beleidsvoornemens inspraak wordt
                    verleend. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als
                    inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij
                    raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de
                    mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van
                    inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een
                    besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus beroep worden ingesteld, na
                    voorafgaand bezwaar.</al><al/><al>Het tweede lid bepaalt dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk
                    voorschrift daartoe verplicht. Hieronder is opgesomd welke wettelijke
                    verplichtingen er gelden. Er is van afgezien om dit op te nemen in de tekst van
                    artikel 2 zelf, omdat in de eerste plaats bij een nieuwe wettelijke verplichting
                    direct de verordening moet worden aangepast en in de tweede plaats het een
                    zodanige uitgebreide opsomming is dat de verordening hiermee onoverzichtelijk
                    wordt.</al><al/><al>Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans (2006)
                    bij:</al><al>de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke vernieuwing (artikel
                    7a Wet stedelijke vernieuwing); </al><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel 4.17, derde
                    lid, Wet milieubeheer); </al><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                    afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 Wet milieubeheer (artikel
                    10.26, tweede lid, Wet milieubeheer); </al><al>het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a Wet voorzieningen
                    gehandicapten); </al><al>de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de vormgeving van
                    cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en
                    gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (artikel 42) en de Wet
                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                    werknemers (artikel 42, eerste lid, onder d); </al><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing als bedoeld
                    in artikel 12, tweede lid, onder a en b, van de Woningwet (artikel 12, vierde
                    lid). </al><al/><al>Bij de inwerkingtreding van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (per 1 januari
                    2007) zal voor het college ook de plicht ontstaan tot het verlenen van inspraak
                    bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijk ondersteuning
                    (artikel 11 WMO). N.B. De verplichte inspraak op grond van de Wet voorzieningen
                    gehandicapten komt dan te vervallen.</al><al/><al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend. </al><al/><al>Jurisprudentie </al><al>Er zijn geen wettelijke beletselen om bij het in procedure brengen van het
                    ontwerpplan af te wijken van het voorontwerp dat aan inspraak onderworpen is
                    geweest. Dit neemt niet weg dat, indien de afwijkingen ten opzichte van het
                    voorontwerp naar aard en omvang zodanig zijn dat een geheel ander plan is
                    ontstaan, dit aanleiding kan zijn de inspraak opnieuw een aanvang te laten
                    nemen. In dit geval oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
                    State (ABRS) dat terecht geen nieuwe inspraak is opengesteld (ABRS 22 januari
                    2003, inzake nummer 200001851/1, LJN-nummer AF3164). </al><al><vet>Artikel 3 Inspraakgerechtigden </vet></al><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst
                    van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb zijn de woorden 'in de gemeente een belang hebbende
                    natuurlijke en rechtspersonen' vervangen door: belanghebbenden. Het begrip
                    'belanghebbende' is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook
                    gelding voor wetgeving buiten de Awb. </al><al><vet>Artikel 4 Inspraakprocedure </vet></al><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid de procedure van afdeling
                    3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In artikel 3:11 tot en
                    met 3:17 van de Awb is de inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en
                    bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken
                    schriftelijk of mondeling hun inspraakreacties naar voren brengen. In de meeste
                    gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op
                    grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Uiteraard niet
                    voor zover dit in strijd zou zijn met de wet. Te denken valt hierbij aan de
                    termijn van zes weken, die niet kan worden verkort, maar alleen kan worden
                    verlengd.</al><al/><al>Jurisprudentie</al><al>Bij de behandeling van het beroep tegen de goedkeuring van een bestemmingsplan
                    wordt door de ABRS niet ingegaan op het bezwaar van appellant tegen de beperking
                    van de spreektijd tijdens de inspraakavond. Appellant had hiertegen een klacht
                    kunnen indienen en heeft dit niet gedaan, aldus de ABRS (ABRS 10 juli 2002,
                    inzake nummer 200103950/1, LJN-nummer AE5107). </al><al><vet>Artikel 5 Eindverslag </vet></al><al>In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb. In artikel
                    3:17 van de Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van
                    hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht.</al><al/><al>Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                    inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                    afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage
                    gelegd, enz.? </al><al>Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te
                    bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De
                    schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de MvT
                    bij de Awb wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte
                    zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de
                    personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. </al><al>Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het
                    bestuursorgaan aangeeft wat met de inspraakreacties wordt gedaan.</al><al/><al>In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                    gebruikelijke wijze openbaar maakt. Het ligt voor de hand om degenen die hebben
                    ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan het
                    eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke
                    website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het
                    volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de
                    inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie te geven. </al><al/><al>In het vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te
                    vermelden in het burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid,
                    aanhef en onder b, van de Gemeentewet. </al><al><vet>Artikel 6 Intrekking</vet></al><al>Met deze bepaling wordt de bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum
                    waarop de oude verordening vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in
                    werking treedt (zie hierna artikel 8). </al><al><vet>Artikel 7 Overgangsrecht</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat een lopende inspraakprocedure onder vigeur van de oude
                    inspraakverordening wordt afgehandeld.</al><al><vet>Artikel 8 Inwerkingtreding </vet></al><al>Deze bepaling bepaalt dat de verordening met ingang van 1 januari 2007 in
                    werking treedt. Uiteraard dient het besluit tot vaststelling van deze
                    verordening bekend te worden gemaakt, wil de verordening in werking treden.</al><al><vet>Artikel 9 Citeertitel </vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gemeente Overbetuwe
                    2007. In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om daarmee in één oogopslag
                    te kunnen zien wanneer de verordening is vastgesteld c.q. in werking is
                    getreden.</al><al/></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i143367.pdf">inspraakverordening 2007 06 12 19.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>