<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR218440_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nota Reserves en voorzieningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oud-Beijerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-04-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, 11 mei 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nota Reserves en voorzieningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">bronvermelding</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-04-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>z-1207827</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nota Reserves en voorzieningen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Voorwoord</vet></al><al>In 2008 is de nota reserves en voorzieningen opgesteld. Afgesproken is om
                        periodiek de vastgestelde beleidsnota’s te actualiseren. Zodoende zijn de
                        beleidsbepalingen met betrekking tot de reserves en voorzieningen
                        geëvalueerd en de reserves en de voorzieningen beoordeeld. Geconstateerd is
                        dat er geen reden is om het beleid rondom de reserves en de voorzieningen
                        aan te passen.</al><al>Wel is er tijdens het beoordelen van de reserves en voorzieningen
                        geconstateerd, dat er een aantal voorzieningen omreden van hun aard beter
                        omgevormd kunnen worden tot een bestemmingsreserve en een reserve kan
                        vervallen.</al><al>Als onderdeel II van dit voorstel wordt u een voorstel hieromtrent
                        gedaan.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Afdeling</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inhoudsopgave</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al>Samenvatting beleidsbepalingen en voorstellen </al><al>Onderdeel I </al><lijst><li nr="1."><al>Inleiding</al></li><li nr="2."><al>Algemene uitgangspunten</al></li><li nr="3."><al>Begripsomschrijving</al></li><li nr="4."><al>Juridisch kader</al></li><li nr="5."><al>De functies van de reserves en voorzieningen</al></li><li nr="6."><al>Vorming van nieuwe reserves en voorzieningen</al></li><li nr="7."><al>Saldi van reserves en voorzieningen</al></li><li nr="8."><al>Storting en onttrekkingen vanuit reserves en
                                        voorzieningen</al></li><li nr="9."><al>Rentebeleid</al></li><li nr="10."><al>Weerstandsvermogen </al></li></lijst><al>Onderdeel II</al><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen omzetten tot bestemmingsreserves</al></li><li nr="2."><al>Onnodig aanhouden van de reserve Aandelen</al></li></lijst><al>Bijlage 1: Overzicht rechtmatige onttrekkingen vanuit
                                reservesBijlage 2: Wettelijk kader inzake reserveringBijlage 3:
                                Uitleg berekening risicowaarde</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Samenvatting beleidsbepalingen en voorstellen</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de volledigheid worden de opgenomen beleidsbepalingen
                                opgesomd.</al><al/></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Onderdeel I</titel></kop><structuurtekst><al>Zoals in het voorwoord is gesteld, is er geen reden om het
                                    beleid rondom de reserves en de voorzieningen aan te passen.
                                    Alle in onderdeel I opgenomen voorstellen zijn zodoende
                                    ongewijzigd en kunnen worden beschouwd als
                                    beleidsbepalingen.</al><al><plaatje><illustratie id="i4f5d9b67-d7d0-4718-99e4-c5b381c9aace" naam="i134765i4f5d9b67-d7d0-4718-99e4-c5b381c9aace.jpg" breedte="6cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="451px" hoogte="7.37cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Onderdeel II (nieuw voorstel)</titel></kop><structuurtekst><al><plaatje><illustratie id="i81c38abc-0842-4d0b-bd7d-d2720ee11275" naam="i134766i81c38abc-0842-4d0b-bd7d-d2720ee11275.jpg" breedte="6cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="465px" hoogte="7.91cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Onderdeel I</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Afgesproken is om periodiek de vastgestelde beleidsnota’s te
                                    actualiseren. Zodoende zijn de beleidsbepalingen met betrekking
                                    tot de reserves en voorzieningen geëvalueerd en de reserves en
                                    de voorzieningen beoordeeld. Geconstateerd is dat er geen reden
                                    is om het beleid rondom de reserves en de voorzieningen aan te
                                    passen.</al><al>In deze nota wordt naast het juridisch kader, en overeenkomstig
                                    artikel 212 van de Gemeentewet en artikel 10 van de financiële
                                    verordening, de vorming en besteding van de reserves en
                                    voorzieningen behandeld.</al><al>In dit onderdeel:</al><lijst><li nr="a."><al>worden de algemene uitgangspunten benoemd;</al></li><li nr="b."><al>wordt het onderscheid tussen een reserve en een
                                            voorziening verduidelijkt;</al></li><li nr="c."><al>wordt het juridisch kader opgesomd, zoals die is
                                            opgenomen in het Besluit Begroten en Verantwoorden.
                                            Hierbij wordt nader ingegaan op het onderscheid tussen
                                            reserves en voorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>worden de verschillende functies van de reserves en
                                            voorzieningen belicht;</al></li><li nr="e."><al>worden de principes benoemd, die gelden als er een
                                            nieuwe reserve of voorziening wordt gevormd;</al></li><li nr="f."><al>wordt ingegaan op het saldi van reserves en
                                            voorzieningen;</al></li><li nr="g."><al>worden de uitgangspunten benoemd ten aanzien van
                                            onttrekkingen en toevoegingen;</al></li><li nr="h."><al>wordt ingegaan op het rentebeleid. Hierbij wordt
                                            onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van
                                            reserves;</al></li><li nr="i."><al>treft u het beleid aan voor het weerstandsvermogen, dat
                                            als weerstandscapaciteit geldt voor de in de begroting
                                            opgenomen risico’s.</al></li></lijst><al>In bijlage 1 treft u een overzicht aan van de in begroting 2012
                                    opgenomen reserves en voorzieningen met de daarbij geldende
                                    rentetarieven. In bijlage 2 zijn de van toepassing zijnde
                                    wettelijke bepalingen opgenomen. In bijlage 3 wordt in het kort
                                    de berekening van de risicowaarde getoond.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Algemene uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al>In de nota wordt ingegaan op de wettelijke kaders op het gebied
                                    van de vermogensvorming en de onttrekkingen daaruit. Bij de
                                    begroting stelt de raad de kaders vast voor zowel het beleid als
                                    de financiën. Een goed inzicht in de financiële positie is gelet
                                    op de continuïteit van de gemeente, essentieel.</al><al>Uitgangspunt bij het formuleren van beleidsdoelstellingen voor
                                    vermogensmutaties bij reserves en voorzieningen is dat voorzien
                                    is in:</al><lijst><li nr="a."><al>duidelijke en consistente regelgeving voor de
                                            beleidsvorming;</al></li><li nr="b."><al>het verkrijgen van inzicht in de allocatie van het eigen
                                            vermogen en de voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>het bevorderen van het inzicht in de vermogenspositie
                                            van de gemeente;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van continuïteitsrisico’s van het
                                            voorzieningenniveau van de gemeente; </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><structuurtekst><al>Om de nota leesbaar te maken is gekozen om voor een korte en
                                    praktische uitleg.</al><al>Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves en
                                    het resultaat na bestemming. De reserves zijn te onderscheiden
                                    in de algemene reserve en de bestemmingsreserves.</al><al><vet>Reserve</vet>Een reserve is een vrij te bestemmen deel van
                                    het eigen vermogen.</al><al>Kenmerkend voor reserves is dat ze:</al><lijst><li nr="a."><al>worden gevormd door bestemming van het resultaat;</al></li><li nr="b."><al>vrij besteedbaar zijn;</al></li><li nr="c."><al>tot het eigen vermogen behoren.</al></li></lijst><al>Een reserve is een deel van het eigen vermogen waar de raad een
                                    bestemming aan heeft gegeven of waarvan de raad de bestemming
                                    kan wijzigen. De besteding van de benoemde gelden ligt niet
                                    vast, maar kan door de raad ‘naar believen’ voor andere doelen
                                    worden bestemd. Reserves worden gevormd of benut zonder dat het
                                    invloed heeft op het exploitatieresultaat.</al><al><vet>Een voorziening</vet>Een voorziening is een deel van het
                                    vreemde vermogen, welke gereserveerd is voor toekomstige lasten,
                                    tekorten, risico’s of verplichtingen die voortvloeien uit de
                                    voorbije periode.</al><al>Kenmerkend voor voorzieningen is dat ze:</al><lijst><li nr="a."><al>verplicht gevormd is door het nemen van een last ( zal
                                            ipv. kan bepaling);</al></li><li nr="b."><al>een verplichte bestedingsrichting heeft;</al></li><li nr="c."><al>tot het vreemde vermogen behoort.</al></li></lijst><al>Een voorziening wordt als het ware gezien als een saldo van
                                    toekomstige lasten ( een schuld) en is daarom een onderdeel van
                                    het vreemd vermogen. De besteding van de hier benoemde gelden
                                    ligt min of meer vast ( toekomstige lasten, tekorten,
                                    verplichtingen), omdat de toekomstige lasten onvermijdelijk zijn
                                    en de risico’s reëel zijn ingeschat. Een wijziging van een
                                    dotatie of onttrekking in de voorziening leidt tot een
                                    aanpassing van de kosten en daarmee het exploitatieresultaat.
                                </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Juridisch kader</titel></kop><structuurtekst><al>In aanvulling op hoofdstuk 2, vloeit rondom reserves en
                                    voorzieningen veel beleid voort uit het besluit Begroting en
                                    Verantwoording (BBV). Deze Algemene Maatregel van Bestuur bevat
                                    een aantal duidelijke bepalingen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Reserves</titel></kop><al>In artikel 43 BBV 2004 worden de volgende reserves onderscheiden
                                    naar:</al><lijst><li nr="a."><al>1. de algemene reserves;2. de bestemmingsreserves;</al></li><li nr="b."><al>Een bestemmingsreserve is een reserve, waar de
                                            gemeenteraad een bepaalde bestemming heeft gegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><al>Artikel 44 BBV 2004 geeft een definitie van de voorzieningen
                                    weer.</al><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen worden gevormd wegens:a. verplichtingen en
                                            verliezen, waarvan de omvang op de balansdatum onzeker
                                            is, doch redelijkerwijs in te schatten is; b. op de
                                            balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te
                                            verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de
                                            omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in
                                            een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits
                                            het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in
                                            het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar
                                            en de voorziening strekt tot een gelijkmatige verdeling
                                            van lasten over een aantal begrotingsjaren.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden
                                            verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden
                                            met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van
                                            Europese en Nederlandse overheidslichamen voor
                                            uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die ter
                                            dekking dienen voor de lasten van volgende
                                            begrotingsjaren.</al></li><li nr="3."><al>Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks
                                            terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen
                                            van vergelijkbaar volume.</al></li></lijst><al>Voor de definitie van voorzieningen is aansluiting gezocht bij
                                    boek 2 BW, titel 9. </al><al>Voorzieningen zijn passiefposten op de balans, die dus:</al><lijst><li nr="a."><al>een schatting geven van de voorzienbare lasten in
                                            verband met risico's en verplichtingen, niet zijnde
                                            voorschotbedragen van Europese en Nederlandse
                                            oveheidslichamen voor uitkeringen met een specifiek
                                            bestedingsdoel,</al></li><li nr="b."><al>waarvan de omvang en of het tijdstip van optreden min of
                                            meer onzeker zijn, </al></li><li nr="c."><al>en die oorzakelijk samenhangen met de periode
                                            voorafgaande aan die datum. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Provinciale richtlijnen</titel></kop><al>Op grond van hun wettelijk toezichthoudende taak, heeft de
                                    provincie nadere richtlijnen gesteld. Voor deze nota zijn de
                                    volgende richtlijnen c.q. adviezen van belang:</al><al>Aanvullend op de wettelijke eis om het eigen vermogen onder te
                                    verdelen ( zie 3.1) meent de provincie dat het belangrijk is om
                                    te weten welke reserves bestemd zijn ter dekking van de
                                    kapitaalslasten van reeds gerealiseerde investeringen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Nadere uitleg over het onderscheid tussen reserves en
                                        voorzieningen</titel></kop><al>Het onderscheid tussen voorzieningen en bestemmingsreserves is
                                    in de praktijk vaag gebleken. Middelen van derden waarvan de
                                    aanwending is gebonden en aan het eind van het begrotingsjaar
                                    niet besteed zijn, dienen onder voorzieningen te worden
                                    opgenomen. Als de besteding niet dusdanig is gebonden, dat de
                                    middelen teruggegeven moeten worden, of als ze niet aan het doel
                                    zijn besteed waarvoor ze geheven, dan dienen ze onder de
                                    bestemmingsreserves te worden opgenomen.</al><al>Geen voorzieningen mogen worden getroffen voor jaarlijks
                                    terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van
                                    een vergelijkbaar volume, zoals pensioen- en
                                    wachtgeldverplichtingen. De reden hiervoor is dat dergelijke
                                    verplichtingen bij gemeenten reeds in de begroting en
                                    meerjarenraming opgenomen zijn. Wel dienen verplichtingen,
                                    waarvan het bedrag oploopt, als voorzieningen te worden
                                    opgenomen. Gedacht kan worden aan wachtgeldverplichtingen bij
                                    personele inkrimping.</al><al>Voorts kunnen voorzieningen een schatting betreffen van de
                                    lasten die voortvloeien uit risico’s die samenhangen met de
                                    bedrijfsvoering. Voor gevolgen die niet in causale relatie staan
                                    met het bedrijfsgebeuren van de voorafgaande periode, kunnen
                                    geen voorzieningen worden getroffen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Functies van de reserves en voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Voordat we ingaan op de hoe we willen omgaan met reserves en
                                    voorzieningen, willen we eerst inzicht geven in de functies van
                                    de reserves en voorzieningen. Hierbij zijn de volgende
                                    categorieën te onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>de bufferfunctie</al></li><li nr="2."><al>de bestedings/bestemmingsfunctie</al></li><li nr="3."><al>de egalisatiefunctie</al></li><li nr="4."><al>de inkomensfunctie </al></li></lijst><al>Ad 1. de bufferfunctieDe belangrijkste functie van het eigen
                                    vermogen is de bufferfunctie. Reserves behoren tot één van de
                                    instrumenten om niet kwantificeerbare risico’s af te dekken.
                                    Reserves maken, naast eventuele onbenutte belastingcapaciteit en
                                    ruimte in de begroting, onderdeel uit van de
                                    weerstandscapaciteit.</al><al>Ad 2. de bestedings/bestemmingsfunctieDe bestemmingsreserve is
                                    een reserve, welke gevormd zijn voor een bepaald doel. Deze
                                    middelen zin zonder toestemming van het bestuur niet vrij
                                    aanwendbaar voor andere zaken. Periodiek zal bekeken moeten
                                    worden of de omvang en bestemming nog adequaat zijn. Zoals
                                    aangegeven in hoofdstuk 2, vallen van derden verkregen middelen
                                    die specifiek besteed moeten worden onder voorzieningen.</al><al>Ad 3. de egalisatiefunctieReserves kunnen ook een
                                    egalisatiefunctie hebben. Dit betekent dat de lasten en baten
                                    over de jaren heen, regelmatig ten laste / ten gunste van de
                                    exploitatiebegroting worden gebracht om pieken en dalen op te
                                    vangen. Voorwaarde is wel dat er een inhoudelijk
                                    meerjarenperspectief moet zijn geschetst.Voorziening met een
                                    egalisatiefunctie kunnen slechts gevormd zijn om de
                                    onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te
                                    egaliseren en de voorziening gevoed wordt op basis van een
                                    beheerplan. Dit beheerplan dient dan periodiek te worden
                                    geactualiseerd.</al><al>Ad 4. de inkomensfunctieReserves hebben een inkomensfunctie als
                                    de bespaarde rente gebruikt wordt als structureel budgettair
                                    dekkingsmiddelen. In verband met de beperkte aanwendbaarheid van
                                    dit soort reserves, wordt ook wel gesproken van ‘geblokkeerde’
                                    reserves. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6</nr><titel>Vorming van nieuwe reserves en voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>In aanvulling op hetgeen reeds als wettelijke verplichting
                                    geldt, wordt als eigen beleid het onderstaande uitgewerkt.</al><al>Hierbij gelden in het algemeen de volgende principes:Het
                                    instellen van nieuwe reserves zullen altijd ter besluitvorming
                                    aan de raad worden voorgelegd.Reservevorming is geen doel op
                                    zich, doch dient een specifieke doelstelling waarvoor de
                                    middelen zijn gereserveerd. De doelstelling moet helder
                                    geformuleerd zijn. </al><al>Nieuwe reserves worden gecreëerd als:</al><lijst><li nr="a."><al>besteding van middelen een doorlooptijd van meerdere
                                            jaren heeft;</al></li><li nr="b."><al>een bepaald doel of activiteit door enkele jaren te
                                            reserveren kan worden gerealiseerd;</al></li><li nr="c."><al>een bepaald doel of activiteit moet worden gerealiseerd,
                                            waarvan de uitvoering zich over meerdere jaren
                                            uitstrekt, hierbij kan gedacht worden aan een nieuw
                                            beleidsplan;</al></li><li nr="d."><al>opvangen van fluctuaties in de exploitatie, omdat de
                                            uitgaven een niet evenredig verloop hebben.</al></li></lijst><lijst><li nr="1."><al>Voorgesteld wordt:Akkoord te gaan met de hier
                                            bovenstaande in het algemeen geldende principesHet
                                            vormen van voorzieningen is verplicht voorgeschreven(
                                            zie hoofdstuk 3.2). De raad heeft door het verplichtende
                                            karakter, in de praktijk weinig ruimte om keuzes te
                                            maken bij de allocatie van middelen. In overweging
                                            nemende dat de raad een de kaderstellende rol heeft en
                                            het college een uitvoerende, ligt het meer voor de hand
                                            dat deze bevoegdheid bij het college is gepositioneerd.
                                            Om de kaderstellende rol van de raad in acht te nemen,
                                            dient het instellen van een voorziening te passen binnen
                                            de door de raad gestelde beleidsmatige en financiële
                                            kaders. </al></li><li nr="2."><al>Voorgesteld wordt:Om reden dat het instellen van een
                                            voorziening voortvloeit uit de in artikel 44 van de BBV
                                            bedoelde situaties en de raad zodoende weinig keuzes
                                            biedt in het alloceren van middelen, de bevoegdheid tot
                                            in te stellen van voorzieningen te delegeren aan het
                                            college onder de voorwaarde dat een en ander past binnen
                                            de door de raad gestelde beleidsmatige en financiële
                                            kaders. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7</nr><titel>Saldi van reserves en voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Van gemeenten wordt verwacht dat zij prudent haar publieke taak
                                    uitvoert. Het vormen van reserves en voorzieningen legt beslag
                                    op de bestedingsruimte. Aan het hebben en aantrekken van
                                    financiële middelen zijn kosten en risico’s verbonden. Het is
                                    zodoende belangrijk dat de reserve op grond van een specifieke
                                    doelstelling wordt gevormd en niet onnodig hoog is.</al><lijst><li nr="1."><al>Voorgesteld wordt:Er wordt gestreefd naar een adequate
                                            hoogte van de reserves en gerelateerd is aan de
                                            specifieke doelstelling en/of weerstandsvermogen, met
                                            inachtneming van het voorzichtigheidsprincipe.Het is in
                                            feite niet toegestaan dat enige reserve of voorziening
                                            een negatief saldo heeft. Echter in de begrotingsbrief
                                            2005 heeft de provincie zich op het standpunt gesteld
                                            dat bestaande reserves als overgangsregeling tot 2015
                                            een negatieve stand mogen vertonen. </al></li><li nr="2."><al>Voorgesteld wordt:Reserves en voorzieningen mogen
                                            overeenkomstig de begrotingsvoorschriften en de
                                            provinciale overgangsregeling met ingang van 2015 geen
                                            negatief saldo hebben. </al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>8</nr><titel>Stortingen en onttrekkingen vanuit reserves en
                                    voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Reserves</titel></kop><al>Een toevoeging aan een reserve geschiedt altijd in het kader van
                                    resultaatbestemming en worden altijd via het programma
                                    verantwoord. Het rechtstreeks boeken van bestedingen ten laste
                                    van reserves is niet toegestaan. In de hoofdlijnennotitie
                                    resultaatbestemmen 2007 van de Commissie BBV is bepaald, dat
                                    toevoegingen en onttrekkingen aan elk van de bestemmingsreserves
                                    tot maximaal het bedrag dat via de begroting ( wijziging) door
                                    de raad is goedgekeurd. Verder kunnen er raadsbesluiten zijn die
                                    inhoudelijk dat specifiek benoemde saldi, nog in het lopende
                                    begrotingsjaar ten gunste of ten laste van een specifieke
                                    bestemmingsreserve mogen worden gebracht. Om een juist inzicht
                                    te krijgen in de baten en lasten van een door de raad benoemde
                                    programma worden hieronder de volgende uitgangspunten
                                    benoemd:</al><al>Voorgesteld wordt</al><lijst><li nr="1."><al>Bij storting aan reserves wordt de storting toegewezen
                                            aan het programma, waaruit het geld beschikbaar
                                            komt.</al></li><li nr="2."><al>Bij onttrekking vanuit de reserves, wordt de onttrekking
                                            toegewezen aan het programma, waarvoor het geld ter
                                            beschikking wordt gesteld. </al></li><li nr="3."><al>Indien onttrekkingen gebruikt worden voor algemene
                                            dekkingsmiddelen, wordt de onttrekking toegewezen aan
                                            programma 10 Financiën.</al></li><li nr="4."><al>Storting van renten aan reserves zijn algemeen van aard
                                            en worden zodoende toegewezen aan programma 10
                                            Financiën.</al></li><li nr="5."><al>Bij bestemmingsreserves die gevormd zijn vanuit de
                                            egalisatiefunctie of de wettelijke verplichting om zowel
                                            de baten als de lasten in de begroting op te nemen ( de
                                            zgn. technische reserves), kunnen de onttrekkingen
                                            vanuit of toevoegingen aan de betreffende reserve op
                                            grond van hun doel worden gedaan. Afwijkingen ten
                                            opzichte van de vastgestelde toevoegingen c.q
                                            onttrekkingen worden achteraf door de raad bekrachtigd.
                                        </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><al>Ten aanzien van voorzieningen wijkt het beleid niet af van de
                                    wettelijke bepalingen zoals opgenomen in het Besluit Begroten en
                                    Verantwoorden 2004 ( zie bijlage 2).</al><al>Door de commissie BBV heeft daarnaast een aantal stellige
                                    uitspraken gedaan over de toepassing van het BBV. Relevant voor
                                    deze notitie is dat bepaald is, dat voorzieningen die gevormd
                                    zijn om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed te egaliseren,
                                    alleen ingesteld en gevoed kunnen worden op basis van een
                                    periodiek geactualiseerd beheerplan. </al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>9</nr><titel>Rentebeleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Rentetoerekening</titel></kop><al>De aan reserves toegerekende rente maakt deel uit van het totaal
                                    van de rentekosten. De totale rentekosten van de gemeente
                                    bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>(bespaarde) rente reserves ( eigen vermogen);</al></li><li nr="b."><al>rente langlopende geldleningen;</al></li><li nr="c."><al>rente kortlopende financieringsmiddelen.</al></li></lijst><al>De reserves en voorzieningen worden gebruikt als intern
                                    financieringsmiddel. De rentetoerekening aan de reserves moet
                                    worden gezien als een vergoeding voor de rente, die ook zou
                                    worden ontvangen als het geld extern zou worden belegd. Het
                                    nadeel hierbij is dat het aanhouden van een riante
                                    reservepositie leidt tot hoge rentelasten in de begroting. Bij
                                    vrij besteedbare reserves is het redelijk, dat er een vergoeding
                                    op het aangehouden eigen vermogen wordt verkregen, zonder dat
                                    dit nu tot hoge rentelasten leidt. Op basis van deze
                                    uitgangspunten wordt een vergoeding van 3% rente redelijk
                                    geacht.</al><al>Voor bestemmingsreserves heeft de raad de besteding min of meer
                                    bepaald. Rentebijschrijving heeft dan slechts tot doel, dat de
                                    reserve ook na inflatie toereikend is om de bestemde kosten te
                                    dekken. Gezien het meerjarig verloop van de inflatie kan in
                                    principe volstaan worden met een rentetoerekening over de
                                    reserves van 2%.</al><al>Er bestaat de wettelijke verplichting om in de begroting zowel
                                    de lasten als de daarvoor bestemde baten te laten zien ( de
                                    zogenaamde bruto methode). Om deze reden zijn er een aantal
                                    technische reserves gevormd, waarbij de reservevorming
                                    rechtstreeks gerelateerd is aan een bepaalde investering. Als de
                                    rentevergoeding niet hoger zou zijn dan de inflatie, ontstaat er
                                    een nadeel in de begroting omdat de rentelast gebaseerd is op de
                                    historische investering. Zodoende wordt er primair voorgesteld
                                    de rente bij technische reserves te baseren op de historische
                                    rentelasten.</al><al>Besloten is om geen kapitaalslasten toe te rekenen aan de
                                    producten en de werkelijke rentelasten te baseren op de
                                    liquiditeitenplanning. Het boeken van rentelasten bij technische
                                    reserves is, op deze manier tot een administratieve handeling
                                    verworden, dat geen financieel effect heeft. Vandaar dat voor
                                    technische reserves, waarbij het achterwege blijven van een
                                    rentebijschrijving geen financieel effect heeft, wordt
                                    voorgesteld om het bijschrijven van rente achterwege te
                                    laten.</al><al>Voorgesteld wordt om in principeeen rente van 3% toe te rekenen
                                    aan de vrij besteedbare reserves.</al><lijst><li nr="a."><al>in principe een rente van 2 % toe te rekenen aan
                                            bestemmingsreserves, uitgezonderd:- reserves met een
                                            negatief saldo ( zie hoofdstuk 6)-‘technische’ reserves
                                            waarbij de boeking om administratieve redenen achterwege
                                            kan blijven en dit geen financieel effect heeft in de
                                            begroting.- voor ‘technische’ reserves waarbij er wel
                                            een financieel effect optreedt wordt voorgesteld om de
                                            rentebijschrijving te baseren op de historische
                                            rentelasten zoals die golden bij het aangaan van de
                                            verplichting.Ter dekking van het exploitatiesaldo is bij
                                            de begroting 2012 besloten om tijdelijk van deze
                                            uitgangspunten af te wijken.</al></li></lijst><al>Op grond van het BBV is directe rentebijschrijving aan
                                    voorzieningen niet toegestaan. De gemeente rekent sinds jaren
                                    geen rente toe aan voorzieningen.</al><al>Het BBV classificeert de middelen van derden waarvan de
                                    bestemming is gebonden onder een voorziening. Soms verplicht het
                                    Rijk voor deze groep tot een toevoeging welke gelijk is aan de
                                    rentevoet. Een dergelijke rentetoevoeging wordt niet gezien als
                                    rentetoevoeging, maar als een toevoeging om de voorziening op de
                                    juiste hoogte te houden.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>10</nr><titel>Weerstandsvermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><al>Een gemeente loopt risico’s. Deze risico’s zijn van
                                    uiteenlopende aard. Voor een deel van deze risico’s kan een
                                    gemeente zich verzekeren, kunnen voorzieningen worden gevormd,
                                    of kunnen ze op een andere wijze worden opgevangen.</al><al>Een deel van de reserves wordt gebruikt als weerstandscapaciteit
                                    voor het opvangen van niet verzekerde of afgedekte risico’s. Als
                                    informatiebron met betrekking tot verwachte dan wel gelopen
                                    risico’s, is in de begroting en de jaarrekening een paragraaf
                                    weerstandsvermogen opgenomen, die hier uitgebreid op in
                                    gaat.</al><al>Op grond van de BBV 2004 zijn de onderstaande onderwerpen in
                                    deze paragraaf verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="b."><al>een inventarisatie van de risico’s;</al></li><li nr="c."><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de
                                            risico’s. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Weerstandscapaciteit</titel></kop><al>De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden
                                    waarover de gemeente beschikt om onverwachte en substantieel
                                    niet-begrote kosten te dekken. In relatie tot bovenstaand doel
                                    van het weerstandsvermogen, worden de saldi van het vrije deel
                                    van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit, de
                                    stille reserves en de rekening voor onvoorzien tot de
                                    weerstandscapaciteit gerekend.</al><al>Voorgesteld wordt</al><al>De saldi van het vrije deel van de algemene reserve, reserves
                                    zonder vastgesteld bestedingsdoel, de onbenutte
                                    belastingcapaciteit en de rekening voor onvoorzien tot de
                                    weerstandscapaciteit te rekenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Hoogte weerstandsvermogen</titel></kop><al>Een eenduidige manier om de benodigde weerstandscapaciteit te
                                    berekenen is door middel van de risicowaarde. Hierbij wordt
                                    gekeken naar de kans dat het risico zich voordoet en het
                                    mogelijke schadebedrag ( zie bijlage 3). De som van alle
                                    individuele risicowaarden, bepaalt zodoende de noodzakelijke
                                    hoogte van het weerstandsvermogen.</al><al>Binnen de markt is het de gewoonte om 10% van je begroting te
                                    reserveren voor onvoorziene uitgaven. Rekening houdend met zowel
                                    de berekende risicowaarde als een minimale reservering van 10
                                    procent wordt voorgesteld:</al><al>Voorgesteld wordtDe hoogte van het weerstandsvermogen te
                                    bepalen:</al><lijst><li nr="a."><al>op basis van het risicoprofiel en de inschatting van de
                                            kans dat het risico zich voordoet, de zogenaamde
                                            risicowaarde;</al></li><li nr="b."><al>met een minimum van 10% van de begrotingsomzet. </al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Onderdeel II</titel></kop><structuurtekst><al>Tegelijk met het actualiseren van de beleidsbepalingen zijn de
                                reserves en de voorzieningen beoordeeld. Bij de beoordeling hebben
                                we geconstateerd, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>er een aantal voorzieningen zijn, die om reden van hun aard
                                        beter tot een bestemmingsreserve omgevormd kunnen
                                        worden;</al></li><li nr="b."><al>er onnodig een reserve aangehouden wordt als administratieve
                                        tegenpost voor de in het bezit zijnde deelnemingen van
                                        semi-publieke overheidsinstellingen Eneco, Evides en de
                                        BNG.</al></li></lijst><al>Onderstaand zullen we deze bevindingen nader toelichten en
                                voorstellen hieromtrent doen. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Voorzieningen omzetten tot bestemmingsreserves</titel></kop><structuurtekst><al>Ten aanzien van een voorziening geldt de verplichting, dat er
                                    een nauwkeurige kostenonderbouwing aan ten grondslag moet
                                    liggen, waarvoor de voorziening is gevormd. In veel gevallen is
                                    dit niet precies aan te geven, waarmee er een grotere kans op
                                    onrechtmatigheid bestaat.</al><al>Wanneer de voorziening wordt omgezet naar een bestemmingsreserve
                                    gelden deze beperkingen niet. Een kenmerk van een reserve is
                                    immers, dat de raad de vrijheid heeft om de gelden ‘naar
                                    believen’ kan worden bestemd, de besteding van de benoemde
                                    gelden ligt niet vast.</al><al><plaatje><illustratie id="i33a152ce-755a-462d-87b2-199cc05b6196" naam="i134767i33a152ce-755a-462d-87b2-199cc05b6196.jpg" breedte="6cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="478px" hoogte="4.17cm"/></plaatje></al><al>Zoals uit de omschrijving blijkt, zijn de bovenstaande
                                    voorzieningen gevormd om de toekomstige lasten van de
                                    vastgestelde beheerstaken te kunnen opvangen. Met het omzetten
                                    van de voorziening naar een reserve wordt het beschikkingsrecht
                                    over de reserve verlegd naar de raad.</al><al>In hoofdstuk 8 is bepaald dat voor technische reserves en
                                    bestemmingsreserves, die gevormd zijn vanuit de
                                    egalisatiefunctie, onttrekkingen of toevoegingen vanuit hun doel
                                    mogen worden gedaan. Niet alle bovenstaande bestemmingsreserve
                                    kunnen onder egalisatie of technische reserves geschaard worden.
                                    Afgevraagd kan worden of de raad herhaaldelijk lastig gevallen
                                    moet worden met beheersmatige voorstellen over het storten of
                                    onttrekken.</al><al>Overwegingen met betrekking tot het storten in de reserves.</al><al>Het ontrekken van geld aan de reserves beïnvloedt het eigen
                                    vermogen van de gemeente en holt mogelijk de financiële positie
                                    van de gemeente uit. Zodoende is het storten in en onttrekken
                                    vanuit de reserves een raadsbevoegdheid is en moet apart
                                    zichtbaar worden gemaakt. De raad dient zich op grond van
                                    artikel 3, lid 1 een getrouw beeld kunnen vormen over de
                                    financiële positie en over de baten en lasten. </al><al>Dit getrouwe beeld zou bij het delegeren van de bevoegdheid om
                                    gelden te storten en te onttrekken naar het college, vertroebeld
                                    kunnen worden, doordat het college invloed kan uitoefenen op het
                                    saldo baten en lasten.</al><al>Echter, zowel de stortingen en de onttrekkingen dienen altijd
                                    zichtbaar gespecificeerd te worden bij de jaarrekening of de
                                    begroting en afwijkingen op de begroting dienen toegelicht te
                                    worden. De raad heeft zodoende altijd de mogelijkheid om het
                                    getrouwe beeld te toetsen en achteraf een besluit terug te
                                    draaien.</al><al>Om de raad niet herhaaldelijk lastig te vallen met beheersmatige
                                    onttrekkingen, wordt voor de bovengenoemde reserves u gevraagd
                                    om de bevoegdheid om de stortingen aan onttrekkingen vanuit de
                                    bovenstaande bestemmingsreserves te delegeren aan het
                                    college.</al><al>Voorgesteld wordt om:</al><al>voor de bovengenoemde reserves, de bevoegdheid om de stortingen
                                    en de onttrekkingen, te delegeren aan het college onder
                                    voorwaarde, dat een en ander past binnen de door de raad
                                    gestelde beleidsmatige en financiële kaders.</al><al>In de bijlage Overzicht rechtmatige onttrekkingen vanuit
                                    reserves, is een totaaloverzicht opgenomen van de reserves
                                    waarbij de bevoegdheid om bedragen te storten in of ontrekken
                                    uit de reserves is gedelegeerd aan het college.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Onnodig aanhouden van reserve aandelen</titel></kop><structuurtekst><al>De gemeente bezit aandelen van een drietal semi-publieke
                                    overheidsinstellingen waarbij de aandelen in handen van
                                    publiekrechtelijke lichamen dient te blijven. Dit betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>NV. BNGDe Bank Nederlandse Gemeenten is in 1914 van en
                                            voor overheden in 1914 opgericht. De staat heeft de
                                            helft van de aandelen. De andere helft is in handen van
                                            gemeenten, provincies en hoogheemraadschappen. </al></li><li nr="b."><al>EvidesVoor 1 april 2004 had de gemeente Oud-Beijerland
                                            aandelen van NV Waterbedrijf Europoort (WBE).Per 1 april
                                            2004 zijn de waterbedrijven Delta NV en NV Waterbedrijf
                                            Europoort(WBE) gefuseerd tot Evides N.V, waarbij 50% van
                                            de aandelen in handen zijn de oud aandeelhouders WBE en
                                            50% in handen van de oud aandeelhouders Delta. </al></li><li nr="c."><al>Eneco Holding NVSinds 1989 heeft de gemeente aandelen
                                            van het energiebedrijf Dordrecht, welke later is
                                            gefuseerd met Energiebedrijf Zuid-Holland tot de NV
                                            Eneco. Voor de netwerkgroep dient de kring van
                                            aandeelhouders te bestaan uit overheidsaandeelhouders.
                                            Maar ten aanzien van het energiebedrijf kan deze worden
                                            uitgebreid met particuliere aandeelhouders en kunnen de
                                            aandelen zonder beperkingen worden verkocht.</al></li></lijst><al><vet>Opheffen van reserve</vet>De gemeente heeft bij het
                                    verkrijgen van de aandelen, de aandelen gewaardeerd tegen de
                                    nominale waarde en vanwege de beperkte verhandelbaarheid van de
                                    aandelen geneutraliseerd door middel van een reserve.Formeel
                                    dient deze reserve geen enkel doel, daar de aandelen in ieder
                                    geval binnen de overheidsinstellingen tegen de nominale waarde
                                    verkocht kunnen worden. Het is zodoende niet noodzakelijk om de
                                    reserve aan te houden en de gelden gereserveerd te houden. De
                                    reserve bedraagt momenteel € 3.769.251,39 en kan zodoende elders
                                    worden ingezet.</al><al><vet>Aanwending van vrijkomende gelden</vet>Bij de
                                    bouwstenendiscussie voor de begroting 2002-2005 zijn de te
                                    verwachten investeringen voor de komende jaren ondergebracht als
                                    Toekomstige Investeringen.</al><al>Bij het voteren van de kredieten werd rekening gehouden met
                                    toekomstige bijdragen vanuit de grondexploitatie ( bijlage 12
                                    van de begroting 2002). In de planning werden de lasten voor de
                                    toekomstige investeringen afgestemd op de verwachte bijdragen
                                    vanuit de grondexploitatie. Naar inmiddels blijkt, is de
                                    planning voor de toekomstige bijdragen te rooskleurig geweest.
                                    De toekomstige investeringen zijn uitgevoerd, maar de bijdragen
                                    vanuit de grondexploitatie hebben niet plaatsgevonden, doordat
                                    de betreffende exploitaties niet zijn afgesloten. Hierdoor is de
                                    reserve TI sterk per 31 december 2011 € 3,324 miljoen
                                    negatief.</al><al>Op grond van de BBV is het niet toegestaan om een negatief saldo
                                    te hebben. In de begrotingsbrief 2005 heeft de provincie zich op
                                    het standpunt gesteld dat bestaande reserves als
                                    overgangsregeling tot 2015 een negatieve stand mogen vertonen.
                                    Dit probleem kan opgelost worden door de vrij te vallen reserve
                                    te benutten voor het aanvullen van het negatieve saldo van de
                                    reserve toekomstige investeringen.</al><al><vet>Overwegingen</vet>Op grond van de huidige wettelijke
                                    bepalingen zijn we op basis van het voorzichtigheidsprincipe,
                                    verplicht om pas winst nemen bij realisatie en een voorziening
                                    te treffen wanneer verliezen zich voordoen. Bij de begroting
                                    2002 is dit principe niet toegepast, waardoor de reserve nu
                                    negatief is en het exploitatiesaldo onder druk staat.</al><al>Met het volstorten van de reserve toekomstige investeringen
                                    vervallen de opgenomen aframingen binnen de grondexploitatie de
                                    Hoogerwerf van € 1,24 miljoen en Poortwijk van € 2,084 miljoen.
                                    Dit geeft beleidsruimte om de mogelijke gevolgen van de
                                    woningbouwmalaise binnen de opgenomen grondexploitaties te
                                    kunnen opvangen. In de laatste managementletter wijst de
                                    accountant op de achterblijvende realisatie van de verkopen. Dit
                                    kan een signaal zijn dat uitgifte prijzen niet worden
                                    gerealiseerd en / of dat verkopen nader uitgefaseerd dienen te
                                    worden. Nadere uitfasering of verlaging van verkoopprijzen heeft
                                    een negatief effect op de grondexploitaties.</al><al>Hierbij speelt nog dat de grondexploitatie van Poortwijk II het
                                    verlies van circa € 1 miljoen ( zie begroting 2012) moet
                                    goedmaken, wat een extra belasting geeft op de winstrealisatie
                                    geeft.</al><al>Voorgesteld wordt omDe reserve aandelen op te heffen en het
                                    bedrag € 3.769.251,39 vrij te laten vallen en voor € 3,324
                                    miljoen te storten in de negatieve reserve Toekomstige
                                    investering waarmee beide reserves opgeheven kunnen worden. Het
                                    restant van de vrijval ad € 445.251,39 te benutten om de
                                    negatieve Egalisatiereserve bouwleges aan te vullen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Opheffen van de reserve Frictiekosten</titel></kop><structuurtekst><al>Jaarlijks wordt tbv. de in de begroting opgenomen
                                    beleidsuitvoering een werkplan opgesteld. De kosten die hieruit
                                    voortvloeien worden betaald vanuit de verschillende
                                    personeelsbudgetten en gereserveerde gelden. Op dit moment
                                    hebben we hiertoe o.a. een voorziening afdelingsplannen en een
                                    reserve frictiekosten voor het dekken van de kosten van
                                    vervanging bij ziekte.</al><al>Bij onderdeel 1 wordt u verzocht om in te stemmen met het
                                    omzetten van de voorziening afdelingsplannen naar de reserve
                                    werkplan. Om te voorkomen dat er verschillende reserves zijn
                                    voor hetzelfde doel wordt u voorgesteld om de reserve
                                    Frictiekosten op te heffen en de gereserveerde gelden te storten
                                    in de Reserve Werkplan.</al><al>Voorgesteld wordt om de reserve Frictiekosten op te heffen en
                                    het gereserveerde bedrag te storten in de nieuw gevormde reserve
                                    Werkplan.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Overzicht rechtmatige onttrekkingen vanuit reserves</label><nr>1</nr><titel/></kop><al><plaatje><illustratie id="id18ed9a9-cd89-44be-ab5f-e1d5e2118379" naam="i134768id18ed9a9-cd89-44be-ab5f-e1d5e2118379.jpg" breedte="6cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="485px" hoogte="8.39cm"/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Wettelijk kader inzake reservering</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Relevante wetteksten uit het Besluit begroten en verantwoorden 2004
                    (BBV’04)</al><al><vet>Titel 2.3 De paragrafen</vet></al><al><vet>Artikel 11</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen:a. de
                            weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de
                            provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet
                            begrote kosten te dekken;b. alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn
                            getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de
                            financiële positie.</al></li><li nr="2."><al>De paragraaf betreffende de weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat
                            ten minste:a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;b. een
                            inventarisatie van de risico’sc. het beleid omtrent de
                            weerstandscapaciteit en de risico’s. </al></li></lijst><al><vet>Titel 2.4 Het overzicht van baten en lasten en de toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 17</vet>Het overzicht van baten en lasten bevat:d. de beoogde
                    toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma:</al><al>Titel 2.5 De uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting</al><al><vet>Artikel 20</vet>2. Afzonderlijke aandacht wordt besteedt aan:d. de stand en
                    het verloop van de reserves</al><al><vet>Artikel 27</vet></al><lijst><li nr="1."><al>de programmarekening bevat:d. de werkelijke toevoegingen en
                            onttrekkingen aan reserves.</al></li></lijst><al><vet>Titel 4.5 De balans en de toelichting</vet></al><al><vet>Paragraaf vaste passiva</vet></al><al><vet>Artikel 41</vet>Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het
                    eigen vermogen, de voorzieningen en de vaste schulden, met een rentetypische
                    looptijd van één jaar of langer.</al><al><vet>Artikel 42</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na
                            bestemming uit de programmarekening.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen
                            als onderdeel van het eigen vermogen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 43</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de balans worden de reserves onderscheiden naar:a. de algemene
                            reserve;b. de bestemmingsreserves;</al></li><li nr="2."><al>Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten
                            respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 44</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voorzieningen worden gevormd wegens:a. verplichtingen en verliezen
                            waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te
                            schatten;b. op de balansdatum bestaande risico’s te zake van bepaalde te
                            verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs
                            is te schatten;c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden
                            gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het
                            begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening
                            strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal
                            begrotingsjaren.</al></li><li nr="2."><al>Tot die voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen
                            die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de
                            voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.</al></li><li nr="3."><al>Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende
                            arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 45</vet>Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet
                    toegestaan.</al><al><vet>Artikel 49</vet>In de balans worden onder de overlopende passiva
                    opgenomen:b. de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen
                    voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen
                    ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren;</al><al><vet>Paragraaf 4.5.7 Toelichting op de balans</vet></al><al><vet>Artikel 54</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de toelichting op de balans worden de aard en de reden van elke
                            reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht
                            weergegeven. Daaruit blijken:a. het saldo aan het begin van het
                            begrotingsjaar;b. de toevoegingen of onttrekkingen via de
                            resultaatsbestemming bij de programmarekening;c. de toevoegingen of
                            onttrekkingen uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het
                            voorgaande boekjaar;d. de verminderingen in verband met de
                            afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is
                            gevormd;e. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 55</vet></al><lijst><li nr="1."><al>In de toelichting op de balans worden de aard en de reden van elke
                            voorziening en de wijzigingen daaraan toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht
                            weergegeven. Daaruit blijken:a. het saldo aan het begin van het
                            begrotingsjaar;b. de toevoegingen;c. ten gunste van de rekening van
                            baten en lasten vrijgevallen bedragen;d. de aanwendingen;e. het saldo
                            aan het einde van het begrotingsjaar. </al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Uitleg berekening risicowaarde</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>De hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit wordt met name bepaald wordt
                    door:</al><al>het feit dat het risico niet is afgedekt via een voorziening of een afgesloten
                    verzekering;</al><al>de kans dat de tegenvaller of meevaller daadwerkelijk zal optreden;</al><al>de waarde van de verwachte tegenvaller.</al><al>De kans dat alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen is nihil. Een
                    weerstandscapaciteit die alle risico’s kan opvangen als die zich allen
                    tegelijkertijd voordoen, is dan ook te ruim. De risicowaarde kan een eenduidige
                    manier zijn om de relevantie van het risico en de hoogte van de benodigde
                    weerstandscapaciteit te bepalen.</al><al>Hierbij wordt gekeken naar de kans dat de tegenvaller of meevaller daadwerkelijk
                    zal optreden en de waarde van de verwachte tegen- of meevaller, oftewel:</al><al>kans x waarde = risicowaarde.</al><al/><al><vet>8.2.1 Classificaties</vet></al><al>Om de risicowaaarde te bepalen worden allereerst de risico’s op basis van de
                    volgende inschatting geïnventariseerd en geclassificeerd.</al><al><plaatje><illustratie id="ie66c4ad6-3d83-4674-9046-589ad3367292" naam="i134769ie66c4ad6-3d83-4674-9046-589ad3367292.jpg" breedte="6cm" schaal="1" uitlijning="start" kleur="ja" type="foto" alt="470px" hoogte="2.49cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>Voorbeeld</vet></al><al>Een laag risico met de classificatie &amp;lt; € 100.000, heeft een risicowaarde
                    van: </al><al>€ 50.000 x 12,5% = € 12.500</al></bijlage></regeling></body></cvdr>