<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21842_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Overbetuwe 2009 (eerste wijziging)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Betuwe; 28-12-2011.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Overbetuwe 2009 (eerste wijziging)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Art. 1, 2, 3 en 4. vervaldatum 1 januari 2014 ivm inwerkingtredeing Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2014</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>11rb000188</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9348</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Overbetuwe 2009 (eerste wijziging)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Ons kenmerk: 09rb000127</al><al/><al>Nr. 8</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 10 februari
                        2009;</al><al/><al>gelezen het advies van de commissie Burger van 5 maart 2009;</al><al/><al>gelet op het amendement van Groen Links en Partij van de Arbeid van 31 maart
                        2009;</al><al/><al>gelet op het amendement van Gemeentebelangen Overbetuwe van 31 maart 2009; </al><al/><al>gelet op artikel(en) 8 en 36 van de Wet werk en bijstand;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al/><al><vet>Verordening langdurigheidstoeslag</vet></al><al><vet>gemeente Overbetuwe 2009</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>het college : het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>referteperiode: een periode van 36 aaneengesloten maanden
                                voorafgaand aan de peildatum;</al></li><li nr="d."><al>peildatum: de datum waarop op enig moment het recht op een
                                langdurigheidstoeslag ontstaat;</al></li><li nr="e."><al>norminkomen:100% van de op de belanghebbende(n) van toepassing
                                zijnde bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 2 van de
                                wet, inclusief eventuele toeslagen en verlagingen op grond van
                                hoofdstuk 3, paragraaf 3 van de wet;</al></li><li nr="f."><al>inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien
                                verstande dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op
                                bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’. Een
                                bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet
                                voor de beoordeling van het recht op de langdurigheidstoeslag als
                                inkomen gezien;</al></li><li nr="g."><al>WSF: Wet Studiefinanciering 2000;</al></li><li nr="h."><al>WTOS:Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="i."><al>maatregelverordening: de Maatregelverordening WWB, IOAW en IOAZ
                                gemeente Overbetuwe 2010.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Recht op de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van
                                het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende
                                de referteperiode het inkomen per maand niet hoger is geweest dan
                                110% van het norminkomen.</al></li><li nr="2."><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die een opleiding volgt als genoemd in de WTOS, dan
                                wel een studie volgt als genoemd in de WSF.</al></li><li nr="3."><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die in de laatste 12 maanden van de referteperiode
                                een gedraging als bedoeld in artikel 8, sub c. (derde categorie) of
                                sub d. (vierde categorie) van de maatregelverordening heeft
                                verricht.</al></li><li nr="4."><al>[vervallen].</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Gehuwden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een gezin, als bedoeld in artikel 3 van de wet, komt alleen in
                                aanmerking voor de langdurigheidstoeslag, als de gezinsleden aan
                                alle voorwaarden voor toekenning van de langdurigheidstoeslag
                                voldoen.</al></li><li nr="2."><al>[vervallen].</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een gezin: 40% van de bijstandsnorm, genoemd in artikel
                                        21, aanhef en onder c. van de wet;</al></li><li nr="b."><al>voor alleenstaande ouders: 40% van de bijstandsnorm, genoemd
                                        in artikel 21, aanhef en onder b. van de wet, vermeerderd
                                        met 40% van de maximale toeslag, genoemd in artikel 25,
                                        tweede lid van de wet;</al></li><li nr="c."><al>voor alleenstaanden: 40% van de bijstandsnorm, genoemd in
                                        artikel 21, aanhef en onder a. van de wet, vermeerderd met
                                        40% van de maximale toeslag, genoemd in artikel 25, tweede
                                        lid van de wet;</al></li><li nr="d."><al>voor een gezin, verblijvend in een inrichting: 40% van de
                                        bijstandsnorm, genoemd in artikel 23, eerste lid, aanhef en
                                        onder a. van de wet, vermeerderd met 40% van het bedrag,
                                        genoemd in artikel 23, tweede lid, aanhef en onder a. van de
                                        wet;</al></li><li nr="e."><al>voor alleenstaande ouders en alleenstaanden, verblijvend in
                                        een inrichting: 40% van de bijstandsnorm, genoemd in artikel
                                        23, eerste lid, aanhef en onder b. van de wet, vermeerderd
                                        met 40% van het bedrag, genoemd in artikel 23, tweede lid,
                                        aanhef en onder b. van de wet. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt uitgegaan van de
                                bijstandsnorm en toeslag, exclusief vakantietoeslag.</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt naar boven afgerond tot
                                het eerste gehele getal.</al></li><li nr="4."><al>De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt bepaald aan de hand van
                                de bijstandsnorm en toeslag, zoals deze gelden per 1 januari van het
                                jaar, waarin de peildatum gelegen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan één of meerdere artikelen van deze verordening buiten
                        toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing, gelet op het
                        belang van het verstrekken van een toeslag aan belanghebbenden met een
                        langdurig laag inkomen, leidt tot een onbillijkheid van overwegende
                        aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en
                        werkt terug tot en met 1 januari 2009.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening langdurigheidstoeslag
                        gemeente Overbetuwe 2009.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 31 maart 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E. Tuijnman.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al/><al><onderstreept>Decentralisatie langdurigheidstoeslag</onderstreept></al><al>Op 1 januari 2009 is een gewijzigd artikel 36 WWB in werking getreden, waarmee
                    de langdurigheidstoeslag wordt gedecentraliseerd naar gemeenten. In het oude
                    artikel 36 WWB, dat tot 1 januari 2009 van kracht was, was nauw omschreven in
                    welke gevallen en onder welke voorwaarden mensen met een laag inkomen in
                    aanmerking kwamen voor de langdurigheidstoeslag. De gedachte achter de
                    langdurigheidstoeslag is om diegenen die qua kansen op de arbeidsmarkt
                    vergelijkbaar waren met 65+-ers, op een inkomen te brengen dat (vrijwel) gelijk
                    is aan de norm voor 65+-ers. In het nieuwe artikel 36 WWB zijn 65+-ers dan ook
                    nog steeds uitgesloten van het recht op een langdurigheidstoeslag.</al><al/><al>In het Bestuursakkoord Rijk-gemeenten uit 2007 (“Samen aan de slag”) is
                    afgesproken dat de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd wordt naar gemeenten.
                    Artikel 36 van de wet blijft de basis, maar daarnaast wordt in artikel 8 een
                    bepaling toegevoegd waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad in een verordening
                    nadere regels ten aanzien van de langdurigheidstoeslag moet vastleggen. Met het
                    vaststellen van onderhavige verordening wordt aan deze verplichting
                    voldaan.</al><al/><al><onderstreept>Bevoegdheid gemeenten</onderstreept></al><al>In het nieuwe artikel 36, eerste lid, is de basis voor de langdurigheidstoeslag
                    opgenomen:</al><al/><al><cursief>“Het college verleent op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een
                        persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, die langdurig een laag
                        inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel
                        34.”</cursief></al><al/><al>Op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d. WWB moet de gemeenteraad
                    een verordening opstellen met betrekking tot het verlenen van een
                    langdurigheidstoeslag. Gezien bovenstaande tekst van artikel 36 WWB, dienen de
                    volgende begrippen ingevuld te worden:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>Langdurig</al></li><li nr="-"><al>Laag inkomen</al></li><li nr="-"><al>Geen uitzicht op inkomensverbetering</al></li><li nr="-"><al>Hoogte van de langdurigheidstoeslag </al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Geen ambtshalve verstrekking</onderstreept></al><al>In de wet wordt bepaald dat het college de toeslag op aanvraag verstrekt. Dit
                    sluit de mogelijkheid voor ambtshalve toekenning uit. Het kabinet geeft hierbij
                    aan dat het gaat om een vorm van bijzondere bijstand, waarbij geldt dat voor elk
                    individueel geval beoordeeld moet worden of er een recht bestaat. Het is
                    uiteraard wel mogelijk om de aanvraag voor een langdurigheidstoeslag, ten
                    aanzien van bekende klanten, via een vereenvoudigde procedure te laten
                    verlopen.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een gelijk­luiden­de
                    betekenis als de omschrijving in de WWB en in de Algemene wet
                    bestuursrecht.</al><al/><al><cursief>Onderdeel c</cursief>: In het oude artikel 36 WWB stond bepaald dat de
                    langdurigheidstoeslag alleen kon worden toegekend, indien de belanghebbende
                        <onderstreept>minimaal 5 jaar onafgebroken</onderstreept> over een inkomen
                    beschikte dat niet hoger was dan de bijstandsnorm. Nu wordt slechts gesproken
                    van <onderstreept>langdurig</onderstreept>. </al><al/><al>In een aantal gemeenten is de termijn van 60 maanden gehandhaafd, waar andere
                    gemeenten uitgaan van een periode van 36 maanden om het begrip
                        <onderstreept>langdurig</onderstreept> in te vullen. Dit laatste (36
                    maanden) is de meest logische keuze. In de eerste plaats gaan wij als gemeente
                    voor de regeling duurzame gebruiksgoederen voor <onderstreept>meerjarige
                        minima</onderstreept> ook uit van een periode van 36 maanden. Daarnaast is
                    de minimumleeftijd om in aanmerking te komen voor de langdurigheidstoeslag
                    verlaagt van 23 jaar naar 21 jaar. Nu het zelfstandig recht op
                    (bijstands)inkomen begint op iemand 18<sup>e</sup> verjaardag, is dit ook een
                    argument om de term <onderstreept>langdurig</onderstreept> in te vullen met een
                    termijn van 3 jaar (21-18).</al><al/><al><cursief>Onderdeel d</cursief>: deze bepaling volgt rechtstreeks uit artikel 36,
                    vierde lid WWB.</al><al/><al><cursief>Onderdeel e</cursief>: Uit artikel 36 WWB volgt dat het recht op
                    langdurigheidstoeslag niet bestaat voor personen van 65 jaar of ouder. Op dit
                    punt is de regeling inzake de langdurigheidstoeslag derhalve onveranderd. Het
                    ligt dan ook voor de hand om de inkomensgrens voor toekenning van de
                    langdurigheidstoeslag eveneens onveranderd te laten. Daarmee wordt voorkomen dat
                    een persoon, jonger dan 65 jaar, die geen uitzicht heeft op inkomensverbetering,
                    door toekenning van een langdurigheidstoeslag, uiteindelijk op een hoger inkomen
                    uit dan een 65+-er met alleen AOW, die geen langdurigheidstoeslag kan krijgen,
                    maar eveneens geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.</al><al/><al><cursief>Onderdeel f:</cursief> Door een verbinding te maken met artikel 32 WWB
                    wordt tot uitdrukking gebracht dat met het begrip inkomen in deze verordening op
                    dezelfde wijze wordt omgegaan als in het kader van de uitvoering van de WWB. Dit
                    betekent onder meer dat vrijgelaten inkomsten (zie artikel 31, tweede lid WWB)
                    ook in het kader van deze verordening niet tot het inkomen van de
                    belanghebbende(n) gerekend worden.</al><al>De tweede zin van dit onderdeel is noodzakelijk om een bijstandsuitkering wel
                    tot het inkomen van de belanghebbende(n) te kunnen rekenen. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Recht op de langdurigheidstoeslag </vet></al><al><cursief>Eerste lid:</cursief> Met deze bepaling wordt voldaan aan de
                    verplichting van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d. WWB. Voor een
                    inhoudelijke toelichting wordt op deze plaats verwezen naar de toelichting bij
                    artikel 1, onderdelen c., e. en f..</al><al/><al><cursief>Tweede lid:</cursief> Artikel 36, eerste lid WWB bepaalt dat er alleen
                    recht op een langdurigheidstoeslag bestaat, indien er ‘geen uitzicht op
                    inkomensverbetering’ is. Personen die een opleiding/studie volgen, hebben
                    weldegelijk uitzicht op inkomenverbetering. Op die grond zijn zij uitgesloten
                    van het recht op langdurigheidstoeslag.</al><al/><al><cursief>Derde lid:</cursief> Het huidige beleid gaat uit van de volgende
                    stelling: ‘heeft de belanghebbende geen maatregel gekregen, dan heeft
                    belanghebbende voldoende aan zijn/haar arbeidsverplichtingen voldaan’. Deze
                    regel wordt gehandhaafd, met één belangrijke wijziging. Nu is het namelijk zo
                    dat een maatregel wegens het niet ingeschreven (blijven) staan bij het CWI een
                    afwijzing van een aanvraag langdurigheidstoeslag met zich meebrengt. Hoewel in
                    de jurisprudentie van de CRvB dit beleid geaccepteerd is, staat het voor 5 (nu
                    3) jaar lang niet in aanmerking kunnen komen voor een langdurigheidstoeslag niet
                    in verhouding tot het ‘vergrijp’. De verordening bepaalt dan ook dat alleen tot
                    afwijzing van de aanvraag voor een langdurigheidstoeslag wordt overgegaan,
                    indien er sprake is van een maatregelwaardige gedraging van de 3e of 4e
                    categorie (zie artikel 8 Maatregelverordening 2007). Deze gedraging kan echter
                    alleen tot afwijzing van de langdurigheidstoeslag leiden, indien deze zich in de
                    laatste 12 maanden van de referteperiode heeft voorgedaan.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Gehuwden</vet></al><al>Beide partners dienen te voldoen aan alle voorwaarden voor het recht op een
                    langdurigheidstoeslag. Indien dit niet het geval is, wordt de aanvraag
                    afgewezen. Het tweede lid heeft betrekking op de situatie als bedoeld in artikel
                    24 WWB. Indien één van beide partners geen recht heeft op bijstand (en daarmee
                    dus ook niet op de langdurigheidstoeslag) en de andere partner voldoet wel aan
                    alle voorwaarden, dan heeft de andere partner recht op de langdurigheidstoeslag
                    naar de norm voor een alleenstaande, dan wel alleenstaande ouder.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Hoogte van de langdurigheidstoeslag</vet></al><al><cursief>Eerste lid:</cursief> Over de hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt
                    in artikel 36 WWB niets geregeld. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt
                    er wel vanuit gegaan dat gemeenten geen excessieve bedragen in hun verordeningen
                    zullen opnemen.</al><al>In de afgelopen jaren is de hoogte van de langdurigheidstoeslag een afgeleide
                    geweest van de hoogte van de verschillende bijstandsnormen en –toeslagen. Er
                    worden dan ook geen bedragen in de verordening opgenomen, maar er wordt
                    uitgegaan van een percentage. In de afgelopen jaren bedroeg dit percentage 40%
                    van de bijstandsnorm (inclusief maximale toeslag, exclusief vakantiegeld). De
                    verordening gaat ook uit van dit percentage.</al><al>Personen die in een inrichting verblijven, kunnen eveneens in aanmerking komen
                    voor een langdurigheidstoeslag (sub d en e). Voor de beoordeling van het recht
                    op de langdurigheidstoeslag wordt op het inkomen de AWBZ-bijdrage voor verblijf
                    in de inrichting in mindering gebracht. Het restantinkomen wordt vervolgens
                    afgezet tegen de norm voor verblijf in een inrichting ter bepaling van het recht
                    op de langdurigheidstoeslag.</al><al/><al><cursief>Tweede lid: </cursief>De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt
                    vastgesteld aan de hand van de hoogte van de bijstandsnorm (eventueel inclusief
                    toeslag), exclusief vakantietoeslag.</al><al/><al><cursief>Derde lid: </cursief>Nu de hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt
                    vastgesteld aan de hand van een percentage van de bijstandsnorm, is de kans
                    groot dat de uitkomst van die som niet op een geheel getal uitkomt. Dit
                    onderdeel van artikel 4 regelt dat dit uiteindelijk wel het geval is. Een
                    voorbeeld:</al><al/><al>Norm gehuwden (exclusief vakantiegeld) = € 1.219,67 x 40% = € 487,868. De hoogte
                    van de langdurigheidstoeslag voor gehuwden bedraagt dan € 488,00.</al><al/><al><cursief>Vierde lid:</cursief> De hoogte van de langdurigheidstoeslag wordt
                    jaarlijks bepaald aan de hand van de hoogte van de bijstandsnormen en toeslagen
                    per 1 januari van het betreffende jaar. Hiermee wordt voorkomen dat de hoogte
                    van de langdurigheidstoeslag gedurende het kalenderjaar (meerdere malen)
                    gewijzigd moet worden.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Hardheidsclausule</vet></al><al>Deze bepaling opent de mogelijkheid om, in gevallen waarin toepassing van de
                    verordening – gegeven het doel en strekking ervan – een onbillijkheid van
                    overwegende aard zou opleveren, (een onderdeel van) de verordening buiten
                    toepassing te laten of daarvan af te wijken. De toepassing beperkt zich
                    overigens wel tot het op het moment van het vaststellen van deze verordening
                    niet voorziene gevallen en tot (eventuele) onbillijkheden van overwegende aard.
                    De te treffen voorziening, waarin de verordening dus niet voorziet, moet wel
                    binnen de doelstelling van de verordening passen. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Inwerkingtreding</vet></al><al>De verordening treedt de dag na de datum van bekendmaking in werking en werkt
                    terug tot en met 1 januari 2009. Het opnemen van overgangsrecht is niet nodig,
                    nu het nieuwe artikel 36 WWB zelf overgangsrecht bevat (in het zesde lid).</al><al/><al><vet>Artikel 7 Citeertitel </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></bijlage><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i180698.pdf">wijzigingsverordening wet werk en bijstand 2011 11 12 20.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>