<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21812_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Monumentenverordening gemeente Overbetuwe 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Hét Gemeente Nieuws; 08-02-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Monumentenverordening gemeente Overbetuwe 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147,</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 12, art. 14, art. 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>06rb000007</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De monumentenverordening, zoals vastgesteld op 20 februari 2001, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt bij de inwerkingtreding van deze verordening.</al><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid van de Monumentenwet 1988.</al><al>De monumentenverordening, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten,vervalt op de datum zoals die voortvloeit uit het bepaalde in artikel 15, tweede lid van de Monumentenwet 1988.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Monumentenverordening gemeente Overbetuwe 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Monumentenverordening gemeente Overbetuwe 2006</al><al/><al>Ons kenmerk: 06RB000007</al><al/><al>Nr. 12Bb</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november
                        2005;</al><al/><al>gelezen het advies van de commissie Ruimte van 7 december 2005;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 147 Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en
                        15 Monumentenwet 1988;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de navolgende</al><al/><al><vet>Monumentenverordening gemeente Overbetuwe 2006</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>monument:</al><lijst><li nr="1."><al>zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid,
                                            betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                            waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak als bedoeld onder 1.;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in
                                    onderdeel a, onder 2.;</al></li><li nr="c."><al>beschermd gemeentelijk monument: onroerend monument, dat
                                    overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd
                                    gemeentelijk monument is aangewezen;</al></li><li nr="d."><al>gemeentelijke monumentenlijst de lijst waarop zijn geregistreerd
                                    de overeenkomstig deze verordening beschermde gemeentelijke
                                    monumenten;</al></li><li nr="e."><al>beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven
                                    in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde
                                    registers;</al></li><li nr="f."><al>kerkelijk monument: onroerend monument, welke eigendom is van
                                    een kerkgenootschap, een zelfstandig onderdeel daarvan, een
                                    lichaam waarin kerkgenootschappen zijn verenigd, of van een
                                    ander genootschap op geestelijke grondslag en welke uitsluitend
                                    of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor het gezamenlijk
                                    belijden van de godsdienst of levensovertuiging;</al></li><li nr="g."><al>bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd
                                    onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische
                                    kwaliteit van een monument;</al></li><li nr="h."><al>monumentencommissie: de door het college ingestelde commissie,
                                    die als taak heeft het college op verzoek of uit eigen beweging
                                    te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze
                                    verordening en het monumentenbeleid;</al></li><li nr="i."><al>minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li><li nr="j."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Overbetuwe;</al></li><li nr="k."><al>raad: de raad van de gemeente Overbetuwe;</al></li><li nr="l."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden
                                    met het gebruik van het monument.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot een kerkelijk monument neemt het college geen
                                    beslissing ingevolge deze verordening dan na overleg met de
                                    eigenaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nadere regels en uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd nadere regels vast te stellen.</al></li><li nr="2."><al>Het college is met de uitvoering van deze verordening
                                    belast.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument, alsmede de
                                wijziging en intrekking van de aanwijzing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op verzoek van een
                                        belanghebbende, een onroerende zaak aanwijzen als beschermd
                                        gemeentelijk monument.</al></li><li nr="2."><al>Een verzoek van een belanghebbende, als bedoeld in het
                                        eerste lid van dit artikel, moet onderbouwd zijn.</al></li><li nr="3."><al>Voordat het een besluit over de aanwijzing neemt, hoort het
                                        college de monumentencommissie en de eigenaar. In
                                        spoedeisende gevallen kan het horen achterwege blijven.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een
                                        onroerende zaak als beschermd gemeentelijk monument bepalen
                                        dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.</al></li><li nr="5."><al>De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen
                                        op grond van de Monumentenwet 1988 of de
                                        Monumentenverordening van de provincie Gelderland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college beslist binnen twaalf weken nadat de monumentencommissie
                                is gehoord, maar in ieder geval binnen 26 weken na ontvangst van het
                                verzoek van een belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Mededeling</titel></kop><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 4, eerste lid van deze
                                verordening wordt meegedeeld aan degenen die als zakelijk
                                gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de
                                ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan ambtshalve of op verzoek van een
                                        belanghebbende de aanwijzing als beschermd gemeentelijk
                                        monument wijzigen.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, alsmede 5 van
                                        deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing op het
                                        wijzigingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                        ondergeschikte betekenis is, of als de wijziging betreft het
                                        doorhalen van de registratie op de gemeentelijke
                                        monumentenlijst van een beschermd gemeentelijk monument dat
                                        teniet is gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van de
                                        artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, alsmede 5 van
                                        deze verordening achterwege.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan, al dan niet op verzoek van een
                                        belanghebbende, de aanwijzing intrekken.</al></li><li nr="2."><al>De artikelen 4, derde lid, alsmede 5 van deze verordening
                                        zijn van overeenkomstige toepassing op het
                                        intrekkingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>De aanwijzing wordt geacht te zijn ingetrokken, indien
                                        toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet
                                        1988 dan wel de soortgelijke bepaling in de
                                        Monumentenverordening van de provincie Gelderland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college registreert de aanwijzing tot beschermd
                                        gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 4 van deze
                                        verordening op de gemeentelijke monumentenlijst.</al></li><li nr="2."><al>De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke en
                                        kadastrale aanduiding, de tenaamstelling, de datum van de
                                        aanwijzing en een redengevende beschrijving van het
                                        beschermde gemeentelijke monument.</al></li><li nr="3."><al>Het college registreert de inhoud en de datum van de
                                        wijziging als bedoeld in artikel 7 van deze verordening op
                                        de gemeentelijke monumentenlijst.</al></li><li nr="4."><al>Het college registreert de intrekking als bedoeld in artikel
                                        8 van deze verordening en de datum waarop de aanwijzing is
                                        ingetrokken op de gemeentelijke monumentenlijst.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Vergunning tot wijziging of afbraak van beschermde gemeentelijke
                                monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden een beschermd gemeentelijk monument te beschadigen
                                of te vernielen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergunning</titel></kop><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschermd gemeentelijk monument af te breken, te
                                        verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te
                                        wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een beschermd gemeentelijk monument te herstellen, te
                                        gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het
                                        wordt ontsierd of in gevaar gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanvraag om vergunning</titel></kop><al>Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 11 van deze
                                verordening wordt door middel van een daartoe vastgesteld formulier
                                bij het college ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Voorbereiding</titel></kop><al>Op de voorbereiding van een besluit op een aanvraag om vergunning
                                als bedoeld in artikel 11 van deze verordening is afdeling 3.4 Awb
                                van toepassing, met dien verstande dat</al><lijst><li nr="a."><al>het college het ontwerp van het te nemen besluit eerst ter
                                        inzage legt na ontvangst van het advies van de
                                        monumentencommissie;</al></li><li nr="b."><al>door een ieder zienswijzen naar voren kunnen worden
                                        gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Advies van de monumentencommissie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college vraagt advies aan de monumentencommissie voordat
                                        het op de aanvraag, als bedoeld in artikel 11 van de
                                        verordening, beslist.</al></li><li nr="2."><al>De monumentencommissie brengt binnen acht weken na de
                                        adviesaanvraag schriftelijk advies uit aan het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op de aanvraag binnen 12 weken na
                                        ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in
                                        ieder geval binnen de in artikel 3:18 Awb bepaalde
                                        termijn.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college niet voldoet aan het eerste lid van dit
                                        artikel, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan aan een vergunning voorschriften verbinden
                                        in het belang van de monumentenzorg.</al></li><li nr="4."><al>De werking van de vergunning ingevolge deze verordening
                                        wordt opgeschort totdat de bezwarentermijn is verstreken of,
                                        indien bezwaar is gemaakt, totdat op het bezwaar is
                                        beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het college verleent met betrekking tot een beschermd kerkelijk
                                monument geen vergunning ingevolge artikel 11 van deze verordening
                                dan in overeenstemming met de eigenaar, voor zover het betreft een
                                vergunning waarbij wezenlijke belangen van het belijden van de
                                godsdienst of de levensovertuiging in dat monument in het geding
                                zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken
                                        indien:</al><lijst><li nr="a."><al>blijkt dat de vergunning ten gevolge van een
                                                onjuiste of onvolledige opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als
                                                bedoeld in artikel 15, derde lid van deze
                                                verordening niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de
                                                vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat
                                                het belang van bescherming van het monument zwaarder
                                                dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen een jaar van de vergunning gebruik wordt
                                                gemaakt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden
                                        aan de monumentencommissie.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Vergunning voor beschermd rijksmonument</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zendt een afschrift van de aanvraag om vergunning
                                    voor een beschermd rijksmonument onmiddellijk aan de
                                    minister.</al></li><li nr="2."><al>Het college geeft ten aanzien van het door de minister
                                    opgestelde ontwerp van het besluit toepassing aan de artikelen
                                    3:11 tot en met 3:17 Awb, waarbij het college tijdig naar voren
                                    gebrachte zienswijzen onmiddellijk aan de minister
                                    doorzendt.</al></li><li nr="3."><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag
                                    binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift
                                    van de aanvraag om vergunning.</al></li><li nr="4."><al>Bij overschrijding van de in het vorige lid van dit artikel
                                    vermelde termijn wordt de monumentencommissie geacht te hebben
                                    geadviseerd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het college een vergunning tot
                                            wijziging, afbraak of verwijdering van een beschermd
                                            gemeentelijk monument te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>voorschriften door het college verbonden aan een
                                            vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van
                                            een beschermd gemeentelijk monument,</al></li><li nr="c."><al>schade lijdt, die redelijkerwijze niet of niet geheel te
                                            zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op
                                            zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen
                                            schadevergoeding toe.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de behandeling van een aanvraag als bedoeld in dit artikel
                                    zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de
                                    procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de
                                    Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij, die handelt in strijd met artikel 10 en 11 van deze verordening,
                            wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze is verordening is belast de ambtenaar bouw- en
                                    woningtoezicht.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze is verordening belast de bij besluit van het
                                    college aan te wijzen personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Binnentreden</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                            of krachtens deze verordening of de opsporing van een overtreding van de
                            bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften zijn bevoegd tot
                            het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Afwijkingsbevoegdheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan van een of meer bepalingen van deze verordening
                                    afwijken, dan wel deze buiten toepassing laten.</al></li><li nr="2."><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist
                                    het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Inwerkingtreding en overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                    gemeentelijke monumenten treedt zij in werking op 1 januari
                                    2006.</al></li><li nr="2."><al>De monumentenverordening, zoals vastgesteld door de raad op 20
                                    februari 2001, voor zover het betreft bepalingen over
                                    gemeentelijke monumenten, vervalt bij de inwerkingtreding van
                                    deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                    rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het
                                    bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet
                                    1988.</al></li><li nr="4."><al>De monumentenverordening, zoals vastgesteld door de raad op 20
                                    februari 2001, voor zover het betreft bepalingen over beschermde
                                    rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid
                                    toepassing vindt.</al></li><li nr="5."><al>De op grond van de vervallen verordening, zoals vastgesteld door
                                    de raad op 20 februari 2001, geregistreerde beschermde
                                    gemeentelijke monumenten worden geacht aangewezen te zijn
                                    overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.</al></li><li nr="6."><al>De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de
                                    gemeentelijke monumentenlijst van de vervallen verordening,
                                    zoals vastgesteld door de raad op 20 februari 2001, worden
                                    geacht te zijn geregistreerd overeenkomstig de bepalingen van
                                    deze verordening.</al></li><li nr="7."><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de
                                    inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met
                                    inachtneming van de monumentenverordening, zoals vastgesteld
                                    door de raad op 20 februari 2001.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Monumentenverordening
                            gemeente Overbetuwe 2006".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 20 december 2005</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>drs. A.J. van den Brink</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E. Tuijnman.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>