<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21702_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening gemeente Marum 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Marum</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-02-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Achtdorpennieuws 23-02-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening gemeente Marum 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-02-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-02-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12.01.11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Algemene subsidieverordening gemeente Marum 2006, vastgesteld op 14 september 2005.</al><al>Deze verordening is bij besluit van de raad van de gemeente Westerkwartier van 8-1-2019 vervallen verklaard en per 1-1-2019 uit werking getreden</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening gemeente Marum 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 11</al><al/><al>De raad van de gemeente Marum; </al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27
                        januari 2012, nr. 12.01.11.;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende: </al><al/><al>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE MARUM 2012</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="b)"><al>Gemeente: gemeente Marum.</al></li><li nr="c)"><al>College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    Marum.</al></li><li nr="d)"><al>Raad: raad van de gemeente Marum.</al></li><li nr="e)"><al>Activiteit: samenhangende werkzaamheden en handelingen gericht
                                    op het belang van de gemeente en/of haar inwoners en passend
                                    binnen het gemeentelijk beleid.</al></li><li nr="f)"><al>Activiteitenplan: bevat een overzicht van de activiteiten
                                    waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde
                                    doelstellingen. Prestaties zijn in meetbare eenheden
                                    geformuleerd.</al></li><li nr="g)"><al>Instelling: elke organisatie, niet zijnde een publiekrechtelijke
                                    instantie, die zich zonder winstoogmerk het uitvoeren van een of
                                    meer activiteiten ten doel stelt waarvan het college de ideële
                                    of materiële waarde voor de Marumse bevolking erkent.</al></li><li nr="h)"><al>Subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Awb,
                                    inhoudende de aanspraak op financiële middelen, door een
                                    bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten
                                    van de aanvrager, anders dan als betaling voor de aan het
                                    bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.</al></li><li nr="i)"><al>Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 Awb,
                                    te weten het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten
                                    hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies
                                    krachtens een bepaald wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="j)"><al>Begrotingsvoorbehoud: voor zover een subsidie wordt verleend,
                                    ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of
                                    goedgekeurd, kan zij worden verstrekt onder de voorwaarde dat
                                    voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.</al></li><li nr="k)"><al>Uitvoeringsovereenkomst: een privaatrechtelijke overeenkomst
                                    tussen de gemeente en de subsidieontvanger, waarvan de
                                    totstandkoming één van de voorwaarden is voor de verlening van
                                    de subsidie. In de uitvoeringsovereenkomst worden onder andere
                                    de prestaties die in een bepaald tijdvak door de
                                    subsidieontvanger zullen worden gerealiseerd nader
                                    uitgewerkt.</al></li><li nr="l)"><al>Reserve: het eigen vermogen van de instelling, niet zijnde een
                                    voorziening of bestemmingsreserve. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van alle
                            activiteiten die door een instelling in het gemeentelijk belang wordt
                            uitgevoerd en waarvoor geen andere gemeentelijke subsidieverordening
                            geldt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Bevoegdheidsverdeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is belast met de uitvoering van deze verordening.
                                    Uitvoering houdt mede in het verstrekken van voorschotten en
                                    verlenen en vaststellen van subsidies.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt jaarlijks in het kader van de
                                    begrotingsbehandeling de budgetten vast die voor subsidiëring
                                    beschikbaar zijn.</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt per beleidsterrein de beleidsdoelstellingen
                                    vast.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De door de raad vastgestelde bedragen als bedoeld in artikel 3,
                                    lid 2, zijn tevens de subsidieplafonds. </al></li><li nr="2."><al>Het college kan met inachtneming van de door de raad
                                    vastgestelde beleidsterreinen en regels, nadere regels stellen
                                    omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag. </al></li><li nr="3."><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                    vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                    middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Subsidievormen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidievormen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kent de volgende subsidievormen voor één of
                                    meerdere boekjaren:</al><lijst><li nr="a"><al>budgetsubsidie;</al></li><li nr="b"><al>waarderingssubsidie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Daarnaast zijn er subsidies die niet worden toegekend voor een
                                    boekjaar maar voor een eenmalige gebeurtenis/project. Dit zijn
                                    incidentele subsidies.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Budgetsubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een budgetsubsidie is een subsidie die voor de duur van één of
                                    meerdere jaren - maximaal vier jaren- wordt verstrekt waarbij
                                    het subsidiebedrag direct gerelateerd is aan vooraf
                                    overeengekomen activiteiten, producten en/of prestaties.</al></li><li nr="2."><al>De activiteiten, producten en/of prestaties die de
                                    subsidieontvanger tenminste moet leveren zijn vastgelegd in de
                                    verleningsbeschikking of in een van die beschikking onderdeel
                                    uitmakende uitvoeringsovereenkomst.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Waarderingssubsidie</titel></kop><al>Een waarderingssubsidie is gericht op het mede in stand houden van een
                            niet professionele instelling. De hoogte van de subsidie wordt bepaald
                            op basis van de van toepassing zijnde beleidsnota en het door de raad
                            beschikbaar gestelde budget.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Incidentele subsidie</titel></kop><al>Een incidentele subsidie wordt toegekend ten behoeve van een eenmalige
                            activiteit of project.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lijst><li nr="a"><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                    gegevens:</al></li><li nr="b"><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="c"><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten,
                                    waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat
                                    een opgave van bij andere bestuursorganen of private
                                    organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen
                                    ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de
                                    stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d"><al>gegevens over de aard en omvang van het eigen vermogen van de
                                    instelling.</al></li><li nr="e"><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie
                                    aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de
                                    statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het
                                    voorgaande jaar als bijlagen toe.</al></li><li nr="f"><al>Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de
                                    in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen,
                                    indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag
                                    noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk
                                    1 november in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren
                                    waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.</al></li><li nr="2."><al>Een aanvraag voor een incidentele subsidie dient minimaal acht
                                    weken voor aanvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                    aangevraagd schriftelijk te worden aangevraagd bij het college. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie
                                    uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is
                                    ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie
                                    binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de
                            Awb genoemde gevallen geweigerd worden indien gegronde redenen bestaan
                            aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a)"><al>de activiteiten van de aanvrager strijdig zijn met de op grond
                                    van internationale verdragen algemeen erkende rechten van de
                                    mens; </al></li><li nr="b)"><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd zich niet in
                                    hoofdzaak richten op de gemeente Marum dan wel niet aantoonbaar
                                    ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente;</al></li><li nr="c)"><al>de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd gericht zijn
                                    op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van
                                    religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard met
                                    uitzondering van onderwijs niet zijnde specifiek gericht op één
                                    religie;</al></li><li nr="d)"><al>de aanvrager haar activiteiten niet open heeft gesteld voor alle
                                    groeperingen zonder onderscheid naar ras, land van herkomst,
                                    godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid,
                                    tenzij er sprake is van een activiteit die gericht is op een
                                    specifieke door de gemeente erkende doelgroep; </al></li><li nr="e)"><al>de aanvrager de activiteit(en) met winstoogmerk verricht; </al></li><li nr="f)"><al>de aanvrager geen rechtspersoon is; </al></li><li nr="g)"><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden beschikt om de prestaties te leveren hetzij uit eigen
                                    middelen hetzij uit middelen van derden; </al></li><li nr="h)"><al>de aanvrager prestaties waarvoor subsidie is aangevraagd wil
                                    leveren die niet passen binnen het beleid van de gemeente; </al></li><li nr="i)"><al>de subsidieontvanger niet voldoet of zal voldoen aan het
                                    gestelde bij of krachtens deze verordening; </al></li><li nr="j)"><al>de aanvraag betrekking heeft op kosten die verbonden zijn aan
                                    festiviteiten ter gelegenheid van jubilea;</al></li><li nr="k)"><al>de subsidie bestemd is voor materiële en/of financiële
                                    ondersteuning van derden.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>VERLENING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verlening subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan subsidies door middel van een bijbehorende
                                    uitvoeringsovereenkomst nader concretiseren.</al></li><li nr="2."><al>Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot
                                    subsidieverlening te verbinden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                    artikel 18, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de
                                    betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al></li><li nr="2."><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in
                                    artikel 18, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100%
                                    bevoorschot.</al></li><li nr="3."><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt
                                    in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen
                                    van de voorschotten bepaald.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7.</nr><titel>VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies hoger dan € 50.000 welke verleend worden voor activiteiten
                            die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting
                            opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording
                            omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en
                            inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt niet vaker
                            dan één keer per jaar gevraagd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra
                            aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend,
                            niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel
                            aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen
                            zal worden voldaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de
                                    subsidie is verleend.</al></li><li nr="2."><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor
                                    handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                    bestuursrecht.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verantwoording subsidies tot € 5.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Subsidies tot € 5.000 worden door het college:</al><lijst><li nr="a"><al>direct vastgesteld of;</al></li><li nr="b"><al>ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken, nadat de
                                            activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid,
                                    onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de
                                    door haar aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten,
                                    waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is
                                    voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf € 5.000 tot 50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000, maar
                                    minder dan € 50.000, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13
                                    weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot
                                    vaststelling in bij het college.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag,
                                    waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is
                                    verleend, zijn verricht.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bepalen dat ook andere of minder dan de in dit
                                    artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling
                                    van belang zijn, worden overgelegd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verantwoording subsidies vanaf € 50.000</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000, dient de
                                    subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het
                                    college:</al><lijst><li nr="a"><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het
                                            verricht zijn van de activiteiten;</al></li><li nr="b"><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1
                                            mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar,
                                            respectievelijk vier maanden na het subsidietijdvak,
                                            waarvoor de subsidie is verleend.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a"><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de
                                            activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn
                                            verricht;</al></li><li nr="b"><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan
                                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                            jaarrekening);</al></li><li nr="c"><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                            toelichting daarop;</al></li><li nr="d"><al>een accountantsverklaring.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit
                                    artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling
                                    van belang zijn, worden overgelegd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag
                                    tot subsidievaststelling de subsidie vast.</al></li><li nr="2."><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                    daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                    subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                    genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger
                                    daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot
                                    subsidievaststelling.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers
                                    aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder
                                    dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling
                                    hoeft in te dienen. </al></li><li nr="4."><al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het
                                    eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes
                                    weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve
                                    vaststelling.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9.</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                                kostenbegrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt
                                    gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de
                                    subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een
                                    door het college voor te schrijven
                                    standaardberekeningswijze.</al></li><li nr="2."><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                                    uurtarieven wordt uitgegaan van door het college bepaalde
                                    definities.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van
                            deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met
                            uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, 5, 6, 7, 8 en 12, voor zover
                            toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger
                            leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing
                            verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan
                            wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Algemene Subsidieverordening Gemeente Marum 2006, vastgesteld op 14
                            september 2005 wordt ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 24 februari 2012 worden
                            afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening
                            Gemeente Marum 2006.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar
                            bekendmaking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene Subsidieverordening
                            Gemeente Marum 2012.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare</ondertekening><ondertekening>vergadering van 8 februari 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al/><al>Zowel landelijk als lokaal wordt steeds meer gestreefd naar deregulering
                            en het verbeteren van de dienstverlening. Zo ook in Marum. In het
                            coalitieakkoord "Juist nu Samen aan de slag" heeft het college voor de
                            huidige raadsperiode ten doel gesteld de gemeentelijke regeldruk met
                            minimaal 25% te doen afnemen. Met het vaststellen van een nieuwe
                            Algemene Plaatselijke Verordening is hiermee reeds een forse stap gezet
                            maar ook op het gebied van subsidies valt hier nog winst te behalen. </al><al/><al><vet>Proces totstandkoming</vet></al><al>De door de VNG ontwikkelde modelverordening welke tot tot stand gekomen
                            is in samenwerking met gemeenten en ministeries van Financiën en
                            Binnenlandse Zaken heeft als model gediend bij het opstellen van deze
                            verordening. Om lokale invulling te geven aan de verordening is de
                            gemeenteraad op 5 oktober 2011 middels een startnotitie in de
                            gelegenheid gesteld om richting te geven en hebben de WMO- adviesraad en
                            subsidieontvangers op- en aanmerkingen kunnen leveren op het concept. De
                            aanbevelingen uit het rapport "Van de nood een deugd" van de
                            rekenkamercommissie zijn bij het opstellen van de nieuwe
                            subsidieverordening in ogenschouw genomen. </al><al/><al><vet>Verschil oud en nieuw</vet></al><al>De belangrijkste verschillen van de nieuwe verordening ten opzichte van
                            de oude worden onderstaand weergegeven: </al><al/><al><vet>Wijze van vaststellen subsidieplafonds</vet></al><al>Met het vaststellen van de beleidsdoelstellingen en de daarvoor
                            beschikbare budgetten bij de begrotingsbehandeling worden meteen de
                            subsidieplafonds vastgesteld. Hiermee ligt het primaat bij de raad en
                            wordt zij erkend als hoogste orgaan dat de kaders stelt. Met het
                            toepassen van subsidieplafonds wordt voorkomen dat de voor subsidie
                            beschikbaar gestelde budgetten worden overschreden. Wanneer
                            subsidieverstrekking zou leiden tot overschrijding hiervan kan de
                            aanvraag geweigerd worden zonder verdere motivatie. Dit betekent dat in
                            de begroting nauwkeuriger moet worden omschreven waarvoor de beschikbare
                            budgetten voor bestemd zijn. Voor de "kleine" incidentele
                            subsidieaanvragen die jaarlijks binnenkomen is het verstandig een kleine
                            begrotingspost van € 5.000 op te nemen bestemd voor kleine subsidies van
                            maximaal € 500. Hiermee wordt voorkomen dat het ambtelijk apparaat en uw
                            raad door dit soort aanvragen al teveel belast worden. </al><al/><al><vet>Uitvoeringsovereenkomst</vet></al><al>De mogelijkheid om aan de subsidieverlening een kaderstellende
                            uitvoeringsovereenkomst te verbinden is opgenomen in de verordening in
                            navolging van het advies van de rekenkamercommissie. De
                            uitvoeringsovereenkomst is een beleidsinstrument waarmee de gemeente de
                            regie kan behouden wanneer het beleid niet door de gemeente wordt
                            uitgevoerd maar door bijvoorbeeld het Marheem dat gezien de veelheid aan
                            taken onderhand gezien kan worden als onze brede welzijnsinstelling. </al><al/><al><vet>Deregulering</vet></al><al>Bij de deregulering binnen het subsidieproces is het uitgangspunt
                            proportionaliteit tussen het subsidiebedrag en de administratieve
                            lasten. Hoe lager het subsidiebedrag, hoe minder of eenvoudiger
                            voorwaarden worden gesteld en hoe efficiënter de verantwoording wordt
                            ingericht. Dit leidt tot de volgende verdeling:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="69*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>tot € 5.000</al></entry><entry colname="col2"><al>direct vaststellen of desgevraagd verantwoording
                                                over de prestatie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>vanaf € 5.000 tot € 50.000</al></entry><entry colname="col2"><al>verantwoording over de prestatie;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>vanaf € 50.000</al></entry><entry colname="col2"><al>verantwoording over kosten en prestaties.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>De grootste verandering zal hierdoor plaatsvinden bij de subsidies tot €
                            5.000 welke zal leiden tot een administratieve lastenvermindering vooral
                            voor de subsidieontvanger en in beperkte mate voor de gemeente.
                            Jaarlijks verstrekte subsidies waarbij de subsidie gericht is op het
                            mede in stand houden van een niet professionele instelling en niet ten
                            behoeve van een bepaalde te leveren prestatie kunnen meteen worden
                            vastgesteld. Dit is met name van toepassing op de subsidies aan
                            bijvoorbeeld zang-, muziek-, voetbal- en korfbalverenigingen. Het
                            uitgangspunt is hierbij vertrouwen in plaats van wantrouwen. Gelet op de
                            hiermee </al><al>gemoeide bedragen is het financiële risico beperkt, maar weegt het niet
                            op tegenover de administratieve lastenvermindering voor zowel de
                            gemeente als subsidieontvanger.</al><al>Ook bij subsidies tot € 5.000 die verstrekt zijn ten behoeve van een
                            bepaalde te leveren prestatie zoals bijvoorbeeld Cultura en de
                            Survivalrun wordt de subsidie verleend op basis van vertrouwen.
                            Subsidieontvangers hebben op grond van artikel 16 van deze verordening
                            een actieve meldingsplicht bij niet of niet gehele nakoming van de
                            verplichtingen en achteraf kan een risicogeörienteerde controle
                            plaatsvinden bij de subsidieontvanger. Wanneer dan mocht blijken dat de
                            subsidieontvanger niet heeft voldaan aan zijn meldingsplicht kan
                            terugvordering van de subsidie inclusief wettelijke rente proportioneel
                            worden geacht. Deze aanpak vergt een zekere risicoacceptatie. Doordat de
                            focus bij de verantwoording ligt op het leveren van prestaties kan het
                            voorkomen dat de werkelijke kosten uiteindelijk lager liggen dan het
                            subsidiebedrag. Dit zal echter niet opwegen tegenover de administratieve
                            lastenvermindering voor zowel gemeente als subsidieontvanger. </al><al/><al><vet>Doelstellingen subsidieverordening</vet></al><al>Met het opstellen van deze subsidieverordening worden de volgende
                            doelstellingen nagestreefd:</al><lijst><li nr="•"><al>een verordening welke voldoet aan de wettelijke
                                    voorschriften;</al></li><li nr="•"><al>vermindering van de regeldruk;</al></li><li nr="•"><al>verbetering van de dienstverlening;</al></li><li nr="•"><al>reductie van de uitvoeringstijd.</al></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><al/><al>In deze toelichting zal waar nodig een toelichting gegeven
                                    worden op de in de verordening opgenomen artikelen.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Bevoegdheid college</vet></al><al>De raad stelt de kaders vast in deze subsidieverordening en in
                                    de jaarlijks vast te stellen gemeentebegroting. Het college is
                                    verantwoordelijk voor het uitvoeren van het vastgestelde beleid.
                                    Dit betekent dat het college geen subsidies kan verlenen, die
                                    niet stroken met door de raad vastgesteld beleid en budgetten.
                                    Subsidies waarvoor geen financiële ruimte door de raad
                                    beschikbaar is gesteld dienen voorgelegd te worden aan de
                                    raad.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Subsidieplafond en
                                    begrotingsvoorbehoud</vet></al><al>Met het oog op de rechtszekerheid verlangt de Awb, dat het
                                    subsidieplafond bekend wordt gemaakt, vóórdat de periode waarop
                                    het betrekking heeft, ingaat. Zo kunnen potentiële aanvragers
                                    tijdig weten hoeveel geld beschikbaar is. Tevens kunnen
                                    subsidieaanvragen zonder nadere motivering worden afgewezen op
                                    het moment dat het subsidieplafond bereikt is. </al><al>Ingevolge het eerste lid van artikel 4 stelt de raad met het
                                    vaststellen van de budgetten in het kader van de
                                    begrotingsbehandeling meteen de subsidieplafonds per
                                    beleidsterrein vast. Hierbij wordt meteen de wijze van verdeling
                                    van de beschikbare middelen bekendgemaakt. Eventueel kan het
                                    college nadere regels opstellen omtrent de wijze van verdeling
                                    van de beschikbare middelen.</al><al>Als de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld en er formeel
                                    dus nog geen financiële ruimte door de raad beschikbaar is
                                    gesteld, wordt subsidie slechts verleend onder de voorwaarde dat
                                    de raad daarvoor geld beschikbaar zal stellen, het zogenoemde
                                    begrotingsvoorbehoud.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Weigeringsgronden</vet></al><al>Naast het bereiken van het subsidieplafond en de algemeen
                                    geldende weigeringsgronden, opgenomen in artikel 4:35 Awb,
                                    worden hier de weigeringsgronden aangevuld en
                                    gespecificeerd.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Verlening van de subsidie</vet></al><al>De beschikking is de basis voor subsidieverlening. Door hier een
                                    uitvoeringsovereenkomst aan te koppelen kunnen de beleidskaders
                                    en de beoogde doelen nader geconcretiseerd worden. Dit is een
                                    sturingsinstrument dat met name toegepast zal worden bij grotere
                                    budgetsubsidies zoals die aan Biblionet, Noordermaat en </al><al>“' t Marheem” . Hiermee wordt navolging gegeven aan het advies
                                    van de rekenkamercommissie Marum. </al><al>In het tweede lid is geregeld dat het college de ontvanger
                                    verplichtingen kan opleggen.</al><al/><al><vet>Artikel 14. Betaling en bevoorschotting</vet></al><al>Met het overgaan tot uitbetaling van het volledige
                                    subsidiebedrag dan wel het 100% bevoorschotten van het
                                    subsidiebedrag wordt in combinatie met artikel 18 van deze
                                    verordening bereikt dat het subsidiebedrag en de lasten die met
                                    de subsidieprocedure gepaard gaan voor zowel subsidieontvanger
                                    als verstrekker proportioneel zijn. Hierbij moet hoofdzakelijk
                                    gedacht worden aan de jaarlijkse subsidies aan culturele- en
                                    sportverenigingen. </al><al/><al><vet>Artikel 16. Meldingsplicht</vet></al><al>De subsidieontvanger is verplicht tijdig te melden bij de
                                    gemeente als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteit
                                    niet, niet tijdig, niet geheel of niet volgens alle daaraan
                                    verbonden verplichtingen zal worden verricht. In dat geval zal
                                    de subsidie lager of op nihil worden vastgesteld of zullen
                                    nadere afspraken worden gemaakt over het aanpassen van de
                                    verplichtingen, bijvoorbeeld het geven van meer tijd voor de
                                    uitvoering van de activiteiten. Bij het niet voldoen aan deze
                                    meldingsplicht kan, indien dat achteraf mocht blijken, met
                                    toepassing van artikel 4:49 Awb alsnog de subsidievaststelling
                                    worden ingetrokken, omdat de ontvanger wist en behoorde te weten
                                    dat de vaststelling onjuist was. Terugvordering van de subsidie,
                                    inclusief wettelijke rente van het hele subsidiebedrag, kan in
                                    zo'n geval proportioneel worden geacht, omdat de ontvanger dan
                                    misbruik maakte van het gegeven vertrouwen, dat ten grondslag
                                    ligt aan de onderhavige subsidieverordening.</al><al/><al>Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de meldingsplicht niet
                                    geldt na vaststelling van de subsidie of voor zover er (op
                                    verzoek van de belanghebbende) door de subsidieverlener een
                                    ontheffing is verleend van de verplichting om een prestatie
                                    overeenkomstig de subsidietoekenning uit te voeren.</al><al/><al><vet>Artikel 18. Verantwoording subsidies tot € 5.000
                                    </vet></al><al>Door deregulering van het subsidieproces wordt bereikt dat de
                                    lasten die gepaard gaan met de subsidievertrekking voor zowel
                                    subsidieontvanger als gemeente proportioneel zijn. Doordat er
                                    weinig tot geen fluctuaties plaatsvinden tussen voorlopige en
                                    definitieve subsidiebedragen en gelet op het doeleind van de
                                    subsidie kunnen waarderingssubsidies met de toepassing van dit
                                    artikel direct worden vastgesteld. Dit levert een vermindering
                                    op van de nodige administratieve handelingen voor zowel
                                    subsidieontvanger als gemeente.</al><al>Bij de overige subsidies die vertrekt worden ten behoeve van een
                                    activiteit en/of prestatie is het raadzaam om te kiezen voor
                                    ambtshalve vaststelling. Hierdoor blijft de mogelijk bestaan om
                                    juridische stappen te ondernemen indien mocht blijken dat de
                                    subsidieontvanger niet (geheel) heeft voldaan aan de aan de
                                    subsidie verbonden verplichting(en). Bij het afgeven van de
                                    beschikking is het hierbij wel van belang om de datum op te
                                    nemen waarop de activiteit dan wel prestatie uiterlijk moet zijn
                                    voltooid en/of geleverd.</al><al/><al><vet>Artikel 22 Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en
                                        uniforme kostenbegrippen</vet></al><al>Een veel gebruikte methode voor de bepaling van de omvang van
                                    het subsidiebedrag is de berekening van de (gedeeltelijke)
                                    bijdrage aan de werkelijke kosten van subsidiabele activiteiten.
                                    Hierbij is een belangrijke basis voor de financiering/subsidie
                                    (kostengrondslag) de inzet van personeel. De subsidieontvanger
                                    moet zich verantwoorden over het aantal subsidiabele uren en de
                                    totstandkoming van de uurtarieven. Dit brengt hoge lasten met
                                    zich mee. Vooral de verschillende uitgangspunten en definities
                                    per subsidie ten aanzien van de subsidiabele kosten
                                    (bijvoorbeeld overheadkosten) leggen een grote (lasten)druk op
                                    de administratieve systemen van subsidieontvangers. </al><al/><al>Bij het bepalen van de standaardberekeningswijzen voor de
                                    berekening van uurtarieven kan het college aansluiten bij de
                                    berekeningswijzen, zoals die in het Rijksbrede subsidiekader
                                    worden gehanteerd: </al><lijst><li nr="a)"><al>berekening op basis van integrale kosten;</al></li><li nr="b)"><al>berekening op basis van kosten per kostendrager, vermeerderd met
                                    een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten of</al></li><li nr="c)"><al>een forfaitair vastgesteld uurtarief.</al></li></lijst><al/><al>Voor de toepassing van de berekeningswijze op basis van kosten
                                    per kostendrager wordt het daarin van toepassing zijnde
                                    opslagpercentage voor de indirecte kosten door het college
                                    voorgeschreven. Voor de toepassing van een forfaitair
                                    vastgesteld uurtarief wordt het van toepassing zijnde uurtarief
                                    per kostendrager door het college voorgeschreven.</al><al>Forfaitaire elementen zijn een hulpmiddel om de bepaling van de
                                    subsidiabele kosten, en daarmee van het subsidiebedrag, te
                                    vereenvoudigen en te uniformeren. Voorbeelden van forfaitaire
                                    elementen zijn: het aantal werkbare uren op jaarbasis, het
                                    uurtarief voor kosten van eigen arbeid (niet zijnde loonkosten)
                                    en het uurtarief voor categorieën van loonkosten, bijvoorbeeld
                                    op basis van de Handleiding Overheidstarieven. Zo wordt voor de
                                    berekening van uurtarieven uitgegaan van een forfaitair
                                    vastgestelde standaard van 1.600 werkbare uren op jaarbasis. </al><al/><al>Bij het bepalen van kostenbegrippen bij de berekening van
                                    uurtarieven kan het college aansluiten bij de volgende
                                    definities, zoals die in het Rijksbrede subsidiekader worden
                                    gehanteerd:</al><lijst><li nr="•"><al>Subsidiabele kosten: de kosten die bij het verlenen en
                                    vaststellen van de subsidie in aanmerking worden genomen,
                                    respectievelijk de feitelijke hoogte van die kosten.</al></li><li nr="•"><al>Kostendrager: kostenplaats of volume-eenheid voor
                                    kostenberekening, bijvoorbeeld personeels-/arbeidsuren,
                                    apparaat-/machine-uren en overige kostendragers als output van
                                    apparaten en machines en verbruikte materialen.</al></li><li nr="•"><al>Afschrijvingskosten: kosten die de economische
                                    waardevermindering weergeven van een investering tegen
                                    historische kostprijs gedurende de economische levensduur
                                    (periode waarna de investering economisch verouderd is), de
                                    eventuele restwaarde na de economische levensduur behoren niet
                                    tot de subsidiabele kosten.</al></li><li nr="•"><al>Loonkosten: de optelsom van de bruto loonkosten, niet
                                    winstafhankelijke emolumenten, dan wel extra verdiensten naast
                                    het loon, werkgeverslasten, kosten van secundaire
                                    arbeidsvoorwaarden en, indien van toepassing, een evenredig deel
                                    van de begrote kosten voor een eventuele wachtgeld-uitkering na
                                    ontslag, voor personeel dat werkzaamheden verricht ten behoeve
                                    van subsidiabele activiteiten.</al></li><li nr="•"><al>Urenbasis: het aantal werkbare uren per fte per jaar.</al></li><li nr="•"><al>Directe kosten: kosten van een kostendrager en kosten derden,
                                    die rechtstreeks aan de subsidiabele activiteit worden
                                    toegerekend.</al></li><li nr="•"><al>Indirecte kosten of overhead: kosten die niet rechtstreeks aan
                                    een subsidiabele activiteit worden toegerekend, maar via
                                    toerekening van een kostendrager.</al></li><li nr="•"><al>Kosten derden: op factuur aantoonbare aan derden verschuldigde
                                    kosten die direct voor de subsidiabele activiteit worden
                                    gemaakt, bijvoorbeeld door uitbesteding van een deel van de
                                    subsidiabele activiteit en kosten van voor de subsidiabele
                                    activiteit geleverde goederen en diensten.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 23. Hardheidsclausule</vet></al><al>In de hardheidsclausule is door het benoemen van de specifieke
                                    artikelen aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze
                                    clausule van toepassing is. De toepassing van de
                                    hardheidsclausule dient beperkt te blijven tot individuele
                                    gevallen. </al><al/></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>