<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21696_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening burgerinitiatief 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Marum</dcterms:creator><dcterms:modified>2005-01-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Achtdorpennieuws, 25 november 2004.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening burgerinitiatief 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-05-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>nr 04.05.10.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening burgerinitiatief 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Marum;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 17 mei 2004,
                        nr.04.05.10;</al><al/><al>besluit vast te stellen de:</al><al/><al/><al><vet>VERORDENING BURGERINITIATIEF 2004</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel: een
                        voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de
                        vergadering van de raad te plaatsen.</al><al/><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al><cursief>De term “burgerinitiatiefvoorstel" wordt gehanteerd voor de
                            aanduiding van het voorstel dat door een burger bij de gemeenteraad kan
                            worden ingediend. De primaire bedoeling van het middel burgerinitiatief
                            is dat de burger een concreet voorstel aan de raad voorlegt, maar het is
                            ook mogelijk dat de burger een onderwerp aandraagt voor een bespreking
                            in de raad zonder dat het voorstel reeds een concreet inhoudelijk
                            voorstel bevat.</cursief></al><al/></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn
                                vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig
                                verzoek is ingediend. </al></li><li nr="2."><al>Ongeldig is het verzoek dat:</al><lijst><li nr="a."><al>niet door ten minste 25 initiatiefgerechtigden wordt
                                        ondersteund; </al></li><li nr="b."><al>een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of</al></li><li nr="c."><al>niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5. </al><al/><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al><cursief>Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad een
                                            burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van een
                                            raadsvergadering moet plaatsen indien er sprake is van
                                            een geldig verzoek, ingediend door een
                                            initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich in dat
                                            geval dus in ieder geval moeten uitspreken over het
                                            burgerinitiatiefvoorstel. Van een geldig verzoek is
                                            sprake als (a) het verzoek door ten minste een bepaald
                                            aantal initiatiefgerechtigden wordt ondersteund, (b) het
                                            onderwerp van het burgerinitiatiefvoorstel niet in
                                            artikel 4 is uitgezonderd en (c) aan de in artikel 5
                                            gestelde procedurele voorwaarden wordt voldaan. In
                                            artikel 3 (zie hierna) wordt nader omschreven wanneer
                                            een persoon initiatiefgerechtigd is.</cursief></al><al/><al><cursief>Over het vereiste dat het verzoek door ten minste
                                            een bepaald aantal initiatiefgerechtigden wordt
                                            ondersteund wordt het volgende opgemerkt. Het
                                            burgerinitiatief biedt burgers de mogelijkheid om
                                            invloed uit te oefenen op de agenda van de gemeenteraad.
                                            Het is daarom een inbreuk op het uitgangspunt dat de
                                            raad zijn eigen agenda vaststelt. Dit is alleen
                                            gerechtvaardigd als het burgerinitiatiefvoorstel ook
                                            daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de bevolking
                                            wordt gedragen. </cursief></al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de
                                verkiezing van de leden van de gemeenteraad alsmede ingezetenen van
                                de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun
                                leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden
                                van de gemeenteraad. </al></li><li nr="2."><al>Voor de beoordeling of aan de vereisten voor
                                initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van
                                indiening van het verzoek bepalend. </al><al/><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al><cursief>Het ligt voor de hand het initiatiefrecht toe te kennen aan
                                    kiesgerechtigden voor de gemeenteraadsverkiezingen, vanuit de
                                    gedachte dat het burgerinitiatief een instrument is om burgers
                                    bij de besluitvorming van de raad te betrekken en die te
                                    beïnvloeden. Wie kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 3
                                    van de Kieswet. Daarnaast is er voor gekozen aan jongeren van
                                    zestien jaar en ouder het initiatiefrecht te geven, om hen op
                                    die wijze meer gelegenheid te geven zich bij de politiek
                                    betrokken te voelen en invloed uit te oefenen. Voor de toetsing
                                    of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is
                                    het moment van indiening van het verzoek het ijkmoment. Het
                                    verzoek vindt immers formeel op dat moment plaats. Om te kunnen
                                    onderzoeken of op dat moment wordt voldaan aan de vereisten,
                                    zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn wordt geregeld
                                    in artikel 5. </cursief></al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>Een burgerinitiatiefvoorstel houdt niet in: </al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; </al></li><li nr="b."><al>een vraag over het gemeentelijk beleid; </al></li><li nr="c."><al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                                bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; </al></li><li nr="d."><al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet
                                bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur, of </al></li><li nr="e."><al>een onderwerp waarover tijdens de raadsperiode waarin indiening van
                                het voorstel plaatsvindt door de raad een besluit is genomen. </al><al/><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al><cursief>De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een
                                    burgerinitiatiefvoorstel vloeien vooral voort uit
                                    doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt
                                    om de raad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp
                                    waarover de raad uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid
                                    heeft. Een ander argument voor deze uitzondering is, dat de
                                    afstand tussen burger en bestuur alleen maar zou worden vergroot
                                    als de burger na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure
                                    te horen krijgt dat de raad niets met het
                                    burgerinitiatiefvoorstel kan doen, omdat de raad terzake niet
                                    bevoegd is. </cursief></al><al/><al><cursief>Een vraag over gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp
                                    van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan de
                                    burger andere wegen open, zoals het spreekrecht in een
                                    commissie- of raadsvergadering of een spreekuur van een
                                    wethouder.</cursief></al><al/><al><cursief>Ook moet voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere
                                    procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist.
                                    Met het oog hierop is bepaald dat het burgerinitiatiefvoorstel
                                    geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een
                                    gedraging van het gemeentebestuur kan inhouden. Hiervoor heeft
                                    de burger andere wegen. </cursief></al><al/><al><cursief>Ten slotte is het evenmin de bedoeling dat zaken die recent
                                    (tijdens de betreffende zittingsperiode) nog in de raad aan de
                                    orde zijn geweest, opnieuw onderwerp van bespreking worden als
                                    gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de
                                    raad te zeer kunnen frustreren.</cursief></al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de
                                agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend
                                bij de voorzitter van de raad. </al></li><li nr="2."><al>Het verzoek bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van het
                                        burgerinitiatiefvoorstel; </al></li><li nr="b."><al>een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel; </al></li><li nr="c."><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en
                                        de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger, en
                                    </al></li><li nr="d."><al>een lijst met de voornamen, achternamen, adressen,
                                        geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden
                                        die het verzoek ondersteunen. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in
                                bijlage 1 van deze verordening opgenomen model. </al><al/><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al><cursief>Omdat de burgemeester de voorzitter van de raad is, ligt
                                    het voor de hand dat het burgerinitiatiefvoorstel bij hem wordt
                                    ingediend. Aan het verzoek is een aantal minimumvereisten
                                    gesteld en deze zijn in een modelformulier verwerkt. Door
                                    gebruik van het formulier zal het de burger duidelijk zijn wat
                                    van hem of haar verlangd wordt om een volledig
                                    burgerinitiatiefvoorstel in te dienen en kunnen de relevante
                                    gegevens gemakkelijker worden gecontroleerd. Daarnaast bevordert
                                    gebruik van een modelformulier de leesbaarheid voor de
                                    raadsleden.</cursief></al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van
                                indiening van het verzoek, of het burgerinitiatiefvoorstel
                                behandelbaar is gelet op het bepaalde in artikel 2 en volgende van
                                deze verordening, met dien verstande dat ten minste twee weken is
                                gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag waarop
                                het in de raadsvergadering aan de orde komt. </al></li><li nr="2."><al>Indien de raad oordeelt dat het burgerinitiatiefvoorstel
                                behandelbaar is, wordt het voor inhoudelijke beraadslaging en
                                besluitvorming op een volgende agenda van de vergadering van de raad
                                geplaatst, </al></li><li nr="3."><al>Indien de raad het verzoek niet behandelbaar acht wegens strijd met
                                het bepaalde in deze verordening, kan de raad het voorstel
                                doorzenden aan burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter van de raad nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor
                                de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd.
                                De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering
                                de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe
                                te lichten. </al></li><li nr="5."><al>Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel
                                een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door
                                kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een
                                dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte
                                wijze. </al></li><li nr="6."><al>Van het besluit wordt tevens schriftelijk mededeling gedaan aan de
                                indiener(s).</al><al/><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al><cursief>De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad zijn
                                    voorstel spoedig toetst aan de vereisten en een besluit neemt
                                    over de behandeling. Hierin voorziet het eerste lid. Het gaat
                                    erom een termijn te kiezen die niet te lang is, maar ook niet zo
                                    kort dat ze onvoldoende is om het voorstel te kunnen
                                    controleren. Verzoeken waarover de raad niet bevoegd is, kan de
                                    raad doorzenden naar het college. Dat zal met name gebeuren als
                                    het college bevoegd is. </cursief></al><al/><al><cursief>Met het vierde tot en met zesde lid worden vooral
                                    waarborgen gecreëerd voor transparantie bij de afhandeling van
                                    een burgerinitiatiefvoorstel door de raad. Op grond van het
                                    zesde lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk meegedeeld wat
                                    er met het ingediende voorstel gebeurt. Dat kan dus een
                                    mededeling dat het verzoek wordt afgewezen of een inhoudelijk
                                    besluit zijn. Wordt het verzoek tot plaatsing van het
                                    burgerinitiatiefvoorstel door de raad afgewezen, dan is er
                                    sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet
                                    bestuursrecht waartegen de mogelijkheden van bezwaar en beroep
                                    open staan. Besluit de raad het burgerinitiatiefvoorstel te
                                    agenderen, dan is er sprake van een voorbereidingsbeslissing die
                                    niet vatbaar is voor bezwaar of beroep (artikel 6:3 Awb).
                                    Afhankelijk van de inhoud van de beslissing op het
                                    initiatiefvoorstel zelf, kan er sprake zijn van een besluit in
                                    de zin van de Algemene wet bestuursrecht die vatbaar is voor
                                    bezwaar en beroep. Zo staan bijvoorbeeld de mogelijkheden van
                                    bezwaar en beroep open indien de raad naar aanleiding van een
                                    burgerinitiatiefvoorstel besluit een subsidie toe te kennen voor
                                    een bepaald project. Een voorbeeld van een besluit waartegen
                                    geen bezwaar en beroep open staat is het besluit om een
                                    verordening op bepaalde punten aan te passen (artikel 8:2
                                    Awb).</cursief></al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7</nr><titel/></kop><al>De burgemeester brengt jaarlijks een verslag uit over de werking van het
                        recht van burgerinitiatief in de praktijk.</al><al/><al><vet><cursief>Toelichting</cursief></vet></al><al><cursief>Het is van belang periodiek in beeld te brengen in welke mate van
                            het recht van burgerinitiatief gebruik wordt gemaakt. Bij de
                            verslaglegging door de burgemeester valt te denken aan getalsmatige
                            gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen
                            burgerinitiatiefvoorstellen), alsmede aan een beknopt overzicht van de
                            inhoud van de burgerinitiatiefvoorstellen, de besluiten van de raad op
                            de burgerinitiatiefvoorstellen en de motivatie op grond waarvan de raad
                            tot deze besluiten is gekomen. In de Gemeentewet wordt de burgemeester
                            verplicht een burgerjaarverslag op te stellen. De burgemeester kan er
                            voor kiezen de verslaglegging over het burgerinitiatief hierin op te
                            nemen.</cursief></al><al/></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Deze verordening treedt inwerking op de eerste dag na het verstrijken van
                        een termijn van zes weken na de datum van haar bekendmaking.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare </ondertekening><ondertekening>vergadering van 27 mei 2004,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>,de voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>,de griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage/></regeling></body></cvdr>