<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR21664_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Marum 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Marum</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerkwartier</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad nr. </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Marum 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 16</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-10-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Vervallen artikel 17, lid 2 uit verordening 2010</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16.09.10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Marum, vastgesteld op 13 oktober 2010.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Marum 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 10</al><al/><al>De raad van de gemeente Marum;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het raadspresidium d.d. 14 oktober 2016, nr.
                        16.09.10.; </al><al/><al>gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;</al><al/><al/><al>besluit vast te stellen het navolgende:</al><al/><al><vet>Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de
                            raad van de gemeente Marum 2016</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a"><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b"><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of
                                    ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="c"><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d"><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e"><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f"><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a"><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b"><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c"><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d"><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                    opdraagt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></li><li nr="2"><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                    door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend
                                    griffier</al></li><li nr="3"><al>De griffier kan, indien daartoe door de voorzitter uitgenodigd,
                                    aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement
                                    deelnemen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het college en de secretaris</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De leden van het college zijn aanwezig bij de raadsvergaderingen
                                    en kunnen, op uitnodiging, deelnemen aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2"><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de
                                    vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de
                                    beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2"><al>Het presidium bestaat uit de voorzitter van de gemeenteraad en
                                    de fractievoorzitters. De griffier en de secretaris of diens
                                    vervanger zijn in elke vergadering van het presidium aanwezig
                                    als adviseur.</al></li><li nr="3"><al>De fractievoorzitters wijzen in onderling overleg één van de
                                    leden aan als voorzitter van het presidium.</al></li><li nr="4"><al>De voorzitter nodigt, namens het presidium, derden uit voor een
                                    vergadering van het presidium.</al></li><li nr="5"><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van de raad aan dat hem bij
                                    zijn afwezigheid in het presidium vervangt.</al></li><li nr="6"><al>Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Agendacommissie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Er is een Agendacommissie; deze bestaat uit de voorzitters en
                                    plaatsvervangend voorzitters van de gemeenteraad en
                                    raadscommissie. De nestor is voorzitter van de Agendacommissie.
                                    De griffier ondersteunt en adviseert de Agendacommissie.</al></li><li nr="2"><al>De taken van de Agendacommissie zijn het waarborgen van optimale
                                    besluitvorming in de raad door technische controle van de
                                    aangeboden voorstellen, het beheren van de Lange Termijn Agenda
                                    en de agenda van de raadscommissie en de gemeenteraad alsmede
                                    bepalen van de vergaderfrequentie en overige bijeenkomsten van
                                    de raadscommissie en de gemeenteraad.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad
                                    een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De
                                    commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking
                                    hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de
                                    processen-verbaal van de stembureaus.</al></li><li nr="2"><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                    schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een
                                    voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding
                                    gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3"><al>Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau
                                    gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude
                                    samenstelling na de verkiezingen.</al></li><li nr="4"><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden
                                    van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                    samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                    voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="5"><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de
                                    voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de
                                    vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt
                                    beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                    leggen.</al></li><li nr="6"><al>Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het
                                    eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de
                                    kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Op de
                                    werkwijze van deze commissie is het tweede lid van
                                    overeenkomstige toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Fractie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de
                                    aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                    afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2"><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst,
                                    voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien
                                    geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="3"><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr="4"><al/><lijst><li nr="a"><al>Indien:</al><lijst><li nr="•"><al>één of meer leden van een fractie als
                                                  zelfstandige fractie gaan optreden;</al></li><li nr="•"><al>twee of meer fracties als één fractie gaan
                                                  optreden;</al></li><li nr="•"><al>één of meer leden van een fractie zich
                                                  aansluit(en) bij een andere fractie; wordt hiervan
                                                  zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan
                                                  aan de voorzitter.</al></li></lijst></li><li nr="b"><al>Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt
                                            rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende
                                            vergadering van de raad na de mededeling daarvan.</al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel eens per maand
                                    plaats op basis van een door de Agendacommissie vast te stellen
                                    vergaderschema voor een kalenderjaar. De vergaderingen vangen in
                                    beginsel aan om 19:30 uur in de raadszaal van het
                                    gemeentehuis.</al></li><li nr="2"><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                    situatie, overleg met de Agendacommissie.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering de
                                    leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van
                                    dag, tijdstip en plaats van de vergadering.</al></li><li nr="2"><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden.</al></li><li nr="3"><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor
                                    aanvang van de vergadering aan de leden van de raad
                                    gezonden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelde
                                    Agendacommissie de voorlopige agenda vast.</al></li><li nr="2"><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen.</al></li><li nr="3"><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op
                                    voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad
                                    bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                    toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></li><li nr="4"><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                    beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen
                                    naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of
                                    advies vragen.</al></li><li nr="5"><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de
                                    raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                    wijzigen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen
                                    op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep voor eenieder op het gemeentehuis ter
                                    inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging
                                    melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 10.
                                    Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden van de raad en zo mogelijk in een openbare
                                    kennisgeving.</al></li><li nr="2"><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></li><li nr="3"><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede
                                    lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    griffier en verleent de griffier de leden van de raad
                                    inzage.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De vergadering wordt door aankondiging in een plaatselijk
                                    huis-aan-huisblad, of op de voor afkondigingen in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze en door plaatsing op de internetsite van de
                                    gemeente ter openbare kennis gebracht.</al></li><li nr="2"><al>De openbare kennisgeving vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a"><al>de datum, aanvangstijd en plaats van de
                                            vergadering;</al></li><li nr="b"><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                            voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan
                                            inzien.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde van de vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                            onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt
                            die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening
                            vastgesteld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
                                    vaste zitplaats, door de griffier na overleg met de
                                    Agendacommissie bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode
                                    van de raad aangewezen.</al></li><li nr="2"><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de griffier de indeling
                                    herzien na overleg met de Agendacommissie.</al></li><li nr="3"><al>De griffier draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
                                    secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
                                    uitgenodigd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                    raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></li><li nr="2"><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                    voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de
                                    volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
                                    Gemeentewet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Aan het begin van de vergaderingen van de gemeenteraad bestaat
                                    voor derden, geen raadslid of wethouder zijnde, gelegenheid het
                                    woord te voeren.</al></li><li nr="2"><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, dient tijdig
                                    in de raadsvergadering aanwezig te zijn.</al></li><li nr="3"><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, wordt
                                    geadviseerd dit van tevoren schriftelijk dan wel telefonisch te
                                    melden aan de griffier.</al></li><li nr="4"><al>Het spreekrecht wordt uitgeoefend in volgorde van aanmelding,
                                    met dien verstande dat de voorzitter bevoegd is hiervan af te
                                    wijken, indien meerderen over hetzelfde onderwerp willen
                                    spreken, alsdan komen de sprekers over dat onderwerp na elkaar
                                    aan de beurt.</al></li><li nr="5"><al>De voorzitter heeft de bevoegdheid om, indien er meer sprekers
                                    over hetzelfde onderwerp zijn, dit aantal te beperken en de
                                    spreektijd te beperken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de
                            voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal
                            beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst
                            aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke
                            stemming.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het ontwerp verslag van de voorgaande vergadering, de
                                    toezeggingenlijst en de Lange Termijn Agenda wordt, zo mogelijk,
                                    aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep.</al></li><li nr="2"><al>In iedere vergadering worden, zoveel mogelijk, het verslag van
                                    de vorige vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="3"><al>De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de
                                    secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de
                                    raad te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet
                                    duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is.</al></li><li nr="4"><al>Het verslag moet inhouden:</al><lijst><li nr="a"><al>de namen van de voorzitter, de griffier - en voorzover
                                            aanwezig in de vergadering de secretaris en de
                                            wethouders - en de ter vergadering aanwezige leden,
                                            alsmede van de leden die afwezig waren en overige
                                            personen die het woord gevoerd hebben;</al></li><li nr="b"><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                            geweest;</al></li><li nr="c"><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                            vermelding van de namen van hen die het woord
                                            voerden;</al></li><li nr="d"><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                            vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de
                                            leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van
                                            de namen van de leden die zich overeenkomstig de
                                            Gemeentewet van stemming hebben onthouden;</al></li><li nr="e"><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                            initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                            amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f"><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                            hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van
                                            het bepaalde in artikel 26 door de raad is toegestaan
                                            deel te nemen aan de beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="5"><al>Het verslag wordt opgesteld onder de zorg van de griffier.</al></li><li nr="6"><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier
                                    ondertekend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                    mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst
                                    geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad toegezonden
                                    en de lijst wordt tezamen met de stukken ter inzage gelegd.</al></li><li nr="2"><al>De raad stelt op voorstel van de Agendacommissie de wijze van
                                    afdoening van de ingekomen stukken vast.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun
                                    plaats of van de hen aangewezen spreekplaats en richten zich tot
                                    de voorzitter.</al></li><li nr="2"><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                    leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
                                    plaats spreken.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                    gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="2"><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid
                                    van de raad het woord vraagt over de orde van de
                                    vergadering.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                    termijnen, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2"><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3"><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4"><al>Het derde lid is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a"><al>op de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b"><al>op het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                            initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat
                                            amendement, die motie of dat voorstel; </al></li><li nr="c"><al>in een debat.</al></li></lijst></li><li nr="5"><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij</al><lijst><li nr="a"><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen
                                            van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b"><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat
                                            de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal
                                            afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan
                                    geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
                                    vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige
                                    onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3"><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2"><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                    voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door
                                    hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden
                                    de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De
                                    beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                    verstreken is.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                    aanwezige leden van de raad, de wethouder, de secretaris, de
                                    griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.</al></li><li nr="2"><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of
                                    één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging
                                    ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                    wordt genomen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                            overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                            motiveren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                    raad anders beslist.</al></li><li nr="2"><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over
                                    eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel,
                                    zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt
                                    gevraagd.</al></li><li nr="3"><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                    plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te
                                    nemen eindbeslissing.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen
                                    stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
                                    stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
                                    stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2"><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                    notulen vragen dat zij geacht willen worden te hebben
                                    tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.</al></li><li nr="3"><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
                                    voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="4"><al>De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij
                                    naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid
                                    dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen. Vervolgens
                                    geschiedt de oproeping naar de volgorde van de zitplaatsen.</al></li><li nr="5"><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid
                                    dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden
                                    verplicht zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="6"><al>De leden brengen hun stem uit door het woord "voor" of "tegen"
                                    uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7"><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
                                    kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid
                                    gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan
                                    kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend
                                    heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist;
                                    in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen
                                    verandering.</al></li><li nr="8"><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
                                    met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte
                                    stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen
                                    besluit.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend,
                                    wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2"><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt
                                    eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het
                                    amendement.</al></li><li nr="3"><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                    aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                    volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de
                                    regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement
                                    het eerst in stemming wordt gebracht.</al></li><li nr="4"><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend,
                                    wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de
                                    motie.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                    voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
                                    moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot
                                    stembureau.</al></li><li nr="2"><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de
                                    Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
                                    stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
                                    zijn.</al></li><li nr="3"><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                    benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                    voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                    worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4"><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes
                                    gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid
                                    verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen
                                    niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze
                                    te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.</al></li><li nr="5"><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
                                    artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben
                                    uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben
                                    ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a"><al>een blanco stembriefje;</al></li><li nr="b"><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c"><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                            tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;</al></li><li nr="d"><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                            voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                            niet is voorgedragen;</al></li><li nr="e"><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                            gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></li><li nr="6"><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist
                                    de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="7"><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                    onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid
                                    heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.</al></li><li nr="2"><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte
                                    meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen
                                    die twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen
                                    op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste
                                    stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een
                                    tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde
                                    stemming zal plaatshebben.</al></li><li nr="3"><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen
                                    staken, beslist terstond het lot.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen
                                    wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op
                                    afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.</al></li><li nr="2"><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                    gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                    gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3"><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                    stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                    gekozen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Amendementen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden
                                    om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                    splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                    plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen
                                    die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst
                                    getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr="2"><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></li><li nr="3"><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling
                                    genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige
                                    karakter van het voorgestelde -oordeelt dat met een mondelinge
                                    indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="4"><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                    mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                    plaatsgevonden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Moties</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie
                                    indienen.</al></li><li nr="2"><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3"><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                    voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    of voorstel plaats.</al></li><li nr="4"><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                    opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda
                                    voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></li><li nr="5"><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat
                                    de besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                    vergadering mondeling een voorstel van orde doen dat kort kan
                                    worden toegelicht.</al></li><li nr="2"><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></li><li nr="3"><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Initiatiefvoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                    worden schriftelijk bij de burgemeester worden ingediend.</al></li><li nr="2"><al>De Agendacommissie plaatst het voorstel op de agenda van de
                                    eerstvolgende raadvergadering. Daarnaast kan de Agendacommissie
                                    het initiatiefvoorstel al ter voorbereiding van behandeling in
                                    de raad in een procedure brengen.</al></li><li nr="3"><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de
                                    agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld,
                                    tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde
                                    van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of
                                    onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te
                                    worden behandeld in een raadscommissie of voor advies naar het
                                    college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt
                                    de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                                    wordt.</al></li><li nr="4"><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling
                                    van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                    verordening.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                    college aan de raad dat vermeld staat op de agenda van de
                                    raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken door het college
                                    zonder toestemming van de raad.</al></li><li nr="2"><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in
                                    het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden
                                    gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel
                                    opnieuw geagendeerd wordt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Uitstel behandeling</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Onderbouwd met argumenten kan ieder raadslid vragen om uitstel
                                    van behandeling van een voor de desbetreffende vergadering
                                    geagendeerd onderwerp.</al></li><li nr="2"><al>Besluitvorming aangaande dit verzoek vindt plaats tijdens de
                                    desbetreffende vergadering.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
                                    gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="2"><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de
                                    wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de
                                    eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het
                                    verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                                    tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                    gehouden.</al></li><li nr="3"><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de
                                    overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet
                                    meer dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.</al><al/><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                    vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                    wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording
                                    wordt verlangd. </al></li><li nr="2"><al>De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze
                                    draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis
                                    van de overige leden van de raad en het college worden
                                    gebracht.</al></li><li nr="3"><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                    ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen
                                    deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid
                                    van het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                    waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording
                                    zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een
                                    antwoord.</al></li><li nr="4"><al>De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het
                                    college aan de leden van de raad medegedeeld.</al></li><li nr="5"><al>De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
                                    bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden.</al></li><li nr="6"><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                    eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording
                                    in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de
                                    agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen
                                    omtrent het door de burgemeester of door het college gegeven
                                    antwoord, tenzij de raad anders beslist.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als
                                    bedoeld in de artikelen 169, derde lid en 180, derde lid van de
                                    Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk
                                    ingediend bij het college of de burgemeester.</al></li><li nr="2"><al>Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in
                                    afschrift toegezonden aan de raad.</al></li><li nr="3"><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                    eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4"><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                    vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad vaststelt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                    secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
                                    het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                    gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te doen
                                    over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde
                                    zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de
                                    voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie.</al></li><li nr="2"><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
                                    stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 37,
                                    zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3"><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
                                    van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                                    daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld
                                    in artikel 38, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4"><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
                                    organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden
                                    heeft benoemd.</al><al/><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van
                            overeenkomstige toepassing voor zo ver deze bepalingen niet strijdig
                            zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Verslag</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt aan de leden van
                                    de raad en de aanwezige wethouders verstrekt.</al></li><li nr="2"><al>Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet
                                    openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt
                                    door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, indien
                            daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd,
                            in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg
                            gevoerd.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen op de
                                    voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2"><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>In werking treden</titel></kop><al>Dit reglement treedt in werking op 1 november 2016.</al><al>Op dat tijdstip vervalt het Reglement van orde voor de vergaderingen en
                            andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Marum, vastgesteld op
                            13 oktober 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare </ondertekening><ondertekening>vergadering d.d. 26 oktober 2016,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening> , voorzitter. </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><divisie><kop><label>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</label><nr/><titel>HOOFDSTUK 1 Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Onder "aanhangig" wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnde.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van
                            de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor.
                            In het gewijzigde artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het oudste
                            raadslid in anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij
                            verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden
                            even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het
                            raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de
                            mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. Overigens geldt
                            ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de
                            waarneming van het ambt van de burgemeester. Voor de inwerkingtreding
                            van de Wet dualisering gemeentebestuur nam een wethouder de taken van de
                            burgemeester als voorzitter van de raad waar.</al><al/><al>De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de
                            Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als
                            voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de
                            vergadering.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De griffier</titel></kop><al>De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt
                            (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling
                            opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is
                            in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen
                            van de griffier aan de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen
                            omtrent de beëdiging, woonplaats etc. zijn niet in dit reglement
                            opgenomen, aangezien dat beter geregeld kan worden in de ambtsinstructie
                            voor de griffier, die de raad vaststelt.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het college en de secretaris</titel></kop><al>Het is gewoonte dat het college aanwezig is bij de raadsvergaderingen en
                            voor het college van belang om zo de discussie en wensen van de politiek
                            mee te kunnen nemen in de voorbereiding van de de voorstellen. Voorheen
                            waren de collegeleden aanwezig op uitnodiging. Door opname van dit
                            artikel is dit niet meer nodig De leden van het college hoeven niet per
                            definitie deel te nemen aan de beraadslaging tenzij de raad dit
                            wenselijk acht.</al><al>De secretaris houdt zich voornamelijk bezig met de ondersteuning van het
                            college en het leiden van de ambtelijke organisatie. In het kader van
                            die twee taken kan het tevens wenselijk zijn dat de secretaris deelneemt
                            aan de beraadslagingen van de raad. De secretaris wordt echter benoemd
                            en ontslagen door het college. Dit houdt in dat de raad de secretaris
                            niet kan dwingen om in de raad aanwezig te zijn. De raad zal het college
                            moeten verzoeken of het college de secretaris opdraagt in de vergadering
                            aanwezig te zijn om aan de beraadslagingen deel te nemen. Op deze wijze
                            kan de raad onder meer een beroep doen op kennis en informatie, die de
                            secretaris bezit of kan de secretaris bijvoorbeeld deelnemen aan een
                            discussie over het functioneren van de gemeentelijke organisatie.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het presidium</titel></kop><al>Het presidium bewaakt de kwantiteit en kwaliteit van de
                            raadswerkzaamheden. Het presidium evalueert daartoe en geeft gevraag en
                            ongevraagd advies over werkzaamheden van de raad. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De Agendacommissie</titel></kop><al>Om te komen tot effectief vergaderen is het nodig om de stukkenstroom op
                            de juiste wijze te geleiden en op de juiste wijze en tijden te komen tot
                            besluitvorming. De nut en noodzaak van vergaderingen en wijze van
                            behandeling wordt bewaakt voor de Agendacommissie die daartoe gevraagd
                            en ongevraagd de diverse gremia van de raad en zijn commissies kan
                            adviseren.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Toelating van nieuwe leden; fracties</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Onderzoek geloofsbrieven</titel></kop><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan
                            de benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in
                            de Kieswet vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt dat de
                            benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te
                            kunnen worden. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare
                            vergadering gebeuren.</al><al>ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating
                            van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de
                            samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een
                            tussentijdse vacature. De tekst van de eed of verklaring en belofte die
                            een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen,
                            is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd.</al><al/><al>De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot
                            toelating als lid van de raad is vervallen door inwerking treden van de
                            Wet dualisering gemeentebestuur.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Fracties</titel></kop><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van
                            wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een
                            dergelijk begrip niet maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid,
                            wel uit van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen
                            (recht op fractieondersteuning). </al><al>In veel gemeenten bestaan regelingen ten aanzien van vergoedingen aan
                            fracties, faciliteiten voor fracties, fractieassistentie etc. In deze
                            nadere regelingen kan nu worden aangesloten bij het in het RvO opgenomen
                            fractiebegrip.</al><al/><al>Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste
                            zitting van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de
                            leden die op dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd.
                            De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij
                            boven de kandidatenlijst hadden staan. Op deze wijze is de relatie
                            tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de
                            burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen
                            aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval
                            deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee.</al><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad
                            verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende
                            oorzaken hebben. Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict
                            met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo
                            zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een
                            verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval
                            is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede.</al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijd van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Tijd en plaats van vergaderen</titel></kop><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij
                            daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig
                            oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de
                            raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><al>Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag,
                            tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd krijgen zij ook de
                            voorlopige agenda en de stukken toegestuurd.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><al>Het voorzittersoverleg, bestaande uit de voorzitters van de commissies
                            en de raadsvoorzitter met ondersteuning van de griffier, bepaalt in zijn
                            overleg hoe de concept raadsagenda eruit komt te zien. Dit is echter een
                            voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse praktijk van de
                            gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om tien dagen voor de
                            vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de "waan"
                            van de dag. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het
                            verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda
                            vaststellen.</al><al/><al>Het derde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de
                            opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via de
                            Lange Termijn Agenda welke in beheer is bij het presidium, onderwerpen
                            voor de agenda voordragen. Deze onderwerpen kunnen dan in overleg worden
                            voorbereid door de organisatie dan wel door de indiener of zijn fractie
                            of het presidium stelt hiertoe een werkgroep in indien de complexiteit
                            van het onderwerp dit vraagt. Raadsleden kunnen echter ook bij aanvang
                            van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda
                            toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele
                            raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de
                            vaststelling van de agenda.</al><al/><al>Het vierde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de
                            raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op
                            de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het
                            niet verantwoord dat de raad zich op hoofdlijnen over dit onderwerp
                            uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid dat de
                            raad het onderwerp naar een commissie verwijst of aan het college nadere
                            inlichtingen of advies vraagt.</al><al/><al>Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op voorstel van de
                            voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten kan
                            wijzigen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><al>In dit artikel gaat het, naast de geheime stukken, om de zogenaamde
                            "achterliggende" stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding
                            wordt gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.).</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel
                            19, tweede lid van de Gemeentewet.</al><al>Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12
                            van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de mogelijkheid van
                            plaatsing op het internet toegevoegd.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te
                            stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om
                            het stemquorum vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de
                            Gemeentewet.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Zitplaatsen</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal
                            zitting hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft
                            getekend. Artikel 20 van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor
                            een tweede vergadering indien het vereiste aantal leden niet komt
                            opdagen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Primus bij hoofdelijke stemming</titel></kop><al>Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te
                            bepalen aan het begin van de vergadering; deze volgorde geldt dan voor
                            de gehele vergadering, ook na een eventuele schorsing.</al><al>Uiteraard is ook hier afwijking mogelijk, bijvoorbeeld door te bepalen
                            dat pas op het moment van stemming de primus wordt bepaald. Zie ook
                            artikel 28, vierde lid.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verslag en besluitenlijst</titel></kop><al>Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan het
                            raadslid en de wethouder dat bij de desbetreffende vergadering niet
                            aanwezig was. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde
                            wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een
                            dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling
                            Rechtspraak van de Raad van State). </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Ingekomen stukken</titel></kop><al>Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen
                            voorstellen gedaan en besluiten genomen van procedurele aard.
                            Inhoudelijke discussie over de stukken kan de voorzitter buiten de orde
                            verklaren. Wanneer een ingekomen stuk leidt tot inhoudelijke discussie
                            en besluitvorming, dient dit op de gebruikelijke wijze te worden
                            voorbereid.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Spreekregels</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><al>Het gaat hierbij niet om interrupties.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te
                            worden.</al><al>De beraadslaging over een motie vindt niet plaats in afzonderlijke
                            termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het betreffende,
                            aan de orde zijnde onderwerp.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om
                            een spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat
                            minder ver dan de mogelijkheid die artikel 26, derde lid van de
                            Gemeentewet biedt om aan dat lid dat door zijn gedragingen de geregelde
                            gang van zaken belemmert, de toegang tot de vergadering te ontzeggen. </al><al/><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen
                            van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen
                            van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke
                            tribune wordt verwezen naar de artikel 50 van dit reglement.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Beraadslaging</titel></kop><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een
                            voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn
                            geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid
                            opgenomen. Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het
                            einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee
                            mogelijkheden: er wordt direct tot stemming overgegaan of aan de
                            beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel
                            23).</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Deelname aan de beraadslaging door anderen</titel></kop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22
                            Gemeentewet geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk
                            dat de raad bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen
                            altijd aan de beraadslaging mag deelnemen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Stemverklaring</titel></kop><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter
                            krijgen van een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker.
                            De stemverklaringen worden alle gegeven vóór de hoofdelijke oproep van
                            de leden tot de stemming begint.</al><al/><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Beslissing</titel></kop><al>Deze bepaling beoogt niet meer, dan vast te leggen dat ook nog een
                            beslissing over het voorstel (indien een amendement is aangenomen, in
                            zijn geamendeerde vorm) moet worden genomen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Algemene bepalingen over stemming</titel></kop><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet
                            de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze
                            bepaling van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand
                            stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.</al><al>De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst
                            van de stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden
                            tegenstemmen. Bij wie de stemming begint, is geregeld in artikel
                            16.</al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet
                            van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel
                            geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt
                            het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als
                            ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn
                            aangenomen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Stemming over amendementen en moties</titel></kop><al>Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis,
                            indiening e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1, 34 en 35 van dit
                            reglement. Voor alle duidelijkheid wordt hier een verschil in procedure
                            aangegeven tussen een motie en een amendement. Een amendement komt in
                            stemming voorafgaande aan de stemming over het voorstel van het college.
                            Een motie strekt niet tot wijziging van een voorgesteld besluit; over
                            een motie wordt een apart besluit genomen, nadat de besluitvorming over
                            het aanhangige voorstel is afgerond. Bij een motie over een afzonderlijk
                            onderwerp geldt dit uiteraard niet en is het vierde lid niet van
                            toepassing.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Stemming over personen</titel></kop><al>De Gemeentewet geeft aan dat over benoemingen (niet ontslag) van
                            personen of het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk
                            moet worden gestemd (artikel 31 van de Gemeentewet).</al><al>Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus
                            tussen degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een
                            voorstel waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te
                            doen zijn (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode)
                            zou een gecombineerd stembiljet kunnen worden ontworpen.</al><al>In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de
                            Gemeentewet.</al><al>Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden
                            verstaan, is in de wet niet geregeld en daarom wel in dit
                            reglement.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Herstemming over personen</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beslissing door het lot</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Amendementen</titel></kop><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het
                            college voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement
                            is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit
                            amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement.
                            Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit dat
                            aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in
                            ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een
                            ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de
                            raad besluiten tot een derde termijn (artikel 23).</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar
                            artikel 29. Voorstel tot splitsing van een voorgesteld beslissing kan,
                            indien aangenomen, meebrengen dat één onderdeel van een besluit wel en
                            een ander niet wordt aanvaard.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Moties</titel></kop><al>Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan
                            om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele
                            aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde
                            ontwikkelingen. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op
                            rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een
                            politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet
                            aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het
                            naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een
                            vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan
                            zijn consequentie trekken.</al><al>Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt
                            opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de
                            beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze
                            niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de
                            beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een
                            besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp
                            vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties
                            benaderen de in artikel 37 geregelde initiatiefvoorstellen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad
                            sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt
                            direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Indien het gaat om
                            een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een
                            initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 37).</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Initiatiefvoorstellen</titel></kop><al>Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige
                            voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor
                            een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing doen. Hiervoor is het recht
                            van initiatief toegekend. Een voorstel voor een ontwerpverordening moet
                            de raad in behandeling nemen. </al><al>Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte behandeling
                            voorgeschreven. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden kan
                            stellen aan het in behandeling nemen van een ander
                            initiatiefvoorstel.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Collegevoorstel</titel></kop><al>Betreft het agenderingsrecht van de raad. De raad is de enige die een
                            voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het college kan
                            agenderen. Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit
                            niet dat het college het door hen geagendeerde voorstel kan intrekken
                            indien het college </al><al>van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk
                            is. De raad moet hiervoor toestemming geven.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Uitstel behandeling</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Interpellatie</titel></kop><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                            interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht.
                            Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een
                            vergadering over een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het
                            college of de burgemeester te vragen. Daarvoor is verlof van de raad
                            voor nodig.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Schriftelijke vragen</titel></kop><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te
                            vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de
                            burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van
                            informatieve strekking.</al><al>In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid
                            gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die
                            het antwoord heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is dat de
                            beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan
                            hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het
                            onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Inlichtingen</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Begroting en rekening</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Procedure begroting</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. De desbetreffende procedure kan
                            jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een langere periode worden
                            bepaald.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Procedure jaarrekening</titel></kop><al>Onder een indemniteitsbesluit wordt verstaan: een besluit waarbij
                            achteraf een besluit bekrachtigd wordt waartoe men niet gemachtigd
                            was.</al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Lidmaatschap van andere organisaties</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Verslag; verantwoording</titel></kop><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een
                            wethouder of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen
                            bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak
                            zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam
                            van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de
                            gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording
                            verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de
                            gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en
                            over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al/><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor
                            mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden
                            gekozen).</al><al/><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van
                            schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor
                            gesteld in artikel 41.</al><al/><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                            aansluit bij de regels voor inlichtingen.</al><al/><al>Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te
                            verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn
                            leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke
                            rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen
                            van een) N.V. Hierin voorziet het vierde lid.</al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Algemeen</titel></kop><al>Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering,
                            waarbij de vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen
                            dienen te worden, voor zo ver de bepalingen niet strijdig zijn met het
                            besloten karakter van de vergadering. In artikel 23 van de Gemeentewet
                            zijn procedure-voorschriften opgenomen voor "het sluiten van de deuren",
                            de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt.</al><al>Artikel 47 Verslag</al><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid van de
                            Gemeentewet.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van
                            rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de
                            procedure volgens artikel 25 van de Gemeentewet nodig.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Opheffing geheimhouding</titel></kop><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                            geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem
                            behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86,
                            tweede lid van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester
                            geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de
                            raadscommissie heeft overgelegd. De raadscommissie kan dan aan de raad
                            verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar
                            niet toe bereid is). </al><al>In het onderhavige artikel is nu terzake een overlegverplichting
                            opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en
                            wederhoor.</al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Geluid- en beeldregistraties</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/><al/></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Uitleg reglement</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>In werking treden</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al/></divisie></nota-toelichting><bijlage/></regeling></body></cvdr>